Trots…

Ik ben moslim, al-h’amdoelillaah.

TrotsDoor Shariffa Carlo, vertaald door zuster Rabi’a.

Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zij met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hun voetstappen volgt tot aan de Laatste Dag.

Eén van de ergste dingen die ons kwetsen, die ons toestaan in de val van de westerse mentaliteit te trappen met betrekking tot het moslim-zijn, is dat we een belangrijk element van de Islaam vergeten zijn dat ons helpt en versterkt in het zijn van goede moslims. Ik wil het graag hebben over trots. Maar begrijp me niet verkeerd. Ik ga niet zeggen wat de meeste mensen zeggen als ze het over trots hebben. Meestal als je over dit onderwerp praat, krijg je ah’aadieth en verzen te horen die trots veroordelen. Vandaag zal ik namelijk zeggen dat je juist trots dient te hebben. Ik ga je zeggen dat trots goed is. Ik ga je vertellen dat jij jouw borst zoveel mogelijk dient te verruimen met trots waardoor het op springen zal staan. Verward? Dat hoeft niet. Ik bedoel met trots niet dat je op mensen neerkijkt, want deze trots is verboden.

Er is overgeleverd door ‘Abdoellaah ibn Mas’oed: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die maar het gewicht van een mosterdzaadje aan trots in zijn hart heeft, zal het Paradijs niet binnengaan.” Iemand zei: “Waarlijk, iemand houdt ervan dat zijn kleren mooi zijn en dat zijn schoenen mooi zijn.” Hij (de profeet) zei: “Waarlijk, Allah is Mooi en Hij houdt van Schoonheid. Trots is de waarheid minachten (uit zelfbedrog) en neerkijken op de mensen.” (Sah’ieh’ Moeslim: boek 1, nummer 0164.)

Ik bedoel niet trots op een bedrogen, pijnlijke manier. Ik bedoel trots als het erkennen en doen zoals je bent – handelend als de beste natie ooit voortgebracht door Allah de Verhevene, want Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Jullie (#1) zijn de beste gemeenschap die ooit voor de mensen is voortgebracht; jullie bevelen al-ma’roef (het goede) en verbieden al-moenkar (het verwerpelijke) (#2) en geloven in Allah. (#3) En als de mensen van het Boek (joden en christenen) zouden geloven, zou dat beter zijn voor hen; onder hen zijn gelovigen, terwijl de meesten van hen faasiqoen zijn (grote zondaren, opstandig en ongehoorzaam jegens Allah).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 110.]

<<< (#1) D.w.z. de ware gelovigen in het islamitische monotheïsme en de ware volgelingen van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).>>>

<<< (#2) Al-Ma’roef: het goede, deugdzame, d.w.z. het islamitische monotheïsme en alles wat de Islaam opdraagt om te doen. Al-Moenkar: het afkeurenswaardige, slechte, verwerpelijke, d.w.z. koefr (ongeloof), shirk (polytheïsme) en alles wat de Islaam verbiedt.>>>

<<< (#3) Deze drie eigenschappen zijn de voorwaarden om de beste gemeenschap van de mensheid te zijn.>>>

En Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, degenen die geloven en rechtschapen daden verrichten, zij zijn de beste der schepping.” [Soerat al-Bayyinah (98), aayah 7.]

Wij zijn de beste schepping. We werden geschapen in de beste vorm en zullen dit blijven zo lang we doen wat we moeten om Allah de Verhevene te gehoorzamen. Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Werkelijk, Wij schiepen de mens zeker in de beste vorm (met o.a. verstand en kennis). Vervolgens brengen Wij hem terug naar het laagste van het laagste. (#4) Behalve degenen die geloven en rechtschapen daden verrichten (in overeenstemming met de Qor-aan en de Soennah). Dan is er voor hen een ononderbroken beloning (het Paradijs).” [Soerat at-Tien (95), aayah 4-6.]

