Waarom de joden vervloekt werden

Als moslims doen wat zij deden, zal hun einde als hun einde zijn.

JodenEen khoetbah van Muhammad al-Shareef. Vertaald door zuster Umm Mus’ab. Bewerkt door uwkeuze.net.

<<<Noot: de naam jood (Jehoedi in het Hebreeuws) komt van de naam Juda, of Jehoeda in het Hebreeuws. Juda was één van de twaalf zonen (stammen) die voortkwamen uit de profeet Ya’qoeb (Jakob) ofwel Israël (vrede zij met hem). Er dient echter onderscheid gemaakt te worden tussen jood als een lid van het volk der joden, de Israëlieten of Banie Israa-iel (men schrijft jood dan met een hoofdletter), en jood als een joodsgelovige (men schrijft jood dan met een kleine letter). Een jood is dus niet per definitie ook een jood, want de joden die hun profeten gehoorzaamden waren moslims: degenen die zich overgeven aan God. Omdat deze twee benamingen elkaar vaak overlappen, is het vrij lastig om in een artikel als dit een goed onderscheid te maken. Voor het gemak hebben we voor alles een kleine letter j gebruikt. Uiteindelijk hangt de Barmhartigheid of Toorn van Allah af van wat men gelooft en hoe men handelt (jood) en niet van welk ras men afstamt (Jood).>>>

De vrouw van Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), Oemm al-Moe-eminien Safiyyah bint Hoeyayy (moge Allah tevreden zijn met haar), was de dochter van één van de joodse leiders van al-Medienah. Na haar Islaam vertelde ze de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) wanneer de stralen van de Islaam voor het eerst haar gezegende hart binnendrongen.

Het was de dag die Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) beschrijft als de schitterendste dag voor iedereen in al-Medienah – de dag dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) er binnentrad. Alle Ansaar, mannen, vrouwen en kinderen, verzamelden zich om hem te begroeten en kreten van lof aan Allah vulden de lucht.

Onder het gezelschap bevonden zich twee mannen; zoveel als de Ansaar en de Moehaadjirien de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) vereerden, zoveel verachtten zij hem. Het waren de vader van Safiyyah (moge Allah tevreden zijn met haar) en haar oom.

Ze was nog maar een klein meisje terwijl ze keek naar de duisternis en somberheid welke hun gezichten zich eigen hadden gemaakt toen ze op die dag naar huis terugkeerden. Haar joodse oom vroeg 1400 jaar geleden: “Is hij het? Is het de profeet waar onze geschriften over spreken?” Hoeyayy liet zijn hoofd zakken en zei: “Ja, het is hem.” “Wat zullen we doen?” vroeg Safiyyah’s oom. Hoeyayy keek hem in de ogen: “Tot de laatste dag zullen we zijn bitterste vijanden zijn!”

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. Racistische arrogantie liet de joden afkerig zijn tegenover het verwelkomen van de waarheid toen het kwam d.m.v. een profeet niet van hun eigen ras. De joden halen hun blinde racisme uit hun Bijbel, waar hen wordt verteld dat hun Arabische broeders afstammen van Hagar, een “slavin”, en dat om die reden de Arabieren een minderwaardig ras zijn. Dus hoe konden de joden een profeet accepteren die niet van hen kwam, het superieure ras dat afstamt van Isaak, geboren uit de vrije vrouw Sara, maar van de minderwaardige Arabieren die afstammen van Ismaël, geboren uit de slavin Hagar?>>>

Vanaf de allereerste raka’ah van de tarawieh’ reciteren wij het vers van soerat al-Faatih’ah (Nederlandstalige interpretatie): “Leid ons op het rechte pad. Het pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen, noch dat van de dwalenden.” [Soerat al-Faatih’ah (1), aayah 6-7.]

‘Adiyy ibn Haatim vroeg aan de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) wie degenen zijn op wie de Toorn rust. Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Het zijn de joden.” (Zie Tefsier Ibn Kethier.)

