Zuster Oem Salamah

Mijn terugkeer naar Allah.

BekeringsverhalenIn de Naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige

As-Salamoe Alaikom wa Rahmatoellah wa Barakatoeh.

Mijn naam is Oem Salamah en ik ben bijna 16 jaar oud, inshaa-a Allaah. Ik heb mijn verhaal geschreven zodat jullie kunnen zien hoe groot de gunst van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) is. Ik hoop dat Allah ons allemaal standvastigheid schenkt en ons blijft leiden. Amien.

Toen ik ongeveer 11 jaar was, ging ik altijd naar mijn oma (Allaah yarh’amha: moge Allah haar genadig zijn). Ze was een heel eenvoudige en vrome vrouw. Overal waar ze heen ging, gedacht ze Allah. Ze bad zoveel, dat we altijd klaagden over hoe weinig ze wel met ons zat. Op tv zag ik de Intifada en het raakte mij diep als kind. Ik zag hoe leeftijdsgenoten gewoon werden neergeschoten en hoe jongeren werden vermoord. Ik werd er echt ziek van en moest heel vaak huilen als kind.

Toen ik wat ouder werd, werd het minder. Ik had andere interesses: mode, muziek en vriendinnen om populair te zijn. Ik had nog steeds veel liefde voor Palestina en mijn moslimzusters en broeders, maar ik hield me meer met andere dingen bezig.

In die tijd kregen wij te horen dat mijn oma kanker had. Iedereen in de familie was ontzettend verdrietig. Ik weet nog dat ze huilde en wij vroegen haar waarom ze huilde. Ze zei: “Wallaahi (bij Allah), ik ben niet bang voor de dood, maar ik ben bang voor de Hel.” Ze zei altijd al-h’amdoelillaah en was tevreden met wat ze had. Nu ik meer over de Islaam weet, besef ik hoe wijs haar woorden waren.

Mijn oma is een mooie dood gestorven. Ze stierf terwijl ze in de richting van de qiblah (gebedsrichting) zat. Al haar kinderen zaten naast haar en mijn oma vroeg hen het raam voor haar te openen. Nadat ze dat hadden gedaan zei ze: “Dit is de dood; ash-hadoe allaa ilaaha ill-Allaah, wa ash-hadoe anna Moh’ammadan rassoeloellaah (ik getuig dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn boodschapper is).” En ze stierf.

Maar als je een zwak imaan (geloof) hebt en je weinig weet, dan laat je het over je heen lopen. Je denkt er niet aan dat je op een dag zult sterven. Ghafla noemt men dat.

Er is overgeleverd op gezag van ‘Oethmaan ibn ‘Affaan (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de boodschapper van Allah (Allah’s zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die sterft en er zich (volledig) bewust van is dat er geen god is dan Allah, betreedt het Paradijs.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Moge Allah haar Zijn Genade schenken, amien, en ons h’oesn al-khaatima (het goede einde) schenken.

Terwijl ik naar de middelbare school ging waar veel niet-moslims zaten die invloed hadden op mij (ook veel niet praktiserende moslims hadden invloed op mij), gingen mijn ouders steeds meer praktiseren. Geen muziek luisteren, baard laten staan, elk gebed in de moskee bidden etc. Het was een beetje eng voor mij, want de h’idjaab (hoofddoek) kwestie kwam steeds dichterbij. Mijn vader werd verdrietig als hij mij zonder h’idjaab zag en begon rustig met mij te praten. Ik begon wel te bidden, maar ik dacht dat dat genoeg was. Ik was tevreden met het gebed. Hij vertelde de h’adieth: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Er zijn twee typen mensen die ik nog niet heb gezien: één type heeft zwepen als koeienstaarten waarmee ze mannen slaan, het andere type is schaars gekleed, heupwiegend terwijl ze lopen en hun hoofden zijn als de bult van een kameel. Zij zullen het Paradijs niet binnengaan, zij zullen z’n geur zelfs niet ruiken terwijl z’n geur van ver te ruiken zal zijn.’

Mijn vader was bang dat ik zou sterven in zo’n toestand. Praten hielp niet. Ik was erg bang voor mijn omgeving. Ik hield mij bezig met de doenya (dit wereldse leven). Ik begon net heel bekend te worden op school en ik dacht er dus helemaal niet aan om anders dan andere meisjes te zijn. Allah de Verhevene gaf mij veel aayaat (tekenen). Ik hoop echt dat Allah de Verhevene dit heeft gedaan voor mij, omdat Hij van mij houdt. Ik zal die echt nooit vergeten en wil die graag delen met jullie.

