Wees gewaarschuwd voor ad-dadjaal – de antichrist!

De fitnah van de dadjaal is de grootste fitnah ooit!!

Dadjaal 1

Bismillaah ar-Rah’maan ar-Rah’iem.

Alle lof is voor Allah, de Heer der werelden. De zegeningen en vrede van Allah zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt. Ik getuig dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij is één, Hij heeft geen deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Voorts:

Verschillende groepen (zoals de Vrijmetselaars, joden en christenen) zijn de komst van al-masieh’ ad-dadjaal (de antichrist) aan het voorbereiden. Maar wie is nu ad-dadjaal? Ik hoop dat dit artikel van sheikh Moh’ammed Saalih’ al-Moenadjid het een en ander duidelijk zal maken. Moge Allah (Glorieus en Verheven is Hij) het van hem en mij accepteren en moge het een waarschuwing zijn voor iedereen.

 

De betekenis van het woord masieh’ (messias)

Er zijn meer dan vijftig verklaringen van geleerden over de betekenis van het woord masieh’ (messias). Zij zeggen dat dit woord zowel van toepassing is op de waarheidsgetrouwe [de ware Messias, d.w.z. de profeet ‘Iesaa (Jezus) – vrede zij met hem], als ook op de misleidende leugenaar (de “antichrist” of ad-dadjaal). De Messias is de waarheidsgetrouwe, ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus de zoon van Maria), de Messias van leiding die degenen genas die blind geboren waren en de melaatse en hij bracht de doden tot leven met de Toestemming van Allah de Almachtige.

De valse messias (al-masieh’ ad-dadjaal) is de leugenaar die mensen op het slechte pad brengt, de messias van misleiding die mensen in verzoeking zal brengen door de tekenen te gebruiken die hem gegeven zijn, zoals het laten regenen, het doen herleven van aarde door gewassen voort te brengen en andere “wonderen”. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft dus twee messiassen geschapen, die elkaars tegenovergestelde zijn.

De geleerden zeggen dat de reden dat de antichrist masieh’ (een “messias”) genoemd wordt, is omdat één van zijn ogen mamsooh’ is (let. “geveegd” – glad of geschaafd, d.w.z. dat hij een oog zal hebben dat blind of onvolmaakt is). Er is ook gezegd dat dit komt doordat hij de aarde zal overzien (yamsah’oe l-ardh) of zal reizen over heel de wereld in veertig dagen. De eerste opvatting is de meest correcte, vanwege wat er gezegd is in de h’adieth verhaald door Anas ibn Maalik, die zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal blind (mamsooh’) zijn aan één oog en tussen zijn ogen zal kaafir (ongelovige) geschreven zijn…’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5221.)

 

De betekenis van het woord dadjaal

Het woord dadjaal komt uit de uitdrukking “dadjala al-ba’ier” (hij smeerde de kameel), refererend aan toen zij het bedekte met teer. De oorspronkelijke vorm dadjala betekent mengen. Het woord dadjala wordt gebruikt om opzettelijk dingen te verwarren en om vaag en dubbelzinnig te zijn. De dadjaal is degene die zal spreken in bevliegingen, hij zal vele leugens vertellen en vele mensen misleiden.

Het woord “dadjaal” werd een titel die gegeven werd aan de leugenachtige, eenogige, valse messias. De dadjaal wordt zo genoemd omdat hij zijn koefr (ongeloof) voor de mensen zal verbergen door tegen hen te liegen, te misleiden en te verwarren.

 

Omschrijving van de dadjaal en de ah’aadieth over hem

De dadjaal zal een man zijn van onder de zonen van Adam. Hij zal vele kenmerken hebben, welke zijn beschreven in de ah’aadieth om de mensen op de hoogte te brengen en hen te waarschuwen tegen zijn kwaad (en beproevingen – fitnah). Wanneer hij komt zullen de gelovigen hem kennen en zullen niet misleid worden door hem; zij zullen zijn kenmerken kennen, welke ons door de waarheidsgetrouwe (de profeet Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) verteld zijn.

