Zuster Khadiedjah

Mijn terugkeer naar Allah.

BekeringsverhalenMijn overgave aan Allah de Verhevene.

Na vaak verhalen gelezen te hebben van broeders en zusters die bekeerd zijn of teruggekeerd zijn naar de Islaam, dacht ik; het wordt eens tijd dat ik mijn ervaringen ook eens op een rijtje zet, zodat ik terug kan kijken naar mijn verleden en kan zien hoe groot de Genade van Allah is. Zelf kom ik uit een katholiek gezin waarin geloof eigenlijk niet of zelden ter sprake kwam, terwijl ik eigenlijk altijd wel geloofd had in een God. Ik ben zeer beschermd opgevoed, hetgeen ik mijn ouders zeer dankbaar ben, en kreeg ook veel belangrijke waarden en normen van ze mee. Alles ging goed met mij wal-h’amdoelillaah, ik was een ‘engelenkind’ zoals men ook wel eens zei.

Mijn houding tegenover de Islaam was echter iets heel anders; ik wilde hier absoluut niets vanaf weten en vond die mensen die dit geloof belijden maar vreemd. Als ik terugkijk naar die momenten dan verbaast mijn houding me niets, want wat wil je anders, wanneer je ziet dat de ‘moslims’ zich anders gedragen dan de Qor-aan ons voorschrijft. Wat ik zag was hardheid onder de moslims; mensen die geen respect tonen aan de medemens, mensen die op markten anderen opzij duwen om als eerste bij de tomaten te komen, mensen die hun blikken niet neer kunnen slaan, maar constant naar andere vrouwen staren en ze nafluiten wanneer ze voorbij lopen, mensen die bijeenkomen in cafés, mensen die hard op straat praten enzovoorts. Het zijn de moslims die de Islaam vertegenwoordigen en als je ziet dat een grote groep moslims zo een beeld achterlaat, dan kunnen we natuurlijk niet verwachten dat niet-moslims zich aangetrokken zullen voelen tot dit geloof (tenzij Allah anders bepaalt…).

Ondanks mijn negatieve beeld van de Islaam kwam ik toch in contact met Marokkaanse jongeren die zichzelf moslim noemden, maar waarbij het in praktijk toch wel anders uitzag. Ik trok veel met ze op, maar bleef ongeïnteresseerd in de Islaam. Integendeel, deze jongeren hadden meer negatieve invloed op mij dan positieve. Op een gegeven moment kreeg ik een verhouding met een Marokkaanse jongen, een ‘moslim’, zoals hij zichzelf omschrijft. Hij vormde echter precies het tegenbeeld van de Islaam; hij liet datgene na wat verplicht was en deed datgene wat verboden was. Zo was hij betrokken bij verschillende criminele activiteiten die elk mens met een klein beetje verstand zou verafschuwen. Ondanks dit bleef ik bij hem, ik verzorgde hem, kookte voor hem etc. Ik begon af en toe ook wel eens wat over de Islaam te lezen op het internet terwijl ik dacht dat ik ‘niet geïnteresseerd’ was. Het was mijn fitrah (natuurlijke aanleg) die hier tot uiting kwam. (Zie het artikel al-Fitrah, de natuurlijke aanleg.) Steeds vaker begon ik ook mijn vriend te adviseren te gaan bidden of een bezoekje te brengen aan de moskee, maar niet dat dit erg veel hielp. Mijn vriend maakte hierdoor wel opmerkingen die mij benauwden en die ik niet als prettig ervoer, zoals: “Als jij moslim zou zijn, dan zou je wel een hele goede moslim zijn.” Mooi niet! Daar wilde ik niet aan denken!

