Racisme

De enige manier om racisme definitief te beëindigen is door middel van eenheid onder de banier van laa ilaaha ill-Allaah.

Vertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah. Gebaseerd op een artikel van Dar ut Tawheed Publications.

Alle lof is voor Allah, en moge Zijn zegeningen en vrede neerdalen op Moh’ammed, zijn familie, metgezellen en eenieder die hun voorbeeld volgt. Voorts:

Bloedvergieten voor vrijheid, aanvallen voor gelijkheid, je uitspreken tegen onrechtvaardigheid; alles wordt verenigd tijdens Black History Month. Dit evenement staat in de Verenigde Staten voor de worsteling die Afrikaanse Amerikanen onder ogen hebben moeten zien om uiteindelijk erkend te worden met een gelijke status als anderen. Dit succes werd pas bereikt recent in de twintigste eeuw. De oorsprong van deze maand is verbonden aan de Amerikaanse Burgeroorlog (1861–1865) en de slavernij, dat wijdverspreid was in de negentiende eeuw.

We dienen echter op te merken dat zelfs na de Burgeroorlog, toen de Confederatie (het Zuiden) zich had overgegeven en de slavernij “afgeschaft” was, er nog steeds volop intense discriminatie jegens Afrikaanse Amerikanen aanwezig was in het hart van de samenleving (#1).

(#1) In feite is de christelijke, extremistische, terroristische en racistische Ku Klux Klan na de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865 of 1866 opgericht door leden van de verslagen Confederatie om de pas bevrijde negerbevolking te terroriseren. Zie het artikel De Ku Klux Klan: christelijke extremisten.

Een goed voorbeeld van dit racisme wordt aangetroffen in de Jim Crow-wetten die pas in 1964 afgeschaft werden. Vóór die tijd nam de regering wetsvoorstellen aan die hielpen deze kwesties te beperken, maar de werkelijke veranderingen werden pas de laatste honderd jaar bewerkstelligd. Maar het is duidelijk waarneembaar dat het schaamteloze racisme dat tijdens en na de Burgeroorlog volop aanwezig was, tegenwoordig nog steeds bestaat. De Burgeroorlog, Reconstructie en beëindiging van bepaalde wetten faalden uiteindelijk omdat er tegenwoordig nog steeds Zwarten vermoord worden louter wegens hun ras.

Black History Month concentreert zich op het feit dat zulke discriminatie geëlimineerd is. Maar als men kijkt naar politierapporten, de media of samenleving, kan iedereen zien dat vooroordelen nog lang niet verdwenen zijn. Als mensen werkelijk de eenheid willen vieren die zij denken te hebben, dan dient een dergelijke maand niet eens te bestaan. Het doet dienst als promotie en veroorlooft mensen één specifieke nationaliteit te selecteren, wat op zichzelf een vorm van apartheid is.

Racisme – de opvatting dat het ene menselijk ras superieur is aan het andere – kan gezien worden als onderdeel van discriminatie: een nadeel berokkenen door het maken van onderscheid ten aanzien van individuen of groepen op grond van kenmerken die in die situatie geen aanvaardbaar motief vormen.

Ook apartheid kan onder deze paraplu geplaatst worden: sociaal, politiek en economisch systeem van rassenscheiding dat rechten aan klassen van mensen toekent op basis van hun ras.

Discriminatie in het menselijke gedrag wordt niet alleen bepaald op grond van ras, huidskleur of nationaliteit, maar ook op vele andere gebieden, zoals religie, geslacht, de voetbalclub waar je fan van bent en vele andere aspecten. In feite kan men het woordje “ras” in de betekenissen van racisme en apartheid vervangen door nationaliteit, voetbalclub, geslacht etc. en men komt uit bij de betekenis van discriminatie.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Racisme (of hoogmoedigheid) was ook de eerste zonde in de islam (al-islaam). Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie):

“Hij (Allah) zei: ‘Wat belette jou (o Iblies, de satan) om neer te knielen toen Ik jou dit opdroeg!?’ Hij (Iblies) zei: ‘Ik ben beter dan hem (Adam), U schiep mij van vuur, terwijl U hem van klei schiep.’” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 12.]

