Ibn ‘Abbaas versus de Khawaaridj

Een oud debat, maar wijze lessen.

DebatHet oorspronkelijke artikel stond in Al-Jumuah Magazine, volume 15, issue 08 Sha’ban 1424 H., vertaald door Aboe ‘Abdoellah, bewerkt door uwkeuze.net.

Voorwoord door uwkeuze.net:

In de Naam van Allah, Allahs zegeningen en vrede zijn met de boodschapper Moh’ammed, zijn familie, zijn metgezellen en eenieder die hen volgt in het goede.

Allah de Verhevene zegt in de Edele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie van de betekenis): “…En laat haat tegenover een volk dat jullie weerhield van het bereiken van al-Masdjid al-H’araam (de Heilige Moskee te Mekkah) jullie niet aanzetten tot het begaan van onrecht (tegenover hen). (#1) En steun elkaar in al-birr (de deugdzaamheid en het goede) en at-taqwa (rechtschapenheid en vroomheid) en steun elkaar niet in de zonde en de overtreding. En vrees Allah (door Hem te gehoorzamen). Waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 2.]

<<<(#1) Ibn Abie H’aatim verhaalde dat Zayd ibn Aslam zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn metgezellen waren in het gebied van al-H’oedaybiyyah toen de afgodenaanbidders hen tegenhielden om het Huis (de Ka’bah) te bezoeken en dat was bijzonder moeilijk voor hen. Later passeerden enkele afgodenaanbidders hen vanuit het Oosten met de intentie ‘oemrah te verrichten. Vervolgens zeiden de metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem): ‘Laat ons degenen tegenhouden (om ‘oemrah te verrichten) net zoals hun mede-afgodenaanbidders ons tegengehouden hebben.’ Daarna openbaarde Allah dit vers.” (Tefsier Ibn Kethier.) De betekenis van dit vers is duidelijk: laat haat en vijandschap jegens een volk jullie er niet toe leiden de wet van Allah te overtreden en onrecht te begaan jegens hen als represaille. Integendeel, handel zoals Allah de Verhevene jullie bevolen heeft en wees rechtvaardig tegenover iedereen. Allah de Alwijze beveelt de gelovigen om geduldig te zijn wanneer zij boos zijn en om degenen die hen slecht behandelen zo veel mogelijk te excuseren. De Islaam bepleit een rechtvaardigheid die noch van liefde noch haat afhankelijk is. Men moet zich niet laten leiden door emoties.>>>

Van moslims wordt geëist dat zij handelen in overeenstemming met de sharie’ah (Allahs wetgeving) en omwille van Allah de Verhevene, en niet in overeenstemming met hun begeerten en omwille van het zoeken van wraak, gebaseerd op persoonlijke haat enzovoort. Moslims kunnen niet toestaan dat zij door hun emoties overmand worden. Dit is wat hen leidt naar het verrichten van vele daden die, op zijn minst, twijfelachtig zijn in het licht van de sharie’ah. Wanneer moslims handelen binnen de grenzen van de sharie’ah en oprecht voor Allah de Verhevene alleen, dan zal Allah hen zegenen en hen de overwinning schenken die zij zoeken.

O moslim broeders en zusters! Laat jullie niet uit de tent lokken door de haatzaaierij en illegale oorlogsvoering van de niet-moslims (zoals de illegale oorlog tegen Afghanistan, Irak en de bezetting van Palestina)! Zij noemen het oorlog omwille van terrorismebestrijding, wij noemen het terrorisme omwille van materialisme! En we dienen terrorisme niet te beantwoorden met terrorisme, want terrorisme heeft geen plaats in de Islaam! Wij moslims dienen boven het niveau van de niet-moslims te staan, want wij hebben de Waarheid aan onze zijde.

Voor degenen die het betoog niet kunnen winnen door gebrek aan goede argumenten, blijft alleen het argument van geweld over, wat de niet-moslims ook duidelijk aanwendden. Maar wij moslims hoeven en mogen ons niet verlagen naar hun niveau.

 

Ibn ‘Abbaas versus de Khawaaridj

– een oud debat, maar wijze lessen –

Extremisme heeft altijd al deel uitgemaakt van maatschappijen, religies en ideologieën. Sommigen zullen zelfs zeggen dat het onderdeel is van de menselijke aard, daar de mens in het verleden heeft laten zien dat het in staat is tot extremisme. Kijk bijvoorbeeld naar het voorval van Kaïn (Qaabiel), toen hij zijn broer Abel (Haabiel) vermoordde. Qaabiel en Haabiel waren twee zonen van Aadam (vrede zij met hem), en Qaabiel beging hiermee de eerste misdaad in de menselijke geschiedenis.

“En reciteer (O Moh’ammed) aan hen het verhaal over de twee zonen van Aadam (Adam) [Habiel (Abel) en Qabiel (Kaïn)] volgens de waarheid, toen zij een offer aanboden. Vervolgens werd het van één van hen geaccepteerd terwijl het van de ander niet geaccepteerd werd. Hij (Kaïn) zei: ‘Ik zal jou zeker doden.’ Hij (Abel) zei: ‘Waarlijk, Allah accepteert slechts van de moettaqien (vromen). Ook al strek jij jouw hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Waarlijk, ik vrees Allah, de Heer van al-‘aalamien [de werelden (#2)].'” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 27- 28.]