Toen ik op de middelbare school zat, had de leraar tijdens een les een uitspraak aan de muur gehangen waar ik vele dagen over peinsde. Er stond simpelweg: “Vrijheid van meningsuiting behoort toe aan degenen die de pers bezitten.” Wie bezit de pers? Je kunt me geloven als ik zeg dat het niet de godsvrezenden en geliefden van Allah zijn.

Het is dezelfde pers die de ‘aqiedah (geloofsleer) van een groot deel van onze oemmah (gemeenschap) vormt en programmeert. Vele van onze broeders en zusters zijn ongeletterd voor de Woorden van Allah en de leiding van Zijn boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), er valt dus met weinig twijfel te zeggen dat hun ideeën onderbewust gevormd worden door wat Seinfeld hen op woensdagavond om acht uur vertelt.

Het is deze zelfde broeder of zuster die vraagt: “Ik begrijp niet waarom de joden vervloekt werden. Seinfeld is grappig. Wat heeft hij gedaan?”

Deze khoetbah is onze media en inshaa-a Allaah zullen we in deze paar momenten leren over slechts voorbeelden van wat er voor zorgde dat de joden de Toorn van Allah hebben verkregen.

In de openingsverzen van soerat al-Baqarah nodigt Allah Banie Israa-iel [de nakomelingen van Israël – Ya’qoeb (vrede zij met hem)] uit om terug te keren – om de gunsten en zegeningen die Allah hen geschonken heeft te gedenken – en om de belofte te vervullen dat zij de profeet zouden volgen wanneer die tot hen gezonden werd. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O Banie Israa-iel! Denk aan Mijn gunst die Ik aan jullie geschonken heb, en wees trouw aangaande Mijn Verbond (met jullie), (zodat) Ik trouw zal zijn aangaande jullie verbond (met Mij) (#1) en vrees Mij alleen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 40.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#1) D.w.z.: Ik beloofde jullie een profeet, en dat is Moh’ammed, dus volg hem zoals jullie beloofd hebben, en Ik zal doen wat Ik beloofd heb: jullie zonden vergeven en jullie het Paradijs binnenlaten (etc.).>>>

Allah de Verhevene heeft hen gered van de slavernij aan Fir’awn, Hij redde hen van de zee en deed Fir’awn en zijn leger verdrinken. Allah de Verhevene heeft hen uitgekozen om voedsel uit de hemel te ontvangen. Allah zond hen profeet na profeet van onder henzelf en zond de Heilige geschriften – o.a. at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie). Allah verkoos hen boven alle anderen in hun tijd.

“O Banie Israa-iel! Gedenk Mijn gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en dat Ik jullie (voorouders destijds) verkoos boven al-‘aalamien (de andere volkeren destijds).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 47.]

Hoe beantwoordden zij deze zegeningen van Allah?

 

1.) Zij volgden alleen datgene dat zij wilden volgen

Wanneer een profeet tot hen kwam en datgene wat hij onderwees hen niet beviel, dan verwierpen zij deze waarheid of doodden zij de profeet en volgden datgene wat hen beviel.

“Werkelijk, Wij sloten een verbond met Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël – Jakob) en Wij zonden boodschappers naar hen. Iedere keer dat er een boodschapper tot hen kwam met wat hun zielen niet begeerden, loochenden zij een groep (van de boodschappers) en doodden zij een groep.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 70.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Is het dan zo dat telkens wanneer een boodschapper tot jullie komt met hetgeen jullie niet begeren, jullie (vervolgens) arrogant worden? Jullie loochenden sommigen (profeten) en doden anderen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 87.]>>>

En we dienen hier te gedenken dat dit niet het commentaar van een of andere journalist is die neutraal beweert te zijn. Het is de Heer der werelden Die ons – in verzen die tot de Laatste Dag gelezen zullen worden – de diepste geheimen vertelt die in de beginselen van het Jodendom liggen. “…En wie is waarachtiger in redevoering dan Allah?” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 87.]

 

2.) Zij veranderden de Woorden van Allah

Er waren groepen onder de joden die de Woorden van Allah veranderden – hier iets toevoegen, daar iets weghalen – om de waarheid het zwijgen op te leggen en het te veranderen naar datgene wat met hun verlangens overeenkwam.

