Wij willen een kerstboom!

Voed jouw kinderen islamitisch op.

KerstboomGeschreven door Khadijah Stephens.
Vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Zie ook de video onder aan deze pagina: The Origins of Christmas (Engels).

Alle lof is voor Allah, en vrede en zegeningen zijn met de boodschapper Moh’ammed, zijn familie, metgezellen en eenieder die hen in het goede volgt.

Abraham en Sarah zijn tweelingen. Hun familie emigreerde in het begin van dat jaar naar Nederland. Alles was heel anders dan de stad waar zij opgroeiden, waar souks (markten) bruisten van verkopers die riepen wat ze te koop hadden, en de geur van kruiden vulde de lucht, als zoete aardappelen die in een open oven gebakken werden. Er waren geen verse groenten- en fruitmarkten meer, waar dorpelingen de oogst die zij hadden geteeld op het platteland naar toe brachten met hun vrachtwagentjes, karren of fietsen. Nu waren er supermarkten met hun heldere verlichting, winkelwagentjes en voorverpakt fruit en groenten. De groenten en het fruit zagen er mooi uit, maar op de een of andere manier smaakte het niet hetzelfde als ‘thuis’.

Waar ze vandaan kwamen wisten Sarah en Abraham altijd wanneer het tijd was voor hun gebeden, omdat er op de hoek van bijna elke straat wel een moskee was, en wanneer het tijd was om te bidden vulde de oproep tot het gebed de stad als een echo. Nu was het gemakkelijk om te vergeten dat het tijd was om te bidden, omdat er geen moskeeën waren die de adzaan verrichten om hen te herinneren, en bovendien bleven de gebedstijden veranderen!

De tweeling, Abraham en Sarah, was verbaasd dat zelfs de school in Nederland anders was. Thuis gingen jongens en meisjes naar aparte scholen, maar hier zaten ze bij elkaar in dezelfde klas in dezelfde school. Het was heel vreemd en zij voelden zich verlegen, maar uiteindelijk hadden zij elkaar.

Na een tijdje begonnen zij zich thuis te voelen en maakten enkele vrienden, maar zij misten hun grootouders, ooms en tantes, neven en nichten.

Het was eind november, de kinderen waren net hersteld van waterpokken. Zij waren zo’n twee weken niet buiten geweest. Sarah had het als eerste gekregen en daarna Abraham. Maar nu waren zij beter en de dokter zei tegen hen dat zij terug naar school konden. De winter was al vroeg begonnen en hun moeder had een lekker warm vuur gemaakt in de woonkamer. De blokken hout knetterden weg en de vlammen dansten hun weg omhoog de schoorsteen in.

De tweeling was moe van het televisiekijken en keken uit het raam naar de auto’s die voorbij kwamen – alles zag er zo koud uit daar buiten! Plotseling begonnen kleine witte sneeuwvlokjes naar beneden te dwarrelen uit de grijze lucht boven hen. Zij hadden nog nooit sneeuw gezien en riepen opgewonden naar hun moeder om te komen kijken.

Het duurde niet lang of alles was wit buiten. De straatverlichting flikkerde, magie vulde de lucht terwijl de sneeuw fonkelde en glinsterde als kleine diamantjes die uit de lucht vielen. De bomen en struiken namen allemaal grappige vormen aan, alles zag er zo anders uit.

Sarah en Abraham wilden naar buiten gaan om te spelen in de sneeuw, maar het werd al laat en hun moeder zei tegen hen dat zij moesten wachten tot de volgende dag. Bovendien waren zij net hersteld van de waterpokken!

Abraham was die ochtend als eerste wakker. Hij haastte zich naar het raam om te kijken of de sneeuw er nog was. Het was er! Dus rende hij naar Sarahs kamer en maakte haar wakker om haar het goede nieuws te vertellen. Ze was zeer opgewonden en samen keken ze uit het raam naar een nieuwe wereld omhult in wit. Het was gestopt met sneeuwen, alles zag er zo mooi uit, en de winterzon liet alles glinsteren – het zag er allemaal erg uitnodigend uit!

Op dat moment riep hun moeder: “Sarah, Abraham, hebben jullie het fadjr-gebed al gebeden?” Door alle opwinding waren zij dat vergeten. Dus verrichtten zij snel de wassing en baden. Toen zij beneden kwamen stond hun ontbijt al op tafel en zij aten het in een recordtijd op.

Zij wilden naar buiten om te spelen in de sneeuw – maar zij wisten dat zij naar school moesten. Toch was er nog een beetje tijd. Hun moeder gaf hen hun ingepakte boterhammen en zei tegen hen dat zij die in hun schooltassen moesten doen. Zij wilden zo graag naar buiten in de sneeuw, dat hun moeder hen niet hoefde te zeggen dat ze hun jassen en laarzen aan moesten doen – zij waren in een mum van tijd klaar! Hun moeder vertelde hen dat zij hen die dag naar school zou brengen met de auto in plaats van de schoolbus.

Op dat moment ging de telefoon en hun moeder nam op. Het leek alsof ze een hele lange tijd sprak en de kinderen konden niet wachten om naar buiten te gaan. Abraham opende de voordeur en staarde naar buiten. Een vlaag ijskoude wind deed hun neuzen steken. “Kom op Sarah,” zei Abraham, “wij wachten buiten op mamma!” Terwijl zij over het tuinpad liepen, voelden zij de sneeuw onder hun voeten knerpen met een knarsend geluid.

Abraham pakte een handvol sneeuw. Hij maakte het tot een bal en gooide die naar Sarah – het raakte haar boven op haar muts en kleine stukjes koude sneeuw smolten en gleden onder haar neus. Dit is leuk, dachten zij, en begonnen met het gooien van sneeuwballen naar elkaar.

