Islam en Christendom in de Bijbel

De Islam en het originele ‘Christendom’ zijn geen verschillende religies!

Islam en Christendom“En zij zeggen: ‘Wees joden of christenen, dan zullen jullie geleid worden (naar de waarheid).’ Zeg (tegen hen, O Moh’ammed): ‘Nee! (Wij volgen) de religie van Ibraahiem (Abraham), (hij was) h’aniefan (een zuivere monotheïst) en hij behoorde niet tot de polytheïsten (afgodenaanbidders).’” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 135.]

H’anafieyyah: de religie van Ibraahiem (vrede zij met hem), het duidt aan dat men Allah de Verhevene met zuiver geloof (tawh’ied) moet aanbidden, en dat is de boodschap die Hij de gehele mensheid heeft bevolen en daarvoor heeft Hij hen geschapen (zie aayah 51:56). H’anief: rechtzinnig, in de zin van het zuivere monotheïsme. Ibraahiem (vrede zij met hem) de h’anief aanbad alleen Allah de Verhevene.

Www.uwkeuze.net neemt het genoegen de Nederlandse vertaling van dit boek te verspreiden, omdat het niet enkel verschillende misvattingen in christelijke gedachten zal verwijderen, maar ook om de moslim van een uitrusting te voorzien met materiaal dat geschikt is voor een gesprek met een christen.

Geschreven door: Sayed R. Ali
Vertaald door: C. Souag-Lambrechts
Bewerkt door: Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

Na het voorwoord volgen de volgende hoofdstukken:

Inleiding
Islam: de naam en zijn betekenis
‘Islam’ in de Bijbel

Enkele islamitische geloofspunten en rituelen in de Bijbel
A.) De islamitische geloofsgetuigenis
B.) Het islamitische gebed (aanbidding)
C.) Enkele islamitische gewoonten in de Bijbel
D.) Sommige islamitische inachtnemingen in de Bijbel

Christendom: de naam en zijn betekenis
‘Christendom’ in de Bijbel
Christendom van Jezus (vrede zij met hem)
Christendom van Paulus

Wie heeft er gelijk, of wie moeten we geloven? Jezus of Paulus?
Conclusie

 

Voorwoord

De Islam (Arabisch: Islaam) en het Christendom zijn twee grote wereldreligies, beiden met miljoenen volgelingen. Ondank dat ze veel gemeen hebben, is er een grote kloof die ze scheidt. Een van de belangrijkste oorzaken hiervan, is een gebrek aan kennis en een goed begrip van elkanders standpunten. We dienen de christen uit te leggen dat de Islaam geen vreemde religie is, zoals hij misschien denkt; de Islaam is zeer Bijbels in het opzicht dat hetgeen aan alle profeten van God is onderwezen (zoals we het in de Bijbel vinden) tegenwoordig door de moslims wordt gevolgd. Het zijn de moslims die de zuivere leringen van Jezus (‘alayhie as-salaam – vrede zij met hem) aanhangen en zodoende verdienen “de ware christenen” genoemd te worden. Dit is hetgeen deze verhandeling probeert over te brengen.

Er is absoluut niets nieuws aan de inhoud van dit boek. Het is een eenvoudige poging om bepaalde relevante verzen en passages uit de Bijbel, die aantonen dat de Islaam geen nieuwe religie is, samen te voegen. Dit materiaal is oorspronkelijk samengevoegd voor een lezing die aan een grote groep Filippijnse christenen in Bahrein werd gegeven; en de boodschap is – al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah) – goed overgekomen.

Moge Allah de Verhevene sheikh Essam Eshaq belonen, omdat hij het werk doornam en opbouwende kritiek gaf.

Sayed R. Ali
Bahrein, 1-7-1992

 

Voorwoord Nederlandse vertaalster

Alle lof zij Allah, die me in deze drukke periode de mogelijkheid gaf om dit boek zo vlug en adequaat te vertalen.

Ik heb besloten dit boek te gaan vertalen, omdat het een hele goede brug slaat tussen de Islam en het Christendom. Die brug is iets waar hier in Nederland al jaren op gewacht wordt en een enorme behoefte aan is.

Met de groei van de Islam in Nederland, groeien ook de vooroordelen tegen deze religie. Dit boek geeft aan dat de Islam en het Christendom (in zijn puurste vorm) twee identieke religies zijn.

Moge Allah iedereen die direct en indirect een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit boek Zijn Tevredenheid schenken.

Ik vraag Allah om dit werk van mij te accepteren.

C. Souag-Lambrechts
Kerkrade, 15 februari 2007

 


Inleiding

Men kan zich afvragen wat de Islaam met de Bijbel te doen heeft, omdat de Bijbel het Christendom onderwijst en de Islaam een geheel andere religie is! Is dat werkelijk waar? Is dit een feit of een misvatting? Laten we eens onderzoeken welke relatie de Islaam en het Christendom tegenwoordig met de hedendaagse Bijbel hebben.

Maar we moeten eerst weten welke zaken de moslims en de christenen gemeenschappelijk hebben. Het is een feit dat er een grote gemeenschappelijke deler tussen hen bestaat – ze delen veel geloofspunten, zoals het geloven in één God, Zijn boodschappers en profeten, de goddelijke openbaringen, de Dag des Oordeels, het Paradijs en de Hel enzovoort. Buiten het Christendom is er geen andere religie in de wereld, behalve de Islaam, die het tot een geloofsartikel maakte om in Jezus (vrede zij met hem) te geloven en in Gods openbaring aan hem – het Evangelie. Moslims geloven dat hij op een wonderbaarlijke manier zonder vader is geschapen, en dat hij grote wonderen verrichtte, zoals de doden tot leven brengen en de blinden en leprozen genezen, met de Toestemming van God. Moslims geloven ook in zijn tweede komst. Jezus (vrede zij met hem) en zijn moeder Maria worden enorm gerespecteerd en geëerd in de Islaam.

Laten we met deze achtergrond nu eens doorgaan de Islaam en het Christendom in de Bijbel te onderzoeken. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Jezus broeder

 


Islam: de naam en zijn betekenis

Als iemand geboren wordt, krijgt hij een naam. Met deze naam wordt hij herkend en geïdentificeerd. Als bewijs van zijn naam, is er een geldig document. Op dezelfde manier moeten we naar twee dingen zoeken als we een religie willen valideren.

1.) Het certificaat van zijn identiteit; is het de juiste naam? En als het de juiste naam is, waar is die dan opgenomen?

2.) Het certificerend gezag; wie heeft hem zijn naam gegeven?

De naam

1.) Het certificaat van zijn identiteit:

Islaam” is de originele naam van de religie. Het staat in het Heilige Boek van de Islaam – de Qor-aan (Koran) (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, de (enige) religie bij Allah (die Hij van een persoon accepteert) is de Islaam…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 19.]

“En wie een andere religie dan de Islaam wenst, het zal nooit van hem aanvaard worden, en in het Hiernamaals zal hij tot de verliezers behoren.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 85.]

Iemand die de Islaam praktiseert, is een moslim.

2.) Wie is het certificerend gezag?

Is de naam “Islaam” verstrekt door de moslims zelf, of de Arabieren, of andere mensen, of de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)? Of heeft de naam zichzelf in de loop der tijd ontwikkeld? Het antwoord op al deze vragen is: nee. De namen ‘Islaam’ en ‘moslims’ zijn door niemand anders dan God gegeven (Nederlandstalige interpretatie): “…Vandaag heb Ik jullie religie vervolmaakt voor jullie, Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en de Islaam voor jullie gekozen als jullie religie…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 3.]

“…Hij (Allah) is Degene Die jullie vroeger moslims genoemd heeft en ook hierin (de Qor-aan)…” [Soerat al-H’adj (22), aayah 78.]

Dit is een van de redenen waarom “Mohammedaan” (alsook “islamieten”) geen acceptabele term is in plaats van “moslim”, hoewel moslims volgelingen (maar geen aanbidders) van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zijn. Waarom zou iemand hen ‘Mohammedanen’ (of ‘islamieten’) noemen, terwijl ze al een naam hebben – ‘moslim’?

De betekenis van de naam ‘Islaam’

De naam ‘Islaam’ is niet enkel een woord ter identificatie, zoals bijvoorbeeld een ‘vis’ een waterdier is met bepaalde kenmerken, terwijl het woord ‘vis’ op zich geen betekenis draagt. Met het woord ‘Islaam’ is dit niet het geval. Het is niet enkel een woord ter identificatie. Het draagt bepaalde betekenissen in zich. De betekenis toont het uiterlijk en de doelstellingen van de religie. Er zijn twee betekenissen:

1.) Overgave aan de Wil van de Enige Ware God [Allah in het Arabisch (#1)].

<<< (#1) God heeft bijna dezelfde Naam in het Aramees, de taal van Jezus (vrede zij met hem), namelijk: Elah.>>>

2.) Vrede (dezelfde wortel als in ‘as-salaamoe ‘aykoem’, wat betekent: ‘vrede zij met jullie’).

In feite verschillen deze twee betekenissen niet van elkaar; zij zijn aan elkaar verwant. Islaam is het verwerven van vrede door overgave aan de Wil van de Enige Ware God.