Dit vond plaats voordat de shaytaan (satan) Adam (vrede zij met hem) en Eva verleidde te eten van de verboden boom (ongehoorzaamheid). En omdat Iblies weigerde berouw te tonen hiervoor, werd hij eeuwig vervloekt (Nederlandstalige interpretatie): “Hij (Allah) zei: ‘(O Iblies!) Daal af daaruit (het Paradijs), jij hebt het recht niet daar arrogant te zijn. Ga weg, jij behoort werkelijk tot de vernederden.’” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 13.]

Aldus tracht Iblies zo veel mogelijk zielen met zich mee de Hel in te nemen (Nederlandstalige interpretatie): “Hij (Iblies) zei: ‘Omdat U mij hebt doen dwalen, zweer ik bij U dat ik zeker voor hen op de loer zal liggen op Uw rechte pad. Vervolgens zal ik zeker tot hen komen, van voor hen en van achter hen en van hun rechterkant en van hun linkerkant (#2) en U zult de meeste van hen niet als dankbaren aantreffen.’” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 16-17.]

(#2) Ik zal hen doen afwenden van de waarheid, de valsheid voor hen schoonschijnend maken en hen aansporen tot het zich bedelven in de geneugten van het wereldse leven en hen laten verwarren en twijfel veroorzaken over het Hiernamaals. (Tefsier al-Moeyassar, van een groep geleerden, onder toezicht van sheikh Saalih’ ibn ‘Abdel-‘Aziez ibn Moh’ammed Aal as-Shaykh.)

De directe tegenstelling van dit concept van racisme en discriminatie, alsook de afkeuring van vijandigheid en haat op grond van iemands ras wordt aangetroffen in de dien (religie) van de islam. Racisme heeft absoluut geen plaats in het hart van een gelovige. Het basisprincipe in de islam is dat van broederschap en de verbondenheid omwille van Allah Ta’aalaa, louter op grond van iemands imaan (geloof) en ‘aqiedah (geloofsleer). De islamitische broederschapband dient het gevoel van verbondenheid binnen een stam, groep of nationaliteit te overtreffen. (Zie het artikel Nationalisme, een vreemd concept in de Islaam.)

Allah de Verhevene zegt in de Koran (al-Qor-aan) (Nederlandstalige interpretatie):

“O mensheid! Waarlijk, Wij schiepen jullie uit een man (Adam) en een vrouw (Eva) (#3) en Wij maakten jullie tot volken en stammen zodat jullie elkaar leren kennen. Waarlijk, de meest edele van jullie bij Allah is degene met de meeste taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid). (#4) Waarlijk, Allah is Alwetend, Khabier (Alwetend omtrent subtiele zaken).” [Soerat al-H’oedjoeraat (49), aayah 13.]

(#3) Dit beduidt dat deze gelijkheid van biologische oorsprong weerspiegeld wordt in de gelijkheid van menselijke waardigheid; aldus wordt alle raciale, nationalistische of tribale vooringenomenheid (‘asabiyyah) veroordeeld. (Naar The Message of the Qur’aan van Muhammed Asad.) Zie het artikel De schepping van Adam van aarde.

(#4) Moeslim leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah kijkt niet naar jullie vormen (uiterlijk) of bezittingen, maar Hij kijkt naar jullie harten en daden.” (Ibn Maadjah leverde deze h’adieth ook over.) Taqwaa ten opzichte van Allah is het aanbidden van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) door de geboden na te komen en de verboden na te laten, uit angst voor Allah Ta’aalaa en uit verlangen naar Zijn beloningen en uit vrees voor Zijn bestraffingen en uit hoogachting van Zijn gewijde zaken en uit waarachtige liefde voor Hem en Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). (At-Taqwaa, Ta’riefoehaa wa Fadhlohaa wa Meh’dzoeraatoehaa wa Qisasoenmien Ah’waalihaa, p. 9.) Zie de artikelen Taqwaa (Godvrezendheid), dat moet je hebben en Zonden heroverwegen: zijn kleine zonden echt klein?.

Dit (vers 49:13) is gericht tot de volledige mensheid en niet alleen tot de moslimgemeenschap, hoewel het vanzelfsprekend is dat deze twee in een geperfectioneerde wereld synoniemen zouden zijn. De mensheid stamt af van slechts één paar ouders. Hun stammen, rassen en volken zijn handige labels waardoor men bepaalde verschillende eigenschappen kan weten en mensen kan onderscheiden. En waarlijk, elk volk heeft zo zijn eigen goede en minder goede eigenschappen. Alsook doen de onderlinge verschillen dienst als beproeving/test – hoe gaan we er mee om!?

