Verplichte kennis voor elke moslim

De religieuze aspecten die elke moslim en moslimah behoren te weten.

Door sheikh Moh’ammed ibn ‘Abdel-Wahhaab.
(Zie het artikel Wahhabisme ontmaskert.)
Vertaald door Abdul-Jabbar van de Ven en Abou Sayfoullah al-Maghriebie.

* Wijs met de muis een onderstippeld woord of getal aan om extra informatie te lezen.

* Ga naar e-Boeken om deze verhandeling als gratis e-boek te downloaden (pdf, 41 pagina’s, A5, 1,62 mb).

 

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمنِ الرَّحِيمِ

In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.

Alle lof is voor Allah, Heer der werelden, en moge de vrede en de zegeningen van Allah neerdalen op Zijn boodschapper, Moh’ammed, alsook op zijn familie, al zijn metgezellen en iedereen die hun voorbeeld volgt. Voorts:

Deze verhandeling bestaat uit de volgende hoofdstukken:

De drie basisprincipes
De bron van de religie heeft twee regels
Voorwaarden van de shahaadah (geloofsgetuigenis)
Factoren die tot ongeloof leiden
Tawh’ied (het toeschrijven van Allah aan eenheid) bestaat uit drie categorieën
Het tegenovergestelde van tawh’ied is shirk (afgodenaanbidding)
Koefr (ongeloof) bestaat uit twee categorieën
Nifaaq (hypocrisie) kent twee vormen: aangaande het geloof en daden
De betekenis van taaghoet en de soorten leiders
Aanbevolen boeken
Relevante artikelen

 


De drie basisprincipes

DE DRIE BASISPRINCIPES WAAR ELKE MOSLIM ZICH VAN BEWUST MOET ZIJN, zijn de volgende:

1.) Kennis over de Rabb (Heer)
2.) Kennis over de religie (al-islaam – de islam)
3.) Kennis over de profeet (Moh’ammed – salallaahoe ‘alayhie wa sellem)

Als er gevraagd wordt: “Wie is jouw Rabb (Heer)?,” geef dan als antwoord: “Mijn Rabb is Allah, Die mij en alle werelden geschapen heeft en die zijn grootgebracht door Zijn Genade. Mijn aanbidding is alleen voor Hem #A. Niemand heeft het recht om aanbeden te worden naast Allah.”

[#A Noot van uwkeuze.net: Allah is niet een ‘hij’ (‘hem’) of een ‘zij’ (‘haar’), maar het voornaamwoord ‘Hij’ (of ‘Hem’) wordt gebruikt om naar Allah te verwijzen enkel vanwege noodzaak. (Uit het boek Who is Allah? van Umm Abdurrahman Sakina Hirschfelder, p. 27.) – Einde noot.]

[Zie de rubriek God/Allah voor diverse artikelen over Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij).]

Als er gevraagd wordt: “Wat is jouw religie?,” geef dan als antwoord: “Mijn religie is de islam, welke overgave/onderwerping aan Allah inhoudt, door erkenning van Zijn Eenheid, gehoorzaamheid aan Zijn bevelen en vermijding van shirk (polytheïsme, afgodenaanbidding) en haar aanhangers.”

[Zie de verhandeling Algemene principes van Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah – een samenvatting van de fundamentele principes van de mensen van de Soennah en de Djamaa’ah aangaande de geloofsleer. Zie ook de artikelen De 5 zuilen van de islam en De 6 pilaren van imaan (geloof).]

Als er gevraagd wordt: “Wie is jouw profeet?,” geef dan als antwoord: “Mijn profeet is Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellemvrede en zegeningen van Allah zijn met hem), zoon van ‘Abdoellaah ibn ‘Abdoel-Moettalieb ibn Haashiem. Haashiem was een lid van de stam Qoeraysh en dit was een Arabische stam. De Arabieren zijn de afstammelingen van Ismaa’iel (Ismaël), zoon van Ibraahiem (Abraham) (vrede zij met hen beide).”

[Zie de verhandeling Beknopte biografie van de profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), alsook de rubriek De profeet Mohammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) voor diverse artikelen.]

[Noot van uwkeuze.net: deze drie basisprincipes, of drie fundamentele grondbeginselen, zijn in feite gebaseerd op de drie vragen die aan ons gesteld zullen worden in het graf. Zie het 83 pagina’s tellende boek Het graf – zegeningen & bestraffingen, van sheikh Husayn al-Awayishah, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. Dit boek is via onze webshop te bestellen voor € 3,50. – Einde noot.]

 


De bron van de religie heeft twee regels

TEN EERSTE: de mensen bevelen en aansporen om Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) te aanbidden, de Enige Ware God, Die geen deelgenoten heeft. Men dient loyaal te zijn tegenover degenen die het volgen, en degenen die het verwerpen als ongelovigen beschouwen [met de regels aangaande tekfier (het ongelovig verklaren van anderen) in acht nemend]. [Zie onder andere de artikelen Over de belangrijkheid van tawh’ied (het toeschrijven van Allah aan eenheid) en al-walaa-e wa al-baraa-e – loyaliteit en distantiëring.]

TEN TWEEDE: waarschuwen tegen shirk (het toekennen van deelgenoten, partners of rivalen) in de aanbidding van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij). Omwille van dit punt (de beoefenaars ervan) streng behandelen #B, je vijandig gedragen tegenover degenen die het toepassen en de beoefenaars ervan als ongelovigen beschouwen [met de regels aangaande tekfier (het ongelovig verklaren van anderen) in acht nemend]. [Zie onder andere de artikelen Vormen van koefr (ongeloof) en shirk (polytheïsme) en De oorsprong van shirk.]

[#B Noot van uwkeuze.net: de gelovigen zijn niet altijd streng (tegenover de ongelovigen), noch zijn zij altijd onderling barmhartig. Hun streng zijn is slechts ten opzichte van hun vijanden (die zich bezigen met actieve bestrijding van de islam) en hun barmhartigheid is slechts voor hun broeders in de geloofsleer (die zich correct gedragen). (At-Tefsier al-Wasiet lil Qor-aanie l-Kariem van Moh’ammed Sayyid Tantaawie.) – Einde noot.]

 


Voorwaarden van de shahaadah (geloofsgetuigenis)

ER ZIJN ZEVEN VOORWAARDEN VOOR DE GELOOFSGETUIGENIS IN ALLAH, bekend als “laa-ilaaha illa-llaah” (er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah), namelijk:

1. Kennis (‘ilm) van haar betekenis, met zowel de verwerpende als ook de bevestigende aspecten.
2. Zekerheid (yaqeen) met volledige kennis, welke alle twijfels en achterdocht over de getuigenis opheft.
3. Zuiverheid van intentie (ikhlaas), in tegenstelling tot shirk.
4. Waarheidsliefde (oprechtheid – sedhq) die de leugens opheft en schijnheiligheid verbiedt.
5. Liefde voor en toewijding aan de geloofsgetuigenis en haar vereisten (mah’abbah) en dit doen met verheuging.
6. Onderwerping aan haar vereisten (inqiyaad), waarbij verplichte godsdienstige handelingen horen, die opgedragen moeten worden aan Allah alleen en Zijn welbehagen zoeken.
7. Aanname (of acceptatie – qaboel) van de geloofsgetuigenis, in tegenstelling tot verwerping of ontkenning ervan.

