Moord en eerwraak

Moord behoort tot de grootste der grote zonden!

Moord en eerwraak klVertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Alle lof is voor Allah, de Heer der werelden. De vrede en zegeningen van Allah zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt. Voorts:

Allah de Meest Barmhartige zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Wees continue sterk in het handhaven van rechtvaardigheid, als getuigen ter wille van Allah, ook al is het tegen jezelf of de ouders en de verwanten (#1) – ongeacht of het om een rijke of een arme gaat, Allah is een betere Beschermer voor hen beiden. Volg dus niet de begeerte waardoor jullie afstand nemen van rechtvaardigheid…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 135.]

<<<(#1) Noot van vertaler: de Islaam bepleit een rechtvaardigheid die noch van liefde noch haat afhankelijk is. Men moet zich niet laten leiden door emoties.>>>

Deze verhandeling bestaat uit de volgende hoofdstukken:

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 


Moord

[Bron: de fataawaa van sheikh Ibn ‘Oethaymien, Madjallah ad-Da’wah, nr. 1789, p. 60.]

Moord (het opzettelijk doden van iemand) behoort, (zeker) als het slachtoffer een gelovige is, tot de grootste der grote zonden. Allah de Meest Barmhartige zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En wie opzettelijk een gelovige doodt, zijn vergelding is dan de Hel, hij is daarin onsterfelijk (#2) en Allah is woedend op hem en vervloekt hem en Hij heeft voor hem een enorme kwelling gereedgemaakt.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 93.]

<<<(#2) Noot van vertaler: dit vers impliceert een lang verblijf. Een gelovige die een gelovige opzettelijk doodt, treedt niet buiten de oevers van de Islaam tenzij hij het opzettelijk doden legitiem verklaart (wat hem wel buiten de oevers van de Islaam plaatst), ongeacht of hij iemand doodt of niet. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt hierover (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Al-Qisaas (de wet van gelijkheid in bestraffing) is jullie voorgeschreven in geval van moord.” Totdat Hij zegt: “Wie dan vergeven wordt door zijn broeder (in de religie; d.w.z. door familieleden van het slachtoffer)…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 178.] (Zie Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Moh’ammad ibn Saalih’ al-‘Oethaymien.) Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) bevestigt het geloof van degene die een ander opzettelijk heeft vermoord door hem “broeder” te noemen en plaatst hem niet buiten de oevers van de Islaam.>>>

En er is overgeleverd dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Een man zal correct in zijn religie blijven zolang hij geen bloed laat vloeien dat verboden is om te laten vloeien.”

<<<Noot van vertaler: al-Boekhaarie (6355) leverde over van Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden over vader en zoon zijn) dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “De gelovige zal door de genade van Allah omgeven blijven zolang hij geen bloed laat vloeien dat verboden is om te laten vloeien.” Zie ook de ah’aadieth in het artikel De zeven vernietigende zonden, waartoe moord behoort!>>>

Als men een gelovige opzettelijk doodt, dan zijn er drie rechten die daaraan verbonden zijn:

  • de rechten van Allah de Meest Verhevene
  • de rechten van het slachtoffer
  • de rechten van de naaste verwanten van het slachtoffer

Met betrekking tot de rechten van Allah: als men oprecht berouw toont, dan zal Allah de Meest Barmhartige dat berouw aanvaarden, want Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (o Moh’ammed): ‘(Allah zegt:) ‘O Mijn dienaren, degenen die buitensporig zijn geweest jegens zichzelf! Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah! Waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is Degene Die al-Ghafoer (de Vergevensgezinde) en ar-Rah’iem (de Meest Genadevolle) is.’” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 53.] (Zie o.a. de artikelen Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah en De boetedoening voor zonden is berouw.)

Met betrekking tot de rechten van het slachtoffer: hij leeft niet meer, dus men kan het met hem niet goed maken. De kwestie dient te wachten tot de Dag der Opstanding; dan zal het herstellen van het onrecht plaatsvinden. Maar ik (sheikh Ibn ‘Oethaymien) hoop dat als het berouw correct is en geaccepteerd is door Allah, dat Allah het slachtoffer dan zal compenseren met wat Hij wil van Zijn Gulheid totdat hij (het slachtoffer) tevreden is en de dader vergeven wordt.