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Oorspronkelijk was de mensheid één enkele gemeenschap. (Zie het artikel De mensheid was één gemeenschap met één godsdienst.) Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) kon dit zo laten voortduren: één gemeenschap met één taal en één aard en één religieuze overtuiging. Maar in Zijn Wijsheid schonk Hij ons diversiteit in deze dingen om onze capaciteit voor eenheid nog meer te testen en om de behoefte aan eenheid en de islam te benadrukken. Hoe gaan we met deze verschillen om? Laten we nationalisme of racisme in onze harten binnensluipen!?

In 610 n.C., toen de eerste goddelijke openbaringen geopenbaard werden aan de profeet Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), werd de samenleving gedomineerd door tribalisme (‘asabiyyah). Ondanks het feit dat dit verderf in zeer grote mate aanwezig was, bond de oproep tot tawh’ied (islamitisch monotheïsme) vele verschillende mensen van verschillende stammen in vriendelijkheid en respect.

Allah de Meest Barmhartige zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Dat Huis van het Hiernamaals zullen Wij geven aan degenen die geen arrogantie noch verderf op aarde wensen. En het goede einde is voor de moettaqoen (vromen).” [Soerat al-Qasas (28), aayah 83.]

Allah de Verhevene vertelt dat Hij het Hiernamaals en haar eeuwige begunstiging, die niet verandert of opraakt, voor Zijn gelovige dienaren heeft voorbereid, die zich nederig opstellen en geen arrogantie op aarde wensen… Ibn Djarier leverde over dat ‘Alie (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “Als een man wil dat de riempjes van zijn sandalen beter zijn dan de riempjes van de sandalen van zijn metgezel (uit arrogantie, omdat hij zichzelf beter vindt), dan behoort hij tot diegenen waar naar verwezen wordt in het vers…(28:83).” …Echter wanneer een persoon slechts ervan houdt om mooie kleding te dragen, dan zal een persoon geen blaam hiervoor treffen. Er is overgeleverd dat een man tegen de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei: “O boodschapper van Allah! Ik houd ervan dat mijn gewaad goed is en mijn schoeisel goed is, behoort dit dan tot arrogantie?” Daarop zei hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Nee, waarlijk, Allah is mooi en houdt van schoonheid.” (Tefsier Ibn Kethier.)

De profeet Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Degene die ‘asabiyyah (stam-partijgeest) afkondigt, behoort niet tot ons; en degene die vecht omwille van ‘asabiyyah, behoort niet tot ons; en degene die sterft omwille van ‘asabiyyah, behoort niet tot ons.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, op het gezag van Djoebayr ibn Moet’im.) Toen hem gevraagd werd om de betekenis van ‘asabiyyah uit te leggen, antwoordde de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem): “Het betekent het helpen van je eigen mensen in een onrechtvaardige zaak.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, op het gezag van Wathilah ibn al-Aqsaa-e.)

De Engelse filosoof en oriëntalist Thomas Carlyle was in zijn boek Heroes (Helden) gewoonweg verbaasd over “hoe een man (Moh’ammed) in zijn eentje vijandige stammen en zwervende bedoeïenen kon omvormen tot één van de meest machtige en beschaafde naties van de mensheid – dit in minder dan 2 decennia.” (Zie ook Kent u deze man?)

‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat onze geliefde profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Niemand in wiens hart een greintje arrogantie is zal het Paradijs binnengaan.” Een man zei: “Wat als een man er van houdt dat zijn kleding er mooi uit ziet en zijn schoenen er mooi uit zien?” Hij zei: “Waarlijk, Allah is Mooi en houdt van mooiheid; arrogantie betekent het verwerpen van de waarheid en neerkijken op mensen (anderen minachten, anderen minderwaardig vinden).” (Overgeleverd door Moeslim.)

