Het grootste onrecht is shirk

“Waarlijk, het toekennen van deelgenoten aan Allah is zeker een geweldig onrecht”

Pas op voor shirkDoor sheikh Saalih’ al-Zahraanie
Vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

Alle lof is voor Allah, en vrede en zegeningen zijn met de boodschapper, zijn familie, zijn metgezellen en eenieder die hen in het goede volgt.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk toen Loeqmaan tegen zijn zoon zei, terwijl hij hem vermaande: ‘O mijn zoon! Ken geen deelgenoten toe aan Allah. Waarlijk, het toekennen van deelgenoten aan Allah is zeker een geweldig onrecht.’” (#1) [Soerat Loeqmaan (31), aayah 13.]

<<< (#1) In feite is dit het grootste onrecht omdat dit een schending is van het Recht van Allah de Almachtige. Dit wordt herleid uit de h’adieth van Abie Bakrah, dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) drie maal het volgende zei (Nederlandstalige interpretatie): “Zal ik jullie de grootste zondes vertellen?” Zij zeiden: “Jawel, O boodschapper van Allah.” Hij zei: “Deelgenoten toekennen aan Allah.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) Shirk is dus ernstiger dan diefstal, overspel, moord etc., en alle zonden kunnen vergeven worden door Allah de Barmhartige behalve shirk (tenzij men er vóór de dood oprecht berouw voor toont). De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) onderwees zijn metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) toen hij tegen hen zei (Nederlandstalige interpretatie): “O mensen! Bescherm jullie tegen shirk. Voorwaar, het is minder merkbaar dan de voetstappen van een mier.” Er werd tegen hem gezegd: “En hoe kunnen wij ons daartegen beschermen terwijl het minder merkbaar is dan de voetstappen van een mier, O boodschapper van Allah?” Waarop hij zei: “Zeg: Allaahoemma ienna na’oedzoe bieka mien an noeshrika bieka shay-an na’lemoeh, wa nastaghfieroeka liemaa laa na’lem (O Allah! Wij zoeken toevlucht bij U, tegen het met kennis toekennen van deelgenoten aan U, en wij vragen Uw vergeving als wij het uit onwetendheid doen).” (Overgeleverd door Ah’med.)>>>

 

Polytheïsme en verafgoding

In dit vers (31:13) roept de wijsgeer Loeqmaan zijn zoon David op om het toekennen van deelgenoten in aanbidding aan Allah te vermijden en het openlijk af te keuren als een grote vorm van onderdrukking.

Polytheïsme (shirk) is er in vele vormen. Zij zijn dermate talrijk als de mogelijke manieren om te aanbidden talrijk zijn. Net zoals er vele manieren zijn om polytheïsme te begaan, zijn de voorwerpen van polytheïstische aanbidding ook behoorlijk gevarieerd.

De meest duidelijke van deze zijn afgodsbeelden en fetisjen (#2). Afgodsbeelden zijn de beelden die worden gevormd in de vorm van een mens of ander schepsel en dat wordt aanbeden naast Allah de Verhevene. Fetisjen zijn al datgene wat naast Allah wordt aanbeden, welke vorm het ook aanneemt.

<<< (#2) Fetisj: stoffelijk voorwerp van afgodische verering. Fetisjisme is een term waarmee het geloof in en het gebruik van magisch effectief geachte voorwerpen (fetisjen) wordt aangeduid. Fetisjen worden door een tovenaar of medicijnman vervaardigd uit dieren, planten of stoffen, waarvan men gelooft dat ze een bijzondere kracht bezitten, die op de bezitter van de fetisj wordt overgedragen. Zij hebben een specifieke functie (bijv. ter bevordering van genezing, oorlogsoverwinning, enz., of ter bescherming van het algemeen welzijn). Verwant met de fetisjen zijn de talismans en amuletten.>>>

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “O mijn Heer! Laat mijn graf niet aanbeden worden als een fetisj.” (Moesnad Ah’mad en al-Moewatta-e.)

De term fetisjen (wathan in Arabisch) heeft een meer algemene betekenis dan de term afgodsbeeld (sanam).

Zij worden op vele verschillende manieren aanbeden. Het neerknielen voor hen is een vorm van aanbidding, het slachten van offerdieren voor hen is een andere vorm, en het zweren in hun naam is weer een andere vorm.

Aanbidding neemt ook de vorm aan van toewijdingen van het hart. Het koesteren van liefde, vertrouwen, angst en hoop voor of op deze afgodsbeelden of fetisjen – wat alleen aan Allah de Verhevene toekomt – of het tonen van berouw aan hen, is puur polytheïsme. Het is idolaat om zulke gevoelens en toewijdingen te concentreren naar iemand of iets anders naast Allah Ta’aalaa.