“En waarlijk, onder hen is een groep die met hun tongen het Boek verdraaien (als zij het lezen, om onwetenden te misleiden), zodat jullie het beschouwen als behorend tot het Boek terwijl het niet behoort tot het Boek, en zij zeggen: ‘Het komt van Allah,’ terwijl het niet van Allah komt. En zij vertellen over Allah de leugen terwijl zij dat weten.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 78.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. In het Oude Testament lezen we hierover: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers he eft valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.) Hier wordt nadrukkelijk aangegeven dat de joden knoeiden met het Heilige Schrift!>>>

 

3.) Hun bewering dat zij de geliefden en kinderen van Allah zijn

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “Noe’maan ibn Aasaa, Bahr ibn ‘Amr en Shaas ibn Adi, drie joden, kwamen bij de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Hij zat met hen en nodigde hen uit naar Allah en waarschuwde hen voor de Toorn van Allah. Zij antwoordden: ‘Waarom probeer je ons bang te maken, O Moh’ammed? Bij Allah, wij zijn de kinderen van Allah en Zijn geliefden!’ Daarop werd het vers geopenbaard (Nederlandstalige interpretatie): “En de joden en de christenen zeggen: ‘Wij zijn kinderen van Allah en Zijn geliefden.’ (#2) Zeg (O Moh’ammed): ‘Waarom dan straft Hij jullie voor jullie zonden?’ Nee! Jullie zijn mensen behorend tot hen die Hij schiep…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 18.] (Tefsier Ibn Kethier, 2/36.)

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#2) Veel joden en christenen leggen het concept “zoon/geliefde van God” verkeerd uit. Het dient noch op een letterlijke, noch een exclusieve zin uitgelegd te worden. Sommige joden en christenen die later moslim werden, zeiden: “Dit concept beduidt alleen eer en respect, zoals dat gewoon was in hun manier van spreken in die tijd.” In de taal van de jood was elke rechtgeaarde persoon, elke Jan, Piet en Klaas die zich overgaf aan de Wil en het Plan van Allah en dit volgde, een zoon van God? Het was een figuurlijke omschrijvende term, die algemeen werd gebruikt onder de joden. [Zie 11.) De zonen van God in Jezus in de Islam.] Zo konden de joden niet begrijpen hoe enige niet-joden (voor hen ongelovigen, in dit geval de Arabieren) openbaringen en leiding konden ontvangen die zelfs superieur waren aan wat zij beschouwden als hun geboorterecht. Deze neiging is wijd verspreid onder het menselijke ras. Een bepaald ras, of kaste, of een bepaalde cultuur, beweert dat zij de erfgenamen zijn van Allahs boodschap, hoewel het universeel is.>>>

 

4.) Hun godslasterende uitspraken

Er overviel de joden een tijd van armoede, dus gingen zij naar Shaas ibn Qays en ondervroegen hem. Hij zei: “Jullie Heer is gierig, Hij geeft nooit uit.” Allah openbaarde in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En de joden zeggen: ‘De Hand van Allah is gebonden (gierig).’ (#3) Gebonden zijn hun handen en vervloekt zijn zij (verwijderd uit Zijn Barmhartigheid) vanwege wat zij zeiden! Nee! Zijn Handen zijn wijd uitgestrekt en Hij schenkt hoe Hij wil…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 64.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#3) De joden bedoelden hiermee dat Allah de Verhevene niet langer meer gul was. Toen zij eeuwenlang in de ergste staat van decadentie en verloedering waren geraakt en alle hoop op herstel hadden verloren, verweten zij Allah voor het vrekkig zijn jegens hen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.) Zij zeiden ook (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah is arm en wij zijn rijk!” [Soerat Aal-‘Imraan (30, aayah 181.]>>>

 

5.) Het doden van de profeten

Een van de meest afschuwwekkende zonden die zij begingen was het vermoorden van hun profeten. Dit is één van de grootste redenen waarom zij door vernedering getroffen werden.

