Taqwaa (Godvrezendheid), dat moet je hebben

Vrees voor Allah is niet louter een gevoel, maar een daad.

Samengesteld en vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

 

بـسـم الله والحـمـد لله والـصلاة والـسـلام عــلى رسـول الله، وبـعـد

In de Naam van Allah, alle lof is voor Allah, moge de vrede en zegeningen neerdalen op de boodschapper van Allah. Voorts:

 

Na de inleiding volgen de hoofdstukken:

Enkele tekenen van vrees voor Allah Ta’aalaa
Enkele aayaat over taqwaa
Hoe kan iemand die van Allah Ta’aalaa houdt ook angst voor Hem ontwikkelen?

 

VREES VOOR ALLAH Ta’aalaa (Verheven is Hij) is VERPLICHT voor iedereen, en niemand is verzekerd van veiligheid jegens de bestraffing van Allah behalve door Hem te vrezen.

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt: ‘Bij Mijn Macht, Ik zal Mijn dienaar niet twee angsten laten voelen of twee veiligheden laten voelen. Als hij zich voor Mij veilig voelt in deze wereld, dan zal Ik hem angst laten voelen op de Dag der Opstanding; maar als hij Mij vreest in deze wereld, dan zal Ik hem zich veilig laten voelen op de Dag der Opstanding.’” [Overgeleverd door Ibn al-Moebaarak in az-Zoehd (157); door al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd in as-Sah’ieh’ah (742).]

Allah Ta’aalaa zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie):

“…En vrees Allah, opdat jullie succesvol zullen zijn.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 189.]

“…En vrees Allah en weet dat Allah Alziend is aangaande hetgeen jullie doen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 233.]

“O degenen die geloven! Vrees Allah zoals Hij gevreesd dient te worden, en sterf niet, behalve als moslims.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 102.]

“…En het goede einde (het Paradijs) is voor de bezitters van taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid).” [Soerat Taa Haa (20), aayah 132.]

“Is hij die zijn bouwwerk fundeerde op vrees voor Allah en Diens Tevredenheid beter, of hij die zijn bouwwerk fundeerde op de rand van een klif die op instorten stond, waarna het met hem in het vuur van de Hel stortte!? En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 109.]

“…Waarlijk, de meest edele van jullie bij Allah is degene met de meeste taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid). (#1) Waarlijk, Allah is Alwetend, Khabier (Alwetend omtrent subtiele zaken).” [Soerat al-H’oedjoeraat (49), aayah 13.]

(#1) Moeslim leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah kijkt niet naar jullie vormen (uiterlijk) of bezittingen, maar Hij kijkt naar jullie harten en daden.” (Ibn Maadjah leverde deze h’adieth ook over.)

Ook christenen moeten God vrezen

Vaak wordt er ten onrechte verondersteld dat de Islaam God voorstelt als een God die de mensen alleen maar bestraft en als een God waar je bang voor moet zijn, en zij verklaren dat de God van de christenen een liefdevolle God is Die van de mensen houdt en dus hoeven zij God niet te vrezen. Maar in het Oude Testament staat onder andere: “(Dit is) de slotsom van de kwestie, nadat alles is gehoord: vrees God en houd zijn geboden in acht; want dit (geldt voor) alle mensen.” (Prediker 12:13.) En we lezen in Deuteronomium 5:29: “O, was er maar zo’n hart in hen dat zij Mij zouden vrezen en om al mijn geboden in acht te nemen, voor eeuwig…” En volgens het Nieuwe Testament zou Jezus (vrede zij met hem) onder andere gezegd hebben: “En ik zeg tegen jullie, mijn vrienden, wees niet bang voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Maar ik zal jullie waarschuwen wie jullie vrezen moeten: vrees Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de Hel te werpen; jazeker, ik zeg tegen jullie, vrees Hem!” (Lucas 12:4-5.) Dus ook joden en christenen dienen God te vrezen. Zie de artikelen Waarom vrezen moslims God? De God van de christenen is een liefdevolle God die van de mensen houdt, De liefde van Allah en De islamitische en christelijke visie aangaande God/Allah.

 

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het niveau van angst dat prijzenswaardig en passend is, is hetgeen een persoon weerhoudt van het overtreden van de grenzen van Allah, moge Hij geprezen en verheven worden. Als de angst die grens passeert, dan is er het risico dat dit leidt naar wanhoop en zwaarmoedigheid.

Aboe ‘Oethmaan zei: ‘Juiste vrees is dat waardoor een persoon geen zonden begaat, zowel uitwendig als inwendig.’