<<< (#2) De werelden (al-‘aalamien) zijn alles behalve Allah – de volledige schepping: de wereld der mensen, de wereld der engelen, de wereld der djinn, de wereld der zielen (zowel vóór als na hun wereldse leven) en alles wat bestaat – bezield en onbezield.>>>

In Tefsier Ibn Kethier lezen we over dit vers: vele geleerden onder de selef (rechtgeleide voorgangers) en de latere generaties zeiden dat Allah de Verhevene Adam (vrede zij met hem) toestond om zijn dochters met zijn zonen (hun broers) te laten trouwen wegens de noodzaak om dit te doen. Zij zeiden ook dat er na elke zwangerschap een tweeling geboren werd, een jongen en een meisje, en dat Adam (vrede zij met hem) elke vrouw van een tweeling met de man van een andere tweeling liet trouwen. De tweelingzus van Abel was niet zo aantrekkelijk terwijl de tweelingzus van Kaïn dat wel was, waardoor Kaïn zijn tweelingzus voor zichzelf wilde in plaats van zijn broer Abel. Beide moesten een offer aanbieden, en wiens offer geaccepteerd werd mocht trouwen met de tweelingzus van Kaïn. Het offer van Abel (een schaap) werd geaccepteerd (vanwege zijn vroomheid) terwijl het offer van Kaïn (wat oogst) geweigerd werd, waardoor Kaïn jaloers werd op Abel en wat Allah de Verhevene nu aangeeft gebeurde. (Einde citaat.)

Dit incident geeft duidelijk aan hoe onwetend en intolerant de mens kan zijn.

Moderniteit heeft de mens ook niet vooruit geholpen, want hij blijft gewelddadig extremisme tegen zijn medemens toepassen – zie als bewijs bijvoorbeeld de slavenhandel, het kolonialisme, wijdverspreide genocide en andere meer recente gebeurtenissen in de vorm van individuele en/of groeps- en staatsgesponsord terrorisme (zie het artikel Het gezicht van een terrorist). Hoewel de oorsprong van extremisme zich altijd bevindt bij de persoon of entiteit, zijn er externe factoren – politieke, economische, e.a. – die een aanzienlijke impact op het tijdstip, de intensiteit en de omvang van terrorisme hebben. En hoewel we op de hoogte dienen te zijn van deze factoren, aangezien dit noodzakelijk is om terrorisme effectief te bestrijden, dient het er niet toe te leiden dat we de gevaren over het hoofd zien. Ongeacht of iemand het nu zichzelf heeft opgelegd binnen een gemeenschap of religie, of het aan een maatschappij of religie is opgedrongen; gewelddadig terrorisme is verkeerd en moet altijd veroordeeld worden.

We dienen er ook voor te waken dat we extremisme niet beantwoorden met een andere vorm van extremisme (een duidelijk en recent voorbeeld is Geert Wilders) door de extremisten de algemene interreligieuze sfeer te laten bepalen en aldus de koers van gebeurtenissen. In plaats van het voorzien van een realistische presentatie van de uitdagingen die we heden ten dagen onder ogen zien en hun mogelijke vreedzame oplossingen, misbruiken zij de situatie voor het bevorderen van hun eigen verborgen twistzieke agenda en vooringenomenheid. Hierdoor werken zij niet alleen tegen de moslims en de Islaam, maar zeker ook tegen de gehele mensheid.

Net zoals anderen hebben moslims hun deel van extremisme gehad, en dit bestaat nog steeds, zowel intern als extern. Vele moslims, in islamitische en niet-islamitische landen, zijn onderworpen aan verschillende vormen van extremisme. De meest beruchte zijn de oppositiegroepen die erop gericht zijn om de regeringen van hun landen omver te werpen. Wat hen onderscheidt van andere groeperingen, is dat zij door de tirannieke regeringen ertoe geleid werden om militante actie te ondernemen. Deze regeringen stalen namelijk enkel de vrijheden van de mensen en de rijkdommen van hun landen en onderwierpen de oppositie aan onmenselijke martelingen. Dit heeft ertoe geleid dat zij hebben gekozen voor de oog om oog aanpak, om zo hun recht te halen. Dit extremisme heeft uiteindelijk haar hoogtepunt bereikt toen zij die regeringen en iedereen die hen ondersteunden (en ook degenen die niet duidelijk hun afkeur laten blijken) als ongelovige gingen bestempelen (zie het artikel Het gevaar van het ongelovig verklaren van individuen). Voor deze groepen werden deze regeringen en degenen die hen ondersteunen, zowel intern als extern, legitieme doelen voor hun woede. Deze vorm van terrorisme heeft reeds eerder plaatsgevonden in onze historie.

Het doel van dit artikel is niet om deze groepen en hun acties te analyseren en een antwoord te vinden op de vraag waarom zij zijn ontstaan en hoe wij met hen om moeten gaan. [Hiervoor verwijzen wij eenieder naar het boek Religieus Extremisme in het leven van de hedendaagse moslims van dr. ‘Abdoel-Rah’maan ibn Moe’alaa al-Loewayh’iq al-Moetayrie (zie www.momtazah.net).] Het doel van dit artikel is echter om te kijken naar een voorloper van deze incidenten, welk voorval plaatsvond in een zeer vroeg stadium van onze islamitische geschiedenis, met als doel hier wijsheden en leringen uit te trekken.

