Zuster Maryam

Mijn terugkeer naar Allah.

BekeringsverhalenAs-salamoe ‘alaykoem wa rah’matoellaahie wa barakaatoeh broeders en zusters,

Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte shaytaan (satan), in de Naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Waarlijk, alle lof behoort toe aan Allah, wij prijzen Hem, wij zoeken hulp bij Hem, en vragen Hem om vergeving. En we zoeken toevlucht bij Allah tegen het slechte in onszelf, en tegen het slechte in onze werken. Wie door Allah wordt geleid, niets of niemand kan hem misleiden; en wie Allah laat dwalen, voor hem is er geen leiding. En ik getuig dat er geen enkele godheid bestaat buiten Allah, Hij is de Enige, zonder deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Allahs zegeningen en vrede zijn met hem en zijn familie.

Hoewel ik wel een boek vol zou kunnen schrijven over mijn weg naar de Islaam, zal ik proberen het kort te houden en slechts de belangrijkste momenten te beschrijven. Ik ben een Nederlandse zuster en ben opgegroeid in een katholiek gezin. Mijn moeder was vrij actief in de kerk, met als gevolg dat ik en mijn drie zussen elke zondag braaf in de kerk zaten. Dit hield echter vrij snel op toen mijn vader besloot om van mijn moeder te scheiden, want toen kwam de pastoor bij ons thuis langs om mijn moeder te vertellen dat ze misschien maar beter geen lezingen meer in de kerk kon geven. Ze had immers niet langer een voorbeeldfunctie omdat ze nu gescheiden was, Soebh’aan-Allaah (Glorieus is Allah)! Zij was nota bene door mijn vader in de steek gelaten en in plaats van een schouder vanuit haar kerkgemeenschap, werd ze de kerk uitgezet. Het gevolg hiervan was dat we eigenlijk stopten met onze wekelijkse kerkbezoekjes. Toen ik opgroeide kwam ik er ook vrij snel achter dat het Christendom niet voor mij was. Ik was vrij bijdehand en ontzettend leergierig en altijd als ik vragen stelde aan de pastoor op school, kon hij me hier geen antwoord op geven.

Ik wilde echter meer weten over ons bestaan hier op aarde en over God en dus besloot ik zelf maar de Bijbel te gaan lezen. Ik vroeg dus aan mijn moeder een Bijbel en kreeg als antwoord: “Welke Bijbel wil je?” Ik had zoiets van: “Hoezo welke Bijbel, zijn er meer dan?” Ja hoor, er was een kinderbijbel, een Bijbel voor grote mensen en nog ongeveer 300 andere exemplaren. Ik vond het allemaal maar raar, want waarom zou je verschillende manieren nodig hebben om de enige waarheid op te schrijven? Ik ben bij gebrek aan beter toch maar in één van de Bijbels begonnen. Hoewel ik het prachtige verhalen vond, kreeg ik ook na het lezen van de Bijbel geen logische antwoorden op mijn vragen.

Toen ik 13 was gingen we verhuizen en raakte ik heel goed bevriend met een Marokkaans meisje. Ik bracht bijna al mijn vrije tijd met haar door omdat het bij haar thuis met negen kinderen altijd zo gezellig was. Ik ging tussen de middag altijd bij haar eten, maar toen de Ramadhaan aanbrak werd er uiteraard door hen niet gegeten. Ik besloot toen om ongeveer een week stiekem mee te doen. Helemaal niemand wist dat ik vastte; ik durfde het zelfs niet tegen mijn vriendin te zeggen, omdat ik bang was dat zij zouden denken dat ik de Islaam niet serieus nam. Het ging me er ook meer om dat ik wilde kijken of ik het ook vol kon houden en het gaf mij op de één of andere manier het gevoel dat ik met iets goeds bezig was. Een jaar later heb ik meer dan twee weken van de Ramadhaan gevast en bijna altijd ging ik bij de schoonzus van mijn vriendin mijn vasten verbreken met heerlijke harira. Zij wist echter ook niet dat ik aan het vasten was, want ik ging overdag gewoon naar school en zij dachten dat ik daar gewoon at.

