Voorwaarden voor toelaatbare grappen

En enkele voorbeelden van grappen van de profeet .

Door ‘Abd al-Malik al-Qaasim.
Vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Waarlijk, alle lof is voor Allah. Wij prijzen Hem, zoeken Zijn hulp en vragen Hem om vergeving. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het slechte in onze zielen en het slechte van onze handelingen. Wie Allah leidt, er is niemand die hem kan misleiden; en wie Allah laat dwalen, er is niemand die hem kan leiden. Ik getuig dat er geen God is Die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij heeft geen deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Voorts:

 

1. Het dient geen enkel element van bespotting van de islam met zich mee te brengen.

Dit behoort tot de zaken die de Islaam van een persoon tenietdoen. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En als jij (o Moh’ammed) hen vraagt, zullen zij zeker zeggen: ‘Wij kletsten en grapten slechts.’ Zeg: ‘Was het met Allah en Zijn tekenen en Zijn boodschapper (Moh’ammed) dat jullie spotten!?’ Verontschuldig jullie niet; werkelijk, jullie werden ongelovig na jullie geloof (wegens jullie bespotting)…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 65-66.]

Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Grappen maken over Allah, Zijn tekenen en Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) is koefr (ongeloof) en degene die dat doet is ongelovig geworden nadat hij geloofde. Hetzelfde geldt voor grappen maken over sommige soennan, een daad die wijdverspreid is, zoals grappen maken over de baard en de h’idjaab, of het inkorten van de kleding (tot boven de enkels) enzovoort.”

Sheikh Moh’ammed ibn ‘Oethaymien zei in al-Madjmoe’ at-Thamien, 1/63: “De kwesties aangaande goddelijke Heerschappij, profeetschap, openbaring en religie zijn heilige zaken die vereerd dienen te worden. Het is voor niemand toegestaan om oneerbiedigheid te tonen jegens deze zaken, hetzij door ze te bespotten om anderen te laten lachen, of om er de draak mee te steken. Als iemand dat doet, hij is een kaafir, want dit is kenmerkend voor zijn oneerbiedigheid jegens Allah en Zijn boodschappers, Boeken en wetten. Wie dit gedaan heeft dient berouw te tonen tegenover Allah voor hetgeen hij gedaan heeft, want het is een vorm van hypocrisie (nifaaq). Hij dient dus berouw te tonen tegenover Allah, Zijn vergeving te zoeken, zijn handelen te verbeteren en vrees voor Allah, verering van en liefde voor Hem in zijn hart te ontwikkelen. En Allah is de Bron van kracht.”

[Noot van de vertaler: een moslim dient altijd goed na te denken wat hij/zij zegt of schrijft. Er zijn bepaalde zaken in de Islaam die heilig zijn; grenzen die je gewoonweg niet kunt overschrijden, ook al doe je het onbewust of bedoel je het als grapje. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, het kan zijn dat een dienaar een paar woorden uitspreekt waar hij niet over heeft nagedacht, waardoor hij in het Vuur zal worden geworpen met een afstand die groter is dan wat er tussen het oosten en het westen is.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) Tot die zaken behoren Allah Ta’aalaa en Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), of andere fundamentele zaken van de Islaam, zoals de Koran, de betrouwbare Soennah, de h’addj, zakaat en vasten in Ramadhaan, of het geloof in de engelen, het Paradijs en het Hellevuur. Wie hier grappen over maakt, deze zaken bekritiseert, met grove woorden omschrijft of fouten en gebreken aan hen toeschrijft, is ongelovig geworden, ook al beweert hij moslim te zijn en verricht hij zijn gebeden. Dergelijk persoon dient berouw te verrichten en terug te keren tot Allah Ta’aalaa. Dit is de mening van alle gerespecteerde geleerden door de eeuwen heen, die hierover boeken vol hebben geschreven (zie bijvoorbeeld as-Shifaa van al-Qaadhie ‘Iyaad, of as-Saarim al-Masloel van Ibn Taymieyyah). Deze geleerden baseren zich onder meer op vers 65 en 66 van hoofdstuk at-Tawbah, waar gesproken wordt over enkele mensen die op jihad waren met de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) tijdens de veldslag van Taboek, en onderling denigrerende grappen maakten over hem (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en de metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn). Daarop openbaarde Allah Ta’aalaa deze verzen.]