De betekenis van de naam ‘moslim’

De naam moslim (Arabisch: moeslim – meervoudsvorm: moeslimoen – vrouwelijke vorm: moeslimah) wordt vaak gegeven aan alleen degenen die geloven in de Islaam en de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), maar in feite is dit niet juist. Dit wordt duidelijk als we kijken naar de betekenis van moslim. Een moslim is iemand die zich overgeeft aan God, aan Allah. Dus alle volgelingen van de waarheid, zoals die door verschillende profeten en boodschappers is verkondigd, zijn moslims. Dus de profeet ‘Iesaa (Jezus – vrede zij met hem) en zijn ware volgelingen zijn moslims, de profeet Moesaa (Mozes – vrede zij met hem) en zijn ware volgelingen zijn moslims etc., en de religie/boodschap waar de profeten en boodschappers mee kwamen was altijd Islaam (overgave aan God). Alle profeten riepen de mensen op tot tawh’ied (de eenheid van God) en verwierpen shirk (polytheïsme, afgoderij). Bijvoorbeeld de naam jood (Jodendom) en christen (Christendom) zijn later onterecht door mensen (vaak door de ongelovigen en tegenstanders van de ware gelovigen) ingevoerd, en nu hebben zij ook de naam Mohammedaan (Mohammedanisme) voor moslims geïntroduceerd, wat verworpen dient te worden.

Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie zegt in zijn Tefhiem al-Qor-aan: “We dienen voor ogen te houden dat het Jodendom en het Christendom hun oorsprong vinden pas lang na het overlijden van Abraham (vrede zij met hem). De oorsprong en de naam van het Jodendom, met zijn speciale rituelen en eigenaardige voorschriften etc., was zo’n vierhonderd jaar vóór Christus (vrede zij met hem). Het Christendom kreeg zijn naam, en nam zijn speciale geloofsleer en vorm aan, pas lang na de terugroeping van Jezus (vrede zij met hem). Het is dus duidelijk dat hun bewering – dat men een jood of een christen moet worden om leiding te verkrijgen – historisch onhoudbaar is. Want in dat geval zouden Abraham, Jezus en alle andere profeten (vrede zij met hen allen) en goede mensen die overleden zijn lang voor het begin van ‘het Jodendom’ en ‘het Christendom’ niet gerekend kunnen worden tot de rechtgeleide personen wegens de eenvoudige reden dat deze “religies” nog niet bestonden in de tijd waarin zij leefden. (Einde citaat.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Maria

 


‘Islam’ in de Bijbel

Is het woord ‘Islam’ in de Bijbel te vinden? We vinden het niet als een specifieke term, waarvoor drie hoofdredenen zijn:

1.) Het is een Arabisch woord en de Bijbel die wij in ons bezit hebben is een Nederlandse vertaling van Oud-Grieks en Hebreeuws.

2.) ‘Islam’ is een woord dat vertaald kan worden; omdat het een betekenis draagt, leent het zich goed om vertaald te worden.

3.) Veel religies van tegenwoordig, waarvan de naam eindigt op ‘~isme’ of ‘~dom’, bestonden niet ten tijde van de Bijbel. Er was aan de ene kant de religie van gehoorzaamheid aan de Ene Ware God of er was afgoderij. Mensen waren gelovig in de Ene God of ze waren afgodenaanbidders of heidenen.

Het is duidelijk als we op zoek gaan naar het woord ‘Islaam’ in de Bijbel, dat we moeten zoeken naar de vertaalde betekenis.

De eerste betekenis

“Overgave aan de Ene Ware God” – deze hele zin voor het ene woord ‘Islaam’.

Wat bedoelt men hier met ‘overgave’? Het betekent complete gehoorzaamheid, met liefde en wil. In Bijbelse taal betekent dit ‘de geboden in acht nemen’ of ‘de Wil van God uitvoeren’. We vinden deze uitspraken op veel plaatsen in de Bijbel, zowel in het Oude- als het Nieuwe Testament. Hier volgen een paar voorbeelden.

In het Oude Testament, in het boek Deuteronomium (10:12-13), onder de titel “De eisen van God” (of: “Gehoorzaamheid leidt tot voorspoed”): “En nu, Israël, wat vereist Jehovah, uw God, van u anders dan dat u Jehovah, uw God, vreest, dat u al Zijn wegen bewandelt, dat u Hem liefheeft, dat u Jehovah, uw God, dient met heel uw hart en heel uw ziel, om de geboden van Jehovah in acht te nemen, en Zijn wetten, die ik u vandaag opdraag voor uw voorspoed?”

Dit vers geeft duidelijk aan dat God van de mensen het volgende verlangt:

– Hem te vrezen
– Zijn wegen te bewandelen
– Van Hem te houden
– Hem te dienen met hart en ziel
– Zijn geboden te onderhouden

Een zin die dit bovenstaande samenvat is de volgende: “Complete, liefhebbende en welwillende overgave aan Hem” en één woord voor deze zin is: “Islaam”.

Als God redelijk en rechtvaardig is, zal Hij niet het ene van de Israëlieten eisen en iets anders van de Arabieren, de Indiërs of de Nederlanders. Hij is God voor alle mensen op de wereld; Hij is de Schepper van alles. Daardoor is het overduidelijk dat God niets anders van de mens wil, dan dat hij een ‘moslim’ (iemand die zich aan God overgeeft) jegens Hem is.

Niet alleen dit, God wil dat de mens door en door ‘moslim’ is, op ieder ogenblik een ‘moslim’ en een ‘moslim’ waar hij zich ook maar bevindt, zoals we kunnen lezen onder de volgende titel “Het grote gebod” in Deuteronomium: “Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één. Heb Jehovah, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw vermogen. En deze woorden, die ik u vandaag opdraag, zullen in uw hart zijn. Onderwijs ze ijverig aan uw kinderen en spreek er over wanneer u in uw huis zit en wanneer u onderweg bent en wanneer u gaat liggen (om te slapen) en wanneer u opstaat. Bind ze als een teken op uw hand en ze zullen zijn als riemen tussen uw ogen. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten (van de stad).” (Deuteronomium 6:4-9.)

Dezelfde boodschap werd door alle profeten van God verkondigd. Enkele voorbeelden uit het Oude Testament – Jozua (vrede zij met hem) in zijn afscheidsrede: “En Jozua zei tegen de mensen: ‘Jullie zijn getuigen tegen jullie zelf, dat jullie voor jullie Jehovah hebben gekozen om Hem te dienen.’ En zij zeiden: ‘Wij getuigen.’ ‘Wel, geef daarom de vreemde goden (de afgoden) die onder jullie zijn op’, zei hij, ‘en neig jullie harten naar Jehovah, God van Israël.’ En de mensen zeiden tegen Jozua: ‘Jehovah, onze God, zullen we dienen en Zijn stem zullen we gehoorzamen.’” (Jozua 24:22-24.)

Samuël (vrede zij met hem) sprak zijn volk toe: “Indien je Jehovah zult vrezen en Hem dient en Zijn stem gehoorzaamt en niet tegen de geboden van Jehovah in opstand komt, dan zullen zowel jij als de koning die over jou regeert Jehovah, jouw God, blijven volgen… Vrees slechts Jehovah en dien Hem in waarheid met geheel jouw hart…” (I Samuël 12:14&24.)

David (vrede zij met hem) instrueerde Salomon (vrede zij met hem): “Toen Davids dagen dat hij zou sterven naderden, droeg hij zijn zoon Salomo op, zeggende: ‘Ik ga de weg der gehele aarde (ik zal net als iedereen sterven). Wees dus sterk en toon je een man; neem de instructie van Jehovah, jouw God, in acht, om Zijn wegen te bewandelen, om zijn wetten in acht te nemen, en Zijn geboden, en zijn oordelen, en Zijn getuigenissen, zoals geschreven is in de wet van Mozes, opdat je zult slagen in alles wat je doet en waar je ook naar toe gaat.’” (I Koningen 2:1-3.)

Salomon (vrede zij met hem) adresseerde zijn gemeente: “Dat alle mensen van de aarde mogen weten dat Jehovah God is, en dat er niemand anders is. Laat uw hart dus volledig met Jehovah, onze God, zijn, om Zijn wetten te bewandelen en Zijn geboden in acht te nemen, zoals heden.” (I Koningen 8:60-61.)

In het Nieuwe Testament ontdekken we dat Jezus (vrede zij met hem) hetzelfde onderwijst; de geboden te onderhouden en de Wil van God te volgen, met andere woorden: geef je over aan de Wil van God. Enkele voorbeelden: het eeuwige leven door overgave aan Gods bevelen: “En zie, iemand kwam en zei tegen hem: ‘Goede meester, welke goedheid dien ik te doen, zodat ik het eeuwige leven zal hebben?’ En hij (Jezus) zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God  (#2); maar indien je het (eeuwige) leven (het Paradijs) wilt binnengaan, houd dan de geboden in acht.’” (Matteüs 19:16-17.)

<<< (#2) Jezus (vrede zij met hem) geeft hier exclusiviteit aan God. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komen alleen God de Vader (Allah) toe, niet hem: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.)>>>

Het koninkrijk der hemelen door overgave aan de Wil van God: “Niet iedereen die ‘Heer, Heer’ tegen mij zegt, zal het koninkrijk der hemel (het Paradijs) binnengaan; maar hij die doet de Wil van mijn Vader Die in de hemel is.” (Matteüs 7:21.)

Zelfs het woord ‘onderwerping’ is gebruikt: “Onderwerp u dus aan God (= Islaam)…” (Jakobus 4:7.)

Hoe mooi verklaarde Jezus (vrede zij met hem) zijn islamitische missie: “Mijn vlees is het doen van de Wil van Hem Die mij gezonden heeft en om Zijn werk af te maken.” (Johannes 4:34.)

Hoe nederig toonde Jezus (vrede zij met hem) zijn overgave aan God: “Ik kan uit mijzelf niets doen; zoals ik hoor, oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader (= Islaam), Die mij gestuurd heeft.” (Johannes 5:30.)

Jezus (vrede zij met hem) erkende moslims (degenen die zich aan God overgeven) als zijn broeders en zusters (in het geloof): “Want ieder die de Wil van mijn Vader Die in de hemel is doet (= moslim), is mijn broeder en zuster en moeder.” (Matteüs 12:50.)

De tweede betekenis

‘Vrede’ – een veelomvattende betekenis – omvat vrede met de Schepper, gemoedsrust, rust in het hart, vrede in de maatschappij enzovoort.

