Zij is mijn zus

Ben jij goed voorbereid?

Zij is mijn zusDoor Muhammad Alshareef.
Nederlandse vertaling door Oem Dja’far.

Haar wangen waren versleten en ze was broodmager; haar huid omstrengelde haar botten. Dit hield haar niet tegen om met de Islam (al-Islaam) bezig te zijn, want je trof haar nooit zonder dat zij de Koran (al-Qor-aan) aan het lezen was. Ze was altijd aanwezig in haar persoonlijke gebedsruimte die onze vader voor haar had aangelegd. Buigen, knielen, haar handen opgeheven in het gebed, dit was wat zij deed van zonsopgang tot zonsondergang en andersom; verveling was iets voor andere mensen.

Wat mij betreft, mijn begeerte ging naar niets anders dan modebladen en romans. Ik trakteerde mezelf op video’s totdat het tripje naar de videotheek mijn handelsmerk werd. Er wordt gezegd dat wanneer iets een gewoonte wordt, dat mensen je door deze gewoonte gaan onderscheiden. Ik was nalatig in mijn verantwoordelijkheden, en mijn gebeden werden gekarakteriseerd door luiheid.

Eens, nadat ik enkele films had gekeken, deed ik de video uit en het was al laat in de nacht. Ik kroop vreedzaam onder mijn deken.

Haar stem riep me vanuit haar gebedsruimte. “Ja? Heb je iets nodig Nora?” vroeg ik.

Met een scherpe naald verknalde ze mijn plannen. “Ga niet slapen voordat je salaat al-fadjr (het ochtendgebed) hebt gebeden!”

“Agghh! Het duurt nog een uur voordat het fadjr is!,” zei ik.

Op haar eigen liefdevolle opdringerige manier riep ze mij dichter bij haar. Zo was ze al voordat die krachtige ziekte haar mentaliteit op zijn kop zette en haar in haar bed opsloot. “Hanan, kun je even bij me komen zitten?”

Het was altijd al onmogelijk geweest voor mij om haar verzoeken af te wijzen; je kon haar zuiverheid en oprechtheid bijna aanraken. “Ja, Nora?”

“Wil je alsjeblieft even hier zitten?”

“Oké, ik zit al. Wat is er aan de hand?”

Met de zoetste stem begon ze te reciteren (Nederlandstalige interpretatie): “Elke ziel zal de dood proeven (#1); en waarlijk, slechts op de Dag der Opstanding zullen jullie je beloning volledig ontvangen…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 185.]

<<<(#1) Noot uwkeuze.net: de geschapen ziel sterft niet, maar wanneer de ziel gescheiden wordt van het lichaam dat sterft, ervaart de ziel de dood. Zie de artikelen De dood en De ziel – maak kennis met je ware zelf.>>>

In gedachten verzonken stopte ze. Toen vroeg ze: “Geloof jij in de dood?”

“Natuurlijk,“ antwoordde ik.

“Geloof je dat je verantwoording zult moeten afleggen voor elke daad die je verricht, ongeacht hoe groot of hoe klein?”

“Dat geloof ik, maar Allah is Vergevingsgezind en Genadig, en ik heb nog een lang leven voor me.”

“Hou op Hanan! Ben je niet bang voor de dood en haar onverwachtheid? Kijk eens naar Hind. Zij was jonger dan jij en zij stierf in een auto-ongeluk. De dood is leeftijdsblind, je leeftijd zou nooit een afmeting moeten zijn van wanneer je zult sterven.” (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Graf dood

 

De duisternis van de kamer vulde mijn huid met angst. “Ik ben bang in het donker en nu maak jij mij bang voor de dood! Hoe moet ik nu gaan slapen? Nora, ik dacht dat jij beloofd had met ons op vakantie te gaan deze zomer.”

Haar stem haperde en haar hart trilde. “Misschien ga ik op een lange reis dit jaar Hanan, maar ergens anders naar toe. Al onze levens zijn in de Handen van Allah de Verhevene en we behoren allemaal aan Hem toe.“

Mijn ogen werden nat en de tranen gleden van mijn wangen. Ik piekerde over de schrikbarende ziekte van mijn zus. De artsen hadden mijn vader in het geheim verteld dat er geen hoop meer bestond dat Nora de ziekte zou overleven. Niemand had dit aan haar verteld, dus ik vroeg me af wie haar een aanwijzing had gegeven. Of was het zo dat ze de waarheid aanvoelde?