Deze kenmerken zullen hem onderscheiden van andere mensen, zodat niemand door hem bedrogen kan worden, behalve degenen die onwetend zijn en wier noodlot al is besloten. We vragen Allah de Verhevene om alle moslims veilig en krachtig te houden.

Onder zijn kenmerken zijn:

Hij zal een jonge man zijn met een rode huidkleur, kort met dik krullend haar, een breed voorhoofd en brede borst, blind of onvolmaaktheid (mamsooh’) aan het rechteroog. Dit oog zal noch uitstekend, noch diepliggend zijn en zal lijken op een drijvende druif. Zijn linker oog zal bedekt zijn met een dik stuk vlees dat groeit aan de zijkant van zijn oog. Tussen zijn ogen zullen de Arabische letters “kaaf faa-e raa-e (k-f-r)”geschreven zijn, oftewel “kaafir (ongelovige)”. Dit zal gelezen worden door elke moslim, geletterd of ongeletterd. Een ander kenmerk van hem zal zijn dat hij steriel (onvruchtbaar) zal zijn en hij zal geen kinderen krijgen.

Er volgen nu enkele sah’ieh’ ah’aadieth (authentieke profetische overleveringen), waarin de bovenstaande kenmerken genoemd zijn. Deze ah’aadieth vormen een deel van het bewijs (daliel) betreffende het verschijnen van de dadjaal.

‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) verhaalde: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Terwijl ik sliep, zag ik mezelf de tawaaf verrichten rondom de Ka’bah. Vervolgens zag ik een donkere man met sluik haar, staand tussen twee andere mannen, met water druipend van zijn hoofd. Ik vroeg: ‘Wie is dit?’ Zij zeiden: ‘De zoon van Maria.’ Toen draaide ik om en zag een man met een rossige huidskleur, goed gebouwd, met krullend haar, blind aan zijn rechter oog, met zijn oog lijkend op een drijvende druif. Ik vroeg: ‘Wie is dit?’ Zij zeiden: ‘Dit is de dadjaal.’ De persoon die het meest op hem leek is Ibnoe Qatan.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 6508. Ibn Qatan was een man van Banoe Moestalaq van Khoezaa’ah.)

Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) verhaalde ook dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de dadjaal noemde aan de mensen en zei (Nederlandstalige interpretatie): “Allah is niet eenogig, maar de valse messias (al-masieh’ ad-dadjaal) is eenogig, blind of onvolmaakt aan zijn rechteroog, met zijn oog lijkend op een drijvende druif…” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 3184.)

In een lange h’adieth, verhaald door al-Nawwaas ibn Sam’aan (moge Allah tevreden zijn met hem), staat: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) noemde op een morgen de dadjaal. Soms beschreef hij hem als onbelangrijk en soms beschreef hij hem angstaanjagend, dat wij dachten dat hij in een groepje palmbomen was… Eén van de kenmerken van de dadjaal die hij beschreef, was (Nederlandstalige interpretatie): ‘Hij zal een jonge man zijn met erg krullend haar, met zijn oog drijvend. Het is alsof hij lijkt op ‘Abdoel-‘Oezza ibn Qatan.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5228.)

Er is overgeleverd van ‘Oebaadah ibn as-Saamit (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Ik heb jullie zoveel verteld over de dadjaal, dat ik vrees dat jullie het niet zullen begrijpen. De dadjaal zal een korte man zijn, met naar binnen gekeerde tenen en krullend haar. Hij zal eenogig zijn, met zijn oog noch uitstekend, noch diepliggend. Als jullie in de war raken over hem, herinner dan dat jullie Heer niet eenogig is.” (Overgeleverd door Aboe Daawood, nr. 3763. Deze h’adieth is sah’ieh’ – zie Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier, nr. 2455.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘…over de valse messias, hij zal eenogig zijn, met een breed voorhoofd en een brede borst en hij zal gebocheld zijn…’” (Overgeleverd door Ah’mad, nr. 7564.)

Hoedzayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal eenogig zijn, blind of onvolmaakt aan zijn linkeroog en met dik haar. Hij zal met hem een paradijs en een hel hebben, maar zijn hel zal een paradijs zijn en zijn paradijs zal een hel zijn.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5222.)