Deze vertaling van het woord ‘Islaam’ komt niet zo vaak voor als de eerste betekenis. Hier volgt een vers uit de Bijbel die wel deze vertaling suggereert: “Houd jullie koest in tegenwoordigheid van Jehovah, God, want de Dag van Jehovah is nabij…” (Sefanja 1:7.)

Hier wordt ‘vrede’ in relatie tot God gebruikt. ‘Houd jullie koest in tegenwoordigheid van Jehovah, God’ lijkt erop te duiden dat men ‘vrede’ vindt door overgave aan God (Die altijd aanwezig is met Zijn Kennis). Het vers kan met andere woorden weergegeven worden als: ‘Pas op, de Dag des Oordeels nadert (dus doe iets om gered te zijn), houd jezelf aan de Islaam en wees in vrede.’

“En het werk van gerechtigheid (overgave aan Gods Wil) zal vrede zijn; en het effect van gerechtigheid kalmte en zekerheid voor altijd.” (Jesajah 32:17.)

Hier wordt ‘vrede’ vergeleken met rechtschapenheid en gerechtigheid, zoals we in Deuteronomium (6:25) lezen. Toch suggereert het Islaam. Zijn effect wordt uitgelegd als zijnde eeuwige kalmte en zekerheid; verlossing. Men kan het alsvolgt uitleggen: Islaam is niets anders dan rechtschapenheid en het leidt tot het eeuwige leven.

“Toen zei Hizkia tegen Jesaja: ‘Goed is het woord van Jehovah, welke jij gesproken hebt.’ Bovendien zei hij: ‘Want in mijn tijd zal er vrede en waarheid zijn.’” (Jesajah 39:8.)

Hier wordt ‘vrede’ samen met ‘waarheid’ gebruikt. De woorden zijn samen een indicatie van de waarheid van de Islaam. Toen deze boodschap van God door profeet Jesaja (vrede zij met hem) aan koning Hizkia werd overgebracht, was de koning blij dat de Islaam in zijn dagen zou heersen.

“Gezegend zijn de vredestichters: want zij zullen de kinderen van God genoemd worden.” (Matteüs 5:9.)

Hier lijkt Jezus (vrede zij met hem) de moslims (degenen die zich overgeven aan God) als vredestichters te betitelen, omdat ze de kinderen van God genoemd worden, bedoelend: de mensen van God of de mensen die door God geliefd zijn. God houdt zeer zeker van de mensen die Zijn geboden onderhouden en die zich overgeven aan Zijn Wil, zoals dat in de tien geboden wordt verklaard: “En genade schenken aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.” (Exodus 20:6.)

Bovenstaande uitdrukking uit Exodus (20:6) is vergelijkbaar met de volgende: “…Gezegend is de mens die Jehovah vreest, die behagen schept in Zijn geboden.” (Psalmen 112:1.)

Alsook: “Gezegend is iedereen die Jehovah vreest; die zijn wegen bewandelt.” (Psalmen 128:1.)

En: “Vrede laat ik bij jullie achter, mijn vrede schenk ik aan jullie: niet zoals de wereld geeft, geef ik aan jullie. Laat jullie harten niet verontrust zijn, noch bang.” (Johannes 14:27.)

Jezus (vrede zij met hem) sprak over de ‘vrede’:

– de vrede, die zijn vrede was;
– de vrede, die hij aan anderen doorgaf;
– de vrede, die geen wereldse vrede was;
– de vrede, die er was om het hart gerust te stellen;
– de vrede, om angst uit te wissen.

Het is zo duidelijk dat deze ‘vrede’ waar Jezus (vrede zij met hem) over sprak, niets anders dan Islaam was. Het was geen wereldse vrede, het was de vrede die zijn voedsel en missie was: “Mijn vlees is het doen van de Wil van Hem Die mij gezonden heeft en om Zijn werk af te maken.” (Johannes 4:34.)

Hij had het in zijn bezit en wilde het overdragen aan anderen. Dit was zo om de vrees van veroordeling af te wenden en om het hart tevreden te stellen met het leven in het Hiernamaals.

Gebaseerd op bovenstaande uiteenzetting kan men de volgende vraag stellen: hoe komt het dat alle profeten van God de Islaam onderwezen, zelfs Jezus (vrede zij met hem)?

Waren zij werkelijk moslims?

Het antwoord is ‘ja’. De Islaam was de religie van alle profeten, met inbegrip van Jezus (vrede zij met hem). Hun ware volgelingen waren ook moslims. Dit is wat wij moslims geloven.

Enkele feiten:

1.) De Islaam is geen nieuwe religie die door de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is opgericht of gestart.

2.) De titel ‘moslim’ strekt veel verder dan Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

3.) De rol van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was eenvoudig de originele boodschap af te maken, vervolmaking van de originele religie en de uiteindelijke, zuivere en permanente leiding aan de mensheid te presenteren, zoals die door God aan hem is geopenbaard.

De Qor-aan vertelt ons (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O moslims): ‘Wij geloven in Allah en hetgeen neergezonden is tot ons en hetgeen neergezonden is tot Ibraahiem (Abraham) en Ismaa’iel (Ismaël) en Ish’aaq (Izaak) en Ya’qoeb (Jakob of Israël) en al-asbaat (de 12 zonen van Ya’qoeb, de 12 stammen), en hetgeen gegeven is aan Moesaa (Mozes) en ‘Iesaa (Jezus), en hetgeen gegeven is aan de profeten (openbaringen en boeken) van hun Heer. Wij maken geen onderscheid tussen één van hen, en wij hebben ons onderworpen aan Hem (Allah, in Islaam).’” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 136.]

“Hij (Allah) verordende voor jullie de religie (de geloofsleer van het islamitische monotheïsme) welke Hij Noeh’ (Noah, de eerste boodschapper) opdroeg en hetgeen Wij aan jou geopenbaard hebben (O Moh’ammed) en wat Wij opdroegen aan Ibraahiem (Abraham) en Moesaa (Mozes) en ‘Iesaa (Jezus), (zeggende): onderhoud de religie (leef zoals de religie dat van jullie verlangt) en raak daarin niet verdeeld (in verschillende sekten door onenigheden etc.)…” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 13.]

“Ibraahiem (Abraham) was geen jood en geen christen, maar hij was een h’anief (zuivere monotheïst), moslim, en hij behoorde niet tot de polytheïsten (afgodenaanbidders).” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 67.] (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Baard en hoofddoek

 


Enkele islamitische geloofspunten en rituelen in de Bijbel

De Islam onderwijst ons puur monotheïsme. Het meest fundamentele geloofspunt in de Islaam is de eenheid (tawh’ied) van God, zonder partner of deelgenoot in Zijn Goddelijkheid, Heerschap en Eigenschappen. Zonder dit geloof is er geen sprake van Islaam.

Enkele aspecten worden hier onder de loep genomen:

A.) De islamitische geloofsgetuigenis
B.) Het islamitische gebed, aanbidding
C.) Islamitische etiquette, zoals we in de Bijbel zien
D.) Enkele inachtnemingen zoals gezien in de Bijbel

 


A.) De islamitische geloofsgetuigenis

De islamitische geloofsgetuigenis (as-shahaadah) drukt zich uit in een eenvoudige, maar zeer betekenisvolle zegswijze: “Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve de Ene Ware God (Allah), en Moh’ammed is de boodschapper van God.”

Iedereen die hier een rotsvast geloof in heeft (en dus dienovereenkomstig naar handelt), is een moslim. Deze getuigenis omvat twee delen:

1.) Het eerste deel omvat de Autoriteit en Soevereiniteit van de Ene Ware God, dat Hij alleen de Schepper is, de Onderhouder, de Redder, de Verlosser en de Godheid en er is geen andere (want alle andere goden zijn valse goden).

2.) Het tweede deel bevat het kanaal van communicatie tussen de Schepper en de mensheid – bekend als profeetschap. Een moslim moet geloven in de boodschapper van God en zijn leringen volgen, omdat dat de enige weg tot God is.

Eerder hebben we gezegd dat de Islaam de religie van alle profeten van God was. Als dat het geval is, zou de geloofsgetuigenis voor de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) het volgende moeten inhouden:

– Het geloof in de Ene Ware God, naast Wie niemand en niets het waard is te worden aanbeden.

– Het geloof in de boodschapper van God.

Het eerste deel houdt monotheïsme in, dat door de geschiedenis heen in stand is gebleven. Enkele voorbeelden:

Het eerste van de tien geboden: “Ik ben Jehovah, jullie God… Jullie dienen geen andere goden te hebben naast Mij. Jullie dienen geen afgodsbeelden voor jullie te maken, of enige gelijkenis van iets dat boven in de hemel is, of wat beneden op de aarde is, of wat in het water onder de aarde is. Jullie dienen niet te buigen voor hen, noch hen dienen: want Ik, Jehovah, jullie God, ben een jaloerse God (ik duld geen deelgenoten)…” (Exodus 20:2-5.)

“Weet dus vandaag, en laat het uw hart binnendringen, dat Jehovah de enige God is, boven in de hemel en beneden op de aarde; er is geen ander.” (Deuteronomium 4:39.)

“…en begrijp dat Ik Hem ben: vóór Mij was er geen god, noch zal er een zijn na Mij. Ik, Ik ben Jehovah; en buiten Mij is er geen Verlosser!” (Jesaja 43:10-11.)

“Dat alle mensen van de aarde zullen weten dat Jehovah God is, en dat er geen andere is.” (I Koningen 8:60.)

“…ben Ik niet Jehovah!? En er is geen andere god naast Mij; een rechtvaardige God en een Verlosser; er is geen ander naast Mij. Kijk naar Mij en wees verlost, alle uiteinden van de wereld: want Ik ben God en er is geen ander. Ik heb gezworen bij Mezelf, het woord is in rechtvaardigheid uit Mijn mond gekomen, en zal niet terugkeren, dat voor Mij elke knie zal buigen en elke tong zal zweren.” (Jesaja 45:21-23.)

