Lees dit voordat je gaat stemmen

Islaam en tawh’ied vs. democratie en shirk.

Democratie, stemmen en verkiezingen –
in het licht van de Qor-aan en de Soennah.

Waarlijk, alle lof is voor Allah. Wij prijzen Hem, zoeken Zijn hulp en vragen Hem om vergeving. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het slechte in onze zielen en het slechte van onze handelingen. Wie Allah leidt, er is niemand die hem kan misleiden; en wie Allah laat dwalen, er is niemand die hem kan leiden. Ik getuig dat er geen God is Die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij heeft geen deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Voorts:

Deze verhandeling bestaat uit de volgende hoofdstukken:

Inleiding
Wat is democratie?
Het islamitische oordeel over democratie
Wat houdt stemmen in?
Wat dient een moslim te weten over zijn geloof?
1.) Islaam
2.) Tawh’ied
3.) Shirk
4.) Kalimat-Tawh’ied
5.) Al-Koefr bit-taaghoet
Zijn er situaties waarin stemmen toegestaan is?
1.) De deelname van de profeet Yoesoef in een niet islamitische regering
2.) Kiezen uit het minst van de twee kwaden
3.) Onze intentie is niet om shirk te begaan
4.) Wij stemmen slechts omdat we ons gedwongen voelen
5.) Als je niet stemt, gaat jouw stem naar de grootste partij
Maar geleerden hebben het toegestaan om te stemmen!
Conclusie
Moeten we dan langs de kant staan en toekijken!?

 


Inleiding

Het zal niemand ontgaan zijn dat er een storm van politieke intolerantie over Nederland raast die de aanwezigheid van moslims in hun religieuze hoedanigheid onwenselijk acht. Deze politieke koers kan op steun rekenen bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Daarom worden veel ‘zogenaamde moslims’ angstig van het idee dat een partij als de PVV bij de volgende verkiezingen wel eens zou kunnen gaan regeren, en zo zijn anti-islam retoriek in beleid kan omzetten. Het idee dat de mensen die beweren moslims te zijn deze ontwikkeling kunnen tegengaan door op traditionele partijen te stemmen lijkt voor velen dan ook een goed alternatief. De moskeeën zijn het toneel geworden van verkiezingscampagnes waar vooral de PvdA een vaak geziene gast is. Hun campagne wordt ondersteund door imams die de moskeegangers niet alleen oproepen te gaan stemmen, maar hen zelfs daartoe verplichten. De prangende vraag die ontstaat in het licht van deze ontwikkelingen is of het deelnemen aan verkiezingen verenigbaar is met de islamitische regels. Mag een moslim wel stemmen en zo ja, wat is hiervoor de bewijslast?

Wanneer een moslim een bepaalde handeling wil verrichten, moet hij twee dingen weten alvorens hij de handeling verricht. Ten eerste moet hij weten wat die handeling precies inhoudt. Vervolgens moet hij onderzoeken of de handeling niet in strijd is met de regels van zijn geloof. [Zie het artikel De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding).] Een moslim die van plan is om bij de aanstaande verkiezingen zijn stem uit te brengen op een politieke partij moet dus weten wat stemmen precies inhoudt. Daarna moet hij nagaan of stemmen toegestaan is binnen de Islaam. Door op deze manier te werk te gaan voorkomt hij dat hij zijn geloof en zichzelf schade toe brengt.

Om er achter te komen of stemmen een toegestane daad is, moeten we inzoomen op de basisprincipes van de Islaam. Ook moeten we ingaan op het electorale proces om er achter te komen wat men doet als men stemt. Om tot een eenduidige conclusie te komen zullen we antwoord geven op de volgende vragen: wat is democratie en wat houdt stemmen in? Wat dient een moslim te weten over zijn geloof? Zijn er situaties denkbaar wanneer het eventueel toegestaan zou zijn voor een moslim om te stemmen? Dit artikel zal op al deze vragen een verhelderend antwoord geven, in shaa-a Allaah.

We weten het, het is veel informatie. Maar heb geduld met ons en lees de hele verhandeling aandachtig door zodat je een weloverwogen beslissing kunt nemen. En houd voor ogen dat je er op de Dag des Oordeels over gevraagd zult worden.

Moge Allah ons in staat stellen de waarheid als waarheid te zien en ons in staat stellen deze te volgen; en moge Allah ons in staat stellen de valsheid als valsheid te zien en ons in staat stellen deze te mijden. Amien.

 


Wat is democratie?

Het woord ‘democratie’ komt van de Griekse woorden ‘demos’ en ‘cratus’. Demos staat voor ‘mensen’ en cratus staat voor ‘het oordeel’. Dit verwijst naar een systeem waarin het oordeel aan de mensen is. In dit systeem zijn mensen de wetgevers die bepalen wat goed of slecht is, of wat verplicht en wat verboden is. Het volk wordt door middel van verkiezingen geraadpleegd (hoewel de invloed van het volk op de wetgeving tegenwoordig minimaal is) en zij wordt vertegenwoordigd door volksvertegenwoordigers die plaatsnemen in een parlement. Het doel van het parlement is het verlangen van de bevolking om te zetten in wetgeving en beleid.

De pijlers van democratie zijn tijdens de Franse Revolutie in 1789 tot stand gekomen. Het volk kwam toen in opstand tegen koningen die eeuwenlang hadden geregeerd in naam van God. Gesteund door de kerk en de geestelijke elite hielden deze koningen er een afgrijselijk bewind op na. De burgerij had nauwelijks rechten en betaalden enorme belastingen om het luxe leven van de koning in stand te houden. Omdat de koningen in naam van God regeerden en door de kerk gesteund werden, richtte het verzet zich tegen de autoriteit van God. De mensen vonden dat het geloof hen eeuwenlang had onderdrukt en daarom moest er een nieuw systeem komen waarin niet God, maar de mens het voor het zeggen had. Hieruit ontstond de theorie dat het ultieme gezag aan de mensen toe zou moet behoren. Deze theorie werd voorafgaand aan de Franse Revolutie uiteengezet door filosofen als John Locke, Montesquieu en Jean Jacque Rousseua. De uitkomst van de Franse Revolutie was de geboorte van de eerste niet-religieuze republiek waarin het eindoordeel toebehoorde aan de mens in plaats van God (de kerk), en waarin individuele vrijheid de plaats innam van religieuze voorschriften, en mensgemaakte wetten superieur waren aan de beslissingen van de kerk.

Aldus is democratie het recht van de meerderheid van de mensen om volgens hun begeerten wetten te maken zonder rekening te houden met de wetgeving van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij), Die in de Koran zegt over ‘de meerderheid’ (Nederlandstalige interpretatie):

“En als de waarheid zou overeenkomen met hun begeerten, dan zouden de hemelen en de aarde en eenieder daarin te gronde gaan! Nee! Wij brachten hen hun vermaning (de Koran), waarna zij zich afwenden van hun vermaning.” [Soerat al-Moe-eminoen (23), aayah 71.]

Als schepsels (met al hun beperkingen) de wereld zouden leiden in overeenstemming met de begeerten in hun harten, dan zou het een vreselijke wereld zijn, vol verwarring en ontaarding: wat nu in feite het geval is.

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie):

“En als jij gehoorzaam bent aan de meesten die op aarde zijn, zullen zij jou laten dwalen van Allahs weg…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 116.]

Allah Ta’aalaa geeft aan dat de meeste mensen op aarde misleid zijn. Aldus dient een zoeker naar de waarheid geen acht te slaan op wat de meerderheid van de mensheid volgt, maar enkel te letten op authentieke teksten en bewijzen. (Zie het artikel Wij zijn de meerderheid, dus op de waarheid!)

Imaam as-Shawkaanie zei in zijn Tefsier van dit vers (6:116): “Allah informeerde (Zijn boodschapper – salallaahoe ‘alayhie wa sellem) dat wanneer hij wenst de meerderheid van de mensheid te volgen, dit zal leiden tot zijn dwaling. Dit omdat al-h’aqq (de waarheid) slechts is bij de minderheid.” (Tefsier as-Shawkaanie, pagina 443.)

En sheikh ‘Abdoer-Rah’maan as-Sa’die zei in zijn Tefsier van dit vers (6:116): “Dit vers is het bewijs dat een meerderheid van de mensen geen maatstaf kan zijn voor juistheid. En zo kan ook een klein aantal aan mensen niet aanduiden dat iets onjuist is. Sterker nog, de realiteit is eerder het tegenovergestelde! De mensen van al-h’aqq zijn maar klein in aantal, maar zijn groots qua waarde en beloning bij Allah! De vereiste is aldus om de waarheid en valsheid te bepalen aan de hand van de bewijzen.” (Tefsier as-Sa’die, pagina 302.)

 


Het islamitische oordeel over democratie

In de Islaam kennen we geen democratie waarbij de mens volledige vrijheid heeft om eigen wetten te maken. Democratie is ongetwijfeld een moderne vorm van shirk (polytheïsme) in termen van gehoorzaamheid en volgen, en wetgeving, aangezien het de Soevereiniteit van de Schepper en Zijn absolute recht om wetten uit te vaardigen (at-tashrie’) ontkent, en men dit recht toekent aan menselijke schepsels. [Zie Mawsoe’at al-Adyaan wa al-Madzaahib al-Moe’aasirah (2/1066, 1067).]