Volgens een h’adieth van Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen profeet gestuurd, of hij waarschuwde zijn volk tegen de eenogige leugenaar. Hij is eenogig, maar jullie Heer is niet eenogig. En tussen zijn ogen zal kaafir geschreven zijn.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 6598.) Volgens een andere overlevering (Nederlandstalige interpretatie): “Tussen zijn ogen zal kaaf faa-e raa-e geschreven zijn.” (Moeslim, nr. 5219.) Volgens een overlevering verhaald door Hoedzayfah (Nederlandstalige interpretatie): “Dit zal gelezen worden door elke gelovige, geletterd of ongeletterd.” (Moeslim, nr. 5223.)

Uit de duidelijke strekking blijkt dat dit schrijven echt zal zijn. Het feit dat sommige het zullen zien, terwijl andere dat niet zien en dat de ongeletterden (die niet kunnen lezen) het zullen lezen, is niet problematisch. “Dit is omdat Allah mensen iets laat begrijpen wanneer zij er naar kijken, als Hij dat wil en wanneer Hij dat wil. Dus de gelovige zal dit zien met zijn inzicht, zelfs als hij analfabeet is, en de kaafir (ongelovige) zal niet in staat zijn om dit te zien, zelfs als hij geletterd is. Bovendien zal de gelovige met zijn inzicht bewijzen zien, die de kaafir niet zal zien. Allah de Verhevene zal de gelovige in staat stellen het te begrijpen, zonder dat hij geletterd is, omdat dan buitengewone dingen gebeuren.” (Fath’ al-Baarie van Ibn H’adjar al-‘Asqallaanie, 13/100.)

An-Nawawie zei: “De juiste opvatting volgens degenen die deze kwestie hebben bestudeerd, is dat het schrijven letterlijk genomen moet worden, als zijnde echt geschreven, wat Allah zal maken als een teken en één van de expliciete bewijzen dat de dadjaal een kaafir en leugenaar is en om zijn leugen te onthullen. Allah zal dit teken aan iedere moslim laten zien, geletterd en ongeletterd, en zal het verbergen voor iedereen wiens verdoemenis Hij besloten heeft of wie Hij wil beproeven. Er is geen reden waarom dit onmogelijk zou zijn.” (Sharh’ an-Nawawie lie Sah’ieh’ Moeslim, 18/60.)

Een ander kenmerk van hem is genoemd in een h’adieth van Faatimah bint Qays (moge Allah tevreden zijn met haar), in het verhaal van al-Djassaasah, waarin Tamiem ad-Daarie (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Dus wij haastten ons naar het klooster, waar wij de meest grote man zagen die we ooit gezien hadden, geketend met de meeste kettingen dat we ooit gezien hadden.” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5235.)

‘Imraan ibn H’oesayn (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Van de tijd van de schepping van Adam totdat het Uur begint, zal er geen groter schepping zijn dan de dadjaal.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5239.)

De dadjaal zal geen kinderen hebben, zoals aangegeven is in een h’adieth van Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden zijn met hem), die beschreef wat er gebeurde tussen hem en Ibn Sayyaad, die tegen hem zei: “Heb je de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) niet gehoord, dat hij zei dat hij geen kinderen zal hebben?…” Aboe Sa’ied zei: “Ik zei: ‘Ja…’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5209.)

Van de overleveringen die hierboven geciteerd zijn, kunnen we opmaken dat sommigen zijn rechteroog omschrijven als blind en onvolmaakt, en sommigen omschrijven zijn linkeroog als blind en onvolmaakt. Beide verklaringen zijn sah’ieh’. Enkele geleerden probeerden deze overleveringen in overeenstemming te brengen. Al-Qaadie ‘Iyaad zei: “Beide ogen van de dadjaal zullen onvolmaakt zijn, omdat alle overleveringen sah’ieh’ zijn. Zijn rechteroog zal het oog zijn dat geschaafd (mamsooh’) en dof is, niet in staat om te zien, zoals verklaard is in de h’adieth van Ibn ‘Oemar. Zijn linkeroog zal het oog zijn dat is bedekt met een dikke plooi huid en zal ook onvolmaakt zijn.” Dus hij zal een defect hebben in zowel zijn rechteroog als in zijn linkeroog; allebei zullen gebrekkig zijn, omdat het Arabische woord dat is gebruikt in de h’adieth, namelijk a’war, wordt gebruikt om alles te beschrijven dat onvolmaakt is en het wordt in het bijzonder gebruikt om de ogen te beschrijven als zij beschadigd zijn. Eén oog zal onbruikbaar zijn en het andere oog zal gebrekkig zijn.