Al snel ging de voordeur open en hun moeder, met de schooltassen in haar hand, riep hen om naar de auto te gaan en om daar te wachten. Zij renden naar de met sneeuw bedekte auto en schraapten met hun handschoenen de sneeuw weg van de voor- en achterruit. Het was maar goed dat zij waterdichte handschoenen hadden, maar toch kregen zij zeer koude handen.

Zij waren net klaar met het schoonmaken van de ramen toen hun moeder kwam. Zij maakte de autodeuren open en zei tegen de kinderen dat ze hun laarzen tegen elkaar moesten schoonkloppen om de sneeuw te verwijderen voordat ze in de auto stapten. Vervolgens gingen de kinderen op de achterbank zitten maar zij hadden geen tijd om de sneeuw van de zijruiten weg te halen, dus leek het alsof zij in een huis gemaakt van sneeuw waren. Moeder ging naar buiten en veegde de zijruiten schoon en zij waren klaar om te gaan.

De warme adem van de kinderen zorgde al snel voor kristallen aan de binnenkant van de ramen – dit hadden zij nog nooit meegemaakt. Niet lang nadat de auto lekker warm was geworden en de kristallen smolten, arriveerden de kinderen op tijd op school. Zij kusten hun moeder, zeiden “as-salaamoe ‘alaykoem” en gingen naar binnen.

De schoolbel ging en de kinderen begonnen met hun lessen. De tijd vloog voorbij en het was bijna tijd om te gaan toen juffrouw Jansen, hun lerares, tegen hen vertelde dat zij morgen het klaslokaal zouden versieren en klaarmaken voor kerstmis. Dit was een nieuw woord voor de kinderen, zij hadden het nog nooit gehoord. Dus vroegen zij hun vrienden wat dit betekende.

Suzan, Sarahs vriendin, vertelde haar dat kerstmis de tijd was waarvan zij het meeste hield; iedereen zorgt er dan voor dat hun huizen er mooi uitzien met papieren slingers, lampjes en een kerstboom. Er zijn feestjes en iedereen krijgt cadeautjes. Suzan was verbaasd dat Sarah nog nooit over kerstmis had gehoord. Maar Sarah vertelde dat, hoewel ze nog nooit over kerstmis had gehoord, dat zij in hun geboorteland ook zo iets hebben met de naam ‘ied, wat de tijd is dat zij het einde van het vasten van de Ramadhaan vieren, en dat er een andere ‘ied is om het einde van de bedevaart naar Mekkah te vieren.

Ondertussen ging Abraham naar juffrouw Jansen en zei tegen haar dat hij niet begreep wat kerstmis was. Dus vertelde juffrouw Jansen hem dat dat de dag is dat zij de verjaardag van Jezus vieren. Dat klonk goed voor Abraham en hij vroeg zich af waarom zij er in hun geboorteland nooit over hebben gehoord, uiteindelijk kende iedereen daar profeet Jezus.

De volgende dag arriveerde juffrouw Jansen op school met twee grote dozen. Abraham haastte zich om voor haar de deur open te maken, zij bedankte hem en ging het klaslokaal binnen en zette de dozen op haar bureau.

De schoolbel ging en de kinderen gingen op hun plaatsen zitten. Juffrouw Jansen opende de eerste doos en haalde er vele leuke dingen uit. De kinderen begonnen met het ophangen van de decoraties in hun klaslokaal. Ja, het leek net ‘ied.

Nadat ze klaar waren met het versieren van het klaslokaal, zei juffrouw Jansen tegen de kinderen dat ze een verassing had voor hen, maar ze moest daarvoor even naar haar auto om het te halen. Ze zei tegen de kinderen dat ze lief moesten zijn en gaf Abraham de leiding over de klas.

Juffrouw Jansen kwam enkele minuten later terug met een boom. Dat is grappig, dacht Sarah, ik dacht dat juffrouw Jansen een leuke verassing ging halen, waarom heeft ze een boom in ons klaslokaal gebracht? Abraham keek ook verbaasd terwijl de rest van de klas riep: “Oh, een kerstboom!” De tweeling kon niet begrijpen waarom iedereen zo opgewonden was – het was grappig om binnen een boom te hebben!

Juffrouw Jansen plaatste de boom stevig op een standaard. Vervolgens ging ze terug naar haar bureau, opende de tweede doos en haalde er kleine lampjes, gekleurde ballen, versieringen en meer slingers uit. De kinderen versierden de boom en juffrouw Jansen verdeelde de lampjes over de takken. Toen zij klaar waren met het versieren van de boom, deed juffrouw Jansen de kleine lampjes aan. De kleine lampjes, met al hun kleuren, knipperden aan en uit en iedereen klapte. Abraham en Sarah stonden daar maar en staarden naar de boom. Het was de allereerste keer dat zij een boom versierd zoals deze zagen en hij was zo mooi.

Die middag, onderweg terug naar huis, konden Sarah en Abraham niet stoppen met het praten over de kerstboom en besloten om hun ouders te vragen of zij er ook een konden hebben.

De schoolbus stopte bij hun huis en de kinderen stapten uit en draaiden zich om om naar hun vrienden in de bus te zwaaien. Vervolgens renden zij het tuinpad op en schopten de sneeuw omhoog de lucht in.

Moeder wachtte op hen bij de deur, maar de kinderen vergaten “as-salaamoe ‘alaykoem” te zeggen. Het enige waar zij aan dachten was de kerstboom. “Mamma, mamma,” riepen zij, “krijgen wij een kerstboom? We hebben er een in ons klaslokaal op school, het ziet er prachtig uit, alsjeblieft mamma, alsjeblieft!” “Rustig, rustig!,” zij moeder, “kom binnen en doe jullie jassen uit, drink jullie thee, en wij zullen hierover praten als pappa thuis is.”

