Zeg niet dat zij dood zijn

Martelaren leven!

ShahiedMoh’ammad al-Amien as-Shanqietie (overleden 1392 H.) – Adwaa-oe l-Bayaan (10/21-23). Vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En zeg niet over degenen die gedood zijn op de weg van Allah: ‘Zij zijn dood.’ Nee (integendeel)! Zij leven, maar jullie nemen (dat) niet waar!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 154.]

<<<Noot van vertaler. Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En denk niet dat degenen die gedood zijn op de weg van Allah dood zijn. Nee! Zij leven bij hun Heer waar zij voorzien worden!” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 169.] Imaam Ah’med leverde over dat Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Geen ziel die een goede status heeft bij Allah en overlijdt, zou willen terugkeren naar (het leven van) deze wereld, behalve de martelaar. Hij zou terug willen keren naar dit leven zodat hij nogmaals gedood kan worden, door de voortreffelijkheden die hij ervaart door het martelaarschap.” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Dit vers is een duidelijk bewijs dat de martelaren (diegenen die gedood zijn op de weg van Allah) niet dood zijn. Doch in een ander vers zegt Allah de Verhevene, terwijl Hij spreekt tot de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), die beter is dan enige martelaar (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, jij (O Moh’ammed) zult sterven, en waarlijk, zij zullen sterven.” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 30.]

Het antwoord hierop (op deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid) is: de martelaren zijn dood vanuit een werelds oogpunt, daarom kan men van hen erven en kunnen hun vrouwen hertrouwen – een punt waar de geleerden idjmaa’ (consensus) over hebben. Het is deze dood, de wereldse dood, waarover Allah de Verhevene geïnformeerd heeft dat deze zal plaatsvinden met betrekking tot de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Dit is waarom Aboe Bakr as-Sedheeq (moge Allah tevreden zijn met hem) zei, toen de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) overleed: “Moge mijn moeder en vader geofferd worden voor u, O profeet van Allah! Bij Allah! Allah zal nooit twee doden (d.w.z. het twee keer overlijden) voor u combineren. U bent de dood gestorven die Allah voor u bepaald heeft… Eenieder die Moh’ammed aanbidt, laat hem weten dat Moh’ammed dood is.” Vervolgens benadrukte hij dit door bovenstaand vers te reciteren, en de metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) accepteerden dit. [Overgeleverd door al-Boekhaarie, van ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar).]

Wat betreft het leven dat Allah in de Qor-aan bevestig voor de martelaren, en het leven dat voor de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bevestigd is, waarin hij in staat is om de begroeting van salaam te beantwoorden voor iedereen die hem met deze begroeting groet, beiden verwijzen naar het leven van de barzakh (een toestand van bestaan tussen het huidige leven en het Hiernamaals); een bestaan dat niet echt begrepen kan worden door de mensen van deze wereld (wat in het graf plaatsvindt) (#1). Er is hiernaar een verwijzing met betrekking tot de martelaren in Allahs Uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “…Nee (integendeel)! Zij leven, maar jullie nemen (dat) niet waar!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 154.]

<<<(#1) Zie het boek van sheikh H’oesayn al-‘Awaayshah, “al-Qabr – het Graf: zegeningen en bestraffingen”, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah – www.momtazah.net.>>>

Ook al werden de martelaren gedood in dit leven, hun zielen leven en ontvangen voorzieningen in de verblijfplaats van het Eeuwige Leven, terwijl anderen in hun graven verblijven. Moeslim leverde in zijn Sah’ieh’ over dat Masroeq zei: “Wij vroegen ‘Abdoellaah over deze aayah, en hij zei: ‘Wij stelden de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dezelfde vraag en hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Hun zielen bevinden zich in groene vogels die lampen bezitten, die hangen onder aan de Troon (van Allah), en zij dolen rond in het Paradijs waarheen zij maar willen. Vervolgens keren zij terug naar die lampen. Allah kijkt naar hen en zegt: ‘Wensen jullie iets?’ Zij zeggen: ‘Wat kunnen wij nog meer wensen, terwijl we gaan waarheen we maar willen in het Paradijs.’ Allah stelde hen deze vraag drie keer, en toen zij beseften dat Hij hen zou blijven vragen totdat zij een antwoord gaven, zeiden zei: ‘O Heer! Wij wensen dat onze zielen teruggebracht worden naar onze lichamen zodat we nog een keer voor Uw Zaak gedood worden.’ Allah weet dat zij geen andere wens hebben, dus laat Hij hen.’” [Er zijn verschillende andere vergelijkbare overleveringen van Anas en Aboe Sa’ied (moge Allah tevreden zijn met hen).]