Ik hoorde Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah zeggen: ‘Prijzenswaardige angst is dat wat jou laat afzien van het overtreden van de grenzen van Allah.’” [Einde citaat uit Madaaridj as-Saalikien (1/510).]

 

(Lees verder onder de afbeelding. Gebruik de afbeeldingen op deze pagina voor da’wah.)

 


Enkele tekenen van vrees voor Allah Ta’aalaa

Taqwaa (Godvrezendheid, vroomheid) is niet louter een gevoel of emotie, het is een daad: door alles te doen wat Allah Ta’aalaa opgedragen heeft, en door alles te mijden wat Hij verboden heeft.

In Ta’riefoehaa wa Fadhlohaa wa Meh’dzoeraatoehaa wa Qisasoenmien Ah’waalihaa (pagina 9) wordt de volgende definitie van taqwaa gegeven: “Taqwaa (التقوى) ten opzichte van Allah is het aanbidden van Allah Ta’aalaa door de geboden na te komen en de verboden na te laten, uit angst voor Allah Ta’aalaa en uit verlangen naar Zijn beloningen en uit vrees voor Zijn bestraffingen en uit hoogachting van Zijn gewijde zaken en uit waarachtige liefde voor Hem (Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa – Glorieus en Verheven is Hij) en Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem).” (Einde citaat.)

De grote faqieh Aboel Layth zei eens (zoals vermeld staat in het boek Moekashafah al-Qoeloeb van imaam al-Ghazalie) dat vrees voor Allah te herkennen is aan zeven zaken. Samenvattend zijn dit de punten die hij benoemt:

1.) De tong: wanneer een persoon wegblijft van liegen, roddel, laster en enkel het goede uit, zich bezighoudt met het gedenken van Allah Ta’aalaa, het reciteren van de Koran en heilzame kennis.

Zie de artikelen:

2.) Het hart: een persoon dient weg te blijven van vijandigheid, laster en afgunst jegens zijn broeders, omdat afgunst de goede daden uitwist, zoals de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Pas op voor afgunst, want afgunst eet de goede daden op zoals vuur het brandhout opeet.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed.)

Vervolgens stelt hij dat de ziekten van het hart enkel genezen kunnen worden door kennis en (goede) handelingen.

Zie de artikelen:

3.) De blik: wegblijven van het kijken naar al hetgeen door Allah Ta’aalaa is verboden. Evenzo niet blindstaren op de doenyaa (het wereldse leven).

Zie de artikelen:

4.) De maag: het enkel vullen met het toegestane.

Zie het artikel Te veel eten, schadelijk eten en eten weggooien.

5.) De handen: ze enkel gebruiken in gehoorzaamheid jegens Allah Ta’aalaa en wegblijven van hetgeen verboden is.

Zie de artikelen:

6.) De voeten: wegblijven van verboden plekken en enkel lopen naar gehoorzaamheid. Hij noemt als voorbeeld het gaan naar geleerden en rechtschapen personen.

Zie het artikel De moskee – kern van de islamitische gemeenschap [elke stap van een gelovige naar een moskee (masdjid) verhoogt hem een graad bij zijn Heer en wist een zonde uit].

7.) Gehoorzaamheid: enkel zoeken naar de Tevredenheid van Allah Ta’aalaa. Een zuivere intentie (ikhlaasإخلاص) is hier vereist. Vervolgens noemt hij (Aboel Layth) diverse verzen uit de Koran aangaande taqwaa en het belang van het tonen van berouw na het plegen van een zonde.

Zie de artikelen:

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Enkele aayaat over taqwaa

Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“…de beste proviand (#2) is waarlijk at-taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid). En vrees Mij, o bezitters van verstand!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 197.]

(#2) Vóór de komst van de Islaam beschouwde men het meenemen van proviand een wereldse zaak en men verwachtte van een vroom persoon dat hij zonder wereldse voorzieningen naar het Huis van Allah (de Kaäba – Ka’bah – te Mekkah) zou gaan. In aayah 2:197 wordt verklaard dat het geen rechtschapenheid is om zonder proviand op bedevaart naar Mekkah te gaan. Ware rechtschapenheid is dat men Allah Ta’aalaa vreest, Hem gehoorzaamt en het leven zuiver houdt. Als een h’adjie (bedevaartganger) geen proviand meeneemt maar hij verricht slechte handelingen zonder vrees voor Allah Ta’aalaa, dan wendt hij een nutteloze vertoning van vroomheid voor en hij bejegent zowel zichzelf als de bedevaart die hij verricht zonder eerbied. Aan de andere kant, als een h’adjie vrees voor Allah Ta’aalaa heeft en zijn gedrag zuiver houdt, dan zal hij de Tevredenheid van Allah verwerven ook al heeft hij zichzelf volledig uitgerust met proviand. (Tafheem-ul-Qur’an van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

“…En steun elkaar in het goede en at-taqwaa (de vroomheid, Godvrezendheid) en steun elkaar niet in de zonde en de overtreding. En vrees Allah. Waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 2.]