Al-‘Irbaadh ibn Saariyah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) hield voor ons een welbespraakte en diepzinnige toespraak, eentje die er voor zorgde dat de ogen tranen lieten vloeien en die harten liet schudden. Wij zeiden: ‘O boodschapper van Allah! Het is alsof dit een afscheidstoespraak is!’ Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie):

‘Vrees Allah, en jullie moeten luisteren naar en gehoorzamen aan (degenen met gezag), zelfs als een Ethiopische slaaf een leider over jullie wordt gemaakt…’(#5) [Overgeleverd door Aboe Daawoed in Sah’ieh’ Aboe Daawoed (3851); door at-Tirmidzie in Sah’ieh’ Soenen at-Tirmidzie (2157); door Ibn Maadjah in Sah’ieh’ Soenen Ibn Maadjah (40); alsook door anderen.]

(#5) Voor een uitgebreide toelichting op deze h’adieth (overlevering), zie het 49 pagina’s tellende boekje Het afscheidsadvies van de profeet ﷺ, geschreven door sheikh H’oesayn al-‘Awaayishah, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah en uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. Ga naar onze webshop voor meer informatie en om dit boekje te bestellen.

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft ook gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“O mensen! Waarlijk, jullie Rabb (Heer) is één en jullie vader (Adam) is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een rode man is niet beter dan een zwarte man en een zwarte man is niet beter dan een rode man – behalve als het in termen is van taqwaa (vroomheid)…” (Overgeleverd door imaam Ah’med, 22391; al-Silsilat al-Sah’ieh’, 2700.)

Een belichaming van hoe moslims andere rassen behandelen kan gezien worden in de daden van de sah’aabah (metgezellen) van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). In een tijd toen slavernij nog deel uitmaakte van de maatschappij in Arabië, werd de zwarte slaaf Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) – eigendom van de polytheïst Oemmayah ibn Khalaf – vrijgelaten door Aboe Bakr (moge Allah tevreden over hem zijn) (een metgezel van de profeet – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) had een rustig karakter en sprak alleen als hem iets gevraagd werd. Hij had een wrede vervolging ondergaan wegens zijn geloof in de islam: Oemmayah ibn Khalaf beval Bilaal om tijdens de brandende woestijnhitte naar buiten te gaan gehuld in pantserbekleding en gooide hem met zijn gezicht in het hete zand. Hij zelf ging niet naar buiten behalve om Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) om te draaien. Ook had hij een enorme steen op zijn borst geplaatst en vroeg hem of hij de islam wilde verlaten. Het enige wat Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) als antwoord zei op deze harteloze behandeling was: “Één, één,” (verwijzend naar de eenheid van Allah Ta’aalaa).

Dergelijk gedrag kan tegenwoordig gezien worden bij raciale steek- of schietpartijen. Maar hoeveel mensen kun je zien die proberen het slachtoffer te helpen, en hoeveel mensen zullen hun hoofden de andere kant op draaien en de situatie negeren? Zeker de meerderheid van de toeschouwers zal liever blind worden voor deze vorm van racisme dan dat zij er actie tegen ondernemen.

Tot de adviseurs van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) behoorden moslimmannen van allerlei stammen, rassen en kleuren. Hun harten waren gevuld met tawh’ied (islamitisch monotheïsme) en zij werden samengebracht op grond van hun geloof en vroomheid – zoals Aboe Bakr van Qoeraysh, ‘Alie ibn Abie Taalib van Banie Haashim, Bilaal de Ethiopiër, Soehayb de Romein, Salmaan de Pers, rijke mannen zoals ‘Oethmaan ibn ‘Affaan en arme mannen zoals ‘Ammaar (moge Allah tevreden over hen allen zijn).

Nu dit bekend is, hoe kan iemand die Black History Month viert dan zeggen dat gelijkheid bestaat? De meest nabije metgezel van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem), Aboe Bakr (moge Allah tevreden over hem zijn), zag de marteling die Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) onderging vanwege zijn geloof en, volledig tegenovergesteld aan hoe mensen tegenwoordig zullen handelen, sprak zich er tegen uit. Hij redetwistte met Oemmayah om deze situatie te beëindigen en Oemmayah antwoordde op Aboe Bakrs opmerkingen: “Jij bent degene die hem bedorven heeft, dus jij dient hem te redden uit zijn toestand.” Op dat moment kocht Aboe Bakr Bilaal voor een behoorlijk hoge prijs waarmee Oemmayah hem daarna bespotte door te zeggen: “Ik zou hem zelfs aan jou verkocht hebben ook al bood jij mij maar een ons aan goud.” Maar het antwoord van Aboe Bakr (moge Allah tevreden over hem zijn) toonde zijn betrokkenheid met zijn broeder in de islam, ook al was hij een zwarte slaaf: “Ik zou hem zelfs gekocht hebben als jij mij honderd ons gevraagd had.” Nadat hij Bilaal (moge Allah tevreden over hem zijn) gekocht had, liet hij hem vrij, wat zowel Bilaal als de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zeer blij maakte.