 

De Khawaaridj

Khawaaridj betekent letterlijk ‘zij die (er) uit (zijn)’ of ‘afgesplitst’. De Khawaaridj was een extremistische groepering die zich onder het leger van de metgezel ‘Aliy ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) bevond en tegenover het leger van een andere metgezel, Moe’aawiyah (moge Allah tevreden zijn met hem), stond. Toen ‘Aliy, de vierde rechtgeleide khalief van de Islaam en de neef en schoonzoon van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), instemde om te arbitreren tussen hem en Moe’aawiyah, voelden deze extremisten zich beledigd omdat “menselijke regels werden gekozen om te arbitreren, terwijl arbitrage alleen voor Allah was.” Maar wat ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) deed, was niet de regels van Allah terzijde leggen, maar hij paste deze juist toe, met de beste bedoeling voor de moslimgemeenschap in gedachte. Zijn doel was om koste wat kost bloedvergieten te vermijden. Omdat de Khawaaridj zijn acties niet begrepen, begonnen zij ‘Aliy een ongelovige te noemen en hebben hem later zelfs vermoord. Terwijl ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) op de hoogte was van hun grote bedreiging en op hun gevaar anticipeerde, nam hij geen enkele militaire actie tegen hen, omdat zij nog geen misdaad hadden begaan.

Terwijl de Khawaaridj zich van de djamaa’ah (gemeenschap) van de moslims distantieerden, werden hun zienswijzen meer en meer extreem. Zij bestempelden elke moslim die niet bij hen hoorde als een ongelovige waarna zij volgens hen een legitiem doelwit waren om te vermoorden. Net zoals bij alle ander fanatici, werkte hun fanatisme averechts en heeft het hen uiteindelijk de ondergang gekost. Hun politieke verschillen hebben ertoe geleid dat zij in hun geloof afweken. Het ging zelfs zo ver, dat zij iemand die een grote zonde had begaan als ongelovige beschouwden. Zij beweren dat mensen ofwel het volledige geloof bezitten (imaan), of ongelovig (kaafir) zijn. Volgens hen kan de imaan (het geloof) van een mens niet verzwakken en is degene die grote zonden begaat een ongelovige die bestreden mag worden. Hoewel zij overkwamen als vrome en strikte volgers van de Islaam, waren de Khawaaridj in essentie één van de grootste bedreigingen die deze oemmah (gemeenschap) is overkomen.

Er zijn belangrijke lessen te leren van hun verschrikkelijke voorbeeld. Extremisme, fanatisme en onwetendheid zijn grote slechtheden en dienen vermeden en verafschuwd te worden.

 

In debat met de Khawaaridj

Toen het aantal Khawaaridj steeds verder toenam, vormden zij een leger van zesduizend man dat klaarstond om tegen de legitieme khalief ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) te vechten. Laatstgenoemde dacht als verantwoordelijke leider dat zij het verdienden om een kans te krijgen, waarbij ze hun bezorgdheden konden uiten en waarop zijn regering kon reageren. Hij besloot om de geleerde Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem), voor wie zij (de Khawaaridj) veel respect hadden, naar hen te sturen en de kwestie te bespreken.

Het volgende verslag van het debat tussen ‘Abdoellaah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) en de Khawaaridj is in vele authentieke bronnen vermeld. Dit incident is belangrijk omdat het plaatsvond in een periode waarin een rechtgeleide khalief heerste en omdat het een situatie schetst die soortgelijk is aan de situaties die de afgelopen twee decennia de moslims hebben beïnvloed.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem), de grootste geleerde van de Qor-aan en een metgezel van de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), discussieerde met deze extremisten op een wijze en gepaste manier en maakte hun fouten duidelijk door zijn geweldige kennis en verstand.

 

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde

Toen de zesduizend man sterke rebellen bijeenkwamen om ‘Aliy ibn Abie Taalib en zijn medestanders – en onder hen waren metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) – omver te werpen, kwamen mensen naar hem toe en waarschuwden hem voor het dreigende gevaar. Ze zeiden: “O bevelhebber van de gelovigen! Die mensen zullen zeker tegen jou rebelleren.” Hij antwoordde: “Laat hen dat maar doen, want ik zal niet de eerste zijn die het zwaard zal opheffen, en ik weet dat zij dat van hen zullen opheffen.”

Op een dag vertelde ik ‘Aliy: “O bevelhebber van de gelovigen! Wil jij het gezamenlijke gebed even uitstellen om mij zo de tijd te geven, zodat ik naar die mensen kan gaan en met hen kan praten?” Hij zei: “Ik vrees voor jouw veiligheid.” Maar ik stelde hem gerust, zeggend: “Niet als Allah het wil,” en ik was een goed gemanierde persoon die niemand kwaad deed.

Dus trok ik mijn beste kleren aan – Aboe Zamel leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) een knappe man was en een welbespraakte spreker met een sterke stem – en betrad de verblijfplaats van de rebellen, terwijl zij vanwege de hitte van de middag aan het rusten waren. Toen ik naar hen toe ging, zag ik dat zij toegewijde aanbidders waren en hun handen onder het eelt zaten en hun gezichten gekenmerkt werden door hun vele prestaties. Hun kleren waren er slecht aan toe en hun uitgedroogde gezichten toonden de kenmerken van constante nachtgebeden.

Toen ik bij hen aankwam begroetten zij mij: “Welkom, Ibn ‘Abbaas. Wat brengt jou hier? En wat is dat wat jij draagt?”

Ik zei: “Wat zien jullie verkeerd aan mijn kleding? Ik zag de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) betere kleding dragen, en Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Wie heeft Allahs versieringen [hier een verwijzing naar mooie kleding (#3)] verboden die Hij voortgebracht heeft voor Zijn dienaren (gelovigen en ongelovigen), alsook de goede en toegestane dingen van de voorzieningen (voedsel en drank)?’…” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 32.]