<<< (#4) De uitleggers hebben in ‘t algemeen twee betekenissen hiervan gegeven: (1) dat zij teruggebracht worden naar een miserabele toestand van oude leeftijd waarop zij niet langer meer in staat zijn goed na te denken en dingen te begrijpen en praktiseren, en (2) dat zij teruggebracht worden naar het laagste niveau van de Hel. Maar deze dingen kunnen niet als argument gebruikt worden voor het onderwerp van de bevestiging waar deze soerah voor geopenbaard werd. De soerah is bedoelt om de waarheid omtrent het Oordeel in het Hiernamaals te beargumenteren. De eerste betekenis kan geen argument voor het Oordeel zijn omdat een oude leeftijd komt tot zowel de goede als de slechte mensen. Het tweede argument gebeurt in het Hiernamaals, dus kan het niet als argument dienen voor de mensen die zelf overtuigd zijn van het uitdelen van beloningen en straffen in het Hiernamaals. Aldus is volgens onze mening de juiste betekenis van dit vers: nadat de mens geschapen is in de beste vorm en hij de vermogens van zijn lichaam en verstand misbruikt om kwaad te doen, zal Allah de Verhevene hem in staat stellen om alleen nog maar kwaadaardigheden te verrichten (zie aayah 92:10) en hem de laagste diepten van degradatie doen bereiken. Dit is een waarheid die men maar al te vaak kan waarnemen in een menselijke samenleving. Mensen raken zo overmand door hebzucht, egoïsme, seksuele verlangens, verslaving aan bedwelmende middelen, gemeenheid, woede en andere vergelijkbare eigenschappen, dat zij moreel gezien feitelijk teruggebracht worden naar het laagste van het laagste. Denk eens na over slechts één voorbeeld: wanneer een volk verblind is door vijandschap jegens een ander land, dan overtreft het alle wilde beesten in barbaarsheid. Een wild beest jaagt op zijn prooi omwille van voedsel, het zal geen algehele afslachting in de zinnen hebben; maar de mens is in staat om zijn eigen soort volledig uit te roeien. Een roofdier gebruikt alleen zijn klauwen en tanden, maar de mens die in de beste vorm geschapen is, vindt het geweer uit, de tank, kernbommen en talloze andere wapens zodat hij volledige bevolkingen kan vernietigen (zonder onderscheid te maken tussen onschuldige burgers en strijdende soldaten). Het beest doodt of verwondt slechts, maar de mens bedenkt pijnlijke methoden om mensen zoals hijzelf te martelen, methoden die een beest zich niet eens kan voorstellen. Vervolgens, om zijn wraak en woede te koelen, dwingt hij de vrouwen om naakt over straat te lopen; zij worden verkracht door tien of twintig mannen; zij worden onteerd in het bijzijn van hun vaders, broers en echtgenoten; kinderen worden afgeslacht onder de ogen van hun ouders; moeders worden gedwongen het bloed van hun kinderen te drinken; mensen worden verbrand en levend begraven. Er is geen dier op aarde dat deze menselijke barbaarsheid evenaart en het niet eens nadert. Moge Allah de Almachtige ons beschermen. Amien. (Uit Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.) Imaam Ibn al-Qayyiem al-Djawziyyah schreef in zijn boek ‘Oeddat oes-Saabirien wa Dzakhirat oes-Shaakirien: “Allah heeft engelen geschapen met verstand en geen begeertes, dieren met begeertes en geen verstand, en de mens (alsook de djinn) met zowel verstand als begeertes. Dus als het verstand van een persoon sterker is dan zijn begeertes, is hij (bij wijze van spreken) beter dan een engel. En als zijn begeertes sterker zijn dan zijn verstand, dan is hij (bij wijze van spreken) erger dan een dier…”>>>

Wij moslims zijn de beste gemeenschap die ooit geschapen is. We zijn de leiders van deze wereld. De metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) erkenden dit; zij omarmden dit feit en als gevolg van deze reden waren zij in staat de ongelovigen te verslaan en zo’n groot gedeelte van de wereld te veroveren. Ze kropen niet angstig weg in een hoekje, bang om hun geloof te uiten; ze leunden niet achterover terwijl ze toestonden dat ze vernederd werden, behalve als dit een bevel van Allah de Verhevene en/of Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was. Ze waren sterk, ze hadden zelfvertrouwen en ze droegen hun trots jegens hun dien (religie, manier van leven) als een eremedaille.