Wat opmerkelijk aan dit verhaal is, is dat de manier van gelijkheid onder de gelovigen van de islam ruim 1400 jaar geleden plaatsvond, zonder hulp van democratie, een burgeroorlog of Black History Month. Het enige dat nodig was om deze eenheid onder de mensen te bewerkstelligen was geloof in laa ilaaha ill-Allaah (er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah). Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“En houd jullie gezamenlijk vast aan het koord (verbond) van Allah (#6) en wees niet onderling verdeeld. En gedenk de gunsten van Allah aan jullie, toen jullie elkaars vijanden waren, waarna Hij jullie harten verenigde waardoor jullie, door Zijn gunst, broeders werden…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 103.]

(#6) Djoebayr (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Verheug je! Want waarlijk, deze Koran – een deel ervan is in de Handen van Allah, en het andere deel is in jullie handen [als een touw]. Houd je er daarom aan vast, opdat jullie nooit vernietigd zullen worden, noch zullen jullie daarna afdwalen!” (Moesnad Ah’mad.)

De stad Yathrib was verscheurd door burgerruzies, stammenvetes en meningsverschillen voordat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zijn voet zette op haar grond. Vervolgens werd Yathrib “de Stad der profeet” – al-Medienah; er heerste ongeëvenaard broederschap en het werd het centrum van de islam. Deze huidige bedroevende twistzieke wereld is een groter Yathrib: kunnen wij de heilige voet op haar grond zetten en het een nieuw en groter al-Medienah maken? (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)

Aangaande het huwelijk: Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Een vrouw kan gehuwd worden omwille van vier dingen: haar bezittingen, haar afkomst, haar schoonheid en haar religieuze toewijding. Zoek degene die religieus toegewijd is! Moge jullie handen met stof gewreven worden (d.w.z. moge jullie slagen).” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (4802) en Moeslim (1466).] Ook hier weegt vroomheid het zwaarst waardoor racistische gevoelens niet de kop op kunnen/mogen steken.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

In Amerika wordt jaarlijks in februari Black History Month gevierd, voornamelijk om het feit dat er geen slavernij meer is in Amerika. Doch na een nauwkeurigere inspectie van de huidige maatschappij kan men duidelijk zien dat de slavernij weliswaar niet meer bestaat, maar dat racisme (in diverse vormen, waaronder nationalisme) en vooringenomenheid nog steeds volop aanwezig zijn ondanks dat men de bevolking anders wil doen laten geloven.

De enige weg om racisme en discriminatie enzovoort met wortel en al uit te trekken, de enige weg die concrete resultaten zal voortbrengen, is door middel van eenheid onder de banier van laa ilaaha ill-Allaah.

Door middel van de islam wordt er een sterk fundament gebouwd onder de gelovigen om te geloven in Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) alleen en om oprecht voor elkaar te zorgen, ongeacht etniciteit. Aboe Moesaa (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Een gelovige is als een baksteen voor een andere gelovige, de een steunt de ander.” (Sah’ieh’ Moeslim.)

De islam moedigt niet alleen goed gedrag jegens geloofsgenoten aan, maar jegens alle schepsels, zowel mens als dier. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Allah verbiedt jullie niet (#7) om goed (#8) en rechtvaardig om te gaan met degenen die jullie niet bevechten vanwege de religie en die jullie niet uit jullie huizen verdrijven. Waarlijk, Allah houdt van de rechtvaardigen. Waarlijk, Allah verbiedt jullie slechts om loyaal te zijn jegens degenen die jullie bevochten vanwege de religie en die jullie uit jullie huizen hebben verdreven en die anderen hielpen om jullie te verdrijven. (#9) En wie loyaal is jegens hen, zij zijn degenen die de onrechtplegers zijn.” [Soerat al-Moemtah’ienah (60), aayah 8-9.]