“Waar denk je aan, Hanan?” Haar stem was scherp. “Denk je dat ik dit alleen maar zeg omdat ik ziek ben? Ik hoop het niet. In feite zou ik langer kunnen leven dan mensen die niet ziek zijn. Hoe lang zul jij nog leven, Hanan? Misschien twintig jaar? Of veertig? En dan?” In het donker reikte ze naar mijn hand en ze kneep me zachtjes. “Er bestaat geen verschil tussen ons; we zullen allemaal deze wereld verlaten om in het Paradijs te leven of te kwellen in de Hel. Luister naar de Woorden van Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “…Wie dan van het Vuur verwijderd wordt en het Paradijs wordt binnengeleid, is werkelijk succesvol…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 185.]

<<<Noot uwkeuze.net: Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Een plaats in het Paradijs zo klein als wat in beslag genomen wordt door een zweep, is beter dan de wereld en al hetgeen op zijn oppervlakte is. Lees als jullie willen: ‘Wie dan van het Vuur verwijderd wordt en het Paradijs wordt binnengeleid, is werkelijk succesvol.’ (Overgeleverd door at-Tirmidzie.)>>>

Overdonderd verliet ik de kamer van mijn zus, haar woorden bonsden in mijn oren: “Moge Allah jou leiden, Hanan – vergeet je gebed niet.”

Ik hoorde gebeuk op mijn deur om acht uur in de morgen. Ik word normaal niet rond deze tijd wakker. Er heerste gehuil en verwarring. O Allah! Wat is er gebeurd?

De toestand van Nora werd na de fadjr kritiek; ze is met spoed naar het ziekenhuis gebracht.

“…Inna lillaahi wa inna ilayhi radji’oen (waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 156.]

Er zal geen reis zijn deze zomer. Het is voorbeschikt dat ik de zomer thuis doorbreng.

Tegen de tijd dat het een uur in de middag was, leek er een eeuwigheid voorbij te zijn gegaan. Mijn moeder belde het ziekenhuis.

“Ja. U kunt nu bij haar komen.” De stem van mijn vader was veranderd en mijn moeder voelde aan dat er iets fout was gegaan. We vertrokken onmiddellijk.

Waar was die straat waar ik altijd doorheen liep en die zo kort leek? Waarom was de straat nu dan zo lang? Waar was die geliefde menigte en verkeer die mij een kans boden naar rechts en links te staren? Iedereen, ga gewoon uit de weg!

Moeder schudde haar hoofd in haar handen, huilend terwijl ze een smeekbede deed voor Nora. We kwamen aan bij de hoofdingang van het ziekenhuis. Een man was aan het kreunen, terwijl een andere betrokken was bij een ongeluk. De ogen van een derde man waren ijzig. Je kon niet zeggen of hij leefde of dood was.

Nora lag op de intensive care. We sprongen de trappen op naar haar afdeling. De zuster benaderde ons. “Ik zal jullie bij haar brengen.”

Terwijl we de gang verder afliepen, bleef de zuster maar vertellen wat voor lieve meid Nora was. Ze wist mijn moeder enigszins gerust te stellen dat de toestand van Nora verbeterd was sinds de ochtend. “Sorry. Niet meer dan één bezoeker tegelijk,” zei de zuster.

Dit was de intensive care afdeling. Langs de witte gordijnen, door het kleine raampje in de deur, ving ik een glimp op van de ogen van mijn zus. Moeder stond naast haar. Na ongeveer twee minuten kwam mijn moeder naar buiten, niet in staat om haar tranen te stoppen. “Je mag naar binnen om haar te groeten op voorwaarde dat je niet te lang met haar blijft praten, twee minuten moet genoeg zijn,” vertelden ze me.

“Hoe is het met je, Nora? Vannacht ging alles goed met je, mijn zus, wat is er gebeurd?”

We hielden elkaars handen vast; ze kneep me onschuldig. “Zelfs nu, al-h’amdoelillaah, gaat het goed met me.”

Al-h’amdoelillaah…maar…je handen zijn zo koud.”

Ik zat daar langs haar bed en rustte mijn vingers op haar knie. Ze trok het weg. “Sorry, deed ik je pijn?”

“Nee, ik moest aan de Woorden van Allah de Verhevene denken (Nederlandstalige interpretatie): ‘En (wanneer) het ene been over het andere been gelegd wordt.’” [Soerat al-Qiyaamah (75), aayah 29.]

<<<Noot uwkeuze.net: d.w.z., het leven is uit zijn benen getreden, en zijn scheenbenen zijn verhard en kunnen hem niet meer dragen, terwijl hij daarop overal naartoe liep. De ziel verlaat als eerst de benen, waarna ze koud worden vóór de rest van de lichaamsdelen. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)>>> (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

De dood wp2

 

“Hanan, bid voor mij. Wellicht ontmoet ik de eerste dag van het Hiernamaals heel gauw. Het is een lange reis en ik heb niet genoeg goede daden verzameld in mijn koffer.”

