Zuster Zohra

Mijn terugkeer naar Allah.

BekeringsverhalenIk ben katholiek opgevoed en heb bij nonnen op school gezeten. Bij mijn ouders heb ik vroeger nog op stro geslapen. Ik had een vader die zwaar alcoholist was, zo erg dat hij vaak het delirium had (toestand waarin je allerlei dingen ziet die er niet zijn). Dat was heel erg, want dan was hij beresterk en brak het hele huis af. Ik bracht hem dan altijd naar huis, in mijn ene hand de fiets en in mijn andere hand mijn vader. Kortom, ik heb een zeer slechte jeugd gehad. En allemaal leugens leren over God, Allah de Verhevene, dat is het ergste wat je in je leven kan gebeuren. Dit zegt Allah zelf, want als je niet stopt met het aanbidden van iemand anders naast Allah, krijg je daar nooit vergeving voor (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat er deelgenoten aan Hem toegekend worden (d.w.z. shirk – polytheïsme, tenzij men vóór de dood er berouw voor toont), maar Hij vergeeft behalve dat (alle andere zonden), aan wie Hij wil (#1)…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 48.]

<<< (#1) Dit betekent dus niet dat als men shirk mijdt, zich dan vrij kan overgeven aan andere zonden.>>>

En dat doen afgodenaanbidders toch en dat was ik natuurlijk in mijn onwetendheid ook, want ik bad voor beelden. Ik vraag me wel eens af hoe dit nog mogelijk is in deze tijd? Maar alleen, maar dan ook echt alleen Allah de Verhevene kan ons helpen uit deze situatie, waar de duivel (satan, Iblies) velen misleidt. Ik trouwde met een Nederlander en kreeg drie kinderen, drie meisjes. We trouwden in de kerk voor de beelden, in het wit. Er was zeer veel alcohol, want dat hoort bij die feesten. Ik dronk toen zelf niet, maar door de aanmoediging van de mensen ga je toch langzaam proeven en beginnen met drinken. Mijn man zei dat ik moest gaan roken. Dat vond ik ook niet lekker, maar als hij ging werken dan zei hij dat er een paar sigaretten lagen op de vaste plaats (keuken lade). Mijn moeder rookte ze altijd op, maar later ben ik er ook voor bezweken.

Het werd van kwaad tot erger, want de pastoor kwam bij ons thuis een flinke borrel alcohol halen met een dikke sigaar. Ja, want die mensen waren hoog in aanzien omdat ze gestudeerd hadden, werd ons verteld, om over het geloof te praten (a’oedzoe biellaah – ik zoek mijn toevlucht bij Allah). Nu kan ik al-h’amdoelillaah (de lof is voor Allah) mijn toevlucht tot Allah de Verhevene zoeken, maar toen nog niet, helaas, maar alle lof is voor onze Ene God, Allah.

Nou, ik ben toen alcohol gaan drinken, want dat vinden die mensen wel leuk en ze vinden je dan ook gezellig en ze lachen met je. Het roken werd ook steeds erger en iemand zei eens tegen me: “Je moet dat eens roken.” Dat bleek later hasj te zijn, waar ik na korte tijd niet meer zonder kon. Mijn hersens waren zeer ziek door die verslaving en daarbij ging ik ook nog aan de medicijnen. Het is vreselijk hoe ik een deel van mijn leven heb doorgebracht. Mijn man overleed en mijn drie kinderen hebben een zeer slechte opvoeding gehad. Niet betreft geld, kleding of andere materialistische zaken, dat was zeer goed, maar in een diepe donkere kuil, vol ellende, alleen maar slecht, slecht en nog eens slecht.

Daarna kwam het moment in mijn leven dat ik naar Marokko ging, maar daar gebeurde ook niets. Iedereen slachtte een schaap en er was feest. Nu begrijp ik het slachtfeest, maar toen nog niet en er werd mij niets verteld over Allah de Verhevene. Waarom er geen hulp was weet ik ook niet. Moge Allah ons genadig zijn, amien.