Wat betreft het leven dat is bevestigd voor de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), daarover zei hij (Nederlandstalige interpretatie): “Er is niemand die de vredesgroeten aan mij richt of Allah zendt mijn ziel terug totdat ik hun begroeting beantwoord heb.” [H’asan: overgeleverd door Ah’mad (nr. 10817), van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem). Het is authentiek gekwalificeerd door Ibn Taymiyyah in zijn Madjmoe’ Fataawaa (1/233).]

En (Nederlandstalige interpretatie): “Allah heeft engelen die over de aarde zwerven, ze geven mij de zegeningen door van mijn oemmah (gemeenschap).” (An-Nasaa-ie, al-H’aakiem. Zie ook al-Albaanie, Sah’ieh’ an-Nasaa-ie.)

<<< De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wanneer iemand de zegeningen van Allah voor mij vraagt (#2), Allah laat mijn ziel terugkeren zodat ik zijn begroeting kan beantwoorden.” [Aboe Daawoed. Zie ook al-Albaanie, Sah’ieh’ Aboe Daawoed (h’adieth h’asan: een goede overlevering).] (#2) Door te zeggen als hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) genoemd wordt: sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam (= Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).>>>

Aldus kan dit leven (in al-barzakh) niet echt begrepen worden door het beperkte verstand van de mensen in dit tijdelijke wereldse leven. De ziel van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) verblijft nu in het hoogste gedeelte van het Paradijs, in het gezelschap van het beste gezelschap; een gezelschap beter dan de zielen van de martelaren. Doch is de werkelijkheid van hoe zijn zuivere ziel zichzelf verbindt met zijn edele lichaam – wat de aarde niet kan verteren (#3) – een werkelijkheid die niemand kent behalve Allah de Verhevene.

<<< (#3) De metgezellen vroegen aan de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem): “Hoe kunnen wij de vredesgroeten naar u zenden terwijl uw lichaam vergaan is?” De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) antwoordde (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah verbood de aarde om de lichamen van de profeten te verteren.” [Sah’ieh’: overgeleverd door Aboe Daawoed (nr.1047), van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem). Deze h’adieth is authentiek verklaard door sheikh al-Albaanie in zijn Takhriedjoe l-Mishkaat (nr. 1361).]>>>

De Qor-aan geeft expliciet aan dat deze toestand van leven niet werkelijk begrepen kan worden door de mensen van deze wereld, want Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…maar jullie nemen (dat) niet waar!”

Wat dit enigszins kan verduidelijken, is het voorbeeld van iemand die ligt te slapen. De toestand van iemand die slaapt is op vele manieren anders dan de toestand van iemand die wakker is, waaronder het feit dat de persoon die slaapt dromen waarneemt en van alles kan ervaren/meemaken (d.w.z. zijn ziel neemt dit waar en ervaart dit) wat iemand die wakker is niet kan waarnemen. En Allah weet het best.

Ibn al-Qayyim zei: “Het is ook bevestigd dat de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de profeet Moesaa (Mozes) (vrede zij met hem) zag bidden in diens graf tijdens de nacht van al-israa-e (de nachtelijke reis), en hij zag hem ook (tijdens diezelfde nacht) in de zesde of zevende hemel. [Overgeleverd door Moeslim (7/102).] Dus de zielen van profeten en martelaren zijn op de ene plaats en verbonden aan hun lichamen, die verblijven in hun graven. De werkelijkheid van deze toestand kan niet begrepen worden door mensen van deze stoffelijke wereld. Aldus is er geen tegenstrijdigheid tussen deze twee zaken, aangezien de kwestie van de ziel een ding is en de kwestie van het lichaam een andere.” (Kitaaboe r-Roeh.)

Hieruit blijkt dus dat er in de barzakh, dat hiervoor genoemd is, een leven is waarvan de realiteit niet bekend is bij de mensen van deze wereld. Allah de Verhevene zegt hierover (Nederlandstalige interpretatie): “…Nee (integendeel)! Zij leven, maar jullie nemen (dat) niet waar!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 154.]

En volledige en perfecte kennis is alleen bij Allah.

 

Martelaren zijn niet dood, maar leven!

Martelaren zijn niet dood, maar leven!

 

(Klik op bovenstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

Relevante artikelen:

De ziel – maak kennis met je ware zelf

Jihad in de Islam

Fataawaa van enkele grote geleerden over zelfmoordaanslagen

De dood

Gaan kinderen die jong sterven naar het Paradijs of de Hel?