Een traan ontsnapte uit mijn oog en viel langs mijn wang toen ze dit zei. We huilden samen. De kamer om ons heen werd wazig en liet ons twee zussen samen huilen. Stroompjes van tranen maakten de handpalmen van mijn zus die ik met mijn handen vasthield vochtig. Mijn vader werd nu nog bezorgder om mij. Nooit eerder heb ik zo gehuild.

Thuis en boven in mijn kamer, zag ik de zon verdwijnen met een pijnvolle dag. Stilte overheerste in onze gangen. Mijn neven liepen mijn kamer binnen, de een na de ander. Er waren vele bezoekers en alle stemmen beneden waren diep getroffen. Er werd maar een ding duidelijk op dat moment – Nora was overleden!

Ik onthield niet meer wie er kwam en wie er ging. Ik weet niet meer wat ze zeiden. O Allah! Waar was ik? Wat gebeurde er? Ik kon niet eens meer huilen.

Later die week kreeg ik te horen wat er gebeurd was. Mijn vader had me bij de hand genomen om voor de laatste keer afscheid te nemen van mijn zus. Ik kuste Nora’s hoofd.

Ik dacht maar aan een ding terwijl ik haar op dat bed zag liggen – het bed waarin zij zou sterven. Ik herinnerde me het vers dat ze reciteerde (Nederlandstalige interpretatie): “En (wanneer) het ene been over het andere been gelegd wordt.”

En ik kende de waarheid maar al te goed van het vers dat erop volgde (Nederlandstalige interpretatie): “Naar jouw Heer (Allah) alleen is op die Dag het voortdrijven.” [Soerat al-Qiyaamah (75), aayah 30.]

Die nacht ging ik op gespannen tenen naar haar gebedsruimte. Starend naar de kalme ladekasten en de rustige spiegels; ik had de persoon lief die de baarmoeder van onze moeder met mij deelde. Nora was mijn tweelingzus.

Ik herinnerde mij met wie ik leed had gedeeld, wie mij opfleurde op een regenachtige dag. Ik herinnerde mij degene die bad voor leiding voor mij en wie zo veel tranen liet stromen en zoveel nachten doorbracht terwijl zij me vertelde over de dood en ieders verantwoordelijkheid. Moge Allah de Verhevene ons allemaal redden. Amien.

Dit is de eerste nacht die Nora zal doorbrengen in haar graf. O Allah! Wees haar genadig en verlicht haar graf. Dit was haar moesh’af en haar gebedskleed. En dit was de roze lentejurk waarover ze me vertelde, ze zou de jurk verstoppen voor als ze ging trouwen; de jurk die ze alleen voor haar man wilde bewaren.

Ik dacht aan mijn zus en huilde om alle dagen die ik was kwijtgeraakt. Ik bad tot Allah de Verhevene om mij genadig te zijn, mij te accepteren en mij te vergeven. Ik smeekte Allah om haar sterk te maken in haar graf, iets wat zij zelf altijd graag in haar smeekbeden noemde.

Op dat moment stopte ik. Ik vroeg me af: wat als ik degene was die gestorven was!? Welke richting zou ik op gedreven worden? Angst overmande me en de tranen begonnen weer helemaal opnieuw.

Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar…” De adzaan (oproep tot gebed) klonk zachtjes uit de masdjid (moskee). Het klonk zo mooi deze keer. Ik voelde me kalm en ontspannen terwijl ik de woorden van de oproep herhaalde. Ik deed de h’idjaab om mijn schouders en stond op voor het fadjr-gebed. Ik verrichtte het gebed alsof het mijn laatste gebed was, een afscheidsgebed, zoals Nora het gisteren deed. Het was haar laatste fadjr.

Nu, en in shaa-a Allaah voor de rest van mijn leven, als ik ontwaak in de ochtend zal ik er niet op rekenen dat ik die avond nog zal leven, en in de avond zal ik er niet op rekenen dat ik die ochtend nog zal leven. We zullen allemaal de reis van Nora afleggen. Wat hebben we voorbereid voor deze reis?

En tot Allah keren wij allemaal terug.

 

Relevante artikelen:

De dood

Vaarwel mijn geliefde

In een Afrikaans bos

Wees in dit leven als een vreemdeling of een reiziger

Het islamitische oordeel over degene die niet bidt

 

(Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

toekomst