“O nakomelingen van Adam! Werkelijk, Wij zonden kledij voor jullie neer om jullie schaamdelen mee te bedekken en als versiering; en de kledij van at-taqwaa (#3) (de vroomheid, Godvrezendheid), dat is beter. Dat behoort tot de tekenen van Allah, opdat zij zich laten vermanen.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 26.]

(#3) ‘Abdoer-Rah’maan ibn Zayd ibn Aslam zei als uitleg over het vers “en de kledij van at-taqwaa: “Als men Allah vreest, zal Allah zijn fouten bedekken. Vandaar de kledij van taqwaa (die het vers vermeldt).” (Tefsier Ibn Kethier.)

“Het is niet hun vlees noch hun bloed dat Allah bereikt, maar het is de taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid, gehoorzaamheid) van jullie dat Hem bereikt (#4)…” [Soerat al-H’adj (22), aayah 37.]

(#4) Bij het offeren gaat het niet om het vlees en bloed, want Allah Ta’aalaa heeft dit niet nodig. Het gaat erom dat men iets offert waarvan men houdt, of dat men geld uitgeeft om een offerdier te kopen, omwille van Allah Ta’aalaa, door de liefde, angst en hoop tegenover Hem, dat men hierdoor Zijn Tevredenheid verwerft. Dit is wat Hij accepteert en waar Hij Zijn dienaren voor beloont.

“…En vrees Allah, Degene tot Wie jullie verzameld zullen worden.” [Soerat al-Moedjaadilah (58), aayah 9.]

 


Hoe kan iemand die van Allah Ta’aalaa houdt ook angst voor Hem ontwikkelen?

[Bron: https://islamqa.info/en/220547 (Engels) – https://islamqa.info/ar/220547 (Arabisch), door de vertaler enigszins aangepast.]

De Islaam schrijft middelen voor om dit te bereiken, en er zijn daden van het hart die daartoe leiden. Tot die zaken behoort hetgeen we hieronder zullen opsommen, zodat elke moslim die het leest vrees voor zijn Heer alsook angst voor Zijn bestraffing kan ontwikkelen, opdat zijn angst hem zal leiden naar het positief denken over Allah Ta’aalaa. Tot die middelen behoort:

 

Qor-aan lezen en nadenken over de betekenissen ervan

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zij zijn degenen van de profeten wie Allah begunstigd heeft, van de nakomelingen van Adam en van hen die Wij droegen (in de ark) met Noah en van de nakomelingen van Abraham en Israël (Jakob) en van hen die Wij leidden en uitverkoren; wanneer de verzen van ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) aan hen worden gereciteerd, vallen zij knielend neer en huilen.” [Soerat Maryam (19), aayah 58.]

 

Nadenken over hoe ernstig en angstaanjagend zonden zijn

Al-Boekhaarie leverde over dat Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “De gelovige beschouwt zijn zonden alsof hij onder aan een berg zit waarvan hij vreest dat die op hem zal vallen, en de zondaar beschouwt zijn zonden als vliegen die voor zijn neus passeren en hij doet zoals dit bij hen [hen met zijn hand weg wuiven].”

Zie het artikel Zonden heroverwegen: zijn kleine zonden echt klein?, waar o.a. aangegeven wordt dat door hardnekkig door te gaan met kleine zonden zij grote zonden worden; en het zelfs kan leiden naar shirk (polytheïsme)!! Zie ook het artikel De zeven vernietigende zonden.

 

Door daden van gehoorzaamheid en aanbidding te verrichten, en het mijden van slechte daden en verboden zaken

Dit zal geleidelijk aan zorgen voor angst in het hart en het hart weer tot leven brengen nadat het (spiritueel) dood was; het zal ook zorgen voor liefde voor Allah Ta’aalaa en het verlangen om Zijn Tevredenheid te verwerven en vrees voor Zijn Woede.

