Jezus in de Islam

Moslims houden van Jezus (vrede zij met hem)!

Jezus2Geschreven door Ah’med Deedat.
Vertaald door ‘Abdul-Jabbar van de Ven.
Teksten tussen <<<…>>> zijn toevoegingen van uwkeuze.net.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk wanneer Allah zal zeggen: ‘O ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria)! Heb jij tegen de mensen gezegd: ‘Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah!?’’ Hij zal zeggen: ‘Glorieus bent U! Het is niet aan mij om te zeggen waar ik geen recht op heb. Als ik dat gezegd had, had U dat zeker geweten. U weet wat er in mij is, terwijl ik niet weet wat er in U is. Waarlijk, U bent de Alwetende over al-ghoeyoeb (de verborgen en onwaarneembare zaken). Ik heb tegen hen niets gezegd behalve hetgeen waarmee U mij bevolen hebt (#1): ‘Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer.’ (#2)…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 116-117.]

<<< (#1) “Want ik (Jezus) heb niet uit mezelf gesproken; maar de Vader (God) Die mij gezonden heeft (als een profeet), heeft me opgedragen wat ik moet zeggen en wat ik moet uiten.” (Johannes 12:49.) >>>

<<< (#2) Jezus zou tegen Maria Magdalena gezegd hebben: “…maar ga naar mijn broeders (in geloof), en zeg tegen hen: ‘Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, en naar mijn God en jullie God.’” (Johannes 20:17.) Merk op hoe Jezus zei “mijn God en jullie God”, wat beduidt dat hij behoort tot de schepping van God en dat hij niet zelf God is of een entiteit gelijk aan God.>>>

Lees ook Wij geloven in Jezus en Als Jezus God was.

Dit artikel bevat de volgende hoofdstukken:

1.) Inleiding
– Christelijke Moslimantwoorden
– Oceaan van Christendom
2.) Jezus in de Koran
3.) ‘Iesaa gelatiniseerd tot Jezus
4.) Moeder en zoon
– Sarah en Hadjar
Soerat Maryam
5.) Het goede nieuws
6.) Christus; geen naam
– De Joden zijn verbaasd
7.) Zijn eerste wonderen
– Moeder of vrouw?
– Jezus verdedigd
8.) Koranische en Bijbelse versies
– Ontmoeting met de eerwaarde
– Hemel en aarde
– Meester toneelspeler
9.) Zoals Adam
10.) Paulus
11.) De zonen van God
12.) Gehersenspoelde inferioriteit
13.) Antwoord op christelijke dilemma’s
– Verstandig alternatief
– De eerwaarde aan tafel
– Gestikt door de context
– Wat is de context?
14.) “Jullie zijn goden”
– “In het begin”
– Grieks is geen Hebreeuws
15.) Wat blijft er over?
16.) Wonderen; wat ze bewijzen
17.) De zaak is nog niet verloren

(Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Tip: gebruik deze afbeelding voor da'wah.

Tip: gebruik deze afbeelding voor da’wah.

 


1.) Inleiding


– Christelijke Moslimantwoorden

Aan het eind van het debat “Christendom en Islam”, welke te zien was in het t.v.-programma Cross Questions op de Zuid-Afrikaanse t.v. op zondag 5 juni 1983, maakte de voorzitter, meneer Bill Chalmers, de volgende opmerking: “Ik denk dat er uit deze discussie opgemaakt kan worden dat er van islamitische zijde op dit moment wat meer inschikkelijkheid is voor de grondlegger van het Christendom dan dat er van christelijke zijde is voor de grondlegger van de Islam (Arabisch: Islaam). Wat de betekenis daarvan is laten we aan u over, de kijker, om te bepalen, maar ik denk dat u het er mee eens zult zijn dat het een goede zaak is dat we samen in gesprek zijn.”

“Bill”, zoals hij door alle mensen in zijn panel en in al zijn programma’s over het algemeen wordt genoemd, is een erg charmante en nederige man. Hij is een afbeelding van wat de Heilige Koran (Arabisch: Qor-aan) beschrijft van een goede christen (Nederlandstalige interpretatie): “…jij zult zeker bemerken dat zij die zeggen: ‘Waarlijk, wij zijn christenen,’ het dichtst bij in genegenheid zijn jegens degenen die geloven (moslims). Dat is omdat er onder hen priesters en monniken zijn en dat zij niet hoogmoedig zijn.” (#3) [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 82.]

<<< (#3) Sa’ied ibn Djoebayr, as-Soeddie en anderen zeiden dat 5:82-85 geopenbaard zijn betreffende een delegatie die an-Nadjashie (Negus, koning van Ethiopië) zond naar de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) om zijn woorden te horen en zijn eigenschappen gade te slaan.>>>

Waren de moslims in het panel aan het proberen de kijkers tevreden te stellen uit bedachtzaamheid, bedrog of diplomatieke redenen? Niets van dat! Ze zeiden alleen maar wat de Almachtige Allah hen in de Heilige Qor-aan heeft opgedragen te zeggen.

Als moslims hadden ze geen andere keus. Zij hadden in zoveel woorden gezegd: “Wij moslims geloven dat Jezus één van de machtigste boodschappers van Allah was, dat hij de Messias was, dat hij op wonderbaarlijke wijze is geboren – zonder enige mannelijke tussenkomst (wat veel moderne christenen vandaag de dag niet geloven), dat hij leven aan de doden heeft gegeven met de Toestemming van Allah, en dat hij de blindgeborenen en melaatsen genas met de Toestemming van Allah. In feite is een moslim geen moslim als hij niet gelooft in Jezus (vrede zij met hem)!”

Meer dan 90% van de mensen die dit debat aanschouwden moeten aangenaam maar sceptisch verrast zijn geweest. Misschien geloofden ze hun oren niet. Ze moeten het vermoeden hebben gehad dat de moslims een goedkoop effect aan het najagen waren – dat ze aan het proberen waren in de smaak te vallen bij hun christelijke landgenoten; dat als de moslims enkele goede woorden over Jezus (vrede zij met hem) zouden zeggen, dat de christenen dan als tegenprestatie enkele goede woorden over Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zouden zeggen; dat ik jouw rug krab en jij mijn rug krabt, wat verlakkerij zou zijn, of hypocrisie (#4).

<<< (#4) Zoals Paulus handelde: “Want hoewel ik vrij ben ten opzichte van iedereen, heb ik mijzelf een dienaar gemaakt voor iedereen, opdat ik des te meer (zieltjes) win. En voor de Joden ben ik als een Jood geworden, opdat ik de Joden mag winnen; voor hen die onder de wet zijn (ben ik iemand) als onder de wet, opdat ik hen die onder de wet staan mag winnen; voor hen die zonder wet zijn (ben ik iemand) als zonder wet, opdat ik hen die zonder wet zijn mag winnen.” (I Korintiërs 9:19-21.)>>>

We kunnen de christenen niet de schuld geven voor hun scepticisme; zij zijn zo eeuwenlang geprogrammeerd. Ze werden gevormd het ergste te denken van de man Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn religie. Hoe gevat had Thomas Carlyle – een Schots schrijver en historicus, wiens werk grote invloed had in het Victoriaanse tijdperk – meer dan 150 jaar geleden, over zijn christelijke broeders gezegd: “De leugens die door welmenend ijver zijn opgehoopt rond deze man (Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zijn alleen een schande voor onszelf.” Wij moslims zijn deels verantwoordelijk voor deze ontstellende onwetendheid van de 1,2 miljard christenen in de wereld; we hebben niets substantieels gedaan om de spinnenwebben te verwijderen.

 


– Oceaan van Christendom

Zuid-Afrika is een oceaan van Christendom. Als Libië opschept het hoogste percentage moslims te hebben van het Afrikaanse continent, dan zou de Republiek Zuid-Afrika kunnen opscheppen het hoogste percentage christenen te hebben. In deze oceaan van Christendom (Zuid-Afrika) maakt de moslim nauwelijks 2% van de totale bevolking uit. We zijn een minderheid zonder stemrecht (dit schreef de schrijver toen het vervloekte “Apartheidssysteem” nog in werking was, waardoor niet-blanken niets te zeggen hadden in enige tak van de politiek) – in aantal stellen we niets voor; op politiek gebied stellen we niets voor; en economisch gezien zou een blanke, zoals Oppenheimer, heel wat van ons kunnen opkopen; alles inbegrepen. Dus als we hadden gehuicheld om te verzoenen, zouden we kunnen worden vrijgesteld. Maar nee! We moesten de Wil van onze Heer verkondigen; we moesten de waarheid verklaren, of we het nou leuk vonden of niet. In de woorden van Jezus (vrede zij met hem): “En je zult de waarheid kennen, en de waarheid zal je vrij maken.” (Johannes 8:32.)

 


2.) Jezus in de Koran

De christen weet niet dat de werkelijke gemoedsstemming van mildheid die de moslim altijd aan de dag legt, ten aanzien van Jezus (vrede zij met hem) en zijn moeder Maria, voortkomen uit de bron van zijn geloof; de Heilige Qor-aan. Hij weet niet dat de moslim de naam “Jezus” niet in zijn mond neemt, zonder te zeggen “Hazrat ‘Iesaa” (= Eerwaardige Jezus) of “‘Iesaa, ‘alayhies-salaam (= Jezus, vrede zij met hem)”.

Telkens als de moslim de naam Jezus noemt (vrede zij met hem) zonder deze woorden van respect, word hij als een oneerbiedig, eigenaardig of barbaars persoon beschouwd. De christen weet niet dat Jezus (vrede zij met hem) vijf keer zo veel in de Qor-aan bij naam wordt genoemd als het aantal keren dat de profeet van de Islam (Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) wordt genoemd in het Boek van Allah. Om precies te zijn: 25 keer tegen 5. Bijvoorbeeld (Nederlandstalige interpretatie): “…En Wij gaven ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria) de duidelijke bewijzen (wonderen om zijn missie bij te staan) en steunden hem met de heilige geest (#5) (de aartsengel Djibriel – Gabriël)…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 87.]

<<< (#5) In plaats van het gebruiken van de naam van de engel die de openbaring bracht, is welbewust zijn titel ‘de heilige geest’ genoemd om aan te geven dat hij vrij is van menselijke zwakheden: hij is niet oneerlijk waardoor hij iets van de boodschap weglaat of er iets aan toevoegt, noch lijdt hij aan enige menselijke begeerte waardoor hij bedriegt. Hij is puur en heilig en deelt het Woord van Allah intact mee. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

“Gedenk toen de engelen zeiden: ‘O Maryam (Maria)! Waarlijk, Allah kondigt jou het goede nieuws aan van een Woord [“Wees!” – waarna hij (jouw zoon) zal zijn] van Hem, zijn naam is de Messias (#6), ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), eerbiedwaardig in deze wereld en het Hiernamaals, en behorend tot degenen die dicht bij (Allah) zijn.’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 45.]

<<< (#6) Al-Masieh’ (de Messias): Allah de Verhevene heeft voor hem deze benaming gekozen omdat eenieder met een afwijking waar hij over veegde door Allah genezen werd; of omdat hij over de aarde heen veegde, d.w.z. in het land rondtrok; of omdat hij schoonheid bezat (mas-h’ah: schoonheid). De eerste betekenis is het bekendste. Hij genas de gebrekkigen, de blinde, de melaatse en deed de doden uit hun graven opwekken. En al deze zaken gebeurden slechts met de Wil van Allah de Almachtige. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)>>>

“…Waarlijk, al-Masieh’ (de Messias), ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), was een boodschapper van Allah…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 171.]

“En Wij lieten ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria) in hun (de profeten van Banie Israa-iel) voetstappen volgen, als bevestiging voor wat er vóór hem was van at-Tawraat (de Thora)…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 46.]

“En Zakariyyaa (Zacharia), Yah’yaa (Johannes), ‘Iesaa (Jezus) en Ilyaas (Elia), allen behoren tot de rechtschapenen (vromen, oprechten).” [Soerat al-An’aam (6), aayah 85.]

Naast dat Jezus (vrede zij met hem) op 25 plaatsen in de Heilige Qor-aan bij naam wordt genoemd, wordt hij ook aangesproken met titels die betrekking hebben op hem, zoals Ibn Maryam (zoon van Maria), al-Masieh’ (de Messias, vertaald als Christus), ‘Abdoellaah (dienaar van Allah) of Rasoel-Allaah (boodschapper van Allah).

Er wordt over hem gesproken als “het woord van Allah”, als “de geest van Allah”, als “een teken van Allah”, en talrijke andere eervolle bijnamen, verspreid over 15 verschillende soewar (hoofdstukken). De Edele Qor-aan eert deze machtige boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en de moslims zijn de laatste 1400 jaar niet tekort geschoten om hetzelfde te doen. Er is geen enkele kleinerende opmerking in de gehele Qor-aan waar zelfs de meest bevooroordeelde persoon onder de christenen bezwaar tegen kan maken.

 


3.) ‘Iesaa gelatiniseerd tot Jezus

De Heilige Qor-aan verwijst naar Jezus (vrede zij met hem) met de naam ‘Iesaa, en deze naam wordt meer gebruikt dan enige andere titel, omdat dit zijn “christelijke” naam was. In feite was zijn echte naam ‘Iesaa (Arabisch) of Esau (Hebreeuws); klassiek Yesyoea, wat de christelijke naties van het Westen latiniseerden tot “Jezus”.

Het woord is erg simpel – Esau – een algemene joodse naam, alleen al meer dan zestig keer gebruikt in het allereerste boek van de Bijbel; in het deel genaamd Genesis. Er was op zijn minst een “Jezus” die op het beklaagdenbankje zat, tijdens het proces van Jezus (vrede zij met hem) voor het Sanhedrin. Josephus, de joodse historicus, noemt zo’n 25 Jezussen in zijn “Boek van de Oudheden”.

Het Nieuwe Testament heeft het over “Bar-Jezus”; een tovenaar en een valse profeet (Handelingen 13:6) en ook “Jezus-Justus”; een christelijke missionaris, een tijdgenoot van Paulus (Kolossenzen 4:11). Deze personen staan los van Jezus (vrede zij met hem), de zoon van Maria. Het omvormen van Esau/ Yesyoea tot Jezus maakt het uniek. Deze unieke (?) naam is onder de joden en christenen uit de omloop geraakt vanaf de tweede eeuw na Christus: onder de joden omdat het een naam van slechte reputatie werd, de naam van iemand die godslastering in het Jodendom had begaan; en onder de christenen raakte de naam uit de roulatie omdat het de echte naam van hun God (?) werd; hun geïncarneerde God. De moslim zal niet twijfelen zijn zoon ‘Iesaa te noemen, omdat het een geëerde naam is, van een rechtgeaarde dienaar van de Heer.

 


4.) Moeder en zoon

Het tweede hier bovengenoemde onderwerp (zijn geboorte), wordt op twee plaatsen in de Qor-aan beschreven; soerah 3 en soerah 19. Lezende vanaf het begin van zijn geboorte in soerah 3, komen we het verhaal van Maria tegen, en de hooggeachte positie die zij bekleedt in het Huis van de Islam, voordat de werkelijke aankondiging van de geboorte van Jezus (vrede zij met hem) wordt gegeven (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk toen de engelen zeiden: ‘O Maryam (Maria)! Waarlijk, Allah heeft jou uitverkoren en gelouterd (van polytheïsme en ongeloof) en jou verkozen boven de vrouwen van al-‘aalamien (de werelden – de volledige schepping).’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 42.] Men kan in de christelijke Bijbel niet vinden dat er zo een eer aan Maria wordt gegeven!

[Ik verzoek ernstig elke moslim die deze verzen kan lezen in het Arabisch, deze van buiten te leren, met hun betekenis. Zelfs als je geen Arabisch kan lezen, leer dan de betekenis van buiten. Je zult vaak in de gelegenheid zijn om de kennis met je christelijke kennissen te delen; er zitten veel voordelen aan. JIJ moet erbij betrokken raken; de tijden van de professionals zijn voorbij. Heb je niet eens zo’n beetje voor de Islaam over?]

Het volgende vers gaat verder (Nederlandstalige interpretatie): “O Maryam (Maria)! Geef je over met gehoorzaamheid aan jouw Heer (Allah, door Hem alleen te aanbidden) en kniel je neer en buig je (in het gebed) met de buigenden (#7).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 43.] Wat is de bron van deze prachtige en sublieme recitatie, die in het originele Arabisch mensen tot extase en tranen roert? Vers 44 legt uit (Nederlandstalige interpretatie): “Dit behoort tot een deel van de tijdingen van al-ghayb [het onwaarneembare, d.w.z. informatie over de vroegere volken waar jij (O Moh’ammed) geen kennis over hebt] dat Wij aan jou openbaren. En jij was niet bij hen toen zij hun pennen wierpen (of pijlen, om te loten) wie van hen zou zorgen voor Maryam (Maria) en jij was niet bij hen toen zij redetwistten (over de eer om voor haar te zorgen).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 44.]