An-Nawawie was het eens met deze verzoening, voorgesteld door al-Qaadie ‘Iyaad, en al-Qoertoebie keurde het ook goed.

 

Waar zal de dadjaal verschijnen?

De dadjaal zal verschijnen uit het gebied ten westen van Khoerasaan (Chorasan of Khorasan: provincie in het noordoosten van Iran), van onder de joden van Isfahaan (Isfahan of Esfahan: stad in Iran). Dan zal hij reizen over de hele aarde en zal geen stad achter laten zonder er binnen te zijn geweest, behalve Mekkah en al-Medienah, welke hij niet binnen kan gaan omdat de engelen hen bewaken.

Volgens een h’adieth van Faatimah bint Qays (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd betreffende de dadjaal (Nederlandstalige interpretatie): “Hij zal verschijnen uit het gebied van de Syrische zee of van het gebied van de Jeminitische zee… Nee, eerder van het oosten…,” en hij wees naar het oosten. (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5228.)

Aboe Bakr as-Siddeeq (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) vertelde ons (Nederlandstalige interpretatie): “De dadjaal zal verschijnen van een land in het oosten met de naam Khorasan.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie, nr. 2163. Als sah’ieh’ geclassificeerd door al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier, h’adieth 3398.)

Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal verschijnen van onder de joden van Isfahan en met hem zullen er zeventigduizend joden zijn die kronen dragen.’” (Overgeleverd door Ah’mad, nr. 12865.)

 

Plaatsen waar de dadjaal nooit binnen zal gaan

Het is voor de dadjaal verboden om Mekkah en al-Medienah binnen te gaan wanneer hij verschijnt aan het einde der tijden. Er zijn sah’ieh’ ah’aadieth die dit aangeven. Wat alle andere plaatsen betreft; hij zal er binnen gaan, één voor één.

In een h’adieth van Faatimah bint Qays (moge Allah tevreden zijn met haar), staat: “(Hij zal zeggen:) ‘Ik heb bijna toestemming om te verschijnen. Ik zal dan verschijnen en ik zal over heel de aarde reizen voor veertig dagen en ik zal geen enkele stad verlaten zonder er binnen te gaan, behalve Mekkah en al-Medienah, mij wordt verhinderd er binnen te gaan, want elke keer als ik probeer om er binnen te gaan, is er een engel met een zwaard zonder omhulsel in zijn hand, die mij verhindert er binnen te gaan. Bij elke ingang zullen er engelen zijn die hen beschermen.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5228.)

Het is ook overgeleverd dat de dadjaal de moskee van Sinai en Masdjid al-Aqsaa (in Jeruzalem) niet zal binnen gaan. Imaam Ah’mad (nr. 22572) leverde over dat Djoenaadah ibn Oemayyah al-Azdie zei: “Ik kwam bij een man van onder de metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zei tegen hem: ‘Vertel me een h’adieth die je gehoord hebt van de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) over de dadjaal.’ Hij noemde de h’adieth en zei: ‘Hij zal onder jullie verblijven voor veertig dagen, waarin hij naar elke plaats (op aarde) zal gaan, behalve vier moskeeën: Masdjid al-H’araam (in Mekkah), de moskee van al-Medienah, de moskee van Sinai en Masjdid al-Aqsaa.’”

 

De volgelingen van de dadjaal

De meeste volgelingen van de dadjaal zullen zijn van onder de joden, Perzen, Turken en een mengeling van andere mensen, de meeste bedoeïenen en vrouwen.

Imaam Moeslim leverde over in zijn Sah’ieh’ (5237), van Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “De volgelingen van de dadjaal van onder de joden van Isfahan, zullen er zeventigduizend zijn en zij dragen zware gestreepte kleding.”