Bewijzen van deze voorwaarden uit het Boek van Allah Ta’aalaa en uit de Soennah van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem):

• Bewijs voor kennis (‘ilm):

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt in Zijn Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie): “Dus weet dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah…” [Soerat Moh’ammad (47), aayah 19.] En Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…behalve wie getuigen van de waarheid, terwijl zij weten.” [Soerat az-Zoekhroef (43), aayah 86.] Zij weten met hun harten wat ze uitspreken met hun lippen.

En uit de Soennah: de authentieke h’adieth (profetische overlevering) die door ‘Oethmaan (moge Allah tevreden over hem zijn) overgeleverd is, waarin hij zei: “De boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Degene die gestorven is en hij weet dat er geen god is naast Allah, zal het Paradijs betreden.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

• Bewijs voor zekerheid (yaqeen) (van geloof):

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De (ware) gelovigen zijn slechts degenen die geloven in Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en vervolgens niet twijfelen 1 en die zich inspannen met hun bezittingen en hun levens op de weg van Allah. Zij zijn de waarachtigen.” [Soerat al-H’oedjoeraat (49), aayah 15.] De voorwaarde van hun geloof in Allah Ta’aalaa en Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) is dat zij niet twijfelen of argwaan koesteren. Wat de mensen met twijfel betreft, zij zijn de hypocrieten.

En uit de Soennah: de overlevering die door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) overgeleverd is, waarin hij zei: “De boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Ik getuig dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en dat ik Allahs boodschapper ben. Elke dienaar die Allah ontmoet met deze getuigenis, zonder enige twijfel daaraan, zal zeker het Paradijs (al-Djennah) betreden.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) In een andere versie van deze overlevering staat (Nederlandstalige interpretatie): “Elke dienaar die Allah ontmoet met deze getuigenis, zonder er aan te twijfelen, zal niet weggehouden worden van het Paradijs.”

In een h’adieth die ook door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) overgeleverd is, in een deel van een lange h’adieth, lezen we (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die je achter deze muur ontmoet die getuigt dat er geen god is naast Allah, er in gelovend met zijn hart; geef hem het blijde nieuws van het Paradijs.”

• Bewijs voor oprechtheid (sedhq):

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Weet dat de zuivere religie slechts aan Allah toebehoort!…” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 3.] En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En hen werd niets bevolen behalve dat zij Allah dienen te aanbidden, de religie zuiver voor Hem makend, als monotheïsten…” [Soerat al-Bayyienah (98), aayah 5.]

En uit de Soennah: in een authentieke h’adieth, die overgeleverd is door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn), lezen we: “De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De gelukkigste persoon die mijn voorspraak zal hebben (op de Dag des Oordeels) zal degene zijn die heeft gezegd: ‘Laa ilaaha illa-llaah,’ oprecht uit zijn hart of zijn ziel.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) Tevens wordt er overgeleverd in de authentieke (sah’ieh’) verzameling van al-Boekhaarie, van ‘Oetbaan ibn Maalik (moge Allah tevreden over hem zijn), dat de profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah heeft het Vuur verboden voor degene die ‘laa ilaaha illa-llaah’ heeft gezegd en daarmee de Tevredenheid van Allah de Majesteitelijke zocht.”

An-Nasaa-ie heeft in zijn boek, getiteld al-Yawm wa l-Laylah (de Dag en de Nacht), een h’adieth verzameld van twee metgezellen, die vertelden dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die ‘laa ielaaha iella-llaah wah’dahoe laa sharieka, lahoe l-moelkoe, wa lahoe l-h’amdoe, wa hoewa ‘ala koellie shay-in qadier’ (= er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij is de Enige, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort het koninkrijk, en aan Hem komt alle lof toe, en Hij is Almachtig over alle zaken), oprecht met zijn hart gelooft en getuigt met zijn tong; Allah zal de hemel voor deze verklaring openrukken en naar de spreker onder de inwoners van de aarde kijken. En een dienaar die door Allah wordt gezien, heeft het recht dat hem gegeven zal worden waar hij om vraagt.”

• Bewijs voor zuiverheid (ikhlaas):

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie): “Denken de mensen dat zij met rust worden gelaten wanneer zij zeggen: ‘Wij geloven,’ en dat zij niet beproefd zullen worden? 2 Bij Allah! Wij beproefden werkelijk degenen vóór hen. Aldus zal Allah zeker degenen die waarachtig zijn alsook de leugenaars kenbaar maken.” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 2-3.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En onder de mensen zijn er (hypocrieten) die zeggen: ‘Wij geloven in Allah en in de Laatste Dag,’ terwijl zij geen gelovigen zijn. Zij denken Allah en degenen die geloven te misleiden 3, maar zij misleiden alleen zichzelf, terwijl zij het niet beseffen. In hun harten is een ziekte 4, vervolgens liet Allah hun ziekte toenemen. En voor hen is er een pijnlijke kwelling omdat zij gewoon waren te liegen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 8-10.]

Uit de Soennah: Moe’aadz ibn Djabal (moge Allah tevreden over hem zijn) heeft overgeleverd dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Er is niemand die oprecht uit zijn hart getuigt dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is (laa ilaaha illa-llaah wa anna Moeh’ammadan ‘abdoehoe wa rasoeloehoe), of Allah zal voor hem het Vuur verbieden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

• Bewijs voor liefde (mah’abbah):

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En onder de mensen zijn er die anderen als gelijken (afgoden) naast Allah nemen. Zij houden van hen zoals zij van Allah houden, terwijl degenen die geloven meer houden van Allah…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 165.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Wie van jullie afvallig wordt jegens zijn religie (de islam), Allah zal dan een volk brengen van wie Hij houdt en zij houden van Hem, nederig tegenover de gelovigen, streng 5 tegenover de ongelovigen, zij strijden op de weg van Allah en zij vrezen het verwijt van niemand…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 54.]

En uit de Soennah: wat overgeleverd is in de authentieke overlevering die overgeleverd is door Anas (moge Allah tevreden over hem zijn), waarin hij zei: “De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Degene die de volgende drie eigenschappen bezit, heeft de zoetheid van al-imaan (het geloof): dat Allah en Zijn boodschapper geliefder voor hem zijn dan wat dan ook; dat hij alleen van een persoon houdt omwille van Allah en dat hij het haat terug te keren naar het ongeloof nadat Allah hem daaruit heeft weggeleid, zoals hij haat in het vuur te worden geworpen.’

• Bewijs voor overgave (inqiyaad):

Wat aangegeven wordt door Allah Ta’alaa in soerat az-Zoemar (39), aayah 54 (Nederlandstalige interpretatie): “En keer berouwvol tot jullie Heer en onderwerp jullie aan Hem…” En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En wie is beter in de religie dan degene die zich volledig overgeeft aan Allah, terwijl hij een weldoener is…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 125.] Hij, de Meest Verhevene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En wie zichzelf overgeeft aan Allah, terwijl hij een weldoener is, hij heeft dan werkelijk het meest betrouwbare houvast gegrepen…” [Soerat Loeqmaan (31), aayah 22.] En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Maar nee, bij jouw Heer, zij geloven niet totdat zij jou (o Moh’ammed) laten oordelen over alle onenigheden tussen hen en vervolgens geen weerstand in zichzelf ondervinden tegen wat jij oordeelde en zich met volledige overgave onderwerpen.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 65.]