<<< (#3) Al-Imaam Ah’med leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Draag witte kleding, want het behoort tot jullie beste kleding…” (Aboe Daawoed, at-Tirmidzie en Ibn Maadjah leverden het ook over, en at-Tirmidzie zei: “H’asan Sah’ieh’.”) ‘Abdoellaah ibn Mas’oed heeft overgeleverd dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Eenieder die het gewicht van een stofdeeltje aan arrogantie in zijn hart bezit, zal het Paradijs niet betreden.” Een man zei: “Waarlijk, een persoon houdt ervan om goede kleding en schoenen te dragen.” Hij zei: “Allah is Mooi en Hij houdt van schoonheid. Arrogantie is dat men de waarheid verwerpt en een minachting heeft voor mensen.” (Sah’ieh’ Moeslim.)>>>

Toen zeiden zij: “Wat brengt jou hier?”

Ik zei: “Ik ben gekomen om met jullie te praten over de metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), die bij de zwager van de profeet zijn (d.w.z. ‘Aliy ibn Abie Taalib). Te midden van hen daalde de openbaring neer en zij zijn degenen die de betekenissen daarvan het beste kennen. Neem waar, er is geen van hen onder jullie. En ik was gewaarschuwd om niet met jullie in debat te gaan, want Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Zij zijn een twistziek volk.” [Soerat az-Zoekhroef (43), aayah 58.] Er waren er maar weinig die mij adviseerden om met jullie te praten.”

Ik zei tegen hen: “Vertel mij wat jullie de neef van de profeet – die zijn zwager is en de eerste (jeugdige) was die in hem geloofde – en de metgezellen die met hem zijn, kwalijk nemen?”

Zij zeiden: “Drie bezwaren.”

Ik vroeg hen om verdere toelichting en zij antwoordden: “Hij autoriseerde menselijke arbitrage, terwijl Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Al-H’oekm (het oordeel of besluit, heersen, gezag) behoort slechts toe aan Allah (#4)…” [Soerat Yoesoef (12), aayah 40.] Welke rol speelt de mens, wanneer Allah het oordeel tot Zichzelf heeft beperkt?”

<<< (#4) Dit betekent niet dat mensen verboden zijn om een oordeel te vellen, maar dat alle oordelen gebaseerd dienen te zijn op de bevelen van Allah de Alwetende (en bij uitbreiding de bevelen van de profeet Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).>>>

Ik vroeg hen naar hun tweede bezwaar, dus zeiden zij: “Hij vocht in een veldslag en nam geen gevangenen en had hen ook niet tot slaven gemaakt en nam geen oorlogsbuit. Als degenen waartegen hij vocht ongelovigen waren, dan is hun oorlogsbuit toegestaan, en als zij gelovigen waren, hoe komt het dan dat wij hun bloed hebben laten vloeien?”

Uiteindelijk vroeg ik hen naar hun laatste bezwaar, waarop zij antwoordden: “Hij weigerde de titel ‘bevelhebber van de gelovigen’. Als hij niet de bevelhebber van de gelovigen is, dan moet hij de bevelhebber van de ongelovigen zijn.”

Toen vroeg ik hen of zij terug zouden keren naar de hoofdgemeenschap (djamaa’ah) en hun rebellie zouden staken, indien ik voor hen verzen uit het Boek van Allah zou reciteren en onbetwiste ah’aadieth van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zou aanhalen, welke hun argumenten tegenspraken. Zij antwoordden bevestigend.

Ik zei: “Met betrekking tot jullie eerste bezwaar, Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Dood het wild niet terwijl jullie in de staat van ih’raam zijn… …beoordeeld door twee rechtvaardige personen onder jullie…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 95.] En Hij zei over een vrouw en haar man (Nederlandstalige interpretatie): “En als jullie een breuk tussen hen beiden (een man en zijn vrouw) vrezen, zend dan een bemiddelaar van zijn familie en een bemiddelaar van haar familie…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 35.] Bij Allah, ik vraag jullie, wat is belangrijker: om menselijk arbitrage bij spelen en huwelijkse zaken toe te staan, of het toe te staan in zaken waarbij moslimlevens worden gered? En jullie weten zeer goed dat Allah Zijn oordeel over deze zaken had kunnen geven om zo alle menselijke arbitrage uit te sluiten.”

Zij antwoordden: “In zaken van verzoening en het redden van moslimlevens.”

Ik vroeg: “Accepteren jullie mijn argument.” Zij zeiden: “Bij Allah, wij accepteren het.”

Ik zei: “Ten aanzien van jullie protest vanwege het feit dat hij geen gevangen tot slaven had gemaakt en geen oorlogsbuit had genomen; zouden jullie jullie moeder ‘Aa-ieshah gevangen nemen? Of zouden jullie het voor jullie zelf wettig hebben gemaakt om haar als slaaf te nemen? En als jullie beweren dat zij niet de moeder van de gelovigen is, dan zouden jullie ook geen moslims zijn. Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De profeet (Moh’ammed) heeft (als spirituele vader) meer recht op de gelovigen dan zij op zichzelf, en zijn echtgenoten zijn hun moeders…” [Soerat al-Ah’saab (33), aayah 6.] Jullie wisselen van twee tegengestelde valsheden, dus maak een keuze. Accepteren jullie dit argument?”

Zij keken elkaar aan en zeiden: “Bij Allah, wij accepteren het.”

Ik zei: “Wat betreft het weigeren van de titel ‘bevelhebber van de gelovigen’. Ik zal dit bezwaar beantwoorden middels de beschrijving van een gebeurtenis, welke jullie zal bevredigen. Toen de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de Qoeraysh vroeg om het verdrag van H’oedaybiyyah te ondertekenen, waren Sohayl ibn ‘Amr en Aboe Soefyaan de gekozen vertegenwoordigers van hun gemeenschap om het verdrag te ondertekenen. Bij het opstellen van het verdrag instrueerde de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) om (het volgende) te schrijven (Nederlandstalige interpretatie): “Dit is wat Moh’ammed, de profeet van Allah, is overeengekomen.” Maar zij (de ongelovigen) hadden bezwaar tegen deze passage en zeiden. “Indien wij geloofden dat jij de profeet van Allah was, dan hadden wij jou de toegang tot het Huis niet ontzegd, en hadden wij niet tegen jou gevochten. Dus schrijf: “Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah.”