<<< (#7) Maria, de moeder van Jezus (vrede zij met hem), was uniek, vooral omdat ze op wonderbaarlijke wijze een zoon baarde, zonder de gewoonlijke lichamelijke inmenging. Dit betekent natuurlijk niet dat zij meer dan menselijk was, zoals ook haar zoon niet meer dan menselijk was. Zij en haar zoon moesten ook bidden tot God, net zoals elk ander mens. Het christelijke dogma, in alle sekten behalve het unitarisme, beschouwt Jezus (vrede zij met hem) als God en de zoon van God. De aanbidding van Maria werd een gewoonte in de Romeinse Katholieke Kerk, die Maria ‘de moeder van God’ noemt. Dit concept (dat nooit door Jezus is onderwezen) werd bekrachtigd door het eerste Concilie van Efeze in 431 (#A), in de eeuw voordat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) werd geboren, die gezonden werd om de onjuiste denkbeelden van o.a. de Kerk aangaande Jezus (vrede zij met hem) aan te pakken. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)

(#A) Tijdens dit Concilie werd de twee-naturenleer bevestigd (niet unaniem!), namelijk dat Jezus (vrede zij met hem) in slechts één persoon volkomen God en volkomen mens zou zijn; de godheid en de mensheid zouden in één persoon verenigd zijn – de persoon van het Woord, Zoon van God. Daarom zou Maria de titel ‘Moeder van God’ of Theotokos (God-baarster – degene die God baarde) toekomen; zij zou de moeder van Jezus de God-Mens zijn en niet de moeder van de mens alleen.>>>

Het verhaal is zo, dat de grootmoeder van Jezus (vrede zij met hem), Hannah, tot dusver onvruchtbaar was geweest. Ze stortte haar hart uit bij Allah; als Allah haar maar een kind zou schenken, dan zou ze dit kind zeker opdragen aan de dienst van Allah in de tempel.

Allah de Verhevene beantwoordde haar gebed en Maria werd geboren. Hannah was teleurgesteld; ze verlangde naar een zoon, maar in plaats daarvan was ze bevallen van een dochter; en in geen geval leek de vrouw op de man, voor wat ze in gedachten had. Wat moest ze doen? Ze had Allah een belofte gedaan. Ze wachtte totdat Maria groot genoeg was om voor zichzelf te zorgen.

Toen dat moment kwam, nam Hannah haar lieve dochter mee naar de tempel, om haar te overhandigen voor de tempeldiensten. Elke priester eiste de peetoom van dit schattige kindje te worden. Ze deden een loting door met pennen (pijlen) te werpen, zoals het tossen van een geldstuk; kop of munt? Uiteindelijk won Zacharia (vrede zij met hem) de loting, maar niet zonder twist.

Zo ging het verhaal. Maar waar had Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) deze wijsheid vandaan gehaald? Hij was een ummi (analfabeet); hij kon niet lezen of schrijven. Het was de Almachtige Allah die hem deze vraag heeft laten beantwoorden in het hiervoor genoemde Qor-aan vers, door te zeggen dat het allemaal door goddelijke inspiratie kwam. “Nee!,” zegt de tegenstander. “Dit is Moh’ammeds eigen verzinsel. Hij heeft zijn openbaringen overgenomen van de joden en de christenen. Hij heeft plagiaat gepleegd, hij heeft het vervalst.”

<<< Sommige oriëntalisten en christelijke critici beweren dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) niet zelf de auteur van de Qor-aan is, maar dat hij het leerde en kopieerde van joodse en christelijke geschriften en hen vertaalde en bewerkte. Maar in werkelijkheid waren de contacten van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) met joodse en christelijke geleerden zeer beperkt. Beschikbare historische verslagen tonen dit aan. De meest prominente christen die hij kende was Waraqah ibn Nawfal, een familielid van zijn vrouw Khadiedjah (moge Allah tevreden zijn met haar). Hij was een bekeerling naar het Christendom en goed onderlegd in het Evangelie. Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ontmoette hem slechts twee keer en Waraqah overleed drie jaar na de aanvang van Moh’ammeds profeetschap. De openbaring van de Qor-aan duurde echter 23 jaar voort. Sommige heidense vijanden van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) beschuldigden hem ervan dat hij de Qor-aan leerde van een Romeinse smid, een christen die in de buitengebieden van Mekkah verbleef. Dit is degene naar wie vers 16:103 verwezen wordt (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij weten werkelijk dat zij (polytheïsten en heidenen) zeggen: ‘Waarlijk, het is slechts een mens die hem (de Qor-aan aan Moh’ammed) onderwijst.’ De taal van degene naar wie zij valselijk verwijzen is vreemd (voor hen), terwijl dit (de Qor-aan) een duidelijke Arabische taal is.” Dit vers was voldoende om deze beschuldiging te weerleggen. Moh’ammeds vijanden hielden hem nauwlettend in de gaten, in de hoop dat zij enig bewijs zouden ontdekken om hun bewering dat hij een leugenaar was te staven. Maar zij konden geen enkele gebeurtenis aanhalen waarbij de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) geheime ontmoetingen gehad kon hebben met joden of christenen. Het klopt dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) religieuze discussies had met joden en christenen, maar deze vonden in al-Medienah in het openbaar plaats, en de openbaring van de Qor-aan was al meer dan 13 jaar daarvoor aan de gang. De beschuldiging dat deze joden en christenen zijn bronnen waren, is dus ongegrond, vooral aangezien de rol van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) louter die van een onderwijzer was; hij nodigde hen openlijk uit om de Islaam te accepteren, hij bracht naar voren hoe zij van Gods ware leerstelling van monotheïsme waren afgeweken. Talrijke joden en christenen aanvaarden gewillig de Islaam nadat zij Moh’ammeds boodschap hoorden. Daarnaast was het bekend dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ongeletterd was. Door Zijn goddelijke Wijsheid koos God een ongeletterde man als Zijn laatste boodschapper zodat niemand een geldige reden kon hebben om aan hem te twijfelen of hem kon beschuldigen dat hij de Qor-aan zelf geschreven of gekopieerd zou hebben. Bovendien was er geen Arabische versie van de Bijbel in de tijd van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). De eerste Arabische versie van het Oude Testament is die van R. Saadias Gaon uit 900 n.C. (#B) – meer dan 250 jaar na het overlijden van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

(#B) Dit deed hij nota bene in Palestina dat destijds onder moslimbestuur viel; een teken dat joden en christenen volledige vrijheid van godsdienst genoten. Zie het artikel Religieuze tolerantie in de Islam.>>>

Hoewel we maar al te goed weten en geloven dat de gehele Qor-aan het ware Woord van Allah is, zullen we, omwille van discussie, toch even instemmen met de vijanden van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), dat hij het heeft geschreven. We kunnen nu tenminste wat medewerking van de ongelovige verwachten.

Vraag hem: “Heb je er enige moeite mee om toe te geven dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) een Arabier was?” Alleen een eigenzinnige dwaas zal twijfelen hier aan toe te geven. In dat geval heeft het geen zin om de discussie voort te zetten. Houd op met praten, sluit het boek! Met de verstandige persoon gaan we verder: “Dat deze Arabier, in eerste instantie, sprak tot andere Arabieren. Hij sprak (in eerste instantie) niet tot Indiase moslims, Chinese moslims of Nigeriaanse moslims; hij sprak tot zijn eigen mensen: de Arabieren. Of ze het nou met hem eens waren of niet; hij vertelde hen op de meest sublieme manier (woorden die in de harten en gedachten van de luisteraars werden ‘geschroeid’) dat Maria, de moeder van Jezus (vrede zij met hem) – een Jodin – boven de vrouwen van alle naties was verkozen. Niet zijn eigen moeder, noch zijn vrouw, noch zijn dochter (moge Allahs Welbehagen met hen zijn), noch enige andere Arabische vrouw, maar een Jodin! Kan iemand dit uitleggen? Want voor iedereen staat zijn eigen moeder of vrouw of dochter boven andere vrouwen.

Waarom zou de profeet van de Islam (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) een vrouw eren van zijn oppositie!? En ook nog eens een Jodin; behorende tot een ras dat voor 3000 jaar lang op zijn mensen had neergekeken, net zoals ze nu nog steeds neerkijken op hun Arabische broeders!

 


– Sarah en Hadjar

De Joden halen hun blinde racisme uit hun Bijbel, waar hen wordt verteld dat hun vader Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem) twee vrouwen had; Sarah en Hadjar. Zij (de Joden) zeggen dat zij de kinderen zijn van Ibraahiem (vrede zij met hem) en zijn wettige vrouw Sarah, en dat hun Arabische broeders afstammen van Hadjar (Hagar), een “slavin”, en dat om die reden de Arabieren een minderwaardig ras zijn. Lees maar eens Galaten 4:22-25: “Want er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had, de ene (d.w.z. Ismaël) bij de slavin en de andere (d.w.z. Isaak) bij de vrije vrouw… …de ene van de berg Sinai, die slaven baart, dit is Hagar…”

Wil iemand alsjeblieft het abnormale feit uitleggen waarom Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (als hij de schrijver zou zijn) deze Jodin uitkoos voor zo’n hoge eer? Het antwoord is simpel; hij had geen keus, hij had geen recht om te zeggen wat hij zelf verlangde. Zoals we in de Heilige Qor-aan kunnen lezen (Nederlandstalige interpretatie): “Het is slechts een openbaring (die aan hem is) geopenbaard (#8).” [Soerat an-Nadjm (53), aayah 4.]

<<< (#8) Dit gaat niet alleen over de Qor-aan maar ook over de Soennah. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, mij is de Qor-aan gegeven en iets gelijkwaardig hieraan (d.w.z. de Soennah)!” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, at-Tirmidzie en Ah’med.) Aangezien de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei “…mij is gegeven…” brengt dit met zich mee dat zijn Soennah ook een vorm van inspiratie is. Zie o.a. Inleiding tot de Soennah.>>>

 


Soerat Maryam

Er staat een hoofdstuk in de Heilige Qor-aan (soerah 19), genaamd “Maryam” (Maria), zo genoemd ter ere van Maria, de moeder van Jezus (vrede zij met hem). En opnieuw kan men in de christelijke Bijbel nergens vinden dat er zo’n eer aan Maria wordt gegeven. Van de 66 boeken van de protestanten, en 73 van de rooms-katholieken, is er niet één vernoemd naar Maria of haar zoon (vrede zij met hem). Je zult er boeken aantreffen die zijn vernoemd naar Mattëus, Marcus, Lucas, Johannes, Petrus, Paulus en nog een aantal onbekende namen, maar geen één van die namen is Jezus (vrede zij met hem) of Maria! Als Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de schrijver van de Edele Qor-aan zou zijn, dan zou hij het niet achterwege hebben gelaten om samen met “Maryam”, de moeder van Jezus (vrede zij met hem), ook de namen toe te voegen van zijn eigen moeder “Aminah”, zijn dierbare vrouw “Khadiedjah”, of zijn geliefde dochter “Faatimah” (moge Allah tevreden met hen zijn!). Maar nee! Nee! Dit kan nooit, omdat de Qor-aan niet zijn eigen werk is!

 


5.) Het goede nieuws

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Gedenk toen de engelen zeiden: ‘O Maryam (Maria)! Waarlijk, Allah kondigt jou het goede nieuws aan van een Woord [“Wees!” – waarna hij (jouw zoon) zal zijn] van Hem, zijn naam is de Messias, ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), eerbiedwaardig in deze wereld en het Hiernamaals, en behorend tot degenen die dicht bij (Allah) zijn.’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 45.]

“Dichtbij Allah” wordt niet lichamelijk bedoeld, noch geografisch, maar spiritueel. Vergelijk dit met: “…werd hij (Jezus) ten hemel opgenomen, en ging zitten aan de rechterhand van God.” (Marcus 16:19.)

<<< Marcus 16:19 is nu uit sommige Bijbelversies geschrapt als zijnde een “toevoeging”, zoals het geval is met de Revised Standard Version in het Engels.>>>

Het grootste deel van het Christendom heeft dit vers verkeerd begrepen, zoals ze ook vele andere verzen uit de Bijbel verkeerd hebben begrepen. Zij stellen zich “de Vader” (God) voor, zittende op een troon, een verheerlijkte zetel, en Zijn “zoon” Jezus (vrede zij met hem) zittende aan Zijn rechterkant. Kun je het beeld voor de geest halen? Als je dat kunt, ben je afgedwaald van de ware kennis van God – Allah!  Hij is geen oude kerstman. Hij is een spirituele macht, voorbij het voorstellingsvermogen van het menselijke brein. Hij bestaat, Hij is echt, maar Hij lijkt op niets wat we voor de geest kunnen halen of ons kunnen voorstellen.

<<< God – Allah – voorstellen volgens ons eigen voorstellingsvermogen, model of idee wordt antropomorfisme genoemd. Noe’aym ibn H’ammaad al-Khoezaa’ie, de leraar van imaam al-Boekhaarie, heeft gezegd: “Eenieder die Allah (God) vergelijkt met Zijn schepping heeft koefr (ongeloof) begaan. Eenieder die ontkent waar Allah Zichzelf mee beschreven heeft, heeft koefr begaan. Voorzeker, er is geen antropomorfisme (gelijkenis van God met de schepping) betreffende hetgeen waarmee Allah en Zijn boodschapper Hem hebben beschreven. Eenieder die getuigt van Allahs Eigenschappen die de duidelijke verzen en authentieke overleveringen (sah’ieh’ ah’aadieth) hebben genoemd, op de manier die past bij Allahs Majesteitelijkheid, terwijl men alle tekortkomingen voor Hem verwerpt en ontkent, heeft het pad van leiding genomen.” (Tefsier Ibn Kethier.) Allahs Eigenschappen dienen niet op een antropomorfistische manier geïnterpreteerd te worden. Allah is Verheven boven het beperkte voorstellingsvermogen van de mens, en Zijn Eigenschappen kunnen niet vergeleken worden met die van Zijn schepping. Antropomorfisme is een bedrieglijke neiging dat te allen tijde en bij alle mensen binnen kan sluipen en de Bijbel daadwerkelijk is binnengeslopen. Er wordt zelfs een beschrijving van ‘God’ gegeven, en wel in Ezechiël 1:26-28: “En boven het hemelgewelf dat boven hun hoofden was, was er de gelijkenis van een troon met het uiterlijk van een saffiersteen: en op de gelijkenis van de troon was er bovenop de gelijkenis met het uiterlijk van een mens… Dit was het uiterlijk van de gelijkenis van de glorie van Jehovah (God)…” Onder andere dit vers zorgt er voor dat christenen niet bang zijn om God af te beelden als een oude man met een baard! Verheven is Allah boven wat ze Hem toeschrijven! Zie o.a. het artikel Hoe ziet God er uit?>>>

In oosterse talen betekende “rechterhand” een plaats van eer, welke de Heilige Qor-aan passender omschrijft als “degenen die dicht bij Allah zijn.” De hierboven vermelde aayah (vers) bevestigt dat Jezus (vrede zij met hem) de CHRISTUS (= Messias) is, en dat hij het WOORD is dat Allah de Verhevene aan Maria heeft geschonken. En opnieuw leest de christen in deze woorden een betekenis die er niet staat. Ze stellen het woord “Christus” gelijk aan het idee van een geïncarneerde god, en dat het WOORD van Allah, Allah zelf is.

 


6.) Christus; geen naam

Het woord “christus” is afgeleid van het Hebreeuwse woord messiah’; in het Arabisch masieh’, van de stam m-a-s-a-h’-a, wat zoveel betekent als: “wrijven, masseren, zalven.” Priesters en koningen werden gezalfd als ze in hun ambt werden ingewijd. Maar in zijn vertaalde Griekse vorm “Christus”, lijkt het wel uniek; alleen op Jezus (vrede zij met hem) toepasbaar.

De christen heeft er een handigheid in om schroot te veranderen in blinkend goud. Wat hij gewend is te doen, is namen te vertalen naar zijn eigen taal, zoals Cephas is vertaald naar Petrus, en Messiah’ naar Christus. Hoe doet hij dat toch? Heel gemakkelijk; messiah’ betekent in het Hebreeuws “gezalfd”. Het Griekse woord voor gezalfd is christos. Nu hoef je alleen nog de “o” te veranderen in een “u”, en er blijft “christus” over. Verander nu nog even de kleine “c” in een hoofdletter “C”, en voila! Hij heeft een unieke (?) naam gecreëerd: Christus! Het Griekse christos betekent “gezalfd”, en “gezalfd” betekent “AANGESTELD” (in een functie) in zijn religieuze betekenis. Jezus (vrede zij met hem) was in zijn doop aangesteld (gezalfd) als de boodschapper van Allah, door Johannes de Doper (de profeet Yah’yaa – vrede zij met hem). Zo is elke profeet van Allah “gezalfd” of “aangesteld” (vrede zij met hen allen).

De Bijbel staat vol met “gezalfden” – in het originele Hebreeuws een messiah’ – maar laten we ons bij de Nederlandse vertaling “gezalfd” houden. Niet alleen profeten, priesters en koningen werden gezalfd (christos), maar ook voorwerpen en engelen:

“Ik ben de God van Beth-el, waar je een zuil ZALFDE…” (Genesis 31:13.)

“Als de GEZALFDE priester zal zondigen…” (Leviticus 4:3.)