Op school kregen we in die tijd het vak levensbeschouwing, waarbij ook de Islaam aan bod kwam. Dit vak werd op school gegeven door een pastoor, maar Soebh’aan-Allaah, het leek wel of deze man moslim was. Ik had in mijn leven nog nooit iemand zo positief en mooi over de Islaam horen vertellen en heb me hierna nog vele malen afgevraagd waarom deze man geen moslim is geworden. Alles klonk me logisch in de oren: ik leerde over de vijf zuilen, over het leven van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), over de Qor-aan en nog veel meer. Diep in mijn hart had ik toen al het idee dat deze godsdienst mijn thuis was; dit was de waarheid. Voor het proefwerk over de Islaam haalde ik een dikke 10 en toen het Christendom werd behandeld haalde ik net een zesje, terwijl ik hard geleerd had. Ik begreep echter niks van al die theorieën over de drie-eenheid en hoe al die geschriften nu in elkaar zaten. Het was gewoon niet logisch en ik voelde dat het niet klopte.

Hoewel die leraar mijn liefde voor de Islaam had aangewakkerd, kreeg ik in het dagelijks leven echter een heel ander beeld van de Islaam. Omdat ik zo vaak bij mijn vriendin thuis was, zag ik ‘de Islaam’ in praktijk (hoewel dit eigenlijk de Marokkaanse cultuur was). Haar broers mochten alles en mijn vriendin en haar zussen mochten niks. Ik zag hoe oneerlijk en respectloos mijn vriendin werd behandeld door haar broers en verbaasde mij erover dat dit nu de mensen waren die ‘moslims’ waren. Verder zag ik het gedrag van haar zussen, die elke keer weer hun best deden om allerlei dingen te doen, die ze van hun broers niet mochten doen. Ze gingen stiekem naar de discotheek, naar houseparty’s, rookten stiekem en hadden vriendjes. Ze vroegen mij altijd of ik hen een alibi wilde verschaffen of dat ik met hen mee wilde gaan, maar ik deed hier nooit aan mee. Ik hield helemaal niet van disco’s, en roken en drinken vond ik vies en ik vond het veel gezelliger om mijn avond bij hen thuis door te brengen of een mooi boek te lezen. Ik was namelijk echt verslaafd aan studeren. Ik las elk boek dat ik voor ogen kreeg en ik vond elk onderwerp even interessant. Ik hield er niet van om mijn tijd te verdoen met onzinnige dingen en ik zag uitgaan als geldverspilling en een hoop blabla om niks. Mijn Marokkaanse vriendinnen en hun moeder maakte vaak zelfs grapjes dat ik de moslim leek en zij de niet-moslims, vanwege mijn gedrag. Door het beeld van de Islaam dat ik bij hen zag, kreeg ik het idee dat de Islaam misschien toch wel niet de waarheid was. Dit beeld werd versterkt door hetgeen de media over de Islaam liet horen. De Islaam kwam alleen ter sprake wanneer er een kind was ontvoerd, een vrouw door haar man werd geslagen of wanneer extremistische moslims anders gelovigen de keel doorsneden. En in het dagelijks leven zag ik alleen maar Marokkaanse meisjes die onder de verstikking thuis probeerden uit te komen.

Toen ik 18 werd veranderde er een hoop in mijn leven. Ik ging studeren aan de universiteit en ging op kamers in Eindhoven. Het studentenleven was echter niks voor mij. Ik was opgegroeid tussen de Marokkanen en miste hun warmte. Die studentjes hielden alleen maar van drinken en feesten en ik zag hen als een stelletje leeghoofden. Ik voelde me in het begin vrij alleen en stortte me geheel op mijn studie. Toen ik een tijdje in Eindhoven woonde, leerde ik echter enkele moslims kennen die meer praktiserend waren en mij heel veel vertelden over de Islaam. Zij namen voor mij boekjes mee, lieten mij de film over het leven van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zien en vertelden wat de Islaam werkelijk inhield. Ik begon diep in mijn hart steeds meer in te zien dat het beeld dat ik had van de Islaam niet het juiste was. Deze godsdienst was geen godsdienst die door mannen was gemaakt als excuus om vrouwen te onderdrukken, het gaf de vrouw juist een enorme status en werkelijke vrijheid. Toch was dit alles nog niet voldoende om mij te overtuigen moslim te worden.