Zie de artikelen:

 

Leer Allah Ta’aalaa kennen, door middel van Zijn Namen en Eigenschappen

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Hoe beter iemand Allah kent, des te meer hij Hem zal vrezen. Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: ‘Angst voor Allah is voldoende indicatie voor kennis. Een gebrek aan angst voor Allah is wegens iemands gebrek aan kennis over Hem. Degenen met de meeste kennis zijn degenen die Allah het meest vrezen. Als iemand Allah kent, dan zal hij zich meer verlegen voelen tegenover Hem, Hem meer vrezen en meer van Hem houden. Hoe meer zijn kennis toeneemt, des te meer zijn verlegenheid, angst en liefde voor Hem toenemen.’” [Einde citaat uit Tarieq al-Hidjratayn (p. 283).]

Ibn al-Djawzie (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Kennis over de Grootheid van Allah zal iemands vrees voor Hem laten toenemen, en eenieder die de bestraffing van zijn Heer vreest zal goede daden verrichten. Dus angst voor Allah verwijdert de ziekte van luiheid en zal het genezen. Het is de beste discipline voor de gelovige en het is voldoende voor hem. Al-H’asan zei: ‘Ik heb enkele mensen vergezeld die banger waren dat hun goede daden niet geaccepteerd werden dan dat zij bestraft zouden worden voor hun slechte daden…’” [Einde citaat uit Mawaa’idhz Ibn al-Djawzie (p. 91).]

Zie de artikelen:

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Ken de waarde van degenen wier harten gevuld zijn met angst voor Allah Ta’aalaa

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De gelovigen zijn slechts degenen wier harten door angst bevangen worden wanneer Allah genoemd wordt. En wanneer Zijn verzen aan hen gereciteerd worden, doet dit hen in geloof toenemen; en op hun Heer alleen vertrouwen zij.” [Soerat al-Anfaal (8), aayah 2.]

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Er zijn er zeven die Allah zal beschermen in Zijn schaduw (die Hij geschapen heeft) op de Dag dat er geen schaduw zal zijn behalve de Zijne: …en een man die Allah gedenkt wanneer hij alleen is en zijn ogen stromen (met tranen).” (Moettafaqoen ‘alayh: overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 620; Moeslim, nr. 1712; en anderen.)

Zie het artikel Hoe word je een vip op de Dag des Oordeels voor de hele h’adieth en voor meer informatie.

 

Denk na over de verhalen van degenen die Allah vreesden en hoe zij dit niveau bereikten door middel van geloof en rechtschapen daden, het bidden van qiyaam * gedurende de nacht en vasten gedurende de dag, alsook huilen uit vrees voor Allah

Al-Ghazaalie (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het bestuderen en leren van de biografieën van de anbiyaa-e (profeten) en de sah’aabah (metgezellen) is een middel om angst voor Allah te ontwikkelen. Want degene die niet meteen beïnvloed wordt, zal later beïnvloed worden.” [Einde citaat uit Ih’yaa-e ‘Oeloom ad-Dien (2/237).]

Zie de rubriek Biografieën voor enkele biografieën. [* Zie het artikel Qiyaam al-layl (het nachtgebed) en al-witr.]

 

Nadenken over de teksten die spreken over bestraffingen en waarschuwingen, beschrijvingen van de Hel en de toestand van de bewoners ervan, en wat zij zullen ondergaan aan eeuwige ellende, pijn en marteling.

Zie het 243 pagina’s tellende boek Een glimp van de binnenkant van de Hel, geschreven door sheikh ‘Abdoer-Rah’maan ‘Abdoel-Khaaleq, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah, uitgegeven door uitgeverij Momtazah. Ga naar onze webwinkel voor meer informatie en om dit boek te bestellen.

 

Ken jouw werkelijke situatie

…en weet dat jij zwak en onbeduidend bent; als Allah wil, dan kan Hij de bestraffing voor jou bespoedigen. Dus iemand die zo is dient zijn Heer te vrezen. Al-Ghazaalie (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Vrees voor Allah, moge Hij verheven worden, kan het resultaat zijn van het kennen van Allah, moge Hij verheven worden, en het kennen van Zijn Eigenschappen, en dat als Hij de hele schepping zou willen vernietigen, Hij dat kan doen en niemand kan Hem tegenhouden om dat te doen. Of het kan zijn omdat iemand zonden verricht. En het kan zijn wegens beide. En hoe meer iemand bewust is van zijn eigen tekortkomingen en hoe meer Hij de Majesteitelijkheid van Allah erkent, moge Hij verheven worden, alsook dat Hij volledig zelfvoorzienend is, des te meer hij Hem zal vrezen. Degene die zijn Heer het meest vreest is degene die zichzelf en zijn Heer het best kent.” [Einde citaat uit Ih’yaa-e ‘Oeloom ad-Dien (4/155).]