En uit de Soennah, dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Niemand van jullie gelooft totdat zijn verlangens instemmen met hetgeen waarmee ik ben gekomen.” Dit is inderdaad de volmaakte overgave en haar doel.

• Bewijs voor aanname (of acceptatie – qaboel):

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En zo zonden Wij vóór jou (o Moh’ammed) geen waarschuwer naar een stad, of de welgestelden ervan zeiden: ‘Waarlijk, wij troffen onze vaders aan die een religie volgden, en waarlijk, wij zullen hen in hun voetsporen volgen.’ Hij (de waarschuwer) zei: ‘Ook al breng ik jullie betere leiding dan hetgeen waarop jullie jullie vaders aantroffen!?’ Zij zeiden: ‘Waarlijk, wij zijn ongelovig in hetgeen waarmee jullie gezonden zijn.’ Daarop namen Wij wraak op hen. Zie dan hoe het einde was van de loochenaars.” [Soerat az-Zoekhroef (43), aayah 23-25.] En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, toen er tegen hen gezegd werd: ‘Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah,’ waren zij hooghartig. En zij zeiden: ‘Zullen wij onze goden verlaten omwille van een krankzinnige dichter!?’” [Soerat asSaaffaat (37), aayah 35-36.]

En uit de Soennah, waarin overgeleverd is in de authentieke verzameling van al-Boekhaarie, wat Aboe Moesaa (moge Allah tevreden over hem zijn) overgeleverd heeft van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), die gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Het voorbeeld van de leiding en de kennis waarmee Allah mij heeft gezonden is als overvloedige regen die neerkomt op aarde. Een deel daarvan was vruchtbare aarde dat het water vasthield en vegetatie en gras in overvloed voortbracht. (En) een ander deel ervan was hard en het hield het regenwater vast en Allah begunstigde de mensen ermee, en zij gebruikten het om te drinken en voor irrigatie voor landbouw. (En) een deel ervan was onvruchtbaar, welke noch het water vast kon houden, noch vegetatie voort kon brengen. Het eerste (geval) is als degene die de religie van Allah begrijpt en voordeel verkrijgt uit wat Allah door mij heeft geopenbaard en leert en het dan onderwijst aan anderen. Het laatste (voorbeeld) is als een persoon die de leiding van Allah waarmee ik ben gezonden, niet aanneemt (hij is als dat onvruchtbare land).”

[Zie de verhandeling De voorwaarden van as-shahaadah voor meer informatie over deze voorwaarden.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Factoren die tot ongeloof leiden

WEET DAT ER TIEN FACTOREN ZIJN DIE IEMAND ONGELOVIG MAKEN:

1.) Polytheïsme (shirk) in de aanbidding van Allah (Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa – Glorieus en Verheven is Hij), zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat er deelgenoten aan Hem toegekend worden (tenzij men vóór de dood er berouw voor toont), maar Hij vergeeft alles behalve dat aan wie Hij wil…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 116.] En Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Waarlijk, wie deelgenoten toekent aan Allah, voor hem heeft Allah het Paradijs werkelijk verboden en zijn verblijfplaats zal het Vuur zijn. En voor de onrechtplegers zijn er geen helpers.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 72.]

Dit houdt tevens het offeren van dieren voor een ander dan Allah in, zoals een dier offeren aan een djinn of aan een graf van een heilige.

[Zie o.a. de artikelen Vormen van koefr (ongeloof) en shirk (polytheïsme) en Amuletten en bijgeloof.]

2.) Hij die bemiddelaars opzet tussen hem en Allah, hen te smeken om in zijn naam voorspraak te doen bij Allah en zijn vertrouwen in hem stellen, is een ongelovige, volgens de unanimiteit (idjmaa’) van de geleerden.

3.) Degene die een polytheïst niet tot de ongelovigen rekent, of twijfelt over zijn ongeloof, of gelooft dat zijn geloof acceptabel is, behoort ook tot de ongelovigen.

4.) Degene die gelooft dat de leiding van anderen beter is dan de leiding van de profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en die de wetten van mensen beter vindt, is als degene die de voorkeur geeft aan de regels van valse goden in plaats van de regels van Allah. [Zie de rubriek Democratie voor enkele artikelen.]

5.) Degene die iets haat van wat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) ons heeft gebracht, ook al handelt hij naar datgene wat hij haat, is een ongelovige.

6.) Degene die spot met de religie waarmee Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) is gekomen, ook al is het maar één klein onderdeel van de religie; of het nou de beloning of de straf betreft, is een ongelovige. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Zeg: ‘Was het met Allah en Zijn tekenen en Zijn boodschapper (Moh’ammed) dat jullie spotten!?’ Verontschuldig jullie niet; werkelijk, jullie werden ongelovig na jullie geloof (wegens jullie bespotting).” 6 [Soerat at-Tawbah (9), aayah 65-66.]

[Zie het artikel Voorwaarden voor toelaatbare grappen (en enkele voorbeelden van grappen van de profeet – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem).]

7.) Tovenarij; degene die het doet of er tevreden over is, is een ongelovige. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En zij (Haaroet en Maaroet) onderwezen niemand voordat zij zeiden: ‘Waarlijk, wij zijn slechts een beproeving, word dus niet ongelovig (door deze magie van ons te leren).’…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 102.]

[Zie het artikel Sih’r (magie) en toekomstvoorspelling.]

8.) Het steunen van de polytheïsten en hen helpen de moslims te bestrijden. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Neem de joden en de christenen niet als bondgenoten; zij zijn elkaars bondgenoten. En wie van jullie hen als bondgenoten neemt, die behoort dan waarlijk tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 51.]

[Zie het artikel al-walaa-e wa al-baraa-e – loyaliteit en distantiëring.]

9.) Degene die gelooft dat sommige mensen vrijgesteld zijn van het gehoorzamen van de sharie’ah (sharia, islamitische wet), waarmee Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) is gekomen, zoals al-Khader vrijgesteld was van het volgen van de wet van Moesaa (Mozes – vrede zij met hem), is een ongelovige.

10.) Het negeren en niets aantrekken van de islam door het niet te leren of er niet naar te handelen. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wie is er onrechtvaardiger dan hij die vermaand wordt met de tekenen van zijn Heer, waarna hij zich ervan afwendt? Waarlijk, Wij zullen de misdadigers vergelden!” [Soerat as-Sadjdah (32), aayah 22.]

Er is geen verschil als het gaat om bespotting van de islam tussen degene die het voor de grap doet en degene die het serieus bedoelt, uitgezonderd degene die onderdrukt wordt. Deze zaken zijn allemaal gevaarlijk en vinden vaak plaats. Dus een moslim moet hier gewaarschuwd voor zijn en er bang voor zijn voor zijn eigen bestwil. Wij zoeken toevlucht tot Allah tegen de zaken die Zijn Toorn opwekken en tegen Zijn pijnlijke bestraffing.

