Zijn er PlayStations in al-Djennah?

 Kruip in de huid van je kind.

PlaystationGeschreven door Umm Ismail; vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Toen mijn zoon nog jong was, vroeg hij of ik wist of er PlayStations zijn in al-Djennah (het Paradijs). Want echt, als er geen PlayStation zou zijn, dan twijfelde hij of hij er nog wel naar toe wilde gaan. Terwijl ik dacht dat ik redelijk wat kennis had, was ik me ook bewust dat mijn reputatie als zijn voornaamste informatiebron nu op het spel stond.

Dus ik dacht heel goed na hoe ik zou antwoorden.

Zijn vraag deed me aan een andere denken, enkele decennia eerder, toen ik een kind was. Ik ging naar een madressah (islamitische school), samen met een oudere tante die mij ’s middags na school privéles gaf. Toen ik begon met de middelbare school, vertelde ze mij dat ik spoedig moest beginnen met het dragen van de h’idjaab. Dit was in de jaren ’80 – Zuid-Afrika was in de greep van de laatste bloedige greep van institutionele apartheid, het regenboogvolk was nog niet geboren en het dragen van een hoofddoek was geen optie op mijn school.

Ik was 12 en eigenwijs, dus ik vroeg haar waarom en of ik het ook naar school moest dragen. Ik kende andere meisjes die de hoofddoek droegen, maar zij deden de hoofddoek meteen af bij de schoolingang om het pas weer aan te doen wanneer zij naar huis gingen. Zij antwoordde dat het oké was, aangezien de h’idjaab voor je eigen bescherming was en op school waren de meisjes beschermd (van wat?, vroeg ik me af!).

Omdat het dragen van de h’idjaab verplicht was, moest er zeker ook een goede reden zijn, beredeneerde mijn puberale brein. Ik vroeg ook waarom het oké is om de h’idjaab te dragen aan de ene kant van de schoolmuur en onnodig aan de andere kant. Ik besloot de h’idjaab nooit te dragen – tot enkele jaren later, toen ik 17 was, toen was het heel logisch!

Als onze kinderen ons vragen over islamitische principes, ethiek of concepten, dan vinden we het vaak moeilijk om hun interesses rechtdoorzee te behandelen. We reageren ofwel met ijdele verontwaardiging, of soms onderschatten wij hen beminnelijk, terwijl we hen puntsgewijs informeren over wat toegestaan is en wat niet.

Maar onze kinderen zijn geen programmeerbare miniatuur versies van volwassenen die – na enkele basisinstructies – vijf keer per dag bidden, de Qor-aan gaan memoriseren en de doe’aa-e (smeekbede) voor en na het eten niet vergeten etc. Als volledige menselijke wezens, begiftigd met een gezonde nieuwsgierigheid en een groeiend intellect, dienen zij erbij betrokken te worden, er dient met hen gesproken te worden en soms dienen hun ondoordachte opvattingen gecorrigeerd te worden. Over hun onzekerheden – absurd of verstandelijk – dient ook nagedacht te worden.

De Qor-aan moedigt ons voortdurend aan na te denken en om ons ‘aql (verstand) te gebruiken (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij lieten werkelijk daarvan een duidelijk teken achter voor een volk dat nadenkt.” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 35.] Alsook: “En Hij is Degene Die doet leven en doet sterven en aan Hem behoort de opeenvolging van de nacht en de dag. Begrijpen jullie dan niet!?” [Soerat al-Moe-eminoen (23), aayah 80.]

Ondanks dit, kiezen we er telkens voor om ons niet te haasten om logisch na te denken, noch verwachten we dit van onze kinderen. Ironisch genoeg verwachten we van hen dat zij … doen zoals hun voorouders deden … en het geloof erven dat we soms volgen zonder al te veel na te denken. Waarom?

Wellicht komt dit omdat we aannemen dat het willen begrijpen van de essentie van een goddelijke instructie gelijk is aan het betwijfelen van de geldigheid ervan. Misschien, meer wel dan niet, begrijpen we zelf de logica en wijsheid erachter niet. Maar moet dit zo zijn?

‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) onderwees ons, en dit is ook gezegd door de opvoedkundige Ken Robinson, dat we onze kinderen opvoeden in een andere tijd dan de onze; in feite voor een toekomst die vooralsnog vrij onduidelijk is. Om hen te laten groeien in de toezichthouders die Allah de Verhevene bedoeld heeft, dient hun geloof op een natuurlijke wijze te groeien; want geloof kan, in tegenstelling tot oma’s antieke kopjes, niet doorgegeven worden aan toekomstige generaties.