Het tweede deel (het geloof in de boodschapper van God) varieerde met de tijd. Dus ten tijde van Mozes (vrede zij met hem) zou dat zijn: “…en Mozes is de boodschapper van God.”

En ten tijde van Jezus (vrede zij met hem) zou dat zijn: “…en Jezus is de boodschapper van God.”

Dit is te vergelijken met Jezus’ uitspraak: “Jezus zei tegen hem: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven: niemand komt tot de Vader behalve door middel van mij.’” (Johannes 14:6.) Dit geldt voor elke profeet en boodschapper in zijn tijd. In de tijd van Mozes (vrede zij met hem) was Mozes de weg en de waarheid en het leven en kwam niemand tot God (de Vader – Jehovah – Allah) dan door hem. In de tijd van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was Moh’ammed de weg en de waarheid en het leven en kwam niemand tot God (de Vader – Jehovah – Allah) dan door hem. Dit is de rol van elke profeet en boodschapper (vrede zij met hen allen).

Dit geloof houdt eveneens in, dat men moet geloven in alle voorgaande boodschappers van God. De complete islamitische geloofsgetuigenis zoals die door Jezus (vrede zij met hem) werd geuit in één zin: “En dit is eeuwig leven, dat zij U kennen, de Enige Ware God (= Allaah in het Arabisch), en Jezus Christus, die U gezonden heeft (als profeet).” (Johannes 17:3.)

Wat brengt dit vers over? Het vertelt ons dat het eeuwige leven – verlossing – van de volgende twee zaken afhankelijk is:

1.) De Enige Ware God kennen; hier houdt het woord “kennen” geen passieve kennis in, het is meer dan dat, namelijk:

a.) Weten dat Hij de Enige is Die het waard is om aanbeden te worden, of: Hij is de Enige Godheid.

b.) Weten dat Hij de Enige Redder en Verlosser is.

c.) Hem te accepteren als de Enige Die het waard is aanbeden te worden en alle anderen die aanbeden worden af te wijzen.

Slechts weten heeft geen nut. Satan kende God ook, maar hij werd vervloekt en afgewezen, omdat hij weigerde God te gehoorzamen.

2.) Jezus (vrede zij met hem) erkennen als de boodschapper van God; dit houdt in dat enkel zijn leringen gevolgd moeten worden. Het bovenstaande vers uit Johannes (17:3) kan precies omgezet worden naar de huidige islamitische geloofsgetuigenis: “Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve de Ene Ware God, en Jezus is de boodschapper van God.”

Een voorbeeld van de islamitische geloofsgetuigenis in het Oude Testament: “En het geschiedde ten tijde van het offeren van het avondoffer, dat de profeet Elia naderbij kwam en zei: ‘Jehovah, God van Abraham, Izaak en van Israël, laat het vandaag bekend zijn dat U God bent in Israël, en dat ik uw dienaar ben, en dat ik al deze dingen gedaan heb op Uw bevel.” (I Koningen 18:36.)

Met andere woorden staat er: “Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve de Ene Ware God, en Elia is de dienaar en boodschapper van God.”

 


B.) Het islamitische gebed, aanbidding

Moslims bidden en aanbidden God op dezelfde manier als de eerste profeten van God dit deden. Daar kunnen we in de Bijbel hier en daar nog een spoor van terugvinden.

1.) Buigen en neerknielen op de grond;

Jezus (vrede zij met hem): “En hij ging een beetje verder, en viel op zijn gezicht, en bad, zeggende: ‘O mijn Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker mij dan passeren: echter, niet zoals ik het wil, maar zoals U het wilt.’” (Matteüs 26:39.)

Mozes (vrede zij met hem): “En Mozes haastte zich, en boog zijn hoofd richting de grond en bad.” (Exodus 34:8.)

Mozes en Aäron (vrede zij met hen): “En Mozes en Aäron trokken zich van de samenkomst terug en gingen naar de toegang van de tabernakel (tent, loofhut) van de gemeente, en zij vielen op hun gezichten: en de glorie van Jehovah verscheen aan hen.” (Numeri 20:6.)

Abraham (vrede zij met hem): “En Abraham viel op zijn gezicht…” (Genesis 17:3.)

De bediende van Abraham: “En het geschiedde dat, toen Abraham’s dienaar hun woorden hoorde, hij Jehovah aanbad, zichzelf buigend naar de grond.” (Genesis 24:52.)

Jozua (vrede zij met hem): “…En Jozua viel op zijn gezicht naar de grond, en bad, en zei tegen Hem: ‘Wat zei mijn Heer tegen Zijn dienaar?’” (Jozua 5:14.)

Ezra en het volk: “En Ezra prees Jehovah, de grote God. En heel het volk antwoordde: ‘Amen, amen,’ terwijl ze hun handen ophieven: en ze bogen hun hoofden en aanbaden Jehovah met hun gezichten naar de grond.” (Nehemia 8:6.)

2.) In de vijf dagelijkse gebeden reciteren wat het gebed van de Heer van de moslims (het openingshoofdstuk van de Koran) genoemd kan worden. Vergelijk dit eens met hetgeen Jezus (vrede zij met hem) onderwees.

 

Islamitisch gebed in de Qor-aan Christelijk gebed in de Bijbel
Deel 1: de Heer prijzen en Zijn belangrijkste Eigenschappen gedenken.
In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof zij Allah, de Heer der werelden, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Bezitter van de Dag des Oordeels. Onze Vader Die in de hemelen zijt, Uw Naam wordt geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.
Deel 2: Zijn hulp zoeken.
U (alleen) aanbidden wij en U (alleen) vragen wij om hulp. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergeven.
Deel 3: om leiding smeken.
Leid ons op het rechte pad, het pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen, noch dat van de dwalenden. Amien.  En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want aan U behoort het Koninkrijk en de kracht en heerlijkheid. In der eeuwigheid. Amen.

3.) Bidden van ochtend tot avond: “Van het opkomen van de zon tot diens ondergang, dient de Naam van Jehovah geprezen te worden.” (Psalmen 113:3.)

4.) Het gebed op gezette tijden verrichten, zoals de discipelen van Jezus, Petrus en Johannes deden: “Nu gingen Petrus en Johannes samen naar de tempel omstreeks het uur der gebed, dat is het negende uur (15:00).” (Handelingen 3:1.) Deze tijd komt overeen met het namiddag (‘asr) gebed van de moslims (afhankelijk van de stand van de zon).

5.) Smeekbeden verrichten met opgeheven handen – Salomo (vrede zij met hem): “…toen Salomo een einde maakte aan het bidden van dit hele gebed en smeekgebed tot Jehovah, stond hij op voor het altaar van Jehovah, vanuit het knielen op zijn knieën met zijn handen uitgespreid naar de hemel.” (I Koningen 8:54.)

Zie ook Nehemia 8:6 hierboven.

6.) Rituele wassing verrichten voordat men gaat bidden: “En hij plaatste het wasvat tussen de tabernakel (tent, loofhut) van de gemeente en het altaar, en vulde het met water om daarmee te wassen. En Mozes en Aäron en zijn zonen wasten daar hun handen en voeten: wanneer zij de tabernakel van de gemeente binnengingen en wanneer zij het altaar naderden, wasten zij; zoals Jehovah Mozes opgedragen had.” (Exodus 40:30-32.)

7.) De tempel van God ‘het gebedshuis’ noemen (Arab.: masdjied), zoals Jezus (vrede zij met hem): “En zei tegen hen: ‘Er staat geschreven: Mijn huis dient het huis der gebed genoemd te worden.’…” (Matteüs 21:13.)

8.) De maankalender volgen: “En het zal geschieden, dat van elke nieuwe maan tot een andere, en van elke sabbat tot een andere, al wat leeft zal komen om zich voor Mij neer te buigen – zegt Jehovah.” (Jesaja 66:23.)

9.) In de Islaam is vasten een vorm van aanbidding. Voor een moslim is het verplicht gedurende een hele maand per jaar (de Ramadhaan) te vasten. Jezus (vrede zij met hem) vastte gedurende veertig dagen: “En toen hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, had hij naderhand honger.” (Matteüs 4:2.)

Over hen die vasten, zei hij (vrede zij met hem): “Gezegend zijn degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid: want zij zullen verzadigd worden.” (Matteüs 5:6.)

Zijn onderwijs omtrent het vasten was islamitisch: “En wanneer jullie vasten, wees niet, als de hypocrieten, met een somber gelaat: want zij vervormen hun gezichten, zodat zij voor anderen lijken te vasten. Waarlijk, ik zeg tot jullie, zij ontvingen reeds hun beloning. Maar jullie, als jullie vasten, zalf je hoofd en was je gezicht, zodat je voor anderen niet lijkt te vasten, maar alleen je Vader, Die in het verborgene is: en je Vader, Die ziet in het verborgene, zal je openlijk belonen.” (Matteüs 6:16-18.) Dit noemt men in de Islaam ikhlaas – oprechtheid en zuiverheid in aanbidding.

10.) Liefdadigheid is een andere verplichte daad van aanbidding in de Islaam; de zakaat (Bijbelse term: ‘tiende’): “En elk tiende deel van (de opbrengst van) het land, hetzij van het zaad van het land, of van het fruit van het geboomte, is voor Jehovah, het is heilig voor Jehovah: en indien iemand zijn tiende deel wil afkopen, dient hij het vijfde deel daaraan toe te voegen. En wat betreft het tiende deel van het rundvee, of van de schapen, zelfs van al hetgeen onder de staf passeert, de tiende zal heilig zijn voor Jehovah. Hij dient niet te speuren of het goed of slecht is, noch dient hij het om te wisselen: en als hij het toch (voor een ander dier) omwisselt, dan zullen ze beide heilig zijn; ze kunnen niet afgekocht worden.” (Leviticus 27:30-33.)