Allah de Verhevene vertelt ons over degenen die hun liefde en toewijding in aanbidding geven aan anderen dan Allah. Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En onder de mensen zijn er die anderen naast Allah nemen als gelijken (afgoden). (#3) Zij houden van hen zoals zij van Allah houden, terwijl degenen die geloven meer houden van Allah (dan wat dan ook)…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 165.]

<<< (#3) Door sommige exclusieve Eigenschappen en Vermogens van Allah aan anderen toe te schrijven en door alle of sommige exclusieve Rechten van Hem aan valse goden toe te kennen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Allah de Verhevene zegt met betrekking tot angst en ontzag (Nederlandstalige interpretatie): “Het is slechts satan (de duivel) die jullie bang maakt voor zijn awliyaa-e (helpers, vrienden en volgelingen: polytheïsten en ongelovigen); dus vrees hen niet, maar vrees Mij, als jullie (ware) gelovigen zijn.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 175.]

Allah ‘Azza wa Djal (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt met betrekking tot hoop en vertrouwen als aanbidding (Nederlandstalige interpretatie): “…En vertrouw op Allah, als jullie waarlijk gelovigen zijn.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 23.]

Allah de Verhevene zegt over het tonen van berouw (Nederlandstalige interpretatie): “Wees berouwvol jegens Hem (#4) en vrees Hem (#5) en onderhoud as-salaah (het gebed) en behoor niet tot de polytheïsten (afgodenaanbidders).” [Soerat ar-Roem (30), aayah 31.]

<<< (#4) “Berouwvol zijn” betekent niet in zak en as zitten, of het kruipen in een schaduw van pessimisme. Het betekent het opgeven van ziekte ten gunste van gezondheid, huichelachtigheid ten gunste van de rechte weg, het herstel van onze aard zoals Allah de Verhevene dat geschapen heeft door afstand te nemen van de valsheid geïntroduceerd door de bekoringen van het kwade. (A. Yusuf Ali Quran Commentary – de herziene versie.)

Oprecht berouw wist de zonde uit. Aldus is er geen reden voor Allah de Berouwaanvaardende (at-Tawwaab) om, zoals christenen zeggen, “Zijn enige zoon” te offeren. Waar berouw dient oprecht omwille van Allah te zijn. Men dient zich tot Allah de Barmhartige te richten met een oprecht gevoel van schuld en spijt en een serieuze vastbeslotenheid om de zonde niet te herhalen. Bovendien dient de zondaar meer goede daden te verrichten, zodat Allah daarmee het kwaad dat hij heeft aangericht zal uitwissen (zie aayah 11:114). Onderdeel van oprecht berouw is ook dat als men anderen onrecht heeft aangedaan, men dat recht herstelt door b.v. gestolen goederen terug te geven en vergeving te vragen aan degenen waarover men geroddeld heeft etc.>>>

<<< (#5) Taqwaa (godsvrees, vroomheid) is niet louter een gevoel of emotie, het is een daad (zie aayah 59:18): door alles te doen wat Hij opgedragen heeft en door alles te laten wat Hij verboden heeft. Vaak wordt er ten onrechte verondersteld dat de Islaam God voorstelt als een God die de mensen alleen maar bestraft en als een God waar je bang voor moet zijn, en zij verklaren dat de God van de christenen een liefdevolle God is Die van de mensen houdt en dus hoeven zij God niet te vrezen. Maar in het Oude Testament staat o.a.: “(Dit is) de slotsom van de kwestie, nadat alles is gehoord: vrees God en houd zijn geboden in acht; want dit (geldt voor) alle mensen.” (Prediker 12:13.) En we lezen in Deuteronomium 5:29: “O, was er maar zo’n hart in hen dat zij Mij zouden vrezen en om al mijn geboden in acht te nemen, voor eeuwig…” En volgens het Nieuwe Testament zou Jezus (vrede zij met hem) gezegd hebben: “En ik zeg tegen jullie, mijn vrienden, wees niet bang voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Maar ik zal jullie waarschuwen wie jullie vrezen moeten: vrees Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de Hel te werpen; jazeker, ik zeg tegen jullie, vrees Hem!” (Lucas 12:4-5.) Dus ook joden en christenen dienen God te vrezen. Zie de artikelen “Waarom vrezen moslims God? De God van de christenen is een liefdevolle God die van de mensen houdt”, “De liefde van Allah” en “De islamitische en christelijke visie aangaande God/Allah”.

