Wat de sjiieten doen op Asjoera is een innovatie en misleiding

De zelfkastijding van de shi’ieten op Asjoera is geen Islaam!

asjoera-01Vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Dit artikel bestaat uit de volgende hoofdstukken:

Het islamitische oordeel
Vijanden van de Islaam
Wat is wel goed om te doen op de dag van Asjoera

Alle lof is voor Allah, Heer der werelden, en moge de vrede en de zegeningen van Allah neerdalen op de voornaamste van alle boodschappers, Moh’ammed, alsook op zijn familie, al zijn metgezellen en iedereen die hun voorbeeld volgt. Voorts:

Binnen het sjiisme (as-shie’ah – shi’a) heeft ‘Aashoeraa-e (Asjoera) een bijzondere plek als afsluiting van de elfdaagse rouwperiode in de maand Moeh’arram, de eerste maand van de islamitische kalender, waarin de martelaarsdood van imaam H’oesayn (of Hoessein – moge Allah tevreden over hem zijn) in 61 H. (680 n.C.) wordt herdacht.

De letterlijke vertaling van ‘aashoeraa-e is ‘tiende’, verwijzend naar ‘de tiende dag’. ‘Aashoeraa-e wordt dan ook gevierd op de tiende dag van de maand Moeh’arram. Maar is het vieren van ‘Aashoeraa-e en de handelingen die de sjiieten verrichten eigenlijk wel islamitisch? Op https://islamqa.info/ar/101268 (Arabisch) / https://islamqa.info/en/101268 (Engels) wordt daar het volgende op gezegd:

 


Het islamitische oordeel

Wat de sjiieten doen op ‘Aashoeraa-e – op hun borstkassen en wangen slaan, en het slaan op hun schouders met kettingen en hun hoofden verwonden met messen om bloed te laten vloeien enzovoort – is bid’ah (een innovatie) dat geen basis heeft in de Islaam. Deze dingen zijn kwaadaardigheden die verboden werden door de profeet Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), die deze oemmah (gemeenschap) niets van deze dingen of vergelijkbare zaken voorgeschreven heeft om de dood van een leider of het verlies van een martelaar te gedenken, ongeacht zijn status. Tijdens zijn leven (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) stierven een aantal oudere metgezellen de marteldood en hij rouwde om hun verlies, zoals H’amzah ibn ‘Abdoel-Moettalib, Zayd ibn H’aarithah, Dja’far ibn Abie Taalib en ‘Abdoellaah ibn Rawaahah (moge Allah tevreden over hen zijn). Maar hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) deed niet één van dit soort zaken die deze mensen doen. Als het iets goeds was, dan zou hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) het zeker gedaan hebben.

Ya’qoeb (profeet Jakob – vrede zij met hem) sloeg niet op zijn borstkas en kraste niet in zijn gezicht, noch liet hij zijn bloed vloeien of nam de dag van het verlies van Yoesoef (profeet Jozef – vrede zij met hem) als een feestdag of rouwdag. Nee, hij dacht aan zijn geliefde die hij miste en voelde verdriet en pijn daardoor. Dit is iets waar niemand voor verweten kan worden. Wat verboden is, zijn deze handelingen die zij geërfd hebben van de Djaahiliyyah en die de Islaam verbiedt.

Al-Boekhaarie (1294) en Moeslim (103) leverden over dat ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Hij behoort niet tot ons, die zijn wangen slaat, zijn kleding scheurt of schreeuwt met de schreeuw van de Djaahiliyyah.’

Deze berispelijke handelingen die de sjiieten doen op de dag van ‘Aashoeraa-e hebben geen basis in de Islaam. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft ze niet gedaan, noch enig van zijn metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn). Niemand van zijn metgezellen verrichtte ze toen hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) of iemand anders overleed, hoewel het verlies van Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) groter is dan de dood van al-H’oesayn (moge Allah tevreden over hem zijn).