(Lees verder onder de afbeelding. Gebruik de afbeeldingen in dit artikel gerust voor da’wah.)

 

2. De grapjes dienen geen leugens te bevatten.

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wee degene die leugens verteld om mensen aan het lachen te maken, wee hem!” (Overgeleverd door Aboe Daawoed.)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei ook (Nederlandstalige interpretatie), waarschuwend voor dergelijk gedrag waar sommige grapjassen gewend aan zijn: “Een man kan iets zeggen om zijn metgezellen aan het lachen te maken, en hij zal daardoor in het Vuur vallen zo ver als de Plejaden (het Zevengesternte).” (Overgeleverd door Ah’med.)

[Noot van de vertaler: in Madjmoe’ Fataawaa wa Maqaalaat Lie l-Shaykh Ibn Baaz (6/391) wordt aangegeven: “Er is niets mis met humoristische gesprekken en het maken van grappen, mits het waarheid is, vooral als het niet heel veel gedaan wordt. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) maakte grappen, maar hij zei nooit iets dat niet waar was. Als het vertellen van leugens met zich mee brengt, dan is het niet toegestaan, omdat de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wee degene die spreekt en liegt om mensen aan het lachen te maken, wee hem, wee hem!’ (Overgeleverd door Aboe Daawoed, at-Tirmidzie en an-Nasaa-ie, met een djayyid isnaad.) En Allah is de Bron van kracht.” (Einde citaat.) Zie de artikelen Liegen en 1 april en Ik lieg niet, ik maak alleen maar een grapje.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

3. Men dient anderen niet bang te maken.

Vooral degenen die heel energiek of sterk zijn, of degene die een wapen of een stuk ijzer vasthoudt, of wie gebruik maakt van de duisternis en de zwakheid van mensen om dat te gebruiken als middel om hen bang te maken of paniek te zaaien. Er is overgeleverd dat Aboe Layla zei: “De metgezellen van Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zeiden dat zij eens reisden met de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en een man onder hen viel in slaap. Sommige van hen namen een touw en bonden hem vast, en hij werd bang. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Het is niet toegestaan voor een moslim om een andere moslim bang te maken.’” (Overgeleverd door Aboe Daawoed.)

 

4. Bespot anderen niet door achter hun ruggen te knipogen of door hatelijke opmerkingen te maken.

Mensen variëren in hun vermogen om dingen te begrijpen en wat betreft hun karakters. Sommige zwakke mensen, degenen die het leuk vinden om anderen voor de gek te houden en achter hun ruggen te knipogen of hatelijke opmerkingen te maken, kunnen iemand zien als een doelwit om hem belachelijk te maken en een mikpunt voor hun grap – Allah verhoede. Allah Ta’aalaa heeft dergelijk gedrag verboden in de aayah (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Een groep dient niet de spot te drijven met een andere groep: het kan zijn dat zij beter zijn dan hen (bij Allah). Noch dienen vrouwen de spot te drijven met andere vrouwen: het kan zijn dat zij beter zijn dan hen (bij Allah). (#1) En beledig jezelf niet (#2) en geef elkaar geen krenkende bijnamen. (#3) Slecht is het geven van een naam van ongehoorzaamheid (aan je broeder) na het geloof. En wie geen berouw toont, zij zijn dan de onrechtplegers.” [Soerat al-H’oedjoeraat (49), aayah 11.]