De kinderen dronken hun thee en maakten hun huiswerk. Zij waren net klaar met hun huiswerk toen zij het geluid van een auto op de oprit hoorden – pappa is thuis! De kinderen stormden naar de gang en wachtten op hun vader. Al snel hoorden zij zijn voetstappen dichterbij komen dus openden zij de deur. Toen zij zich naar hem toe haastten om hem een dikke kus en knuffel te geven, stootten zij zijn koffertje uit zijn handen. “As-salaamoe ‘alaykoem,” zei hun vader, “wat is dit allemaal?” Beide kinderen begonnen tegelijkertijd te praten en hun vader begreep geen woord van wat zij zeiden. “Wacht eens even, laat mij mijn jas uittrekken en me even opwarmen.” Hij trok zijn jas uit, hing hem aan de kapstok en Sarah haastte zich om hem een paar lekkere warme pantoffels te geven. “Nou kinderen, vertel me een voor een wat jullie zo net allemaal zeiden.” Abraham zei: “O pappa, vandaag hebben we allerlei versieringen opgehangen in ons klaslokaal en juffrouw Jansen bracht een kerstboom en wij versierden die met lampjes en veel leuke dingen – krijgen wij een kerstboom? Alsjeblieft pappa, alsjeblieft!”

Hun vader ging in de stoel vlakbij het openhaardvuur zitten en zei tegen hen: “Kinderen, toen wij in Nederland kwamen wonen, zagen wij dat heel veel dingen anders zijn dan waar wij vandaan komen. Wij zijn moslims, en kerstmis is een christelijk feest en wij vieren dat niet.” “Maar pappa!,” protesteerde Abraham, “het is de verjaardag van profeet Jezus, waarom kunnen wij dat niet vieren en een kerstboom hebben?” “Nee, Abraham, christenen zeggen dat het de verjaardag is van profeet Jezus, maar dat is het niet.” “Maar pappa, juffrouw Jansen op school zegt dat het zo is!,” zei Abraham. “Nou, ik ben bang dat zij zich deze keer vergist.”

Sarah en Abraham waren zeer van streek, zij wilden heel graag een kerstboom. Sarah begon te huilen, Abraham vergat zijn manieren en begon te schreeuwen. Eigenlijk waren zij zo ondeugend dat zij vroeg naar bed gestuurd werden en zij verrichtten hun gebeden niet eens!

Toen hun moeder hen in bed instopte, herinnerde zij hen aan de hele leuke tijd die zij hadden tijdens de ‘ied, maar het hielp niet. Zij konden niet begrijpen waarom hun vader hen geen kerstboom liet hebben met lampjes die aan en uit knipperden.

Uiteindelijk vielen zij in slaap en Abraham had een fantastische droom. Plotseling was de slaapkamer van Abraham vol met licht. Abraham ging rechtop in bed zitten, wreef in zijn ogen, knipperde en staarde. Daar, zittend in de hoek van de kamer op zijn gebedsmatje, was iets of iemand zeer, zeer ongewoons. “Wie ben jij, wat ben jij, ga weg of anders zal ik schreeuwen!,” zei de verbijsterde Abraham. “O, het spijt me, het was niet mijn bedoeling om jou te laten schrikken. Ik kom je iets leren.”

De gedaante lachte met een glimlach van oor tot oor. “Ik hoorde jou en jouw vader praten over kerstmis. Ik hoorde ook al die drukte die jij maakte. Ik weet hoe moeilijk het is voor kinderen om kerstmis te begrijpen, vooral als mensen het zo leuk maken. Dat is waarom ik besloot dat het mijn plicht is om jullie twee verhalen te vertellen,” zei de gedaante. “Ga en zeg tegen Sarah dat ze hier moet komen en ik vertel ze jullie.”

Abraham ging naar Sarahs slaapkamer en maakte haar wakker – zij was nog steeds van streek, maar toen Abraham haar vertelde over de gedaante in zijn slaapkamer was ze zeer opgewonden. Ze sprong uit bed, trok haar ochtendjas aan en samen liepen ze zachtjes terug naar Abrahams slaapkamer.

Toen de kinderen in Abrahams slaapkamer rondkeken, zagen ze dat de gedaante nog steeds op het gebedsmatje zat. Hij keek op en lachte naar hen met een glimlach van oor tot oor.

As-salaamoe ‘alaykoem,” zei de gedaante. “Wa ‘alaykoem as-salaam,” antwoordden de kinderen. Hoewel Sarah zeer opgewonden was, was ze ook een beetje verlegen. De gedaante zei tegen de kinderen dat hij Arafat ibn Djabel Arafat heette, wat betekent: Arafat, de zoon van de Berg Arafat. Hij vertelde hen dat hij zo genoemd is omdat hij net zoals zijn vader niet ver van Berg Arafat – vlak bij Mekkah – geboren is. Maar, aangezien hij behoorlijk groot geworden is, noemden zijn vrienden hem Djabel. Sarah vroeg: “Is dat de berg waar mensen die op bedevaart zijn naar toe gaan?” “Ja,” zei Djabel, “ik ben blij dat jij dat weet. Kom en ga langs mij zitten, dan zal ik jullie twee verhalen vertellen.”

“Het eerste verhaal,” zei Djabel, “gaat over het vieren van kerstmis en de decoraties waar jullie zo over hebben gesproken en die jullie op school hebben gemaakt. Ik weet dat jullie je afvragen waarom moslims kerstmis niet vieren, ook al houden wij van profeet Jezus (vrede zij met hem). Goed, ik ga jullie nu de reden vertellen waarom wij het niet vieren, en hoe het idee van kerstmis en zijn vieringen begonnen is. Jullie zullen zeer verbaasd en verrast zijn over wat jullie allemaal zullen horen!”

“Het begon allemaal heel erg lang geleden, lang vóór de tijd van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en vele jaren nadat Allah de Verhevene de profeet Jezus (vrede zij met hem) naar de hemelen had opgenomen.

In die tijd was Constantijn (#1) keizer van Rome. Hij werd zo bekend dat er een stad in Turkije naar hem vernoemd werd. De stad (die hij stichtte) werd Constantinopel genoemd, maar nu heet die stad Istanbul.