 


Tawh’ied (het toeschrijven van Allah aan eenheid) bestaat uit drie categorieën

Klik hier om te lezen over de juiste vertaling van at-tawh’ied

 At-Tawh’ied wordt regelmatig vertaald als ‘de Eenheid van Allah’, en vervolgens wordt Tawh’ied ar-Roeboebiyyah vertaald als ‘de Eenheid van Allah in de Heerschappij’, Tawh’ied al-Oeloehiyyah als ‘de Eenheid van Allah in Goddelijkheid’ en Tawh’ied al-Asmaa-e wasSifaat als ‘de Eenheid van Allah in de Namen en Eigenschappen’.

Deze vertalingen omvatten echter slechts een deel van de betekenis, en zijn derhalve onvolledig en foutief. En wel om het volgende:

1.) At-Tawh’ied [التَّوْحِيدُ] is de masdar (het zogenoemde infinitief, oftewel het naamwoord dat duidt op het werkwoord) van het werkwoord wah’h’ada [وَحَّدَ], wat betekent: tot één maken, verenigen, uitzonderen. At-Tawh’ied (het tot één maken) komt dus van wah’h’ada (tot één maken). At-Tawh’ied is dus hetgeen wat iemand doet “bij” iets of iemand anders. Oftewel: het is een daad van iemand.

Al-Fayroezaabaadiyy (gest. 817 H.) zei in het bekende woordenboek al-Qaamoes al-Moeh’iet (ar-Risaalah Naashiroen, 1433 H., 3de druk, p. 324):

وَوَحَّدَهُ تَوْحِيدًا: جَعَلَهُ وَاحِدًا

“En wah’h’adahoe tawh’iedan betekent: hij maakte het tot één.”

In het Woordenboek Arabisch-Nederlands (Bulaaq, Amsterdam, 2de herziene druk, 2003 n.C., p. 966) staat:

  1. وَحَّدَ (wah’h’ada)
  2. 1: [جَمَّعَ] verenigen (ov.; h.), integreren (ov.; h.), samentrekken (ov.; trok samen, h. samengetrokken); وَحَّدَ الْجُهُودَ de krachten bundelen; وَحَّدَ بَلَدًا een land verenigen/een land één maken;
  3. 2: [rel.] in de eenheid van God geloven, monotheïst zijn.

En tevens (p. 967):

  1. تَوْحِيدٌ (tawh’ied)

(…)

  1. 2: [مَصْدَر] vereniging (v.; –en), samenbundeling (v.; –en); (…)
  2. 3: [rel.] monotheïsme (o.; –), het geloof in de eenheid van God.

At-Tawh’ied draagt dus de betekenis van het één maken van iets, het uitzonderen van iets, het geloven in de eenheid van iets of iemand, het verenigen van iets of iemand of een groep mensen, enzovoorts.

Oftewel: tawh’ied is dus niet ‘eenheid’ op zich, maar het is de toeschrijving van iets of iemand aan ‘eenheid’. In de wettelijke definitie van at-tawh’ied, waarbij het draait om de Tawh’ied van Allah, is de betekenis dan ook: het toeschrijven van Allah aan Eenheid.

En hierom is het ook correct om te spreken van een moewah’h’id. Moewah’h’id is de zogenoemde ism faa-il (het naamwoord van de pleger), oftewel de pleger van wah’h’ada / at-tawh’ied, dus: hij is de pleger van de toeschrijving van Allah aan Eenheid, oftewel: hij is degene die Allah toeschrijft aan Eenheid.

Wanneer at-tawh’ied vertaald wordt als ‘de Eenheid van Allah’, dan zou de moewah’h’id de pleger van ‘de Eenheid van Allah’ zijn, en dit klopt natuurlijk niet.

2.) Vervolgens: al-wah’daaniyyah [الْوَحْدَانِيةُ]. Dit is een Eigenschap van Allah, wat wél ‘Eenheid’ betekent, en het komt van al-wah’dah. Al-wah’dah is, in tegenstelling tot at-tawh’ied, niet afkomstig van wah’h’ada, maar van wah’ada [وَحَدَ] (zonder shaddah op de h’), wat betekent: één zijn, uniek zijn, afgezonderd zijn, enzovoorts.

Ibn Faaris (gest. 395 H.) zei in het bekende woordenboek Maqaayies al-Loeghah (Daar al-H’adieth, 1429 H., p. 948–949):

وحد: الواو والحاء والدال: أصل واحد يدل على الانفراد. ومن ذلك الوحدة

Hij zei: “[وحد] De waaw, de h’aa-e en de del, vormen één wortel, die duidt op al-infiraad. En daarvan komt al-wah’dah.”

En al-infiraad betekent: uniekheid/uniciteit, eenzaamheid, afgezonderdheid, enzovoorts. En al-wah’dah betekent: eenheid, uniformiteit. En al-wah’daaniyyah is afkomstig van deze al-wah’dah, en al-wah’daaniyyah betekent dan ook: het een zijn, eenheid.

In het Woordenboek Arabisch-Nederlands (Bulaaq, Amsterdam, 2de herziene druk, 2003 n.C., p. 966) staat:

ww, وَحَدَ (wah’ada) |i. حِدَة، وَحْدَة، وَحِدَة، وَحْد| alleen zijn, uniek zijn.

(…)

  1. وَحْدَانِيَّة (wah’daaniyyah): het een/enig zijn; وَحْدَانِيَّة اللهِ (wah’daaniyyatoe l-Laah) de eenheid van God.

Conclusie:

i.) De Wah’daaniyyah van Allah is de Eenheid van Allah, en dit is een Eigenschap van Hem: Hij is Een in Zijn Wezen, Een in het Recht op Aanbidding, Een in Zijn Namen en Eigenschappen en Een in Zijn Daden.

ii.) De tawh’ied van Allah is de toeschrijving van Allah aan Eenheid, en dit is een daad van de dienaar, namelijk van de moewah’h’id, die Allah toeschrijft aan Eenheid in alles wat specifiek, exclusief en uniek voor Hem alleen is:

a.) Door Hem alleen te aanbidden en de aanbidding van alles buiten Hem te verwerpen en te geloven dat Hij geen deelgenoten heeft in het Recht op Aanbidding;

En dit is Tawh’ied al-‘Ibaadah, het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid inzake Aanbidding. Het wordt tevens Tawh’ied al-Oeloehiyyah genoemd: het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid inzake Goddelijkheid. Een gedetailleerdere vertaling zou zijn: het toeschrijven van Allah inzake het zijn van een aanbedene.

b.) Door te geloven dat Zijn Daden – zoals het Scheppen, het Voorzien, het Besturen en Regelen van de schepselen, het geven van leven, het brengen van de dood, enzovoorts – enkel en alleen aan Hem toe behoren en dat Hij daarin geen deelgenoten heeft;

En dit is Tawh’ied ar-Roeboebiyyah: het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid inzake de Heerschappij

c.) Door te geloven dat Zijn Namen en Eigenschappen enkel en alleen aan Hem toebehoren en specifiek Zijn voor Hem, en dat Hij er geen deelgenoten in heeft.

