Vergevensgezindheid: het kenmerk van een moslim

Vergeef elkaar en wees broeders!

VergevingDoor Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah.
Madjmoo’ al-Fataawaa (28/50-57) – enigszins verkort.

In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Waarlijk, Allah, Degene Die alle lof toekomt, heeft mij onmetelijke genade, grote gunsten en overvloedige zegeningen geschonken wat noodzaakt tot oneindige dankbaarheid, standvastigheid in het gehoorzamen van Hem, en het hebben van prachtig geduld in dat wat Hij bevolen heeft. Waarlijk, een dienaar is bevolen om in tijden van voorspoed meer geduld te hebben dan in tijden van ongemak.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Als Wij hem een gunst laten proeven nadat tegenslag hem trof, zal hij zeker zeggen: ‘Het slechte is van mij weggegaan.’ Waarlijk, hij is blij, trots. Behalve degenen die geduldig zijn en rechtschapen daden verrichten; zij zijn het voor wie er vergeving is en een grote beloning (het Paradijs) (#1).” [Soerat Hoed (11), aayah 10-11.]

<<< (#1) Hun houding is correct: standvastig omgaan met tegenslagen en nederigheid tijdens voorspoed – en in beide gevallen volharden in goede daden tegenover hun medeschepsels (zowel mens, dier als plant), omwille van Allah de Verhevene. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)>>>

Jullie weten allen dat Allah, de Meest Perfecte, deze aangelegenheid [d.w.z. de eerste onrechtvaardige gevangenzetting van Ibn Taymiyyah – een periode van anderhalf jaar, in het jaar 705 H. – welke plaatsvond vanwege enkele leugens en valse beschuldigen tegen hem: zie het artikel De brief van Ibn Taymiyyah vanuit de gevangenis in Alexandria aan zijn metgezellen te Damascus] heeft gezegend met zulke zegeningen die middelen bevatten om Zijn religie te helpen, Zijn Woord te verheffen, Zijn leger te steunen en om eer te schenken aan Zijn awliyaa-e (vrome en rechtschapen dienaren). Het is ook de oorzaak voor de versterking van Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah en het veroorzaken van vernedering voor de mensen van vernieuwingen en sektes. Eveneens is het de oorzaak van het bevestigen van datgene dat al bevestigd is door jullie zelf uit de Soennah (betreffende de waarheid van deze zaak) en een oorzaak voor de toename hiervan, door het openen van de wegen naar leiding, overwinning en bewijzen; opdat de waarheid gekend zal worden door de massa, die niemand behalve Allah kan opnoemen.

Het is ook de oorzaak voor de massa die de weg van de Soennah en de djamaa’ah begint te accepteren; dit naast alle andere ontelbare gunsten. Dit alles moet daarom vergezeld gaan met oneindige dankbaarheid aan Allah, en het hebben van geduld – zelfs als dit in tijden van gemak is.

En jullie kennen al de grote grondbeginselen, die de religie opsomt: het verenigen van de harten, het woord en de verzoening tussen elkaar, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En houd jullie gezamenlijk vast aan het koord van Allah (#2) (d.w.z. deze Qor-aan, het verbond van Allah) en wees niet onderling verdeeld…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 103.]

<<< (#2) Djoebayr (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Verheug je! Want waarlijk, deze Qor-aan – een deel ervan is in de Handen van Allah, en het andere deel is in jullie handen [als een touw]. Houd je er daarom aan vast, opdat jullie nooit vernietigd zullen worden, noch zullen jullie daarna afdwalen!” (Moesnad Ah’mad.)>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En wees niet zoals degenen (van voorheen) die verdeeld raakten en van mening verschilden nadat de duidelijke bewijzen tot hen gekomen waren. En zij zijn het voor wie er een geweldige kwelling is.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 105.]

En er zijn vele andere voorbeelden uit de teksten (van de Qor-aan), die ons opdragen tot de djamaa’ah (op de weg van de metgezellen) – het bij elkaar komen – en die verdeeldheid en meningsverschillen verbieden. En de mensen die het meest als voorbeeld dienen bij dit grondbeginsel zijn de Ahloe l-Djamaa’ah (de mensen van de djamaa’ah), net als de mensen die het meest als voorbeeld dienen bij het verlaten ervan, de mensen van de sektes zijn.

Hetgeen dat de Soennah samenvat is: gehoorzaamheid aan de boodschapper. Dit is waarom de boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah is tevreden met drie dingen: dat je alleen Allah aanbidt zonder enige deelgenoten aan Hem toe te kennen; dat je jezelf stevig vastklampt aan het touw van Allah en niet verdeeld raakt; en dat je oprecht advies geeft aan degene die door Allah belast is met het beheer van jouw zaken.” [Overgeleverd door Moeslim (3/1340) en Ah’mad (2/367).]