 

Nadenken over de verhalen van de overtreders en zondaars die Allah bestrafte voor hun zonden

Wat is er met hen gebeurd? Wat is hun situatie nu, nadat de bestraffing tot hen kwam?

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En hoeveel generaties vernietigden Wij niet vóór hen!? Kan jij (o Moh’ammed) één van hen waarnemen, of enig geluid van hen horen?” [Soerat Maryam (19), aayah 98.]

[Noot van de vertaler: ze zijn compleet vernietigd, niemand die tot hun nakomelingen behoort kan nog aangetroffen worden en geen enkel geluid is van hen waar te nemen. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan van Moh’ammed al-Amien ibn ‘Abdiellaah al-Oeramie al-‘Alawie al-Hararie as-Shaafi’ie.) Slechts hun verhalen zijn als leringen overgebleven voor degenen die daaruit lering willen trekken. (Teysier al-Kariem ar-Rah’maan fie Tefsier Kalaam al-Mannaan van sheikh ‘Abdoe r-Rah’maan ibn as-Sa’adie.)

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Reizen zij (de loochenaars) dan niet rond op aarde en zien zij niet hoe het einde was van degenen vóór hen!? En het Huis van het Hiernamaals is beter voor degenen die (Allah) vrezen. Denken jullie dan niet na!?” [Soerat Yoesoef (12), aayah 109.] Einde noot.]

 

Nadenken over de toestand van de mensen op de Dag van de grootste angst en de enorme paniek die zij zullen voelen

Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O mensheid! Vrees jullie Heer! Waarlijk, de beving van het Uur is een geweldig iets. De dag dat jullie haar (de beving) zullen zien zal elke zogende vrouw haar zuigeling vergeten (door de verschrikkingen) en elke zwangere vrouw zal een miskraam krijgen en jij zult de mensen dronken zien terwijl zij niet dronken zijn, maar de kwelling van Allah is zwaar!” [Soerat al-H’adj (22), aayah 1-2.]

[Noot van de vertaler: Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Die Dag zal de mens van zijn broer vluchten. En van zijn moeder en van zijn vader. En van zijn vrouw en van zijn kinderen. Voor eenieder zal er op die Dag iets zijn dat hem bezighoudt.” [Soerat ‘Abasa (80), aayah 34-37.]

Zelfs degenen die elkaar het meest nabij en het meest dierbaar waren in dit leven, zullen niet in staat en niet bereid zijn om elkaar te helpen op deze angstaanjagende Dag. Iedereen is te druk bezig met zijn eigen zorgen dat men niet zal delen in het verdriet of zal kijken naar de vernedering van anderen.

Er is een authentieke overlevering dat ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden over haar zijn) zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘De mensen zullen op de Dag der Opstanding blootsvoets, naakt en onbesneden verzameld worden.’ Ik zei: ‘O boodschapper van Allah! Zullen zij naar elkaar kijken?’ Hij zei: ‘O ‘Aa-ieshah! De zaak is groter dan dat zij elkaar aankijken (oftewel, zij zullen zo bezig gehouden worden door de gebeurtenissen op die Dag, dat zij geen oog hebben voor elkaars naaktheid).’” (Sah’ieh’ Moeslim, Sharh’ an-Nawawie, boek 17, blz. 192-193; en Sah’ieh’ al-Boekhaarie, Fath’ al-Baarie, boek 11, blz. 325.) Einde noot.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Allah Ta’aalaa veel gedenken

Veel aan Allah Ta’aalaa denken motiveert een persoon om de Majesteitelijkheid en Grootheid van Allah voortdurend in gedachten te houden, om te beseffen dat Hij ons altijd nauwlettend gadeslaat, om Hem lief te hebben en verlegen te zijn jegens Hem. Dit alles laat ons vrees voor Allah en Zijn bestraffing ontwikkelen, alsook angst om het Paradijs niet binnengelaten te worden.