<<<Noot van vertaler: nu kan de vraag ontstaan, hoe zal het onrecht dat in deze wereld plaatsgevonden heeft hersteld worden op de Dag der Opstanding? De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei eens tegen zijn metgezellen (Nederlandstalige interpretatie): “Weten jullie wie moeflis (failliet/blut) is?” Zij zeiden: “Onder ons, degene die failliet is, is degene die geen dirhams (geld) en geen goederen heeft.” Hij zei: “Degene die failliet is onder mijn oemmah (gemeenschap) is degene die op de Dag der Opstanding komt met het gebed, vasten en zakaah, maar hij zal komen terwijl hij die-en-die beledigd heeft, die-en-die belasterd heeft, de eigendommen van die-en-die (onrechtmatig) verbruikt heeft, het bloed van die-en-die heeft doen vloeien en die-en-die geslagen heeft. Ieder van hen zal wat van zijn h’asanaat (goede daden) gegeven worden, en als zijn h’asanaat opraken voordat de rekening vereffend is, zullen wat van hun sayyie-aat (zonden) genomen worden en op hem geworpen worden, vervolgens zal hij in de Hel geworpen worden.” (Overgeleverd door Moeslim.)]>>>

Met betrekking tot de rechten van de naaste verwanten van het slachtoffer: de dader kan niet vergeven worden totdat hij zich aan hen overgeeft. De dader dient zich over te geven aan de naaste familie van het slachtoffer en hen te vertellen dat hij degene is die hem vermoord heeft. Zij hebben drie keuzes:

– Als zij willen kunnen zij wraak eisen, indien er aan de voorwaarden van qisaas (#3) voldaan wordt.

– Als zij willen kunnen zij ad-diyah (bloedgeld) (#4) aannemen.

– Als zij willen kunnen zij de dader vergeven. (#5)

<<<(#3) Noot van vertaler: qisaas (rechtmatige vergelding) houdt volgens de islamitische wetgeving in: de bestraffing van de dader overeenkomstig zijn misdaad (wat volgens een islamitische rechtbank toegekend dient te worden – men mag nooit het recht in eigen hand nemen). (Al-Mawsoe’ah al-Fiqhiyyah al-Koewaytiyyah.) Khalid Baig schreef in zijn artikel Wat onderwijst de islam over rechtvaardigheid?: “Rechtvaardigheid vereist vergelding/straf en de islam acht ‘oog om oog’ noodzakelijk. Maar dit betekent niet een onschuldig oog voor een (on)schuldig oog, maar het betekent het oog van de dader voor het oog van het slachtoffer (een onderscheid waar terroristen geen rekening mee houden).” (Einde citaat.) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En er is voor jullie in de qisaas (rechtmatige vergelding) (behoud van) leven, o bezitters van verstand, opdat jullie taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid) zullen verkrijgen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 179.] In het voorschrijven van rechtmatige vergelding (qisaas) – het doden van de moordenaar – zit een geweldige wijsheid voor jullie en dat is het behoud en bescherming van levens. Wanneer de (potentiële) dader weet dat hij gedood zal worden (als straf), zal dat hem weerhouden van zijn daad, waardoor dat resulteert in behoud van levens. (Tefsier Ibn Kethier.) Allah de Meest Barmhartige zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En als jullie (o gelovigen) straffen, straf dan met het vergelijkbare van hetgeen waarmee jullie gestraft werden. Bij Allah! Als jullie geduldig zijn, dan is dat zeker beter voor de geduldigen.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 126.] Indien jullie degenen die jullie onrecht hebben aangedaan straffen, o gelovigen, dan hebben jullie twee opties: (1) dat jullie straffen zoals jullie gestraft zijn en zoals jullie onrecht is aangedaan, (2) dat jullie geduldig zijn en het onrecht tegen jullie over het hoofd zien en hen vergeven, en dat jullie bij Allah de beloning – door het onrecht dat jullie bereikt is – wensen te verkrijgen en dat jullie jullie zaak aan Allah toevertrouwen, en Allah zal de onrechtvaardige bestraffen. Geduld is beter voor de geduldigen dan wraak, omdat Allah de onrechtvaardige hard grijpt. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan van Moh’ammed al-Amien ibn ‘Abdiellaah al-Oeramie al-‘Alawie al-Hararie as-Shaafi’ie.) Moslims Kaft Religieus extremisme grkunnen niet toestaan dat zij door hun emoties overmand worden. Dit is wat hen leidt naar het verrichten van vele daden die, op zijn minst, twijfelachtig zijn in het licht van de sharie’ah. Voorzeker, van hen wordt geëist dat zij handelen in overeenstemming met de sharie’ah en omwille van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) en niet in overeenstemming met hun begeerten en omwille van het zoeken van wraak, persoonlijke haat enzovoort. (Een uitspraak van Jamaal al-Din M. Zarabozo.) Zie het 817 pagina’s tellende boek Religieus Extremisme in het leven van hedendaagse moslims, van dr. ‘Abdoel-Rah’maan ibn Moe’alaa al-Loewayh’iq al-Moetayrie, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah en te bestellen via onze webshop. Ook in de Bijbel vindt men het bevel voor qisaas. Zie o.a. Deuteronomium 19:20-21 verderop in deze verhandeling.>>>