Allah vrezen betekent het leiden van een rechtschapen leven en het kwaad mijden. ‘Ibaadah (aanbidding) is gebaseerd op drie essentiële zuilen die in feite de drijfveer zijn voor alle handelingen van aanbidding. Deze drie zuilen zijn: liefde, angst en hoop. Een persoon aanbidt Allah dus uit liefde voor Allah wegens Zijn zegeningen en de vrees voor Zijn bestraffing en een oprechte hoop op Zijn beloning (angst weerhoudt iemand ervan om zonden te begaan en hoop laat iemand meer goede daden verrichten). Indien aan één van deze drie voorwaarden niet wordt voldaan, dan is de juiste geest van de aanbidding niet aanwezig. Vergelijk het met een kind en zijn ouders. De basis van de relatie tussen een kind en zijn ouders is liefde. Maar als zijn ouders hem boos aankijken en dreigen met straf omdat het iets doet wat niet hoort, dan stopt het kind uit angst voor straf. Taqwaa (godsvrees, vroomheid) is het enige anker dat het menselijke morele systeem stevig maakt en bijeenhoudt.>>>

Kortom, alles dat beschouwd wordt als een vorm van aanbidding van Allah mag niet verricht worden voor iemand of iets anders dan Allah. Het is afgoderij en polytheïsme om dat te doen. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…en wie deelgenoten aan Allah toekent, hij is dan werkelijk ver afgedwaald (van het rechte pad).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 116.]

Afgoderij is niet beperkt tot de aanbidding van materiële beelden en fetisjen. Er zijn ook immateriële afgoden waar mensen zich tot richten in hun aanbidding, zoals de bevliegingen en triviale begeerten die tegen de religie van Allah en Zijn wet in gaan. Eenieder die zijn triviale begeerten volgt in plaats van de religie van Allah, heeft een of ander soort afgod als een god genomen in aanbidding naast Allah de Almachtige. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij hem gezien die zijn eigen lusten (triviale begeerten) tot zijn god genomen heeft? En Allah (hem als zodanig) wetende, liet hem dwalen en verzegelde zijn oren en zijn hart en plaatste een bedekking over zijn ogen. Wie dan zal hem leiden na Allah (nadat Allah leiding heeft teruggenomen)? Laten jullie je dan niet vermanen?” [Soerat al-Djaathiyah (45), aayah 23.]

<<<Door de eigen begeerten en ideeën te prefereren boven de geboden en verboden van Allah, kent de mens deelgenoten aan Allah toe. Men wordt dan een slaaf van zijn eigen lusten en begeerten, die van nature veranderend van aard zijn. In Tefhiem al-Qor-aan staat vermeld dat Aboe Bakr al-Djassas hierover zei: “Hij gehoorzaamt zijn begeerten zoals men zijn God zou moeten gehoorzamen.”

Een afgod hoeft niet per se gemaakt te zijn van steen of hout. Een afgod kan ook in de vorm zijn van een bepaalde waarde, een concept of principe. Door de eigen wil – gebaseerd op begeerten en bevliegingen – te prefereren boven de Wil van Allah, neemt hij zijn eigen wil als een god. Alles wat hij bewondert en als goed ziet volgens zijn eigen begeerten, wordt zijn religie en zijn weg (manier van leven) i.p.v. de weg van Allah. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Volgens Allah is iemands eigen begeerte de slechtste van alle valse goden die aanbeden en gediend worden in plaats van Allah.” (Overgeleverd door Tabaraanie.)

Sayyid Qoetb schreef in zijn tefsier Fie Dhzilalie l-Qor-aan: “Zo wordt er ook overdreven aandacht geschonken aan materialistische waarden en deze worden de voornaamste zorg van de mensen en worden koste wat het kost in stand gehouden. Aldus worden mensen niet meer dan machines, terwijl spirituele en morele waarden verloren raken en met voeten worden getreden. Maar dit geschiedt niet toevalligerwijs! Het geschiedt allemaal volgens een geniepig plan (van satan) die de oude afgoden tracht te vervangen met nieuwe en deze behandelt als de oppermachten die aan het roer zitten van alle waarden en normen. Wanneer materialisme dus transformeert in een afgod waar de mensen eerbied aan bewijzen (hun hele leven wordt hierdoor bepaald, alles wordt gemeten in geld), zullen alle waarden en overwegingen – inclusief moraliteit, familie, eer, vrijheid en veiligheid – opgeofferd worden voor diens belang.”>>>

Het volgen van je bevliegingen betekent het toepassen van afwijkende principes, ideologieën en filosofieën. De vrome voorgangers verwezen naar de mensen die hun ketterse bevliegingen en ideeën volgden als “de mensen van triviale begeerten en innovaties”.