<<<(#1) Constantijn I (ca. 280–337), beter bekend als Constantijn de Grote, was de eerste keizer van Rome die zich tot het Christendom bekeerde.>>>

Toen Constantijn keizer van Rome werd, waren veel mensen jaloers op hem omdat zij eigenlijk de keizer wilden zijn. Aldus waren er voortdurend opstanden ergens in het Romeinse Rijk.

De meeste Romeinen waren heidenen. Zij aanbaden vele valse goden, uit steen gehouwen. Sommige van deze goden hadden volgens de Romeinen zonen en dochters. Andere Romeinen, zoals Constantijn, aanbaden de zon en zelfs de maan.” “Dat is raar,” zei Sarah, “wisten zij niet dat die beelden nutteloos waren en gemaakt door mensen?” “Je hebt gelijk Sarah, ik ben blij dat jij dit weet,” zei Djabel. “Om terug te gaan naar mijn verhaal, Constantinopel was vol met tempels van deze heidense goden. Er waren overal veel grote beelden, maar zoals ik al zei, de god die Constantijn aanbad was de zon, en elk jaar op 25 december waren er speciale vieringen en feesten om zijn geboorte te eren.

Maar niet alle mensen die in het Romeinse Rijk leefden waren heidenen. Er was een andere groep, mensen die weigerden de heidense goden te aanbidden. Zij werden christenen genoemd, maar er waren twee soorten christenen. Een groep volgde de ware leringen van profeet Jezus (vrede zij met hem) en aanbaden Een God (Allah) en wisten dat er later nog een andere profeet gezonden zou worden, deze mensen werden Nazoreeërs (#2) genoemd.” “O, ik weet het,” zei Abraham, “zij waren aan het wachten op profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).” “Ja, dat klopt,” zei Djabel.

<<<(#2) Nazoreeër of Nazarener was de bijnaam van Jezus (vrede zij met hem). Beide vormen zijn afgeleid van Nazareth, de woonplaats van Jezus (vrede zij met hem), en betekenen: ‘de man uit Nazaret’. De benaming Nazoreeërs wordt gebruikt voor de christelijke oergemeente (‘de gemeenschap der Nazoreeërs’).>>>

Djabel vertelde verder: “De andere christenen volgden een man met de naam Paulus die de profeet Jezus (vrede zij met hem) nooit ontmoet had en die beweerde dat God één van drie personen was; moge Allah mij vergeven dat ik dit herhaal, het is een verschrikkelijk iets om te zeggen,” zei Djabel. “Weet je, toen Paulus voor het eerst naar Griekenland ging, was het voor hem moeilijk om te prediken. De Grieken aanbaden drie goden, verenigden ze en zeiden dat zij één god aanbaden.

Toen had Paulus een idee; als hij naar profeet Jezus (vrede zij met hem) verwees als de zoon van God en vervolgens voegde hij de Heilige Geest er aan toe, dan waren er drie in één, en dat zou zijn prediking een stuk gemakkelijker maken voor hen om te accepteren. Zijn idee werkte en de mensen begonnen naar hem te luisteren. Maar hij maakte een grote fout, want wij weten dat profeet Jezus (vrede zij met hem) onderwees dat God, Allah, Eén is en geen zoon heeft of iets anders bij Hem.

Constantijn was een zeer verwarde man. Hij zag de ware volgelingen van profeet Jezus (vrede zij met hem) als een bedreiging voor zijn macht. Met betrekking tot de andere soort christenen, zij konden getolereerd worden omdat, zoals ik al eerder zij, hun idee van drie goden in een, was vergelijkbaar met de religies van Rome. Maar er waren meer echte christenen dan de andere soort.”

“Waarom dacht Constantijn dat de echte christenen, of moet ik zeggen Nazoreeërs, een bedreiging voor zijn macht waren?” vroeg Abraham. “Nou, zoals ik al zei, hun aantal nam toe en hij was bang dat zij tegen hem in opstand zouden komen, want zij werden tot dan toe onderdrukt. Er waren in de laatste jaren al twaalf keizers geweest en gemiddeld regeerden zij elk maar zo’n drie jaar. Zij stierven allemaal op een mysterieuze manier. Noch de Nazoreeërs noch de volgelingen van Paulus hadden iets te maken met dit mysterieuze overlijden. De keizers waren vermoord door de Grieken waarvan sommigen de volgende keizer wilden worden. Het is overbodig om te zeggen dat Constantijn voor een hele lange tijd keizer wilde zijn!”

Djabel vertelde verder: “De Nazoreeërs waren mensen die Allah gehoorzaamden en gaven niet veel om de keizer. Keizers van Rome vóór Constantijn hadden ook moeite met het accepteren van de twee groepen en gooiden hen voor hongerige leeuwen omdat zij weigerden de goden van Rome te aanbidden.” “O wat wreed!” zei Sarah.” “Ja,” zei Djabel, “die keizers waren helemaal geen aardige mensen. Maar zij waren trouw aan hun geloof en weigerden het op te geven en zij werden liever gemarteld dan dat zij heidenen werden.

Constantijn was vastberaden om de Nazoreeërs uit te roeien, dus bedacht hij een plan. Beide groepen hadden boeken die zij Evangeliën noemden. Sommige van hen bevatten de ware uitspraken van Jezus (vrede zij met hem) terwijl anderen de leringen van Paulus bevatten en anderen die zijn valse leringen van drie goden in één volgden, wat zij de drie-eenheid noemden.

Constantijn had een idee, dus deed hij alsof hij zich bekeerde. Het volgende wat hij deed was het verklaren dat het tijd was dat beide partijen zich verenigde en hetzelfde geloof zouden delen, en door deze verklaring zette Constantijn zijn plan in beweging.