<<<(#4) Noot van vertaler: indien het slachtoffer vóór zijn dood (de dader) vergeeft, of de nabestaande(n) van het slachtoffer (de dader) vergeeft in ruil voor bloedgeld (ad-diyah) – dit is een vastgestelde waarde die de moordenaar dient te betalen in ruil voor kwijtschelding – dan dient de nabestaande op een gepaste wijze het bloedgeld te vorderen, zonder kwetsing of herinnering aan zijn vrijgevigheid. De dader dient op zijn beurt het bloedgeld met welwillendheid te voldoen, zonder vertraging of uitstel. (Al-Moekhtasar fie t-Tefsier van Markaz Tefsier lie d-Diraasaatie l-Qor-aaniyyah.)>>>

<<<(#5) Noot van vertaler: Allah de Meest Barmhartige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En de vergelding voor een kwaadaardigheid is een vergelijkbare kwaadaardigheid. Dus wie vergeeft en verzoening teweeg brengt, zijn beloning is dan bij Allah. Waarlijk, Hij houdt niet van de onrechtplegers. … En zeker, wie geduldig is en vergeeft, waarlijk, dat behoort zeker tot de daden van vastberadenheid.” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 40+43.] Sheikh Moh’ammed ibn Saalih’ al-‘Oethaymien zegt in zijn boek Nobele karaktereigenschappen: “Moeten wij hieruit begrijpen dat het vergeven van de dader te allen tijde aanbevolen en geprezen wordt? Sommigen kunnen dit begrijpen uit dit vers. Maar men dient te weten dat het verlenen van vergiffenis moet leiden naar prijzenswaardigheid (verbetering). Wanneer vergelding beter is, is het beter de dader te straffen… Het vergeven kan juist averechts werken en helemaal niet tot verzoening leiden. Het kan zijn dat degene die jou kwaad heeft berokkend een slecht en verdorven persoon is, en indien je hem zou vergeven, dat hij dan doorgaat met zijn kwaad en zijn verdorvenheid. In dit geval is het beter om deze man te straffen voor zijn misdaad.”>>>

[Bron: de fataawaa van sheikh Ibn ‘Oethaymien, Madjallah ad-Da’wah, nr. 1789, p. 60.] (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 


Eerwraak

De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft ons uitgelegd wat de redenen zijn waarvoor bloed vergoten mag worden. Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Het is niet toegestaan om het bloed te laten vloeien van een moslim die getuigt dat er geen God is Die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en dat ik de boodschapper van Allah ben, behalve in drie gevallen: een leven voor een leven (moord, qisaas), zinaa van iemand die reeds getrouwd is (overspel) (#6) en degene die zijn religie verandert en de djamaa’ah verlaat (#7).” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (6370) en Moeslim (3275).]