Allah Ta’aalaa zegt in Zijn Nobele Koran over het toegestaan verklaren wat Hij verboden heeft en het verboden verklaren wat Hij toegestaan heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Zij (joden en christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot heren naast Allah genomen…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 31.]

Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie zei hierover: “Degenen die bepalen wat toegestaan en verboden is zonder zich te beroepen op het Boek van Allah, kennen zich de rang van godheid toe; en degenen die hun recht om wetten te maken erkennen en deze volgen (door hen te gehoorzamen in dingen welke zij toegestaan of verboden verklaarden volgens hun eigen begeerten, zonder dat het opgedragen is door Allah), hebben hen als heren genomen.” (Tafheem-ul-Qur’an.)

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie):

“En eet niet van hetgeen waarover de Naam van Allah niet genoemd is (bij het slachten van dat dier), en waarlijk, dat is zeker ongehoorzaamheid. En waarlijk, de duivels (onder de djinn) inspireren hun vrienden (onder de mensen) om met jullie te redetwisten. En als jullie hen gehoorzamen, dan zullen jullie zeker afgodenaanbidders zijn (#1).” [Soerat al-An’aam (6), aayah 121.]

(#1) Omdat zij (de duivels en hun vrienden) wettig maakten voor jullie om te eten (zoals varkensvlees) wat Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) onwettig heeft verklaard om te eten, en jullie gehoorzaamden hen door het toegestaan te beschouwen om te eten, en daardoor kenden jullie deelgenoten toe aan Allah Ta’aalaa in gehoorzaamheid; en het toekennen van deelgenoten aan Allah Ta’aalaa in gehoorzaamheid is polytheïsme (shirk). Ah’med, at-Tirmidzie en Ibn Djarier leverden over: “Eens, terwijl de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellemvrede en zegeningen van Allah zijn met hem) het vers (aayah 9:31) reciteerde, zei ‘Adie ibn H’aatim: ‘O boodschapper van Allah! Zij aanbidden hen (de rabbijnen en monniken) niet.’ De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie):

‘Zij doen dat zeker wel. Zij (de rabbijnen en monniken) maakten wettige dingen onwettig en onwettige dingen wettig en zij (de joden en de christenen) volgden hen en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.’” (Tefsier at-Tabarie, vol. 10.)

Democratie is een door de mens gemaakt systeem, hetgeen bestuur door de mensen voor de mensen beduidt. Aldus is het strijdig met de Islaam, want bestuur is voor Allah, de Meest Verhevene, de Almachtige, en het is niet toegestaan om bevoegdheden tot wetgeving toe te kennen aan enig menselijk wezen, ongeacht wie hij is. Degene die de ware aard van het democratische systeem en de regelgeving daaromtrent kent, waarna hij zichzelf of iemand anders kandidaat stelt (voor de verkiezingen), keurt dit systeem goed en werkt ermee; hij is in groot gevaar, want het democratische systeem is strijdig met de Islaam en het goedkeuren of er aan deelnemen zijn handelingen die afvalligheid impliceren en het vallen buiten de oevers van de Islaam.

Sheikh Saalih’ al-Fawzaan zei: “Wat betreft verkiezingen die tegenwoordig in verschillende landen worden aangetroffen, zij behoren niet tot de islamitische weg. Het bevat chaos, persoonlijke ambities (het volgen van eigen begeerten), wedijveren om erkenning/waardering van anderen en hebzucht. Het is de oorzaak van fitnah, bloedvergieten en het doel erachter wordt niet vervuld. Integendeel, het is een plaats geworden van veiling, kopen en verkopen en vals adverteren.” (Uit het boek Uitspraken van de geleerden aangaande verkiezingen, blz. 56.)

De persoonlijke ambities die sheikh Fawzaan noemde beduiden onder andere het verlangen van de kandidaat naar het leiderschap en gezag, een daad die de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) verbood! Aboe Moesaa (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “Twee neven van mij en ik gingen de woning van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) binnen. Een van hen zei: ‘O boodschapper van Allah! Stel ons aan als leiders van een bepaald gebied dat Allah de Almachtige en Glorieuze aan uw zorg heeft toevertrouwd.’ De andere zei ook iets vergelijkbaars. Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie):

‘Wij stellen niemand voor deze positie aan die er om vraagt, noch iemand die verlangt naar hetzelfde.’” (Sah’ieh’ Moeslim, in Het Boek over Regering, hoofdstuk: “Verbod op het begeren van een positie van gezag en het verlangen daarnaar”.)

‘Abdoer-Rah’maan ibn Samwah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei tegen mij (Nederlandstalige interpretatie):

‘O ‘Abdoer-Rah’maan! Vraag niet om leiderschap; want als het aan jou gegeven wordt nadat je erom gevraagd hebt, dan zul je helemaal alleen zijn in het vervullen ervan. Maar als het aan jou gegeven wordt zonder dat je erom gevraagd hebt, dan zul je daarin geholpen worden (door Allah).’” (Sah’ieh’ Moeslim, in Het Boek over Regering, hoofdstuk: “Verbod op het begeren van een positie van gezag en het verlangen daarnaar”.)

Het verlangen naar een positie van macht en gezag zal ongetwijfeld iemands oordeel vertroebelen en de verantwoordelijkheid van die positie doen vergeten. Degenen die zich kandidaat stellen om deel te nemen aan een regering vragen niet alleen om een positie van gezag, maar zij wedijveren er zelfs om met hun bedrieglijke campagnes waarbij zij zich vaak mooier en beter voordoen dan zij in werkelijkheid zijn, en beloftes doen die zij snel zullen verbreken als dat beter is voor hun politieke carrière. Dus dient het niet aan hen gegeven te worden door op hen te stemmen.

Voor meer informatie, zie het hoofdstuk Waarom democratie koefr (ongeloof) is van de verhandeling Waarom moslims niet geloven in democratie.

(Zie ook de artikelen Wat is democratie? en Democratische dilemma’s.)

 


Wat houdt stemmen in?

We hebben eerder uitgelegd dat volksvertegenwoordigers in een parlement wetgevingen maken naar gelang de behoefte van de kiezer die op hen stemt (hoewel parlementariërs in de praktijk vaak niet naar de kiezers luisteren nadat zij eenmaal zijn gekozen). Dadelijk zal worden uitgelegd dat het maken van wetgevingen het exclusieve recht is van Allah Ta’aalaa, en dat Zijn schepping geenszins bevoegd is om deze taak op zich te nemen. Dit betekent niet dat mensen verboden zijn om een oordeel te vellen of wetten te maken, maar dat alle oordelen en wetten gebaseerd dienen te zijn op de bevelen van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) (en bij uitbreiding de bevelen van de profeet Moh’ammed – salallaahoe ‘alayhie wa sellem). In een islamitische staat waarin geregeerd wordt met de sharie’ah van Allah Ta’aalaa zal er natuurlijk een gebied zijn waarin er geen wetten door Allah Ta’aalaa opgesteld zijn en waarin de moslims vrij gelaten zijn om hun zaken te besturen (verkeersregels bijvoorbeeld).

Waar het in een democratie om gaat is dat men zichzelf het absolute recht op wetgeving geeft en wetten opstelt die tegen de Wetgeving van Allah Ta’aalaa ingaan, en dat men dus verboden verklaart wat Allah Ta’aalaa toegestaan heeft verklaard, of dat men toegestaan verklaart wat Allah Ta’aalaa verboden heeft verklaard. Dergelijke personen hebben zichzelf op een positie naast Allah Ta’aalaa geplaatst en zich de rang van godheid (een aanbedene – ilaah) toegekend.

Parlementariërs eigenen zich het recht toe op het maken van wetten (die niet gebaseerd zijn op de wetgeving van Allah) en worden daarin gesteund door de mensen die op hen stemmen. Door te stemmen geven wij dus het exclusieve recht van Allah op het vervaardigen van wetten (at-tashrie’) aan de mens. Hiermee geven we een stukje goddelijkheid van Allah weg en verheffen wij onterecht Zijn schepsels tot aalihah (#2) (aanbedenen).

(#2) De term ilaah (إِلَهٌ) is klassiek Arabisch en betekent ‘degene die aanbeden wordt’ of ‘een aanbedene’. Eenieder die dit begrijpt, weet dat deze wereld vol zit met aalihah (آلِهَة – m.v. van ilaah). Het kan een president zijn, imam, ouders, geld enzovoort. En ook tastbare objecten kunnen aanbeden worden zoals beelden, stenen, bomen enzovoort. De niet-tastbare objecten die je kunt aanbidden, zijn bijvoorbeeld wetgevingen. Dit betekent dat alles op deze wereld als ilaah kan worden genomen.

We moeten ons ook goed realiseren dat de parlementariër waarop gestemd wordt slechts in staat is om wetten te maken omdat er op hem gestemd is.

Was dit niet gebeurd, dan had hij niet de gelegenheid gehad om deze goddelijke taak valselijk aan zichzelf toe te kennen. De kiezer is hier dus primair verantwoordelijk voor. Omdat in een democratie het oordeel aan de mensen is, zou de kiezer eigenlijk in het parlement moeten zitten om conform zijn verlangen te bepalen wat goed en slecht is. Om praktische redenen is het echter niet mogelijk om alle Nederlanders in één parlement bijeen te brengen. Daarom is gekozen voor een representatieve vorm van democratie. Dit houdt in dat elke kiezer wordt vertegenwoordigd door een volksvertegenwoordiger die in zijn naam spreekt. In feite is het de kiezer zelf die de wetgeving tot stand brengt en daarmee dus shirk (afgoderij) begaat.