“En Mozes…ZALFDE het tabernakel en alles wat zich daarin bevond…” (Leviticus 8:10.)

“…en verheft de hoorn van Zijn GEZALFDE.” (1 Samuel 2:10.)

“Zo spreekt Jehovah tot Zijn GEZALFDE, tot Cyrus…” (Jesaja 45:1.)

“Jij was de GEZALFDE cherubijn (een soort engel)…” (Ezechiël 28:14.)

Er zijn nog honderd meer van zulke verwijzingen in de Bijbel. Telkens wanneer je het woord gezalfd tegenkomt in je Nederlandse Bijbel, kun je er van uit gaan dat dit woord christos zou zijn in de Griekse vertalingen, en als je dezelfde vrijheid hanteert met dit woord als de christenen hebben gedaan, dan krijg je dus: Christus Cherubijn, Christus Cyrus, Christus Priester, Christus Zuil etc.

Hoewel elke profeet van Allah een Gezalfde van Allah is, een Messias, is de titel Masieh’ of Messiah’, of de vertaling daarvan (Christus) exclusief voorbehouden aan Jezus (vrede zij met hem), de zoon van Maria; zowel in de Islam als in het Christendom.

Dit is niet ongebruikelijk in religie; er zijn zeker andere eervolle titels die kunnen worden toegepast voor meer dan één profeet, maar toch kan het gebruik ervan exclusief worden gemaakt voor één (profeet); zoals rasoel-oellaah (boodschapper van Allah), een titel die in de Qor-aan voor zowel Mozes (vrede zij met hem) (19:51) als ook voor Jezus (vrede zij met hem) (61:6) wordt gebruikt. Maar toch is rasoel-oellaah onder de moslims een synoniem geworden voor alleen Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

Elke profeet is in feite een “vriend van Allah”, maar het Arabische equivalent van dit woord – khaliel-oellaah – is exclusief verbonden met Abraham (vrede zij met hem). Dit betekent echter niet dat de anderen niet de “vrienden” van Allah de Meest Barmhartige zijn.

Kaliemoel-laah (iemand die sprak met Allah) wordt nooit gebruikt voor iemand anders dan Mozes (vrede zij met hem), maar toch geloven we dat Allah de Meest Genadevolle met meerdere van Zijn profeten heeft gesproken; inclusief Jezus en Moh’ammed (moge de vrede en zegeningen van Allah met hen zijn).

Door bepaalde titels te associëren met bepaalde personen, maakt hen dat nog niet exclusief of uniek op welke manier dan ook. We eren ze allemaal, in variërende termen.

Terwijl het goede nieuws werd aangekondigd aan Maria (zie vers 3:45 van de Qor-aan, aan het begin van dit hoofdstuk), werd haar verteld dat haar ongeboren kind “Jezus” genoemd zou worden, dat hij de Messias zou zijn, een “Woord” (# 9) van Allah, en dat… “hij zal spreken tot de mensen vanuit de wieg (#10) en als volwassene (als profeet om de mensen op te roepen tot monotheïsme) en hij zal tot de rechtschapenen behoren.” [Nederlandstalige interpretatie van soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 46.]

<<< (# 9) Dit woord – (“woord“) – zal later in dit artikel nader worden uitgelegd.>>>

<<< (#10) Jezus (vrede zij met hem) verdedigde vanuit zijn wieg zijn moeder tegen de ernstige laster en beschuldigingen van haar vijanden, die Maria beschuldigden van ontucht.>>>

Deze voorspelling kwam erg kort daarna uit. Dit kunnen we vinden in soerat Maryam (Nederlandstalige interpretatie): “Daarna bracht ze hem (de baby) naar haar volk, hem dragend. Zij zeiden: ‘O Maryam (Maria)! Bij Allah! Jij hebt werkelijk iets zeer verwerpelijks gedaan. O zuster van Haaroen (Aäron)! (#11) Jouw vader was geen slechte man en jouw moeder was geen onkuise vrouw.’” [Soerat Maryam (19), aayah 27-28.]

<<< (#11) ‘Aliy ibn Abie Talh’ah en as-Soeddiey hebben beide gezegd dat Haaroen in dit vers verwijst naar de broer van Moesaa (Mozes – vrede zij met hen beide), omdat ze van zijn nakomelingen was. Er is ook gezegd dat ze verwant was aan een rechtschapen man onder hen wiens naam Haaroen was en zij leek op hem wat betreft haar ascetisme en aanbidding. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

 


– De joden zijn verbaasd

Er komt hier geen Jozef de timmerman in voor. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden had Maria, de moeder van Jezus (vrede zij met hem), zichzelf teruggetrokken naar een afgelegen plek in het oosten (zie aayah 19:16 van de Qor-aan). Na de geboorte van het kind, keert ze weer terug.

<<< (#!!!) A. Yoesoef ‘Aliy legt in de door hem vertaalde Qor-aan (Engels) hierbij uit: “De verbazing van de mensen kende geen grenzen. In elk geval waren ze bereid het ergste van haar te denken, omdat ze voor een tijdje uit de omgeving van haar familie was verdwenen; maar nu komt ze schaamteloos terug met een baby in haar armen! Wat had ze het huis van Haaroen (Aäron) ten schande gemaakt; de bron van het priesterschap!” “Zuster van Haaroen”: Maria wordt aan haar afstamming herinnerd en de voortreffelijke zeden van haar vader en moeder. Wat was ze diep gezonken, zo zei men, en wat had ze de naam van haar voorvaders te schande gemaakt!>>>

Wat kon Maria doen? Hoe kon ze het uitleggen? Zouden zij, in hun bedillende gemoedstoestand haar uitleg aanvaarden? Het enige wat ze kon doen was naar het kind wijzen, dat, zoals ze wist, geen gewoon kind was. En het kind redde haar uit deze situatie; door een wonder sprak hij, verdedigde zijn moeder en predikte tot een ongelovig publiek, zoals we in de Edele Qor-aan kunnen lezen (Nederlandstalige interpretatie): “Daarop wees ze naar hem (de baby). Zij zeiden: ‘Hoe kunnen wij spreken tot iemand die nog een kind in de wieg is?’ Hij (‘Iesaa – Jezus) zei: ‘Waarlijk, ik ben een dienaar van Allah. Hij gaf mij het Boek en maakte mij een profeet. (#12) En Hij maakte mij gezegend (#13), waar ik ook ben, en Hij beval mij as-salaah (het gebed) en de zakaah (de verplichte liefdadigheid), zolang ik leef. En eerbiedigend jegens mijn moeder (#14) en Hij maakte mij niet hoogmoedig, ongelukkig. En de vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd en de dag dat ik sterf en de dag dat ik tot leven opgewekt zal worden (#15).’” [Soerat Maryam (19), aayah 29-33.]

<<< (#12) Het eerste wat Jezus (vrede zij met hem) zei was een verklaring van de verheven eer en tawh’ied (eenheid) van zijn Heer, en hij bevestigde dat hij slechts een aanbidder is van zijn Heer en niet deelt in de goddelijkheid. Dit was tevens een verklaring van de onschuld van zijn moeder betreffende de afgrijselijke daad waar zij van werd beschuldigd.>>>

<<< (#13) D.w.z. die voordeel brengt voor de mensen, onderwijzer van het goede, uitnodiger naar het goede en verbieder van het verwerpelijke. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)>>>

<<< (#14) Dit is o.a. een weerlegging van de valse beschuldigingen en laster aan het adres van Jezus (vrede zij met hem), die zich, bijvoorbeeld, volgens Johannes 2:4 onbeschaamd gedraagt tegenover zijn moeder Maria en haar respectloos aangesproken zou hebben met “vrouw” (#C), en om nog meer zout in de wond te wrijven, wordt er geschreven dat hij tegen haar gezegd zou hebben: “Wat heb ik met jou van doen!?”

(#C) Waarschijnlijk hebben de vertalers van De Nieuwe Bijbelvertaling dit ook als afkeurend beoordeeld, want zij hebben het gewoon weggelaten in hun vertaling!>>>

<<< (#15) Dit is zijn bevestiging dat hij slechts een schepsel is, geschapen door Allah de Almachtige, en dat hij zoals elk ander schepsel geboren is, zal sterven en weer tot leven gewekt zal worden.>>>

 


7.) Zijn eerste wonderen

Aldus verdedigde Jezus (vrede zij met hem) zijn moeder tegen de ernstige laster en beschuldigingen van haar vijanden. Dit is het allereerste wonder dat in de Heilige Qor-aan aan Jezus (vrede zij met hem) wordt toegeschreven, dat hij vanuit de wieg als een zuigeling sprak.

Vergelijk dit eens met zijn eerste wonder in de christelijke Bijbel, dat pas geschiedde toen hij ouder dan dertig jaar was: “En de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aanwezig: en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ En Jezus zei tegen haar: ‘Vrouw! Wat heb ik met jou van doen!? Mijn uur (tijd) is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de bedienden: ‘Wat hij ook tegen jullie zal zeggen, doe het.’ Nu waren daar, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, zes waterkruiken van steen geplaatst, elk bevatte twee of drie metreten (#16). Jezus zei tegen hen: ‘Vul de waterkruiken met water.’ En zij vulden ze tot aan de rand. En hij zei tegen hen: ‘Schep nu en draag dat naar de ceremoniemeester.’ En zij droegen het. Toen de ceremoniemeester het water proefde dat wijn geworden was, en niet wist van waar het kwam (maar de bedienden die het water gedragen hadden, wisten het wel), riep de ceremoniemeester de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet eerst de goede wijn voor; en als (men) overvloedig gedronken heeft, (dan) hetgeen wat minder is: jij (echter) hebt de goede wijn tot nu bewaard.’ Dit begin van zijn tekenen (wonderen) heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea…” (Johannes 2:1–11.)

<<< (#16) Metreta: een oude Griekse eenheid voor vloeistoffen, equivalent aan 37,4 liter.>>>

Sinds dit wonder heeft wijn gevloeid als water in het Christendom. Menig dwaas beredeneert dat wat goed was voor zijn leraar, ook goed genoeg is voor zichzelf. “Jezus was geen spelbreker,” zeggen ze. “Maakte hij geen goede sterke wijn, dat zelfs de beschonken personen, degenen wier verstand was versuft, het verschil konden merken? – Dat het beste tot het laatste was bewaard.”

Dit was niet slechts vruchtensap. Het was dezelfde W-I-J-N die, volgens de christelijke Bijbel, de dochters van Lot (vrede zij met hem) in staat stelden hun vader te verleiden. [Zie Genesis 19:32-33. Dit staat zo in de Bijbel, maar een oprechte moslim kan en mag dit NOOIT geloven! Dit is slechts één van de vele lasteringen die in de Bijbel staan over de edele profeten (vrede zij met hen) en zelfs over de Almachtige Allah!!! -vert.] Het was dezelfde W-I-J-N die de christen wordt geadviseerd te vermijden: “En verdwaas jezelf niet met wijn…” (Efeziërs 5:18.)

Het is die “onschuldige” (?) 1% alcoholpercentage die uiteindelijk miljoenen de goot in helpt. Amerika heeft 11 miljoen dronkaards, te midden van 70 miljoen born-again christenen! De Amerikanen noemen hun dronkaards “probleemdrinkers”.

In Zuid-Afrika worden ze “alcoholisten” genoemd; dronkaard is een te sterke uitdrukking voor mensen om te verdragen. Maar de minister-president van Zambia, Dr. Kenneth Kaunda, heeft er geen moeite mee de dingen bij hun naam te noemen. Hij zegt: “Ik ben niet bereid een land vol dronkaards te leiden”, verwijzend naar zijn eigen mensen die sterke drank consumeren.

Of het water nu rood werd of niet, we kunnen Jezus (vrede zij met hem) of zijn volgelingen niet kwalijk nemen voor de drinkgewoonten van zijn tijdgenoten. Want hij had terecht gesteld: “Ik heb nog vele dingen te zeggen tegen jullie, maar jullie kunnen ze nu niet verdragen.”

[Lees Johannes 16:12-14. Dit vers uit het Evangelie volgens Johannes is net als de andere voorspellingen van Jezus (vrede zij met hem) (zie bijv. Johannes 14:15-16) overvloedig uitgekomen in de persoon van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)!]

De mensheid had nog niet de fase bereikt om de gehele islamitische waarheid te ontvangen. Heeft hij ook niet gezegd: “Noch doet men jonge wijn in oude wijnzakken…” (Matteüs 9:17.)

<<< In Soenan Abie Daawoed (3189) is overgeleverd dat Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘…Allah vervloekte alcohol, degene die het drinkt, degene die het inschenkt, degene die het verkoopt, degene die het koopt, degene die het perst (produceert), degene voor wie het geperst wordt, degene die het draagt en degene naar wie het gedragen wordt en degene die de prijs daarvan opstrijkt.’” (Door sheikh al-Albaanie als sah’ieh’ geclassificeerd in Sah’ieh’ Abie Daawoed, 2/700.) Er zijn vele ah’aadieth en verslagen die aangeven dat alcohol nadrukkelijk verboden is en dat het de moeder van alle kwaadaardigheden is; eenieder die in deze zonde valt, het zal hem leiden naar andere slechte daden. In de Bijbel lezen we o.a.: “Wijn maakt je een spotter, sterke drank een braller: en wie zich daardoor laat misleiden (door er aan toe te geven) is niet wijs.” (Spreuken 20:1.) En: “Let dus op dat gij behoedzaam wandelt (d.w.z. handelt), niet als dwazen, maar als wijzen, de tijd waarmakend (benuttend), want de dagen zijn (vol) kwaad. Wees dus niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Wil van de Heer is (en geef je daaraan over = Islaam). En verdwaas jezelf niet met wijn (alcoholische dranken of drugs), wat leidt tot losbandigheid…” (Efeziërs 5:15-18.) Zie ook o.a. Spreuken 23:20-21, Spreuken 31:4-7 en Hosea 4:10-11. Zie het artikel Kun jij de verleiding van C2H5OH weerstaan?>>>

 


– Moeder of vrouw?

Volgens (het Evangelie naar) Johannes, waarin de bruiloft in Kana wordt beschreven, wordt ons verteld dat Jezus (vrede zij met hem) zich onbeschaamd gedraagt tegenover zijn moeder (zie vers 4). Hij noemt haar respectloos “vrouw” (#17), en om nog meer zout in de wond te wrijven, wordt er geschreven dat hij zegt: “Wat heb ik met jou van doen!?” Zou hij misschien vergeten zijn dat deze “vrouw” hem negen maanden lang had gedragen, en misschien wel twee jaar lang de borst had gegeven, en eindeloze beledigingen en krenkingen had moeten verdragen voor hem? Is ze niet zijn moeder? Is er in zijn taal geen woord voor “moeder”?

<<< (#17) Waarschijnlijk hebben de vertalers van De Nieuwe Bijbelvertaling dit ook als afkeurend beoordeeld, want zij hebben het gewoon weggelaten in hun vertaling! Zo hebben zij ook, bijvoorbeeld, Deuteronomium 18:18 – “Ik zal van onder hun broeders een profeet doen verschijnen…” – meervoudig gemaakt: “Ik zal in hun midden profeten laten opstaan…”. We hebben in “Mohammed in de Bijbel” gezien dat “profeet” in Deuteronomium 18:18 verwijst naar Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Maar door “profeet” te veranderen in “profeten”, verandert de betekenis. Zo worden stapsgewijs betekenissen weggemoffeld en verdraaid. Terecht geeft de Bijbel zelf aan: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers hebben valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.)”>>>

Hoe gek het ook mag lijken, terwijl de missionarissen opscheppen over de nederigheid, zachtmoedigheid en lankmoedigheid van hun meester (ze noemen hem de “Prins van de Vrede”, en ze zingen dat “hij tot het slachtblok werd geleid als een lam, en als een schaap dat voor zijn scheerder zwijgzaam is; hij deed zijn mond niet open”), ze toch tegelijkertijd trots vermelden dat hij altijd klaarstond met scheldwoorden voor de ouderlingen van zijn ras en altijd hunkerde om stennis te schoppen; dat wil zeggen, als hun verslagen kloppen:

“Gij huichelaars!”
“Gij goddeloze en overspelige generatie!”
– “Gij witgepleisterde graven!”
“Gij addergebroed (tuig)!”
– en dan nu tegen zijn eigen moeder: “Vrouw…”

 


– Jezus verdedigd

Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), de boodschapper van Allah, heeft de opdracht gekregen om deze valse beschuldigingen en laster van Jezus’ vijanden te weerspreken (Nederlandstalige interpretatie): (Jezus zei:) “En (Allah maakte mij) eerbiedigend jegens mijn moeder (#18), en Hij maakte mij niet hoogmoedig, ongelukkig.” [Soerat Maryam (19), aayah 32.]