<<<(#6) Noot van vertaler: zie het artikel Overspel en steniging: waarom legt de Islam zulke harde bestraffingen op voor seks buiten het huwelijk?>>>

<<<(#7) Noot van vertaler: zie Vraag 74 – Waarom is de doodstraf de straf voor afvalligheid?>>>

Aldus is het duidelijk dat zinaa door iemand die getrouwd is behoort tot de redenen die het toegestaan maken een persoon te doden. Maar de zaanie (overspelige) kan niet gedood worden tenzij er aan twee voorwaarden voldaan wordt:

1.) Hij/zij dient getrouwd te zijn. De geleerden hebben uitgelegd wat bedoeld wordt met ‘getrouwd zijn’ in dit geval. Zakariyyah al-Ansaarie (moge Allah tevreden over hem zijn) zei in Asnaa l-Mataalib (4/128): “De getrouwde persoon, hetzij man of vrouw, is een volwassene met gezond verstand die reeds geslachtsgemeenschap gehad heeft binnen een geldig huwelijk.” (Einde citaat.)

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah genade met hem hebben) zei in al-Sharh’ al-Zaad (6/120): “Er zijn vijf voorwaarden voor (het zijn van) ‘een getrouwde persoon’ (in dit geval):

a. geslachtsgemeenschap hebben gehad
b. binnen een geldig huwelijk
c. volwassen zijn
d. geestelijk gezond zijn
e. vrij zijn (oftewel geen slaaf).” (Einde citaat.)

2.) De tweede voorwaarde is dat het bewezen wordt dat de h’add bestraffing terecht en verdient is, door de getuigenis van vier mannelijke getuigen die hebben gezien dat de geslachtsdelen elkaar ontmoetten, of de persoon dient vrijwillig toe te geven dat hij/zij zinaa begaan heeft, zonder dat hij/zij gedwongen wordt.

Als het bewezen is dat iemand de h’add bestraffing verdient, dan is het niet toegestaan voor individuen om deze bestraffing zelf uit te voeren. De kwestie dient voorgelegd te worden aan de leider of zijn afgevaardigde om de misdaad vast te stellen en de bestraffing uit te voeren. Want als individuen de h’add bestraffingen uitvoeren, dan zal dat leiden tot groot verderf en kwaad.

Ibn Moeflih’ al-H’anbalie (moge Allah genade met hem hebben) zei in al-Foeroe’ (6/53): “Het is h’araam (verboden) voor eenieder om een h’add bestraffing uit te voeren behalve de leider of zijn afgevaardigde. Dit is iets waarover de foeqahaa-e (geleerden op het gebied van fiqh – islamitische jurisprudentie) van de Islaam het unaniem eens zijn, zoals aangegeven wordt in al-Mawsoe’ah al-Fiqhiyyah (5/280): de foeqahaa-e zijn het unaniem eens dat de leider of zijn plaatsvervanger degene is die h’add bestraffingen uit dient te voeren, of de bestraffing nu is voor het overtreden van de grenzen van Allah, de Meest Verhevene, zoals zinaa, of een overtreding jegens een andere persoon, zoals laster.” (Einde citaat.)

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Het geheimhouden van degene die deze slechte daad gedaan heeft, zodat hij berouw kan tonen en zijn zaken in orde kan stellen vóór hij sterft, is beter dan hem bekendmaken, laat staan hem doden. De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zond Maa’iz (moge Allah tevreden over hem zijn) weg nadat hij toegegeven had dat hij zinaa gepleegd had en hij negeerde hem totdat hij zijn bekentenis verschillende keren herhaald had. Vervolgens voerde hij de h’add bestraffing op hem uit.

<<<Noot van vertaler: eerwraak of eremoord is een gewoonterechtelijk fenomeen waarbij een familie of stam de verloren gegane zedelijke eer denkt te kunnen herstellen door het plegen van een moord op de veroorzaker van het eerverlies of degene die schuldig bevonden wordt aan het eerverlies.>>>

Hetgeen bekend is als “eerwraak” is volgens het bovenstaande een overtreding en een misdaad, want het is het doden van iemand die het niet verdiend om gedood te worden, namelijk de maagd (of ongetrouwde vrouw) als zij (vrijwillig) zinaa (ontucht) begaat, terwijl geselen en verbanning voor een jaar de shar’ie bestraffing in haar geval is, niet executie. Want de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “(De bestraffing voor zinaa) van een maagd met een maagd is honderd zweepslagen en verbanning voor een jaar.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Degene die haar doodt heeft een gelovige ziel gedood die Allah verboden heeft om te doden, en er is een strenge waarschuwing wat dit betreft. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En degenen die geen andere god naast Allah aanroepen, noch iemand doden waarvan Allah het verboden heeft – behalve volgens het recht -, noch ontucht begaan: en wie dat doet zal een bestraffing ondergaan. De kwelling zal voor hem verdubbeld worden op de Dag der Opstanding en hij zal daarin onsterfelijk zijn en veracht worden.” [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 68-69.]