“…En de vernedering en al-maskanah (armoede, ellende, lafheid en gierigheid) omringden hen, en zij keerden terug met de Toorn van Allah. Dat is omdat zij Allahs aayaat (tekenen, bewijzen, verzen) loochenden en de profeten ten onrechte doodden. (#4) Dat is omdat zij ongehoorzaam waren en (Allahs wetten) overtraden.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 61.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#4) Imaam Ah’mad leverde over van ‘Abdoellaah ibn Mas’oed die zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “De mensen die de meeste bestraffing ontvangen op de Dag der Opstanding zijn: iemand die door een profeet gedood is of wie een profeet doodde…” De geschiedenis van de Israëlieten wemelt van de voorbeelden van ontucht en ander verderf, alsook hun vervolging en het doden van hun eigen profeten. Zie o.a. 1 Koningen 19:1-10 en 22:26-27, 2 Kronieken 16:1-10 en 24:20-21, Jeremia 15:10, 18:20-23, 20:1-18 en hoofdstuk 36 t/m 40, en Marcus 6:17-29 (over de onthoofding van Johannes, Yah’yaa – vrede zij met hem). Natuurlijk dienen we Jezus (vrede zij met hem) niet te vergeten, die ook slachtoffer was van de kwaadaardige plannen van de priesters en de ouderen van de joden. Omdat hij hen onderhanden nam vanwege hun zonden en hypocrisie en hen adviseerde een rechtschapen leven te leiden, wilden zij hem kruisigen. De Qor-aan verklaart dat zij het absoluut verdienden om vervloekt te worden. Zij kozen hun grootste overtreders van wet en moraliteit en maakten hen hun leiders, en zij zonden hun meest vrome en rechtschapen mannen naar de gevangenis of de galg.>>>

Zij probeerden niet alleen hun profeten te doden, maar zij poogden ook Allahs boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zelf te vermoorden.

Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ging met een aantal metgezellen op weg om de joden van de Banoe Nadhier te ontmoeten. Terwijl hij op hen wachtte aan de kant van een gebouw, klommen zij op het dak met een grote steen om het op het hoofd van Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) te laten vallen. (De engel) Djibriel (Gabriël – vrede zij met hem) waarschuwde Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) voor hun plan. Hij stond op zonder iets te zeggen, vertrok naar al-Medienah en kwam terug met een leger. Dit was de oorzaak van de verdrijving van de Banoe Nadhier uit al-Medienah. (Zie Moekhtasar Sierat Ibn Hishaam, 159.)

En de lijst gaat door; zij geboden niet het goede en verboden niet het slechte, zij accepteerden de beslissing van wat Allah over hen openbaarde niet, zij geloofden niet in hun Boek, zij ontvingen voedsel vanuit de hemel maar weigerden het, zij daagden hun profeet uit om hen Allah te tonen in dit leven, zij namen de engel Djibriel als hun gezworen vijand, zij namen de graven van hun profeten als symbolen van aanbidding, en de lijst gaat door en door in de Qor-aan en de Soennah.

 

Wees gewaarschuwd!

Er zijn een aantal verzen in de Qor-aan die gaan over degenen die niet oordelen met wat Allah heeft neergezonden, dat zij zware zondaren zijn. Een aantal leerlingen van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) vroegen hem: “Werden deze niet geopenbaard over de joden en de christenen?” Hij zei: “Soebh’aan-Allaah! Zijn alle blijde tijdingen in de Qor-aan voor ons en alle vermaningen voor hen? Als wij doen wat zij deden, zal ons einde als hun einde zijn.”

Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Jullie (O moslims) zullen de praktijken van degenen die vóór jullie kwamen zo precies en letterlijk volgen, dat als zij het hol van de hagedis binnen zouden gaan, jullie daar ook naar binnen zouden gaan.” Wij zeiden: “O boodschapper van Allah! Bedoelt u de joden en christenen?” Hij antwoordde: “Wie anders?” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

De Qor-aan vertelt ons over addertjes onder het gras die de joden beten. Allah de Verhevene vertelt ons dit zodat we ons laten waarschuwen voor wat hen ertoe leidde om de toorn van Allah op te wekken en zodat wij niet door dezelfde adder gebeten worden.