Toen gebeurde er op een dag iets heel ergs in mijn leven, wat te persoonlijk is om verder op in te gaan. Ik was in mijn leven nog nooit zo bang geweest en ik wist niet wat ik moest doen. Er was niemand bij wie ik terecht kon, behalve één. Ik besefte me op dat moment dat de enige die mij kon helpen God was, maar ik wist niet hoe ik Hem om hulp moest vragen. Ik ben toen maar op een bidkleedje gaan staan (wat één van de moslims bij mij thuis had laten liggen) en besloot te gaan bidden. Ik wist alleen helemaal niet hoe! Ik had mensen vaak genoeg zien bidden, maar ik kende de bewegingen niet en ik wist ook niet wat je moest zeggen. Ik heb toen maar het Onze Vader (een christelijk gebed) opgezegd, terwijl ik op mijn bidkleedje zat en ik vroeg op mijn manier aan Allah, of Hij mij wilde helpen. Achteraf gezien moet het er vrij belachelijk hebben uitgezien. Een christen die op een islamitisch gebedskleedje een christelijk gebed opzegt en Allah om hulp vraagt. Maar Soebh’aan-Allaah, ik kreeg een gevoel over me heen dat ik nooit eerder had gevoeld. Ik voelde me echt veilig en kreeg een intens besef dat dit leven maar tijdelijk is en dat hetgeen mij was overkomen eigenlijk helemaal niks voorstelde.

Na deze gebeurtenis wist ik dat ik wilde bidden! Ik wilde dit gevoel vasthouden. Dit gevoel dat alle problemen op de wereld er niet toe doen, en dat alles in het niets verdwijnt bij het denken aan Allah de Verhevene. Ik wilde me volledig onderwerpen aan Hem en streven naar een leven om Hem te dienen, om zo in het Paradijs te komen. Ik heb vervolgens aan één van de moslims in mijn omgeving gevraagd hoe ik moest bidden. Ik kreeg echter als antwoord dat het geen nut had om te gaan bidden, zonder de shahaadah te hebben afgelegd. Mijn gebeden zouden anders vruchteloos zijn en ik zou er geen beloning voor krijgen. Dat was wel even slikken, want als ik de shahaadah zou afleggen, zou dat betekenen dat vanaf dat moment al mijn daden gingen tellen. En dat zou ook betekenen dat ik me aan allerlei andere regels moest gaan houden, terwijl ik eigenlijk alleen maar wilde bidden. Ik heb het toch gedaan, met tranen in mijn ogen en met angst in mijn hart, omdat ik niet wist waar ik aan begon.

In het begin vond ik het heel moeilijk om mijn dagelijks leven te combineren met de Islaam. Ik kende in het begin helemaal geen moslimzusters en ik vond het eng om naar de moskee te gaan. Ik had ook het idee dat ik de enige Nederlandse vrouw ter wereld was, die moslim was geworden. Ik had niemand waar ik echt mee kon praten over de Islaam en ik vroeg vaak aan Allah om mij in contact te brengen met andere zusters, die in dezelfde situatie zaten. In die tijd had ik eigenlijk een beetje een ‘gespleten persoonlijkheid’. Als ik thuis was voelde ik me moslim, maar als ik het huis verliet naar mijn werk of de universiteit, leefde ik mijn oude leven. Pas ongeveer een jaar na mijn shahaadah bezocht ik tijdens de Ramadhaan de moskee en raakte daar aan de praat met een zuster, die mij vertelde dat er lessen in de moskee werden gehouden voor Nederlandstalige moslimzusters. Ik ben daar toen naar toe gegaan en sinds die tijd begon mijn geloof echt te groeien.