Volgens een verslag overgeleverd door imaam Ah’mad (Nederlandstalige interpretatie): “Zeventigduizend joden, kronen dragend.” (H’adieth nr. 12865.)

Volgens een h’adieth van Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem), betreffende het hierboven genoemde (Nederlandstalige interpretatie): “Hij zal gevolgd worden door mensen met gezichten als glanzende schilden.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie, nr. 2136.) Met betrekking tot de bedoeïenen die volgelingen zullen zijn van de dadjaal, dit is omdat velen van hen onwetend zijn. Met betrekking tot de vrouwen, dit is omdat zij gemakkelijk beïnvloed worden en vanwege dat velen van hen onwetend zijn.

Het is overgeleverd dat Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) zei: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal tot deze vijver in Marriqanaat (een vallei in al-Medienah) komen, en de meeste van hen die naar hem toe zullen gaan zijn vrouwen, totdat een man gaat naar zijn schoonmoeder, zijn moeder, zijn dochter, zijn zuster en zijn tante, en hij zal hen stevig vastbinden uit angst dat zij naar hem toe zullen gaan.’” (Overgeleverd door Ah’mad, nr. 5099.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Dadjaal wp

 

De fitnah (beproeving) van de dadjaal

De fitnah van de dadjaal zal de grootste fitnah zijn van de tijd dat Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) Adam (vrede zij met hem) schiep, totdat het Uur begint. Dit zal zo zijn vanwege de grote wonderen die Allah bij hem zal scheppen, welke het verstand van de mensen zullen overtreffen en hen doen verbazen.

Het is overgeleverd dat hij een hel en een paradijs bij zich heeft, maar zijn paradijs zal zijn hel zijn en zijn hel zal zijn paradijs zijn. Hij zal rivieren van water hebben en bergen van brood. Hij zal de hemel bevelen om regen neer te doen dalen en het zal regenen. En hij zal de aarde bevelen om gewassen voort te brengen en het zal dat doen. De schatten van de aarde zullen hem volgen en hij zal snel reizen, als wolken voortgedreven door de wind. En hij zal andere buitengewone prestaties verrichten. Dit alles is genoemd in de sah’ieh’ ah’aadieth. Imaam Moeslim leverde over in zijn Sah’ieh’ dat Hoedzayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal eenogig zijn, blind aan zijn linkeroog en hij zal dik haar hebben. Hij zal een paradijs en een hel bij zich hebben, maar zijn paradijs zal een hel zijn en zijn hel zal een paradijs zijn.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5222.)

Moeslim leverde ook over dat Hoedzayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Ik weet wat de dadjaal met zich mee zal nemen: hij zal twee stromende rivieren hebben. Eén zal duidelijk lijken op water en de andere zal duidelijk lijken op een allesverwoestend brandend vuur. Als een van jullie dat ziet, laat hem kiezen voor de rivier die lijkt op vuur, laat hem dan zijn ogen sluiten en zijn hand zakken en er van drinken, het zal koel water zijn.’” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 5223.)

In een h’adieth van al-Nawwaas ibn Sam’aan betreffende de dadjaal, is overgeleverd dat de sah’aabah (metgezellen – moge Allah tevreden zijn met hen) zeiden: “O boodschapper van Allah! Hoe lang zal hij op de aarde blijven?” Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Veertig dagen: één dag is als een jaar, één dag is als een maand, één dag is als een week en de rest van de dagen is als jullie dagen.” … Zij zeiden: “Hoe snel zal hij reizen over de aarde?” Hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “Zoals de wolken wanneer zij gedreven worden door de wind. Hij zal bij enkele mensen komen en hen roepen en zij zullen in hem geloven en aan hem gehoor geven. Dan zal hij de lucht bevelen te regenen en de aarde om vegetatie voort te brengen en hun vee zal terugkomen in de avond, met hun bulten zeer hoog en hun uiers vol met melk en hun flanken strak (d.w.z. niet mager). Dan zal hij bij andere mensen komen en hen roepen, maar zij zullen hem afwijzen. Hij zal hen verlaten en zij zullen getroffen worden door hongersnood, zonder hun bezittingen op hun landen. Hij zal ruïnes passeren en zeggen: ‘Breng jullie schatten tevoorschijn!,’ – waarna de schat hem zal volgen als een zwerm bijen. Dan zal hij een zeer jeugdige man roepen en hij zal hem slaan met een zwaard en hem in tweeën snijden. Dan zal hij de stukken apart van elkaar leggen op een afstand zoals een boogschutter van zijn doel. Dan zal hij hem roepen en de jonge man zal lachend naar voren komen, met zijn gezicht schitterend.” (Overgeleverd door Moeslim, 5228.)