Democratie beduidt het plaatsen van de macht en het oordeel bij het volk, in plaats van het toeschrijven van het oordeel aan Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij), en dit plaatsen van de macht en het oordeel bij het volk gebeurt middels stemmen. De stemmer participeert aan de plaatsing van het oordeel bij zichzelf en bij het volk; de verkiezingskandidaten mogen slechts zaken toegestaan of verboden verklaren wanneer het volk, de stemmer, hen goedgekeurd heeft. Oftewel, democratie is: “Wij als volk hebben het recht om te bepalen wie het recht krijgt om Allah te betwisten in Zijn Alleenrecht op wetgeven.”

Als je stemt, zeg je in feite: ik geef jou toestemming om namens mij wetten te maken,
om jezelf een recht van Allah toe te eigenen en om jezelf naast Allah te plaatsen.

Aan eenieder die bij de komende verkiezingen wil gaan stemmen; weet dat jouw stem een steun is aan iedere moenkar (het verwerpelijke) die deze politici in de vier jaar daarna zullen plegen. Of ze nu instemmen met euthanasie, het homohuwelijk, de legalisering van wiet, wetten die handel met rente mogelijk maken, of kiezen voor illegale oorlogen in verre landen; jij zult daarvan gedeeltelijk de zonden dragen!

Denk eens na over de volgende h’adieth, waarin de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) tegen Ka’b ibn ‘Oedjrah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei (Nederlandstalige interpretatie):

“Moge Allah jou beschermen tegen het leiderschap van de dwazen.” Hij zei: “En wat is het leiderschap der dwazen?” Hij (de profeet – salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: “Leiders die na mij zullen komen. Zij zullen een andere leiding volgen dan mijn leiding, en een andere Soennah dan mijn Soennah. Wie hun leugens gelooft en hen helpt in het begaan van hun onrecht; diegenen behoren niet tot mij, en ik behoor niet tot hen, en zij zullen niet mogen drinken van mijn H’awd (een bron in het Paradijs). En wie hun leugens niet gelooft en hen niet steunt in hun onrecht; zij behoren tot mij, en ik behoor tot hen, en zij zullen mogen drinken van mijn H’awd…” (Overgeleverd door onder meer Ah’mad ibn H’anbal, Ibn H’ibbaan en al-H’aakim in zijn Moestadrak.)

En in een andere h’adieth lezen we (Nederlandstalige interpretatie):

“Wie een onrechtpleger heeft geholpen om met zijn baatil (valsheid) (iemands) recht te ontnemen; de bescherming van Allah en Zijn boodschapper zijn van hem opgeheven.” [Overgeleverd door al-H’aakim, die zei dat de isnaad (keten van overleveraars) sah’ieh’ (authentiek) is.]

Misschien dat sommigen de link tussen stemmen en shirk nu nog niet direct kunnen leggen. Daarom is het van belang dat we terugkeren naar de basisprincipes van de Islaam. Wat een moslim dient te weten en hoe hij op basis van die kennis moet handelen, wordt hieronder uiteengezet.

Maar kort samengevat is het zo dat de stemmer een mens het recht geeft toegestaan te verklaren wat Allah Ta’aalaa verboden verklaard heeft, en verboden te verklaren wat Allah Ta’aalaa toegestaan heeft: en dit is shirk. Door te stemmen geef je parlementariërs het recht en vaardigt hen af om namens het volk h’alaal te verklaren wat h’araam is, en h’araam te verklaren wat h’alaal is.

 


Wat dient een moslim te weten over zijn geloof?

 


1.) Islaam

Islaam betekent: overgave aan Allah (de Verhevene).

Sheikh Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab heeft het woord islaam als volgt gedefinieerd: “Dat is overgaven aan Allah middels tawh’ied, onderwerping aan Hem in gehoorzaamheid en baraa-e (#3) (distantiëring) van shirk en haar aanhangers.” (Ad-Durar as-Sanniyah: 1/129.)

(#3) De taalkundige betekenis van baraa-e is ‘onschuld’. Bijvoorbeeld: als je zegt: “Ik ben onschuldig van deze misdrijven die je hebt gepleegd.” Dit betekent dat je er niets mee te maken hebt en dat je volledig vrij bent van dit misdrijf. De islamitische betekenis van baraa-e: het mijden en verlaten van shirk en distantiëring van de moeshrikien (degenen die shirk begaan). De reden waarom een moslim afstand neemt van een ander persoon is vanwege zijn koefr (ongeloof). Zie het artikel al-walaa-e wa al-baraa-e – loyaliteit en distantiëring.

Het praktische gedeelte van de moslim in zijn leven bestaat uit vijf zaken, zoals de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“De Islaam is gebouwd op vijf (pilaren); de shahaadah (getuigenis) dat niets/niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah en dat Moh’ammed Zijn boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van de zakaat, het verrichten van de h’adj en het vasten in de (maand) Ramadhaan.” (Overgeleverd door imaam Moeslim.)

De shahaadah is de eerste pilaar en hiermee ook de belangrijkste pilaar van de Islaam, zonder deze shahaadah is iemand geen moslim en zal een persoon niet gered kunnen worden van het Hellevuur. Aangezien de shahaadah de belangrijkste pilaar van de Islaam is, zullen wij deze hieronder nader toelichten. Ook komen er in de hierboven genoemde definitie van het woord Islaam enkele termen voor die uitgelegd dienen te worden, zoals tawh’ied en shirk. (Zie het belangrijke artikel De voorwaarden van as-shahaadah.)

 


2.) Tawh’ied

Tawh’ied betekent: Allah één maken in de aanbidding [het toeschrijven (van Allah) aan Eenheid]. Dit houdt in dat je Allah uitzondert in de aanbidding, en alle aanbidding alleen aan Hem richt. Je aanbidt niets of niemand anders behalve Hem en je kent Hem geen deelgenoten toe in de aanbidding. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) draagt ons in vele verzen op om alle aanbidding enkel en alleen naar Hem te richten (Nederlandstalige interpretatie):

“En aanbid Allah en ken geen enkele deelgenoot toe aan Hem…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 36.]

Aan Allah behoren specifieke namen, eigenschappen, taken en rollen toe en dat is Zijn exclusieve recht. Hierdoor is degene die een deel van deze zaken toekent aan een ander dan Allah schuldig aan shirk. Bijvoorbeeld; het is de exclusieve Eigenschap van Allah dat Hij doet leven en sterven. Wanneer iemand dus beweert dat een bepaalde persoon ook kan scheppen, dan heeft degene die deze persoon gelooft zich schuldig gemaakt aan shirk, want hij heeft namelijk een exclusieve Eigenschap van Allah toegekend aan iemand anders. Zo ook heeft Allah Ta’aalaa het alleenrecht op het uitvaardigen van wetten en op het bepalen van wat verboden en toegestaan is (h’alaal en h’araam).

Wanneer een persoon beweert ook wetten te mogen uitvaardigen, of te mogen bepalen wat verboden en toegestaan is (zonder zich te baseren op de wetgeving van Allah Ta’aalaa), dan heeft deze persoon zichzelf een eigenschap van Allah toegekend en is daarmee een taaghoet (#4) geworden. Degene die hem vervolgens in staat stelt om deze wetten te maken, door op hem te stemmen, heeft shirk begaan.

(#4) Taaghoet betekent iemand die naast Allah aanbeden wordt en daarmee tevreden is. Zie het artikel Uitleg van “Ma’anaa at-Taaghoet – de betekenis van taaghoet.

Het scheppen en het uitvaardigen van wetten zijn exclusieve eigenschappen van Allah, Hij noemt deze twee soorten van alleenrecht zelfs in één en hetzelfde vers, namelijk (Nederlandstalige interpretatie):

“…Waarlijk, het scheppen en het bevelen (wetgeving) behoren slechts toe aan Hem…” [Soerat al-‘Araaf (7), aayah 54.]

Ook zegt Allah Ta’aalaa dat er niemand mag deelnemen in Zijn oordeel en dat het oordeel enkel en alleen aan Hem toebehoort (Nederlandstalige interpretatie):

“…en Hij laat niemand delen in Zijn oordeel.” [Soerat al-Kahf (18), aayah 26.]

“…Het oordeel behoort slechts toe aan Allah…” [Soerat Yoesoef (12), aayah 40.]

(Zie onze rubriek Monotheïsme – Tawh’ied voor verschillende artikelen en een gratis e-boek over tawh’ied.)

 


3.) Shirk

Het tegenovergestelde van tawh’ied is shirk. Dit betekent dat iemand iets of iemand anders aanbidt dan/naast Allah en Eigenschappen van Allah aan iets of iemand anders toekent. Shirk is de grootste zonde die een persoon kan begaan, en degene die shirk begaat zal niet vergeven worden voor deze daad, al zijn goede daden zullen vruchteloos zijn en hij zal voor eeuwig in het Hellevuur verblijven. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“…Waarlijk, wie deelgenoten toekent aan Allah (oftewel shirk begaat), dan heeft Allah het Paradijs werkelijk voor hem verboden en zijn verblijfplaats zal het Vuur zijn…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 72.]