Tot dat moment wist niemand dat ik moslim was geworden. Ik had het zelfs voor mijn eigen ouders geheim gehouden. Ik had op dat moment ook niet echt het idee dat het erg belangrijk was om het hen te vertellen, want dit was iets van mijzelf en niemand had hier iets mee te maken. Bovendien leidde ik mijn eigen leven en had ik nooit zulke diepzinnige gesprekken met mijn ouders over religie of iets dergelijks. Hoe meer ik kennis op begon te doen, hoe meer dit gevoel echter veranderde. Ik leerde over de schoonheid van de h’idjaab (hoofddoek) en ik kreeg het verlangen om de h’idjaab te gaan dragen. Maar het was uiteraard een beetje vreemd om opeens met een h’idjaab aan te komen, terwijl niemand in je omgeving weet dat je moslim bent. Daarom besloot ik dat het moment was aangebroken om mijn familie te vertellen dat ik moslim was geworden. Zij vatten het eigenlijk allemaal heel erg nuchter op en hielden rekening met de regels waar ik mij aan hield. Eén van mijn zussen zei nog wel: “Als je maar niet straks met zo’n hoofddoek aan komt zetten.” Iedereen moest er een beetje om lachen, maar dat lachen was snel over toen ik enkele maanden later inderdaad met een hoofddoek thuiskwam. Dit gebeurde tijdens de Ramadhaan, want ik kon het niet langer. Ik voelde me afschuwelijk om naar buiten te gaan zonder hoofddoek en mijn schoonheid aan iedereen tentoon te stellen. Ik had zelfs het idee dat mijn vasten zo helemaal niet geaccepteerd zou worden. De stap was echter zo enorm groot voor mij en ik zag zoveel valkuilen op de weg. Shaytaan (satan) had mij stevig in zijn greep.

Maar op de tweede dag van de Ramadhaan gaf Allah mij de kracht om shaytaan te verslaan. Ik was bezig met de voorbereiding van het eten en haalde iets uit de oven. Toen ik daarmee bezig was, verbrandde ik opeens mijn arm. Mijn huid kwam slechts enkele seconden in aanraking met de oven, maar er verscheen direct een enorme blaar op mijn arm. Toen schoot de volgende h’adieth door mijn hoofd (Nederlandstalige interpretatie): “Gedurende de laatste dagen van mijn oemmah (gemeenschap) zullen er vrouwen zijn die bedekt zijn, maar toch naakt zijn; zij zullen iets als kamelenbulten op hun hoofden hebben. Vervloek hen, want zij zijn vervloekt. Zij zullen het Paradijs niet betreden en zelfs niet de geur ervan ruiken, ondanks dat men de geur van het Paradijs van een grote afstand kan ruiken.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Ik dacht bij mezelf: “Soebh’aan-Allaah!” Ik kom enkele seconden in aanraking met een oven van slechts tientallen graden en dat doet al zo’n pijn. Laat staan dat ik in de Hel terecht kom, in het alles-verterende Vuur! Toen ik hieraan dacht, was ik het zat. Ik wilde toch het Paradijs bereiken! Waarom was ik dan zo slap en durfde ik niet gewoon uit te komen voor mijn religie? Ik besloot vanaf dat moment de h’idjaab te gaan dragen en ik zwoor dat ik hem nooit meer af zou doen. En ik zou niet één of ander knothoofddoekje of een uitvergrote haarband gaan dragen, maar een volledig bedekkende hoofddoek tot over de boezem. Mijn motto is altijd geweest, “als je iets doet, moet je het ook goed doen.” En ik kende inmiddels de meeste bewijzen en vereisten voor de h’idjaab. En weer een tijdje later begon ik met het dragen van h’idjaab. Er hebben in die tijd een hoop tranen gevloeid bij mijn familie, maar al-h’amdoellilaah, Allah versterkte mijn hart. Mijn enorme liefde voor de Islaam, en mijn geloof dat deze religie de enige waarheid is, deed mij doorzetten en uiteindelijk heb ik het allemaal overleefd, al-h’amdoellilaah. En het lijkt er soms zelfs wel op dat mijn omgeving mijn levenswijze begint te accepteren…

In shaa-e Allaah is nu de tijd gekomen dat mijn familie verder leert kijken dan een paar lappen stof en dat Allah hen zal leiden. Dit was mijn verhaal en ik hoop dat het bij jullie iets teweeg zal brengen, net zoals andere verhalen bij mij altijd iets teweeg brengen. Ik vraag Allah om mij en jullie standvastig te houden op de enige juiste weg van de Islaam, en ik smeek Hem om mijn lieve, maar ongelovige familie te leiden. Yaa Rabbie (O mijn Heer), yaa Rabbie… Er is geen macht en kracht buiten U…

Jullie zuster, Maryam

 

Meer bekeringsverhalen.