Al-Boekhaarie leverde over van Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden zijn met hem), dat deze man die door de dadjaal gedood zal worden, één van de beste mensen zal zijn, die naar de dadjaal zal gaan vanuit de stad van de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en hij zal tegen de dadjaal zeggen: “Ik getuig dat jij de dadjaal bent over wie de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ons verteld heeft.” De dadjaal zal zeggen (tegen zijn mensen): “Wat denken jullie, als ik deze man dood en hem dan weer tot leven breng, zullen jullie dan enige twijfels hebben?” Zij zullen zeggen: “Nee.” Dus hij zal hem doden en hem dan weer tot leven brengen (met de Toestemming van Allah). Dan zal hij (de gelovige man) zeggen: “Bij Allah, ik was nog nooit zo zeker van jou als dat ik ben vandaag.” De dadjaal zal hem willen doden, maar het zal hem niet toegestaan zijn. (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 6599.)

Volgens een h’adieth van Oemaamah al-Baahilie (moge Allah tevreden zijn met hem), zei de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) over de dadjaal (Nederlandstalige interpretatie): “Een deel van zijn fitnah zal zijn dat hij zegt tegen een bedoeïen: ‘Denk jij dat als ik jouw vader en moeder laat herleven voor jou, dat jij dan zult getuigen dat ik jouw heer ben?’ Hij zal zeggen: ‘Ja.’ Twee duivels zullen voor hem verschijnen in de gedaante van zijn vader en moeder, zeggende: ‘O mijn zoon! Volg hem, want hij is jouw heer.’” (Overgeleverd door Ibn Maadjah, nr. 4067. Als sah’ieh’ geclassificeerd door al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier, h’adieth 7752.)

 

Bescherming tegen de fitnah van de dadjaal

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft zijn oemmah (gemeenschap) geleerd hoe zij beschermd kunnen worden tegen de fitnah van de valse messias (al-masieh’ ad-dadjaal, de antichrist). Hij liet zijn oemmah op een pad dat duidelijk is en niemand dwaalt er van af, behalve degene die verdoemd is. Hij heeft niet één goede zaak onbesproken gelaten, of enige kwade zaak zonder ons ervoor te waarschuwen. Onder de zaken waarvoor hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ons gewaarschuwd heeft, is de fitnah van de dadjaal, omdat het de grootste fitnah zal zijn die de oemmah zal meemaken totdat het Uur komt. Elke profeet (vrede zij met hen) heeft zijn oemmah gewaarschuwd voor de eenogige dadjaal, maar profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was de enige profeet die zijn oemmah meer gewaarschuwd heeft over hem. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft hem vele kenmerken van de dadjaal verteld, zodat hij zijn oemmah kon waarschuwen. De dadjaal zal ongetwijfeld verschijnen in deze oemmah, want het is de laatste oemmah en profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is het zegel der profeten. Er volgen nu enkele profetische richtlijnen welke de uitverkoren profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft duidelijk gemaakt voor zijn oemmah, zodat het beschermd kan worden tegen deze machtige fitnah. We vragen Allah alle moslims hier veilig voor te laten zijn en moge Hij ons bescherming schenken.

1.) Vasthouden aan de Islaam, het juiste geloof hebben en de Schone Namen en Eigenschappen van Allah de Verhevene leren (zie De Schone Namen van Allah), welke niet gedeeld worden met iemand anders. Men moet weten dat de dadjaal een mens zal zijn die zal eten en drinken, en men dient te weten dat Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) hier ver boven Verheven is. De dadjaal zal eenogig zijn, maar Allah de Verhevene is niet eenogig. Niemand kan zijn Heer zien tot hij sterft (zie het artikel Is het mogelijk om Allah te zien?), maar als de dadjaal verschijnt, zal hij gezien worden door alle mensen, zowel gelovigen als ongelovigen.