Jezus (vrede zij met hem) benadrukte de gedachte achter de liefdadigheid, wat exact de lering van de Islaam is: “Let op dat jullie jullie liefdadigheid niet doen tegenover mensen, om door hen gezien te worden: anders zullen jullie geen beloning van jullie Vader Die in de hemel is hebben. Dus wanneer jullie jullie liefdadigheid doen, bazuin dat dan niet rond, zoals de hypocrieten doen in de synagoge en op de straten, zodat zij door mensen geprezen worden. Waarlijk, ik zeg tot jullie: zij ontvingen reeds hun beloning. Maar wanneer jullie liefdadigheid doen, laat je linkerhand dan niet weten wat je rechterhand doet: zodat jullie liefdadigheid in het verborgene is: en jullie Vader, Die in het verborgene ziet, zal je er openlijk voor belonen.” (Matteüs 6:1-4.)

 


C. Enkele islamitische gewoonten in de Bijbel

1.) Moslims groeten elkaar door as-salaamoe ‘alaykoem te zeggen: ‘vrede zij met jullie’. Dit deed Jezus (vrede zij met hem) ook: “…Jezus kwam en stond in hun midden, en zei tot hen: ‘Vrede zij met jullie!’” (Johannes 20:19.)

“Toen ze nog aan het praten waren, stond Jezus zelf in hun midden, en zei tot hen: ‘Vrede zij met jullie.’” (Lucas 24:36.)

In feite instrueerde Jezus (vrede zij met hem) zijn discipelen, wanneer hij ze op een missie stuurde, dat ze dit moesten zeggen als ze een huis binnengingen: “En wanneer je een huis binnengaat, begroet het (de aanwezigen). En als het huis waardig is, laat jullie vrede erover komen: maar als het niet waardig is, laat jullie vrede naar jullie terugkeren.” (Matteüs 10:12-13.) Dit is een islamitische lering.

2.) Moslims gebruiken de term inshaa-a Allaah zeer frequent, dit betekent ‘als God het wil’. Deze instructie staat in aayah 18:23-24 van de Koran en vinden we ook in de Bijbel: “Nu dan, jullie die zeggen: ‘Vandaag of morgen zullen we naar die en die stad gaan, en daar een jaar blijven, en kopen en verkopen, en winst verwerven’: terwijl jullie niet weten wat er morgen zal zijn. Want wat is jullie leven? Het is slechts een wasem, dat eventjes verschijnt en dan weer verdwijnt. Daarom zouden jullie moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zullen we leven, en zullen we dit of dat doen.’” (Jakobus 4:13-15.)

 


D. Sommige islamitische inachtnemingen in de Bijbel

1.) Moslims eten geen varkensvlees. De Bijbel verbiedt dit ook: “En het zwijn, hoewel het gespleten hoeven heeft, maar het herkauwt niet; het is onrein voor jullie. Van hun vlees dienen jullie niet te eten, en hun kadavers dienen jullie niet aan te raken; zij zijn onrein voor jullie.” (Leviticus 11:7-8, Deuteronomium 14:8.)

<<<Paulus had hier zijn eigen mening over: “Wat er ook verkocht wordt in de vleeshal, mag gegeten worden, zonder te vragen (wat voor vlees het is) vanwege gewetensbezwaar.” (1 Korintiërs 10:25.) Vandaar dat varkensvlees in het latere Christendom niet langer meer verboden was.>>>

2.) Moslims houden zich afzijdig van ontucht en wijn. In de Bijbel staat de reden: “Want ze zullen eten, maar niet genoeg hebben; zij zullen ontucht begaan, maar zullen niet vermeerderen: omdat zij het acht slaan op Jehovah in de steek hebben gelaten. Ontucht en wijn en nieuwe wijn nemen het hart (verstand) weg.” (Hosea 4:10-11.)

“Wijn maakt je een spotter, sterke drank een braller: en wie zich daardoor laat misleiden (door er aan toe te geven) is niet wijs.” (Spreuken 20:1.)

“Wees niet te midden van pimpelaars; te midden van gulzige eters van vlees: want de dronkaard en de gulzigaard zullen arm worden: en sufheid zal een man kleden met vodden.” (Spreuken 23:20-21.)

3.) Voor moslims is rente verboden. De Bijbel beveelt net zo: “Als je aan iemand van mijn volk, die arm is onder jullie, geld leent, dien je tegenover hem niet te zijn als een uitbuiter, noch dien je hem rente op te leggen.” (Exodus 22:25.)

4.) Moslims worden besneden. Jezus (vrede zij met hem) was besneden en zo ook Abraham (vrede zij met hem) en andere Israëlitische profeten (vrede zij met hen): “En toen er acht dagen verstreken waren en het kind besneden moest worden, werd zijn naam Jezus benoemd, die zo benoemd was door de engel voordat hij in de baarmoeder ontvangen was.” (Lucas 2:21.)

<<<God maakte de besnijdenis een eeuwig verbond: “En God zei tegen Abraham: ‘Jij dient je dus te houden aan Mijn verbond, jij en jouw nakomelingen in hun generaties. Dit is Mijn verbond die jullie in acht dienen te nemen, tussen Mij en jou en jouw nakomelingen; elk mannelijk kind onder jullie dient besneden te worden.” (Genesis 17:9-10.) Maar Paulus zei hierover: “Houd dus stand in de vrijheid waarmee Christus ons bevrijd heeft, en wees niet wederom onderworpen aan een slavenjuk (wet). Let op, ik, Paulus, zeg tot jullie (zogenaamd geïnspireerd door de “Heilige Geest”), dat als jullie besneden worden, Christus jullie niets zal baten. Want ik getuig wederom tegenover elke man die besneden is, dat hij een schuldenaar is jegens de gehele wet (anders dus niet). Christus is nutteloos geworden voor jullie, eenieder van jullie die gerechtvaardigd wordt door de wet; jullie zijn in ongenade gevallen. Want wij wachten door de Geest op de hoop der gerechtigheid door middel van geloof (niet werken). Want in Jezus Christus zal besneden zijn niets baten, noch onbesneden zijn; maar geloof dat werkt door liefde.” (Galaten 5:1-6.) Jezus (vrede zij met hem) kwam niet om een nieuwe religie te stichten, hij schafte de besnijdenis niet af: immers, “het is gemakkelijker voor hemel en aarde om te vergaan, dan dat er één tittel (punt) van de wet wegvalt.” (Lucas 16:17.) Maar door de prediking van voornamelijk Paulus ontstond er een nieuwe religie: het Christendom.>>>

Wij vragen ons af hoeveel van deze bovengenoemde gewoonten tegenwoordig nog bij de christenen worden toegepast. Wie kunnen er dan beter ware christenen worden genoemd – de moslims of zij die zichzelf christenen noemen?

Nu zullen vele christenen zeggen dat de wet is afgeschaft voor hen, dat de wet iets is wat in het Oude Testament staat en dat de wet niet voor hen geldt. Zij gebruiken dan o.a. het volgende Bijbelvers, iets wat Paulus in zijn brief aan de Galaten schreef: “Maar voordat geloof kwam, werden wij onder de wet gehouden, opgesloten tot aan het geloof dat later geopenbaard zou worden. De wet was dus onze schoolmeester om ons tot Christus te brengen, opdat wij door geloof gerechtvaardigd mogen worden. Maar nadat dat geloof gekomen is, zijn wij niet langer meer onder een schoolmeester (wet)…” (Galaten 3:23-25.)

Maar Jezus (vrede zij met hem) zegt in Matteüs 5:17-20: “Denk niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen (de religie, boodschap blijft hetzelfde); Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te vervullen (te bevestigen, uit te voeren). Want waarlijk, ik zeg tot jullie: totdat hemel en aarde vergaan, zal er op geen enkele manier een jota (het allergeringste) of tittel (punt) van de wet vergaan, totdat alles vervuld is. Wie dan zelfs één van de kleinste van deze geboden afschaft, en de mensen zo onderwijst, hij zal het kleinst gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk (het Hiernamaals): maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk.”

“De wet en de profeten gaan tot aan Johannes: sinds die tijd wordt het koninkrijk van God gepredikt, en elk mens wordt ertoe aangespoord. En het is gemakkelijker voor hemel en aarde om te vergaan, dan dat er één tittel (punt) van de wet wegvalt.” (Lucas 16:16-17.)

Door de wet af te schaffen hebben de christenen het wel heel erg gemakkelijk voor zichzelf gemaakt. Maar het ingaan in het koninkrijk der hemelen is niet gemakkelijk: “…Ga binnen door de nauwe poort: want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot vernietiging (de Hel) leidt, en er zullen velen zijn die daardoor binnengaan: want nauw is de poort, en smal is de weg, die leidt naar leven (het Paradijs), en er zullen weinigen zijn die het vinden…” (Matteüs 7:13-14.)

