Onterecht vergeten: de ‘kritische’ blik op de Nederlandse media

Geld & macht.

Geld in tvDoor Tabe Bergman.
Bron: www.denieuwereporter.nl

[Tabe Bergman is verbonden aan de Universiteit van Illinois. Hij is gepromoveerd op een proefschrift over de crisis in de Nederlandse journalistiek.]

In de jaren zeventig was er een hele stroming aan wetenschappers en journalisten die waarschuwden tegen de voortschrijdende commercialisering van de Nederlandse media. Ze signaleerden dat de berichtgeving gekleurd was in het voordeel van de politieke en economische elites en dat minderheden en arbeiders werden gemarginaliseerd. Tabe Bergman vindt dat deze benadering ten onrechte in de vergetelheid is geraakt.

Eerst een paar citaten. Raad wie het schreef en wanneer.

Citaat 1:

99 1“Commerciële omroep is een infantiele (kinderlijke) vorm van omroep… Informatie die geschoeid is op een door kapitalistische doelstellingen beheerste leest werkt tegengesteld aan wat een informatiesysteem zou moeten doen.”

Citaat 2:

99 1“Vanouds wordt in de journalistiek gehamerd op de scheiding tussen directie en (hoofd)redactie. Hoe belangrijk dit ook moge zijn voor de bestaande pers, het blijft niet meer dan een theoretische taakverdeling, omdat het principe “geen krant zonder een gezonde financiële basis” voorop blijft staan. De praktijk van talloze krantenfusies heeft de journalist keihard op de feiten gedrukt: de redactionele werkzaamheden worden ondergeschikt gemaakt aan bedrijfseconomische overwegingen. De economische afhankelijkheid van reclame is ook een van de hoofdzaken van de systeem-bevestigende houding van de pers en van de elkaar in razend tempo opvolgende persconcentraties.”

Citaat 3:

99 1“Zolang kranten in eerste instantie bedrijven zijn, primair economische eenheden en functionerend onder de wetten der vrije markt-economie, zolang zullen sanering, samenwerking en concentratie het winnen van redactionele onafhankelijkheid, intensieve nieuwsvoorziening en pluriforme meningsuiting.”

Zo schreven drie van de ‘kritische’ beschouwers van de Nederlandse media in de jaren ‘70. Deze groep bestond uit (later) invloedrijke journalisten zoals Jan Rogier, Rudie van Meurs, Paul Brill en Jan Tromp, en verder onder andere Jan Bierhoff, Hans Nietmantsverdriet, Jaap van Ginneken, Ben Manschot, Peter Vasterman, Cees Hamelink, Kees Brants en Jo Bardoel. Die laatste drie behoren nu tot de meest vooraanstaande communicatiewetenschappers die Nederland heeft voortgebracht.

 

Voortschrijdende commercialisering

De kritische waarnemers stelden dat de journalistieke objectiviteit vooral de belangen van eigenaren dient en niet die van journalisten of het publiek. Ze waarschuwden tegen de voortschrijdende commercialisering van de Nederlandse media, merkten op dat de berichtgeving was gekleurd in het voordeel van de belangen van politieke en economische elites en dat minderheden en arbeiders werden gemarginaliseerd. Ze veroordeelden de verzuilde journalistiek, maar waarschuwden ook dat de wijzigingen in het omroepbeleid in de jaren ‘60 hadden geresulteerd in een de facto commercieel stelsel.

De kritische waarnemers lieten zich inspireren door onder andere Herbert Schiller, de pionierende Amerikaanse political economist. Hier is een interessant gedachtenexperiment. Stel dat je de jonge Jan Tromp, Paul Brill, Jo Bardoel en Kees Brants om de tafel zet met Schiller en Edward Herman en Noam Chomsky. Een zeer prettig gesprek zou het resultaat zijn, want de heren zouden het over zo ongeveer alles eens zijn. Maar gingen de vier Nederlanders nu met de drie Amerikanen een gesprek aan, dan zou er heel wat worden afgekibbeld.

In ander woorden, het kritisch perspectief op de Nederlandse media verdween in de jaren ‘80 en liet bijna geen spoor na. De grote vraag is, waarom?

 

Relevantie van de economische benadering

Je kan de media op allerlei manieren bestuderen: vanuit het perspectief van de lezer of kijker, met de nadruk op journalistieke werkwijzen en professionaliteit of media-effecten, vanuit historisch oogpunt, enzovoort. Al die benaderingen zijn in principe legitiem. De blijvende relevantie van een kritische of politiek-economische benadering ligt niettemin voor de hand. Mediabedrijven zijn immers niet autonoom van de gevestigde orde, maar maken er deel vanuit, en journalisten werken niet in een vacuüm. Voor hun inkomsten zijn ze afhankelijk van organisaties die winst moeten maken door adverteerders te trekken en zo te overleven op de markt.

Om te begrijpen hoe de media in elkaar zitten en wat ze doen, kunnen we dus niet zonder een benadering die de nadruk legt op het feit dat de media opereren op de markt en op de structuur van de mediaorganisaties. Wie zijn de eigenaren en welk doel hebben ze? Die vragen vormen belangrijke uitgangspunten voor elke media-analyse.

Het ligt bovendien voor de hand dat als gevolg van de ontwikkelingen in de Nederlandse media sinds de jaren ‘80 het politiek-economisch perspectief alleen maar relevanter is geworden. Want tegenwoordig hebben we commerciële televisie en radio, wordt het ANP bestuurd door investeringsfondsen, zijn er veel meer voorlichters dan journalisten en staan de krantenoplages onder grote druk, net als de onafhankelijkheid van hoofdredacteuren, om maar wat te noemen.