Niet lang daarna nodigde Constantijn alle aartsbisschoppen, bisschoppen en belangrijke geestelijken uit voor een kerkvergadering in een plaats met de naam Nicea (in 325). Hij droeg hen op hun evangeliën mee te nemen zodat zij met elkaar konden debatteren en dan zouden zij bepalen wie gelijk had. Hij zei ook tegen hen dat als de zaak eenmaal besloten was, dat hun evangeliën dan tot één boek gemaakt zouden worden, en dat is wat christenen tegenwoordig het Nieuwe Testament noemen.

De meest invloedrijke aartsbisschop die de ware leringen van Jezus (vrede zij met hem) het meest betrouwbaar onderwees, was een man met de naam Arius. Hij was een heel goede man en kende de leringen van Jezus (vrede zij met hem) goed. Hij ontkende de godheid van Jezus (vrede zij met hem). Het is overbodig om te zeggen dat de bisschoppen Constantijns voorstel verwelkomden en van wijd en zijd reisden om de grote kerkvergadering (concilie) bij te wonen die de keizer voor zou zitten.

Arius was niet echt heel blij dat Constantijn de kerkvergadering voor zou zitten omdat hij niet volledig overtuigd was over Constantijns bekering. Maar Arius was een oprechte, overtuigende spreker en voelde dat de waarheid die hij zou vertegenwoordigen duidelijk zou zijn en voor iedereen eenvoudig te begrijpen, en dat hij hierdoor hen allen kon verenigen in het aanbidden van één God.

De dag van de grote concilie brak aan. De bisschoppen en geestelijken zaten met hun boeken tegenover Constantijn, keizer van Rome. Er waren meer Nazoreeërs bij de concilie aanwezig dan de volgelingen van Paulus, en wanneer Arius sprak was het duidelijk dat hij de waarheid sprak.

De geïrriteerde Constantijn had gehoopt dat de volgelingen van Paulus die dag zouden winnen, maar realiseerde zich nu dat het niet zo zou lopen. Maar hij was te slim om zijn ware gevoelens te tonen.

Het was voor Constantijn nu tijd om terug te vallen op een ander plan dat hij had bedacht in het geval de dingen niet in zijn voordeel zouden verlopen. Hij beval de bisschoppen en geestelijken om al hun evangeliën op de conferentietafel te laten liggen en zei tegen hen dat hij God tijdens de nacht zou laten beslissen welke authentiek waren. Hij vertelde hen dat hij God zou vragen om de onjuiste leringen van de tafel te verwijderen en dat de boeken die op de tafel zouden overblijven de volgende ochtend vanaf dan de officiële boeken zouden zijn.

Die nacht verzamelden Constantijns mannen alle evangeliën die spraken over de eenheid van Allah en verbrandden ze. De volgende ochtend, toen de bisschoppen arriveerden, realiseerden de Nazoreeërs dat zij bedrogen waren – geen van hun evangeliën was nog op tafel! Arius protesteerde en beschuldigde Constantijn van bedrog, maar dat baatte niet – de schade was al aangericht.”

“Hadden zij geen andere echte evangeliën, zoals wij kopieën van de Qor-aan hebben?,” vroeg Sarah. “O Sarah, er waren er maar een paar. Weet je, in die dagen moest alles met de hand geschreven worden en dat nam heel veel tijd in beslag. Dus je kunt begrijpen dat er niet veel exemplaren waren,” zei Djabel, “maar daar kom ik dadelijk nog op terug.”

“Arius en de andere Nazoreeërs verlieten de kerkvergadering vol weerzin. Constantijn realiseerde zich echter dat deze bisschoppen hun geschriften goed kenden en dat hij hen niet kon toestaan om naar huis terug te keren waar zij door konden gaan met prediken. Dus zorgde hij er voor dat zij allemaal vermoord werden. Hij besloot ook dat iedereen die in het bezit was van de ware evangeliën gedood moest worden en hun evangeliën verbrand.

Ondertussen, terug op de conferentie, werd door de volgelingen van Paulus een geloofsbelijdenis opgesteld.” “Wat is een geloofsbelijdenis?” vroeg Abraham. “Een geloofsbelijdenis of credo is iets waarvan je getuigd,” antwoordde Djabel. “Nu begrijp ik het,” zei Abraham, “het is zoals onze shahaadah ‘ik getuig dat er geen god is behalve Allah, en Moh’ammed is Zijn profeet.’” “In zekere zin,” antwoordde Djabel, “maar je moet weten dat zij niet in één God geloven, dus je kunt het eigenlijk niet vergelijken met die van ons.”

“Wat je ons verteld is allemaal heel erg interessant, o Djabel, maar wat heeft dit met kerstmis te maken?,” vroeg Abraham. “Nou, vanaf die tijd verklaarde Constantijn dat christenen de geboorte van Jezus (vrede zij met hem) moesten vieren op dezelfde dag als dat de heidense Romeinen de geboorte van de zonnegod vierden, de meest populaire god van het Romeinse Rijk, en dat was op 25 december (#3), wat christenen tegenwoordig kerstmis noemen.” “O, wat vreselijk dat ze profeet Jezus (vrede zij met hem) daar bij betrokken hebben,” zei Sarah. “Is het sinds Constantijn altijd zo gebleven?,” vroeg Abraham. “Nee, dingen veranderden, maar het werd er niet beter op. Ik zal je dat zo dadelijk vertellen.

<<<(#3) Kerstmis (afgeleid van ‘Christus-mis’): het feest ter herdenking van de geboorte van Jezus (vrede zij met hem). In de Oosterse Kerk werd dit feit oorspronkelijk herdacht op het feest van Epifanie op 6 januari. In Rome is ca. 330 als datum 25 december gekozen, waarschijnlijk in verband met het zonnewendefeest ter ere van de zonnegod ‘sol invictus’ (de onoverwinnelijke zon) met de bedoeling dit te kerstenen.>>>

Constantijn bleef het Romeinse Rijk nog een lange tijd regeren en het leven van de trinitarische christenen, die geloven in de drie-eenheid, werd een stuk gemakkelijker. Vlak voordat hij overleed probeerde zijn zus, die een ware christen was geworden, hem te overtuigen dat hij zich vergist had, maar het kwaad was al geschied.