Ook al nemen we aan dat zij het verdient om geëxecuteerd te worden (indien zij getrouwd is en zinaa begaan heeft), niemand dient dat te doen behalve de leider – zoals hierboven aangegeven is (en later in deze verhandeling verder besproken zal worden). Bovendien wordt in veel gevallen iemand vermoord louter gebaseerd op beschuldigingen en vermoedens, zonder te bewijzen dat de immorele daad daadwerkelijk plaats gevonden heeft.

Bron: https://islamqa.info/ar/101972 (Arabisch) – https://islamqa.info/en/101972 (Engels).

 


Redenen voor de doodstraf in de Islaam

De doodstraf is van toepassing in het geval van een persoon die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

1.) De afvallige. De afvallige is iemand die niet gelooft nadat hij moslim is geweest. De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wie zijn religie verandert, dood hem.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, 6524.) (Zie Vraag 74 – Waarom is de doodstraf de straf voor afvalligheid?)

2.) De getrouwde overspelige. De bestraffing in dit geval is steniging tot de dood. (Zie het artikel Overspel en steniging: waarom legt de Islam zulke harde bestraffingen op voor seks buiten het huwelijk?)

Al-Moeh’san of de getrouwde persoon betekent hier iemand die getrouwd is en geslachtsgemeenschap met zijn vrouw gehad heeft in de vagina, in een wettelijk huwelijk waarbij beide partijen vrij zijn (geen slaaf), geestelijk gezond en volwassen. Als een getrouwde man of vrouw overspel pleegt, dan dienen zij (zowel man als vrouw) gestenigd te worden tot de dood. De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Leer van mij. Allah heeft hen een uitweg gegeven. Als een ongetrouwd iemand zinaa (in dit geval ontucht) pleegt met een ongetrouwd iemand, (de bestraffing is) honderd zweepslagen en verbanning voor een jaar. Als een getrouwd iemand zinaa (in dit geval overspel) pleegt met een getrouwd persoon, (de bestraffing is) honderd zweepslagen en steniging.” (Overgeleverd door Moeslim, 1690.)

En al-Boekhaarie (2725) en Moeslim (1698) leverden over van Aboe Hoerayrah en Zayd ibn Khaalid al-Djoehaanie (moge Allah tevreden over hen beide zijn) dat zij zeiden: “Twee mannen van onder de bedoeïenen kwamen bij de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en zeiden: ‘O boodschapper van Allah! Ik verzoek u om over mij te oordelen volgens het Boek van Allah.’ De andere redetwister – die slimmer was – zei: ‘Ja, oordeel tussen ons volgens het Boek van Allah en sta mij toe om eerst te spreken.’

De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Spreek.’

Hij zei: ‘Mijn zoon werd in dienst genomen door deze man, en hij beging zinaa met zijn vrouw. Mij werd verteld dat de bestraffing voor mijn zoon steniging dient te zijn, maar dat hij vrijgekocht kan worden voor honderd schapen en hun jongen. Ik vroeg de mensen van kennis en zij vertelden mij dat de bestraffing voor mijn zoon honderd zweepslagen en verbanning voor een jaar dient te zijn, en dat deze vrouw gestenigd dient te worden.’

De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is. Ik zal tussen jullie oordelen volgens het Boek van Allah. De jongen en de schapen zullen teruggegeven worden (oftewel er is geen losprijs), en jouw zoon dient honderd zweepslagen gegeven te worden en voor een jaar verbannen te worden. O Oenays (een sah’aabie – metgezel)! Ga morgen naar die vrouw en als zij (deze misdaad) toegeeft, stenig haar dan.’ Aldus ging hij de volgende dag naar haar toe en zij gaf het toe, en de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) beval dat zij gestenigd moest worden.”