“Waarlijk, Allah vergeeft niet dat er deelgenoten aan Hem toegekend worden…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 116.]

“…Als jij deelgenoten toekent aan Allah (oftewel shirk begaat), zullen jouw werken zeker verloren gaan en zul jij zeker behoren tot de verliezers.” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 65.]

(Zie de artikelen Vormen van koefr en shirk en Het grootste onrecht is shirk.)

 


4.) Kalimat-Tawh’ied

Kalimat-Tawh’ied betekent: het woord van tawh’ied, hiermee wordt het eerste gedeelte van de shahaadah bedoeld: laa ilaaha illa Allaah [er is geen ilaah (aanbedene – god) die het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah].

Laa ilaaha illa Allaah steunt op twee pilaren, die allebei in praktijk gebracht moeten worden, wil iemand dat zijn shahaadah geaccepteerd wordt.

Ontkenning: je gelooft dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden. Dit wordt al-koefr bit-taaghoet genoemd. Het verrichtten van koefr op de taaghoet omvat:

1. Dat je overtuigd bent dat hetgeen dat naast Allah aanbeden wordt (taaghoet) vals is.
2. Dat je afstand neemt van de taaghoet en het haat.
3. Dat je takfier doet (iemand of een groep mensen als ongelovige beschouwen) op degenen die niet koefr doen op de taaghoet en vijandschap hebt tegenover hen. [Zie het citaat van sheikh Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab (رحمه لله) in het boek ad-Durar as-Sanniyah, Volume 1, blz. 161.]

Bevestiging: na het ontkennen/verloochenen van alles buiten Allah, bevestig je dat Allah de Enige is Die het recht heeft om aanbeden te worden. Dit wordt al-imaanoe biellaah genoemd, namelijk het geloof in Allah (de Verhevene).

 


5.) Al-Koefr bit-Taaghoet

Als een persoon de Islaam wil binnentreden, dan dient hij twee voorwaarden te realiseren en de eerste daarvan is het verrichtten van koefr op de taaghoet, en de tweede voorwaarde is het geloven in Allah, wil hij dat zijn imaan (geloof) geaccepteerd wordt. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“…Wie at-taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) verwerpt en in Allah gelooft heeft werkelijk het sterkste houvast stevig gegrepen…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) plaats het verrichten van koefr op (het verwerpen van) de taaghoet vóór het geloof in Allah, en maakt hiermee dus het eerste een voorwaarde voor het tweede.

Sheikh Ibnoe l-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) heeft over de definitie van de term het volgende gezegd: “Al hetgeen wat aanbeden, gevolgd of gehoorzaamd wordt buiten Allah en hiermee de grenzen overschrijdt.” (I’laam al-Moewaqi’en ‘an Rabie al-‘aalamien, Volume 2, pagina 92.)

Imaam al-Qoertoebie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “De taaghoet is eenieder die anderen oproept naar dwaling.”

Het woord taaghoet is algemeen. Dus alles dat naast Allah aanbeden wordt met diens tevredenheid – of het nu iets is dat aanbeden wordt, iemand die gevolgd wordt, of iemand die gehoorzaamd wordt in plaats van Allah de Verhevene en Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) – wordt beschouwd als taaghoet. De tawaaghit (meervoud van taaghoet) zijn talrijk, maar er zijn vijf categorieën:

i. De shaytaan (satan).
ii. De tirannieke en onderdrukkende regeerder die de regels van Allah verandert.
iii. Degene die met iets anders oordeelt dan wat Allah de Verhevene geopenbaard heeft.
iv. Degene die beweert kennis over het ongeziene (al-ghayb – het onwaarneembare, hetgeen buiten het menselijke waarnemingsvermogen ligt) te hebben.
v. Degene die naast Allah aanbeden wordt terwijl hij daar tevreden mee is.

Zie het artikel Uitleg van “Ma’anaa at-Taaghoet – de betekenis van taaghoet voor een toelichting op deze categorieën.

Hoedzayfah ibn al-Yamaan (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Ja, er zullen verkondigers (corrupte imams, sheikhs en predikanten) zijn die naar de deuren van de Hel uitnodigen waarvan er volken er gehoor aan zullen geven en in de Hel worden gegooid.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Thowbaan (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Ik vrees voor mijn oemmah (gemeenschap) de valse leiders (imams, geleerden, koningen en presidenten) die andere mensen naar het afgedwaalde pad leiden.” [Al-Albaanie heeft deze overlevering sah’ieh’ (authentiek) verklaard.]

Aldus wordt degene die de Islaam wil binnentreden opgedragen om koefr te verrichtten op alle soorten tawaaghit en zich van hen te distantiëren. Hierover zijn duidelijke verzen te vinden in de Koran, zoals (Nederlandstalige interpretatie):

“En bij Allah! Wij zonden werkelijk naar elke gemeenschap een boodschapper (die verkondigde): ‘Aanbid Allah en mijd at-taaghoet.’…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 36.]

Sheikh Soelaymen ibn Sehman (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Wat er bedoeld wordt met het woord mijd is dat je in je hart haat en vijandschap hebt tegenover de taaghoet, dat je het met je tong afkeurt en dat je het volgens je eigen vermogen met de handen verwijdert en dat je afstand van hem neemt. Eenieder die beweert dat hij de taaghoet heeft vermeden zonder dat hij dit allemaal heeft gedaan heeft gelogen.” (Ad-Durar as-Sanniyah, Volume 10, pagina 502/503.)

Wat dus wordt bedoeld met het woord mijd in het bovengenoemde vers, is dat je er koefr op moet verrichtten (het moet verloochenen, verwerpen, je ervan moet distantiëren).

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie):

“Maar nee, bij jouw Heer, zij geloven niet totdat zij jou (o Moh’ammed) laten oordelen over alle onenigheden tussen hen en vervolgens geen weerstand in zichzelf ondervinden tegen wat jij oordeelde en zich met volledige overgave onderwerpen.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 65.]

“En het is niet gepast voor een gelovige man noch een gelovige vrouw, wanneer Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) een kwestie hebben besloten, dat er voor hen een andere keuze is in hun kwestie. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, hij is dan werkelijk afgedwaald naar een duidelijke dwaling.” [Soerat al-Ah’zaab (33), aayah 36.]

Het is voor de moslims dus niet toegestaan om een mening te vormen over de goddelijke regels (al-ah’kaam as-shar’iyyah) van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij).

Het bekritiseren van een enkele wetgeving van Allah wordt beschouwd als koefr (ongeloof), waarmee deze persoon zich uit de Islaam plaatst, zoals Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“…En niemand ontkent Onze tekenen behalve de ongelovigen.” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 47.]

“O degenen die geloven! Treed de islam volledig binnen (#5) en volg niet de voetstappen van de satan (#6). Waarlijk, hij is een duidelijke vijand voor jullie.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 208.]

(#5) Sheikh ‘Abdoel-‘Aziez ibn Baaz zei in Madjmoe’ Fataawaa wa Maqaalaat Moetanawwi’ah (1/346): “Op jullie rust de plicht om de volledige islam aan te nemen, niet alleen maar één deel aanvaarden en een ander nalaten. Aanvaard niet alleen de geloofsovertuigingen (al-‘aqiedah) terwijl je de regelgevingen (al-ah’kaam) nalaat. Pas niet de regelgevingen toe, terwijl je de geloofsovertuigingen verwaarloost. Accepteer de islam volledig; accepteer de geloofsleer (al-‘aqiedah), de wet (as-sharie’ah), de aanbidding (al-‘ibaadah), de jihad (al-djihaad), de sociale aspecten, de politieke aspecten en alle overige zaken.”

(#6) Volg niet het spoor van de satan en zijn daden (hetgeen de satan jullie verboden heeft waar geen bewijs voor is) en hetgeen waar hij jullie naar oproept aan ongehoorzaamheid. (Uit Zoebdatoe at-Tefsier mien Fet-h’ie al-Qadier van dr. Moh’ammed ibn Soelaymaan al-Ashqar.)

Afkeer/haat jegens een islamitisch aspect is een vorm van koefr (ongeloof), namelijk koefroe l-koerh: ongeloof door het verafschuwen van een van de geboden van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij), Die zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“En degenen die ongelovig zijn, voor hen is er vernietiging en Hij (Allah) zal hun daden verloren laten gaan. Dat is omdat zij hetgeen wat Allah neergezonden heeft haten, dus heeft Hij hun daden vruchteloos gemaakt.” [Soerat Moh’ammed (47), aayah 8-9.]

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie):

“Heb jij [o Moh’ammed (#7)] degene gezien die zijn begeerte als god nam? (#8)…” [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 43.]

(#7) En bij uitbreiding ook elk verstandig en nadenkend mens; kijk eens naar de gevolgen van het volgen van de begeerten.

(#8) Een afgod hoeft niet per se gemaakt te zijn van steen of hout. Een afgod kan ook in de vorm zijn van een bepaalde waarde, een concept of principe. Door de eigen wil – gebaseerd op begeerten en bevliegingen – te prefereren boven de Wil van Allah, neemt hij zijn eigen wil als een god. Alles wat hij bewondert en als goed ziet volgens zijn eigen begeerten, wordt zijn religie en zijn weg (manier van leven) in plaats van de weg van Allah Ta’aalaa. Men wordt dan een slaaf van zijn eigen lusten en begeerten, die van nature veranderend van aard zijn. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Volgens Allah is iemands eigen begeerte de slechtste van alle valse goden die aanbeden en gediend worden in plaats van Allah.” (Overgeleverd door Tabaraanie.)