Ondanks dat ik het karakter had van een moslim en mijn vriend zo nu en dan goede adviezen gaf, werd ik steeds meer de diepte in getrokken, ik werd de zee in gesleurd, de zee der criminaliteit…

Ik merkte dat het steeds slechter met me ging en ik wilde een einde maken aan mijn relatie met hem, alleen wist ik niet hoe, ik was bang… Hij had me ooit gezegd dat ik van hem was en altijd van hem zou blijven, en mocht ik er ooit vandoor willen gaan dan zou hij me afmaken… Wat moest ik doen? Wat kon ik doen? Ik voelde me hopeloos en wilde mijn verhaal graag aan iemand kwijt, alleen ik wist niet aan wie. Zo veel betrouwbare mensen kende ik immers niet, aangezien ik bevriend was met de verkeerde mensen. Ik zocht mijn troost daarom in de muziek. Wanneer ik op bed lag, dacht ik vaak aan mijn benarde situatie en zei dan in mezelf: “Als er een God is, haal me dan uit deze rotzooi, en leid mij naar het juiste.” Ik kwam toen op het idee te gaan chatten met mensen op het internet, zij kenden me immers toch niet, dus daar kon ik mijn verhaal wel aan kwijt. Via internet kwam ik in contact met een broeder, die toentertijd net bezig was met de Islaam. Ik had behoefte om mijn hart bij iemand te luchten en ik deed dit dus bij hem. Ik vertelde hem mijn verhaal en ik ervoer aan zijn kant steun en mededogen.

Terwijl ik mijn contact op het internet met hem voortzette, ging ik weer verder met mijn zoektocht naar God, oftewel Allah. Ik begon steeds meer artikelen te lezen en printte artikelen over het gebed uit. Ik was zeer geobsedeerd door de manier waarop er in de Islaam gebeden wordt en wilde dit graag leren. Ik werkte datgene wat ik las over het gebed uit op een klein papiertje en legde het naast mijn ‘gebedskleed’ op de grond (ik wist helaas niet welke kant ik op moest bidden, dus richtte ik het maar ergens naartoe), zodat ik al spiekend op het blaadje het gebed oefende. Op het moment dat ik het gebed verrichtte, voelde ik de aanwezigheid van Allah de Almachtige en ik begon me steeds rustiger en sterker te voelen. De angst die ik had verdween. Ik had immers mijn vertrouwen in God gesteld: en is er dan een betere Beschermer dan Hij? Nee, inderdaad, laa hawla wa laa qoewwata illa billaah, er is geen kracht noch macht dan Allah.

Eindelijk kon ik de stap zetten, ik had mijn relatie met mijn Marokkaanse vriend verbroken met de hulp van Allah de Verhevene. Mijn interesse in de Islaam nam steeds meer toe en mijn drang om meer kennis te vergaren werd steeds groter. Ik sprak een dagje af met de broeder die ik via het internet leerde kennen, ik was samen met een vriendin, we stelden ons aan hem voor, voerden een gesprek over de Islaam en tenslotte gaf hij me de Qor-aan als geschenk. Voordat hij weg ging zei hij me nog: “Ga maar meteen naar huis, loop niet met de Qor-aan door de stad.” Ik was echter een beetje koppig en deed dit toch wel. Terwijl ik met mijn vriendin door het centrum wandelde, werden we door mijn ex de auto in gesleurd en vervolgens reed hij met ons weg. “Laat me eruit,” gilde ik nog, maar hij maakte me al snel duidelijk dat ik mijn mond moest houden voordat er erge dingen zouden gebeuren. Ondertussen was het al nacht en we werden naar een plaats gereden met alleen maar struiken en bomen om ons heen. “Kijk,” zei ik, “zie je dan niet!” Ik heb de Qor-aan in mijn handen, het Woord van Allah, vrees Allah daarom!” Hij besloot ons tenslotte te laten gaan… Ik weet dat het Allah de Verhevene was Die mij uit de klauwen van deze vijand redde, Glorieus en Verheven is Allah, de Heer der werelden…

Thuis aangekomen trof ik mijn ongeruste ouders aan: “Waar bleef je nou de hele tijd!?,” en de rest hoorde ik al niet meer, de beelden speelden nog steeds in mijn hoofd. Toen mijn ouders eindelijk tot rust waren gekomen, ging ik naar bed; eindelijk rust na zo’n zware dag…