Een schitterend voorbeeld hiervan is dat van Aboe Dzarr al-Ghifarie (moge Allah tevreden zijn met hem). Hij accepteerde de Islaam in een tijd dat de moslims zwak waren en vervolgd werden. Maar in plaats van zijn religie te verbergen, kondigde hij het aan zodat iedereen wist van zijn bekering tot de Islaam. In zijn eigen woorden: “…Daarna verbleef ik met de profeet in Mekkah en hij leerde me de Islaam en leerde me de Qor-aan te lezen. Toen zei hij tegen mij (Nederlandstalige interpretatie): ‘Vertel niemand in Mekkah van je acceptatie van de Islaam. Ik vrees dat ze je zullen doden.’ Bij Hem, in Wiens Hand mijn ziel is, ik zal Mekkah niet verlaten totdat ik naar de Ka’bah ga en daar de roep tot de waarheid verklaar te midden van de Qoeraysh,” zwoer Aboe Dzarr (moge Allah tevreden zijn met hem). “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zweeg. Ik ging naar de Ka’bah. De Qoeraysh zaten er te praten. Ik ging naar hun midden en riep zo hard ik kon: ‘O mensen van Qoeraysh! Ik getuig dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en ik getuig dat Moh’ammed de boodschapper van Allah is.’ Mijn woorden hadden meteen effect op hen. Ze sprongen op en zeiden: ‘Pak hem die zijn religie verlaten heeft.’ Ze wierpen zich boven op me en sloegen me genadeloos. Ze wilden me duidelijk vermoorden. Maar ‘Abbaas ibn ‘Abdoel-Moettalib, de oom van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), herkende me. Hij boog zich voorover en beschermde mij tegen hen. Hij zei hen: ‘Wee jullie! Zouden jullie een man vermoorden van de Ghifaar-stam terwijl jullie karavaan door hun gebied moet trekken?’ Toen lieten ze me los…”

Deze metgezel (moge Allah tevreden zijn met hem) had zoveel trots voor zijn religie dat hij niets beters kon doen dan het te verkondigen zodat iedereen het zou horen, zelfs ten koste van zijn leven. En ook al was het niet wijs om dit te doen en keurde de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) deze daad niet goed (hoewel hij het niet verbood), had deze metgezel de drang de mensen te laten weten dat hij de Islaam geaccepteerd had. Dit is een teken van oprechte trots. En het was de domme daad, niet de trots, die de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) afkeurde. Wij worden geacht trots op onze religie te zijn. We worden niet geacht het te verbergen tenzij wij vrezen voor ons leven, zoals de moslims deden toen zij vervolgd werden in Mekkah. Echter, toen zij eenmaal de kracht hadden henzelf te verdedigen, verkondigden zij het overal om hen heen zodat iedereen het kon horen. Ze deinsden niet terug onder moeilijke omstandigheden. Ze verspreidden de religie, waar en hoeveel zij maar konden. Ze brachten de aankondigen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) naar koningen en ook naar boeren. Ze waren trots op hun religie, daar zij wisten – zonder enige twijfel – dat de Islaam de enige waarheid was en is. Ze wisten dat mensen slechts gered konden worden door het accepteren van de Islaam. Ze wisten dat het door hen was dat de dien zou overleven – in shaa-a Allaah – en voorspoed zou kennen en ze wisten dat wanneer ze hun taak zouden verzaken, Allah een beter volk voor deze taak zou brengen. Dus omarmden zij hun taak en werden zij de beste gemeenschap van onder de moslims.

En wat is er met ons gebeurd, broeders en zusters? Waar is onze trots op Allah en Zijn religie? Waar is ons verlangen alles te doen wat nodig is om deze religie tot het allerhoogste te maken?

Velen van ons schamen zich zo voor hun religie, waardoor wij onszelf maar al te graag veranderen om er bij te horen. We kennen allemaal wel een Samier die nu Sam heet, of een Moh’ammed die zichzelf Mo noemt. We kennen allemaal de vrouw die de westerse h’idjaab draagt; spijkerbroek, een lange blouse en het verplichte hoofddoekje. Wat is er mis met ons? We willen lijken, klinken en doen zoals de mensen om ons heen. Waarom? De koeffaar (ongelovigen) hebben een gezegde: “Imitatie is de hoogste vorm van vleierij.” Wat betekent dit? Het betekent dat door het imiteren van iemand, je eigenlijk zegt dat zij beter zijn – zelfs in dat kleine aspect.