En dit is Tawh’ied al-Asmaa-e wasSifaat: het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid inzake de Namen en Eigenschappen.

De juiste vertaling van at-tawh’ied

De juiste vertaling van at-tawh’ied is dan ook: het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid. En omdat het zo is dat het toeschrijven aan Eenheid in feite gelijk staat aan ‘het uitzonderen’, is de meest duidelijke vertaling die eraan gegeven kan worden: het uitzonderen (van Allah). Hierdoor krijgen we:

– het uitzonderen van Allah in de Aanbidding (Tawh’ied al-‘Ibaadah);

– het uitzonderen van Allah in de Heerschappij (Tawh’ied ar-Roeboebiyyah);

– en het uitzonderen van Allah in de Namen en Eigenschappen (Tawh’ied al-Asmaa-e wasSifaat).

Wie at-tawh’ied echter vertaalt als ‘de Eenheid van Allah’, die heeft in feite slechts het woord al-wah’daaniyyah vertaald, en die heeft daarmee een Eigenschap van Allah verward met de daad van de dienaar.

Wallaahoe a’lam (En Allah weet het best).

 

1. Tawh’ied ar-Roeboebieyyah (het uitzonderen van Allah in de Heerschappij).

Ook al geloofden de afgodendienaren (moeshrikien) in de tijd van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) hier in, zij behoorden niet tot de islamitische gemeenschap. Sterker nog, de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) bestreed hen. Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) maakte hun levens en bezittingen schendbaar. Tawh’ied ar-Roeboebieyyah is de verklaring van Allahs eenheid in al Zijn Handelingen, zoals in het volgende vers staat (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (o Moh’ammed): ‘Wie voorziet jullie van onderhoud uit de hemel en de aarde!? Of wie bezit het gehoor en het gezichtsvermogen!? En wie brengt het levende tevoorschijn uit het dode en wie brengt het dode tevoorschijn uit het levende!? 7 En wie bepaalt de ordening! (van alle zaken)?’ Zij zullen dan zeggen: ‘Allah.’ Zeg dan: ‘Vrezen jullie (Allahs bestraffing) dan niet!?’” [Soerat Yoenoes (10), aayah 31.] Er zijn vele verzen over dit onderwerp in de Koran (al-Qor-aan), maar wij hebben er maar één geciteerd ter verduidelijking.

2. Tawh’ied al-Oeloehieyyah (het uitzonderen van Allah in de aanbidding).

Dit is datgene dat al eeuwenlang controversieel is tot het heden. Tawh’ied al-Oeloehieyyah is de erkenning van de Eenheid van Allah door middel van de handelingen die tot de aanbidding behoren, zoals: het verrichten van smeekbedes, afleggen van eden, het offeren van dieren, hoop hebben op Hem, angst hebben voor Hem, vertrouwen op Hem, verlangen naar Hem, ontzag hebben voor Hem, het tonen van berouw aan Hem enzovoort. Elk van deze wordt ondersteund met bewijzen vanuit de Qor-aan.

3. Tawh’ied al-Asmaa-e wasSifaat (het uitzonderen van Allah in de Namen en Eigenschappen) #C.

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt in Zijn Edele Boek (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (o Moh’ammed): ‘Hij is Allah, de Enige 8. Allah as-Samad (de Volmaakte, Degene van Wie al het geschapene afhankelijk is). Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. 9 En niets is gelijkwaardig aan Hem 10.’” [Soerat al-Ikhlaas (112), aayah 1-4.] Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En aan Allah behoren de Meest Schone Namen, dus roep Hem daarmee aan en verlaat degenen die afwijken van Zijn Namen 11. Zij zullen vergolden worden voor wat zij gewoon waren te doen.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 180.] En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Er is niets gelijk aan Hem 12 en Hij is as-Samie’ (de Alhorende), al-Basier (de Alziende).” [Soerat as-Shoera (42), aayah 11.]

[#C Noot van uwkeuze.net: imam as-Shawkaanie geeft de volgende definitie voor de uniciteit van de Namen en Eigenschappen: “Dit is het erkennen van de uniciteit van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) betreffende Zijn Schone Namen en Verheven Eigenschappen Die vermeld staan in het Boek (de Koran) en de Soennah (overleveringen van de profeet Moh’ammed – salallaahoe ‘alayhie wa sellem), door datgene te bevestigen wat Allah Ta’aalaa aan Zichzelf toegeschreven heeft, alsook hetgeen de boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) aan Hem toegeschreven heeft aan Namen en Eigenschappen. Dit dient te geschieden zonder ta-ewiel (verdraaiing van de woorden en betekenissen), en zonder ta’teel (ontkenning, door deze allemaal of een aantal ervan te ontkennen), en zonder takyief (de hoedanigheid daarvan te bepalen door de wijze daarvan vast te leggen of een bepaalde wijze daarvoor te bevestigen), en zonder tashbieh (een vergelijking of gelijkenis daarmee te stellen – ze vergelijken met iets van Zijn schepping). Je dient ze te laten zoals deze overgeleverd zijn, met overtuiging betreffende de bedoeling en de betekenis daarvan volgens datgene wat past bij de Majesteitelijkheid van Allah en Zijn Almacht en Grootsheid.” (Zie Menhadj al-Imaam as-Shawkaanie fie l-‘Aqiedah, p. 341.) Zie de artikelen De Schone Namen van Allah, Waar is Allah?, Hoe ziet God er uit? en Wat God niet is – Einde noot.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Het tegenovergestelde van tawh’ied is shirk (afgodenaanbidding)

[Noot van uwkeuze.net: shirk betekent in sharie’ah termen, of islamitische terminologie: het toekennen van een partner/deelgenoot of rivaal aan Allah in Zijn Heerschappij (Roeboebiyyah), aanbidding (‘ibaadah) of in Zijn Namen en Eigenschappen (Asmaa-e wa asSifaat). – Einde noot.]

SHIRK WORDT ONDERVERDEELD IN DRIE CATEGORIEËN: shirk akbar (groot polytheïsme), shirk asghar (klein polytheïsme) en shirk khafiey (verborgen polytheïsme).

Ash-Shirk al-Akbar (de Grote Shirk)

(Grote shirk is het op de één of andere manier wijden van aanbidding aan iemand anders dan Allah.) Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zal dit nooit vergeven, of ook maar één goede daad accepteren van degene die zich hier schuldig aan maakt, zoals Allah de Almachtige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat er deelgenoten aan Hem toegekend worden (tenzij men vóór de dood er berouw voor toont), maar Hij vergeeft alles behalve dat aan wie Hij wil. En wie deelgenoten aan Allah toekent, hij is dan werkelijk ver afgedwaald (van het rechte pad).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 116.] En Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…En de Messias (Jezus) zei: ‘O nakomelingen van Israël (Jakob)! Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer.’ #D Waarlijk, wie deelgenoten toekent aan Allah, dan heeft Allah het Paradijs werkelijk voor hem verboden en zijn verblijfplaats zal het Vuur zijn. En voor de onrechtplegers zijn er geen helpers.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 72.] En Hij, de Meest Verhevene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Als jij deelgenoten toekent aan Allah, zullen jouw werken zeker verloren gaan en zul jij zeker behoren tot de verliezers.” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 65.] En Hij, de Meest Geprezene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…En als zij deelgenoten zouden hebben toegekend (aan Allah), dan zou hetgeen zij gewoon waren te doen zeker verloren zijn gegaan.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 88.]