<<<(#1) Noot van de vertaler: bespotten beduidt niet alleen bespotten met de tong, maar het omvat ook iemand nabootsen, nadrukkelijke toespelingen op iemand maken, lachen om iemands woorden, handelingen, kleding of uiterlijk, of de aandacht van andere mensen richten op enige tekortkoming in iemand, zodat anderen ook om hem/haar lachen. Dit soort aanfluitingen en pesterijen worden allemaal omvat in ‘bespotten’. … Dat mannen en vrouwen apart genoemd worden betekent niet dat het toegestaan is voor mannen om vrouwen te bespotten, of voor vrouwen om mannen te bespotten. De feitelijke reden voor de aparte vermelding van de twee geslachten is dat de Islaam totaal niet gelooft in een gemengde samenleving. (Zie het artikel Bewijs voor het verbod op het mengen van mannen en vrouwen.) Elkaar bespotten gebeurt normaliter in gemengde samenkomsten en de Islaam staat niet toe dat niet-mah’ram mannen en vrouwen elkaar in zulke samenkomsten ontmoeten en de spot met elkaar drijven. In een islamitische maatschappij is het dus ondenkbaar dat mannen de spot drijven met vrouwen, of dat vrouwen de spot drijven met mannen tijdens een bijeenkomst. (Tafheem-ul-Qur’an van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<<(#2) Noot van de vertaler: het woord lamz dat in het Arabisch gebruikt is, kan slaan op bespotten, beschimpen, uitlachen, belachelijk maken, uitjouwen, beledigen, iemand beschuldigen of het zoeken naar gebreken bij iemand en hem het doelwit maken van bezoedeling en afkeuring door openlijke of geïmpliceerde zinspelingen. Al dit soort zaken verpesten de onderlinge relaties en zetten kwaad bloed in een samenleving, dus zijn zij verboden. In plaats van “beledig elkaar niet” is er gezegd: “En beledig jezelf niet,” wat op zichzelf aantoont dat degene die beledigende woorden gebruikt voor anderen in feite zichzelf beledigt, want het is duidelijk dat iemand die zulke honende en kwetsende woorden gebruikt tegen anderen, zelf gevuld is met kwaadaardige gevoelens (alsook zal de belediging naar hem terugkeren, denk aan de h’adieth over moeflis. (Tafheem-ul-Qur’an.)>>>

<<<(#3) Noot van de vertaler: dat wil zeggen dat je mensen niet dient aan te spreken met bijnamen waar zij niet van houden. (Zie Tefsier Ibn Kethier.) Dit omvat ook het sarcastisch zijn jegens iemand.>>>

Ibn Kethier zei in zijn Tefsier: “Wat hier bedoeld wordt is het neerkijken op hen, hen kleineren of voor de gek houden. Dit is h’araam (verboden) en het wordt beschouwd als een eigenschap van de hypocrieten.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Sommige mensen maken grappen over het uiterlijk van anderen, of hun manier van lopen of voertuig. Maar het is goed mogelijk dat Allah Ta’aalaa degene die anderen belachelijk maakt zal vergelden daarvoor. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Uit geen kwaadwillige blijdschap met betrekking tot de tegenspoed van jouw broeder, want Allah kan genadevol zijn jegens hem en jij kunt getroffen worden door hetgeen waarover jij een grap maakt.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie.)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) waarschuwde ons voor het bespotten en kwetsen van mensen, want dat is het pad dat leidt naar haat en wrok. Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “De moslim is de broeder van een andere moslim, hij doet hem geen onrecht aan, noch laat hij hem in de steek en kijkt niet neer op hem. Taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid) is hier” – en hij wees drie keer naar zijn borstkas – “Het is voldoende kwaad voor een man om op zijn moslimbroeder neer te kijken. Elke moslim is heilig voor een andere moslim; zijn bloed, zijn bezit en zijn eer.” (Overgeleverd door Moeslim.)

 

5. Men dient niet overmatig grappen te maken.

Sommige mensen maken te veel grappen en het wordt een gewoonte voor hen. Dit is het tegenovergestelde van de serieuze aard, dat een eigenschap is van de gelovigen. Grappen maken is een onderbreking, even rust van voortdurende serieusheid en inspanning; het is een kleine ontspanning voor de ziel. ‘Oemar ibn ‘Abd al-‘Aziez (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Wees op je hoede voor scherts, want het is nutteloos en het zorgt voor wrok.”