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was immens beter dan ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem), en toch, terwijl het verdrag werd ondertekend, is zijn profeetschap niet ontkracht vanwege het enkele feit dat zijn titel als profeet niet werd opgenomen bij het ondertekenen van het verdrag. Accepteren jullie dit argument?”

Zei zeiden: “Bij Allah, wij accepteren het.” (Moesannaf Abdoe r-Razzaaq, al-Bayhaqie en Ah’mad.)

Het begrip van de Khawaaridj betreffende de Qor-aanverzen en de prioriteiten was oppervlakkig, incompleet en slechts gebaseerd op verkeerde interpretaties van de tekstuele bewijzen. De belangrijkste aspecten die uit bovenstaand debat gehaald dienen te worden, zijn de voor- en tegenargumenten volgens de beschrijving van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem), de handelswijze van de rebellen en hoe zij ogenschijnlijk zeer vroom overkwamen (vroomheid alleen is dus niet genoeg!).

Laten we de overlevering doornemen met als doel een beter inzicht te krijgen in hoe de vroegere moslims één van de grootste uitdagingen aangingen en hoe zij hiermee omgingen en welke lessen we hieruit kunnen trekken, welke ons kunnen bijstaan in de uitdagingen waar wij vandaag de dag mee te maken hebben.

 

Oppervlakkig begrip kan vernietigend zijn

Het begrip van de Khawaaridj betreffende de relevante Qor-aanverzen en prioriteiten waren oppervlakkig, incompleet en slechts maar gebaseerd op tekstuele betekenissen. Hun conclusies waren naïef en oppervlakkig, omdat zij niet de wijsheden en de volledige betekenissen van de verzen probeerden te leren. Zij vielen daardoor ten prooi aan hun eigen onzekerheden en kwamen uiteindelijk tot verschrikkelijke conclusies die irrationeel en destructief waren. (Zie het artikel Oppervlakkig denken – de vloek van de mens.)

Verder vertrouwden zij op gedeeltelijke bewijzen en waren zij onwetend over de andere (verzen) of slaagden er niet in om deze in de juiste context te plaatsen. Een oordeel vellen op basis van gedeeltelijke bewijzen overwint niet het doel om de waarheid te zoeken en om tot juiste uitspraken te komen. Toen Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) de rebellen nog meer bewijzen voorlegde, werden hun bezwaren tenietgedaan en konden zij hem geen afdoend antwoord geven. Al-Imaam ash-Shaatibie verwees naar de redenen waarom sommige methoden (van de regels afwijken) zeker zullen leiden tot verkeerde oordelen: “Onwetendheid over de uiteindelijke doelen en wijsheden van de sharie’ah, en gissen (eerder dan iets rationeel vaststellen) naar de volledige wijsheid van het bewijs, gebrek aan doordacht begrip en snel (voorbarig) conclusies trekken zonder een gedegen onderzoek, zijn niet de tekens van een heldere kennis.” Dit was de oorzaak van de ondergang van vele sekten in de Islaam, inclusief de Khawaaridj met wie Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) debatteerde. Bijna al deze sekten die vandaag de dag tot geweld aansporen lijden aan deze tekenen. Het is moeilijk te begrijpen dat zij denken dat het willekeurig moorden en plaatsen van explosieven een correcte handelswijze is volgens de Qor-aan, of hen verder helpt bij hun zaak…maar wanneer iemand ziet dat zij hiermee blijven doorgaan, nadat prominente geleerden hun methoden afkeuren en zelfs nadat zij de negatieve gevolgen van hun daad hebben gezien, dan is het voor iemand heel gemakkelijk te begrijpen wat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bedoelde, toen hij de Khawaaridj als volgt omschreef (Nederlandstalige interpretatie): “Zij treden buiten de Islaam, zoals een pijl de boog verlaat.”

 

Eenheid van de moslims

De eenheid van de moslims is de hoofdzakelijke doelstelling van een moslimleider. Het standpunt van ‘Aliy ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) aangaande dit onderwerp was om koste wat kost een conflict te vermijden. En tenzij de rebellen oorlog tegen hem voerden, was hij vastbesloten om hen niet te bevechten, want vechten onder de moslims leidt tot verzwakking.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) had dezelfde doelstelling bij zijn poging om de groepen tot elkaar te brengen. Hij liet geen enkele kans onbenut om de rebellen op te zoeken, naar hun argumenten te luisteren, met hen in debat te gaan, hen te informeren over hun misvattingen betreffende ‘Aliy ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) en hen nader tot de hoofdgemeenschap te brengen. Een dergelijke manier van handelen hebben we van alle leden van de oemmah nodig om te voorkomen dat moslims worden verzwakt en om zo de eenheid te waarborgen.

 

Eenheid, maar op de juiste manier

Dit is de belangrijkste les van de overlevering: de wegen en manieren om eenheid binnen de oemmah te bereiken. Het eerste wat hierbij in gedachten komt is dat de eenheid van moslims slechts bereikt kan worden, wanneer de manieren en middelen overeenkomen met de doelstellingen, algemene principes en richtlijnen. Moslims aanbidden Allah de Verhevene alleen met datgene wat Hij heeft voorgeschreven. Wanneer wegen en manieren in strijd zijn met de leringen van de Islaam, kunnen moslims er niet vanuit gaan dat die regels de moslims zullen verenigen.