2.) Toevlucht zoeken bij Allah de Almachtige tegen de fitnah van de dadjaal, in het bijzonder tijdens as-salaah (het gebed). Dit is overgeleverd in de sah’ieh’ ah’aadieth, zoals die is overgeleverd van oemm al-moe-eminien ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar), de vrouw van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), die zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gewoon was te bidden in zijn gebed:

 

Dadjaal 2

 

Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka mien ‘adzaabie l-qabrie, wa a’oedzoe bieka mien fietnatie l-masieh’ie d-dadjaal, wa a’oedzoe bieka mien fietnatie l-mah’ya wa l-mamaat. Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka miena l-ma-ethamie wa l-maghram [O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, en ik zoek mijn toevlucht bij U voor de beproeving van de antichrist, en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproevingen van het leven en de dood. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen zonde en (bij mensen in) schuld (staan)].” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 789.)

Moeslim leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Als iemand van jullie de tashahhoed zegt, laat hem toevlucht zoeken bij Allah tegen vier dingen, en zeggen:

 

Dadjaal 3

 

Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka mien ‘adzaabie l-qabr, wa mien ‘adzaabie djahannam, wa mien fietnatie l-mah’ya wa l-mamaat, wa mien sharrie fietnatie l-masieh’ie d-dadjaal (O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, en tegen de bestraffing van het Hellevuur, tegen de beproevingen van het leven en de dood, en tegen de slechtheid van de beproeving van de antichrist).” (Overgeleverd door Moeslim, nr. 924.)

3.) Het onthouden van de aayaat van soerat al-Kahf (18). De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gebood ons om de aayaat in het begin van soerat al-Kahf te reciteren tegen de dadjaal. Volgens enkele overleveringen waren de laatste verzen van deze soerah genoemd. Dit betekent het reciteren van de eerste tien verzen of de laatste tien. Onder de ah’aadieth die overgeleverd zijn betreffende dit, is een lange h’adieth die overgeleverd is door Moeslim van al-Nawwaas ibn Sam’aan, waarin staat (Nederlandstalige interpretatie): “Wie van jullie hem (de dadjaal) ziet, laat hem de verzen in het begin van soerat al-Kahf reciteren tegen hem.” (H’adieth 5228.)

Moeslim (nr. 1342) leverde over van Aboe al-Dardaa-e (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Iedereen die tien aayaat van het begin van soerat al-Kahf onthoudt, zal beschermd zijn tegen de dadjaal,” d.w.z. tegen zijn fitnah. Moeslim zei: “Shoe’bah zei: “Van het eind van al-Kahf.” Hammaam zei: “Van het begin van al-Kahf.”

An-Nawawie zei: “De reden hiervoor, is dat er aan het begin van deze soerah wonderen en tekenen zijn genoemd, en iedereen die over hen nadenkt zal niet misleid worden door de fitnah van de dadjaal. En aan het eind van deze soerah zegt Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “Veronderstellen degenen die ongelovig zijn dan dat zij Mijn dienaren (de engelen, Allahs boodschappers, Jezus etc.) als awliyaa-e (heren, beschermers, goden) kunnen nemen naast Mij?…” [Soerat al-Kahf (18), aayah 102].” (Sharh’ Sah’ieh’ Moeslim, 6/93.)

Dit is een van de bijzondere kenmerken van soerat al-Kahf. Er zijn ah’aadieth die aanbevelen om het te lezen, speciaal op vrijdag. Al-Haakim leverde over van Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Iedereen die soerat al-Kahf op vrijdag reciteert, het zal een licht zijn voor hem van een vrijdag naar de andere.” (Al-Moestadra, 2/368. Als sah’ieh’ geclassificeerd door al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier, h’adieth 6346.)