[#D Noot van uwkeuze.net: er staat geen enkele ondubbelzinnige formulering in de Bijbel waar Jezus (vrede zij met hem) zegt: “aanbid mij.” Integendeel! Jezus (vrede zij met hem) zegt juist: “Want ook de zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…” (Marcus 10:45.) En: “Je dient de Heer, jouw God, te aanbidden, en Hem alleen dien je te dienen.” (Matteüs 4:10.) En Jezus (vrede zij met hem) zou ook gezegd hebben: “En dit is eeuwig leven, dat zij U kennen, de Enige Ware God, en Jezus Christus, die U gezonden heeft (als profeet).” (Johannes 17:3.) John McKenzie, een rooms-katholieke Bijbelgeleerde, geeft op p. 899 van The Dictionary of the Bible aan: “De drie-eenheid van God wordt door de Kerk gedefinieerd als het geloof dat God drie personen is die leven in één aard. Dit geloof als zodanig gedefinieerd werd pas in de 4de en 5de eeuw n.C. bereikt en is daarom niet expliciet noch formeel een Bijbels geloof.” Zie de artikelen Jezus in de Islam en Eenheid versus drie-eenheid: schaakmat! – Einde noot.]

De grote shirk kent vier subcategorieën:

1. Polytheïsme in smeekbedes (d.w.z. smeekbedes richten tot een ander dan Allah). Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wanneer zij aan boord van een schip gaan (en in gevaar zijn), roepen zij Allah aan, de religie zuiver voor Hem makend. Wanneer Hij hen redt en aan land brengt, dan kennen zij (wederom) deelgenoten toe (aan Allah).” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 65.]

2. Polytheïsme in intentie, wil en vastberadenheid en verlangen. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wie het wereldse leven en haar versiering wensen 13, voor hen zullen Wij hun daden daarin volledig vergoeden en zij zullen daarin niet tekort worden gedaan. Zij zijn degenen voor wie er in het Hiernamaals niets is behalve het Vuur, en nutteloos is hetgeen zij daarin (het wereldse leven) deden, en hetgeen zij gewoon waren te doen is teniet gedaan 14.” [Soerat Hoed (11), aayah 15-16.]

3. Polytheïsme in gehoorzaamheid. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (joden en christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot heren naast Allah genomen 15 en ook de Messias (Jezus), zoon van Maria, terwijl zij slechts zijn bevolen om één God (Allah) te aanbidden: er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij. Verheven is Hij boven de deelgenoten die zij toekennen.” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 31.]

De uitleg van dit vers verwijst ongetwijfeld naar het gehoorzamen van geleerden en andere dienaren, in ongehoorzaamheid jegens Allah, en niet door smeekbedes tot hen te verrichten. Zoals de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) het uitlegde aan ‘Adie ibn H’aatim, toen hij hem vroeg en zei: “Wij aanbidden hen niet!” Toen vertelde de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) hem dat er met aanbidding in bovenstaand vers, gehoorzaamheid aan hen in zondige daden mee bedoeld wordt.

[Noot van uwkeuze.net: Ah’med, at-Tirmidzie en Ibn Djarier leverden over: “Eens, terwijl de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) het vers (9:31) reciteerde, zei ‘Adie ibn H’aatim: ‘O boodschapper van Allah! Zij aanbidden hen (de rabbijnen en monniken) niet.’ De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: ‘Zij doen dat zeker wel. Zij (de rabbijnen en monniken) maakten wettige dingen onwettig en onwettige dingen wettig en zij (de joden en de christenen) volgden hen en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.’” (Tefsier at-Tabarie, vol. 10.) – Einde noot.]

4. Polytheïsme in liefde. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En onder de mensen zijn er die anderen als gelijken (afgoden) naast Allah nemen. Zij houden van hen zoals zij van Allah houden…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 165.]

Ash-Shirk al-Asghar (de Kleine Shirk)

De kleine shirk is riyaa-e (te koop lopen met aanbidding en goede daden), zoals Allah Ta’aalaa (de Meest Verhevene) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Dus wie hoopt op de ontmoeting met zijn Heer 16, laat hem rechtschapen daden verrichten en laat hem bij de aanbidding van zijn Heer niemand als deelgenoot toekennen.” [Soerat al-Kahf (18), aayah 110.]

[Noot van uwkeuze.net: imam Ah’med leverde over dat Mah’moed ibn Labied zei dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Wat ik het meeste vrees voor jullie is de kleine shirk (afgoderij).” Zij zeiden: “Wat is de kleine shirk, o boodschapper van Allah?” Hij zei: Ar-Riyaa-e (te koop lopen met je daden, indruk proberen te maken op mensen enzovoort). Allah zal zeggen op de Dag der Opstanding, wanneer de mensen beloond of bestraft worden voor hun daden: ‘Ga naar degene tegenover wie je indruk wilde maken in de wereld en zie of je enige beloning bij hem vindt.’” Zie het artikel Riyaa-e, te koop lopen met je daden. – Einde noot.]

Ash-Shirk al-Khafiy (de Onzichtbare Shirk)

De onzichtbare shirk is door de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) als volgt uitgelegd (Nederlandstalige interpretatie): “De onzichtbare shirk van mijn gemeenschap is meer verborgen dan het spoor van een zwarte mier op een zwarte steen in een donkere nacht.” (Overgeleverd in al-Djaami’ as-Saghier, h’adieth #4934.)

De boetedoening hiervoor is volgens de uitspraak van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem):

اللهم إني أعوذ بك أن أشرك بك وأنا أعلم وأستغفرك لما لا أعلم

Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka an oeshrika bieka wa anaa a’lem, wa astaghfieroeka liemaa laa a’lem – O Allah! Ik zoek toevlucht bij U tegen het bewust plegen van shirk, en ik zoek Uw vergiffenis voor hetgeen ik onbewust doe.”

[Voor meer informatie over vormen en voorbeelden van shirk, zie het artikel Vormen van koefr en shirk.]

 


Koefr (ongeloof) bestaat uit twee categorieën

AL-KOEFR AL-AKBAR (GROOT ONGELOOF). Deze laat mensen buiten de islam treden (oftewel, zij worden ongelovigen). Het bestaat uit vijf verschillende soorten:

1. Ongeloof door ontkenning, zoals Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie): “En wie is er onrechtvaardiger dan degene die een leugen over Allah verzint of de waarheid loochent wanneer die tot hem komt? Is er geen verblijf in de Hel voor de ongelovigen!?” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 68.]

2. Ongeloof door arrogantie en afkeer, verenigt met erkenning van de waarheid, zoals Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk toen Wij zeiden tegen de engelen: ‘Kniel neer voor Adam (uit eerbied).’ Toen knielden zij neer, behalve Iblies (de satan). Hij weigerde en was hoogmoedig en hij werd één van de ongelovigen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 34.]