Er is waarlijk gewaarschuwd tegen het knoeien met de leringen die komen van God. In de Bijbel lezen we o.a. in Deuteronomium 12:32: “Wat Ik jullie ook gebied, neem dat in acht: jullie dienen daaraan niets toe te voegen, noch daarvan af te nemen…” En in Deuteronomium 4:2: “Jullie dienen niets toe te voegen aan het woord dat Ik jullie gebied, noch dienen jullie daarvan iets af te nemen…”

Het is overduidelijk dat de handelingen die de moslims verrichten niets vreemds of nieuws zijn; ze zijn ‘Bijbels’. Het is ook duidelijk dat de Islaam de religie van alle profeten en boodschappers van God was. Het is 100% de religie van Jezus. Niet alleen dit, maar de voortzetting van het geloof van Abraham (vrede zij met hem) tot aan de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is ook te zien in de Bijbel; in zowel het Oude als het Nieuwe Testament vinden we voorspellingen over de komst van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Deze zaak is een onderwerp op zich en behoeft een volledige en aparte bespreking. (Zie het artikel De profeet Mohammed in de Bijbel.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Drie-eenheid

 


Christendom – de naam en zijn betekenis

We gaan nu verder om het ‘Christendom’ in de Bijbel te bekijken. Dit kan enigszins vreemd klinken, want men kan zich afvragen: ‘Aangezien de Bijbel het Heilige Boek van de christenen is, wat zullen we er dan anders dan Christendom in vinden?’ Onze discussie over het Christendom zal ietwat afwijken. Christenen kennen het Christendom heel goed en hebben er een emotionele binding mee. Dus we zullen niet in detail treden. Maar we zullen proberen om bepaalde verwarrende en raadselachtige punten aangaande het Christendom, objectief te analyseren. Deze punten behoeven onze aandacht, omdat ze over het algemeen niet duidelijk worden begrepen.

Moslims voelen dat de liefde van God en voor Jezus (vrede zij met hem) net zozeer hun recht is, als dat van de christenen. We moeten in gedachten houden, dat een moslim geen moslim is als hij niet geloof in Jezus (vrede zij met hem). Zowel de moslims als de christenen hebben een gezamenlijke erfenis, waar ze beiden hun voordeel uit moeten halen. Dit is de reden waarom deze punten speciale aandacht nodig hebben.

De naam

1.) De naam ‘Christendom’ – is het echt een geldige naam? Als dat zo is, waar staat deze dan geregistreerd? Met andere woorden: waar is het identiteitsbewijs?

2.) Wie heeft de naam gegeven? Of wie is het certificerend gezag?

De naam ‘christen’ werd voor het eerst in Antiochië (een stad in het toenmalige Romeinse Rijk) gebruikt, zoals we in de Bijbel lezen: “Vervolgens vertrok Barnabas naar Tarsus, om Saulus (Paulus) te zoeken: en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. En het geschiedde dat zij zich een heel jaar met de gemeente verenigden en vele mensen onderwezen. En de discipelen werden te Antiochië voor het eerst christenen genoemd.” (Handelingen 11:25-26.)

Wie had hen deze naam gegeven? Het was niet God, noch Jezus (vrede zij met hem)! De volgende punten kunnen we opmerken met betrekking tot de naam ‘Christendom’:

a.) De naam draagt niet het gezag van God of Jezus (vrede zij met hem).

b.) De naam werd gegeven door Joden en heidenen in Antiochië, dus eerder door vijanden dan door vrienden.

c.) De naam werd gegeven nadat Jezus (vrede zij met hem) deze wereld had verlaten.

d.) De naam werd vernederend gebruikt, het was een scheldnaam, zoals dit door historici is vastgesteld.

Iemand kan beweren: ‘Wat is er nu zo belangrijk aan een naam? De naam doet er niet toe.’ Dit kan geen geldig argument zijn, maar enkel voor het geval, laat ons dan even doorgaan en de betekenis zoeken.

De betekenis

Het woord ‘Christendom’ draagt geen enkele betekenis in zich. Het is een woord ter identificatie, afgeleid van Christus (zoals het Boeddhisme zijn naam van Boeddha afleidde). De volgende vraag zou dan zijn: ‘Wat is de definitie van Christendom?’ Nu hebben we een probleem.

Men kan zeggen dat een christen iemand is die in Jezus Christus (vrede zij met hem) gelooft. Wij moslims geloven ook in hem (het is een geloofsartikel om in hem te geloven). Dus wij kunnen ook christenen genoemd worden.

Iemand kan zeggen dat een christen iemand is die de leringen van Jezus Christus (vrede zij met hem) volgt. Wij moslims beweren dat wij hem beter volgen dan degenen die zichzelf christenen noemen. Wij zijn dan dus betere christenen.

Er kan gezegd worden dat een christen iemand is die Jezus Christus (vrede zij met hem) aanbidt. Maar wij zijn het niet eens met deze definitie. Waarom? Omdat Jezus (vrede zij met hem) simpelweg nooit geclaimd heeft: ‘Ik ben God en jullie moeten mij aanbidden.’ Of: ‘Ik ben gelijk aan God en ik ben net zo eeuwig als God.’

Niet één maal heeft hij een dergelijke bewering geuit. Jezus (vrede zij met hem) gebruikte duidelijk geen vage taal om zijn vitale en uiterst belangrijke zaak uit te leggen en hij liet dit evenmin over aan de verbeelding van de mensen of hun interpretatie. (Zie het artikel Eenheid versus drie-eenheid: schaakmat!) Maar wat onderwees hij dan? Wat was de essentie van zijn missie? Dit punt zullen wij verderop in detail bespreken.

 


‘Christendom’ in de Bijbel

In de Evangeliën wordt het woord ‘Christendom’ nergens gevonden. In de andere boeken van het Nieuwe Testament wordt ‘christen’ misschien drie of vier keer genoemd: “Vervolgens vertrok Barnabas naar Tarsus, om Saulus (Paulus) te zoeken: en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. En het geschiedde dat zij zich een heel jaar met de gemeente verenigden en vele mensen onderwezen. En de discipelen werden te Antiochië voor het eerst christenen genoemd.” (Handelingen 11:25-26.)

“Vervolgens zei Agrippa tegen Paulus: ‘Je had me bijna overgehaald een christen te zijn.’” (Handelingen 26:28.)

“Maar als iemand lijdt als een christen, laat hem zich niet schamen; maar laat hem hierdoor God prijzen.” (1 Petrus 4:16.)

Laat ons nu eens kijken naar het geloof en de leringen van het Christendom. Een ding dat zeer duidelijk en opvallend verschijnt, is dat er twee zeer contrasterende plaatjes van het Christendom bestaan.

De twee plaatjes van het ‘Christendom’:

 

1. Met een historische Jezus (vrede zij met hem). 1. Met een mythische Jezus (vrede zij met hem).
2. Dat bestond gedurende het leven van Jezus (vrede zij met hem). 2. Dat was geformuleerd na het vertrek van Jezus (vrede zij met hem).
3. Dat echt was. 3. Dat zich gaandeweg heeft geëvolueerd.
4. Dat Jezus (vrede zij met hem) zelf onderwees en uitoefende. 4. Dat tegengesteld is aan zijn leringen en gewoonten.
5. Dat uitnodigt tot puur monotheïsme. 5. Dat beïnvloed is door Griekse en Romeinse mythologie.
6. Dat in lijn is met de leringen van de andere profeten van God. 6. Dat met geen enkele profeet van God in lijn is.
7. Dat eenvoudig, puur en logisch is. 7. Dat mysterieus, verwarrend en onlogisch is.
8. Dat duidelijk is. 8. Dat gemaskerd en geheimzinnig is.
9. Dat zijn oorsprong heeft in de openbaring van God aan de boodschapper van God (Jezus – vrede zij met hem). 9. Dat de oorsprong heeft in de visie over Jezus van een overgelopen apostel van Jezus.
10. Dat het gezag van Jezus (vrede zij met hem), de leraar, heeft. 10. Dat het gezag van Sint Paulus heeft, de apostel.

Het resultaat:

Dit heeft een probleem veroorzaakt bij het begrip van de ware religie en heeft geresulteerd in verwarring en conflicten. Het is dan ook geen wonder dat er zoveel twistpunten omtrent de basale onderwerpen binnen de christelijke wereld bestaan, iedere groep beweert dat hij op het rechte pad is. Laat ons de leringen binnen beide versies van het Christendom bekijken.

 


Christendom van Jezus (vrede zij met hem)

Jezus (vrede zij met hem) stelde zichzelf voor als een profeet en boodschapper van God en een vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Hemelen. Hij nodigde mensen altijd uit hem te volgen in die capaciteit. Enkele voorbeelden:

1.) Een profeet van God: “Toch dien ik vandaag op pad te gaan, en morgen, en de volgende dag: want het kan niet zo zijn dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem.” (Lucas 13:33.)

“Maar Jezus zei tot hen: ‘Een profeet is niet zonder eer, behalve in zijn eigen stad, en onder zijn eigen verwanten, en in zijn eigen huis.’” (Marcus 6:4.)

Mensen erkenden hem als een profeet van God: “En de menigte zei: ‘Dit is Jezus de profeet uit Nazaret in Galiea.’” (Matteüs 21:11.)

2.) Een boodschapper van God; iemand die door God gezonden is: “Wie in mijn naam één van dergelijke kinderen ontvangt, ontvangt mij: en wie mij ontvangt, ontvangt niet mij, maar Hem Die mij gezonden heeft.” (Marcus 9:37.)

“Want ik heb niet uit mezelf gesproken; maar de Vader Die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moet zeggen en wat ik moet uiten.” (Johannes 12:49.)

“Jezus antwoordde hen, en zei: ‘Mijn doctrine is niet van mij, maar van Hem Die mij gezonden heeft.’” (Johannes 7:16.)

3.) Hij legde de nadruk op de gehoorzaamheid aan de goddelijke wet: hij onderwees dezelfde religie die door Mozes (vrede zij met hem) en andere profeten (vrede zij met hen) werd onderwezen, de goddelijke wet hoog houdend. Beschouw de Bergrede: “Denk niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen (de religie, boodschap blijft hetzelfde); Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te implementeren (te bevestigen, uit te voeren). Want waarlijk, ik zeg tot jullie: totdat hemel en aarde vergaan, zal er op geen enkele manier een jota (het allergeringste) of tittel (punt) van de wet vergaan, totdat alles vervuld is. Wie dan zelfs één van de kleinste van deze geboden afschaft, en de mensen zo onderwijst, hij zal het kleinst gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk (het Hiernamaals): maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot gekwalificeerd worden in het hemelse koninkrijk. Want ik zeg tot jullie, dat als jullie gerechtigheid niet groter is dan de gerechtigheid van de schriftgeleerden der Farizeeën, zullen jullie in geen geval het hemelse koninkrijk binnengaan.” (Matteüs 5:17-20.)