Je zou nooit het beste opgeven voor het slechtste. Je handelt naar boven. Dus waarom handelen wij constant naar beneden en accepteren we de manier van de koeffaar? Tenzij we geloven dat hun manier beter is (moge Allah ons hiervan behoeden). Imitatie is een teken van je gewonnen geven. Imitatie is een teken van minderwaardigheid. Imitatie is een teken van geen geloof hebben in wat je hebt. Wij zijn de beste gemeenschap die ooit is voortgebracht. Deze mensen zouden ONS moeten imiteren, broeders en zusters, niet wij hen. En, gelooft u mij, dat weten ze maar al te goed.

Op een dag zat een bedekte zuster in de pendeldienst naar de universiteit waar ze studeerde. Er stapte een jonge Amerikaanse vrouw in. Ze droeg een rokje zo kort dat het niets aan de verbeelding overliet. Ze ging tegenover de moeh’adjiba-zuster zitten. De zuster keek op en merkte dat de Amerikaanse vrouw naar haar staarde en haar hoofd schudde. Ze keurde duidelijk haar kleding af. Maar het maakte niet uit. Als ze niet had geloofd dat haar manier de beste was, had ze zich misschien geschaamd of vernederd gevoeld. Maar het leek erop dat ze wist, geloofde en accepteerde dat de Islaam de beste weg is, want in plaats van haarzelf terug te trekken, keek ze recht naar de niet-islamitische Amerikaanse vrouw met een blik van ernstige afkeuring. Ze keek toen naar de blote benen van de vrouw, klakte haar tong terwijl ze haar hoofd schudde. De Amerikaanse vrouw reageerde door aan de onderkant van haar rok te trekken, alsof ze haar benen meer wilde bedekken. De Amerikaanse vrouw voelde de schaamte en vernedering van haar vertoning (diep in haar, deed haar door begeerten bedekte fitrah – de natuurlijke aanleg – zijn werk). Deze vrouw herkende haar minderwaardige staat en reageerde in overeenstemming daarmee, omdat de moslimvrouw zich niet terugtrok en niet toestond dat de niet-islamitische vrouw haar minderwaardig liet voelen. Dit is de manier waarop wij zouden moeten handelen.

Hoe vaak doen moslimvrouwen hun h’idjaab af vanwege de druk van de omgeving? Hoe vaak heb je gehoord: “Ik kan geen baan krijgen; ik kan niet tegen het staren; ik kan niet omgaan met de druk van het leven in het Westen als ik me bedek.” Of nog erger: “We moeten integreren in deze samenleving.” We moeten helemaal niet opgaan in de samenleving, dierbare broeders en zusters, en we hoeven geen enkele compromis te sluiten. Als we dit doen, geven we onze nederlaag toe. In plaats daarvan dienen we baanbrekers te zijn, leiders, het voorbeeld voor anderen. Soebh’aan Allaah!

Wij zijn de beste gemeenschap. Onze weg is de enige weg naar verlossing. Vergeet dat nooit! De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) verbood ons de koeffaar te imiteren. En dat niet alleen, hij beval ons in veel ah’aadieth om bewust anders te zijn. Hij beval ons moekhalif (degene die het tegenovergestelde doet) te zijn.

Er is door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) overgeleverd: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Knip de snor kort (bij) en laat de baard staan, wees moekhalifah (niet zoals) de vuuraanbidders.’” (Sah’ieh’ Moeslim: boek 2, nummer 0501.)

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wie in tegenstrijd is met de boodschapper (Moh’ammed) – nadat de leiding duidelijk is geworden voor hem – en een andere weg volgt dan de weg van de gelovigen [d.w.z. Ahloes-Soennah wal-Djamaa’ah, oftewel as-selef as-saalih’ (#5)], Wij laten hem volgen wat hij gekozen heeft en Wij zullen hem in de Hel doen branden – en wat een slechte bestemming is dat!” (#6) [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 115.]