<<< (#18) Er zijn talrijke overleveringen die ons bevelen om goed te zijn jegens onze ouders. We zullen er hier slechts één melden. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Er kwam een man naar Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zei: ‘O boodschapper van Allah! Wie heeft het meeste recht om door mij het beste behandeld te worden?’ De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) antwoordde (Nederlandstalige interpretatie): ‘Jouw moeder.’ De man zei: ‘Wie is de volgende?’ Het antwoord van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) verbaasde de man: ‘Jouw moeder,’ zei de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) weer. ‘Wie is de volgende?,’ vroeg de man nogmaals. ‘Jouw moeder,’ gaf de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) voor de derde maal antwoord. De man begreep hierdoor dat zijn moeder heel belangrijk is, daarom stelde hij zijn vraag nu anders: ‘Als ik mijn plicht tegenover mijn moeder gedaan heb, wie komt er dan na haar?,’ informeerde hij. Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: ‘Jouw vader.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)>>>

Op het ontvangen van het goede nieuws dat er een rechtschapen zoon op komst was (zie Qor-aan 3:45), antwoordt Maria (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (Maria) zei: ‘Mijn Heer! Hoe kan ik een jongen krijgen terwijl geen mens mij heeft aangeraakt?’ Hij (de engel) zei: ‘Zo zal het zijn, want Allah schept wat Hij wil. Wanneer Hij een zaak besloten heeft, dan zegt Hij er slechts tegen: ‘Wees!’ – waarna het is. En Hij (Allah) zal hem (Jezus) het schrijven en al-h’ikmah (de wijsheid – d.w.z. het begrip betreffende de religie en wetten) en at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie) onderwijzen (#19).’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 47-48.] [Heb je deze aayaat al van buiten geleerd? Als dat nog niet het geval is, kijk dan eens aan het begin van hoofdstuk 3, en volg de instructies op. Het is een systeem dat voor mij altijd werkt. Nu geen smoesjes meer alsjeblieft.]

<<< (#19) Er is een gangbaar misverstand over de Thora (at-Tawraat) en het Evangelie (al-Indjiel), want mensen beschouwen over het algemeen de Pentateuch (de eerste vijf boeken van het Oude Testament) als de Thora, en de Evangeliën (de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament) als de Indjiel. Maar de Thora die de Qor-aan bevestigt is niet de Pentateuch, maar ligt daarin vervat; en de Indjiel is niet “de vier Evangeliën” maar de naam van die geïnspireerde dialogen en uitspraken die Jezus (vrede zij met hem) uitte als profeet tijdens de laatste jaren van zijn leven. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

 


8.) Qor-aanische en Bijbelse versies


– Ontmoeting met de eerwaarde

Ik hoop dat je het advies van hierboven serieus hebt genomen. Ik probeer in de praktijk te brengen wat ik predik. In overeenstemming met mijn advies aan jullie, heb ik ook zelf de verzen van buiten geleerd. Mogelijkheden om ze te gebruiken hebben zich veelvuldig voorgedaan.

Zo was ik bijvoorbeeld op bezoek in het Bible House in Johannesburg. Terwijl ik door de stapels Bijbels en religieuze boeken snuffelde, pakte ik er een Indonesische Bijbel tussenuit, en had ik net een Grieks/Engels Nieuw Testament in mijn handen, een groot, duur exemplaar. Ik had niet in de gaten dat ik werd bekeken door de inspecteur van het Bible House. Nonchalant liep hij op me af. Misschien dat mijn baard en mijn islamitische hoofdbedekking aantrekkingskracht uitoefende en een uitdaging was?

Hij informeerde naar mijn interesse in dat kostbare exemplaar. Ik legde uit dat ik zo’n boek nodig had, als student in de vergelijking van religies. Hij nodigde mij uit om thee met hem te komen drinken in zijn kantoortje. Het was erg aardig van hem en ik nam het aanbod aan.

Tijdens het kopje thee legde ik hem het moslimgeloof in Jezus (vrede zij met hem) uit. Ik legde aan hem de verheven positie van Jezus (vrede zij met hem) in het Huis van de Islaam uit. Hij leek nogal sceptisch over hetgeen ik hem vertelde. Ik stond versteld van zijn schijnbare onwetendheid, omdat alleen gepensioneerde geestelijke heren inspecteur kunnen worden van een Bible House in Zuid-Afrika.

Ik begon aayah (vers) 42 van soerah (hoofdstuk) 3 voor te dragen (Nederlandstalige interpretatie): “En (gedenk) toen de engelen zeiden: ‘O Maryam (Maria)! Waarlijk, Allah heeft jou uitverkoren…’” Ik wilde dat de eerwaarde niet alleen naar de betekenis van de Qor-aan luisterde, maar ook naar de klanken van haar ritme toen het in het Arabisch werd voorgedragen. Eerwaarde Dunkers (zo was zijn naam) ging achterover zitten en luisterde met verzonken aandacht naar Allahs Kalaam (Woord).

Toen ik het einde van aayah 49 had bereikt, maakte de dominee de opmerking dat de Qor-aanische boodschap hetzelfde was als die van zijn eigen Bijbel. Hij zei dat hij geen verschil zag tussen wat hij geloofde als een christen, en wat ik aan hem had voorgedragen. Ik zei: “Dat is waar.” Als hij deze verzen enkel in het Engels was tegengekomen zonder hun Arabische evenbeeld, naast elkaar, was hij in nog geen honderd jaar in staat geweest te raden dat hij uit de Heilige Qor-aan aan het lezen was.

Als hij een protestant was geweest, zou hij gedacht hebben dat hij de rooms-katholieke versie aan het lezen was, als hij die nog nooit gezien had, of de versie van de Jehova’s Getuigen of Grieks-orthodoxe, of de honderd-en-één andere versies die hij nog nooit gezien had; maar hij zou nooit geraden hebben dat hij de Koranische versie aan het lezen was. De christen zou hier, in de Qor-aan, alles over Jezus (vrede zij met hem) lezen wat hij zou willen horen, Maar met een zeer nobel, verheven en subliem taalgebruik. Hij zou het niet kunnen helpen erdoor ontroerd te worden.

In deze acht verzen van 3:42 t/m 3:49 wordt ons verteld dat Maria, de moeder van Jezus (vrede zij met hem), een deugdzame vrouw was en geëerd boven de vrouwen van alle werelden; dat alles wat gezegd was, Allahs eigen Openbaring aan de mensheid was; dat Jezus (vrede zij met hem) het “Woord” van Allah was; dat hij de gezalfde was waar de Joden op hadden gewacht; dat Allah de Alwijze deze Jezus (vrede zij met hem) kracht zou geven om wonderen te verrichten, zelfs in zijn kindertijd; dat Jezus (vrede zij met hem) op wonderbaarlijke manier geboren was, zonder enige mannelijke tussenkomst; dat Allah de Alwetende hem een Openbaring zou brengen; dat hij leven aan de doden zal geven met Allahs Toestemming; en dat hij de blindgeborenen en melaatsen zal genezen met de Toestemming van Allah etc.

 


– Hemel en aarde

De meest geestdriftige christen kan tegen geen enkele verklaring of woord hier protesteren. Maar het verschil tussen de Bijbelse en Koranische vertellingen is als het verschil tussen hemel en aarde. “Voor mij zijn ze hetzelfde, wat is het verschil?,” vroeg de eerwaarde.

Ik weet dat in essentie de beide verhalen overeenkomen in hun details, maar wanneer we ze wat kritischer gaan onderzoeken, zullen we ontdekken dat het verschil tussen de twee versies duizelingwekkend is.

Vergelijk nu de wonderbaarlijke manier van zwanger worden zoals dat in de Heilige Qor-aan (3:47) is aangekondigd, met wat de Bijbel zegt: “…Toen zijn moeder Maria al verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat zij verenigd waren, zwanger te zijn door de heilige geest.” (Matteüs 1:18.)

 


– Meester toneelspeler

De eminente Billy Graham uit Amerika, dramatiseerde dit vers ten overstaan van 40.000 mensen in het King Park, Durban. Met zijn wijsvinger in de lucht en zijn uitgestrekte arm van links naar rechts zwaaiend, zei hij: “En de Heilige Geest kwam en maakte Maria zwanger!” Aan de andere kant vertelt Lucas precies hetzelfde, alleen dan minder grof. Hij zegt, dat wanneer de aankondiging gedaan was, Maria van streek werd. Haar natuurlijke reactie was: “…Hoe zal dit geschieden, aangezien ik geen man (seksueel) ken?” (Lucas 1:34.)

De Koranische vertelling is (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (Maria) zei: ‘Mijn Heer! Hoe kan ik een jongen krijgen terwijl geen mens mij heeft aangeraakt?’…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 47.]

In essentie is er geen verschil tussen de twee uiteenzettingen “aangezien ik geen man (seksueel) ken” en “terwijl geen mens mij heeft aangeraakt”. Beide aanhalingen hebben een zelfde betekenis. Het is gewoonweg een keus van andere woorden, die hetzelfde betekenen. Maar de respectievelijke antwoorden op Maria’s verontschuldiging in de twee Boeken (de Qor-aan en de Bijbel) verraden iets anders. De Bijbel zegt: “En de engel antwoordde haar en zei tegen haar: ‘De heilige geest zal over jou komen, en de macht van de Hoogste zal jou overschaduwen…’” (Lucas 1:35.)

Kun je niet zien dat je de atheïst, de scepticus of de agnosticus een stok in zijn handen geeft om jou mee te slaan? Zij kunnen wel eens vragen: “Hoe kwam de heilige geest over Maria?” “Hoe overschaduwde de Hoogste haar?” Wij weten dat het letterlijk gezien dat niet betekent, maar dat het een onbevlekte bevruchting was, maar de taal die hier wordt gebruikt is onsmakelijke straattaal, ben je het daar niet mee eens!?

Vergelijk dit eens met het taalgebruik in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “…Hij (de engel) zei: ‘Zo zal het zijn, want Allah schept wat Hij wil. Wanneer Hij een zaak besloten heeft, dan zegt Hij er slechts tegen: ‘Wees!’ – waarna het is.’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 47.]

Dit is het moslimbegrip van Jezus’ geboorte. Om een Jezus te scheppen, zonder menselijke vader, hoeft Allah de Verhevene het slechts te wensen. Als hij een miljoen Jezussen zonder vader of moeder wil scheppen, hoeft hij ze enkel te wensen, en ze bestaan. Hij hoeft geen zaadjes te nemen en ze over te dragen, zoals mensen of dieren, door aanraking of kunstmatige inseminatie. Hij wenst alles in bestaan met Zijn bevel: “Wees!” en “het is.”

Ik herinnerde de eerwaarde eraan: “Er is niets nieuws aan wat ik u nu vertel.” Het wordt gezegd in het allereerste boek van uw Bijbel, Genesis 1:3: “En God zei: ‘Laat er licht zijn’, en er was licht.” Dit is hoe wij het woord “WEES!” begrijpen, dat Hij alles in bestaan wenste.

“Welke van deze twee versies over de geboorte van Jezus (vrede zij met hem), die van de Qor-aan of de Bijbel, zou u liever aan uw dochter geven?,” vroeg ik de inspecteur van het Bible House. Hij boog zijn hoofd neer in nederigheid en gaf toe: “Die van de Qor-aan.”

Hoe kan een “vervalsing” of een “imitatie” (waar de Qor-aan van beschuldigd wordt) beter zijn dan de “echte” en “originele” Bijbel? Dat kan nooit zo zijn, tenzij deze openbaring aan Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is wat het zelf zegt te zijn, namelijk: het zuivere en heilige Woord van Allah! Er zijn honderd verschillende proeven die de onbevooroordeelde zoeker naar waarheid op de Heilige Qor-aan kan toepassen, en ze zullen met vlag en wimpel aantonen dat het een boodschap van “Hogerhand” is.

 


9.) Zoals Adam

Maakt de wonderbaarlijke geboorte van Jezus (vrede zij met hem) hem een god of een “verwekte” zoon van God? “Nee!,” zegt de Heilige Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, de gelijkenis (van het scheppen) van ‘Iesaa (Jezus) bij Allah is zoals de gelijkenis (van het scheppen) van Aadam (Adam). Hij schiep hem van aarde (#20), vervolgens zei Hij tot hem: ‘Wees!’ – waarna hij was.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 59.]

<<< (#20) “Geschapen van aarde” wil zeggen uit levenloze onbewuste substanties die gevonden worden in hun elementaire vormen op en in de aarde, zoals koolstof, calcium, natrium en enkele andere vergelijkbare elementen. Door verbindingen van deze elementen is er een wonderbaarlijk wezen voortgebracht, de mens, en in hem zijn enorme vermogens geplaatst, zoals gevoelens, bewustzijn, fantasie, een geweten… Het verwijst ook naar de voortdurende transmutatie van deze substanties – door middel van inname van uit de grond voortkomend en in de grond groeiend voedsel – in reproductieve cellen. Hiermee wordt de nederige oorsprong van de mens benadrukt, en dat de mens vandaar dank verschuldigd is aan God omdat Hij hem begiftigd heeft met een denkende ziel. (Uit The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.)>>>

<<< A. Yoesoef ‘Aliy legt bij dit vers uit, in de door hem naar het Engels vertaalde (interpretatie van de) Qor-aan: “Na de beschrijving van de hoge positie die Jezus (vrede zij met hem) als profeet bekleedt (in voorgaande verzen) hebben we een verwerping van het dogma dat hij god was, of de zoon van God, of iets meer dan een mens. Als er gezegd wordt dat hij zonder menselijke vader geboren is, moet men weten dat Adam (vrede zij met hem) ook zo geboren was. Adam (vrede zij met hem) is zelfs zonder menselijke vader EN moeder geboren. (#D) Wat onze lichamen betreft; zij zijn louter stof. In het Zicht van Allah de Verhevene was Jezus net zo stoffelijk als Adam (vrede zij met hen) of zoals de gehele mensheid dat is.

(#D) En wat is dan het verschil tussen Jezus en Izaak en Johannes (vrede zij met hen)? Zij allen werden geboren zonder genetisch materiaal van een vader (zaadcel). (Zie Genesis 11:30 en Lucas 1:7.)>>>

De grootsheid van Jezus (vrede zij met hem) ontstond uit het goddelijke bevel “Wees!,” omdat hij daarna, meer dan enkel stof, ook een grote spirituele leermeester en leider was.” De logica hiervan is, is dat als Jezus (vrede zij met hem) gelijkgesteld wordt aan Allah omdat hij is geboren zonder vader, dat Adam (vrede zij met hem) dan nog een veel groter recht zou hebben op zo’n eer, en dit zou geen christen toegeven. En aldus is de moslim verplicht de christelijke godslastering te verwerpen. Als de christen verder spijkers op laag water zoekt door te beargumenteren dat Adam “geschapen” was van het stof der aarde, terwijl Jezus onbevlekt was “verwekt” in de baarmoeder van Maria, laten wij hem er dan aan herinneren dat er, volgens zijn eigen valse maatstaven, er in zijn eigen Bijbel nog een persoon is die groter is dan Jezus (vrede zij met hem). Wie is deze “superman”? “Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, die Abraham ontmoette… heeft geen vader, geen moeder, geen stamboom, heeft geen begin van dagen noch einde van leven…” (Hebreeën 7:1&3.)

Hier is een kandidaat voor de Goddelijkheid zelf, omdat alleen de Almachtige Allah deze eigenschappen kan bezitten. (#21) Adam (vrede zij met hem) had een begin (in de Tuin), Jezus (vrede zij met hem) had een begin (in de stal); Adam (vrede zij met hem) had een einde, en zoals de christenen beweren, Jezus (vrede zij met hem) ook (“en hij gaf de geest”). Maar waar is Melchisedek? Is hij misschien ergens een winterslaap aan het houden zoals Doornroosje? En wat is deze “Hebreeën”?

<<< (#21) Om dit goed te praten, stellen sommige christenen valselijk dat Melchisedek een symbolisch beeld is van de komende Messias. Maar Melchisedek leefde in de tijd van Abraham (vrede zij met hem) (zie Hebreeën 7:1) en er is over hem o.a. gezegd: “En Melchisedek, koning van Salem, liet brood en wijn brengen: en hij was een priester van God de Meest Hoge. En hij zegende hem (Abraham)…” (Genesis 14:18-19.)>>>

 


10.) Paulus

St. Paulus, de zelfbenoemde dertiende apostel van Jezus (vrede zij met hem). Jezus (vrede zij met hem) had twaalf apostelen, maar één van hen (Judas) had de duivel in zich. Dus moest de vacature worden opgevuld, omdat er twaalf tronen in de hemel stonden, die door zijn discipelen moesten worden bezet om over de stammen van Israël te oordelen (zie Lucas 22:30). Saul was een afvallige jood, en de christenen veranderden zijn naam in “Paul(us)”, waarschijnlijk omdat “Saul” te joods klinkt. Deze St. Paulus maakte zo’n grote puinhoop van de leer van Jezus (vrede zij met hem), dat hij voor zichzelf de op één na meest begeerde plaats verwierf van de “meest invloedrijke personen uit de geschiedenis” in het monumentale werk van Michael H. Hart uit 1978: “De 100” of “De Top Honderd” of de “Honderd Grootsten uit de Geschiedenis”. Paulus is zelfs invloedrijker dan Jezus (vrede zij met hem), omdat volgens Michael H. Hart, Paulus de ECHTE stichter was van het hedendaagse Christendom. (Zie Islam en Christendom in de Bijbel.) De eer om het Christendom te stichten moest gedeeld worden tussen Paulus en Jezus (vrede zij met hem), en Paulus won omdat hij meer boeken van de Bijbel schreef dan enige andere schrijver, terwijl Jezus (vrede zij met hem) geen enkel woord heeft geschreven. Paulus had geen inspiratie nodig om zijn buitensporige overdrijvingen hier en in de rest van zijn brieven te schrijven. (#22) Had Hitlers minister van propaganda (Goebbels) niet gezegd: “Hoe groter de leugen, hoe eerder het geloofd wordt.” Maar het verbazingwekkende aan deze overdrijving is dat het lijkt alsof geen enkele christen het heeft gelezen. Het leek wel of elke geleerde persoon aan wie ik dit vers voor het eerst liet zien, hij het voor de eerste keer zag. Zij blijken sprakeloos, zoals is beschreven in de passende woorden van Jezus (vrede zij met hem) in de Bijbel: “…want ziende zien zij niet, en horende horen zij niet, noch begrijpen zij.” (Matteüs 13:13.) De Heilige Qor-aan bevat ook een vers, welke deze veelvoorkomende ziekte passend beschrijft (Nederlandstalige interpretatie): “(Zij zijn) doof (en kunnen de leiding dus niet horen), stom (waardoor zij de woorden die hen tot voordeel zijn niet uit kunnen spreken), en blind (in absolute duisternis en dwaling), dus keren zij niet terug (naar het rechte pad waarop zij voorheen verkeerden).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 18.]