En in de Soenan-verzamelingen van h’adieth van Zayd ibn Thaabit en Ibn Mas’oed – die beide grote foeqahaa-e waren (geleerden van fiqh – islamitische jurisprudentie, wetgeving) – die overgeleverd hebben dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Moge Allah degene die mijn woorden hoort, uit het hoofd leert en het overdraagt aan anderen… Er zijn drie dingen waar het hart van een gelovige geen wrok over koestert: oprechtheid jegens Allah in zijn daden; oprecht advies geven aan degenen in posities van autoriteit en vastklampen aan de djamaa’ah.” [Sah’ieh’, overgeleverd door Ah’mad (4/80) en Ibn Maadjah (nr. 320), authentiek verklaard door sheikh al-Albaanie in as-Sah’ieh’ah (nr. 404).]

En zijn zeggen ‘…wrok over koestert…’ betekent het niet hebben van enige minachting voor hen. Dus het hart van een moslim heeft niet deze karakteristieken. Integendeel, het houdt ervan en is er tevreden mee.

Aldus, het eerste waarmee ik zal beginnen betreffende dit grondbeginsel is datgene wat verbonden is aan mijzelf. Daaromtrent zouden jullie allemaal moeten weten – moge Allah tevreden over jullie zijn – dat ik voor jullie geen enkele schade wens, inwendig noch uitwendig, voor iemand van onder de algemene massa van de moslims, laat staan voor onze collega’s en metgezellen. Noch koester ik enige vijandigheid jegens één van hen, noch verwijt ik hen iets voor wat dan ook. In plaats hiervan, verdienen zij mijn inziens edelheid, liefde, eer, respect, steeds maar weer en weer – elk in overeenstemming met hun niveau. Een persoon kan niet anders zijn behalve (één van de drie types): iemand die oprecht streeft naar het verkrijgen van de waarheid en die correct is, of iemand die oprecht streeft naar het verkrijgen van de waarheid maar een fout maakt, of een zondige persoon. Wat betreft de eerste, hij wordt beloond en bedankt. De tweede wordt beloond voor zijn idjtihaad (streven om de waarheid te verkrijgen) en is vergeven en vrijgesteld van zijn fout. Wat betreft de laatste, moge Allah ons, hem en alle gelovigen vergeven. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Kortom, we zouden moeten proberen om niet stil te staan bij de woorden van degenen die tegen dit grondbeginsel zijn; door het zeggen dat die-en-die tekortschoot, of die-en-die zus of zo heeft gehandeld, of die-en-die de oorzaak was van de schade aan de sheikh, of de reden was waarom dit allemaal gebeurde, of die-en-die was gewoon om te spreken over de samenzweringen, of die-en-die; en andere vergelijkbare uitspraken welke kritiek bevatten op sommige van onze collega’s en broeders. Waarlijk, ik sta hen niet toe om mijn broeders en collega’s op die manier te schaden en er is geen kracht, noch macht, behalve bij Allah. [Dit is een verwijzing naar enkele collega’s en broeders van hen in Damascus die verzwakten gedurende deze beproeving en niet standvastig bleven op de correcte methodologie. Dus Ibn Taymiyyah verbiedt al zijn studenten en collega’s om hen op wat voor manier dan ook te schaden en hij maakt een excuus voor hen en legt uit dat hij geen vijandigheid of haat draagt in zijn hart jegens hen. In plaats hiervan maakt hij duidelijk dat hij respect voor hen heeft en dat hij van hen houdt omwille van Allah.]

Dergelijke kritiek keert meestal terug naar degene die het in de eerste plaats heeft uitgesproken, behalve als hij goede daden heeft verricht waardoor Allah hem zal vergeven – in shaa-a Allaah – en voorzeker, Allah de Verhevene vergeeft datgene wat is voorafgegaan. En jullie zullen ongetwijfeld ook op de hoogte zijn van de wrede behandeling die was gegeven aan sommige van onze broeders in Damascus en die nu zelfs plaatsvindt in Egypte.

Dit is – in realiteit – niet te wijten aan een ontoereikendheid of tekortkoming in de broeders, noch is het gebeurd omdat we onze meningen hebben veranderd en hen haten. In plaats hiervan verkrijgen deze mensen meer status na het ontvangen van zo’n wrede behandeling en verkrijgen zij tevens meer liefde en respect van ons.