<<< (#5) Ahloes-Soennah wal-Djamaa’ah: degenen die de pure Soennah van de boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) volgen en die zich aansluiten bij de gemeenschap van de oprechte moslims die de juiste menhadj (methodologie) hanteren, namelijk de menhadj van as-selef as-saalih’: de vrome voorgangers – de eerste drie generaties van de moslimgemeenschap, dus de sah’aabah (de metgezellen van de profeet), hun volgelingen (de taabi’ien) en de leerlingen daarvan. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) omschrijft de geredde groep als volgt (Nederlandstalige interpretatie): “Dat waar ik en mijn metgezellen op zijn.” (H’asan door haar ketens en door andere overleveringen die het ondersteunen.) De woorden van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) “dat waar ik en mijn metgezellen op zijn” maken het duidelijk dat: “De geredde groep de groep is met dezelfde kenmerken als de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen).” (As-Shaatibie, al-‘Itisaam, vol. 2, p. 252.) De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “De beste van alle mensen zijn mijn metgezellen (de sah’aabah), dan degenen die hen zullen volgen (de taabi’ien), dan degenen die hen zullen volgen (deze drie generaties vormen de selef).” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)>>>

<<< (#6) De oneerlijke ‘moslim’ (Ta’mah) begaf zich op de weg van anti-Islaam, dus liet Allah de Verhevene hem die weg ook volgen. Het gebeurde als volgt: toen de feiten aangaande de diefstal door Allah de Alwetende geopenbaard werden en de onschuldige jood vrijgesproken werd en Ta’mah schuldig bevonden werd, verliet deze hypocriet al-Medienah in boosheid en sloot zich aan bij de vijanden van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in Mekkah en begon hem openlijk te bestrijden. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) waarschuwde ons dat het imiteren van iemand is alsof we als hen zijn. Aboe Daawoed heeft overgeleverd: “Eenieder die een volk imiteert, is één van hen.” Dit is een serieuze waarschuwing! ‘Abdoellaah ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “Eenieder die in het land van de moeshrikien (afgodenaanbidders) woont en hun nawroez (Nieuwjaar) viert en hun mahradjaan (feesten) en hen imiteert totdat hij sterft, hij zal op de Dag der Opstanding een verliezer zijn.”

Oemm Salamah (moge Allah tevreden met haar zijn) leverde over (ik neem alleen het ter zake doende deel van de h’adieth) betreffende de slechte amier (leider): “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “…Maar diegene die hun slechte daden goedkeurt en hen imiteert is spiritueel geruïneerd…” (Sah’ieh’ Moeslim: boek 19, nummer 4569.)

Deze laatste h’adieth spreekt over de slechte moslim. Dus wat zegt dit over de koeffaar (ongelovigen)? We dienen de kaafir niet te imiteren. Nee, we moeten bewust anders zijn. Ik ken zusters die eenvoudigweg weigeren compromissen jegens hun geloof en praktijken te sluiten en dit is het minste wat we MOETEN doen. We zouden ons op zijn minst niet moeten kleden zoals zij (#7), praten zoals zij, feesten zoals zij of hun praktijken overnemen. Ik kan je niet zeggen hoe vaak ik gevraagd ben waarom ik geen trouwring draag. Elke keer moet ik antwoorden, want het is niet alleen geen gewoonte van moslims, maar het is de gewoonte van christenen.

<<< (#7) Er is niets mis met het dragen van hun kleding, zolang het maar niet tegen de sharie’ah in gaat, dus de ‘awrah mag niet zichtbaar zijn en de kleding mag ook niet strak zijn waardoor de lichaamsvormen zichtbaar zijn etc. Uiteraard is het beter om je eigen islamitische identiteit te behouden en je te onderscheiden van de koeffaar.>>>

Ik moet ze leren dat: “Sinds vroegere tijden verbond het geven of uitwisselen van ringen elk contract. Onder de vroege christenen werden de duim en de eerste twee vingers aangewezen als de drie-eenheid en de echtgenoot plaatste de ring aan de vinger van zijn vrouw in de driedelige heilige naam. Sommige autoriteiten geloven dat de derde vinger van de linkerhand verbonden was door de zenuw of de ader met het hart, daarom werd het voor dit doel uitgekozen.” (The State Newspaper – Columbia, South Carolina.)