Op een gegeven moment wist ik het voor mezelf, dit is het gewoon! Allaahoe Akbar! Ik wil me volledig overgeven aan Allah, ik wil moslim worden! Terwijl ik op mijn bed lag, sprak ik de getuigenis voor mezelf uit. Weer voelde ik de nabijheid van Allah de Verhevene, Hij was mijn getuige… Hij was mijn getuige bij mijn shahaadah dat er geen god is dan Hij en dat Moh’ammed Zijn boodschapper is. Vanaf dat moment veranderde alles in mijn leven. Ik kreeg een licht in mijn hart dat niet te beschrijven is. Slechts degenen die hetzelfde ervaren weten wat ik bedoel. Ik voelde steeds weer de nabijheid van Allah en Zijn liefde en barmhartigheid. En mijn verlangen naar Hem werd steeds groter. Ik besloot mijn ouders over mijn bekering in te lichten. Zelf dachten ze dat het een bevlieging was en dat het wel over zou gaan. Ik voerde vaak discussies met ze, maar wanneer ik ze weerlegd had, maakten ze me duidelijk dat ik de Islaam maar voor mezelf moest houden. Ondanks vele mislukte pogingen om mijn ouders te overtuigen, dankte ik Allah de Meest Barmhartige dat ik vrij was om mijn geloof thuis te praktiseren. Mijn ouders vonden het wel goed, zolang de buitenwereld er maar niet vanaf wist…

Ik voelde mijn imaan (geloof) alsmaar groeien en op een gegeven moment wilde ik de stap zetten naar de h’idjaab (hoofddoek). Maar ja, dan zou de buitenwereld het weten…ik besloot het daarom stiekem te doen, zonder dat mijn ouders het wisten. Wanneer ik een eind van huis vandaan was, deed ik hem op. Ik begon de eerste keer met de hoofddoek naar achteren geknoopt met een sjaal eroverheen, maar dit voelde bij mij niet prettig aan, dus stapte ik over naar de normale h’idjaab. En wat was ik gelukkig toen ik hem ophad! Het leek wel alsof ik de hele wereld aankon! Niets kon mij meer boeien, de mensen om mij heen niet, de jongeren bij mij op school niet, niemand! Ik voelde de blikken om mij heen, verbaasde blikken, arrogante blikken, maar dat boeide me niet, ik was al lang blij dat ik me kon bedekken, wal-h’amdoelillaah! Ik zat echter wel met een klein probleempje. Ik reed namelijk altijd met de bus naar school toe, maar op deze manier was het niet mogelijk voor mij om mijn h’idjaab op te doen, aangezien er veel mensen in de bus zaten die me kenden. Ik besloot daarom eerst een eind met de fiets te gaan, totdat ik bij een weide aankwam waar ik mijn hoofddoek op deed, tussen de koeien en de schapen. Ik plaatste mijn fiets vervolgens ergens bij een bushalte en zette mijn reis voort met de bus. Zo ging het telkens maar door, iedere dag. Totdat ik op een gegeven moment bezorgd werd, want wat als mijn ouders mijn fiets bij die bushalte aan zouden treffen? En iedere dag mijn hoofddoek opdoen in de weide, waar ik af en toe een blik opving van de boer uit de omgeving, was ook geen pretje. Ik smeekte daarom Allah de Verhevene om mijn weg van aanbidding, waaronder mijn weg tot de h’idjaab, te vergemakkelijken. En Heilig is Hij Die de gebeden van Zijn dienaren verhoort! Zeer kort daarna leerde ik een zuster in de bus kennen. Ze zat tegenover mij en keek me aan. “Jij bent Nederlands,” zei ze, “ben je moslim geworden?” Ik vertelde haar mijn verhaal. Op een gegeven moment bood zij me aan om mijn fiets iedere dag bij haar in de schuur te laten en mijn h’idjaab bij haar thuis op te doen. Soebh’aan Allaah (Glorieus is Allah)! Kijk hoe Allah Zijn dienaren helpt wanneer ze Hem oprecht smeken! Allaahoe Akbar. Maar ondanks dat zijn velen van ons ondankbaar, omdat alles vanzelfsprekend lijkt… Soebh’aan Allaah.