De moslims moeten dus consequent terugkeren naar de bron en de afgesplitste stromingen binnen de Islaam vermijden. Zij moeten op zoek gaan naar een grondig begrip, geleid door de wijsheid van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) die het dichtst bij de pure bron van de Islaam waren en ook uitgerust waren met de noodzakelijke middelen. In de overlevering van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) kunnen we een prachtig voorbeeld vinden van hoe de moslims eenheid trachtten te creëren in tijden van grote bedreigingen.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) probeerde vrede tussen de rebellen en de rest van de moslims te bewerkstelligen. Om dit doel te bereiken ging hij eerst naar hun fort om met hen in debat te gaan. Eerst luisterde hij naar hun klachten en vervolgens wees hij hen op de zwakheden van hun argumenten. De basis waarmee hij met hen in debat ging waren de twee bronnen van de Islaam, de Qor-aan en de Soennah [daarna zijn ook nog enkele bronnen meer ontstaan, zoals het begrip van de selef (vrome voorgangers) en idjmaa’ (consensus): zie het boek De Ontwikkeling Van Fiqh (de Islamitische Wet & de Madzaahib), van Dr. Abu Ameenah Bilal Philips, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah – zie www.momtazah.net]. Toen gaf hij hen een algemene richtlijn aan voor hun debat; wanneer er een vers of een h’adieth werd geïnterpreteerd, dan zouden zij kijken naar het begrip van de metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Uiteindelijk konden we zien hoe zij de correctie van hun argumenten accepteerden, welke Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) hen presenteerde. Voor degenen die dit accepteerden, werd de eenheid met de oemmah hersteld. Maar degenen die het slechts mondeling accepteerden, maar standvastig bleven bij hun verkeerde standpunten, eindigden in een verschrikkelijk gevecht dat ze pijnlijk verloren.

De weg naar eenheid onder moslims is geplaveid met de twee bronnen van deze religie. Elke andere weg die een moslim bewandelt, zal hem laten afdwalen. Het is zeer belangrijk dat moslims de eenheid niet gaan aanschouwen als een uiteindelijke doelstelling, die alle middelen die daar naartoe leiden heiligt. Eenheid van moslims die overtuigingen van niet-moslims en hun praktijken omvatten, zullen geen kans van slagen hebben, met als gevolg dat de ranken van zo’n eenheid verdeeld raken.

Laten we nadenken over wat Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En houd jullie gezamenlijk vast aan het koord van Allah (#5) (d.w.z. deze Qor-aan, het verbond van Allah) en wees niet onderling verdeeld (voorkom sektarisme)…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 103.]

<<< (#5) Djoebayr (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Verheug je! Want waarlijk, deze Qor-aan – een deel ervan is in de Handen van Allah, en het andere deel is in jullie handen [als een touw]. Houd je er daarom aan vast, opdat jullie nooit vernietigd zullen worden, noch zullen jullie daarna afdwalen!” (Moesnad Ah’mad.)>>>

Ash-Shaatibie gaf als commentaar op dit vers: “Eenheid is het resultaat van het stevig vasthouden aan het touw, maar als elke groep mensen aan een ander touw vasthoudt, dan is verdeeldheid het gevolg.” Dit wordt ook uitgelegd in het volgende vers (Nederlandstalige interpretatie): “En waarlijk, dit (de Geboden van Allah genoemd in de twee voorafgaande verzen – 6:151-152) is mijn pad dat recht is, dus volg het en volg geen andere paden, want jullie zullen daardoor van Zijn pad afgesplitst worden…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 153.]

Het volgen van wegen die niet oproepen naar het enige juiste pad van Allah is niet productief en kan nooit de gewenste eenheid tot gevolg hebben. Elke moslim verlangt ernaar om verenigd te worden met zijn of haar medemoslim, en elke moslim voelt de pijn van verdeeldheid en de kwalen die daardoor als gevolg zijn ontstaan. En elke moslim verontschuldigt zich voor de huidige situatie van de oemmah, maar het antwoord op dit dilemma, dat Allah de Verhevene ons heeft voorgeschreven, kan niet gevonden worden, behalve daar waar Allah het geopenbaard heeft en waar zijn boodschapper het heeft uitgelegd.

 

De islamitische aanpak is holistisch

Wij leren van deze overlevering de juiste methode om mensen op de juiste manier in te schatten met als doelstelling hun rol in de oemmah vast te stellen. De Khawaaridj, met wie Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) in debat ging, waren toegewijde aanbidders van Allah, maar dit alleen is niet altijd voldoende om hen de verantwoordelijkheid van de oemmah toe te vertrouwen. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gaf een voorbeeld van goede mensen die zouden komen en in hun aanbidding gelijk waren aan de Khawaaridj (Nederlandstalige interpretatie): “Jij zult een lage opinie over jouw salaah (gebed) hebben, wanneer het vergeleken wordt met dat van hen.” Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) omschreef de Khawaaridj destijds in soortgelijke bewoordingen. Ondanks die toewijding hebben de Khawaaridj verrotte zaden van verdeeldheid geplant en een opstand gecreëerd, welke verschrikkelijke pijn en bloedvergieten heeft veroorzaakt. Geleerden vermelden hen, met als enige doel om moslims te waarschuwen voor hun extremisme en om licht te schijnen op de redenen waarom zij verdwaald raakten.

De duidelijke islamitische methodologie om mensen juist in te schatten is een holistische benadering, die geen onderscheid maakt tussen de overtuigingen van een individu en zijn/haar acties; beiden zouden zich moeten houden aan de essentie van het islamitische geloof en de richtlijnen en ethiek volgen – in volgorde van prioriteit.