We zaten op de bank te praten over de Islaam. Mijn moeder vertelde me over de h’idjaab, dat het verplicht was voor de moslimvrouw en dat het fardh (verplicht) was zoals de salaat (het gebed). Ik zei zoals veel meisjes zeggen: “Ja, inshaa-a Allaah, als ik wat ouder ben.” Ze zei: “Je weet nooit wanneer de dood komt, je kunt zo dood gaan. Doodgaan heeft niets met leeftijd te maken.” We hadden diezelfde week een hele mooie bloem gekocht. Het was een hele dikke bloem en haar diameter was minstens 6 centimeter. Het was een prachtige jonge bloem. Toen mijn moeder “doodgaan heeft niets met leeftijd te maken” zei, brak de zeer dikke tak van de bloem! De bloem die zo dik en nieuw was brak in tweeën! De ene helft zat in de vaas en de andere helft van de zeer lange en dikke bloem viel! Soebh’aan-Allaah (Glorieus is Allah)! We moesten werkelijk huilen!

Toch was ik niet sterk genoeg. Ik kreeg nog een teken van Allah de Verhevene. Mijn ouders waren fel tegen het luisteren van muziek. Ik begon naast ze te zingen en mijn vader riep toen: “Hou op met zingen, het is h’araam. Straks ga je zo dood.” Ik ging dus naar de keuken om wat te drinken en mijn handen te wassen toen ik plotseling water in mijn luchtpijp kreeg. Ik kon echt niet ademen en dacht werkelijk dat dit het einde was. Mijn ouders probeerden mij te helpen, maar niets hielp. Langzamerhand begon het beter te worden na hoesten enzovoort.

Ook kreeg ik veel boeken van mijn ouders over de Islaam. Ik was echt verbaasd dat mijn dien (religie) zo groot was! Allaahoe Akbar! Hoe kon ik zo kennisloos zijn? Ik luisterde naar lezingen over as-Siraat (de brug over de Hel), Yawmoe l-Qiyaamah (de Dag der Opstanding) etc. op het internet. Die lezingen raakten mij diep. Ik weet nog dat ik wanhopig zat te huilen, zeggende: “Ik wil wel h’idjaab, maar ik ben bang om gepest te worden.” Al-H’amdoelillaah dat mijn ouders mij steeds steunden en rustig met mij praatten en mij advies gaven.

Dagen gingen voorbij en Yawmoe ‘Arafah (de belangrijkste dag van de h’adj) kwam. Het was een mooie dag. We zouden naar kennissen gaan en mijn moeder kwam mijn kamer binnen. Ze zei tegen mij: “Besluit inshaa-a Allaah vandaag h’idjaab te dragen, doe het vandaag! Ik laat je nu alleen denken, vraag Allah om hulp.” Ik zat daar in mijn kamer te aarzelen en na te denken en vroeg Allah daarna om hulp. Ik besloot de h’idjaab te dragen! Toen ik het aanhad was ik zo blij! Soebh’aan-Allaah! Je kon zien dat ik moslimah was en ik voelde mij ontzettend veilig en goed. Vroeger toen ik bijvoorbeeld naar een film keek, kon ik nooit van een film “genieten”, omdat ik altijd aan de dood dacht en bang was dat ik zou sterven terwijl ik films keek, want ik had zulke verhalen van mijn ouders gehoord.

Toen ik met hoofddoek naar school ging, waren de reacties negatief. Ik verloor veel “vriendinnen”, maar het kon mij eigenlijk niets schelen. Ik begon steeds meer kennis op te doen en naar lezingen te gaan. Er is werkelijk geen betere plaats dan het huis van Allah (de masdjid: moskee)! De rust die je krijgt als je naar een Qor-aanrecitatie luistert in de moskee, Mashaa-e Allaah! Ik ging steeds meer naar lezingen en las en wist steeds meer. Ik zag zusters khimaar (lange hoofddoek) dragen en wist dat dit de correcte h’idjaab was. (Zie het artikel De boodschap van de h’idjaab.) Ik was eerst bang om met khimaar op school aan te komen en ik dacht dat ze mij weg zouden sturen, omdat het een christelijke school was. Ik kreeg steeds verdriet als ik zusters zag met khimaar. Niet vanwege jaloezie, maar omdat ik het ook graag wilde dragen. Tijden gingen voorbij en ik wist dat ik er klaar voor was. Ik ging steeds langere kleding dragen en ze zouden niet raar opkijken van khimaar, want ze zagen dat mijn kleding steeds langer werd.