Imaam an-Nawawie (moge Allah hem genadig zijn) zei: “De vorm van scherts die verboden is, is hetgeen overmatig en aanhoudend is, want het leidt naar te veel gelach en het verharden van het hart, het leidt af van het gedenken van Allah, en het leidt vaak naar kwetsing en wrok, alsook dat mensen respect en waardigheid verliezen. Maar wie veilig is voor dergelijke gevaren, dan is hetgeen de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gewoon was te doen toegestaan voor hem.”

[Noot van de vertaler: overmatig dollen is laghw. Khoeshoo’ (ootmoed, nederigheid) en laghw (nutteloze woorden en daden) zijn net zoals licht en duisternis, of positief en negatief, tegenwerkende krachten: des te meer khoeshoo’ een moslim in zijn hart draagt, des te meer hij laghw zal mijden; en des te meer een moslim zich bezighoudt met laghw, des te meer hij zal worstelen om khoeshoo’ te ontwikkelen. Zie het artikel Vijanden in het hart: khoeshoo’ en laghw (khoeshoo’ en laghw in het tijdperk van sociale media en de smartphone).]

 

6. Je dient de status van anderen te erkennen.

Sommige mensen kunnen lukraak met iedereen grappen maken. Maar geleerden en ouderen hebben rechten, dus je dient rekening te houden met de persoon met wie je te maken hebt. Je dient geen grappen te maken in het bijzijn van onwetende mensen, dwazen of mensen die je niet kent.

‘Oemar ibn ‘Abd al-‘Aziez (moge Allah hem genadig zijn) zei hieromtrent: “Wees op je hoede voor scherts, want het ondermijnt ridderlijkheid en mannelijkheid.”

Sa’d ibn Abie Waqqaas (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “Beperk jouw grappen, want overmaat laat jou respect verliezen en zet de dwazen tegen jou aan.”

 

7. De hoeveelheid humor dient te zijn zoals de hoeveelheid zout in je eten.

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Lach niet te veel, want te veel lachen verdooft het hart.” (Sah’ieh’ al-Djaami’, 7312.)

‘Oemar ibn al-Khattaab (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “Wie te veel lacht of te veel grappen maakt verliest respect, en wie volhardt in iets zal erom bekend worden.”

Dus pas op voor gekscheren, want het “laat iemand aanzien verliezen nadat hij gezien werd als respectabel, en het bezorgt hem vernedering na achting.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

8. Het dient geen roddelen met zich mee te brengen.

Dit is een verschrikkelijke ziekte. Sommige mensen denken dat zij over anderen kunnen spreken, en zeggen dat dit slechts als grap bedoeld is. Maar dit wordt omvat in de h’adieth van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “[Roddelen is] dat je iets over jouw broeder noemt waar hij een afkeer van heeft.” (Overgeleverd door Moeslim.)

[Zie het artikel Roddelen (je hebt je broeders vlees gegeten) en het 88 pagina’s tellende boek Roddelen (al-ghiebah) – en de ongunstige effecten op de moslimgemeenschap, van sheikh Husayn al-Awayishah, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah, te bestellen via onze webshop.]

 

9. Kies gepaste tijden voor grappen.

Tijdens een trip, of tijdens een sociale gelegenheid, of wanneer je een vriend ontmoet, kun je ontspannen en genieten van enkele leuke anekdotes, komische verhalen of ethisch verantwoorde grappen om vriendschap te ontwikkelen en blijdschap in het hart teweeg te brengen; of wanneer familieproblemen hun tol eisen en de echtgenoot of echtgenote is geërgerd, dan kan wat humor de spanning verminderen en de mensen opvrolijken.

 

10. Mijd schunnige/onzedelijke grappen. *

[* Toegevoegd door de vertaler.]

Iedereen kan grof, (te) expliciet en vulgair zijn. Maar de Islaam leert ons dat we beschaafd dienen te zijn en om goed gemanierd te zijn. Onze geliefde profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Elke religie heeft een uitgesproken morele aansporing en de morele aansporing van de Islaam is h’ayaa-e (verlegenheid, schaamte, bescheidenheid, fatsoenlijkheid).” (Overgeleverd door al-Bayhaqie.) Zie de artikelen Letten wij op ons taalgebruik? en H’ayaa-e – verlegenheid, schaamte…)

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Enkele grappen van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). *

[* Toegevoegd door de vertaler.]