<<< (#22) Paulus is te vergelijken met ‘Abdoellaah ibn Saba-e, een hypocriete jood die zich voordeed als een vrome moslim. Zijn enige doel was de vernietiging van de Islam van binnen uit. Door zijn complotten zijn er verschillende sekten ontstaan, maar door de Genade van Allah is er nog altijd een groep die zich vasthoudt aan de zuivere Islam: Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah: degenen die de pure Soennah (weg, manier, voorbeeld) van de boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) volgen en die zich aansluiten bij de gemeenschap van de oprechte moslims die de juiste methodologie (menhadj) hanteren, oftewel de selefiyyah, die het begrip van de selef [de eerste drie generaties van de moslimgemeenschap, dus de sah’aabah (de metgezellen van de profeet – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), hun volgelingen (de taabi’ien) en de leerlingen daarvan] aangaande de Islaam volgen. Mogelijk is dat ook het doel van Paulus “de Apostel” geweest, die van binnenuit het Christendom wilde vernietigen en ook daadwerkelijk vernietigd heeft. Uit joodse ouders geboren was Paulus aanvankelijk een felle bestrijder van Jezus (vrede zij met hem) en zijn volgelingen, die door ongelovigen ‘christenen’ (volgelingen van Christus) werden genoemd. Daarna gedroeg hij zich als een volgeling van Jezus (vrede zij met hem) maar heeft de leringen van Jezus (vrede zij met hem) volledig veranderd. Paulus heeft (tussen ca. 50 n.C. en 60 n.C.) talrijke brieven geschreven, waarvan sommige verloren zijn gegaan. Over de echtheid van de dertien in het Nieuwe Testament aan Paulus toegeschreven brieven heeft men vanaf de oudheid vaak gediscussieerd (!). De meeste strijd bestaat nog over de brief aan de Efeziërs, de tweede brief aan de Tessalonicenzen en de Pastorale brieven, en vrijwel alle nieuwtestamentici beschouwen de brief aan de Hebreeën als onecht. Ondanks dit staan ze wel in de Bijbel. Uit de brieven kan men o.a. de prediking en de ‘theologische opvattingen’ van Paulus opmaken, die echter de boodschap van Jezus (vrede zij met hem) tegenspreken. Door zijn ideeën zijn o.a. zondige mensen rechtvaardig verklaard doordat hij de goddelijke wetten heeft afgeschaft, de wetten waarover Jezus (vrede zij met hem) gezegd heeft: “Denk niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen; Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te implementeren (te bevestigen, uit te voeren). Want waarlijk, ik zeg tot jullie: totdat hemel en aarde vergaan, zal er op geen enkele manier een jota (het allergeringste) of tittel (punt) van de wet vergaan, totdat alles vervuld is. Wie dan zelfs één van de kleinste van deze geboden afschaft, en de mensen zo onderwijst, hij zal het kleinst gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk (het Hiernamaals): maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk.” (Matteüs 5:17-20) Dus wat is Paulus? Juist, zeer klein. Want hij heeft de wet op verschillende plaatsen in zijn brieven afgeschaft. En laat de naam Paulus, wat een Latijnse mannennaam is, nou ‘klein’ of ‘gering’ betekenen!>>>

Zie o.a. Paulus over de Bijbel: is 100% van de Bijbel geïnspireerd door God?.

 


11.) De zonen van God

De moslim maakt zwaar protest tegen de christelijke leerstelling dat “Jezus de enige verwekte zoon is; verwekt, niet gemaakt”.

Dit is wat de christen in zijn catechismus geleerd wordt te herhalen vanaf zijn kindertijd. Ik heb geleerde christenen keer op keer gevraagd wat ze nu werkelijk willen benadrukken als ze zeggen: “Verwerkt, niet gemaakt”. Zij weten, dat volgens hun eigen goddelijke (?) geschriften, God massa’s zonen heeft:

“…Adam, de zoon van God.” (Lucas 3:38.)

“…Want Ik ben een vader voor Israël, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.” (Jeremia 31:9.)

“…Jehovah zei tegen mij (David): ‘Jij bent Mijn zoon; deze dag heb Ik jou verwekt.” (Psalmen 2:7.)

“Want allen die geleid worden door de Geest van God, zij zijn zonen van God.” (Romeinen 8:14.)

[Romeinen: dit is één van de vele boeken van Paulus in de Bijbel. Laten we ieder het zijne geven; wat hij hier zegt is verstandig. Kun je niet zien dat in de taal van de Jood, elke rechtgeaarde persoon, elke Jan, Piet en Klaas die de Wil en het Plan van Allah volgde, een zoon van God was? Het was een figuurlijke omschrijvende term, die algemeen werd gebruikt onder de Joden. De christen is het met deze denkwijze eens, maar gaat verder door te zeggen: “Maar Jezus was niet zo.” Adam was GEMAAKT door Allah… Alles is GEMAAKT door Allah; Hij is de Heer van alles en iedereen. Figuurlijk gesproken is Allah daarom de “Vader” van iedereen. Maar was Jezus de “VERWEKTE” zoon van Allah, en niet een GESCHAPEN zoon van Allah?]

In de veertig jaar van mijn praktijkervaring in het spreken met geleerde christenen, heeft er geen één zijn mond opengedaan om te wagen een uitleg te geven van de zin: “Verwekt, niet gemaakt.” Het was een Amerikaan die het waagde het uit te leggen. Hij zei: “Het betekent: gedekt door God.” “WAT!?,” explodeerde ik, “GEDEKT door God!?” “Nee, nee,” zei hij, “ik probeer alleen de betekenis uit te leggen, ik geloof niet dat God echt een zoon had voortgebracht als een dier.”

De verstandige christen zegt dat de woorden niet letterlijk betekenen wat er staat. Maar waarom zeg je het dan? Waarom creëer je onnodig een conflict tussen de 1,2 miljard christenen en de ruim 1 miljard moslims in de wereld door zinloze uitlatingen te doen?

De moslim protesteert tegen het woord “verwekt”, omdat dat een dierlijke daad is, die tot de lagere dierlijke functie van seks behoort. Hoe kunnen we zo een platte functie toeschrijven aan Allah de Verhevene? Figuurlijk gesproken zijn we allemaal de kinderen van Allah, de goeden en de slechten, en Jezus (vrede zij met hem) zou nog veel eerder de zoon van Allah zijn dan wie van ons ook, omdat hij meer trouw aan Allah zou zijn dan ooit iemand van ons zou kunnen zijn. Als we het zo bekijken is hij de zoon van Allah bij uitstek. Hoewel dit verderfelijke woord “verwekt” nu zonder complimenten uit de “MEEST NAUWKEURIGE” versie van de Bijbel is gegooid (de R.S.V.), blijft de geest ervan nog steeds in de christelijke gedachten hangen; bij zowel blank als zwart. Door zijn verraderlijke hersenspoeling is de blanke man gemaakt zich superieur te voelen ten aanzien van zijn zwarte christelijke broeder van dezelfde kerk en stroming. En de kleurling is op zijn beurt een blijvende inferioriteit toebedeeld door dit dogma.

[R.S.V. = Revised Standard Version, waarvan de krant van de Church of England beweert dat het de zuiverste versie is die geproduceerd is in deze eeuw. Deze Bijbel voert terug naar de “aller-oudste” manuscripten, van zo’n 200 á 300 jaar na Jezus (vrede zij met hem).]

 


12.) Gehersenspoelde inferioriteit

Het menselijke verstand kan het niet helpen dat aangezien de “verwekte zoon” van een Afrikaan op een Afrikaan zal lijken, en die van een Chinees op een Chinees, en die van een Indiaan op een Indiaan, zo zou ook de “verwekte” zoon van God natuurlijk op God moet lijken.

Miljarden prachtige portretten en replica’s van deze “ENIGE VERWEKTE ZOON” (?) van Allah worden de mensen in hun handen geduwd. Hij lijkt op een Europeaan met blond haar, blauwe ogen en knappe gelaatstrekken, zoals die ene die ik zag in The King of Kings of The Day of Triumph of Jesus of Nazareth.

Kent u (de Amerikaanse acteur) Jeffrey Hunter nog, die Jezus speelde in de film King of Kings? De “VERLOSSER” van de christen lijkt met zijn wipneus meer op een Germaan dan op een Jood. Dus als de zoon een blanke is, dan zou de vader natuurlijkerwijs ook een blanke zijn (God!?). Vandaar dat de donkergekleurdere rassen op aarde in hun onderbewustzijn een diepgeworteld gevoel van inferioriteit in hun ziel hebben als de “stiefkinderen” van God. Geen enkel zalfje, huid-verlichter en haar-ontkroezer zal deze inferioriteit opheffen. Allah de Verhevene is niet zwart, noch blank. Hij is een spirituele Macht, voorbij het menselijke voorstellingsvermogen. Breek de geestelijke boeien van een blanke man-god, en je zult de boeien van een blijvende inferioriteit hebben gebroken.

Maar intellectuele slavernij is moeilijker te verbrijzelen: de slaaf vecht namelijk zelf voor het behoud ervan!

 


13.) Antwoord op christelijke dilemma’s

Jezus in de Islam” is in feite “Jezus in de Koran”: en de Heilige Koran (Qor-aan) heeft een afdoend antwoord op elke christelijke afdwaling. De Qor-aan spreekt Jezus (vrede zij met hem) vrij van alle valse beschuldigingen van zijn vijanden, als ook de misplaatste verdwazing van zijn volgelingen. Zijn vijanden beweren dat hij godslastering heeft begaan door goddelijkheid voor zich op te eisen. Zijn afgedwaalde volgelingen beweren dat hij goddelijkheid bekende, maar dat was geen godslastering, omdat hij God was. Wat zegt de Qor-aan hierover? Sprekende tegen zowel de joden als de christenen, zegt Allah de Verhevene in soerah 4, aayah 171 (Nederlandstalige interpretatie): “O mensen van het Boek (christenen)! Overdrijf niet in jullie religie (#23) en zeg slechts de waarheid over Allah. Waarlijk, al-Masieh’ (de Messias), ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), was een boodschapper van Allah en (geschapen door) Zijn Woord [of Bevel (#24)] dat Hij aan Maryam zond en een ziel door Hem geschapen (#25); dus geloof in Allah (als Enige Ware God) en Zijn boodschappers (waaronder Jezus) en zeg niet dat Allah drie is [een drie-eenheid (#26)]! Houd op (met deze bewering)! Dat is beter voor jullie. Waarlijk, Allah is één God, Verheven is Hij (boven hetgeen zij Hem valselijk toeschrijven) dat er voor Hem een zoon zou zijn (#27)…”

<<< (#23) De christenen overdreven aangaande Jezus (vrede zij met hem) totdat zij hem verhieven boven het niveau dat Allah de Verhevene hem gegeven had. Zij verhieven hem van de positie van profeet naar het zijn van een god, die zij aanbaden zoals zij Allah de Almachtige aanbaden. Zij overdreven zelfs nog meer met betrekking tot degenen waarvan zij beweerden dat zij zijn volgelingen waren (waaronder Paulus), bewerend dat zij feilloos waren; aldus volgden zij elk woord dat zij zeiden, hetzij juist of vals, leiding of misleiding, waarheid of leugens. Dit is waarom Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (de joden en de christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot hun heren naast Allah genomen…” [soerat at-Tawbah (9), aayah 31), door hen te gehoorzamen in dingen die zij toegestaan of verboden verklaarden volgens hun eigen begeerten zonder dat het opgedragen is door Allah de Majesteitelijke. Imaam Ah’med leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Prijs mij niet overmatig zoals de christenen overdreven aangaande Jezus, zoon van Maria. Waarlijk, ik ben slechts een dienaar, dus zeg: Allahs dienaar en Zijn boodschapper.” Imaam Ah’med leverde over dat Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat een man eens zei: “O Moh’ammed! Jij bent onze heer en de zoon van onze heer, onze meest rechtschapen persoon en de zoon van onze meest rechtschapen persoon…” De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “O mensen! Zeg wat je moet zeggen, maar sta de satan niet toe om jullie te misleiden. Ik ben Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah, de dienaar en boodschapper van Allah. Bij Allah! Ik houd er niet van dat jullie mij verheffen boven de positie die Allah mij geschonken heeft.” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

<<< (#24) Allah de Schepper schiep Jezus (vrede zij met hem) met het Woord (Bevel) “koen (wees)” en een door Hem geschapen ziel dat Hij met de engel Gabriël (vrede zij met hem) zond naar Maria. Gabriël (vrede zij met hem) blies het leven van Jezus (vrede zij met hem) in Maria met de Toestemming van Allah, en Jezus (vrede zij met hem) kwam als gevolg tot bestaan. Dit is waarom Jezus (vrede zij met hem) een woord en een roeh’ (een door Allah geschapen ziel) genoemd wordt, omdat hij geen vader had die hem verwekte. Integendeel, hij kwam tot bestaan door het Woord (Bevel) dat Allah de Almachtige uitte: “Wees!” – waarna hij was, door de ziel die Allah de Verhevene zond met de engel Gabriël (vrede zij met hem). (Tefsier Ibn Kethier.) Hoewel er in het allereerste begin tegen de christenen verteld werd dat Jezus (vrede zij met hem) geboren is zonder een vader door het Bevel van God, werden zij zo misleid door de filosofie van (de jood) Philo (#E) van Alexandrië (20 v.Chr. – 50 n.Chr.), dat zij kalimah (bevel of woord – logos) verkeerd zijn gaan begrijpen… Vervolgens verlieten zij zich op de “Logos Doctrine” wat hen misleidde naar het onjuiste geloof in de goddelijke aard van Jezus (vrede zij met hem). Dit is hoe zij zijn gaan geloven dat God Zichzelf geopenbaard heeft, of Zijn eeuwige Eigenschap van Spraak in de vorm van de persoon Jezus (vrede zij met hem). (#F) (Naar Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

(#E) Philo veronderstelde dat de Bijbel naast een letterlijke betekenis ook een allegorische (symbolische) betekenis had, waarvan de laatste de belangrijkste was. In een allegorie worden abstracte begrippen voorgesteld als personen (Jaloezie, Dood, Deugd, Woord enz.). In de middeleeuwen was de allegorie voornamelijk didactisch (onderwijzend) van aard: men kon zich de begrippen als personen voorstellen en ze aldus beter begrijpen.