Zo wordt er ook overdreven aandacht geschonken aan democratische waarden en deze worden de voornaamste zorg van de mensen en worden koste wat het kost in stand gehouden. Maar dit geschiedt niet toevalligerwijs! Het geschiedt allemaal volgens een geniepig plan (van satan) die de oude afgoden tracht te vervangen met nieuwe en deze behandelt als de oppermachten die aan het roer zitten van alle waarden en normen.

Allah Ta’aalaa zegt in aayah 45:23 hetzelfde als in aayah 25:43, en Moh’ammed Sayyid Tantaawie zei hierover: “Zie en overpeins – o edele boodschapper – de toestand van deze ongelovigen. Jij zult geen ergere onwetendheid dan die van hen aantreffen. Wanneer hun begeerte voor hen iets goedkeurt volgen zij het en nemen zij het als een god, ongeacht hoe verachtelijk hun daad en hun denken zijn. Zij onderwerpen zich eraan zoals de dienaar zich onderwerpt aan degene die hij aanbidt. (At-Tefsier al-Wasiet lil Qor-aanie l-Kariem.)

Het is een duidelijk gegeven dat het democratische systeem een taaghoet is. Het eindoordeel behoort daarin toe aan de mens die een wetgeving genereert naar gelang zijn eigen begeerten. Hiermee wordt een Eigenschap van Allah valselijk aan de mens toegekend. Eenieder die een bijdrage levert aan het proces van wetgeving door zijn stem uit te brengen, heeft het bevel van Allah om de taaghoet te mijden niet ten uitvoer gebracht.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Zijn er situaties waarin stemmen toegestaan is?

De meeste mensen die beweren moslim te zijn bevestigen het gegeven dat democratie een systeem is dat onverenigbaar is met de Islaam. Toch zijn ze van mening dat stemmen in een turbulente tijd als deze is toegestaan. Men moet volgens hen wel strategisch stemmen, op de partij die het minst vijandig is. (#9) Ze leveren hiervoor allerlei theologische bewijzen waarmee ze deze dwaling van een islamitische rechtvaardiging trachten te voorzien. We zullen enkele van deze misplaatste bewijzen noemen en op basis van ondubbelzinnige argumenten met de Wil van Allah weerleggen.

(#9) Hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteijn zegt over strategisch stemmen: “Ook dit jaar zullen veel kiezers een strategische keuze maken. Ze hopen zo invloed te hebben op de vorming van de regering. Maar daar is het kiessysteem in Nederland niet op ingericht. Het Nederlandse kiessysteem is ingericht op een goede vertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Dat lukt ook, voor bijna iedere groep is er een plek in de Tweede Kamer.” Maar wie strategisch stemt, loopt altijd het ‘koude-kermis-risico’. “Je stemt in Nederland voor de samenstelling van de Tweede Kamer, niet voor een regering. Er is maar een los verband tussen de uitslag van de verkiezingen en de vorming van de coalitie. Er zijn voorbeelden genoeg van partijen die gewonnen hebben, maar niet in de coalitie kwamen. En partijen die verloren, maar juist wel in de coalitie kwamen.” (Einde citaat van http://www.rtlnieuws.nl/nederland/politiek/strategisch-stemmen-dat-is-op-eigen-risico.)

 


1.) De deelname van de profeet Yoesoef in een niet islamitische regering

Zo beweert men dat de profeet Yoesoef (Jozef – vrede zij met hem) ook participeerde in de regering van de koning van Egypte. Op basis van dit argument staat men het toe deel te nemen aan het politieke schouwspel, zij het door zich verkiesbaar te stellen, of door te stemmen.

Allereerst dient men zich ervan bewust te zijn dat het een grove zonde is om een profeet van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) te betichten van deelname aan een regering waarin de Wet van Allah niet superieur is. Profeten zijn juist gezonden met als taak om de Wet van Allah te doen zegevieren. De boodschap van iedere profeet was de mensen op te roepen naar de verwerping van de taaghoet en de acceptatie van tawh’ied. Allah Ta’aalaa zegt in de Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie):

“En bij Allah! Wij zonden werkelijk naar elke gemeenschap een boodschapper (die verkondigde): ‘Aanbid Allah en mijd attaaghoet.’…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 36.]

Dit moet dus ook de boodschap van Yoesoef (vrede zij met hem) zijn geweest. Hoe kan hij dan handelen in strijd met zijn eigen boodschap!? Nee! Zijn werkelijke ideologie aangaande het regeren met mensgemaakte wetten blijkt uit zijn woorden aan zijn medegevangenen (Nederlandstalige interpretatie):

“…Het oordeel behoort slechts toe aan Allah…” [Soerat Yoesoef (12), aayah 40.]

Zou Yoesoef (vrede zij met hem) het legislatieve recht toekennen aan Allah Ta’aalaa toen hij gevangen zat, en het weggeven nadat hij vrijkwam!?

Daarnaast is er geen enkel bewijs dat de regering waarin Yoesoef (vrede zij met hem) plaatsnam in tegenstrijd was met de sharie’ah. In plaats daarvan heeft at-Tabarie overgeleverd dat Moedjaahid zei: “De koning met wie Yoesoef was is de Islaam binnengetreden.”

Als de koning moslim was, is er dus geen enkele reden om aan te nemen dat zijn bewind gebaseerd was op mensgemaakte wetten.

Ook heeft imaam at-Tabarie (moge Allah hem genadig zijn) overgeleverd dat as-Soeddie zei: “De koning heeft Yoesoef als algemeen heerser aangesteld over heel Egypte, en de wil van Yoesoef was bepalend in alle zaken.” Dit wordt ondersteund door de Koran, waarin Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“En zo gaven Wij Jozef macht in het land (Egypte), hij verbleef daarin waar hij wilde…” [Soerat Yoesoef (12), aayah 56.]

Als de koning geen moslim was, dan was de profeet Yoesoef (vrede zij met hem) in ieder geval niet gebonden aan zijn regels. Allah Ta’aalaa zegt namelijk dat Yoesoef (vrede zij met hem) kon doen wat hij wilde. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat Yoesoef (vrede zij met hem) een autonome heerser was over Egypte. De vraag is of hij zijn autonomie gebruikte om over zijn onderdanen te regeren met mensgemaakte wetten, of deze juist gebruikte om de Wet van Allah te doen prevaleren? Trek hieruit uw eigen conclusie.

 


2). Kiezen uit het minst van de twee kwaden

Een ander argument dat veel gebruikt wordt om stemmen te rechtvaardigen is het feit dat er gekozen wordt voor het minst van twee kwaden. Stemmen is volgens hen weliswaar niet toegestaan, maar niets doen leidt tot een overwinning van partijen die vijandig zijn ten opzichte van moslims. Men is bang voor de mogelijke schade (met nadruk op mogelijke) die vijandige partijen eventueel misschien wellicht zouden kunnen aanrichten. Deze partijen zouden het de moslims heel moeilijk kunnen maken, dus moeten we een gematigde partij aan de macht helpen. Zij gebruiken correcte islamitische regels op incorrecte wijze. Kiezen voor het minst van twee kwaden doet men alleen als er een noodzaak is. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Waarlijk, Hij heeft jullie slechts het kadaver en het bloed en het varkensvlees en hetgeen waarover iets anders dan Allah genoemd is verboden. Wie echter genoodzaakt is ervan te eten, zonder het te begeren, en zonder de grenzen te overschrijden, dan rust er geen zonde op hem. Waarlijk, Allah is Vergevensgezind, Barmhartig.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 173.]

Sheikh Moh’ammed ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) noemde twee voorwaarden met betrekking op het toegestaan worden van verboden zaken in het geval van noodzakelijkheid. (A) Men dient gedwongen te worden om deze specifieke verboden zaak te doen, oftewel, we vinden niets anders waarmee we die noodzakelijkheid kunnen vervullen behalve deze verboden zaak. (B) De noodzakelijkheid dient door de verboden zaak vervuld te worden. Als dat niet het geval is (of als er twijfel is), dan blijft het verboden. (Zie Sharh’ Mandhzoemah Oesool al-Fiqh wa Qawaa’idihie, p. 59-61.)

Voorbeelden van dit principe omvatten: (1) het eten van kadaver wanneer men niets anders kan vinden en men vreest dat men zal sterven van de honger, (2) het spreken van woorden van koefr (ongeloof) wanneer men onderworpen wordt aan marteling en geweld, (3) het afweren van een aanvaller, zelfs als dit leidt naar het doden van hem. (Zie al-Ashbaah wa n-Nadhzaa-ir van Ibn Noedjaym, p. 85.) Dadelijk volgt nog meer informatie over dwang.