Profeet Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) was in tegenstelling tot wat sommigen mogelijkerwijs geloven een man die nu en dan grapte met zijn metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn). Dit dient op zichzelf geen verrassing te zijn, als we nadenken over het feit dat humor de harten van mensen kan opwarmen en hen kan opbeuren. Aldus is het passend dat een gevoel voor humor behoort tot de eigenschappen van de profeet Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), naast andere uitmuntende eigenschappen, die vereist zijn voor de cruciale rol van profeet.

Onze geliefde profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) was de meest nederige der mensen en de onderwijzer par excellence. Hij zei vaak dat hij niet voortdurend toespraken wilde houden zodat zijn metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn) niet verveeld zouden raken. En af en toe grapte hij zelfs en bracht de mensen aan het lachen. Maar de mooie en respectvolle grappen van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) bevatten morele lessen voor ons en hij loog nooit wanneer hij grappen maakte. Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gedroeg zich altijd zeer verstandig en weloverwogen, alsook in overeenstemming met de vereisten van goede morele principes.

Nu volgen enkele voorbeelden van grappen van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem):

Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat iemand de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) vroeg om een vervoermiddel. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) antwoordde (Nederlandstalige interpretatie): “Het jong van een kameel zal aan jou gegeven worden.” De persoon in kwestie zei: “Wat kan ik doen met het jong van een kameel (daar kan ik niet op rijden), o boodschapper van Allah!?” De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei: “Elke kameel is het jong van een kameel.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie.) Met deze woorden maakte de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) niet alleen een grap, maar hij onderwees ook dat men niet te snel conclusies moet trekken, zonder de diepere betekenissen van woorden te begrijpen wanneer men ze hoort.

H’asan al-Basrie (moge Allah hem genadig zijn) zei dat er eens een oude vrouw bij de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) kwam en hem verzocht: “O boodschapper van Allah! Maak doe’aa-e (dua) dat Allah mij al-Djennah (het Paradijs) binnen laat gaan.” De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei daarop (Nederlandstalige interpretatie): “O moeder! Een oude vrouw kan al-Djennah niet binnengaan.” De vrouw begon te huilen en wilde weggaan. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei: “Zeg tegen de vrouw dat men het niet in een toestand van oude leeftijd zal binnengaan, maar Allah zal de vrouwen van al-Djennah jonge maagden maken. Allah Ta’aalaa zegt: ‘Waarlijk, Wij schiepen hen (de vrouwen van het Paradijs) volgens een perfecte schepping. En Wij maakten hen (weer) maagdelijk. Liefdevol (jegens hun echtgenoten) en gelijk in leeftijd.’ [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 35-37.] (Overgeleverd door at-Tirmidzie.)

De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) bezocht eens het huis van Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn over hem) en trof Anas’ kleine broertje zeer verdrietig aan. Nadat hij gevraagd had wat er met hem gebeurd was, werd hem verteld dat de kleine jongen in een beroerde stemming was sinds zijn tamme vogeltje, waar hij vaak mee speelde, overleden was. Toen de kleine jongen weer verscheen, zei de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Aboe ‘Oemayr, wat heeft het kleine vogeltje gedaan?,” waarop de kleine jongen hard begon te lachen. (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) Naast de woordkeus van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) in zijn vraag en het rijmend effect van de woorden in het Arabisch, bevat het ook een zeer subtiele humor, aangezien het begint met een plechtige aanspreekvorm en eindigt in een anticlimax. Op deze manier, middels het gebruik van humor, was de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) in staat deze jongen te leren om leven en dood te accepteren.