(#F) Christelijke theologen beschouwen de opening van het Evangelie ‘naar’ Johannes als de centrale tekst voor hun geloof dat Jezus (vrede zij met hem) God is. Het wordt vaak vertaald en begrepen als: “In het begin was er het Woord (Logos – Jezus), en het Woord (Logos – Jezus) was bij God, en het Woord (Logos – Jezus) was God.” Maar als we de islamitische uitleg volgen, begrijpen we het als volgt: “In het begin was er het Woord (Bevel: koen – wees), en het Woord (Bevel: koen – wees) was bij God, en het Woord (Bevel: koen – wees) was God.” Dit is in perfecte harmonie met o.a. Johannes 1:3: “Door het Woord (Bevel: koen – wees) is alles voortgebracht en zonder het Woord (Bevel: koen – wees) is er niets voortgebracht.” Dit is de correcte betekenis: God is de Schepper van alles, van de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten, waaronder Jezus (vrede zij met hem), die o.a. zei: “Waarom noem je mij goed? Niemand is goed behalve God.” (Marcus 10:18.)>>>

<<< (#25) Wat de Qor-aan ons hier (en in 2:253) onderwijst, werd ook exact hetzelfde onderwezen aan de christenen. Maar ook hier overdreven zij: zij zagen “een ziel van God” aan voor “de ziel van God” en verdraaide de betekenis van de Heilige Geest in “de Geest van God Zelf”, die Jezus (vrede zij met hem) binnen was gegaan. Aldus werd er een derde god – de Heilige Geest – gecreëerd, samen met God en Jezus… De verdraaiing van “een ziel van God” naar “de ziel van God” (Heilige Geest) geschiedde ondanks het feit dat volgens het Evangelie ‘naar’ Matteüs: “De engel van de Heer sprak in een droom tot hem (Jozef), zeggende: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang om Maria, jouw vrouw, bij jou te nemen: want hetgeen dat in haar verwekt is, is verwekt door de Heilige Geest.’” (Matteüs 1:20.) De engel zei niet: “…hetgeen dat in haar verwekt is, is de Heilige Geest.” En als Jezus – de Zoon – één zou zijn met de Heilige Geest (en God – de Vader), zou dat wel zo moeten zijn. (Naar Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<< (#26) Johannes 10:30 geeft aan: “…Ik en de Vader zijn één…” Beduidt dit dan een twee-eenheid, een eenheid met uitsluitsel van de Heilige Geest!? En één in wat? In hun Alwetendheid? In hun Aard? In hun Almacht? Nee, het is louter een heel onschuldige uitdrukking waarmee niet meer dan een gemeenschappelijk doel met God werd bedoeld. De drie-eenheid dient dus niet letterlijk begrepen te worden, maar figuurlijk – één in doel: “…zodat zij (alle gelovigen) allen ÉÉN zullen zijn; exact zoals U, Vader, in mij (bent), en ik in U, dat zij (alle gelovigen) ook in ons zullen zijn (figuurlijk, niet letterlijk): dat de wereld zal geloven dat U mij gezonden hebt (als een profeet). En de heerlijkheid (leiding, boodschap, waarheid) die U mij gegeven hebt (d.m.v. openbaring, inspiratie), heb ik aan hen gegeven; zodat zij (alle gelovigen) ÉÉN zullen zijn (door deze leiding gezamenlijk te volgen), exact zoals wij ÉÉN zijn (figuurlijk, niet letterlijk); ik in hen, en U in mij, zodat zij (alle gelovigen) volmaakt tot ÉÉN zullen zijn (als geloofsgenoten, één gemeenschap); zodat de wereld zal weten dat U mij gezonden hebt, en hen liefheeft (omdat zij gelovigen zijn en U gehoorzamen), exact zoals U mij liefheeft (omdat ik een gelovige ben en U gehoorzaam, niet omdat ik letterlijk Uw zoon ben).” (Johannes 17:21-23.)

1 Johannes 5:7-8 laat zich lezen: ‘(7) Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de heilige Geest; en deze drie zijn één. (8) En drie zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één.’ (De NBG-vertaling 1951, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.) Dit vers is de dichtstbijzijnde benadering tot wat de christenen hun “heilige drie-eenheid” noemen. Maar van de interpolatie (toevoeging tussen haakjes) ontbreekt vóór de late vierde eeuw elk spoor. (The Interpreter’s Dictionary of the Bible, Vol. 4, p. 871.) Deze hoeksteen van het christelijke geloof is dan ook inmiddels welverdiend uit de Revised Standard Version (RSV), alsook diverse Nederlandstalige vertalingen, geschrapt waardoor ze hun Heilige Boek nog een stap dichter bij de leerstellingen van de Islam gebracht hebben. De vertaling luidt nu: “Want drie zijn er die getuigen, de Geest, en het water, en het bloed: en deze drie zijn eenstemmig (gelijkluidend, overeenstemmend).” Maar het kwaad is al geschied en christenen interpreteren nu alles dwangmatig volgens dogma’s – gebaseerd op inmiddels aangepaste teksten – die hen eeuwenlang zijn ingepeperd. Zie o.a. Eenheid versus drie-eenheid: schaakmat!.>>>

<<< (#27) Allah de Verhevene is vrij van de onvolmaaktheid inherent aan het concept van het hebben van ouders of kinderen als een expansie of verrijking van iemands eigen bestaan: Allah de Verhevene heeft niets en niemand nodig! Deze Uitspraak weerlegt niet louter de christelijke doctrine van Jezus (vrede zij met hem) als “de zoon van God”, maar benadrukt ook de logische onmogelijkheid om een dergelijk concept in verband te brengen met God.>>>

“O mensen van het Boek” is een erg respectvolle benaming waarmee in dit vers de christenen (en elders ook de joden) worden aangesproken in de Heilige Qor-aan. In andere woorden; Allah de Verhevene zegt: “O geleerde mensen!,” of: “O volk met een Schrift!”

Volgens hun eigen grootspraak hadden de joden en de christenen zichzelf voorrang verleend boven de Arabieren, die geen Schrift hadden voordat de Qor-aan kwam. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) roept beide twistende religieuze groepen op om niet naar elk van beide uitersten te gaan wat de persoonlijkheid van Jezus (vrede zij met hem) betreft.

De joden maakten zekere insinuaties over de rechtmatigheid van Jezus (vrede zij met hem) en beschuldigden hem van godslastering door zijn woorden te verdraaien.

De christenen lezen andere betekenissen in zijn woorden; ze rukken woorden uit hun context om hem god te maken. De moderne christen vandaag de dag, de fanatieke evangelist, de Bijbelventer, gebruikt ruwere woorden en grovere benaderingen om een bekeerling over te halen naar zijn godslasteringen. Hij zegt:

“OF JEZUS IS GOD, OF HIJ IS EEN LEUGENAAR.”
“OF JEZUS IS GOD, OF HIJ IS EEN KRANKZINNIGE.”
“OF JEZUS IS GOD, OF HIJ IS EEN BEDRIEGER.”

Dit zijn hun woorden; woorden geselecteerd uit christelijke literatuur. Aangezien geen enkele liefdadige persoon, moslim of niet, Jezus (vrede zij met hem) zo hard kan veroordelen als de christen, moet hij noodzakelijkerwijs zich niet compromitterend blijven. Hij denkt dat hij een keus moet maken tussen de twee van deze idiote extremen. Het komt niet in hem op dat er een alternatief is voor zijn christelijke woordraadsel.

 


– Verstandig alternatief

Is het niet mogelijk dat Jezus (vrede zij met hem) gewoon is wat hij beweerde te zijn; een profeet, zoals zoveel profeten vóór hem zijn heengegaan? Zelfs dat hij één van de voornaamste van hen was; een geweldige wonderdoener, een grote geestelijke leermeester en leider, de Messias!

Waarom alleen maar God of krankzinnige? Is “krankzinnigheid” het tegenovergestelde van “goddelijkheid” in het Christendom? Wat is het tegenovergestelde van God? Kan er misschien enige handige christen een antwoord geven? De Qor-aan legt de werkelijke positie van Jezus (vrede zij met hem) bloot in één enkel vers. In de Qor-aan staat dat hij de zoon van een vrouw was (Maria), en daarom een mens; maar een verkondiger, een man met een missie van Allah, waardoor hij het recht heeft op eerbetoon. Een Woord dat aan Maria is gezonden, omdat hij geschapen is door het Woord van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “‘Wees (koen),’ waarna hij was.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 59.]

Een geest (geschapen ziel) voortkomend van God, maar niet God: zijn leven en missie waren meer gelimiteerd dan in het geval van enkele andere verkondigers, maar toch moeten we aan hem, als een man van God, gelijke eer betonen. De dogma’s van de drie-eenheid, gelijkheid aan God en het zoonschap worden verworpen als zijnde godslasteringen. Allah de Verhevene is onafhankelijk van alle benodigdheden en heeft geen zoon nodig om Zijn zaken af te handelen. Het Evangelie van Johannes (wie het ook geschreven heeft) heeft heel wat Alexandrische gnostische mystiek rond de doctrine van het Woord, maar het wordt hier (in aayah 4:171) simpel uitgelegd.

Hier beneden weergegeven zijn de aayaat (Koranverzen) 116 t/m 118 van soerat al-Maa-idah (hoofdstuk 5) die het tafereel van de Dag des Oordeels laten zien, wanneer Allah de Alwetende Jezus (vrede zij met hem) zal ondervragen over de misleide ijver van zijn zogenaamde volgelingen, die hem en zijn moeder aanbidden, en het antwoord hierop van Jezus (vrede zij met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk wanneer Allah zal zeggen (#28): ‘O ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria)! Heb jij tegen de mensen gezegd: ‘Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah!?’’ Hij zal zeggen: ‘Glorieus bent U! Het is niet aan mij om te zeggen waar ik geen recht op heb. Als ik dat gezegd had, had U dat zeker geweten. U weet wat er in mij is, terwijl ik niet weet wat er in U is. Waarlijk, U bent de Alwetende over al-ghoeyoeb (de verborgen en onwaarneembare zaken). Ik heb tegen hen niets gezegd behalve hetgeen waarmee U mij bevolen hebt: ‘Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer.’ En ik was getuige over hen zo lang ik onder hen was. Toen U mij dan opnam (met lichaam en ziel), was U de Toezichthouder over hen en U bent Getuige over alle zaken. Als U hen straft, dan waarlijk, zijn zij Uw dienaren. En als U hen vergeeft, dan waarlijk, U bent al-‘Aziez (de Almachtige), al-H’akiem (de Alwijze).’” [Soerah al-Maa-idah (5), aayah 116-118.]

<<< (#28) In de aanwezigheid van degenen die hem en zijn moeder Maria aanbaden. Dit en het volgende vers zijn een enorme waarschuwing voor de christenen van de hele wereld!>>>

Als dit de formulering der waarheid is van de Alwetende, dat “…ik heb tegen hen niets gezegd behalve hetgeen waarmee U mij bevolen hebt: ‘Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer’…”, hoe wil de christen het aanbidden van Jezus (vrede zij met hem) dan rechtvaardigen? Er staat geen enkele ondubbelzinnige formulering in de Bijbel, in al zijn 66 delen van de protestantse versies, of in de 73 delen van de rooms-katholieke versies, waar Jezus (vrede zij met hem) beweert God te zijn (29), of waar hij zegt: “aanbid mij.” (#30) Nergens zegt hij dat hij en de Almachtige God één en dezelfde persoon zijn.

<<< (#29) Een eenvoudige rekensom (vanuit de NBG-vertaling) laat ons zien dat Jezus (vrede zij met hem) zelf 83 keer over zichzelf zegt “zoon des mensen”, terwijl er 13 keer door anderen gezegd is dat hij de zoon van God zou zijn. Wie heeft er nu gelijk?>>>

<<< (#30) Jezus (vrede zij met hem) zegt juist: “Want ook de zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…” (Marcus 10:45.)>>>

De laatste zin hierboven, “één en dezelfde persoon”, amuseert vele fanatieke evangelisten en Bijbelventers, inclusief de Dokter der Goddelijkheid en de Professor der Theologie. Zelfs de nieuw bekeerde christenen hebben deze verzen van buiten geleerd. Ze zijn geprogrammeerd als zombies om Bijbelverzen af te raffelen, uit hun context, waar ze hun geloof aan kunnen ophangen. De woorden “zijn één” activeren de gedachten, samengaand met herinneringen. “Ja”, zeggen de aanhangers van de drie-eenheid (de aanbidders van drie goden in één God, en één God in drie goden), “Jezus heeft wel beweerd God te zijn!?” Waar dan?

 


– De eerwaarde aan tafel

Ik had eerwaarde Morris D.D. en zijn vrouw meegenomen om te gaan lunchen in de “Gouden Pauw”. Terwijl we aan tafel zaten, kreeg ik tijdens het verloop van ons wederzijdse delen van kennis de kans om te vragen: “Waar dan?” (Zie boven.) Zonder te mompelen citeerde hij: “Ik en mijn vader zijn één”, om aan te geven dat God en Jezus EEN en dezelfde persoon waren. Dat Jezus (vrede zij met hem) hier beweert God te zijn. Het Bijbelvers dat aan mij werd geciteerd kende ik erg goed, maar het werd geciteerd uit haar context. Ik deelde niet de betekenis die de Dokter zich verbeelde, dus vroeg ik hem: “Wat is de context?”

 


– Gestikt door de context

De eerwaarde hield op met eten en begon me aan te staren. Ik zei: “Waarom? Kent u de context niet? Ziet u, wat u net heeft geciteerd is de tekst, maar ik wil de context weten; de tekst die er mee samengaat, ervoor of erna.” Hij was een Engelsman (Canadees), een betaalde dienaar van de Presbyteriaanse Kerk, een Dokter in de Goddelijkheid, en het leek er op of ik hem Engels probeerde te leren. Natuurlijk wist hij wat “context” betekende. Maar net als de rest van zijn landgenoten, had hij niet de betekenis bestudeerd waarin Jezus (vrede zij met hem) deze woorden had uitgesproken.

In mijn veertig jaar van ervaring, is deze tekst honderden malen naar mijn hoofd geslingerd, maar geen enkele geleerde christen had ooit geprobeerd te riskeren de echte betekenis te raden. Ze beginnen altijd naar hun Bijbels te zoeken, maar de doktor had er geen bij zich. Als ze wel naar hun Bijbels beginnen te grijpen, houd ik ze tegen in hun poging. “Ben je er zeker van wat je aan het citeren bent? Weet je zeker dat je de Bijbel kent?” Ik hoop dat enkele “wedergeboren” christenen dit tekort zullen recht zetten, na dit gelezen te hebben. Maar ik betwijfel het dat mijn moslimlezers in hun leven ooit iemand tegen het lijf zullen lopen die hen de context kan geven.

 


– Wat is de context?

Het is oneerlijk van de zijde van de eerwaarde, na zelf gefaald te hebben in het geven van de context, mij te vragen: “Weet u dan de context?” “Natuurlijk,” zei ik. “Wat is die dan?,” vroeg mijn geleerde vriend. Ik zei: “Dat wat u heeft geciteerd is de tekst van Johannes 10, vers 30. Om de context te vinden, moeten we beginnen te lezen vanaf vers 23, die zegt: “En Jezus wandelde in de tempel, in Salomo’s portaal.” Johannes, of wie dit verhaal dan ook geschreven mag hebben, vertelt ons niet de reden waarom Jezus (vrede zij met hem) de duivel in verzoeking brengt door alleen in het hol van de leeuw te lopen. Want we verwachten niet dat de Joden een gouden kans laten liggen om Jezus (vrede zij met hem) terug te pakken.

Wellicht was hij aangemoedigd door de manier waarop hij letterlijk de Joden in zijn eentje er van langs had gegeven in de tempel, en de tafels van de wisselaars omver wierp in het begin van zijn ambt [zie Johannes 2:15 (#31)].

<<< (#31) “En hij maakte een gesel van touwen, en verjoeg iedereen uit de tempel, zowel de schapen als de runderen; en hij smeet het geld van de wisselaars weg en wierp hun tafels omver.” (Johannes 2:15.) Dit vers omschrijft hem als een tornado die door de tempel raasde. Daar gaat zijn reputatie als zachtmoedige en lankmoedige leraar. Maar dit was in het begin van zijn missie, dus wellicht moest hij nog leren hoe om te gaan met dit soort situaties. Zo werd Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in het begin van zijn missie ook berispt toen hij een blinde man negeerde die bij hem kwam (Nederlandstalige interpretatie): “Hij (de profeet Moh’ammed) fronste en wendde zich af. Omdat de blinde tot hem kwam.” [Soerat ‘Abasa (80), aayah 1-2.] De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was serieus en aandachtig bezig om enkele leiders van de Qoeraysh over te halen om de Islaam te accepteren. Op dat moment kwam een blinde man, Ibn Oemm Maktoem, om uitleg over een bepaald punt betreffende de Islaam te vragen. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) hield niet van zijn interruptie en negeerde hem. Daarop zond Allah de Verhevene deze soerah neer. Naast het leren van de juiste methode van prediken, wordt de fout die hij beging in het begin van zijn missie naar voren gebracht. De oriëntalist Leathner zei: “Soms openbaarde God een openbaring aan Moh’ammed waarin een strenge berisping zit, zoals de gebeurtenis waarin Moh’ammed zijn gezicht afwendde van de blinde arme om een rijke man met aanzien te spreken. Daarna heeft Moh’ammed deze openbaring openbaar gemaakt aan de mensen. Als Moh’ammed een leugenaar zou zijn, zoals achteloze christenen beweren, zou hij deze openbaring nooit openbaar hebben gemaakt.”>>>

“De Joden kwamen daarom rondom hem (Jezus) staan, en zeiden tegen hem: ‘Hoelang laat u ons nog in onzekerheid? Indien u de Christus bent, zeg het ons ronduit.” (Johannes 10:24.) Ze omringden hem. Terwijl ze met hun vingers in zijn gezicht zwaaiden, begonnen ze hem te beschuldigen en te tarten, door te zeggen dat hij zijn bewering niet ronduit genoeg naar voren had gebracht, niet duidelijk genoeg. Dat hij dubbelzinnig zou spreken. Ze probeerden zichzelf in een razernij te werken om hem te beledigen. In feite was hun werkelijke klacht dat zij niet van zijn manier van prediken hielden, zijn smaadredes, de manier waarop hij hen veroordeelde voor hun vormelijkheid, hun plechtigheid, hun leven op de letter van de wet, terwijl ze de geest vergaten. Maar Jezus (vrede zij met hem) kon zich niet veroorloven hen verder te provoceren; er waren er teveel en ze waren uit op een gevecht. Beter te voorzichtig dan zich aan gevaar bloot te stellen. In een verzoeningsgezinde geest, passende bij de gelegenheid, antwoordde Jezus (vrede zij met hem) hen: “…‘Ik heb het jullie gezegd, en jullie geloven niet: de werken die ik doe in mijn Vaders Naam, deze getuigen van mij. Maar jullie geloven niet, omdat jullie niet tot mijn schapen behoren.’” (Johannes 10:25-26.)