Laat ons een voorbeeld nemen aan het volgende vers (Nederlandstalige interpretatie): “Vervolgens volgde er na hen een (slechte) generatie die het Boek (de Thora) erfde. Zij namen (verkozen) wat deze lagere (wereld) te bieden had (aan vergankelijke, zondige genietingen) en zeiden (als excuus): ‘(Alles) zal vergeven worden voor ons.’…” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 169.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. Louter een Boek erven of er lippendienst aan bewijzen, maakt een volk nog niet rechtschapen. Als zij bezwijken voor de verleidingen van deze wereld, zal hun hypocrisie des te meer opvallen. In de Qor-aan lezen we o.a. (Nederlandstalige interpretatie): “En zij (de joden) zeiden: ‘Het Vuur (van de Hel) zal ons niet aanraken behalve een bepaald aantal dagen.’ (#5) Zeg (O Moh’ammed): ‘Zijn jullie (wat dat betreft) een verbond aangegaan met Allah? Dan zal Allah Zijn verbond niet verbreken. Of zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten?'” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 80.]

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#5) De joden kunnen door hun arrogantie zeggen: “Wat de verschrikking van de Hel ook is voor andere mensen, onze zonden zullen vergeven worden, want wij zijn de kinderen van Abraham; in het ergste geval zullen wij slechts een korte straf ondergaan en vervolgens teruggebracht worden aan de ‘boezem van Abraham’.” Deze luchtbel wordt hier doorgeprikt! Zo’n uitspraak is een bespotting van Allahs bestraffing. Want één enkel moment, of feitelijk één enkele dip in de Hel is genoeg om je alle genietingen die je op aarde hebt gehad te laten vergeten. De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “De meest verwende persoon in dit leven die behoort tot de mensen van de Hel, zal op de Dag der Opstanding gebracht worden en in de Hel gedompeld worden en er wordt hem dan gevraagd: ‘O zoon van Adam! Heb jij ooit enig voorspoed genoten? Heb jij ooit enige genieting gehad?’ Hij zegt dan: ‘Nee! Bij Allah, O mijn Rabb!’ Dan wordt de ellendigste persoon in dit leven die behoort tot de mensen van het Paradijs gebracht en in het Paradijs gedompeld, waarna hem wordt gevraagd: O zoon van Adam! Heb jij ooit enig leed gevoeld? Heb jij ooit enige wreedheid meegemaakt?’ Hij zegt dan: ‘Nee! Bij Allah, mijn Rabb, ik heb nooit aan enige ellende geleden, noch heb ik ooit enige wreedheid gezien.’” (Overgeleverd door Moeslim.)>>>

Zoveel moslims beschouwen de Qor-aan als een geërfd iets; de echte kracht van de Woorden van Allah zijn echter niet tot de harten doorgedrongen. Hoeveel van onze jonge moslimjeugd begrijpen de taal van Cobolt en A++, en zijn er jaren mee bezig om het te begrijpen, maar begrijpen geen enkele zin uit de Qor-aan?

Hebben wij afgezien van de ribaa (rente) die Allah h’araam (verboden) voor ons heeft gemaakt? [Zie het artikel Het consumeren van ribaa (rente).] In de jaren 1973 tot 1976, toen de moslims vertrokken om Israël te bestrijden, werden de legers van vermaak opgeroepen. Er werden zangeressen bijgehaald, buikdanseressen gehuurd en er werden series toegewijd ter aanmoediging van onze strijdende moslims. De liedjes waren ondergedompeld in nationalisme en Arabische trots.

En tot slot is al-walaa-e een fundamenteel deel van onze dien (religie – manier van leven), d.w.z. liefde en loyaliteit, alsook al-baraa-e, d.w.z. haat en distantiëring. Het zou profijtvol voor ons zijn om na te denken over de toepassing van onze walaa-e en baraa-e met betrekking tot de joden.

Ten eerste: wij dienen hen niet als awliyaa-e (beschermers, helpers, vrienden etc.) te nemen. Allah de Verhevene beveelt ons in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Neem niet de joden en de christenen als awliyaa-e, zij zijn awliyaa-e van elkaar. En wie van jullie hen neemt (als awliyaa-e), dan waarlijk, hij behoort tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk (polytheïsten en onrechtplegers) niet.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 51.]