Na verloop van tijd viel het grote Romeinse Rijk. Het werd nog meer corrupt dan voorheen en het werd te groot om te besturen! Wat betreft de trinitarische christenen, zij reisden door Europa en predikten de doctrine die Paulus had onderwezen. Velen van hen waren mensen die het goede wilden doen, maar hun geloof was incorrect. Hoe dan ook, ook zij hadden problemen om hun religie te prediken en aldus namen zij enkele van de heidense rituelen op in het christendom.” “Wat bedoel je?,” vroeg Sarah. “Dat is een goede vraag,” antwoordde Djabel. “Nou, er zijn er vele, maar laten we maar één voorbeeld nemen, een voorbeeld dat jullie lijkt aan te trekken.

In een gedeelte van het Verenigd Koninkrijk met de naam Wales, waren heidenen die men druïden (Keltische tovenaars) noemden. Elk jaar in december, wanneer de dagen kort zijn en de nachten lang, aanbaden zij hun heidense god door appels en andere geschenken aan de takken van een boom te binden.

De Germanen deden iets vergelijkbaars, maar zij gebruikten een sparrenboom welke jullie kennen als een kerstboom (#4). Voor de heidenen waren sparrenbomen ook een teken dat de winter zou eindigen en dat de warmte weer naar de aarde zou terugkeren, daarom versierden zij de bomen met veel verschillende kleinoden en maskers, en zij hielden er een feest rondom. Toen deze mensen het christendom aanvaarden, bleven zij dit heidens ritueel uitvoeren, maar hernoemden het. En zo werd het onderdeel van de kerstvieringen.

<<<(#4) De kerstboom gaat terug op een voor-christelijk, ook wel heidens vruchtbaarheidssymbool. De groenblijvende boom vertegenwoordigt daarin de vernieuwing van het leven. Over de ouderdom van het gebruik van de kerstboom lopen de bronnen zeer uiteen. Het heeft waarschijnlijk een Oudgermaanse oorsprong, waarbij de boom centraal stond in een mid-winter-viering (eigenlijk de kortste dag). Feit is dat de christelijke kerken, en vooral de Rooms-katholieke Kerk, de kerstboom lange tijd hebben geweerd. De kerstboom heeft met de inhoud van het kerstfeest niets te maken. Opvallend genoeg zijn het juist hun negentiende-eeuwse geestverwanten die ervoor hebben gezorgd dat de kerstboom in Nederland ingang vond. Sindsdien staat de kerstboom, volgens sommige kerken, symbool voor ‘het Licht’. De katholieke kerk heeft zijn eigen christelijke betekenis aan de boom gegeven. De driehoekige vorm van de kerstboom zou de heilige drie-eenheid vertegenwoordigen.>>>

De Germanen waren echter niet tevreden met alleen maar de boom, dus bedachten zij een ander verhaal wat tot aan de dag van vandaag overgeleverd is. Het verhaal dat zij bedachten was dat op kerstavond – dat is de avond waarop, zoals zij beweren, de profeet Jezus (vrede zij met hem) geboren is – zijn moeder, Maryam (Maria), en de engelen over het platteland vlogen, dus plaatsen zij een kaars bij hun raam om hen te leiden en zij lieten wat voedsel voor hen op de tafel, zoals de heidense boomoffers van vroeger. Natuurlijk waren de Germanen niet de enige die verhalen bedachten; elk land heeft zo zijn eigen verhaal. De Spanjaarden hebben een vergelijkbaar verhaal.”

“O, wat is dat vreselijk,” zei Sarah. “Profeet Jezus was zo’n goede, reine persoon. Hoe kunnen zij ook maar denken om hem in verband te brengen met deze heidense dingen!” “Nou, ik denk dat zij niet nadachten over wat zij deden,” antwoordde Djabel, “nu weet je waarom jullie ouders jullie geen kerstboom wilden geven.”

“Nu dat ik de oorsprong van een kerstboom begrijp, wil ik er geen meer. Wil jij er een Sarah?,” vroeg Abraham. “Nee, ik ben het met je eens!” zei Sarah.

“Voordat ik ga,” zei Djabel, “ga ik jullie het tweede verhaal vertellen wat het echte verhaal is over de geboorte van de profeet Jezus (vrede zij met hem). Misschien kunnen jullie het morgen of overmorgen zelf in de Nobele Koran lezen.”

Hannah en ‘Imraan waren hele vrome mensen. Zij waren al lang samen getrouwd maar hadden nog geen kinderen. Toen, op een dag, besloot Hannah om aan Allah de Verhevene te vragen om haar een kind te schenken, en zij beloofde Hem dat als zij een kind zou hebben dat zij het dan volledig aan Zijn zaak zou wijden.

Allah de Almachtige, in Zijn Barmhartigheid, accepteerde de smeekbede van Hannah en ze werd zwanger. Maar voordat Hannah moest bevallen, overleed haar man, dus hij zag nooit het kind waar hij zo naar verlangde. Door haar belofte dacht Hannah dat de baby een jongetje zal zijn, omdat alleen jongens toegestaan waren om in de Tempel van Jeruzalem te dienen.

Jullie kunnen je haar verbazing vast wel voorstellen toen ze beviel van een meisje, en zij zei: “Heer, ik ben bevallen van haar, een meisje… en ik heb haar Maryam (Maria) genoemd. Bescherm haar en al haar nakomelingen tegen satan, de vervloekte.” Allah de Verhevene accepteerde wederom haar smeekbede en Maryam groeide op als een zeer goed, lief en vroom kind. In feite was ze zo goed gemanierd en vroom, dat toen het tijd was voor haar moeder om haar naar de Tempel te brengen om haar belofte aan Allah te vervullen, de hoge priesters hun ogen niet konden geloven en eenieder van hen was verlangend om de verantwoordelijkheid voor haar op zich te nemen!