Soerat al-Kahf is ongetwijfeld van groot belang, het bevat belangrijke aayaat, zoals het verhaal van de mensen van de grot (zie het artikel De bewoners van de grot), het verhaal van Moesaa en al-Khidhr (vrede zij met hen), het verhaal van Dzoel-Qarnayn en het bouwen van de dam om Ya-edjoedj en Ma-edjoedj (de volken van Gog en Magog) tegen te houden, bewijs van de opstanding en het blazen op de Bazuin, en de uitleg van degenen wier meeste daden zijn verloren, die degenen zijn die denken dat zij geleid zijn terwijl zij in feite misleid en blind zijn.

Elke moslim zou moeten streven om deze soerah te bestuderen en het te onthouden en het herhaaldelijk te lezen, in het bijzonder op de beste dag waarop de zon opkomt, namelijk vrijdag.

4.) De dadjaal ontvluchten en bij hem weg blijven. De beste manier is om in Mekkah of al-Medienah te wonen en plaatsen waar de dadjaal niet zal binnen gaan. Als de dadjaal verschijnt, zouden moslims ver bij hem vandaan moeten blijven, vanwege de verwarring die hij zal veroorzaken en de machtige wonderen die hij bij zich heeft, welke Allah de Almachtige hem laat verrichten om de mensheid te beproeven. Een man zal bij hem komen, denkend dat hij een sterke gelovige is, toch zal hij dan de dadjaal volgen. We vragen Allah de Verhevene om alle moslims bescherming te geven tegen deze fitnah. Imaam Ah’mad (19118), Aboe Daawoed (3762) en al-Haakim (4/31) leverde over van ‘Imraan ibn H’oesayn (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Ieder die van de dadjaal hoort, laat hem ver weg blijven van hem, want een man zal bij hem komen en denken dat hij de waarheid spreekt vanwege de wonderen die met hem zijn gezonden.”

 

De dood van de dadjaal

De dadjaal zal sterven door de handen van de Messias ‘Iesaa ibn Maryam [Jezus zoon van Maria (vrede zij met hem)], zoals is aangegeven door de sah’ieh’ ah’aadieth. De dadjaal zal op aarde verschijnen en zal vele volgelingen krijgen, zijn fitnah ver en wijd verspreid. Niemand zal aan zijn fitnah ontsnappen, behalve enkele van de gelovigen. Op dat moment zal ‘Iesaa ibn Maryam (vrede zij met hem) afdalen naar de oostelijke minaret in Damascus en de gelovige dienaren van Allah zullen zich om hem heen verzamelen. Hij zal hen leiden naar de dadjaal, die op het moment van de afdaling van ‘Iesaa (vrede zij met hem) richting Bayt al-Maqdis (Jeruzalem) zal gaan. ‘Iesaa (vrede zij met hem) zal hem inhalen bij de poort van Loedd (Loet), een plaats in Palestina vlakbij Bayt al-Maqdis. Als de dadjaal hem ziet, begint hij te smelten als zout in water, maar ‘Iesaa (vrede zij met hem) zal tegen hem zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “Ik heb enkele zaken met jou af te handelen, je zult mij niet ontkomen.” Dan zal hij hem inhalen en hem doden met zijn speer. Zijn volgelingen zullen vluchten, achtervolgd door de moslims die hen zullen doden. En de bomen en rotsen zullen zeggen: “O moslim! O dienaar van Allah! Er is een jood achter mij, kom en dood hem!” Behalve de gharqad (buksboom), omdat dit een van de bomen van de joden is.

De volgen twee h’adiethayn zijn overgeleverd over de dood van de dadjaal en zijn volgelingen.

Moeslim (nr. 5233) leverde over dat ‘Abd-Allaah ibn ‘Amr (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De dadjaal zal onder mijn oemmah verschijnen en zal blijven voor veertig… Dan zal Allah ‘Iesaa ibn Maryam, die lijkt op ‘Oerwah ibn Mas’oed, zenden en hij zal hem achtervolgen en doden.’

Imaam Ah’mad (nr. 14920) en at-Tirmidzie (nr. 2170) leverde over dat Madjma’ ibn Djaariyah al-Ansaarie (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “De zoon van Maryam zal de dadjaal doden bij de poort van Loedd.”

En wij zoeken toevlucht bij Allah tegen de fitnah van ad-dadjaal.

 

Relevante artikelen:

De neerdaling van Jezus