Broeders en zusters, onwetendheid is geen excuus als we geen moeite doen de waarheid te leren. We leven in een land van ongeloof; het is onze taak en verplichting om dit type kennis op te doen zodat we misleiding kunnen voorkomen. Dus het gewoon niet weten, is niet acceptabel. Degene die niet weet hoe hij moet bidden, zal er niet voor vergeven worden als hij niet probeert het te leren. We worden niet verantwoordelijk gehouden voor dat wat nog niet tot ons is gekomen, maar we moeten altijd een poging ondernemen de kennis op te doen.

Verder, tegen degenen die zeggen: “Dat is niet mijn intentie en daden worden beoordeeld op hun intentie,” zeg ik: je daden worden beoordeeld op je intentie, maar een slechte daad kan nooit goed worden door een goede intentie. Ik kan geen geld stelen om het aan de moskee te geven. Stelen is h’araam (verboden), zoals imitatie h’araam is en zodra we weten dat iets h’araam is, moeten we er onmiddellijk mee ophouden.

Nogmaals, het komt allemaal neer op trots. Ik ben trots dat ik een moslimah ben. Ik houd niet op met het zeggen van in shaa-a Allaah omdat ik met een kaafir praat – laat hem het woord maar leren – het zal hem misschien goed doen. Ik houd niet op met het lezen van mijn Qor-aan omdat iemand me kan zien en kan denken dat ik een fanaticus ben. Ik ga mijn h’idjaab niet veranderen of “muteren” omdat ik erbij wil horen. Ik moet een moekhalifah zijn.

Laat me je waarschuwen als je het nog niet weet: wij zijn moslims en zelfs als wij het vergeten, zullen zij dat niet. Een actueel voorbeeld: Bosnië. Vele Bosniërs vergaten hun Islaam. Ze pasten zich aan. Ze trouwden met elkaar, hielden elkaar bezig, namen elkaars namen en waren ‘één’ met de niet-moslims in hun gemeenschap. Een islamitische Bosniër vertelde me eens: “Ze vernietigden de masaadjied (moskeeën) niet. De masaadjied waren al dood.” Vele moslims van Bosnië waren hun dien vergeten, maar zodra de koeffaar hun kans schoon zagen, begonnen ze hen uit te roeien. Ze doodden niet alleen de goede praktiserende moslims, maar ook degenen die niet wisten hoe ze moesten bidden. Ze wisten het nog. Waarom vergeten wij? Maar laten we dit een stap verder dragen. Erken dat wat jij doet niet alleen effect heeft op jou. Wanneer wij dingen doen in deze samenleving, stellen we een precedent. Niet één moslimvrouw die een h’idjaab draagt, heeft nooit gehoord: “…Maar die en die is een moslim en zij kleedt zich niet zo.” En een broeder met een baard, heeft zeker vast wel eens gehoord: “Maar die en die is een moslim en hij scheert zich.” We kwetsen elkaar als we een deel van onze praktijk verlaten. We moeten elkaar helpen, niet bij hen horen die ons onderdrukken.

‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft verhaald: “Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Een moslim is de broeder van een andere moslim. Hij onderdrukt hem niet en geeft hem niet over aan de vijand. Degene die de behoefte van een moslim vervult; Allah zal zijn behoefte vervullen. Degene die zijn broeder uit een moeilijkheid helpt; Allah zal hem uit de moeilijkheden van de Dag der Opstanding helpen, en degene die een moslim afschermt; Allah zal hem op de Dag der Opstanding afschermen.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie: volume 3, boek 43, nummer 622.)

Wij zijn moslims. We hebben bewust erkend dat Allah de enige Heer is. We hebben Moh’ammed geaccepteerd als uiteindelijke boodschapper en profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Onze dien (religie, levenswijze) is Islaam en onze grondwet is de Qor-aan en de Soennah. Wij zijn de geredde gemeenschap, de enige echte volgelingen van de Enige Ware God. Wij zijn de besten en wat wij als praktiserende moslims doen is de enige weg, dus het is niet slechts de beste manier om te handelen en te volgen. Dus waarom volharden wij in het volgen van de niet-moslims? Waar is onze trots voor de Islaam? Wanneer ik een jonge moslim zie in de laatste gangster-mode, pratend als een kaafir-rapper, krimp ik ineen. Wanneer ik een jong moslimmeisje zie die een broek draagt in plaats van een djilbaab, breekt mijn hart. Wanneer ik een geschoren moslimman zie of een onbedekte moslimvrouw, dan vrees ik voor onze toekomst. Onze geliefde profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) waarschuwde ons. Er is verhaald door Aboe Sa’ied (moge Allah tevreden zijn met hem): “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Jullie zullen de verkeerde weg van jullie voorgangers zo compleet en letterlijk volgen dat als zij een hol van een hagedis in zouden gaan, jullie daar ook in zouden gaan.’ Wij zeiden: ‘O boodschapper van Allah! Bedoelt u de joden en christenen?’ Hij antwoordde: ‘Wie anders?’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie: volume 4, boek 56, nummer 662.)