3.) De moordenaar (degene die opzettelijk iemand gedood heeft). Hij dient gedood te worden als rechtmatige vergelding (qisaas) tenzij de naaste familieleden van het slachtoffer hem vergeven of overeenkomen om ad-diyah (bloedgeld) te accepteren. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! De rechtmatige vergelding is jullie voorgeschreven in geval van moord: de vrije voor de vrije, en de slaaf voor de slaaf, en de vrouw voor de vrouw. Degene (de moordenaar) die door zijn broeder (de nabestaande) de rechtmatige vergelding vergeven wordt, laat hem (de nabestaande) op een gepaste wijze bloedgeld vorderen en laat de betaling aan hem (de nabestaande) met welwillendheid geschieden. Dat is een verlichting van jullie Heer en een barmhartigheid. Wie daarna overtreedt (door de dader alsnog te doden na het nemen van bloedgeld), voor hem is er een pijnlijke kwelling. En er is voor jullie in de rechtmatige vergelding (behoud van) leven, o bezitters van verstand, opdat jullie taqwaa (vroomheid, Godvrezendheid) zullen verkrijgen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 178-179.]

En de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Het is niet toegestaan om het bloed te laten vloeien van een moslim die getuigt dat er geen God is Die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en dat ik de boodschapper van Allah ben, behalve in drie gevallen: een getrouwde overspelige, een ziel voor een ziel en degene die de religie verlaat en van de djamaa’ah afsplitst.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (6484) en Moeslim (1676).]

4.) Schurken, oftewel al-moeh’aarib, degenen die oorlog voeren tegen Allah de Meest Verhevene en Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Allah de Meest Barmhartige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De vergelding van degenen die oorlog voeren tegen Allah en Zijn boodschapper en die streven naar verdorvenheid op aarde, is slechts dat zij gedood worden, of gekruisigd worden, of hun handen en hun voeten van tegenovergestelde zijden afgehakt worden, of uit het land verbannen worden. Dat is voor hen een vernedering in deze wereld en voor hen is in het Hiernamaals een geweldige kwelling.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 33.]

5.) Spionnen. De spion is degene die moslims bespioneert en informatie doorgeeft aan hun vijanden.

Het bewijs hiervoor is het verslag overgeleverd door al-Boekhaarie (3007) en Moeslim (2494) dat aangeeft dat H’aatib ibn Abie Balta’ah naar enkele van de moeshrikien (afgodenaanbidders) in Mekkah schreef en hen enige informatie vertelde over de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “O H’aatib! Wat is dit?” Hij zei: “O boodschapper van Allah! Haast u niet om mij te veroordelen. Ik was een man nauw verbonden aan Qoeraysh, maar ik behoorde niet tot deze stam, terwijl de andere moehaadjirien bij u hun verwanten in Mekkah hadden die hun familieleden en bezit zouden beschermen. Dus ik wilde mijn gebrek aan bloedverwantschap goedmaken door hen een gunst te bewijzen, zodat zij mijn familie zouden beschermen. Ik deed dit niet wegens ongeloof of afvalligheid, noch wegens voorkeur voor koefr (ongeloof) in de Islaam.” De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: “Hij heeft jullie de waarheid verteld.” ‘Oemar zei: “O boodschapper van Allah! Laat mij het hoofd van deze hypocriet er af hakken!” De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: “Hij was aanwezig bij de veldslag van Bedr, en jullie weten het niet, wellicht keek Allah naar de mensen van Bedr en zei: ‘Doe wat jullie willen, want Ik heb jullie vergeven.’”

Het punt van deze h’adieth is dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) het eens was met ‘Oemar, dat H’aatib het verdiende geëxecuteerd te worden voor deze daad. Maar de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei tegen hem dat er een reden was waarom hij niet gedood diende te worden, namelijk dat hij behoorde tot degenen die aanwezig waren bij de veldslag van Bedr.