(#7) “Allah verbiedt jullie niet” beduidt in deze context een positieve aansporing. (Zamakhshaarie.)

(#8) “Goed” heeft een veel diepere betekenis dan slechts een goede behandeling. Imam al-Qaraafie definieerde het als volgt: “Mededogen voor de zwakkeren onder hen. Het voorzien van de behoeften van de armen onder hen. Het voeden van de hongerigen onder hen. Het kleden van degenen onder hen die geen kleding hebben. Het spreken van vriendelijke woorden met hen uit zachtaardigheid en barmhartigheid, niet uit vrees en onderdanigheid. Het verdragen van hun overlast als buren – terwijl wij in staat zijn om hen te verdrijven – uit vriendelijkheid tegenover hen, niet uit vrees of ontzag. Het verrichten van smeekbeden om leiding voor hen en dat zij zullen behoren tot de mensen van het geluk. Het adviseren van hen in al hun wereldse en religieuze zaken. Het opkomen voor hen in hun afwezigheid wanneer iemand iets kwaads over hen zegt. Het beschermen van hun bezit, familie, eer en al hun rechten en belangen. Het bijstaan van hen in het afweren van onrecht. Het verschaffen van toegang tot al hun rechten.” (Zie al-Foeroeq: 3/30.)

(#9) Oftewel, iedereen die zich bezig houdt met actieve vijandigheid jegens Gods boodschap en de persoon of de leringen van Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Wat betreft relaties met ongelovigen die niet actief vijandig zijn jegens de islam, de Qor-aan staat nadrukkelijk toe en draagt op vele plaatsen impliciet op (bijvoorbeeld in vers 60:8-9) om vriendelijkheid en welwillendheid te betonen jegens hen. Zie o.a. het artikel Mijn religie is vriendelijkheid.

In de Sah’ieh’ is overgeleverd: “Een man was onderweg en kreeg dorst. Hij bereikte een waterput en daalde erin af. Hij dronk totdat hij genoeg had en ging weer naar boven. Toen zag hij een hond met zijn tong uit zijn bek, likkend aan modder om zijn dorst te lessen. De man zag dat de hond dezelfde dorst voelde die hij voelde, dus daalde hij weer af in de waterput en vulde zijn schoen met water en gaf het aan de hond om te drinken. God vergaf zijn zonden voor deze daad.” De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) werd gevraagd: “O boodschapper van Allah! Worden wij beloond voor vriendelijkheid jegens dieren?” Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie):

“Er is een beloning voor vriendelijkheid jegens elk levend wezen.” (Zie het artikel Dierenrechten in de Islam.)

Op de Dag des Oordeels zullen we niet beoordeeld worden volgens ons ras, maar volgens onze daden en intenties. Moeslim leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Waarlijk, Allah kijkt niet naar jullie vormen (uiterlijk) of bezittingen, maar Hij kijkt naar jullie harten en daden.” (Ibn Maadjah leverde deze h’adieth ook over.)

Men dient zich dus niet bezig te houden met triviale zaken zoals nationaliteit. We dienen juist onze tijd te besteden aan het nadenken over ons zelf en of Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) tevreden is met ons. “Waarlijk, wij vrezen van onze Heer een Dag, die zeer ellendig is, waarop de gezichten zullen fronsen.” [Nederlandstalige interpretatie van soerat al-Insaan (76), aayah 10.]

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wensen zij dan het oordeel van al-djaahiliyyah (de dagen van onwetendheid)!? En wie is er beter dan Allah in het oordelen voor een volk dat met zekerheid gelooft!?” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 50.]

De Dagen van Onwetendheid waren dagen van stamcultuur, vetes en zelfzuchtige benadrukking van verschillen in de mens. Die dagen zijn werkelijk nog niet voorbij (nationalisme, racisme, hebzucht enzovoort). Het is de missie van de islam om ons weg te leiden van deze incorrecte mentale houding, richting de ware houding van eenheid. Als ons geloof met overtuiging is (en niet alleen een kwestie van woorden), dan zal Allah Ta’aalaa ons leiden naar die eenheid. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)

En tot Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) keren wij allemaal terug.

 

Relevante artikelen:

Nationalisme, een vreemd concept in de Islaam

Een moslim is een spiegel voor een moslim

Broeder- & zusterschap in de Islaam (diverse artikelen)