Een belangrijk doel van de islamitische sharie’ah is het voorkomen van kwaad, door mensen er van af te schrikken, alsook het verminderen van schade; en het bewerkstelligen van goedheid en de vermeerdering daarvan. De bewerkstelliging van een harmonieuze en succesvolle manier van leven hangt mede af van dit principe. (Zie het artikel De islamitische sharia.) Na het lezen van de eerste voorwaarde (A) die sheikh Moh’ammed ibn ‘Oethaymien noemde, kan men menen dat stemmen toegestaan is. Want door te stemmen, zo redeneren sommigen, vervuld men de noodzakelijkheid om het kwaad te verminderen. Alsof stemmen de enige manier is om het kwaad te verminderen. Zie het laatste hoofdstuk van deze verhandeling. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Allah is goed en accepteert alleen dat wat goed is…” (Sah’ieh’ Moeslim.) Men kan dus geen bank beroven om met de buit een moskee te bouwen, bijvoorbeeld. Maar door de tweede voorwaarde (B) blijft stemmen verboden, want er is geen zekerheid dat door te gaan stemmen het kwaad verminderd wordt.

Herinner je wat hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteijn hierboven zei over strategisch stemmen: “Je stemt in Nederland voor de samenstelling van de Tweede Kamer, niet voor een regering. Er is maar een los verband tussen de uitslag van de verkiezingen en de vorming van de coalitie. Er zijn voorbeelden genoeg van partijen die gewonnen hebben, maar niet in de coalitie kwamen. En partijen die verloren, maar juist wel in de coalitie kwamen.” Dus de invloed die je uitoefent door strategisch te stemmen is maar erg klein of zelfs te verwaarlozen. Bovendien worden vele beloften na de verkiezingen zonder pardon geschonden en wordt er flink wat water bij de wijn gedaan.

Twee simpele vragen aan de (toekomstige) stemmer:

Toekomstige stemmer, je bent van plan om te gaan stemmen bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen, die democratische verkiezingen zijn waarbij jij een verkiezingskandidaat kiest zodat deze afgevaardigd wordt naar de Tweede Kamer, om daar deel te nemen aan wetgeven naast Allah (oftewel, toegestaan verklaren wat Hij verboden heeft en verboden verklaren wat Hij toegestaan heeft) en het oordelen met andere wetten dan die van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij).

Je geeft aan dit te weten en dat hetgeen de verkiezingskandidaten namens de stemmers in de Tweede Kamer doen aan wetgeven naast Allah Ta’aalaa en oordelen met andere wetten dan die van Allah Ta’aalaa uiteraard verboden is en afgoderij (shirk) is, maar dat jij stemt zodat er minder moslimhaters in de Tweede Kamer komen en er meer Tweede Kamerleden komen die ‘positiever zijn over’ en ‘beter gezind zijn jegens’ moslims.

Oftewel: je doet dit vanwege het voordeel wat er – volgens jou – uit voort komt (hoewel dit dus maar erg twijfelachtig is), en je geeft daarbij natuurlijk aan dat het wetgeven naast Allah Ta’aalaa en het oordelen met andere wetten dan die van Allah Ta’aalaa sowieso zal plaatsvinden in de Tweede Kamer, of men nou gaat stemmen of niet, en dat je hiermee slechts het kwaad wenst te verminderen, en dat je kiest voor het mindere kwaad in plaats van het grotere kwaad.

Dan hebben wij twee vragen voor je, en wij hopen dat je er eerlijk en oprecht bij stil zult staan:

1.) Stel dat er een nieuwe slijterij geopend wordt bij jou in de buurt, en er worden verkiezingen gehouden over welke sterke dranken er verkocht zullen worden. Zou het dan toegestaan zijn om mee te doen aan deze verkiezingen, waarbij je stemt op de sterke dranken waar een lager percentage alcohol in zit, zodat het kwaad verminderd wordt? Immers, alcohol zal er sowieso verkocht worden, of je nou meedoet met stemmen of niet…!

Indien je zegt: “Nee, want je kiest dan dat er alcohol in die winkel komt!,” weet dan dat je hiermee je eigen theorie tegengaat, en weet dan dat het nog erger is om mensen te kiezen die toegestaan gaan verklaren wat Allah Ta’aalaa verboden heeft verklaard, en verboden gaan verklaren wat Allah Ta’aalaa toegestaan heeft verklaard.

2.) Stel dat er een groot feest bij jou in de buurt gehouden wordt, en er worden verkiezingen gehouden in de wijk over welke sterke dranken geserveerd worden, welke drugs beschikbaar gesteld wordt en welke muziek gedraaid wordt… Zou het dan voor jou toegestaan zijn om mee te doen met deze verkiezingen en te stemmen op de lichtste drank, de minst schadelijke drugs en de minst erge muziek qua teksten? Immers, het feest gaat sowieso door, inclusief drank, drugs en muziek, of je nou meedoet met stemmen of niet…!

Indien je zegt: “Nee, soebh’aan-Allaah, ik ga niet stemmen op dit soort verderfelijke zaken!,” weet dan dat je hiermee je eigen theorie tegengaat, en weet dan dat het nog erger is om mensen te kiezen die toegestaan gaan verklaren wat Allah Ta’aalaa verboden heeft verklaard en verboden gaan verklaren wat Allah Ta’aalaa toegestaan heeft verklaard.

Wees eerlijk, o (toekomstige) stemmer!

Soms wordt ook de volgende aayah aangehaald (Nederlandstalige interpretatie):

“De Romeinen zijn verslagen (door de Perzen). In het meest nabije land. En zij zullen na hun nederlaag zegevieren. In drie tot negen jaren. Aan Allah behoort, daarvóór en daarna, het bevel. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen.” [Soerat ar-Roem (30), aayah 2-4.]

De gelovigen waren blij met de overwinning die Allah Ta’aalaa aan de Romeinen had gegeven, omdat deze laatsten behoren tot de mensen van het Boek, zoals moslims ook mensen van het Boek zijn. (Naar Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan van dr. Mohammed ibn Soelaymaan al-Ashqar.) De Romeinen waren toleranter jegens de moslims dan de Perzen en veroorzaakten minder schade voor de moslims dan de Perzen, daarom waren de moslims blij met hun overwinning op de Perzen. Aldus zou stemmen toegestaan zijn, om te kiezen voor de minst schadelijke partij. Maar is de situatie van aayah 30:2-4 überhaupt te vergelijken met het deelnemen aan verkiezingen? De moslims waren blij met de overwinning van de Romeinen, maar zij pleegden geen shirk  in de hoop dit resultaat te bereiken, noch hebben zij hen geholpen aan de overwinning, noch hebben zij hen het recht op wetgeving gegeven!! Dus hoe is dat te vergelijken met een situatie waarin een groep ongelovigen (politieke partij) de Tweede Kamer in geholpen wordt en zij afgevaardigd worden door de stemmers om namens hen aan wetgeving te doen!? Blij zijn met de overwinning van de minder slechte groep is iets anders dan de minder slechte groep aan de macht helpen en hen als deelgenoot nemen naast Allah Ta’aalaa. Dat is toch wel een groot verschil! Blij zijn met een grote nederlaag voor de PVV en het uiteenvallen van deze satanische partij door onderlinge onenigheid, mocht Allah Ta’aalaa daartoe beslissen – yaa Rabb, laat dit gebeuren – is iets heel anders dan shirk plegen in de hoop dat dit gebeurt.

Allah Ta’aalaa zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie):

“…En al-fitnah is erger dan het doden…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 191.]

Al-fitnah is hier door Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden over hem zijn) en anderen van de selef uitgelegd als: as-shirk. (Zie Tefsier at-Tabarie, Tefsier Ibn Kethier en anderen.)

Dus zelfs al zou de PVV aan de macht komen en de moslims schade berokkenen, dan is dat minder erg dan shirk plegen. Dus als iemand de stelregel toe zou willen passen (en uiteraard gaat het hier gewoon niet op, maar stel), dan zou hij hem eerder omgekeerd toe moeten passen, namelijk dat je weg moet blijven van het grootste kwaad, namelijk as-shirk, en kiest voor het kleinere kwaad, namelijk een eventuele schade/moeilijkheid veroorzaakt van de overheid.

Concluderend kunnen we stellen dat de stelregel – dat wanneer men een keuze moet maken tussen twee kwaden, men voor het minst erge kwaad moet kiezen – niet toegepast kan worden in context van ons vraagstuk. Er zijn zo veel twijfelachtigheden en men wil shirk goedkeuren en plegen op basis van vermoedens en angsten die wellicht ongegrond zijn. Men kan geen werkelijk kwaad (in dit geval shirk) toestaan om te proberen een twijfelachtig voordeel te bewerkstelligen (in dit geval dat er een regering komt die minder vijandig is jegens moslims).

 


3.) Onze intentie is niet om shirk te begaan

We horen vaak dat als men stemt hij niet beoogd shirk te plegen, maar dat hij slechts het goede voor de moslims wenst. Oftewel, zijn intentie is goed, al is de daad zelf slecht. Zij beroepen zich op een overlevering van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) waarin hij zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Waarlijk, alle daden worden beoordeeld volgens de intentie.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) (Zie H’adieth 1 van “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie” voor toelichting.)