Ibn al-Qayyim zei in Zaad al-Ma’aad (2/115) aangaande de h’adieth over H’aatib ibn Abie Balta’ah: “Dit werd geciteerd als bewijs door degenen die denken dat de moslimspion niet gedood hoeft te worden, zoals as-Shaafa’ie, Ah’med en Aboe H’aniefah (moge Allah genade met hen hebben). En het werd geciteerd als bewijs door degenen die denken dat de moslimspion wel gedood dient te worden, zoals Maalik en Ibn ‘Aqiel onder de metgezellen van Ah’med, en anderen. Zij zeiden: ‘Dit is omdat zijn aanwezigheid bij Bedr de reden was voor het niet doden van hem. Als het zijn van een moslim de reden was dat hij niet gedood werd, dan zou hij geen specifiekere reden gegeven hebben, namelijk het feit dat hij aanwezig was bij Bedr.’”

En hij zei elders in Zaad al-Ma’aad (3/422): “De juiste mening is dat executie van een spion afhangt van de mening van de leider. Als het executeren van hem in het voordeel van de moslims is, dan dient hij geëxecuteerd te worden. Maar als hem laten leven een groter doel dient, dan dient hij in leven gelaten te worden. En Allah weet het best.” (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Het bovenstaande omvat ook degene die niet bidt, degene die sih’r (magie) beoefent en de afvallige, want zij behoren tot de categorie “degene die de religie verlaat en van de djamaa’ah afsplitst”. (Zie de artikelen Het islamitische oordeel over degene die het gebed nalaat, Sih’r (magie) en toekomstvoorspelling en Homoseksualiteit in de Islam.)

Er zijn veel voorwaarden voor het uitvoeren van deze bestraffingen. Elke misdaad heeft zijn eigen specifieke voorwaarden en details, die gevonden kunnen worden in de boeken van fiqh (islamitische jurisprudentie).

Bron: https://islamqa.info/ar/20824 (Arabisch) – https://islamqa.info/en/20824 (Engels)

<<<Noot van vertaler: Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En laat medelijden met hen jullie niet overmannen in (het toepassen van de straffen in) de religie van Allah, indien jullie geloven in Allah en de Laatste Dag. En laat een groep van de gelovigen getuige zijn van hun bestraffing.” [Soerat an-Noer (24), aayah 2.] Wees niet barmhartig en genadevol tegenover hen bij het toepassen van de wetgeving van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke). Het natuurlijke gevoel van barmhartigheid wordt niet afgekeurd bij het toepassen van de straffen, maar het gaat hier om de barmhartigheid die de rechter ertoe kan leiden de straf te annuleren (of verminderen), wat niet toegestaan is voor hem. (Tefsier Ibn Kethier.) Vergelijk dit eens met: “En de overigen zullen (hierover) horen, en afgeschrikt zijn, en zullen voortaan een dergelijk kwaad niet meer onder jullie bedrijven. En jullie ogen zullen geen medelijden hebben (met hen, zie aayah 24:2); een leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.” (Deuteronomium 19:20-21.) Zie ook Exodus 21:23-25, waar aan het hiervoor genoemde toegevoegd wordt: “…een brandwond voor een brandwond, een verwonding voor een verwonding, een striem voor een striem.” Werkelijk, de originele at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie) komen van Allah de Verhevene.>>>

 


Het recht in eigen hand nemen

Niemand dient de h’add bestraffingen uit te voeren zonder de toestemming van de leider. Als er geen leider is die regeert volgens de sharie’ah, dan is het niet toegestaan voor de gewone mensen om de h’add bestraffingen uit te voeren. Degene die dat doet is zondig, want het uitvoeren van de h’add bestraffingen vereist onderzoek van de kwestie alsook shar’ie kennis om de voorwaarden van het bewijs te weten.

De gewone mensen hebben geen kennis om zulke dingen te weten, en het uitvoeren van een van de h’add bestraffingen door de gewone mensen leidt tot vele kwaadaardigheden en verlies van veiligheid, waarbij mensen elkaar aan zullen vallen en elkaar zullen doden of elkaars handen af zullen hakken onder het mom van dat zij h’add bestraffingen uitvoeren.