Waarlijk, soortgelijke beproevingen zijn voordelig voor de gelovigen, omdat Allah de gelovigen corrigeert en verbetert dankzij hen (de onderdrukkers), aangezien de gelovige voor de andere gelovige is als een paar handen; elk wast de ander. Het gebeurt echter wel eens dat viezigheid niet verwijderd kan worden, behalve met een bepaalde hoeveelheid ruwheid, welke echter schoonheid en zachtheid met zich meebracht, waardoor deze ruwheid wordt geprezen…

Jullie weten (ook) allemaal dat veel van wat er is gebeurd in deze zaak leugens waren, valse beschuldigingen, valse verdenkingen en het volgen van valse verlangens, de soorten die niet beschreven kunnen worden. Dus al die leugens en valse beschuldigingen die tegen mij gericht waren, waren eigenlijk een bron van goedheid en zegeningen voor mij. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, degenen die kwamen met de laster (tegen ‘Aa-ieshah, de vrouw van de profeet) zijn een groep van jullie. (#3) Beschouw het niet als iets slechts voor jullie. Integendeel! Het is goed voor jullie. (#4) Eenieder van hen zal vergolden worden voor hetgeen hij aan zonde heeft begaan; en wat betreft degene onder hen die het grootste aandeel daarin had, voor hem is er een geweldige kwelling.” [Soerat an-Noer (24), aayah 11.]

<<< (#3) Zie het artikel Het verhaal van ifk (laster) aangaande ‘Aa-ieshah.>>>

<<< (#4) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En voorzeker, Wij zullen jullie beproeven met iets van angst, honger, vermindering van bezittingen, zielen (levens van familie, vrienden, geliefden) en vruchten (oogst). Maar verkondig goed nieuws aan de geduldigen. Degenen die, als zij door een tegenslag getroffen worden, zeggen: ‘Waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren.’ Zij zijn het op wie zegeningen (en vergeving) van hun Heer zijn, en (zij ontvangen) Zijn Barmhartigheid, en zij zijn het die de rechtgeleiden zijn.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 155-157.] De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei eens tegen zijn metgezellen (Nederlandstalige interpretatie): “Weten jullie wie moeflis (failliet/blut) is?” Zij zeiden: “Onder ons, degene die failliet is, is degene die geen dirhams (geld) en geen goederen heeft.” Hij zei: “Degene die failliet is onder mijn oemmah (gemeenschap) is degene die op de Dag der Opstanding komt met het gebed, vasten en zakaah, maar hij zal komen terwijl hij die-en-die beledigd heeft, die-en-die belasterd heeft, de eigendommen van die-en-die (onrechtmatig) verbruikt heeft, het bloed van die-en-die heeft doen vloeien en die-en-die geslagen heeft. Ieder van hen zal wat van zijn h’asanaat (goede daden) gegeven worden, en als zijn h’asanaat opraken voordat de rekening vereffend is, zullen wat van hun sayyie-aat (zonden) genomen worden en op hem geworpen worden, vervolgens zal hij in de Hel geworpen worden.” (Overgeleverd door Moeslim.)>>>

Dus door zulke beproevingen manifesteert Allah het licht van de waarheid en zijn duidelijke bewijzen, welke valsheid en leugens afwijzen. Aldus neem ik geen wraak op degenen die tegen mij logen, mij onderdrukten of vijandschap en haat toonden jegens mij. Waarlijk, ik vergeef elke moslim en ik wens alleen het goede voor hen en ik verlang voor elke moslim het goede dat ik voor mijzelf verlang. En wat betreft degenen die logen en fouten begingen; hen heb ik vrijgesteld en vergeven. Echter, degenen die verbonden zijn aan de overtreding van de Rechten van Allah in deze zaak, zij zouden hiervoor vergiffenis moeten zoeken. Dus als zij naar Allah terugkeren met berouw, dan zal Allah Zich tot hen keren in vergiffenis, anders zal het Oordeel van Allah op hen van toepassing zijn. (Zie o.a. het artikel Vergiffenis van Allah.) Dus als een persoon bedankt zou worden voor zijn kwade daden, dan bedank ik al degenen die de oorzaak waren voor datgene (de beproeving) dat mij is overkomen – want het leidt naar al het goede van deze wereld en het Hiernamaals. Allah de Verhevene wordt echter bedankt voor Zijn goede zegening en gunst waarbij een gelovige niets overkomt, behalve dat er iets goeds voor hem in zit. (#5) En de mensen van goede intenties worden bedankt voor hun intenties en de mensen van goede daden worden bedankt voor hun daden. Wat betreft degenen die kwaad deden – wij vragen Allah dat Hij Zich tot hen keert met vergiffenis. En jullie weten allemaal dat dit vanuit mijn aard en karakter komt.