Ibn Khaldoen zei dat hij wist dat al-Andaloes (Andalusië, islamitisch Spanje) zou vallen toen hij zag dat ze de koeffaar imiteerden.

Ik vraag Allah de Verhevene ons te laten stoppen met onze verdorven imitatie. Ik vraag de Majesteitelijke ons de trots terug te geven die we verloren zijn. Ik bid dat Hij ons het gevoel van superioriteit schenkt dat we nodig hebben om niet alleen de dien voor onszelf te praktiseren, maar om het te verspreiden naar degenen die het nodig hebben. Ik bid tot Allah, de Meest Wijze, de Meest Genereuze, dat Hij ons allen trots maakt om moslims te zijn en trots om een moekhalif te zijn.

Soebh’aanaka llaahoemma wa bieh’amdieka, ash-hadoe allaa iellaaha iellaa ant, astaghfieroeka wa atoeboe ielayk (Glorieus bent U, O Allah, alle lof behoort aan U. Ik getuig dat er geen god is dan U. Ik zoek Uw vergiffenis en toon berouw aan U).

[Toevoeging van uwkeuze.net:]

Lees ook het artikel De liefde van Allah, waar o.a. te lezen is:

Ik zie vele mensen hier in Nederland lopen met t-shirts van PSV of AJAX, of van hun favoriete muziekband, of ze hebben hun haar en kleding in een bepaalde stijl om te laten zien dat ze er van houden. Twee homoseksuelen bij mij in de straat hebben zelfs een vlaggenmast in hun voortuin met een homovlag. In Nederland kun je bijna overal voor uitkomen waar je voor staat. Maar kunnen wij moslims dat ook? Waar zijn wij als moslims? Komen wij er voor uit dat we moslims zijn, of laten we ons wegstoppen in een hoekje? Hou jij van Allah? Laat jij door jouw baard zien dat je van Allah houdt? Laat jij door jouw hoofddoek of niqaab zien dat je van Allah houdt? … Houden we meer van de mensen dan van Allah!? Vraag jezelf af, is jouw hart vol met liefde voor Allah?

O beste broeder/zuster! Lees en overpeins de volgende woorden van Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Wie van jullie afvallig wordt jegens zijn religie (de Islaam), Allah zal dan een volk brengen van wie Hij houdt en zij houden van Hem, nederig (en mild) tegenover de gelovigen, krachtig [a’iezzah (#8)] tegenover de ongelovigen, strijdend op de weg van Allah en niemands verwijt vrezend. (#9) Dat (deze eigenschappen) is de gunsten van Allah die Hij geeft aan wie Hij wil. En Allah is Alomvattend (met Zijn Kennis en Macht), Alwetend. Waarlijk, jullie Waliyy (Beschermer, Helper) is slechts Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en degenen die geloven, degenen die as-salaah (het gebed) onderhouden en az-zakaah (de verplichte liefdadigheid) geven en die zich onderwerpen (aan Allah). En wie Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en degenen die geloven als waliyy (beschermer, helper) neemt, dan zal de partij van Allah waarlijk de overwinnaar zijn.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 54-56.]

<<< (#8) A’iezzah: het vertonen van kracht (en vastberadenheid), roem en trots voor het volgen van hun religie. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)>>>

<<< (#9) Zijn enige zorg is het verwerven van de Tevredenheid van Allah de Almachtige en afkeuring, bezwaren en bespotting etc. door zijn tegenstanders deren hem niet.>>>

Relevante artikelen:

al-Fitrah – de natuurlijke aanleg

De boodschap van de h’idjaab

Het islamitische oordeel over de baard