Al-Qoertoebie zei: “Er is geen meningsverschil onder de geleerden dat qisaas (rechtmatige vergelding), zoals executie, niet uitgevoerd kan worden behalve door degenen met gezag, die verplicht zijn de qisaas en h’add bestraffingen etc. uit te voeren. Want Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft het bevel aangaande qisaas tot alle moslims gericht en het is niet mogelijk voor alle moslims om samen te komen om de qisaas uit te voeren. Daarom hebben zij een leider aangesteld die hen kan vertegenwoordigen bij het uitvoeren van de qisaas en h’add bestraffingen.” (Tefsier al-Qoertoebie, 2/245, 246.)

Ibn Rushd al-Qoertoebie zei: “Wat betreft degene die deze bestraffing uit dient te voeren – oftewel de h’add bestraffing voor het drinken van alcohol – zij waren het eens dat de leider het dient uit te voeren, en dit is van toepassing op alle h’add bestraffingen.” (Bidaayat al-Moedjtahid, 2/233.)

Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah werd gevraagd over een getrouwde vrouw die kinderen had en die een relatie aanging met een man met wie zij immorele handelingen verrichtte. Nadat zij door de mand gevallen was, probeerde zij haar echtgenoot te verlaten: heeft zij enig recht op haar kinderen nadat zij dit gedaan heeft? Is er enige zonde op hen als zij de relatie met haar verbreken? Is het toegestaan voor degene die bewijs daarvan heeft om haar in het geheim te doden? Zondigt hij als iemand anders dat zou doen?

Hij antwoordde: “Alle lof is voor Allah. De verplichting van haar zonen en mannelijke verwanten is te voorkomen dat zij verboden handelingen verricht. En als opsluiting de enige manier is waarop zij dat kunnen doen, dan dienen zij haar op te sluiten. Als dit beduidt dat zij haar moeten vastbinden, dan dienen zij haar vast te binden. Maar de zoon dient zijn moeder niet te slaan. En wat betreft het vriendelijk behandelen van haar, zij hebben geen recht om anders te handelen. Het is niet mogelijk voor hen om de banden met haar te verbreken, zodat zij vrij is om slechte daden te verrichten. Zij dienen echter te proberen om zo veel als mogelijk te voorkomen dat zij kwaad doet. Als zij eten en kleding nodig heeft, dan dienen zij haar dat te geven. En het is niet mogelijk voor hen om bij haar de h’add bestraffing uit te voeren – executie of iets anders – en zij zullen zondigen als zij dat zouden doen.” (Madjmoe’ al-Fataawaa, 34/177-178.)

[Bron: https://islamqa.info/ar/8980 (Arabisch) – https://islamqa.info/en/8980 (Engels).]

<<<Noot van vertaler: Allah de Meest Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…wie iemand doodt – niet als vergelding voor moord of vanwege het verspreiden van verdorvenheid op aarde (waar de doodstraf op staat) – het is dan alsof hij de mensen gezamenlijk gedood heeft, en wie iemand laat leven, het is dan alsof hij de mensen gezamenlijk laat leven. En bij Allah! Onze boodschappers kwamen werkelijk naar hen met de duidelijke bewijzen. Vervolgens bleven waarlijk velen van hen daarna buitensporig op aarde.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 32.]>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

 

Relevante artikelen:

De dood

De islamitische sharia

De zeven vernietigende zonden

Stelen en het afhakken van handen

Wat onderwijst de Islam over rechtvaardigheid?

De rechtvaardigheid van de Islam

Moet de islam gemoderniseerd worden?

Overspel en steniging: waarom legt de Islam zulke harde bestraffingen op voor seks buiten het huwelijk?

Stop terrorisme! (diverse artikelen)

Moordaanslagen

Terreuraanslagen

Fataawaa van enkele grote geleerden over zelfmoordaanslagen

Het verbod op bloedvergieten (h’adieth 14 van De veertig ah’aadieth van an-Nawawie)

Het verbod op het plegen van onrecht (h’adieth 24 van De veertig ah’aadieth van an-Nawawie)

Het verbod op het berokkenen van schade (h’adieth 32 van De veertig ah’aadieth van an-Nawawie)

Vraag 74 – Waarom is de doodstraf de straf voor afvalligheid?

Dierenrechten in de Islam (Dieren mogen niet eens zo maar gedood worden!)

 

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)