Van moslims wordt geëist dat zij handelen in overeenstemming met de sharie’ah (Allahs wetgeving) en omwille van Allah de Verhevene, en niet in overeenstemming met hun begeerten en omwille van het zoeken van wraak, persoonlijke haat enzovoort. Moslims kunnen niet toestaan dat zij door hun emoties overmand worden. Dit is wat hen leidt naar het verrichten van vele daden die, op zijn minst, twijfelachtig zijn in het licht van de sharie’ah. Wanneer moslims handelen binnen de grenzen van de sharie’ah en oprecht voor Allah alleen, dan zal Allah hen zegenen en hen de overwinning schenken die zij zoeken.

Het geloof van de moslims moet vrij zijn van alle andere bijgeloven en andere kromme leerstellingen, en wanneer dit is bereikt, dan komen de andere aspecten van het systeem van het geloof en/of daden die in overweging kunnen worden genomen. Wanneer wij de Khawaaridj beschouwen als toegewijde aanbidders van Allah, zonder hun plannen en hun handelswijze kritisch te onderzoeken, dan zijn wij genoodzaakt om hen in te delen in de hoogste rangen, waar de meest rechtschapen moslims zich bevinden.

De juiste wijze om hun geval te bestuderen en daarvan te leren, is om hun geloof te onderzoeken in samenhang met hun daden en dagelijkse praktijken.

Een andere gerelateerde les die we van deze overlevering kunnen leren, is dat we niemand op een voetstuk moeten plaatsen en hem/haar als een martelaar dienen te beschouwen die vrijgesteld is van alle zonden, omdat hij/zij schittert in aanbidding, of weerstand biedt ten tijde van onheil.

 

Werkelijk begrip geeft stabiliteit en zekerheid

Het was vanaf het begin duidelijk dat het overgeleverde debat, meteen nadat hun eerste bezwaar werd beantwoord, een oppervlakkige zaak was. Dit punt vergt een verder, diepgaand onderzoek.

We zien dat degene die met een idee komt zonder een grondig onderzoek en zonder de juiste methodologie te volgen, de neiging heeft om van het één naar het ander te springen. Een moslim die in Naam van Allah iets nastreeft om de maatschappij te verbeteren of om de status van de Islaam onder de moslims te verbeteren, moet bewapend zijn met een grondig begrip van het geloof en haar wijsheid. In dit geval is hiervan geen sprake. Het is eerder zo dat jonge moslims, die gedreven worden door enthousiasme, dit zullen verliezen en van alliantie blijven veranderen. Een goed voorbeeld hoe ingeworteld de authentieke bronnen van de Islaam in de gedachten en harten van de moslims zijn, is het verhaal van Ka’b ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem), één van de drie metgezellen die bestraft werd nadat hij de slag van Taboek oversloeg en door de totale moslimgemeenschap geboycot werd.

Toen hij asiel aangeboden kreeg van buiten zijn geboorteland, wierp hij de uitnodiging simpelweg in het vuur. Dit deed hij ondanks de grote moeilijkheden waarin hij in die periode leefde.

 

Objectiviteit en eerlijkheid

Het feit dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) niet dezelfde ideologie deelde als die van de Khawaaridj – in feite stond hij lijnrecht tegenover hen – heeft hem er niet van weerhouden om hun goede deugden te vermelden. Dit is een les die zeker begrepen moet worden door degene die streeft om de mensen naar Allah de Verhevene te roepen; wees rechtvaardig naar degene die tegenover jou staat.
Identificeer hun goede daden en bouw daar op wanneer je hen terugroept naar het juiste pad.

 

Belang van het gezamenlijk gebed

De lessen die we uit de overlevering kunnen halen verklaren zichzelf. Echter, iemand kan het belangrijk vinden om het aan te kaarten en om punten te verduidelijken, in de hoop dat het ons zal blijven herinneren aan de vele belangrijke lessen die we daarin kunnen vinden.

Een belangrijk punt dat van grote waarde is, is het gedeelte waarin Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) aan ‘Aliy ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg om het gezamenlijke gebed even uit te stellen, zodat hij meer tijd had om met de Khawaaridj te praten.

Ondanks het grote belang van zijn missie, wilde Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) er zeker van zijn dat hij geen enkel gezamenlijk gebed met de moslims miste.

De les die we hieruit kunnen trekken, is dat een moslim al zijn religieuze plichten dient te accepteren en niet het één voor het ander moet opofferen (#6), met name wanneer we het hebben over één van de hoofdzaken in de Islaam, zoals as-salaah (het gebed). [Zie de artikelen in de rubriek Het Gebed, waaronder Salaat al-djamaa’ah – het gezamenlijk gebed (Een brief aan de buren van de moskee en degenen die de adzaan horen).]

<<< (#6) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Treed de Islaam volledig binnen en volg niet de voetstappen van de satan (de duivel); waarlijk, hij is voor jullie een duidelijke vijand.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 208.]