Hij wilde liever dat de mensen de goddelijke wet gehoorzaamden dan de menselijke wetten, laat staan huichelarij: “O hypocrieten! Jesaja’s profetie aangaande jullie was nauwkeurig, zeggende: ‘Dit volk nadert mij met hun mond, en eert mij met hun lippen; maar hun hart is ver van mij. Maar tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen voorschriften van mensen als doctrines.’” (Matteüs 15:7-9.)

Overdenk zijn antwoord, toen hij door een rechter van de Farizeeën werd ondervraagd over het belangrijkste gebod in de wet: “‘Meester, wat is het grote gebod in de wet?’ Jezus zei tegen hem: ‘Heb de Heer jouw God lief met heel je hart, en met heel je ziel, en met heel je verstand. Dit is het eerste en grote gebod. En het tweede is daaraan gelijk: heb jouw naaste lief zoals jezelf. Aan deze twee geboden hangen alle wetgevingen en de profeten.’” (Matteüs 22:36-40.)

4.) Doel van zijn missie: hij geloofde exclusief in de aanbidding van God en maakte dit tot het ultieme doel van al zijn bezigheden: “Jezus zei daarop tot hem: ‘Ga weg, satan: want er staat geschreven: jullie dienen de Heer jullie God te aanbidden, en Hem alleen dienen jullie te dienen.’” (Matteüs 4:10.)

“Mijn vlees is het doen van de Wil van Hem Die mij gezonden heeft en om Zijn werk af te maken.” (Johannes 4:34.)

“Al wie de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.” (Marcus 3:35.)

“Hij antwoordde hen: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn dezen die het woord van God horen en doen.’” (Lukas 8:21.)

5.) Zijn leringen aangaande verlossing: “Want ik zeg tot jullie, dat als jullie gerechtigheid niet groter is dan de gerechtigheid van de schriftgeleerden der Farizeeën, zullen jullie in geen geval het hemelse koninkrijk binnengaan.” (Matteüs 5:20.)

“En hij (Jezus) zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God (God de Vader); maar indien je het (eeuwige) leven (het Paradijs) wilt binnengaan, houd dan de geboden in acht.’” (Matteüs 19:17.)

“En dit is eeuwig leven, dat zij U kennen, de Enige Ware God (= Allaah in het Arabisch), en Jezus Christus, die U gezonden heeft.” (Johannes 17:3.)

“Waarlijk, waarlijk, ik zeg tot jullie: hij die mijn woord (boodschap) hoort (en dienovereenkomstig handelt), en gelooft in Hem Die mij gezonden heeft (God de Vader), heeft eeuwig leven (in het Paradijs), en zal niet veroordeeld worden; maar is overgegaan van de dood naar het leven.” (Johannes 5:24.)

“Nee, zeg ik jullie: maar jullie zullen allemaal insgelijks omkomen, behalve als jullie berouw tonen.” (Lucas 13:3.)

Vergelijk het bovenstaande nu eens met de leringen van Paulus. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Jezus of Paulus

 


Christendom van Paulus

Laat ons eerst kennis maken met Paulus. Paulus was niet een van de apostelen die door Jezus (vrede zij met hem) waren gekozen, evenmin ontmoette hij Jezus (vrede zij met hem). Hij was een Jood van afkomst en religie en genoot van het privilege een Romeins burger te zijn. Hij was een intelligent en invloedrijk persoon.

Paulus was een sterke tegenstander van Jezus (vrede zij met hem) tijdens zijn leven en hij martelde en vermoordde veel van Jezus’ volgelingen: “Ik dacht werkelijk bij mezelf dat ik vele dingen moest doen om de naam van Jezus van Nazaret tegen te werken (en hoe kun je dit beter doen dan het van binnenuit te vernietigen), wat ik dus ook deed in Jeruzalem. En vele van de vromen liet ik in de gevangenis opsluiten, na gezag daartoe te hebben ontvangen van de hoofdpriesters; en als zij ter dood veroordeeld werden, gaf ik mijn stem tegen hen. En ik heb hen in elke synagoge vaak bestraft, en hen gedwongen tot godlastering (ongeloof, afgoderij); en ik was zo buitengewoon razend jegens hen, dat ik hen zelfs in vreemde steden vervolgde.” (Handelingen 26:9-11.)

Hij was aanwezig bij de steniging van Stefanus, de eerste christelijke martelaar: “En zij dreven hem de stad uit, en stenigden hem: en de getuigen legden hun gewaden neer bij de voeten van een jongeman, wiens naam Saulus (Paulus) was. En zij stenigden Stefanus, die God aanriep, zeggende: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ En hij knielde neer, en riep met luide stem: ‘Heer! Reken hen deze zonde niet aan!’ En nadat hij dit gezegd had, overleed hij.” (Handelingen 7:58-60.)

Hij verwoestte de gemeenschap: “Wat betreft Saulus (Paulus), hij verwoeste de kerk (gemeente) volledig, ging elk huis binnen, en sleurde mannen en vrouwen naar de gevangenis waar hij hen liet opsluiten.” (Handelingen 8:3.)

En later werd hij de zelfaangewezen apostel van Jezus!

Paulus geloofde altijd in de Jezus van zijn visie en was niet geïnteresseerd in de Jezus van de geschiedenis. Zijn verraderlijke visie van het Christendom was fundamenteel afwijkend van hetgeen waarin de apostelen van Jezus geloofden. Paulus werd berispt door Jakobus, hoofd van de kerk en de jongere broer van Jezus, omdat hij deze Paulus niet beter achtte dan een afvallige en een onrein persoon en hem daarom adviseerde zich te laten reinigen in overeenstemming met de wet: “En zij zijn geïnformeerd over jou (O Paulus), dat jij alle Joden die zich onder de heidenen bevinden onderwijst om Mozes te verloochenen, zeggende dat zij hun kinderen niet dienen te besnijden, noch naar de gebruiken (de wet) dienen te leven. Wat dus nu te doen!? De massa dient echt samen te komen, want zij zullen horen dat jij bent gekomen. Doe daarom hetgeen wat wij je zeggen: er zijn vier mannen bij ons die een gelofte op zich hebben. Neem hen mee en reinig jezelf samen met hen, en neem hen onder je hoede (betaal voor hen de offers), opdat zij hun hoofden kunnen scheren: en iedereen zal weten dat die dingen, waarover zij geïnformeerd zijn betreffende jou, niets zijn; maar dat jij zelf ook ordelijk loopt en de wet in acht neemt.” (Handelingen 21:21-24.)

Hij verwierf groot succes onder de heidenen, omdat hij alle middelen gebruikte om ze voor zich te winnen: “Want hoewel ik vrij ben ten opzichte van iedereen, heb ik mijzelf een dienaar gemaakt voor iedereen, opdat ik des te meer (zieltjes) win. En voor de Joden ben ik als een Jood geworden, opdat ik de Joden mag winnen; voor hen die onder de wet zijn (ben ik iemand) als onder de wet, opdat ik hen die onder de wet staan mag winnen; voor hen die zonder wet zijn (ben ik iemand) als zonder wet, opdat ik hen die zonder wet zijn mag winnen.” (I Korintiërs 9:19-21.)

En hij maakte compromissen met de Romeinse heidenen; de Romeinse zondag nam de plaats in van de christelijke sabbat en de traditionele verjaardag van de zonnegod (25 december) werd de verjaardag van Jezus (vrede zij met hem). Zelfs het concept van de drie-eenheid werd van de Romeinse god geïmporteerd!

Laten we nu de leringen van Paulus eens grondig bestuderen:

1.) Zijn leringen aangaande de wet: “Aldus verlaten we de principes van de leer van Christus, laat ons doorgaan tot volmaaktheid; en niet wederom het fundament van berouw van dode werken neerleggen, en van geloof in God.” (Hebreeën 6:1.)

“Maar nu zijn wij bevrijd van de wet, dood voor hetgeen waarin wij vastgehouden werden; opdat we zullen dienen in nieuwigheid der geest (mystieke interpretatie), en niet in de oudheid der letter (letterlijke tekst).” (Romeinen 7:6.)

“Christus is nutteloos geworden voor jullie, eenieder van jullie die gerechtvaardigd wordt door de wet; jullie zijn in ongenade gevallen. Want wij wachten door de Geest op de hoop der gerechtigheid door middel van geloof (niet werken).” (Gelaten 5:4-5.)

“Want Christus is de afsluiting van de wet, tot rechtvaardigheid voor eenieder die gelooft.” (Romeinen 10:4.)

“Dus concluderen wij dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof, zonder de werken der wet.” (Romeinen 3:28.)

Dit houdt in, dat de wet bindend was voor Jezus (vrede zij met hem), maar niet voor Paulus en diens volgelingen.

2.) Verlossing: hij presenteerde een heel eenvoudige formule voor verlossing: “Dat als je met jouw mond de Heer Jezus belijdt, en gelooft in jouw hart dat God hem uit de dood heeft opgewekt, je gered zult worden. Want met het hart gelooft de mens tot gerechtigheid; en met de mond wordt beleden tot verlossing.” (Romeinen 10:9-10.)

Laten we eens bekijken wat Paulus zelf beweert over dit gezag. Hij bekent van tijd tot tijd dat hij geen goddelijke inspiratie ontvangt: “Maar tegen de overigen zeg ik, niet de Heer:…” (I Korintiërs 7:12.)

“Betreffende maagden heb ik geen gebod van de Heer: dus geef ik mijn oordeel…” (I Korintiërs 7:25.)

“Dat wat ik zeg, zeg ik niet na (inspiratie van) de Heer, maar dwaasheid als het ware, in het vertrouwen dat wij zullen roemen.” (II Korintiërs 11:17.)