3. Ongeloof door twijfel, dat ook wel koefr ad-dan (ongeloof door wantrouwen en scepticisme) wordt genoemd. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En hij ging zijn tuin binnen, terwijl hij onrechtvaardig was tegenover zichzelf. 17 Hij zei: ‘Ik denk dat dit nooit zal vergaan. En ik denk dat het Uur nooit zal plaatsvinden. En bij Allah! Als ik tot mijn Heer teruggebracht zou worden, zou ik zeker in ruil daarvoor (de tuin) iets beters vinden 18 waarnaar ik terug kan keren.’ Zijn (gelovige) metgezel zei tegen hem, terwijl hij (vermanend) met hem discussieerde: ‘Geloof jij niet in Degene Die jou uit aarde schiep, vervolgens uit een mengsel van vocht, waarna Hij jou tot een man vormde!? Maar wat mij betreft; Hij is Allah, mijn Heer, en ik ken geen enkele deelgenoot toe aan mijn Heer.’” [Soerat al-Kahf (18), ayaat 35-38.]

4. Ongeloof door veronachtzaming. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En degenen die ongelovig zijn wenden zich af van hetgeen waarvoor zij gewaarschuwd worden.” [Soerat al-Ah’qaaf (46), aayah 3.]

5. Ongeloof door hypocrisie. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Dat is omdat zij geloofden, vervolgens werden zij ongelovig. En hun harten werden verzegeld, dus begrijpen zij niet 19.” [Soerat al-Moenaafieqoen (63), aayah 3.]

DE TWEEDE SOORT KOEFR IS AL-KOEFR AL-ASGHAR (KLEIN ONGELOOF). De kleine koefr laat degene die het begaat niet buiten de islam treden (oftewel, hij wordt geen ongelovige, maar begaat wel een grote zonde). Het is de ondankbaarheid, zoals Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En Allah stelt een gelijkenis: een stad (Mekka) die veilig en rustig was, de voorzieningen ervan kwamen overvloedig uit elke plaats, waarna haar bewoners de gunsten van Allah loochenden. Dus liet Allah hen honger en angst proeven vanwege hetgeen zij gewoon waren te doen 20.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 112.]

[Voor meer informatie over vormen en voorbeelden van koefr, zie het artikel Vormen van koefr en shirk.]

 


Nifaaq (hypocrisie) kent twee vormen: aangaande het geloof en daden

HYPOCRISIE IN HET GELOOF

Hypocrisie in het geloof bestaat uit 6 soorten, en degene die het uitoefent behoort tot de laagste rang der mensen in het diepste hellevuur:

1. Ontkenning van de boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem).
2. Ontkenning van een deel van wat de boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) naar de mensheid heeft gebracht.
3. De boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) haten.
4. Het haten van de boodschap die door de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) verkondigd is.
5. Zich verheugen in het te schande maken van de islam.
6. Er niet van houden dat de islam overwint.

HYPOCRISIE IN DADEN

Hypocrisie in daden bestaat uit vijf soorten, zoals de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “De hypocriet bevat drie eigenschappen: als hij spreekt, vertelt hij leugens; als hij een belofte maakt, dan breekt hij deze; en als hij vertrouwd wordt, dan bewijst hij dat hij onbetrouwbaar is.” In een andere overlevering heeft de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als hij met iemand redetwist, dan gedraagt hij zich immoreel, en als hij een verbond sluit, dan gedraagt hij zich verraderlijk.”

[Zie de artikelen Nifaaq – hypocrisie en De eigenschappen van de moenaafiqien (hypocrieten) voor meer informatie over hypocrisie/huichelarij.]

 


De betekenis van taaghoet en de soorten leiders

WEET, MOGE DE BARMHARTIGHEID VAN ALLAH DE VERHEVENE OP JE NEERDALEN, dat het eerste wat Allah aan de zoon van Adam heeft bevolen is het ontkennen van taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) en het geloven in Allah. Het bewijs is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij zonden werkelijk naar elke gemeenschap een boodschapper (die verkondigde): ‘Aanbid Allah en mijd attaaghoet.’…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 36.]

De betekenis van ongeloof en ontkenning van taaghoet is dat je moet geloven in de ongeldigheid, vruchteloosheid en valsheid van het aanbidden van iemand anders dan Allah, verwaarloos deze valsheid, verafschuw het, veroordeel de aanhangers van deze valsheid tot ongelovigen [met de regels aangaande tekfier (het ongelovig verklaren van anderen) in acht nemend] en heb afkeer van hen.

De betekenis van het geloven in Allah is dat je gelooft dat Allah de Enige Ware God is Die het recht heeft om aanbeden te worden, zonder partners met Hem te vereenzelvigen of Hem deelgenoten toe te kennen. Je dient alle vormen van aanbidding zuiver voor Hem te verrichten, en daarnaast aanbidding van andere goden die naast Allah worden aanbeden ontkennen. Verder dien je de oprechten lief te hebben en loyaal te zijn. Je dient de aanhangers van polytheïsme te haten en afkeer tegen hen te hebben. Dit is de religie van Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem): degene die zich hiervan afzondert maakt een dwaas van zichzelf.

Dit is het goede voorbeeld voor ons dat Allah Ta’aalaa ons geeft in Zijn Nobele Qor-aan, waarin Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Werkelijk, er is voor jullie een goed voorbeeld in Abraham en in degenen die met hem waren, toen zij tegen hun volk zeiden: ‘Waarlijk, wij distantiëren ons van jullie en van al hetgeen jullie aanbidden naast Allah. Wij verwerpen jullie (en jullie geloof) en tussen ons en jullie is voor altijd vijandigheid en haat zichtbaar geworden, totdat jullie in Allah alleen geloven.’…” [Soerat al-Moemtah’ienah (60), aayah 4.]

Taaghoet’ is een algemene uitdrukking voor datgene wat aanbeden wordt naast Allah en die dit toelaat, dit met de tevredenheid om aanbeden en gehoorzaamd te worden naast Allah in zaken die ongehoorzaamheid betekenen aan Allah en Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem).

De tawaaghiet (meervoud van taaghoet) zijn talrijk en er zijn vijf leiders:

1. Satan, die mensen oproept anderen te aanbidden naast Allah. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb Ik jullie, o kinderen van Adam (de mensheid), niet bevolen om de satan niet te aanbidden (door hem te gehoorzamen)!? Waarlijk, hij is een duidelijke vijand voor jullie.” [Soerat Yaa Sien (36), aayah 60.]

2. De onrechtvaardige regeringsleider die de wetten van Allah verandert. Het bewijs vinden we in het volgende vers, waarin Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij degenen (de hypocrieten) niet gezien die beweren dat zij geloven in hetgeen tot jou neergezonden is en in hetgeen er neergezonden is vóór jou!? Zij willen een oordeel laten vellen door attaaghoet, terwijl zij bevolen zijn hem te verwerpen. En de satan wil hen ver laten afdwalen.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 60.] [Zie de rubriek Democratie voor diverse artikelen.]