Sheikh ‘Abdoel-‘Aziez ibn Baaz zei in Madjmoe’ Fataawaa wa Maqaalaat Moetanawwi’ah (1/346): “Op jullie rust de plicht om de volledige Islaam aan te nemen, niet alleen maar één deel aanvaarden en een ander nalaten. Aanvaard niet alleen de geloofsovertuigingen (‘aqiedah) terwijl je de regelgevingen (ah’kaam) nalaat. Pas niet de regelgevingen toe, terwijl je de geloofsovertuigingen verwaarloost. Accepteer de Islaam volledig; accepteer de geloofsleer (al-‘aqiedah), de wet (as-sharie’ah), de aanbidding, de djihaad, de sociale aspecten, de politieke aspecten en alle overige zaken.”>>>

 

Lessen voor moslims die tot Allah oproepen

Moslims die anderen naar de Islaam uitnodigen moeten niet gemakkelijk opgeven en wanhopig worden. Zelfs niet wanneer een groep moslims van het rechte pad afdwaalt en zich aan een extreem standpunt vasthoudt. Waarschijnlijk zullen velen van hen met tijd en inspanning terugkeren naar de ware Islaam. Een ander aspect is het feit dat vele leiders van afgedwaalde sekten hun volgelingen ervan weerhouden om naar anderen te luisteren, uit vrees dat zij op eigen houtje de valkuilen van hun “geloof” ontdekken.

De lessen die we uit de overlevering kunnen halen, zijn niet beperkt tot datgene wat we hier hebben vermeld. Er zijn nog vele lessen waar de lezer over kan nadenken. We zullen in het kort aangeven welke dat zijn:

1.) Hoe ga je in debat met groepen die van het juiste pad zijn afgedwaald?

2.) Een gekwalificeerd individu kan zich als vrijwilliger opgeven voor missies die van groot belang zijn.

3.) Oprechtheid is niet voldoende voor de juistheid van een daad.

4.) Een moslim die naar Allah de Verhevene uitnodigt moet zich scharen onder de mensen en naar plaatsen gaan waar zij wonen en bij elkaar komen.

5.) Hij moet niet kwaad worden wanneer hij persoonlijke kritiek krijgt.

6.) Het belang om toestemming van de leider te vragen, wanneer men een missie tracht te volbrengen.

Tot zo ver het artikel: Ibn ‘Abbaas versus de Khawaaridj – een oud debat, maar wijze lessen.

 

Verdedig jouw religie

“En neem jullie eden niet als een middel tot bedrog tussen jullie, waardoor een voet uitglijdt nadat die stevig neergezet werd en jullie het kwaad (de bestraffing in deze wereld) zullen proeven, door het (zichzelf en anderen) afhouden van Allahs weg. En voor jullie is er een geweldige kwelling.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 94.]

Goed gedrag is wellicht de beste da’wah (uitnodiging tot de Islaam) die er is. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, ik ben slechts gezonden om de goede manieren te perfectioneren.” (Overgeleverd door imaam Ah’mad in Moesned en al-H’aakim in al-Moestadrak: authentiek verklaard door al-Albaanie in as-Silsilah as-Sah’ieh’ah, nr. 45.)

Sheikh Salmaan al-‘Awdah zei: “Helaas roepen veel moslims mensen op tot de Islaam met hun tong, terwijl ze hen er van wegjagen met hun schandelijke, tegenstrijdige gedrag en hun bekrompenheid.”

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Ik garandeer een huis aan de uiteinden van het Paradijs voor een man die discussie vermijdt zelfs als hij gelijk heeft, een huis in het midden van het Paradijs voor degene die liegen nalaat zelfs als hij een grap maakt, en een huis in het bovenste gedeelte van het Paradijs voor degene die zijn karakter goed maakt (perfectioneert).” (Overgeleverd door Aboe Daawoed.)

Het is incorrect om de Islaam te beoordelen in het licht van het gedrag van sommige afgeweken moslims die altijd in de media getoond worden. Het is als het beoordelen dat een auto slecht is als de bestuurder dronken is en de auto tegen een muur rijdt. (Zie o.a. het artikel De Ku Klux Klan: christelijke extremisten.)

De eerste moslims voelden zich tot de Islaam aangetrokken omdat zij zich voelden aangetrokken tot het hoogstaande karakter van de profeet van de Islaam, de onderwijzer par excellence, Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Zij groeiden met hem op, en omdat zij hem kenden, hielden zij van hem. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “De beste gelovigen in het geloof zijn degenen met het beste karakter; en de beste van hen zijn degenen die zich het beste gedragen tegenover hun vrouwen.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie.)

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En bij Allah! Allah helpt zeker degenen die Hem (Zijn religie) helpen [d.m.v. da’wah (mondelinge, schriftelijke en gedragsmatige uitnodiging tot de Islaam), djihaad (strijd) etc.]. Waarlijk, Allah is zeker Sterk, Almachtig.” [Soerat al-H’adj (22), aayah 40.]

We dienen kennis op te doen (zie o.a. Kennis is licht en Het zoeken naar kennis) zodat we onze religie kunnen helpen, door o.a. de talrijke onjuiste denkbeelden te corrigeren en de niet-moslims de juiste Islaam te laten zien. Waarlijk, de meeste haat, boosheid en afkeer van niet-moslims jegens de Islaam en moslims is gebaseerd op onwetendheid en een onjuist beeld van de Islaam en moslims. Dit is gedeeltelijk de fout van de niet-moslims zelf, want zij dienen de Islaam niet te beoordelen aan de hand van de moslims, een auto beoordeelt men ook niet aan de hand van de chauffeur die met die auto rijdt. En vaak neemt men niet eens de tijd om een positieve bijdrage van oprechte moslims te lezen en bestuderen.

Maar ons (wij moslims) treft ook blaam. Ons gedrag schrikt niet-moslims vaak af omdat ons gedrag vaak niet in overeenstemming is met de islamitische leerstellingen maar met onze emoties en begeerten, en we slapen als het gaat om het helpen van Allahs religie. Dus hoe kunnen we dan verwachten dat Allah de Verhevene ons helpt!?

We dienen een duidelijk standpunt in te nemen, gebaseerd op authentieke kennis.

Relevante artikelen:

Stop Terrorisme! (diverse artikelen)
Jihad in de Islam