Zakariyyah (Zacharias – vrede zij met hem), die een profeet was en een van de hoge priesters van de Tempel, zei tegen de andere priesters dat hij meer recht had om de voogd van Maryam te zijn omdat zijn vrouw haar tante was. Daarom was hij familie van haar. De andere hoge priesters protesteerden, dus bedachten zij om naar de rivier de Jordaan te gaan en om er strootjes in te gooien. En wiens strootje rechtop zou drijven zou Maryams voogd zijn.

Nadat zij bij de rivier waren aangekomen, gooide ieder zijn strootje in het water, en tot profeet Zakariyyahs blijdschap was zijn strootje de enige die rechtop dreef.

De zaak was besloten, Maryams nieuwe voogd was haar oom, profeet Zakariyyah (vrede zij met hem). Profeet Zakariyyah had zelf geen kinderen en bouwde voor haar snel een speciale kamer boven in de tempel. Niemand mocht de kamer binnengaan, behalve Zakariyyah.

Maryam was daar zeer gelukkig en besteedde haar tijd met het aanbidden van Allah de Verhevene en zij bedankte Hem heel vaak. Als het tijd was om te eten dan bracht Zakariyyah haar eten, maar heel vaak zag hij tot zijn verbazing dat ze al fruit gekregen had – niet gewoon seizoengevoelig fruit, maar fruit dat groeide buiten het seizoen. Als hij haar dan vroeg waar het vandaan kwam, dan zei ze: “Het komt van Allah, waarlijk, Allah voorziet eenieder die Hij wil zonder afrekening.”

Zakariyyah (vrede zij met hem) was zo blij met zijn nichtje dat dit hem aan het denken zette. Hij dacht aan Hannah en hoe zij ondanks haar hoge leeftijd tot Allah bad voor een kind en dat Hij haar smeekbede gehoord heeft en haar dit lieftallige kind schonk. Hij realiseerde zich dat Allah de Almachtige inderdaad in staat is om een kind te schenken ook al zijn de toekomstige ouders oud. Dus hij verrichtte smeekbeden tot Allah, de Enige Ware God, en de engel Djibriel (Gabriël – vrede zij met hem) kwam bij hem met nieuws, zeggende: “Allah geeft jou het goede nieuws over Yah’yaa (Johannes – vrede zij met hem), die het woord van Allah zal bevestigen. Hij zal een leider en ingetogen zijn, een profeet en behorend tot de rechtschapenen.” Zakariyyah vroeg of hem een teken van dit wonderbaarlijke nieuws gegeven kon worden. Aldus zei Djibriel tegen hem dat zijn teken zou zijn dat hij gedurende drie dagen niet tot de mensen moest spreken behalve door middel van gebaren.

Voordat Djibriel ging, instrueerde hij Zakariyyah om Allah te allen tijde te gedenken en om Hem te prijzen in de avond, in de ochtend en enige tijd later. Zakariyyah werd vervolgens vader en hij noemde zijn zoon Yah’yaa, die ook voorbestemd was om een profeet te zijn.

Ondertussen groeide Maryam dag na dag in vroomheid. Op een dag werd de engel Djibriel (vrede zij met hem) in de vorm van een man naar haar gestuurd en toen zij hem zag was ze zeer bang. Djibriel zei tegen haar dat ze niet bang hoefde te zijn omdat hij naar haar was gezonden door Allah de Verhevene. Hij zei tegen haar: “Allah geeft jou het goede nieuws van een Woord van Hem, wiens naam Messias is, ‘Iesaa (Jezus – vrede zij met hem), de zoon van Maryam. Hij zal in deze wereld en de volgende geëerd worden, en hij zal behoren tot degenen die dicht bij Allah staan. Hij zal vanuit zijn wieg tot de mensen spreken (#5) en wanneer hij volwassen is, en hij zal rechtschapen zijn.” Maryam was verbaasd en vroeg: “Heer, hoe kan ik een kind krijgen terwijl geen mens mij heeft aangeraakt?” Hij antwoordde: “Dit is de Wil van Allah, Hij schept wie Hij wil, wanneer Hij iets beslist dan zegt Hij slechts: ‘Wees,’ waarna het is.”

<<<(#5) In de Islaam is dit het eerste wonder van ‘Iesaa (vrede zij met hem), in plaats van het eerste wonder volgens het Christendom dat ‘Iesaa (vrede zij met hem) water in wijn veranderde!! Wij moslims geloven niet dat deze grote profeet van Allah water in wijn veranderd heeft aangezien dit ook volgens zijn missie verboden was en hij niet kwam om de wet te veranderen om maar om te vervullen! (Zie Matteüs 5:17-20)>>>

Djibriel zei tegen Maryam dat haar zoon, ‘Iesaa, zijn eigen Boek van Allah gegeven zou worden, het Evangelie van ‘Iesaa (Jezus), en dat hij wijsheid en de Thora onderwezen zou worden. Vervolgens blies hij in Maryam en zij werd zwanger.

De maanden gingen voorbij en het was bijna tijd dat ‘Iesaa (vrede zij met hem) geboren zou worden. Op een dag verliet Maryam haar kamer in de Tempel en toen zij aankwam bij een dadelpalm, voelde zij een plotselinge pijn en ze wist dat het niet meer lang zou duren voordat ze zou bevallen. Maryam was zeer ongerust en zei: “Was ik maar hiervoor overleden en volledig vergeten geweest!” Op dat moment klonk er een stem van beneden haar, die zei: “Treur niet, jouw Heer heeft onder jou een beekje verschaft, en schud de stam van deze palmboom, het zal rijpe dadels op jou laten vallen. Dus eet, drink en wees op je gemak. Als je enig mens ziet, zeg tegen hem: ‘Ik heb de Barmhartige beloofd om te vasten en zal vandaag met niemand niet spreken.’”