Jezus (vrede zij met hem) wijst de valse aantijging van zijn vijanden af dat hij dubbelzinnig zou zijn in zijn bewering de Messias te zijn waar zij op hadden gewacht. Hij zegt dat hij het hen duidelijk genoeg had verteld, maar desondanks wilden ze niet naar hem luisteren, maar: “‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem, en ik ken hen, en zij volgen mij: en ik geef aan hen eeuwig leven; en zij zullen nooit verloren gaan, en niemand zal ze UIT MIJN HAND GRISSEN. Mijn Vader, Die (hen) aan mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand is in staat (hen) UIT MIJN VADERS HAND TE GRISSEN.’” (Johannes 10:27-29.)

Hoe kan iemand zo blind zijn om niet de nauwkeurigheid van de eindes van de laatste twee verzen te zien!? Maar spirituele oogkleppen zijn nog moeilijker te verwijderen dan lichamelijke afwijkingen. Hij vertelt de Joden, en legt vast voor het nageslacht, wat de werkelijke eenheid of relatie is tussen de Vader en de zoon. Het meest cruciale vers: “Ik en de Vader zijn ÉÉN.” (Johannes 10:30.) ÉÉN in wat? In hun Alwetendheid? In hun Aard? In hun Almacht? Nee! ÉÉN in hun doel! Dat zodra een gelovige het geloof heeft aangenomen, de boodschapper er voor zorgt dat hij een gelovige blijft, en ook de Almachtige God er voor zorgt dat hij een gelovige blijft. Dit is het doel van de “Vader” en de “Zoon” en de “Heilige Geest” en van elke man en elke vrouw die gelooft. Laat dezelfde Johannes zijn gnostische mystieke woordenstroom eens uitleggen: “…zodat zij allen ÉÉN zullen zijn; exact zoals U, Vader, in mij (bent), en ik in U, dat zij ook in ons zullen zijn: dat de wereld zal geloven dat U mij gezonden hebt. En de heerlijkheid (leiding) die U mij gegeven hebt, heb ik aan hen gegeven; zodat zij ÉÉN zullen zijn (door deze leiding gezamenlijk te volgen), exact zoals wij ÉÉN zijn; ik in hen, en U in mij, zodat zij volmaakt tot ÉÉN zullen zijn; zodat de wereld zal weten dat U mij gezonden hebt, en hen liefheeft, exact zoals U mij liefheeft.” (Johannes 17:21-23.)

Als Jezus (vrede zij met hem) “één” is met God, en als die “eenheid” hem tot God maakt, dan is de verrader Judas en de twijfelende Thomas en de duivelse Petrus [zie Matteüs 16:23 (#32)], plus de andere negen die hem in de steek lieten toen hij hen het hardst nodig had, ook God(en), etc.!

<<< (#32) “Maar hij (Jezus) draaide zich om, en zei tegen Petrus: ‘Ga terug achter mij, satan: jij bent een steen des aanstoots voor mij: want jij bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van mensen.’” (Matteüs 16:23.)>>>

Waar en wanneer zal de christelijke godslastering eindigen!?

De uitdrukking “Ik en mijn Vader zijn één” (Johannes 10:30) was erg onschuldig, waarmee niet meer dan een gemeenschappelijk doel met God werd bedoeld. (#33) Maar de joden zochten problemen en elk excuus zou niet voldoende zijn, dus: “pakten de Joden weer stenen op om hem te stenigen. Jezus antwoordde hen: ‘Vele goede werken heb ik jullie getoond van de (of: mijn) Vader; voor welke van die werken stenigen jullie mij?’ De Joden antwoordden hem: ‘Voor een goed werk stenigen wij jou niet, maar voor godslastering; en omdat jij, als mens zijnde, jezelf tot God maakt.’” (Johannes 10:31-33.)

<<< (#33) Lees eens bijvoorbeeld Matteüs 19:6, waar een man en zijn vrouw tot één vlees worden omschreven; twee personen = één echtpaar, met kinderen erbij zullen zij één gezin zijn, wat bestaat uit meerdere personen. Één voetbalelftal bestaat ook uit meerdere personen, samen zijn zij één.>>>

In het reeds eerder vermeldde vers 24, beweerden de Joden onterecht dat Jezus (vrede zij met hem) dubbelzinnig sprak. Toen die aantijging op bekwame wijze was weerlegd, begonnen ze hem te beschuldigen van godslastering, wat in het spirituele rijk als verraad is. Dus zeiden zij dat Jezus (vrede zij met hem) beweerde God te zijn in: “Ik en mijn Vader zijn één.”

De christenen zijn het met de joden eens dat Jezus (vrede zij met hem) zo’n bewering heeft geuit; maar ze verschillen met de joden dat het geen godslastering was, omdat de christenen zeggen dat hij echt God was en recht had zijn goddelijkheid op te biechten.

De christenen en de joden zijn het er beiden over eens dat de uitspraak ernstig is. Voor de één als een excuus voor goede “verlossing”, en voor de ander als een excuus om hem aan de kant te vegen. Laat de arme Jezus (vrede zij met hem) sterven tussen die twee. Maar Jezus (vrede zij met hem) weigert om mee te doen met dit smerige spelletje, dus: “Jezus antwoordde hen: ‘Staat er in jullie wet niet geschreven: ‘Ik zei: ‘Jullie zijn goden’ (#34)?’ Als Hij hen (de profeten), tot wie het Woord van God kwam, goden genoemd heeft – en de Schrift kan niet gebroken worden, zeggen jullie over hem (ik – Jezus), die de Vader geheiligd heeft en in de wereld gezonden heeft: ‘Jij spreekt godslasterlijk,’ omdat ik zei: ‘Ik ben Gods zoon?’” (Johannes 10:34-36.) [Neem het geraffineerde spelletje in acht dat de christenen spelen in het gebruiken van grote- en kleine letters wanneer ze “God” of “zoon” schrijven. Als het betrekking heeft op Jezus (vrede zij met hem), gebruiken ze hoofdletters, voor anderen gebruiken ze kleine letters: en dat terwijl er helemaal niet zoiets bestaat als hoofdletters en kleine letters in het Grieks of Hebreeuws!]

<<< (#34) Zie Psalmen 82:6 iets verder in dit artikel.>>>

Hij is een beetje sarcastisch in vers 34, maar in elk geval, waarom zegt hij: “jullie wet”? Is het niet ook zijn wet? Heeft hij niet gezegd: “Denk niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen (de religie, boodschap blijft hetzelfde); Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te implementeren (te bevestigen, uit te voeren). Want waarlijk, ik zeg tot jullie: totdat hemel en aarde vergaan, zal er op geen enkele manier een jota (het aller-geringste) of tittel (punt) van de wet vergaan, totdat alles vervuld is. Wie dan zelfs één van de kleinste van deze geboden afschaft, en de mensen zo onderwijst, hij zal het kleinst gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk (het Hiernamaals): maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk. Want ik zeg tot jullie, dat als jullie gerechtigheid niet groter is dan de gerechtigheid van de schriftgeleerden der Farizeeën, zullen jullie in geen geval het hemelse koninkrijk binnengaan.” (Matteüs 5:17-20.)

 


14.) “Jullie zijn goden”

“Jullie zijn goden”: kennelijk haalde hij “Ik heb gezegd: ‘Jullie zijn goden, en jullie zijn allemaal kinderen (of: zonen) van de Meest Hoge’” (Psalmen 82:6) aan.

Jezus (vrede zij met hem) vervolgt: “Als Hij (de Almachtige God) hen, tot wie het Woord van God kwam, goden genoemd heeft (bedoelende dat de profeten van God “goden” werden genoemd) – en de Schrift kan niet gebroken worden (in andere woorden: jullie kunnen mij niet tegenspreken!).” Jezus (vrede zij met hem) kent zijn Schrift, hij spreekt met autoriteit en hij argumenteert met zijn vijanden dat “als goede mensen, heilige mensen, profeten van God, met ‘goden’ worden aangesproken in onze Boeken van Autoriteit, waarin jullie geen gebreken zien, waarom maken jullie dan een uitzondering op mij? Terwijl het enige wat ik doe is in onze taal een bewering uiten over mezelf welke inferieur is, namelijk ‘een zoon van God’, terwijl anderen ‘goden’ worden genoemd door God Zelf? Zelfs als ik (Jezus) mezelf als ‘god’ zou omschrijven in onze taal, zouden jullie, volgens Hebreeuws gebruik, mij daar niet op aan kunnen spreken.” Dit is de onversierde lezing van het christelijke Schrift. Ik geef hier geen geheime of alleen voor ingewijde bestemde betekenissen aan woorden of interpretaties van mezelf!

 


– “In het begin”

Waar zegt Jezus (vrede zij met hem): “Ik ben God“, of: “Ik ben gelijk aan God”, of: “Aanbid mij?,” vroeg ik de eerwaarde uit Canada opnieuw. Eerwaarde Morris haalde diep adem en deed nog een poging. Hij citeerde het meest herhaalde vers van de christelijke Bijbel, namelijk Johannes 1:1: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[Het is vreemd dat ik in mijn hele loopbaan nog geen enkele christen ben tegen gekomen die mij het Eerste Gebod heeft geciteerd om wat dan ook te bewijzen! – “Jullie dienen geen andere goden naast Mij te nemen.” (Exodus 20:3.)]

Neem alsjeblieft notitie van het feit dat dit niet de woorden van Jezus (vrede zij met hem) zijn; het zijn de woorden van Johannes (of wie ze dan ook opgeschreven heeft). Het is door elke christelijke Bijbelgeleerde bevestigd dat het oorspronkelijk de woorden zijn van een andere Jood, nl. Philus van Alexandrië, die deze woorden had geschreven voordat Johannes en Jezus (vrede zij met hen) zelfs waren geboren.

En Philus beweerde niet dat hij deze woorden door “goddelijke inspiratie” had verkregen. Het maakt niet uit welke mystieke betekenis Philus rond deze woorden had gevlochten (waarop onze Johannes plagiaat heeft gepleegd), we zullen ze aannemen voor wat ze waard zijn.

 


– Grieks is geen Hebreeuws

Aangezien de manuscripten van de 27 Boeken van het Nieuwe Testament in het Grieks zijn, heeft een christelijke sekte zijn eigen versie vervaardigd, en zelfs de naam van deze selectie van 27 Boeken veranderd in “Christelijke Griekse geschriften!” Ik vroeg de eerwaarde of hij Grieks kende. “Ja,” zei hij, hij had 5 jaar Grieks gestudeerd voor zijn kwalificatie. Ik vroeg hem wat het Griekse woord voor “GOD” was, zo als het de eerste keer opduikt in het vers: “…en het Woord was bij God”? Hij bleef staren, maar gaf geen antwoord.

Dus zei ik: “Het woord is ton theon (τὸν θεόν) <<<hier stond oorspronkelijk hotheos, maar de eindredactie meent dat dit ton theon moet zijn>>>, wat letterlijk “de god” betekent. Aangezien de Europeaan (inclusief de Noord-Amerikaan) een systeem heeft ontwikkeld van het gebruiken van hoofdletters om een eigennaam mee te beginnen en kleine letters voor gewone zelfstandige naamwoorden, zouden we het moeten accepteren dat hij een hoofdletter “G” aan God geeft; in andere woorden is ton theon weergegeven als “de god”, wat op zijn beurt weer is weergegeven als “God”. “Vertel me nu eens wat het Griekse woord voor God is in de tweede keer dat het verschijnt in uw citaat, “en het Woord was God”? De eerwaarde bleef nog steeds stil. Het was niet dat hij geen Grieks kende, of dat hij had gelogen, maar hij wist meer dan dat: het spel was over. Ik zei hem dat dit het woord theos (θεὸς) was, wat “een god” betekent. Volgens jullie eigen systeem van vertalen had je dit woord God voor de tweede keer met een kleine “g” moeten spellen, dus: “god” en niet “God” met een hoofdletter “G”. Met andere woorden: theos (θεὸς) moet weergegeven worden als “een god”. Zowel “god” als “een god” zijn correct. Ik vertelde de eerwaarde: “Maar in 2 Korintiërs 4:4 hebben jullie op oneerlijke wijze jullie systeem omgeschakeld door een kleine “g” te gebruiken bij het spellen van “GOD”, namelijk: ‘In wie de god van deze wereld (d.w.z. satan) het verstand van de ongelovigen verblind heeft…’

Het Griekse woord voor “de god” in 2 Korintiërs 4:4 is theos (θεὸς), hetzelfde als in Johannes 1:1. (#35) Waarom zijn jullie niet consequent gebleven in jullie vertalingen? Als Paulus was geïnspireerd (?) om theos (θεὸς) te schrijven, de titel “God” voor de duivel, waarom misgun je hem dan die hoofdletter “G”? En in het Oude Testament (Exodus 7:1) sprak de Heer tot Mozes (vrede zij met hem): “En Jehovah zei tegen Mozes: ‘Zie, Ik maakte jou als een god voor Farao; en Aäron, jouw broer, zal jouw profeet zijn.” (#36) (#37) Waarom gebruiken jullie een kleine “g” voor god wanneer jullie verwijzen naar Mozes (vrede zij met hem), in plaats van een hoofdletter “G”, zoals jullie doen voor een gewoon woord; “Woord” in “en het Woord was God”!?

<<< (#35) Vergelijk maar eens de Griekse tekst van Johannes 1:1 – …καὶ ὁ λόγος ἦν πρὸς τὸν θεόν (ton theon), καὶ θεὸς (theos) ἦν ὁ λόγος – met die van 2 Korintiërs 4:4 – ἐν οἷς ὁ θεὸς (theos) τοῦ αἰῶνος…>>>

<<< (#36) In de Griekse vertaling (Septuagint) staat dit als volgt: και ειπεν κυριος προς μωυσην λεγων ιδου δεδωκα σε θεον (theon) φαραω και ααρων ο αδελφος σου εσται σου προφητης.>>>

<<< (#37) In sommige Bijbels, zoals die van het Nederlands Bijbelgenootschap, hebben ze deze “fout” in Exodus 7:1 (zie boven) reeds ontdekt, en proberen te verdoezelen door van “god” “God” te maken. Andere Bijbels, zoals Het Boek van Living Bibles Holland, proberen de lezer op een ander dwaalspoor te zetten door de tekst te veranderen in: “Ik heb u aangewezen als mijn vertegenwoordiger bij Farao, en Aäron zal uw woordvoerder zijn.” Leg voor de proef eens 10 verschillende Bijbels naast elkaar, en zoek de verschillen! (De vertaler.)>>>

“Waarom doen jullie dit? Waarom nemen jullie het niet zo nauw met het Woord van God?,” vroeg ik de dominee. “Ik heb het niet gedaan,” antwoordde hij. “Dat weet ik wel,” zei ik, “maar ik praat over de onvervreemdbare belangen van het Christendom, die vastbesloten zijn Christus te vergoddelijken door hoofdletters hier te gebruiken en kleine letters daar, om de onbezonnen massa’s van het volk te misleiden, die denken dat elke letter, elke komma en punt, en de hoofdletters en kleine letters gedicteerd zijn door God.”

 


15.) Wat blijft er over?

Men kan niet verwachten dat in een kleine publicatie van deze aard alle vermeldingen worden behandeld over Jezus (vrede zij met hem), verspreid over 15 verschillende hoofdstukken van de Heilige Qor-aan. Wat we kunnen doen is een blik werpen op het register van de Qor-aan. Hier vinden we drie belangrijke onderwerpen, die we nog niet in onze discussie hebben behandeld:

1. Niet gekruisigd; (4:157).
2. Boodschap en Wonderen; (5:113 / 19:30-33).
3. Voorspelde Ah’med (61:6).

Aangaande het eerste onderwerp (“niet gekruisigd”), heb ik zo’n 20 jaar geleden een boekje geschreven onder de titel Is Christus Gekruisigd?. Het boekje is tegenwoordig uit de druk genomen en er moet veel aan worden vernieuwd, aangezien er veel water onder de brug is doorgestroomd vanaf de eerste keer dat het zijn levenslicht zag. Aangaande het derde bovenvermelde onderwerp, nl. “De voorspelde Ah’med” (een andere naam voor Moh’ammed), stel ik voor een boekje te schrijven onder de titel Mohammed in de Bijbel. Ik hoop zeer spoedig deze twee projecten te voltooien, in shaa-a Allaah (als Allah dat wil)! Bid voor mij. (#38) Dan blijft er nu onderwerp nummer 2 voor ons over: “Boodschap en Wonderen.”