 

Journalisten ethisch

 

Kapitalistische grondslag van media

En toch, om op die grote vraag terug te komen, verdween het kritisch perspectief in de jaren ‘80. Journalisten en wetenschappers brandden er hun vingers niet meer aan. Kees Brants, Jan Bierhoff, Jo Bardoel en Peter Vasterman, en naar ik aanneem Jan Tromp en Paul Brill, veranderden van mening. Het bleek bij nader inzien toch niet waar dat de kapitalistische grondslag van de media een vooraanstaande verklaring vormt voor wat de media doen. Cees Hamelink en Jaap van Ginneken bleven hun eerdere standpunten grotendeels trouw, maar sinds de jaren ‘80 hebben ze weinig meer over de Nederlandse media geschreven.

In mijn net verschenen artikel in de International Journal of Communication over de Nederlandse kritische stroming opper ik een paar verklaringen voor haar teloorgang. Niettemin blijft het voor mij uiteindelijk een raadsel, want op de merites beoordeeld had dit nooit mogen gebeuren. De politiek-economische blik verdween uitgerekend in de periode waarin commerciële belangen als gevolg van de ontzuiling steeds meer invloed kregen.

Nog vreemder vind ik het dat prominente buitenlandse critici van commerciële media zoals James Curran en Robert McChesney vrij regelmatig worden geciteerd in Nederland, zeker door academici. De teneur is vaak, ‘In Engeland en de Verenigde Staten, daar maken ze het toch bont. In Nederland is het allemaal zo erg niet.’ Inderdaad, misschien niet zó erg, maar je ziet precies dezelfde problemen in Nederland als in die twee landen: steeds meer entertainment ‘nieuws’ en een ‘systeem-bevestigende houding van de journalistiek.’

Gewapend met een politiek-economische analyse is het eenvoudig te verklaren waarom de Westerse media, ook de Nederlandse, zo weinig kritisch waren in de aanloop naar de oorlog in Irak (zie dit en dit onderzoek). Sterker nog, het was zelfs te voorspellen, niet alleen op basis van de karakteristieken van het Nederlandse media systeem, maar ook op basis van eerder onderzoek. Want het buitenlands nieuws vertoont sinds de Koude Oorlog een hardnekkig vooroordeel ten faveure van Washington (zie bijvoorbeeld dit onderzoek).

 

Nieuws toont officiële versies

Er is wel wat aan te merken op de kritische stroming. Zo werd er nauwelijks onderzoek geproduceerd dat aantoonde dat het nieuws inderdaad vooral de belangen van elites weerspiegelt. Het onderzoek dat wel werd gedaan was niet altijd rigoureus. Veel van de kritische publicaties zijn doortrokken van marxistisch jargon dat soms wat dogmatisch aandoet, zeker tegenwoordig.

Maar het frappante is dat later onderzoek bevestigt wat de kritische beschouwers al zeiden. Het nieuws vertoont een sterk vooroordeel ten faveure van officiële versies van gebeurtenissen; dissidente meningen en minderheden worden gemarginaliseerd. Dit geldt niet alleen voor buitenlands nieuws, maar ook binnenlands nieuws (zie het onderzoek van Teun van Dijk uit 1983: Minderheden in de media, of de studie van Van den Berg en Van der Veer uit 1986: Ideologie en massamedia).

 

Democratisering van de media

De kritische beschouwers riepen op tot democratisering van de media. Dat was destijds al een goed idee en is het tegenwoordig helemaal. Om de zoveel jaar verschijnt er een vernietigende analyse van de Nederlandse democratie (onder meer van Van Westerloo in 2003, Van Doorn in 2009, en Schinkel in 2012), maar het lijkt wel alsof communicatiewetenschappers steeds net de andere kant op kijken.

Als de nieuwsmedia de waakhond van de democratie zijn, dan bewaken ze een huis dat al lang geleden is afgebrand. Hoe iemand kan zeggen dat de nieuwsmedia hun taak naar behoren vervullen, is me dan ook een ander raadsel. Misschien toch verstandig om eens na te lezen wat die jonge wetenschappers en journalisten al in de jaren ‘70 zeiden.

 

Belangrijke ‘kritische’ publicaties uit de jaren ’70

Jo Bardoel, Jan Bierhoff, Ben Manschot, Peter Vasterman, Marges in de media: het verbroken contact tussen omroep en publiek, 1975.

Kees Brants, Journalistiek ondersteboven: afhankelijkheid en manipulatie in de media, 1974.

Cees Hamelink, De mythe van de vrije informatie, 1978.

Ben Manschot, Media, macht en mensen: over massacommunicatie en beïnvloeding, 1974.

Jan Tromp, Gekonkel om de kabel: commerciële machtsvorming in een nieuw medium, 1974.

Werkgroep Perskoncentratie, Perskoncentratie, 1972.

 

Wie schreef de citaten?

Citaat 1: Jan Tromp, Gekonkel om de kabel, 1974, p. 39
Citaat 2: Kees Brants, Journalistiek ondersteboven, 1974, p. 52
Citaat 3: Paul Brill (geciteerd in Cees Hamelink, De mythe van de vrije informatie, 1978, p. 98)

 

Relevante artikelen:

Media (diverse artikelen)

Democratie (diverse artikelen)

 

Social engineering