[Noot van de vertaler: Aboe Moesaa (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Het voorbeeld van degene die zijn Heer gedenkt (dzikroellaah) in vergelijking tot degene die zijn Heer niet gedenkt, is dat van een levend schepsel vergeleken met een dood schepsel.’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)]

 

Bang zijn voor een plotselinge bestraffing en geen uitstel krijgen om berouw te tonen

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Vrees (voor Allah) komt voort uit drie dingen:

1.) Bewust zijn van je overtreding en hoe weerzinwekkend het is.
2.) Geloof in de waarschuwing, en dat Allah de bestraffing voorgeschreven heeft voor de zonde.
3.) In gedachten houden dat men (de toekomst) niet kent: misschien zal iemand niet in staat gesteld worden om berouw te tonen, en iets kan iemand verhinderen om dat te doen (berouw te tonen) als men de zonde begaat.

Door middel van deze drie dingen zal vrees voor Allah ontwikkeld worden, en afhankelijk van hoe sterk of hoe zwak zij zijn, zal iemands vrees voor Allah sterker worden of zwakker. Wat iemand ertoe brengt om een zonde te begaan, is ofwel zijn gebrek aan kennis over de weerzinwekkendheid ervan, of zijn gebrek aan kennis over de kwade gevolgen ervan, of beide factoren zijn aanwezig. Maar wat hem ertoe brengt om het te verrichten, is het feit dat hij vertrouwt op het idee van berouw (op een gegeven moment). Dit is gewoonlijk het geval aangaande zonden begaan door gelovigen. Maar als iemand zich bewust is van de weerzinwekkende aard van de zonde en de slechte consequenties ervan, en hij is bang dat de poort van berouw wellicht niet geopend wordt voor hem – hij wordt belemmerd om berouw te tonen – dan zal zijn angst groter zijn. Dit is van toepassing vóór het begaan van de zonde. Als hij het begaat, dan zal zijn angst nog groter zijn.

Samenvattend, als iemand voortdurend denkt aan het Hiernamaals en diens vergelding, en hij denkt aan de zonde en diens bestraffing waar hij voor gewaarschuwd is, en dat er geen garantie is dat hij in staat is om er oprecht berouw voor te tonen (#5), dan zal dit vrees in zijn hart ontwikkelen waar hij geen controle over heeft, en deze vrees zal in zijn hart blijven totdat hij veilig is.” [Einde citaat uit Tarieq al-Hidjratayn (p. 283).]

(#5) Noot van de vertaler: an-Nawawie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Geleerden verklaren dat berouw verplicht is voor elke zonde. Als de ongehoorzaamheid van een persoon enkel iets is tussen hem en Allah, de Meest Verhevene, en niet verbonden is met de rechten van andere mensen, dan heeft zijn berouw drie voorwaarden: (1) hij dient te stoppen met het begaan van de zonde, (2) hij dient spijt te hebben dat hij de zonde verricht heeft en (3) hij dient zich voor te nemen om het nooit meer te verrichten. Als één van deze voorwaarden niet oprecht aanwezig is, dan is zijn berouw niet geldig!! Indien de handeling van ongehoorzaamheid verbonden is met de rechten van andere mensen, dan heeft het berouw vier voorwaarden: de drie bovengenoemde voorwaarden en de vierde is het teruggeven van het recht van de andere persoon. Als dit recht een eigendom is, of iets dergelijks, dan dient hij dit terug te geven aan de eigenaar.” (Riyaadh as-Saalieh’ien, bewerkt door al-Arnaa-oet, blz. 10-11.)

 

Luisteren naar ontroerende en motiverende lezingen

Er is overgeleverd dat al-‘Irbaadh ibn Saariyah (moge Allah tevreden over hem zijn) – hij was iemand die heel veel huilde – zei: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gaf een eloquente adhortatie (aansporing) wat ervoor zorgde dat ogen tranen lieten vloeien en harten beefden van angst.” [Overgeleverd door at-Tirmidzie (2676); Aboe Daawoed (4607); Ibn Maadjah (42). Door al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd.]

Zie de video “Allahoe Akbar” van ons YouTube kanaal Islamitische lichten:

 

 

En we vragen Allah Ta’aalaa om alle moslims veilig te houden.

 

Relevante artikelen:

De grotere jihad (over djihaad an-nefs – jihad/inspanning tegen het ego)

Zonden heroverwegen: zijn kleine zonden echt klein?

Het gebed van berouw – salaat at-tawbah

Four Actions Towards Taqwaa (Engels)

De liefde van Allah

Vraag 4 – Waarom vrezen moslims God? De God van de christenen is een liefdevolle God die van de mensen houdt

Soorten moslims die misleid zijn

Voor moslims die succes willen

De vallen van Iblies

10 Manieren om je imaan (geloof) te vermeerderen

De zeven vernietigende zonden

De bittere gevolgen van zonden