asjoera-02Al-H’aafidhz Ibn Kethier zei: “Elke moslim dient te rouwen om de moord op al-H’oesayn (moge Allah tevreden over hem zijn), want hij is een van de leiders van de moslims, een van de geleerden van de sah’aabah (metgezellen – moge Allah tevreden over hen zijn) en de zoon van (Faatimah – moge Allah tevreden over haar zijn) de dochter van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) die de beste van zijn dochters was. Hij was een toegewijd gelovige en een dappere en gulle man. Maar er is niets goeds in wat de sjiieten doen aan uiting van leed en verdriet, waarvan het merendeel wellicht gedaan wordt om indruk te maken. Zijn vader (‘Alie – moge Allah tevreden over hem zijn) was beter dan hem en hij werd vermoord, maar zij nemen zijn dood niet als een gedenkdag zoals zij dat doen met de dood van al-H’oesayn. Zijn vader werd vermoord op een vrijdag toen hij na het fadjr-gebed de moskee verliet, op de zeventiende dag van Ramadhaan in 40 H. ‘Oethmaan (moge Allah tevreden over hem zijn) was beter dan ‘Alie, volgens Ahl as-Soennah wa l-Djamaa’ah, en hij werd vermoord toen hij in zijn huis belegerd werd tijdens de dagen van at-Tashrieq in Dzoe l-H’idjah 36 H., met zijn hals doorgesneden van de ene halsader tot de andere. Maar de mensen namen zijn dood niet als een gedenkdag. ‘Oemar ibn al-Khattaab (moge Allah tevreden over hem zijn) was beter dan ‘Alie en ‘Oethmaan, en hij werd vermoord terwijl hij in de mih’raab stond, al-fadjr biddend en Qor-aan reciterend. Maar de mensen namen zijn dood niet als een gedenkdag. Aboe Bakr as-Sidhieq (moge Allah tevreden over hem zijn) was beter dan hem, maar de mensen namen zijn dood niet als een gedenkdag. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) is de leider van de zonen van Adam (oftewel de hele mensheid) in deze wereld en het Hiernamaals, en Allah nam hem tot Zich zoals de profeten vóór hem overleden (vrede en zegeningen van Allah zijn met hen allen). Maar niemand nam de data van hun overlijden als gedenkdagen waarop zij doen wat deze onwetende raafidhah (sjiieten) doen op de dag dat al-H’oesayn vermoord werd. … Het beste dat gezegd kan worden wanneer men denkt aan deze en vergelijkbare calamiteiten is wat ‘Alie ibn al-H’oesayn overleverde van zijn overgrootvader, de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), die zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Er is geen moslim die getroffen wordt door een calamiteit en er aan denkt, ook al was het in het vage en verre verleden, en zegt inna lillaahie wa inna ilayhie raadji’oen (waarlijk, wij behoren aan Allah en naar Hem keren wij terug), of Allah zal hem een beloning geven zoals die van de dag toen het hem overkwam.’ (Overgeleverd door imaam Ah’med en Ibn Maadjah.)” [Einde citaat uit al-Bidaayah wa n-Nihaayah (8/221).]

En hij zei (8/220): “De raafidhah (sjiieten) in de staat van Banie Boewayh in het jaar 400 en rond die tijd gingen naar het extreme. In Bagdad en andere steden werd op de dag van ‘Aashoeraa-e op trommels geslagen, zand en stro werden uitgestrooid in de straten en marktplaatsen, aan winkels werd jute gehangen en de mensen uitten verdriet en huilden. Velen van hen dronken die nacht geen water, uit medeleven met al-H’oesayn. Want hij was dorstig toen hij gedood werd. De vrouwen gingen blootsvoets naar buiten, jammerend terwijl zij hun gezichten en borstkassen sloegen, blootsvoets lopend over de marktplaatsen, alsook andere berispelijke innovaties… Wat zij bedoelden met deze en vergelijkbare handelingen was het betwisten van de staat van Banoe Oemayyah (de Omajjaden, of Omayyaden, Oemayyaden, Umayyaden, Banu Umayya enzovoort), want hij werd vermoord tijdens hun tijdperk. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

asjoera-wp

 

De Naasibis (an-nawaasib, an-naasibah en ahl an-nasb) van Syrië deden op de dag van ‘Aashoeraa-e het tegenovergestelde van wat de raafidhah en sjiieten deden. Zij kookten granen op de dag van ‘Aashoeraa-e, verrichtten ghoesl (grote rituele wassing), parfumeerden zichzelf, droegen hun beste kleding en namen die dag als een ‘ied (feest) waarvoor zij allerlei soorten voedsel bereidden en waarop zij blijdschap en vreugde uitten, met de bedoeling om de raafidhah te irriteren en anders te zijn dan hen.” (Einde citaat.)

Die dag vieren is een innovatie (bid’ah) en het een gedenkdag maken om te rouwen is ook een innovatie. (Zie het artikel Het verbod op innovaties.) Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Door de moord op al-H’oesayn (moge Allah tevreden over hem zijn) veroorzaakte shaytaan (de satan) dat de mensen twee innovaties introduceerde: de innovatie van het rouwen en jammeren op de dag van ‘Aashoeraa-e, door op de wangen te slaan, huilen en reciteren van lofprijzingen. … En de innovatie van blijdschap en feest vieren. … Dus sommigen introduceerden het rouwen en anderen introduceerden het feest vieren, die de dag van ‘Aashoeraa-e beschouwden als een dag voor het gebruiken van kohl, het verrichten van ghoesl, geld spenderen aan familie en het maken van speciaal voedsel. … En iedere innovatie is misleiding. Niemand van de vier a-immah (imams) van de moslims of enige andere (geleerde) beschouwde één van deze dingen als moestah’ab (aanbevolen).” [Einde citaat uit Minhaadj al-Soennah (4/554).]