Waar men echter aan voorbijgaat is het feit dat een slechte daad, een zonde, nooit legitiem kan worden vanwege een goede intentie. We kunnen ook niet stellen dat iemand die steelt met de intentie een moskee te bouwen, goed bezig is. Hoe kunnen we dan zeggen dat het plegen van shirk toegestaan is zolang men de intentie heeft de moslims te behoeden voor vijandige partijen? Een zonde kan men alleen legitiem verrichten als daar een duidelijk bewijs voor is in de Koran of Soennah, zoals het eten van varkensvlees in noodsituaties (als men anders sterft van de honger). Wat betreft shirk, dit kan men slechts legitiem verrichten als hij onder dwang staat. We hebben hierboven al verduidelijkt wat dwang precies inhoudt. Een intentie kan echter wel een goede daad omzetten in een zonde, zoals iemand die liefdadigheid uitgeeft met de intentie gezien te worden en bekend te staan als een gulle man. (Zie het artikel Riyaa-e, te koop lopen met je daden.) Ook kan de intentie een neutrale daad omzetten in een goede daad, zoals iemand die werkt met de intentie geld te verdienen om het te kunnen uitgeven aan liefdadigheid. (Zie het artikel De voortreffelijkheid van sadaqah.) Een zonde kan echter nooit door de intentie omgezet worden in een goede daad. De betekenis van de eerder genoemde overlevering is dan ook beperkt tot neutrale en goede daden.

 


4.) Wij stemmen slechts omdat we ons gedwongen voelen

Veel mensen die zeggen dat ze moslim zijn beweren dat de grimmige politieke situatie hen dwingt tot het uitbrengen van een stem op een gematigde partij. Alleen zo kan volgens hen het kwaad van de vijandige partijen afgewend worden. Ze legitimeren het stemmen dus door te stellen dat er dwang in het spel is, en dwang legitimeert een daad van ongeloof. Degenen die dit argument gebruiken slaan de plank weer volledig mis. Ze interpreteren de toegenomen verharding in het politieke debat als een ontwikkeling die hen dwingt tot het plegen van ongeloof middels het uitbrengen van een stem.

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Waarlijk, Hij heeft jullie slechts het kadaver en het bloed en het varkensvlees en hetgeen waarover iets anders dan Allah genoemd is verboden. Wie echter genoodzaakt is ervan te eten, zonder het te begeren, en zonder de grenzen te overschrijden, dan rust er geen zonde op hem. Waarlijk, Allah is Vergevensgezind, Barmhartig.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 173.]

Willen wij een beroep doen op de licentie van dwang (ikraah), dan moeten wij dwang echter wel in een islamitische context begrijpen. We mogen daar niet uit eigen logica een definitie aan toekennen. Imaam al-Boekhaarie definieerde dwang als volgt: “Iemand wordt gedwongen iets te doen dat hij weigert terwijl hij wordt bedreigd, wetende dat degenen die hem bedreigd in staat is om de bedreiging uit te voeren. Hierdoor wordt hij bang waardoor zijn vrijwilligheid (bij het plegen van de daad) volledig verdwijnt.”

Van deze definitie van dwang is bij stemmen geenszins sprake. Niemand wordt bedreigd als hij niet gaat stemmen, en dus kan men geen beroep doen op dit argument.

Daarnaast moet dwang, wil het islamitisch geaccepteerd worden, aan vier voorwaarden voldoen:

1. Ten eerste moet degene die een ander bedreigt in staat zijn de bedreiging uit te voeren, en moet degene die bedreigd wordt dit niet kunnen tegenhouden, zelfs niet door te vluchten.

2. Ten tweede moet het zeer aannemelijk zijn dat degene die dwingt de bedreiging zal uitvoeren. [Winst voor een partij die ongunstig gezind is jegens moslims is geen garantie voor nadelige beleidvoering voor moslims. Een dergelijke partij moet ook nog eens in de coalitie komen en hun beleid kunnen uitvoeren binnen de Nederlandse grondwet.]

3. Ten derde moet het gaan om een bedreiging die direct uitgevoerd kan worden. Als de uitvoer op een ander moment geschiedt dan het moment waarop het dreigement wordt uitgesproken, is er geen sprake van dwang. [Want men is in staat te vluchten, oftewel Nederland te verlaten; dadelijk meer informatie hierover.] Tot slot moet degene die gedwongen wordt niets laten zien waaruit enige vrijwilligheid blijkt.

De vraag is of de moslim nu echt gedwongen is te gaan stemmen. Niemand bedreigt hem als hij het niet doet en de keus om het wel te doen neemt hij volledig vrijwillig. Zijn situatie valt dus niet met de islamitische definitie van dwang te karakteriseren. En als er al sprake zou zijn van dwang, dan voldoet zijn situatie al zeker niet aan de gestelde voorwaarden.

Men ziet stemmen als de enige manier om het kwaad te beperken. Maar hoe zit het dan met vertrouwen op Allah (de Almachtige)? (Zie het artikel Allah is met ons.) En is men het verrichten van doe’aa-e dan vergeten? [Zie de artikelen Waarom onze smeekbeden niet verhoord worden (wees eens eerlijk: verdienen wij verhoring?) en Dua: hoop vs. geloof.] Ook is de wereld groter dan alleen Nederland. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“Waarlijk, degenen waarvan de engelen hun zielen nemen terwijl zij zichzelf onrecht aandoen (omdat zij niet emigreerden terwijl dat verplicht was voor hen), zij (de engelen) zeiden: ‘In wat voor toestand verkeerden jullie!?’ Zij zeiden: ‘Wij werden onderdrukt in het land.’ Zij (de engelen) zeiden: ‘Was de aarde van Allah niet wijd genoeg om te emigreren!?’ Zij zijn dan degenen voor wie de Hel hun verblijfplaats is – en wat een slechte bestemming is dat!” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 97.]

Eenieder die zijn geloof in zijn woonplaats niet kan belijden is verplicht, indien mogelijk, te emigreren naar een plaats waar hij dat wel kan doen. Men mag zijn geloof niet afvallen onder het voorwendsel dat men in zijn woonplaats onderdrukt wordt. Zijn wij dan zo gehecht aan ons leventje in Nederland? Zijn wij dan zo gehecht aan deze doenyaa?

Soemoerah ibn Djoendoeb (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

‘Eenieder (van de moslims) die samenkomt, leeft en (permanent) verblijft met een moeshrik (polytheïst of een ongelovige in de eenheid van Allah) en instemt met zijn manieren, meningen en (geniet) van het leven met hem (moeshrik), hij (die moslim) is zoals hem (de moeshrik).’” (Het Boek van Djihaad, Aboe Daawoed.) Zie het artikel Het islamitische oordeel over hidjrah.

Naast de hier genoemde argumenten worden ook vaak andere argumenten aangehaald waarmee stemmen wordt gerechtvaardigd. Wij kunnen in volle overtuiging stellen dat ook die argumenten eenvoudig te weerleggen zijn met duidelijke bewijzen. Helaas staan tijd en ruimte ons niet toe deze allemaal te noemen.

 


5.) Als je niet stemt, gaat jouw stem naar de grootste partij

Sommigen denken dat als je niet stemt, dat jouw stem dan naar de grootste partij gaat. Dit is een veelgehoorde fabel die niet waar is. Jouw stem gaat nooit naar een partij waar jij niet op stemt. Zowel de blanco stem als de stem van iemand die niet gestemd heeft wordt namelijk niet meegenomen in de zetelverdeling. Die stemmen worden in het geheel buiten beschouwing gelaten.

Maar al zou dit waar zijn, dan zeggen wij: wij zijn niet verantwoordelijk voor wat de onrechtplegers met onze stem doen zonder onze instemming of goedkeuring. Dat zou hetzelfde zijn als je zegt: “Die bakker waar jij je brood hebt gekocht, heeft wijn gekocht van jouw geld!” Maar dat is niet onze verantwoordelijkheid, maar de zijne.

“Het uitbrengen van een blanco stem heeft, net als niet-stemmen, geen invloed op de zetelverdeling. Voor de berekening van de uitslag en de kiesdeler/kiesdrempel worden uitsluitend de op de kandidaten uitgebrachte stemmen geteld. Het is dus een misvatting dat een blanco stem naar de grootste partij gaat.” (Bron: https://www.kiesraad.nl/verkiezingen/inhoud/tweede-kamer/stemmen/blanco-ongeldig.)

 


Maar geleerden hebben het toegestaan om te stemmen!

Ja, sommige geleerden hebben het toegestaan om te stemmen, MAAR andere geleerden hebben het verboden. We dienen echter op te merken dat het geen geldig meningsverschil is, dat duidelijk blijkt uit het bovenstaande. Het is überhaupt geen meningsverschil, want er is geen meningsverschil over of shirk gepleegd mag worden uit maslah’ah (algemeen belang) of dharoorah (noodzakelijkheid), het is alleen toegestaan – niet verplicht! – bij ikraah (dwang). Als sommige geleerden soedjood naar een afgod zouden toestaan uit maslah’ah, dan zou men dit ook niet als meningsverschil beschrijven.

Weet, o beste broeder/zuster, dat geleerden geen profeten zijn en dat zij zeker fouten maken waarin zij niet gevolgd dienen te worden. Dit zou ‘blind volgen’ zijn en niemand dient blind gevolgd te worden behalve de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Waarlijk, de mensen van de Soennah volgen niemand blindelings behalve de geliefde profeet Moh’ammed (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Dit is wat het tweede gedeelte van de shahaadah beduidt. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“(Zeg, o Moh’ammed:) ‘Volg wat tot jullie neergezonden is van jullie Heer en volg naast Hem geen awliyaa-e (beschermers en helpers). Hoe weinig laten jullie je vermanen!’” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 3.]