Ik besloot om khimaar te dragen. De reacties op school waren natuurlijk negatief. De leraren respecteerden mij enorm, maar mijn klasgenoten begonnen mij te pesten, uit te schelden en te bespotten met mijn geloof.

<<< Voor de broeders en zusters die hier ook last van hebben, weet: “Het wereldse leven is schoonschijnend gemaakt voor degenen die ongelovig zijn, en zij bespotten degenen die geloven; hoewel degenen die (Allah) vrezen (en gehoorzamen) boven hen zullen zijn op de Dag der Opstanding…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 212.] >>>

Het doet ontzettend pijn als bijna de hele klas je de hele tijd uit zit te lachen. Ik was meestal hun gespreksstof en nu nog steeds kunnen ze het niet laten om over mij te praten (hoewel het al-h’amdoelillaah steeds minder wordt, omdat ze steeds meer aan mij wennen en een paar mensen van school af zijn gegaan). Het was een verschrikkelijk jaar op school en de meisjes met wie ik “zo goed bevriend” was in mijn djaahiliyyah tijd (periode van onwetendheid), werden de ergste pestkoppen. Al-H’amdoelillaah had ik Allah en daarna mijn ouders en daarna mijn zusters. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) had het veel erger!

In hetzelfde jaar ging ik naar Egypte (het land van mijn vader). Het was een jaar om nooit te vergeten, Mashaa-e Allaah! Ik leerde veel zusters kennen, ging elke dag naar lezingen van shoeyoekh (geleerden). Het was een prachtige ervaring! Straten waar alleen monaqqabaat (vrouwen met niqaab, de gezichtssluier) en moltah’ien (mannen met lih’yah, baard) kwamen en waar grote sheikhs lezingen gaven. Mijn vriendinnen in Egypte overtuigden mij met de niqaab en ik besloot de niqaab te dragen.

Toen ik terug kwam naar Nederland, was ik ontzettend verdrietig. Ik miste Egypte en de veiligheid en de lezingen en het zusterschap. Nu hoop ik inshaa-a Allaah terug te keren, omdat ik dit land (Nederland) gewoonweg zat ben.

Een persoon vroeg aan Foedhayl ibn ‘Iyaadh (moge Allah hem genadig zijn): “In welk land wil je dat ik het liefst woon?” Foedhayl antwoordde: “Er is geen band tussen jou en een land. Het beste land voor jou is het land dat jou helpt taqwa (vroomheid, godsvrees – door te doen wat Allah verplicht heeft en te laten wat Allah verboden heeft) te verkrijgen.”

Dit is pas het begin denk ik altijd. Ik ben nog lang niet klaar, want ik zal nooit tevreden zijn met mezelf.

Raad van Ibnoe l-Qayyim (rah’imahoe llaah): “En de dienaar zal de zoetheid van het geloof en de smaak van oprechtheid en zekerheid niet kunnen proeven, totdat de gehele sporen van onwetendheid uit zijn hart verdwenen zijn!” (Madaaridjoe s-Saalikien: 1/281 ingekorte versie.)

“…Onze Heer! Geef ons in de wereld h’asanah (dat wat goed is) en in het Hiernamaals h’asanah (dat wat goed is) en bescherm ons tegen de kwelling van het Vuur (de Hel)!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 201.]

“…Onze Heer! Bestraf ons niet indien wij vergeten of als wij fouten maken…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 286.]

“Onze Heer! Laat onze harten niet afwijken (van de waarheid) nadat U ons geleid heeft, en schenk ons Barmhartigheid van Uw Zijde. Waarlijk, U bent al-Wahhaab (de Schenker).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 8.]

“…Onze Heer! Vergeef onze zonden en scheld onze zonden kwijt en laat ons sterven als al-abraar (zij die veel goede daden verrichten).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 193.]

Moge Allah ons standvastigheid geven en ons leiden naar al-Firdaws (het hoogste niveau in het Paradijs)! Aamien. Want één ding waar ik ontzettend trots op ben, is dat veel mensen zich tot de Islaam bekeren!

Oem Salamah.

 

Meer bekeringsverhalen.