 


Vijanden van de Islaam

We dienen op te merken dat deze berispelijke handelingen aangemoedigd worden door de vijanden van de Islaam, zodat zij hun kwaadaardige doelen kunnen verwezenlijken om het beeld van de Islaam en de volgelingen ervan te vervormen. Moesaa al-Moesawie zei hierover in zijn boek as-Shi’ah wa l-Tas-h’ieh’:

asjoera-03“Maar er is absoluut geen twijfel dat het slaan van de hoofden met zwaarden en het snijden in het hoofd om te rouwen voor al-H’oesayn op de tiende dag van Moeh’arram, Iran en Irak en India bereikte tijdens de Britse bezetting van die landen. De Britten zijn degenen die misbruik maakten van de onwetendheid en naïviteit van de sjiieten alsook hun grote liefde voor imaam al-H’oesayn, en zij leerden hen om hun hoofden te slaan met zwaarden.

Tot kort geleden sponsorden de Britse ambassades in Teheran en Bagdad de H’oesaynie-optochten waarin dit vreselijke spektakel verschijnt in de straten en steegjes. Het doel van het Britse imperialistisch beleid van het ontwikkelen van dit vreselijke spektakel en het op de slechtst mogelijke manier uitbuiten ervan, is om een acceptabele rechtvaardiging te geven aan het Britse volk en de vrije pers die zich verzetten tegen het Brits kolonialisme in India en andere moslimlanden, en om de mensen van die landen te tonen als woestelingen die iemand nodig hadden om hen te redden van hun onwetendheid en barbaarsheid.

In de Britse en Europese kranten verschenen beelden van de optochten die door de straten trokken op de dag van ‘Aashoeraa-e, waarin duizenden mensen hun hoofden sloegen met kettingen en sneden met messen waardoor zij gingen bloeden, en de politici rechtvaardigden hun kolonisatie op basis van een menselijke plicht om de landen van deze mensen met een dergelijke cultuur te koloniseren om ze te leiden naar beschaving en vooruitgang.

Er is gezegd dat toen Yasin al-Hashimi (1884–1937), de Irakese president tijdens de Britse bezetting van Irak, Londen bezocht om met de Britten te onderhandelen over een einde van het mandaat, de Britten tegen hem zeiden: wij zijn in Irak om het Irakese volk te helpen om vooruitgang te boeken, geluk te verkrijgen en om hen uit barbaarsheid te halen. Dit maakte Yasin al-Hashimi boos en hij verliet woedend de kamer waar de onderhandelingen plaatsvonden. Maar de Britten verontschuldigden zich beleefd en vroegen hem met alle respect om een documentaire over Irak te bekijken, dat een film over de H’oesaynie-optochten door de straten van al-Najaf, Karbala en al-Kaazimiyyah bleek te zijn, waarin weerzinwekkende en afstotelijke beelden getoond werden van mensen die zichzelf verwonden met messen en kettingen. Het is alsof de Britten hem wilden zeggen: zou een verstandig iemand met zelfs een beetje beschaafdheid zichzelf zulke dingen aandoen!?” (Einde citaat.)

En Allah weet het best.

 


Wat is wel goed om te doen op de dag van Asjoera

(Toevoeging van de vertaler.)

Volgens de Ahl as-Soennah wa l-Djamaa’ah is het aanbevolen om te vasten op de dag van ‘Aashoeraa-e. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Het vasten van de dag van ‘Arafah (de 9de dag van de maand Dhzoe l-H’idjjah), ik hoop dat Allah daardoor zonden van het jaar ervoor en het jaar erna zal vergeven; en het vasten van de dag van ‘Aashoeraa-e (de 10de dag van de maand Moeh’arram), ik hoop dat Allah daardoor zonden van het jaar ervoor zal vergeven.” (Overgeleverd door Moeslim, 1162.)

Een h’adieth, overgeleverd door al-Boekhaarie (1865), geeft aan dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) kwam naar al-Medienah en zag de joden vasten op de dag van ‘Aashoeraa-e. Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wat is dit?’ Zij zeiden: ‘Dit is een goede dag, dit is de dag waarop Allah Banie Israa-iel [de nakomelingen van Israël – profeet Jakob (vrede zij met hem)] redde van hun vijand, en Moesaa (Mozes – vrede zij met hem) vastte op deze dag.’ Hij zei: ‘Wij zijn dichter bij Moesaa dan jullie.’ Dus hij vastte op deze dag en zei de mensen om te vasten.”

En tot Allah keren wij allemaal terug.

(Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

aashoeraa

 

Relevante artikelen:

Vrijwillig vasten

Het verbod op innovaties (bid’ah)

Een antwoord op de leugen over ‘Oemar ibn al-Khattaab en Faatimah (moge Allah tevreden over hen beide zijn)