We dienen dus te kijken naar de bewijzen en argumenten die de geleerden gebruiken om tot hun conclusie te komen. Vervolgens dienen we zelf na te denken en te bekijken welke bewijzen en argumenten het sterkst zijn, zonder ons te laten leiden door begeerten en emoties. Zorg ervoor dat jij kunt zeggen: “Ik volg deze weg omdat deze weg het beste is onderbouwd.”

Er is een belangrijke stelregel onder ‘oelemaa-e (geleerden), die aangeeft: “De mannen (van kennis) worden gekend door de waarheid die ze brengen, maar de waarheid wordt niet gekend door de mannen.” Dit wil zeggen: de inhoud maakt duidelijk of zij mannen van kennis zijn, en niet andersom.

Het is ook mogelijk dat een geleerde het in eerste instantie goedkeurde, maar vervolgens terugkwam op zijn uitspraak en een nieuwe mening verkondigde. Het kan zijn dat er na het uitvaardigen van de eerste fatwaa nieuwe kennis tot hem gekomen is, en het is ook mogelijk dat de situatie duidelijker aan hem is voorgelegd waardoor hij zijn eerste fatwaa heeft bijgesteld. Zo zou sheikh al-Albaanie eerst gezegd hebben dat stemmen toegestaan zou zijn. Maar zijn latere mening is duidelijk dat het verboden is. Sheikh al-Albaanie heeft gezegd over stemmen: “…wij zeggen dat het niet toegestaan is om deel te nemen aan dergelijke verkiezingen, omdat die deelname praktisch betekent dat men de ongelovigen als awliyaa-e neemt, en dat is h’araam volgens de teksten van de Qor-aan, waar Allah de Rabboe l-an’aam (Heer der gunsten) zegt (Nederlandstalige interpretatie): ‘…En wie van jullie hen als bondgenoten neemt, die behoort dan waarlijk tot hen…’ [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 51.]” (Bron: https://youtu.be/sxWs6cUq_gs.)

Deze fatwaa is duidelijk en ondubbelzinnig in het verbieden van deelnemen aan seculiere democratische verkiezingen, zonder enige uitzondering.

Zie ook onderstaande video van sheikh al-Albaanie (met Nederlandse ondertiteling):

(Lees verder onder de video.)

 


Conclusie

Op grond van verschillende bewijzen is aangetoond dat deelname aan democratische verkiezingen niet verenigbaar is met het geloof van een moslim. We hebben gesproken over het exclusieve legislatieve recht van Allah en hoe dit door stemmen onterecht wordt toegekend aan mensen. De uiteenzetting van het electorale proces heeft aangetoond dat de kiezer zich juist aan die zonde schuldig maakt.

Daarnaast is een uitleg gegeven van de twee pilaren van de shahaadah. We hebben uitgelegd wat taaghoet inhoudt en hoe we deze moeten verwerpen en dienen te mijden. Aan de hand van deze uitleg concludeerden wij dat het democratische systeem een taaghoet is waarop koefr verricht dient te worden (oftewel, het dient verworpen te worden). Dat impliceert dat eenieder die een bijdrage levert aan de werking van democratie door te stemmen, dit systeem niet verworpen heeft.

In dit artikel zijn verschillende onderwerpen aan bod gekomen. Zo is ingegaan op het democratische systeem en het bijbehorende electorale proces, alsook de basisfundamenten van de Islaam, en hoe deze zich verhouden tot participatie in democratische verkiezingen.

Er zijn ondubbelzinnige bewijzen geleverd die het stemmen ten stelligste verbieden en die het tot shirk markeren. Redenen om deze shirk te rechtvaardigen zijn weerlegd. Geen weldenkend moslim zal het stemmen tegenover zijn Heer kunnen verantwoorden nadat hij is geconfronteerd met de gevaren ervan. Zelfs degenen die religieuze argumenten aandragen om stemmen te legitimeren hebben we kunnen weerleggen.

Tot slot: wat ons raakt is de felheid waarmee soms gereageerd wordt op inhoudelijke argumenten, door vooral degenen die menen dat het wel toegestaan is om te stemmen. Maar zie je hen op de barricades staan voor deze oemmah? Zie je hen da’wah verrichten en mensen oproepen tot Allah? Nu roepen zij wel op tot democratische verkiezingen alsof hun Djennah er van afhangt en bestrijden zo fel eenieder met een andere mening, dat de grenzen van redelijkheid worden overschreden.

Laten we alleen inhoudelijk reageren en niet geëmotioneerd. Laten we “ik denk” en “ik vind” achterwege laten en zeggen: “Allah zegt” en “Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd.” Als je daartoe niet in staat bent, bescherm dan op zijn minst je tong/toetsenbord tegen uitspraken die je niet kunt onderbouwen. (Zie het artikel Het spreken namens de wetgeving zonder kennis.)

Het lijkt erop dat moslims het steeds moeilijker en moeilijker krijgen in Nederland. De vraag is of het geoorloofd is om shirk/koefr te plegen onder het mom van maslah’ah voor een beter welzijn (nee), of dienen wij de zondes te verlaten en terug te keren naar de tawh’ied (ja)?

 


Moeten we dan langs de kant staan en toekijken!?

Wanneer je moslims wijst op de onzinnigheid van en het verbod op democratische verkiezingen, krijg je vaak het verwijt: “Wil je dan langs de kant staan en toekijken!?” Of men stelt de vraag: “Wat kunnen we dan doen?”

Gerespecteerde broeders/zusters, het inhoudelijk niet eens zijn met de democratie, en daar inhoudelijke, onderbouwde kritiek op leveren, is nog niet hetzelfde als bovengenoemde zaken.

Ons probleem is de aard van democratie, en de illusie dat mensen werkelijk denken iets voor moslims te kunnen bereiken via de Tweede Kamer. Dat wil niet zeggen dat je geen activist kunt zijn op vele verschillende andere manieren en fronten. De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) mengde zich niet in de politiek van Qoeraysh in Mekkah. Maar dat wil geenszins zeggen dat hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) met zijn armen over elkaar langs de lijn stond toe te kijken!

Even stemmen is weliswaar heel erg gemakkelijk, maar als je echt iets wilt veranderen, als je oprecht bent in jouw wens de situatie voor de moslims te verbeteren, dan zul je toch echt wel iets meer moeite moeten doen. Begin met het verbeteren van jezelf. (Zie het artikel Verbeter de wereld, begin bij jezelf.) Vermeerder jouw islamitische kennis. (Zie o.a. de artikelen Waarom zou ik studeren? en Het zoeken naar kennis.) Verbeter jouw gedrag en wees een ambassadeur van de Islaam. (Zie het artikel De belangrijkheid van akhlaaq – goed gedrag.) Spoor jouw naasten aan om hetzelfde te doen. Nodig mensen uit naar de Islaam door te laten zien wat de Islaam ze te bieden heeft, en óók door ze te wijzen op de gebreken op de ideologie waar ze nu hun leven door laten leiden. Www.uwkeuze.net bevat verschillende artikelen die je daar goed voor kunt en mag gebruiken.

Je kunt bewustwording kweken, iets dat wij al jaren probeer te doen, bij zowel moslims als niet-moslims. Je kunt da’wah verrichten. (Zie Da’wah ideeën.) Iedere nieuwe moslim is een islamofoob minder. Je kunt documentaires maken, stukken schrijven/vertalen voor in kranten, tijdschriften en op websites. Je kunt lobbyen. Je kunt mensen met invloed aanschrijven. Je kunt projecten starten op lokaal niveau zonder dat je je handen hoeft vuil te maken aan zaken die niet zijn toegestaan volgens de Islaam. Je kunt vrijwilligerswerk verrichten. (Zie het artikel Hoe vrijwillig is vrijwilligerswerk?) Je kunt geld inzamelen. (Zie het artikel De voortreffelijkheid van sadaqah.) Ach, als we even samen zouden brainstormen, zouden we concreet nog veel meer ideeën aan kunnen voeren. Er is nog ze veel werk te doen. Maar langs de kant staan is zeker geen optie!

Sommigen zeggen ook dat je geen recht van spreken hebt als je niet gaat stemmen. Maar waarom zou je geen recht van spreken hebben!? Natuurlijk heb je recht van spreken. We kunnen eerder de rollen omdraaien: iedere keer wanneer de regering iets doet of besluit dat tegen de voorschriften van Allah Ta’aalaa ingaat, heb jij geen recht van spreken, want jij hebt daar aan meegeholpen. Wij niet.

Als je er goed over nadenk, zijn dit soort uitspraken in feite een teken van een verslagen geest. Een geest die denkt dat je jezelf buiten de samenleving hebt geplaatst als je niet meedoet aan democratische verkiezingen. Een geest die denkt dat democratische verkiezingen de enige manier zijn om een samenleving te veranderen, terwijl eerder het tegenovergestelde het geval is. Als democratische verkiezingen werkelijk grote zaken zouden kunnen veranderen, waren ze allang verboden geweest. 😉

Moge de vrede en zegeningen van Allah neerdalen op Zijn boodschapper Moh’ammed.

 

Relevante artikelen:

Waarom democratie koefr (ongeloof) is

Waarom moslims niet geloven in democratie

Wat is democratie?

Democratische dilemma’s

De voorwaarden van as-shahaadah

Uitleg van “Ma’anaa at-Taaghoet – de betekenis van taaghoet

Monotheïsme – tawh’ied (diverse artikelen)

Da’wah (diverse artikelen)