Ik bezocht mijn zuster elke ochtend wanneer ik naar school toe ging, plaatste mijn fiets bij haar in de schuur, deed mijn h’idjaab bij haar thuis op en verrichtte het gebed, en wanneer ik naar huis toe ging, deed ik alles bij haar af, pakte mijn fiets en fietste rustig weer naar huis toe. Een maand lang bleef dit zo doorgaan, totdat iemand uit mijn buurt mij herkende met mijn h’idjaab op… Al voordat ik thuis aankwam was de boodschap al bij mijn ouders overgebracht. “Jullie dochter is moslim geworden,” werd hen verteld, “we hebben haar met een hoofddoek op gezien.” Laaiend waren mijn ouders! Ze gooiden mijn hele kamer overhoop! Alle boeken over de Islaam die ik op mijn kamer had, mijn hoofddoeken, mijn gebedskleed, bandjes, cd’s, alles was weg! Het leek wel alsof er een oorlog was aangebroken en soldaten mijn kamer waren binnengevallen, zo vreselijk zag het eruit! Iedere dag werden vreselijke woorden over de Islaam naar mijn oren geworpen en mij werden vreselijke beperkingen opgelegd. Ik mocht niets meer, niet achter het internet, niet naar buiten, niet bidden, helemaal niets! Ik voelde me een gevangene in mijn eigen huis… Mijn ouders kwamen toen met een voorstel, dat klonk als een dreigement: “Je kunt kiezen, stoppen met die rotzooi of het huis uit!”

Terwijl mijn ouders even van huis waren, had ik mijn koffer al ingepakt, ik wilde weg, ik kon het thuis niet meer verdragen. Toch kwam er iets in mij op, dat me zei dat ik beter kon blijven, want waar moest ik naartoe? Natuurlijk is Allah de Verhevene mij geliefder dan al het andere, maar mijn ouders blijven mijn ouders en ik wist niet of ik ze wel kon verlaten. Toen mijn ouders terugkwamen, gaf ik ze mijn antwoord: “Ik stop ermee,” bracht ik met moeite naar buiten, terwijl mijn hart nog steeds bleef zeggen laa ilaaha iel-Allaah, Moeh’ammadoen rasoeloellaah. Ik besloot de Islaam verborgen voor ze te houden. Het was een moeilijke beslissing, maar ik weet dat dit een juiste beslissing is geweest. Ik heb het gevoel dat Allah de Alwetende mij het gevoel gegeven heeft dat ik beter thuis kan blijven en ik weet dat Allah Almachtig is en mij ooit uit deze benarde positie zal halen. En zo gaat het tot op de dag van vandaag nog steeds. Mijn gebeden verricht ik wanneer mijn ouders er niet zijn, of in de stilte van de nacht wanneer ik de aanwezigheid en de nabijheid voel van Allah de Almachtige. Soms voel ik me verdrietig omdat ik naar meer aanbidding streef en omdat ik ernaar streef om nog dichter bij Allah de Verhevene te zijn, terwijl ik thuis belemmerd word en me niet geheel kan uiten. Ook wanneer ik op straat loop en zusters zie die de h’idjaab niet dragen, voel ik me verdrietig en dan denk ik: “Soebh’aan Allaah, jullie hebben de mogelijkheid en de steun van jullie ouders, maar jullie doen het niet, terwijl ik het zooo graag wil, maar het voor mij niet mogelijk is!” Tenzij ik er natuurlijk voor kies om weg te gaan bij mijn ouders, maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Ik blijf hopen op de Genade van Allah, omdat ik weet dat Hij voor mij een uitweg zal vinden. Ik weet dat na tegenspoed voorspoed komt en ik weet dat Allah met de geduldigen is. Daarom vraag ik Allah mij en mijn broeders en zusters overal in de wereld geduld en standvastigheid te schenken tot aan de Dag dat we Hem zullen ontmoeten, de Dag waarop rijkdom en kinderen ons niet zullen baten, slechts hij die Allah met een vredig hart ontmoet…

“O mensheid! Vrees jullie Heer! Waarlijk, de beving van het Uur is een geweldig iets. De dag dat jullie haar (de beving) zullen zien zal elke zogende vrouw haar zuigeling vergeten (door de verschrikkingen) en elke zwangere vrouw zal een miskraam krijgen en jij zult de mensen dronken zien terwijl zij niet dronken zijn, maar de kwelling van Allah is zwaar!” [Soerat al-H’addj (22), aayah 1-2.]

Khadiedjah

 

Meer bekeringsverhalen.