Ten tweede: wij dienen hen niet te imiteren. Het verbod op het imiteren van de joden en christenen geldt voor die zaken die symbolisch zijn voor hun gewoontes en hun valsheid. Bijvoorbeeld, als iemand een witte boord om zijn nek zou dragen, zou iedereen aannemen dat hij een christen is. Dit is omdat het witte boord een symbool van hen is geworden.

De regelgeving is algemener dan alleen kleding. Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wees anders dan de joden.” (Sah’ieh’ Aboe Daawoed.)

Ten derde: een moslimvrouw mag nooit een joodse of christelijke man huwen die zijn geloof blijft belijden. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “…Zij (de gelovige vrouwen) zijn niet toegestaan voor hen (de ongelovige mannen) en zij (de ongelovige mannen) zijn niet toegestaan voor hen (de gelovige vrouwen)…” [Soerat al-Moemtah’anah (60), aayah 10.]

Is dit alles een doodvonnis voor de joden? Nee! De oneindige Barmhartigheid van Allah heeft de deur opengelaten voor iedereen die naar Hem wenst terug te keren (Nederlandstalige interpretatie): “En als Ahl al-Kitaab (de mensen van het Boek: joden en christenen) maar geloofd hadden [in Moh’ammed (#6)] en (Allah) gevreesd hadden, dan zouden Wij voor hen hun slechte daden zeker bedekt (vergeven) hebben en hen binnengelaten hebben in Tuinen der Geriefelijkheid (het Paradijs).” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 65.]

Zie het artikel Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah.

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#6) Hadden zij in feite ook maar geloofd in hun eigen Boeken en profeten, want de komst van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) werd reeds door hen aangekondigd! Zie o.a. soerat al-Baqarah (2), aayah 89 (Nederlandstalige interpretatie): “En toen er tot hen (de joden) een Boek (deze Qor-aan) kwam van Allah, als bevestiging voor wat bij hen is [at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie)], terwijl zij vroeger (vóór de komst van Moh’ammed) vroegen (aan Allah om hen te helpen met de komst van de beloofde profeet) om een overwinning te behalen op degenen die ongelovig zijn (#7); toen vervolgens dat tot hen kwam wat zij herkenden (de beloofde profeet uit hun heilige geschriften), geloofden zij er niet in; dus Allahs vloek is op de ongelovigen.” (Zie Mohammed in de Bijbel.)

<<<Toevoeging van uwkeuze.net. (#7) Zij waren gewoon te zeggen tegen de polytheïsten: “Een profeet zal gezonden worden vlak voor het einde van deze wereld en wij – samen met hem – zullen jullie elimineren net zoals de volkeren van ‘Aad en Iram werden geëlimineerd.” Ook Moh’ammed ibn Ish’aaq leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De joden waren gewoon om Allah aan te roepen (voor de komst van de beloofde profeet) om d.m.v. hem de overwinning te behalen op de (stammen van) Aws en Khazradj, voordat de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezonden werd.” Toen Allah de Verhevene hem zond van de Arabieren, verwierpen zij hem en ontkenden wat ze over hem zeiden. Vandaar dat, toen Moe’aadz ibn Djabal en Bishr ibn al-Baraa-e ibn Ma’roer, de naaste van Banie Salamah, tegen hen zeiden: “O joden! Vrees Allah en aanvaard de Islaam. Jullie riepen Allah aan voor de komst van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) toen wij nog ongelovigen waren en jullie vertelden ons dat hij zou komen en omschreven hem aan ons,” de jood Salaam ibn Moeshkim van Banie an-Nadhier antwoordde: “Hij bracht niets wat wij herkennen. Hij is niet de profeet waar wij jullie over vertelden.” Allah de Verhevene openbaarde vervolgens deze aayah over hun verklaring. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

O Allah! “Leid ons op het rechte pad. Het pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen, noch dat van de dwalenden.” [Soerat al-Faatih’ah (1), aayah 6-7.]

Amien!

 

Relevante artikelen:

De misleiding van de joden

As the Arabs see the Jews (Engelstalig)

Jodendom (rubriek)