<<< (#38) Dit schreef Ah’med Deedat rond 1991. De boekjes zijn inmiddels uitgebracht en opgenomen op deze website, wal-h’amdoelillaah. Zie Stierf Jezus aan het kruis? en Mohammed in de Bijbel.>>>

“De boodschap van Jezus (vrede zij met hem) was even eenvoudig en rechtvoorwaarts als dat van al zijn voorgangers, als ook die van zijn opvolger Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), namelijk: “Geloof in God en houd je aan zijn geboden.” Want de God Die Zijn boodschappers heeft geïnspireerd is een onveranderlijke God, en Hij is consequent. Hij is “geen God van verwarring” (zie 1 Korintiërs 14:33).

Een Jood die zich aan de wet houdt, komt naar Jezus (vrede zij met hem) op zoek naar eeuwig leven of redding. In de woorden van Matteüs: “En zie, iemand kwam en zei tegen hem: ‘Goede meester, welke goedheid dien ik te doen, zodat ik het eeuwige leven zal hebben?’ En hij (Jezus) zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God [God de Vader (#39)]; maar indien je het (eeuwige) leven (het Paradijs) wilt binnengaan, houd dan de geboden in acht.’” (Matteüs 19:16-17.)

<<< (#39) Jezus (vrede zij met hem) geeft hier exclusiviteit aan God de Vader. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komen alleen God de Vader (Allah) toe, niet hem.>>>

U zult het met me eens zijn dat als u die Jood was, dat we dan uit deze woorden zouden opmaken dat, volgens Jezus (vrede zij met hem), redding was gegarandeerd mits we ons aan de geboden zouden houden, zonder het vergieten van enig onschuldig bloed. Tenzij Jezus (vrede zij met hem) natuurlijk op ironische wijze sprak. Heel goed wetende dat zijn eigen “komende reddende offer”, zijn “plaatsvervangende boetedoening” (!?) voor de zonden van de mensheid niet erg lang meer op zich zou laten wachten. Waarom zou Jezus (vrede zij met hem) hem de “onmogelijke” oplossing geven van het onderhouden van de geboden (zoals de christen beweert), wanneer er een makkelijkere manier in het verschiet lag? Of wist hij niet wat er zou gaan gebeuren, dat hij zou worden gekruisigd? Was er geen contract tussen Vader en “zoon”, voor de schepping begon, dat zijn verlossende bloed zou worden vergoten!? Had hij zijn geheugen verloren? Nee! Er was niet zo’n sprookjesovereenkomst wat Jezus (vrede zij met hem) betrof. Hij wist dat er slechts één weg naar God is, en dat is, zoals Jezus (vrede zij met hem) heeft gezegd: “houd de geboden in acht”!

 


16.) Wonderen; wat ze bewijzen

Aangaande zijn wonderen gaat de Qor-aan niet in detail over blinde Bartimus of over Lazarus, of over welk ander wonder dan ook, behalve dat hij (Jezus – vrede zij met hem) zijn moeder verdedigde terwijl hij nog een baby was. De moslim heeft geen twijfel om zelfs de meest wonderbaarlijke van zijn wonderen te accepteren, zelfs die van de doden weer tot leven brengen. Maar dat maakt Jezus (vrede zij met hem) nog geen “God”, of de “verwekte zoon van God”, zoals dat door de christen wordt begrepen.

Wonderen zijn niet eens een bewijs van profeetschap, of dat een man waarachtig is of een bedrieger. Jezus (vrede zij met hem) heeft zelf gezegd: “Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen tonen; zodat zij, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen zouden misleiden.” (Matteüs 24:24.)

Als valse profeten en valse Christussen wonderbaarlijke daden kunnen verrichten, dan bewijzen deze wonderen of mirakels zelfs niet de echtheid, of iets anders, van een profeet.

Johannes de Doper (vrede zij met hem) was volgens Jezus (vrede zij met hem) de grootste van de Israëlitische profeten. Groter dan Mozes (Moesaa), David (Daawoed), Salomo (Soelaymaan), Jesaja en alle anderen (vrede zijn met hen allen), zichzelf niet uitsluitend; in zijn eigen woorden: “Waarlijk, ik zeg tegen jullie, onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan groter dan Johannes de Doper…” (Matteüs 11:11.)

1.) Jezus (vrede zij met hem) niet uitsluitende, om het volgende: was hij niet uit een vrouw geboren, namelijk Maria?

2.) De Doper: groter dan allen, ook al heeft hij geen enkel wonder verricht! Wonderen zijn geen maatstaven om te oordelen over waarheid en leugen.

Maar in zijn kinderachtigheid staat de christen er op dat Jezus God is, omdat hij leven terug gaf aan de doden. Maakt het opwekken van doden anderen dan ook tot God? Dit verwart hem, omdat hij zichzelf geestelijk heeft afgesloten van de wonderen van anderen die Jezus (vrede zij met hem) overtreffen in zijn eigen Bijbel. Zo is, bijvoorbeeld, volgens zijn valse maatstaf:

a.) Mozes (vrede zij met hem) groter dan Jezus (vrede zij met hem), omdat hij leven gaf aan een dode stok en deze van het plantenrijk over liet gaan naar het dierenrijk door er een slang van te maken (zie Exodus 7:10).

b.) Elisa groter dan Jezus (vrede zij met hem), aangezien de vergane botten van Elisa een man weer tot leven brachten, door simpelweg het skelet aan te raken (zie 2 Koningen 13:21).

Moet ik voor u een catalogus van wonderen opsommen? Maar de ziekheid blijft volhouden: “Het was God Die deze profeten de kracht gaf om wonderen te verrichten, maar Jezus (vrede zij met hem) verrichtte ze op eigen kracht.” Waar haalde Jezus (vrede zij met hem) al zijn kracht vandaan? Vraag het maar aan Jezus (vrede zij met hem) en hij zal het ons vertellen:

“…alle macht in de hemel en op aarde is aan mij GEGEVEN.” (Matteüs 28:18.)

“Maar als ik duivels uitdrijf DOOR MIDDEL VAN DE GEEST VAN GOD, dan is God’s koninkrijk tot jullie gekomen.” (Matteüs 12:28.)

“Ik kan uit mijzelf NIETS doen…” (Johannes 5:30.)

De “kracht” is zoals hij zegt, niet van hem, maar “het is aan hem gegeven.” Gegeven door wie? Door God natuurlijk! Elke handeling en elk woord schrijft hij toe aan God.

Maar aangezien er zo’n opgeblazen verhaal is gemaakt van Jezus’ machtigste wonder van het weder tot leven brengen van Lazarus, zullen we de episode eens analyseren, zoals hij staat beschreven in het Evangelie naar Johannes. Het is verbazingwekkend dat geen van de andere Evangelieschrijvers Lazarus’ naam zelfs maar noemen. Hoe dan ook, het verhaal gaat dat Lazarus erg ziek was en zijn zusters Maria en Martha als razenden om Jezus (vrede zij met hem) hadden gevraagd om zijn ziekte te komen genezen. Maar hij arriveerde te laat; namelijk wel vier dagen na zijn overlijden.

Maria klaagde bij Jezus (vrede zij met hem) dat haar broer misschien niet zou zijn overleden als hij op tijd was geweest. Als hij ziekten kon genezen van anderen, waarom had hij dan niet haar broer genezen, die een goede vriend van hem was? Maar Jezus (vrede zij met hem) zei dat “als je gelooft, zul je de heerlijkheid van God zien.” (Johannes 11:40.) De voorwaarde was dat ze moesten geloven. Zeiden ze niet dat geloof bergen kon verzetten?

Hij vroeg hen om hem naar de tombe te leiden. Onderweg huilde hij van huivering. Hij mompelde niet, maar stortte zijn hart uit en bad tot God. Maar terwijl hij zo bitter snikte, waren zijn woorden niet hoorbaar genoeg voor de mensen om hem heen, om ze te begrijpen. Vandaar de woorden “hij huilde”. Eenmaal bij het graf “huilde” Jezus (vrede zij met hem) opnieuw; misschien nog wel heviger, en God hoorde zijn gehuil (zijn gebed) en Jezus (vrede zij met hem) ontving de verzekering dat God zijn verzoek zou vervullen.

Nu kon Jezus (vrede zij met hem) het met zekerheid laten rusten en de opdracht geven dat de steen, die de tombe afsloot, verwijderd moest worden, zodat Lazarus weer tot leven zou kunnen komen. Zonder die verzekering van God zou Jezus (vrede zij met hem) zichzelf voor gek hebben gezet. Maria denkt nog aan de stank, omdat haar broer al vier dagen dood was! Maar Jezus (vrede zij met hem) was zelfverzekerd en de steen werd verwijderd. Toen sloeg Jezus (vrede zij met hem) zijn ogen ten hemel en zei: “…Vader, ik dank U dat U mij verhoord hebt. En ik wist wel dat U mij altijd verhoort: maar omwille van de menigte rondom mij heb ik dit gezegd, zodat zij zullen geloven dat U mij gezonden hebt.” (Johannes 11:41-42.)

Wat is al dit toneelspel? Waarom al die drama?

Omdat hij wist dat al deze bijgelovige en lichtgelovige mensen de bron van zijn wonder verkeerd zouden begrijpen. Ze zouden hem wel eens voor “God” kunnen aanzien. Het geven van leven aan de doden is het voorrecht van God alleen. Om er extra zeker van te zijn dat zijn mensen het niet verkeerd zouden begrijpen, zegt hij in luide stem dat het “gehuil” eigenlijk zijn hulpgeroep aan de Almachtige God was.

Voor de waarneming van de omstanders was het een verward gebed, maar de Vader (Allah) in de hemel had zijn gebed aanvaard, aangezien Jezus (vrede zij met hem) zei: “…ik dank U dat U mij verhoord hebt…”

Bovendien zegt hij: “…ik wist wel dat U mij altijd verhoort…”, met andere woorden: elk wonder dat door hem werd verricht was een antwoord van de Almachtige God op zijn gebed. De Joden van zijn tijd begrepen de toestand goed, en zij “verheerlijkten God”, zoals Matteüs ons vertelt over een andere aangelegenheid: “…en zij verheerlijkten God, Die een dergelijke macht aan de mensen gegeven had.” (Matteüs 9:8.)

Jezus (vrede zij met hem) geeft zelfs de reden waarom hij hardop spreekt. Hij zegt: “…zodat zij zullen geloven dat U mij gezonden hebt.”

Iemand die is gezonden is een boodschapper, en als hij is gezonden door God, dan is hij een boodschapper van God, dus rasoel-Allaah. Helaas, deze poging van Jezus (vrede zij met hem) om enig onbegrip te voorkomen over het feit wie werkelijk het wonder verrichtte, (en om te vertellen dat hij in werkelijkheid alleen maar een boodschapper van God was), mislukte. Christenen zullen niet eens de heldere ontkenning van Jezus (vrede zij met hem) accepteren, noch de getuigenis van Petrus, de “rots” waarop Jezus (vrede zij met hem) werd verondersteld zijn kerk te bouwen. Petrus verklaarde in waarheid: “O mannen van Israël! Hoor deze woorden: Jezus van Nazaret, EEN MAN geautoriseerd door God door middel van machtige daden en wonderen en tekenen die GOD DOOR MIDDEL VAN HEM onder jullie heeft verricht, precies zoals jullie zelf weten.” (Handelingen 2:22.) [Wederom een goochel en verdwijntruc met woorden in o.a. de Bijbeluitgave van “Living Bibles Holland”, waarin woorden als “een man”, en “die god door middel van hem onder jullie heeft verricht” spontaan verdwijnen. – vert.]

 


17.) De zaak is nog niet verloren

Precies dezelfde boodschap (zoals vermeld in het Bijbelvers hierboven) is door de Almachtige God herhaald in de Edele Qor-aan. In vers (aayah) 49 van hoofdstuk (soerah) 3 maakt Allah de Verhevene het duidelijk dat elk teken of wonder die Jezus (vrede zij met hem) verrichtte “bi-idzniellaah” was – “met Allahs Toestemming. Volgens dit vers heeft Jezus (vrede zij met hem) gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “…Ik ben werkelijk tot jullie gekomen met een aayah (teken, bewijs) van jullie Heer, dat ik voor jullie uit klei een gedaante zoals een vogel maak, vervolgens blaas ik erin en het zal dan met de Toestemming van Allah een vogel zijn; en ik genees degene die blind geboren wordt en de melaatse en ik breng de doden tot leven met de Toestemming van Allah. En ik informeer jullie over wat jullie eten en wat jullie opslaan in jullie huizen. Waarlijk, daarin is een aayah (teken, bewijs) voor jullie, indien jullie gelovigen zijn.”

Jezus (vrede zij met hem) zegt het, Petrus zegt het en God zegt het; maar de koppige tegenstander wil niet luisteren: vooroordeel, bijgeloof en lichtgelovigheid zijn moeilijk uit te roeien. Onze plicht is eenvoudigweg de boodschap over te brengen, luid en duidelijk, en de rest laten we over aan Allah de Alwijze. Maar de zaak is echter nog niet hopeloos verloren, want Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) vertelt ons in Zijn Heilige Boek (Nederlandstalige interpretatie): “…onder hen (joden en christenen) zijn gelovigen, terwijl de meesten van hen faasiqoen zijn (grote zondaren, opstandig en ongehoorzaam jegens Allah).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 110.]

We moeten ook manieren en middelen zien te vinden om hen te bereiken. Onze literatuur is bij uitstek geschikt om iedereen te dienen. Geef deze literatuur door aan je niet-moslim kennissen na ze zelf gelezen te hebben. Sla de Heilige Qor-aan open en laat je christelijke kennissen de verzen (aayaat) lezen die in dit boek zijn behandeld.

Jezus (vrede zij met hem) zegt in de Bijbel: “Ik heb nog vele dingen te zeggen tegen jullie, maar jullie kunnen ze nu niet verdragen.” (Johannes 16:12-14.) (#40) Mijn vraag aan u is: bent u er klaar voor? Kunt u het verdragen? Jezus (vrede zij met hem) zegt ook in Johannes 16:13: “Echter, wanneer hij komt, de Geest der waarheid, zal hij jullie leiden naar de volle waarheid.” Mijn vraag aan u is: bent u klaar voor de volle waarheid? Kunt u het verdragen?

<<< (#40) Dit vers uit het Evangelie van Johannes, is net als de andere voorspellingen van Jezus (vrede zij met hem) (zie bijv. ook Joh. 14:15-16) overvloedig uitgekomen, in de persoon van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)!>>>

Dan kunnen we nu werkelijk afsluiten met de volgende woorden: “Dat is (het verhaal over) ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria). (Dit is) de waarachtige uitspraak waarover zij twijfelen (of redetwisten). Het is niet passend voor Allah dat Hij een zoon neemt, Glorieus is Hij (en Verheven boven alles wat ze Hem valselijk toeschrijven). Wanneer Hij een kwestie besloten heeft, dan zegt Hij er slechts tegen: Wees! – waarna het is. (Jezus zei:) ‘En waarlijk, Allah is mijn Heer en jullie Heer, dus aanbid Hem. (#41) Dit is het rechte pad.’” [Nederlandstalige interpretatie van soerat Maryam (19), aayah 34-36.]

<<< (#41) D.w.z.: jullie en ik zijn onderworpen aan Hem, behoeftig aan Hem en wij dienen Hem alleen te aanbidden, zoals Jezus (vrede zij met hem) gezegd zou hebben: “Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, en naar mijn God en jullie God.” (Johannes 20:17.) Merk op hoe Jezus (vrede zij met hem) zei “mijn God en jullie God”, wat beduidt dat hij behoort tot de schepping van God.>>>

“Zeg (O Moh’ammed): ‘O mensen van het Boek (joden en christenen)! Kom tot een overeenkomstig woord (een oprecht en rechtvaardig woord dat voor beide partijen eerlijk is) tussen ons en jullie, dat wij niemand behalve Allah (alleen) aanbidden, en dat wij geen deelgenoten aan Hem toekennen, en dat niemand van ons anderen zal nemen als heren naast Allah.’ (#42) Als zij zich dan afkeren, zeg dan: ‘Getuig dat wij moslims zijn (degenen die zich aan Allah hebben overgegeven).’” [Nederlandstalige interpretatie van soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 64.]

<<< (#42) We aanbidden noch een beeld, kruis, heilige, afgod, symbool, vuur, onze eigen begeerte of wat dan ook. Nee, we aanbidden Allah alleen, zonder een enkele deelgenoot aan Hem toe te kennen: en dit is de boodschap van alle profeten en boodschappers van Allah de Verhevene. De Islaam heeft zich nooit gesymboliseerd of geassocieerd met enige kleur, symbool of voorwerp, ook niet de maansikkel! Zie het artikel Vlaggen en symbolen in de Islam.>>>

De Fakkel 2Bestel het boek De Fakkel 2: Het gebroken kruis, een bundeling van verschillende artikelen gerelateerd aan het Christendom, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah (te bestellen via www.momtazah.net of www.islamazon.nl), voor uzelf of om het aan iemand anders cadeau te doen om hen tot de Islam uit te nodigen.

 

Relevante artikelen:

Wij geloven in Jezus

Als Jezus God was

Christendom (diverse artikelen)