Aldus werd de baby ‘Iesaa geboren tijdens het seizoen van de dadeloogst.

Maryam ging terug naar haar volk en droeg haar dierbaar kind. Toen de mensen haar en de baby zagen, waren zij zeer verbaasd en riepen: “O Maryam! Jij hebt iets vreselijks gedaan! O zus van Haaroen (Aäron)! Jouw vader was geen slechte man, noch was jouw moeder onzedelijk.” Daarop wees Maryam naar haar baby zoals ze opgedragen was, maar zij vroegen: “Hoe kunnen we met een baby in een wieg spreken?” Vervolgens sprak ‘Iesaa, en zei: “Ik ben de dienaar van Allah. Hij heeft mij het Boek gegeven en mij een profeet gemaakt. Hij heeft mij gezegend, waar ik ook heenga, en Hij heeft mij bevolen om te bidden en om de zakaat te geven, zolang ik leef. Hij heeft mij vriendelijk gemaakt tegenover mijn moeder; Hij heeft mij niet arrogant en ongehoorzaam gemaakt. Vrede zij met mij op de dag dat ik werd geboren en op de dag dat ik overlijd; en op de dag dat ik opgewekt zal worden.”

‘Iesaa (vrede zij met hem) groeide in kennis en wijsheid, en ontving van Allah Zijn Boek, het Evangelie van ‘Iesaa (Jezus).”

“O, ik wist niet dat profeet Jezus zijn eigen Evangelie had,” zei Sarah. “Jawel, hij had zijn eigen Evangelie, mijn kleine vriend, maar dit raakte later verloren.” “Zal het ooit nog gevonden worden Djabel?” vroeg Abraham. “Ja, vlak voor het einde van de wereld. De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei tegen ons in zijn h’adieth dat het verborgen ligt in een grot vlakbij Antiochië (het tegenwoordige Antakya in Zuid Turkije nabij de grens met Syrië), maar niemand zal in staat zijn het te vinden totdat het tijd is,” antwoordde Djabel.

“Er zijn heel veel verhalen over profeet Jezus in de Qor-aan en wij weten dat zij allemaal waar zijn, omdat Allah de Alwetende beloofd heeft om de Nobele Koran te beschermen zodat niemand Zijn Woord kan veranderen.” “Boffen wij niet dat wij het echte verhaal hebben!?,” riep Sarah. “Ja,” antwoordde Abraham, “weet je, op een bepaalde manier ben ik toch blij dat we gisteren heibel maakten omdat we een kerstboom wilden. Want anders hadden we Djabel niet leren kennen en de ware betekenis van kerstmis en de kerstboom niet geweten. Dankjewel Djabel, ik zou willen dat je bij ons komt wonen!” “Mijn lieve vrienden, dat is heel lief van jullie, en ik heb echt genoten om bij jullie te zijn. Maar dit is maar een droom, toch!? En ik denk dat jullie nu toch geen kerstboom willen,” zei Djabel. Sarah en Abraham antwoordde op hetzelfde moment: “O nee, Djabel, ook al ziet het er heel mooi uit.” “Nou, ik ben blij om dat te horen,” zei Djabel.

“Djabel, kom alsjeblieft weer een keertje terug. Jij weet zo veel en het is leuk om van jou te leren,” zeiden Sarah en Abraham. “Oké, mijn jonge vrienden, misschien kom ik weer eens langs in jullie dromen – as-salaamoe ‘alaykoem.” In een flits was Djabel weg en Sarah en Abraham sliepen verder.

De volgende ochtend, toen Sarah en Abraham wakker werden en opstonden, verrichtten zij hun gebeden. Daarna vertelde Abraham tegen Sarah wat hij gedroomd had. Sarah was zeer verbaasd en vertelde Abraham dat zij dezelfde droom had. “Soebh’aan Allaah!,” zei Abraham, “dat is vreemd.” Vervolgens gingen zij naar beneden voor het ontbijt. Toen zij beneden kwamen, zagen zij dat hun vader nog niet weg was naar zijn werk en moeder was de tafel aan het dekken. Zij renden naar hun ouders en zeiden: “As-Salaamoe ‘alaykoem,” en gaven hen beide een dikke knuffel en zij boden hun excuses aan omdat zij de vorige avond zo onbeleefd waren geweest. Daarna lachten zij naar elkaar en tot hun ouders grote verbazing vertelden zij hen dat zij toch geen kerstboom wilden!

Hun ouders konden hun oren niet geloven na alle heibel van de vorige avond en dus vertelden de kinderen hen over Djabels bezoek in hun droom en zijn verhalen.

Al-h’amdoelillaah,” zei hun vader, “ik ben blij dat jullie begrijpen waarom wij geen kerstmis vieren. Maar ik heb een goed idee. Tegenwoordig is deze tijd voor veel mensen een tijd zonder religieuze betekenis, maar toch doen zij goede daden door arme mensen eten te geven en nuttige cadeaus zoals warme kleding. De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) moedigde ons aan om iets aan arme mensen te geven. Dit weekend kunnen we boodschappen gaan doen en wat eten en cadeaus kopen en dit geven aan degenen die arm zijn. In de moskee zijn wat kleine foldertjes over de Islaam, ik zal aan Ah’mad vragen of ik er enkele mag hebben dan kunnen we er een bij elk cadeau inpakken.” “O, wat een goed idee,” zeiden Abraham en Sarah samen, “we kunnen niet wachten tot zaterdag!”

Einde.

 

Video:

Voor eenieder die dacht dat Kerstmis ook maar iets had te maken met de geboorte van ‘Iesaa (Jezus – vrede zij met hem): leer over de ware (shaytaanische) oorsprong van Kerstmis en de kerstman/sinterklaas middels de video The Origins of Christmas van Abdullah Hakim Quick.

 

 

Relevante artikelen:

Het vieren van Kerst en Nieuwjaar

Sinterklaas

Het verbod op innovaties (bid’ah)

Christendom (diverse artikelen)