3. Een persoon die regeert volgens andere wetten dan die zijn neergedaald door Allah. Het bewijs staat in het volgende vers (Nederlandstalige interpretatie): “…En wie niet oordeelt met wat Allah neergezonden heeft, zij zijn dan de ongelovigen.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 44.] [Zie het artikel Waarom moslims niet geloven in democratie.]

4. Degene die beweert kennis van al-ghayb (het onwaarneembare) te kennen, behalve degenen die Hij daar toestemming voor geeft. Het bewijs hiervoor is dat Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “(Hij alleen is) de Kenner van het (voor de schepping) onwaarneembare, en Hij onthult aan niemand Zijn Kennis van het onwaarneembare. Behalve aan een boodschapper die Hij heeft uitverkoren, waarna Hij vóór hem en achter hem beschermers (engelen) plaatst (zodat de djinn niets kunnen afluisteren).” [Soerat al-Djinn (72), aayah 26-27.]

En Hij, de Meest Verhevene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Hem zijn de sleutels van het onwaarneembare, niemand kent deze behalve Hij. En Hij weet wat er op het land en wat er in de zee is; en er valt geen blad of Hij weet daarvan. En er is geen zaadkorrel in de duisternissen van de aarde, noch iets vers (levend) noch iets droogs (dood), of het is in een duidelijk Boek #E.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 59.]

[#E Noot van uwkeuze.net: het bewaarde/beschermde Boek, het Boek der Besluiten (al-Lawh’oel-Mah’foedhz). Dit is het Boek waar alle Boeken die naar de profeten gezonden zijn aan ontleend zijn. Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) heeft in dit Boek alles genoteerd en Hij houdt dit bij Zich. ‘Abdoellaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft: “Allah schreef de bepaalde maten voor de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep.” (Overgeleverd door Moeslim, Kietaaboe l-Qadar, hoofdstuk: dziekroe h’iddjaadjie Aadam wa Moesaa ‘alayhiema as-salaam.) – Einde noot.]

5. Degene die aanbeden wordt met tevredenheid over deze aanbidding naast Allah. Het bewijs staat in het volgende vers (Nederlandstalige interpretatie): “En wie van hen zegt: ‘Waarlijk, ik ben een god naast Hem (Allah),’ zo iemand vergelden Wij met de Hel! Aldus vergelden Wij de onrechtplegers!” [Soerat al-Anbieyaa-e (21), aayah 29.]

Weet dat de mens pas een ware gelovige kan zijn als hij de taaghoet ontkent. Allah Ta’aalaa noemt het bewijs wanneer Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Wie attaaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) verwerpt en in Allah gelooft, heeft werkelijk het sterkste houvast stevig gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

[Zie het artikel Uitleg van ‘De betekenis van taaghoet voor meer informatie over attaaghoet.]

De rechte leiding is de religie die aan Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) is geopenbaard, en de afwijking is de religie van Aboe Djahl. Het meest stevige en betrouwbare handvat is te getuigen dat er geen ware godheid is naast Allah. Deze getuigenis houdt zowel ontkenning als bevestiging in: het ontkent de toewijding van elke vorm van aanbidding aan iets of iemand anders dan Allah, en het bevestigt de toewijding dat elke vorm van aanbidding alleen voor Allah is, de Enige, Die geen deelgenoten heeft.

En alle lof komt Allah toe, en dankzij Zijn gunsten worden goede daden volbracht.

(Zie ook de relevante artikelen die onder aan deze pagina genoemd worden.)

 


Aanbevolen boeken

Www.uwkeuze.net recommandeert de volgende twee boeken:

Titel: Uitleg van de drie fundamentele grondbeginselen en de vier principes (betreffende shirk)
Uitgeverij: Uitgeverij Momtazah
Auteur(s): sheikh Moh’ammed ibn ‘Abdoe l-Wahhaab – sheikh Moh’ammed ibn Saalih’ al-‘Oethaymien – sheikh Saalih’ Aal s-Sheikh – sheikh ‘Abdoellaah ibn Djiebrien
Vertaald door: Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah – Abou Sayfoullah al-Maghriebie – Aboe Dardaa-e
Pagina’s: 371
Prijs: € 12,00

Dit boek is een Nederlandse vertaling van Sharh’ Thalaathatoel-Oesool wa lqawaa’ied al-Arba’ah, wat een uitleg is van de boekjes Thalaathatoel-Oesool en lqwaa’ied al-Arba’ah [De Drie Grondbeginselen en De Vier Principes (betreffende shirk)] van sheikh Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab (rah’imahoellaah – moge Allah hem genadig zijn) die dit geschreven heeft om elke moslim duidelijk te maken wat verplicht is voor hem/haar om te weten. De “drie grondbeginselen en de vier principes” zijn in feite gebaseerd op de drie vragen die aan ons gesteld zullen worden in onze graven: (1) wie is jouw Heer?, (2) wat is jouw religie? en (3) wie is die man die naar jullie is toegezonden? Dit belangrijke boek bevat dus de basiskennis waar elke moslim(ah) eigenlijk over dient te beschikken en zal daarom voor iedereen nuttig zijn, in shaa-a Allaah.

Titel: Het Monotheïsme Boek (Kietaaboe t-Tawh’ied)
Uitgeverij: Uitgeverij Momtazah
Auteur(s): sheikh dr. Saalih’ ibn Fawzaan ibn ‘Abdiellaah al-Fawzaan
Vertaald door: Abou Sayfoullah al-Maghriebie
Pagina’s: 222
Prijs: € 7,00

Dit boek gaat over de tawh’ied-wetenschap. Er is gebruik gemaakt van vele boeken van de grote geleerden, vooral de boeken van Shaykh al-Islaam Ibn Taymieyyah en Ibn al-Qayyiem en de boeken van Shaykh al-Islaam Moh’ammed ibn ‘Abdel-Wahhaab en zijn leerlingen uit de gezegende school die hij opgericht heeft. Waar geen twijfel over bestaat, is dat de kennis van al-‘aqiedah (de geloofsleer) de basiskennis is waar iedere moslim veel aandacht aan moet besteden door het grondig te bestuderen/praktiseren en het aan anderen te onderwijzen, zodat het verrichten van handelingen geaccepteerd zal worden door Allah de Verhevene.

Beide boeken zijn te bestellen via onze webshop.

Ga naar onze pagina e-Boeken voor diverse gratis e-boeken (pdf), waaronder het 97 pagina’s tellende boek Tawh’ied (Essentiële kennis voor elk mens). Daar is ook deze verhandeling (Verplichte kennis voor elke moslim) als gratis e-boek te downloaden.

 


Relevante artikelen

Algemene principes van Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah

De 5 zuilen van de islam

De 6 pilaren van imaan (geloof)

Waar is Allah?

al-walaa-e wa al-baraa-e – loyaliteit en distantiëring

Vormen van koefr (ongeloof) en shirk (polytheïsme)

Amuletten en bijgeloof

De voorwaarden van as-shahaadah

Nifaaq – hypocrisie

De eigenschappen van de moenaafiqien (hypocrieten)

Uitleg van ‘De betekenis van taaghoet

Tawh’ied/monotheïsme (diverse artikelen)

God/Allah (diverse artikelen)