Hun eerste stappen in de wereld van betekenis en waarden dienen bezield te zijn met de voortdurende waardering van de goddelijke Aanwezigheid (Allah ziet, hoort en weet alles). De verankering van dit primaire bewustzijn begint bij een baby door de adzaan (oproep tot het gebed) in het oor van de pasgeborene te fluisteren, waarna het zich in het hart nestelt als een klein zaadje, om tactvol gevoed te worden met liefde en geduldig begrip (en een gezonde dosis humor). De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bracht niet voor niets de eerste 13 jaar door in Mekkah dit zaadje voedend – het ontbloeien van dit zaadje is wat het moment van gemeenschappelijke loutering jaren later mogelijk maakte, toen de moslims opgedragen werden om de smet van alcohol uit hun levens weg te wassen. In de woorden van mijn tiener: “Hoe gaaf was dat!?”

Als we willen dat onze kinderen behoren tot degenen die “streden met hun bezittingen en hun levens” [soerat at-Tawbah (9), aayah 88] en tot de groep die “uitnodigt tot het goede en die al-ma’roef (het deugdzame) beveelt en die al-moenkar (het verwerpelijke) verbiedt” [soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 104] en kinderen “van wie Hij houdt en zij houden van Hem” [soerat al-Maa-idah (5), aayah 54), dan moeten we hen aanmoedigen om in de Qor-aan antwoorden te vinden op hun vragen. Laten we onze kinderen van jongs af aan aanmoedigen om na te denken over en verwonderd te zijn door het universum buiten (en in) ons en dan de Koranische ethos (levenshouding, ethisch waardesysteem) daarmee verweven. (Zie o.a. Verhalen voor kinderen die nadenken.) Dit zal hen in staat stellen de Islaam met begrip en liefde te zien en praktiseren, in plaats van dat zij de Islaam zien als een set van mechanische (plichtmatige) handelingen, of onnadenkend herhalen van de verzen van de Qor-aan zonder passie en affectie.

Er is tegenwoordig GEEN excuus om ons niet in te spannen om onszelf te onderwijzen. We hebben overvloedig toegang tot boeken, het internet, YouTube, lessen en lezingen. Inderdaad, het is onze onbetwistbare plicht als ouders om een voorbeeld te zijn wat betreft het verlangen naar authenticiteit, om samen met onze kinderen na te denken en om goed onderzochte en wijze antwoorden te vinden op hun vragen zoals: waarom zijn we eigenlijk hier? Als Allah de Verhevene daadwerkelijk zo Barmhartig is, waarom lijden mensen dan? Wat gebeurd er met aardige atheïsten? En … zijn er PlayStations in al-Djennah?

Terug naar mijn zoon. Ik legde hem uit dat aangezien ik niet in al-Djennah geweest ben, ik hem natuurlijk geen details kon geven. Maar wat ik met zekerheid kon zeggen is dat al-Djennah een plaats is waar we onvoorstelbaar gelukkig en tevreden zullen zijn. Ik vroeg hem om het meest leuke moment van zijn leven in herinnering te halen en om dat te vermenigvuldigen met een miljoen (woorden als ‘miljoen’ maken altijd indruk op kinderen) – en als dat betekent dat er een PlayStation zal zijn, dan zal er een versie van een PlayStation op hem wachten. Hij knikte begripvol en sprak er nooit meer over, tevreden met het antwoord van zijn moeder en de wetenschap dat zij duidelijk de persoon was om naar toe te gaan wanneer belangrijke kwesties zijn gedachten in beslag nemen.

Hij is nu 15 jaar, en laatst herinnerde hij zich verlegen dit incident en zei: “Mam, kun je geloven dat ik echt dacht dat al-Djennah vol met PlayStations en spelletjes zou zijn?” Giechelend en ondeugend voegde hij toe: “Nu weet ik dat het vol met mooie meisjes zal zijn!,” waarna hij snel verdween voordat ik gechoqueerd kon reageren. Zucht… ik denk dat de “sla je ogen neer” toespraak al te laat is …

 

Relevante artikelen:

Het opvoeden van moslimkinderen & seksuele voorlichting in de Islam

Wees niet te streng voor je kinderen

Als ik groot ben wil ik Abu Bakr worden!

Verhalen voor kinderen die nadenken (diverse verhalen)

Huwelijk/Familie (diverse artikelen)