Mijn oudste dochter was getrouwd en ik had haar voor een paar maanden zo achtergelaten door de drugs. Mijn middelste dochter heeft altijd astma gehad en was in het Krabbenbossen Astma Centrum en mijn jongste dochter was thuis, vreselijk. Op een gegeven moment was ik weer terug in Nederland, in mijn huis, bij mijn kinderen. Maar ik was ziek en niemand wist dat ik verslaafd was. Ze vonden me wel vreemd. Ik ben bij een psychiater geweest en zei dat ik naar de derde wereld wilde. Niemand begreep mij, ikzelf begreep het ook niet. Weer een heel slecht leven, opnieuw zonder resultaat. Daar kwam na een reeks vrienden een Marokkaanse jongen in mijn leven en die gaf mij zijn rechterhand. Mijn oudste dochter zij: “Mamma, doe het, want het is van Allah. We zeiden Allah maar we begrepen niet wat we zeiden, en stonden er ook niet bij stil. Ik ben later weer met mijn man naar Marokko gegaan. Daar werd mij de shahaadah voorgezegd. Ik heb het opgeschreven en mijn leven ging weer gewoon door, jammer.

Dubbel zo ziek in Nederland ging ik bij mijn buurman, een boekenwurm, een boek vragen over het geloof. Hij zei: “Wat jij zoekt heb ik niet.” Ik wist zelf ook niet wat ik zocht en zei: “geef me nu een boek over God.” Ik kreeg natuurlijk iets van een christen, maar ja, goed, ik ging lezen. Het mooiste moment van mijn leven, voor de haard, alleen in een stoel. Lezen zoals vroeger met de catechismus (leer van een godsdienst in de vorm van vraag en aanbod). Maar, tot ik bij het kruis kwam en toen zei ik: “Stop.” Want God heeft geen zoon. Dat was voor het eerst in mijn leven dat ik dat zei, Allaahoe Akbar. Er werd mij vroeger verteld op de katholieke school, dat ik een goede engelbewaarder bij mij had en kijk, daar was het grote moment dat ik stopte met de grove shirk (afgoderij), leugens over God.

Ik mocht het ervaren van Allah de Verhevene. Na het lezen van de vertaling van de Qor-aan wist ik het: ik ben moslimah. Ik wilde in Nederland op de hoogste daken gaan staan met een microfoon om de shahaadah te verkondigen. Maar hoe moet het? Ik wilde mijn Nederlands volk waarschuwen. Ik vloog naar de Marokkanen: waarom alleen maar slapen, leven, eten, drinken en Europese vrouwen, maar niets over Allah de Verhevene, de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en de Islaam? Ze zijn toch moslim? Ja, wij waren alleen maar goed voor de doenyaa (deze wereld), het slechte, a’oedzoe billaah. Trouwen met een maagd, vreselijk, oh wat erg. Moge Allah het Europese volk leiden, weg van die vreselijke toestand veroorzaakt door de duivels. Maak ze bewust, O Allah, van de waarheid, a.u.b., vreselijk. Mijn dochter met astma, Miriam, is nu ook moslimah, al-hamdoelillah. Ikzelf heb gekozen voor de niqaab (gezichtssluier), daar houd ik erg veel van en van onze lieve profeten en de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Moge Allah ons allen leiden met de kracht van de Islaam. En ook een moslimzuster in Marokko, want mijn man heeft daar ook een vrouw. Dat vind ik prima, daar wij geen kinderen hebben. Miriam kan niet meer lopen en zit in Heiloo Psychiatrisch Ziekenhuis. Daar ga ik elke dag nu naartoe vanuit Alkmaar en daar belijdt zij de Islaam. Ik zelf werk in Alkmaar in de masdjid (moskee). Ja ja, een cadeautje van Allah de Verhevene, in het beste huis op de wereld mag ik schoonmaken en lessen geven enz. En ik heb er ook mijn bloemen en groentetuin. Lieve moslims, zo zien we maar weer, slecht geleefd, maar onze Schepper, Hij weet wel beter. Want Hij is de Bezitter van onze harten.

Rabbana laa toeziegh qoeloebana ba’da ied hadaytana wa hab lana min ladoenka Rah’mah, innaka anta al-Wahhaab. Ashadoe allaa ilaaha ila lla, wa ashadoe anna Mohammadan ‘abdoehoe wa rasoeloe.

En laten wij niet vergeten doe’aa-e (smeekbeden) voor onze lieve sah’aabah en hun familie te doen, de strijders van de Islaam.

Jullie zuster in de Islaam, Zohra.

 

Meer bekeringsverhalen.