Hij bekent ook dat hij niet onschuldig is: “Want ik ben mij van geen kwaad bewust; doch word ik daardoor niet gerechtvaardigd: maar het is de Heer die oordeelt over mij.” (I Korintiërs 4:4.)

Hij geeft toe dat hij de mysterieuze doctrine van de herrijzing heeft verzonnen: “Gedenk dat Jezus Christus, uit het nageslacht van David, uit de dood is opgewekt volgens mijn evangelie.” (II Timoteüs 2:8.)

Hij verklaart dat zijn prediking zijn eigen maaksel was: “Wat dan is Apollos? En wat is Paulus? (Slechts) geestelijken door wie jullie geloven, gelijk zoals de Heer elk mens gegeven heeft. Ik heb geplant, Appollos heeft water gegeven; maar God liet het toenemen.” (I Korintiërs 3:5-6.)

<<<Apollos was een joods christen en wellicht een handelsreiziger, afkomstig van Alexandrië (Egypte).>>>

“Volgens de Genade van God welke aan mij gegeven is, heb ik als een wijze bouwmeester het fundament gelegd, en een andere bouwde daarop voort…” (I Korintiërs 3:10.)

Maar God zegt: “Zie! Ik ben tegen hen die valse dromen (verzinsels) profeteren, spreekt Jehovah, en die hen vertellen om Mijn volk (van het rechte pad) te laten afwijken door hun leugens en door hun verbalisme; maar Ik heb hen niet gezonden, noch hen opgedragen: dus zullen zij dit volk op geen enkele manier tot nut zijn, spreekt Jehovah.” (Jeremia 23:32.)

<<<Verbalisme: misbruik of overvloed van woorden, het met veel omhaal van woorden weinig of niets zeggen over een bepaald onderwerp.>>>

Samenvattend kunnen we dus zeggen: Paulus is degene die (1) zeer klein gekwalificeerd zal worden in het Hiernamaals (zie Matteüs 5:19) en die (2) zelf verklaarde dat zijn prediking zijn eigen maaksel is (zie I Korintiërs 3:6) en die (3) zelf herhaaldelijk bekende dat hij geen goddelijke inspiratie ontving maar zijn eigen mening gaf (zie o.a. I Korintiërs 7:12, I Korintiërs 7:25 en II Korintiërs 11:17) en die (4) aanvankelijk de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht tegenging – en hoe kun je dit beter doen dan het van binnenuit te vernietigen – en die vele volgelingen van Jezus in de gevangenis liet opsluiten en zelfs liet doden (zie o.a. Handelingen 8:3 en 26:9-11) en die (5) door Jakobus, hoofd van de kerk en de jongere broer van Jezus, als een afvallige en onrein persoon beschouwd werd (zie Handelingen 21:21-24) en die (6) zich gedroeg als een hypocriet (zie I Korintiërs 9:19-21) en die (7) expliciet afstand nam van de leer van Jezus (vrede zij met hem) (zie Hebreeën 6:1) en die (8) toegeeft in feite de grondlegger te zijn van het huidige Christendom (zie o.a. Hebreeën 6:1 en I Korintiërs 3:10).

Hieruit vloeit de belangrijkste vraag voort:

 


Wie heeft er gelijk, of wie moeten we geloven? Jezus of Paulus?

We hoeven niet in verlegenheid te geraken. Jezus (vrede zij met hem) heeft ons zelf van de oplossing voor dit probleem voorzien. Hij was tenslotte een machtige boodschapper van God; hij voorspelde dit soort situaties. De oplossing vinden we in de volgende bewering uit de Bijbel: “Een leerling staat niet boven zijn onderwijzer, noch een slaaf boven zijn heer.” (Matteüs 10:24.)

Jezus (vrede zij met hem) droeg zijn volgelingen in duidelijke termen op om dezelfde wetten als hem te verrichten: “Waarlijk, waarlijk, ik zeg tegen jullie: wie in mij gelooft, de daden die ik doe dient hij ook te doen; en grotere (daden) dan deze dient hij te doen; want ik ga naar de Vader.” (Johannes 14:12.)

Er kan geen passender en duidelijker voorbeeld gegeven worden, dan het voorbeeld dat Jezus (vrede zij met hem) voor deze twee versies van het Christendom gaf: “En waarom noemen jullie mij, Heer, Heer, en doen niet de dingen die ik zeg? Wie ook tot mij komt, en mijn uitspraken hoort, en hen uitvoert, ik zal jullie vertellen aan wie hij gelijk is: hij is als een man die een huis bouwt, en diep groef, en het fundament legde op een rots: en toen de vloed zich voordeed, beukte de stroom hevig tegen het huis, en kon het niet doen wankelen: want het was gefundeerd op een rots. Maar wie hoort en niet doet, is als een man die zonder fundament een huis bouwt op de aarde; waartegen de stroom hevig beukte, en het stortte onmiddellijk in; en de vernietiging van dat huis was enorm.” (Lucas 6:46-49.)

Het fundament kan men hier beschouwen als het geloof van Abraham (vrede zij met hem), het pure monotheïsme en de goddelijke wet – de zaken die Jezus (vrede zij met hem) predikte.

Jezus (vrede zij met hem) waarschuwde de christenen die hem niet volgen. Luister alstublieft aandachtig naar zijn waarschuwing: “Niet iedereen die Heer, Heer, tegen mij zegt, zal het hemelse Koninkrijk (het Paradijs) binnengaan; slechts hij die handelt naar de Wil van mijn Vader Die in de hemel is. (#3) Velen zullen die Dag (de Dag der Opstanding) tegen mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivels (#4) verjaagd? En in uw naam vele wonderbaarlijke daden verricht?’ En dan zal ik tot hen betuigen: ‘Ik heb jullie nooit gekend: ga weg van mij, jullie die zondig handelen (of: werkers der wetteloosheid)!’” (Matteüs 7:21-23.)

<<< (#3) Het handelen naar de Wil van God = Islaam!>>>

<<< (#4) Duivels zijn de kwaadaardigen onder de djinn (schepsels geschapen van rookloos vuur – zie het artikel De wereld van de djinn) en mensen, die anderen tot hun kwaad oproepen, aansporen en uitnodigen. En wie hen gehoorzaamt, aanbidt hen: “…En waarlijk, de duivels (onder de djinn) inspireren hun vrienden (onder de mensen door middel van influisteringen) om met jullie te redetwisten, en als jullie hen gehoorzamen, dan zullen jullie zeker afgodenaanbidders zijn.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 121.] Omdat zij (de duivels en hun vrienden) wettig maakten voor jullie om (bijvoorbeeld) te eten wat God onwettig heeft verklaard om te eten, en jullie gehoorzaamden hen door het toegestaan te beschouwen om te eten, en daardoor kenden jullie deelgenoten toe aan God in gehoorzaamheid; en het toekennen van deelgenoten aan God in gehoorzaamheid is polytheïsme (shirk).

Ah’mad, at-Tirmidzie en Ibn Djarier leverden over: “Eens, terwijl Allahs boodschapper (Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) het vers (9:31) reciteerde, zei ‘Adiy ibn H’aatim: ‘O boodschapper van Allah! Zij aanbidden hen (d.w.z. de rabbijnen en monniken) niet.’ Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zij doen dat zeker wel. Zij (d.w.z. de rabbijnen en monniken, waaronder Paulus) maakten wettige dingen onwettig, en onwettige dingen wettig, en zij (d.w.z. de joden en de christenen) volgden hen; en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.’” (Tefsier at-Tabarie, vol. 10.)

De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “De satan stroomt door de zoon van Adam (de mens) zoals bloed stroomt.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (1933) en Moeslim (2175).] De satan is het die met zijn influisteringen de mensen probeert te misleiden (zie o.a. aayah 14:22 en soerah 114) en uitnodigt naar onjuiste geloofsleerstellingen en zonden. Er zijn vele christelijke sekten met sterk afwijkende geloofsovertuigingen – waardoor zij elkaar ketterij verweten hebben en elkaar zelfs bestreden en gedood hebben – die allemaal hun begrip toeschrijven aan de “Heilige Geest” die in hen zou verblijven: Hij laat het hen zo begrijpen.>>>

Nog een andere waarschuwing dat de mensen geen ijdele taal moeten gebruiken: “En ik zeg tegen jullie, dat elk zinloos woord dat de mensen zullen spreken, zij verantwoording daarover af dienen te leggen op de Dag des Oordeels. Want op grond van jullie woorden zullen jullie gerechtvaardigd worden, en op grond van jullie woorden zullen jullie veroordeeld worden.” (Matteüs 12:36-37.)

Nadat u het oordeel van Jezus (vrede zij met hem) heeft gehoord, is het aan u om de juiste weg te kiezen. De keus is aan u! (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Jezus is een moslim 3

 


Conclusie

1.) De Islam en het originele ‘Christendom’ zijn geen verschillende religies.

2.) De Islam is in feite een Bijbelse religie. Islamitische geloofsopvattingen en gewoonten hebben we in de Bijbel gezien, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament.

3.) De boodschap van de Islam, zoals die door de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is gebracht, is de voortzetting en vervulling van hetzelfde Abrahamitische geloof dat werd onderwezen door Jakob (Israël), Mozes, David, Jezus en alle andere profeten en boodschappers van God (vrede zij met hen allen). Zij waren allemaal – met inbegrip van hun volgelingen – moslims.

4.) Het Christendom zoals het tegenwoordig word beoefend, is slechts een vervalste en afwijkende vorm van Islaam. Moslims zijn ware volgelingen van Jezus (vrede zij met hem) en kunnen oprecht “ware christenen” genoemd worden.

 

Relevante artikelen:

Artikelen over de Islam

Artikelen over het Christendom

Hoe wordt u moslim?