<<< (#5) Aboe Sa’ied al-Khoedrie en Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hen beide) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Geen vermoeidheid treft een moslim, noch ziekte, noch leed, noch verdriet, noch letsel, noch zorg, zelfs als hij door een doorn geprikt wordt, of Allah vergeeft daardoor enkelen van zijn zonden.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)”>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Eveneens weten jullie allemaal dat Aboe Bakr as-Siddieq (moge Allah tevreden zijn met hem), betreffende de zaak van al-ifq [de leugen over ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar), zijn dochter en de vrouw van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)], waarover Allah enkele aayaat heeft geopenbaard in de Qor-aan, zwoer dat hij geen liefdadigheid zou geven aan Mistaah ibn Oethaathah (zijn hulpbehoevende neef), omdat Mistaah één van degenen was die deelgenomen hadden aan de laster. Zo openbaarde Allah (Nederlandstalige interpretatie): “En laat degenen onder jullie die begunstigd zijn (met religieuze voortreffelijkheid) en welvarend zijn niet zweren dat zij niet zullen geven aan de verwanten en de armen en de emigranten op de weg van Allah. En laat hen vergeven en kwijtschelden. Houden jullie er niet van dat Allah jullie vergeeft? En Allah is Vergevensgezind, Barmhartig.” [Soerat an-Noer (24), aayah 22.]

Aldus, toen deze aayah geopenbaard werd, zei Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem): “Bij Allah! Ik houd ervan dat Allah mij zou vergeven.” Hij ging dus door met het geven van hulp en liefdadigheid aan Mistaah, zoals hij dit vroeger ook altijd gaf. [Overgeleverd door al-Boekhaarie (nr. 4757).]

Dus met vergiffenis en vriendelijke behandeling tegenover elkaar en het uitvoeren van djihaad (vechtend en strevend) op de weg van Allah, is het onontbeerlijk dat (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Wie van jullie afvallig wordt jegens zijn religie (de Islaam), Allah zal dan een volk brengen van wie Hij houdt en zij houden van Hem, nederig (en mild) tegenover de gelovigen, krachtig [a’iezzah (#6)] tegenover de ongelovigen, strijdend op de weg van Allah en niemands verwijt vrezend (#7). Dat (deze eigenschappen) zijn de gunsten van Allah die Hij geeft aan wie Hij wil. En Allah is Alomvattend (met Zijn Kennis en Macht), Alwetend. Waarlijk, jullie Waliyy (Beschermer, Helper) is slechts Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en degenen die geloven, degenen die as-salaah (het gebed) onderhouden en az-zakaah (de verplichte liefdadigheid) geven en die zich onderwerpen (aan Allah). En wie Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en degenen die geloven als waliyy (beschermer, helper) neemt, dan zal de partij van Allah waarlijk de overwinnaar zijn.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 54-56.]

<<< (#6) A’iezzah: het vertonen van kracht (en vastberadenheid) en trots voor het volgen van hun religie. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.) Zie het artikel Trots…>>>

<<< (#7) Zijn enige zorg is het verwerven van de Tevredenheid van Allah de Verhevene en afkeuring, bezwaren en bespotting etc. door zijn tegenstanders deren hem niet.>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

[Toevoeging van uwkeuze.net:]

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Degenen die uitgeven (omwille van Allah) in voorspoed en in tegenspoed en die woede bedwingen en mensen vergeven; en Allah houdt van de weldoeners.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 134.]

De leider der gelovigen, ‘Oemar ibn al-Khattaab (moge Allah tevreden zijn met hem), zei: “Denk nooit slecht over het woord dat komt uit de mond van jouw gelovige broeder, zolang je er een goed excuus voor kunt bedenken.” Maalik leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Pas op voor argwaan, want argwaan is het slechtste van de onjuiste verhalen; bespioneer elkaar niet; zoek niet naar andermans fouten; wees niet jaloers op elkaar; benijd elkaar niet; haat elkaar niet; en verlaat (mijd) elkaar niet. En O dienaren van Allah! Wees broeders!” (De twee Sah’ieh’s en Aboe Daawoed leverden deze h’adieth over.)

 

Relevante artikelen:

Hoe om te gaan met meningsverschillen en het bekritiseren van anderen

Wanneer vrienden elkaar pijn doen

Zusterschap (ook voor broeders)

Help elkaar!

Mijn religie is vriendelijkheid

Schoonheid van het leven

Broeder- & zusterschap in de Islaam (diverse artikelen)