Vraag 64

V&A zwart 2Vraag: is het zeggen van sadaqaallaahoe al-‘Adhziem na het reciteren of citeren van de Qor-aan een innovatie (bid’ah)? Zo ja, hoe werd het geïntroduceerd?

Antwoord: alle lof is voor Allah.

(Uit Izaalat al-sitaar ‘an al-djawaab al-moekhtaar van Ibn ‘Oethaymien, 79-80.)

Veel mensen hebben de gewoonte om een recitatie van de Qor-aan te beëindigen met de woorden “sadaqaallaahoe al-‘Adhziem (Allah de Almachtige heeft de waarheid gesproken),” maar dit heeft geen basis in de Islam omdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dit niet gedaan heeft, noch was het de gewoonte van de sah’aabah (metgezellen – moge Allah tevreden zijn met hen), en het was onbekend onder de taabi’ien (volgelingen – de generatie na de sah’aabah).

Deze gewoonte ontstond later omdat enkele lezers van de Qor-aan deze woorden zeiden, op basis van de aayah (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Allah spreekt de waarheid!…’” [soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 95] en de mensen hielden hier van. Maar dit istihsaan (leuk vinden) dient verworpen te worden, omdat als dit werkelijk iets goeds zou zijn, dan zouden de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), de sah’aabah en de taabi’ien – de selef, of de eerste en de beste generatie van de oemmah – het niet nagelaten hebben om te verrichten.

De aayah (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Allah spreekt de waarheid!…’” [soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 95] betekent niet dat deze woorden gezegd moeten worden aan het einde van enige recitatie. Als dat het geval was, dan zou Hij gezegd hebben: “Wanneer je klaar bent met lezen, zeg: ‘Allah heeft de waarheid gesproken,’” net zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wanneer jullie dan de Qor-aan (Koran) reciteren, zoek dan toevlucht bij Allah tegen de satan (de duivel), de verworpene (de vervloekte).” [Soerat al-Nah’l (16), aayah 98.]

<<< De smeekbede tegen de afleidingen, influisteringen, twijfels etc. van de shaytaan (satan) tijdens het reciteren van de Qor-aan is: a’oedzoe biellaahie mienas-shaytaanier-radjiem [ik zoek toevlucht bij Allah tegen de shaytaan, de verworpene (de vervloekte)]. Dit betekent niet dat je deze woorden louter in het Arabisch uitspreekt. Het betekent dat je een oprecht verlangen dient te hebben en je uiterste best doet om je te beschermen tegen de slechte ingevingen van satan wanneer je de Qor-aan leest. Je zou je best moeten doen om alles wat de Qor-aan bevat te zien in de juiste context en niet toestaan dat je het mengt met zelf verzonnen theorieën of ideeën (gebaseerd op begeerten) die gaan tegen hetgeen Allah de Verhevene in feite bedoelt. Men dient te beseffen dat het meest boosaardige doel van satan is dat de lezer geen leiding van de Qor-aan verwerft. Daarom zal de satan zijn uiterste best doen om de lezer op een dwaalspoor te brengen en hem te verhinderen dat hij er leiding van verwerft door hem naar onjuiste denkwijzen te leiden. De lezer dient dus goed op zijn hoede te zijn en de bescherming van Allah te zoeken tegen de satan zodat hij niet in staat is hem te beroven van de voordelen van deze bron van leiding. Want degene die faalt leiding te verwerven van deze bron, zal nooit ergens anders leiding kunnen vinden. Daarnaast zal degene die misleiding van dit Boek zoekt zo verstrikt zijn in zijn misleiding, dat hij nooit uit deze vicieuze cirkel kan geraken. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

De aayah die de vernieuwers gebruiken om hun handeling van het zeggen van “sadaqa Allaah” na het reciteren van de Qor-aan te ondersteunen, werd in feite geopenbaard in de context van het bevestigen van hetgeen gezegd is over hoe al het voedsel wettig was voor Banie Israa-iel behalve wat Israa-iel (Israël of Jakob – vrede zij met hem) voor zichzelf onwettig gemaakt heeft. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Al het voedsel was toegestaan voor Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël) behalve hetgeen Israa-iel (Israël – Jakob) verbood voor zichzelf voordat at-Tawraat (de Thora) neergezonden werd. Zeg (O Moh’ammed): ‘Breng dan at-Tawraat en reciteer haar dan, indien jullie waarachtig zijn.’ Wie dan daarna de leugen over Allah verzint (dat de sabbat en de Thora eeuwig zijn), dat zijn dan degenen die de onrechtplegers zijn. Zeg (O Moh’ammed): ‘Allah spreekt de waarheid! Volg dan de religie van Ibraahiem (Abraham) die een h’anief was (zuivere monotheïst) en hij behoorde niet tot de polytheïsten (afgodenaanbidders).’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 93-95.]

Als deze aayah zou betekenen dat deze woorden gezegd moeten worden na het reciteren van de Qor-aan, dan zou de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de eerste zijn die dit zou weten en doen. Omdat dit niet het geval is, weten we dat dit niet hetgeen was wat bedoeld werd.

We kunnen dus concluderen dat het zeggen van “sadaqaallaahoe al-‘Adhziem” na het lezen van de Qor-aan een innovatie (bid’ah) is en dat moslims het niet dienen te zeggen.

Maar geloven dat Allah de waarheid gesproken heeft is verplicht; eenieder die dit niet gelooft, of die de waarheid van wat Allah gezegd heeft betwijfelt, is een kaafir (ongelovige) die buiten de grenzen van de Islaam is. We zoeken toevlucht bij Allah hiertegen.

Als iemand “Allah heeft de waarheid gesproken” zegt bij bepaalde gebeurtenissen, bijvoorbeeld wanneer Hij iets voorspelt heeft en dit komt uit, als bevestiging van de waarheid van hetgeen Hij gezegd heeft, dit is dan toegestaan, omdat in de Soennah iets vergelijkbaars overgeleverd is. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) hield eens een toespraak en al-H’asan en al-H’oesayn kwamen opdagen (die toen nog jong waren), dus kwam hij van de minbar (preekstoel), pakte hen op en plaatste hen voor zich en zei vervolgens (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah heeft de waarheid gesproken: ‘Waarlijk, jullie bezittingen en jullie kinderen zijn slechts (vergankelijk en) een beproeving…’ [soerat at-Taghaaboen (64), aayah 15].”

 

Overzicht Vraag & Antwoord

 

Relevante artikelen:

al-Qor-aan – de Koran (diverse artikelen)

Het verbod op innovaties (bid’ah)