Er was een humoristische man onder de ansaar (de mensen van al-Medienah). Op een dag, toen hij de mensen rondom hem aan het lachen maakte met zijn grappen, porde de boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) hem voor de grap met zijn staf in zijn zij. De man zei: “O boodschapper van Allah! U doet me pijn. Laat mij wraak nemen.” Daarop zei de boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Ga je gang.” De man zei: “Maar u heeft een shirt aan. Ik heb dat niet (dus u moet het uitdoen zodat de ‘wraak’ exact hetzelfde is).” Daarop tilde de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zijn shirt op en ontblootte zijn zij. De man omhelsde de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en begon zijn zij eerbiedig te kussen, en hij zei: “Ik wilde het echt doen, o boodschapper van Allah!” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, ‘Adaab 160, h’adieth nummer 5224.) Dit soort grappen die de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en de metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn) maakten waren nooit beledigend en leugenachtig. Dergelijke grappen vermeerderden liefde en broederschap onder de mensen.

[Einde toevoeging.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

O moslim,

Een man zei tegen Soefyaan ibn ‘Oeyaynah (moge Allah tevreden over hem zijn): “Grappen maken is niet goed, het dient afgekeurd te worden.” Hij antwoordde: “Integendeel, het is Soennah, maar alleen voor diegenen die weten hoe en die het op gepaste tijden doen.”

Hoewel de oemmah de liefde tussen haar leden onderling dient te vermeerderen en haarzelf dient te bevrijden van saaiheid, gaan velen tegenwoordig te ver met betrekking tot ontspanning, lachen en grappen. Het is een gewoonte geworden wat hun bijeenkomsten geheel in beslag neemt en waarmee zij kostbare tijd verspillen. Aldus verspillen zij hun levens en brengen zij amper iets positiefs voort, hoewel de vijanden van de Islaam dag en nacht hard werken om de Islaam te bestrijden. (Zie de verhandeling De ideologische aanval.)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als jullie eens wisten wat ik weet, dan zouden jullie weinig lachen en veel huilen.”

In Fat-h’ al-Baarie wordt aangegeven: “Met kennis wordt hier bedoeld hetgeen te maken heeft met de Macht van Allah en Zijn vergelding van degenen die Hem ongehoorzaam zijn, alsook de verschrikkingen die plaatsvinden op het moment van overlijden, in het graf en op de dag der Opstanding.”

Moslimmannen en moslimvrouwen dienen rechtschapen en serieuze vrienden te kiezen, goede en vrome mensen wier voorbeeld zij kunnen volgen, die hen zullen helpen om het beste uit hun tijd te halen en om zich in te spannen omwille van Allah met serieusheid en standvastigheid. (Zie o.a. de artikelen Tijd is geen geld en Soorten moslims die misleid zijn.) Bilaal ibn Sa’d zei: “Ik zag hen [de sah’aabah – moge Allah tevreden over hen zijn] schertsend doen alsof zij aan het vechten waren om enkele goederen en aan het lachen waren met elkaar. Maar toen de nacht aanbrak, waren zij als monniken.”

Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden over hem zijn) werd gevraagd: “Lachten de metgezellen van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem)?” Hij zei: “Ja, en het geloof in hun harten was als bergen.”

Dus wij dienen het voorbeeld van zulke mensen te volgen, die overdag ridders waren en ‘s nachts monniken (oftewel toegewijde aanbidders).

Moge Allah ons en alle moslims veilig houden op de Dag van de Grootste Verschrikking, en moge Hij ons en alle moslims laten behoren tot degenen tot wie op die enorme Dag gezegd zal worden (Nederlandstalige interpretatie): “…Ga het Paradijs binnen, jullie zullen niet vrezen, noch zullen jullie treuren.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 49.]

Moge Allah onze profeet Moh’ammed zegenen, alsook zijn familie en metgezellen.

(Lees verder onder de afbeelding. Zie ook de afbeelding onder aan deze pagina.)

 

Relevante artikelen:

Liegen en 1 april

Ik lieg niet, ik maak alleen maar een grapje

Letten wij op ons taalgebruik?

De Drievoudige Filtertest

Kijk naar je tong en je handen!

Vijanden in het hart: khoeshoo’ en laghw (khoeshoo’ en laghw in het tijdperk van sociale media en de smartphone)

De belangrijkheid van akhlaaq – goed gedrag

 

(De afbeeldingen op deze website mogen gebruikt worden voor da’wah, graag zelfs.)