Daarom dienen we te beseffen dat de aanbidding van afgoden niet beperkt is tot een speciaal type gedrag of een bijzondere vorm. Hun manieren om bezig te zijn met het aanbidden van afgoden zijn zo talrijk als alle mogelijke manieren waarop een persoon zich kan bezighouden met aanbidding.

In het begin was de mensheid verenigd in het zuivere monotheïsme. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De mensheid was één gemeenschap (op één religie – het islamitische monotheïsme). (#6) Vervolgens (nadat zij afgeweken waren en het dogma van shirk – polytheïsme – innoveerden) zond Allah de profeten als aankondigers van goed nieuws (betreffende het Paradijs) en als waarschuwers (betreffende de Hel) en Hij zond met hen het Boek met de waarheid neer om te oordelen tussen de mensen (over kwesties) waarover zij van mening verschilden…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 213.] (Zie het artikel De mensheid was één gemeenschap met één godsdienst.)

<<< (#6) Ibn Djarier verhaalde dat Ibn ‘Abbaas zei: “Er waren tien eeuwen (generaties) tussen Adam en Noah (vrede zij met hen): allen van hen waren op de religie van waarheid (het islamitische monotheïsme: er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah). Later redetwisten zij, dus zond Allah de profeten als waarschuwers en aankondigers van goed nieuws.” [Al-Haakim leverde dit over in zijn Moestadrak en zei: “De keten van overleveraars is sah’ieh’ (authentiek), maar zij (al-Boekhaarie en Moeslim) leverden het niet over.”] (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

De mensheid wist niets over afgoderij behalve nadat er tien tijdperken voorbij gegaan waren vanaf de tijd van Aadam tot de tijd van Noeh’ (vrede zij met hen). Dit is de tijd toen afgoderij en de aanbidding van iets anders dan Allah Ta’aalaa voor het eerst plaatsvond. Dit is waarom Allah de Verhevene Noeh’ (vrede zij met hem) zond; om de mensen op te roepen terug te keren naar de aanbidding van Allah alleen (tawh’ied) en om hun afgodenaanbidding (shirk) te verlaten.

Toen Noeh’ (vrede zij met hem) met deze boodschap bij zijn volk kwam, verwierpen zij het. Allah de Verhevene zegt tegen ons (Nederlandstalige interpretatie): “En zij zeiden (tegen elkaar): ‘Verlaat jullie goden niet, en verlaat Wadd niet, noch Soewaa’a, noch Yaghoeth en Ya’qoeq en Nasr (enkele van hun afgoden).’” [Soerat Noeh’ (71), aayah 23.]

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat deze namen behoorden tot vrome mensen die voorheen tot Noehs volk behoorden. Toen deze vrome mensen overleden, inspireerde satan de mensen om beelden te maken op de plaatsen waar zij vaak zaten en zij gaven deze beelden de namen van die mensen. Dit deden zij. Op dat moment werden de beelden nog niet aanbeden.

Maar, nadat die generatie overleden was en kennis verloren was geraakt, werden deze beelden genomen als voorwerpen van aanbidding. Daarna werden de afgodsbeelden van Noehs volk de afgodsbeelden van de Arabische stammen. [Sah’ieh’ al-Boekhaarie (4920).]

Deze toestand duurde voort totdat Allah de Verhevene Zijn profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zond die hen afbrak.

Elk volk had een profeet die hen opriep om Allah alleen te aanbidden en om afstand te nemen van om het even welke afgoden en fetisjen zij aanbaden. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En nooit was er een volk, of een waarschuwer verkeerde onder hen.” [Soerat Faatir (35), aayah 24.]

 

De onderdrukking met de naam polytheïsme

De negatieve effecten van polytheïsme op de mentale en emotionele toestand ven een persoon zijn talrijk. Sommige van deze effecten zijn genoemd in het Boek van Allah. We zullen beknopt enkele van deze effecten noemen als voorbeeld:

1.) Gebrek aan veiligheidsgevoel, tevredenheid en innerlijke rust. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt, mededelend aan ons de woorden van Ibraahiem (vrede zij met hem) tot zijn volk (Nederlandstalige interpretatie): “En hoe zou ik wat jullie als deelgenoten toekennen (aan Allah) vrezen, terwijl jullie niet vrezen dat jullie deelgenoten aan Allah (de Enige Ware God) toekennen waarvoor Hij geen bewijs tot jullie neergezonden heeft? Dus welke van de twee groepen heeft het meeste recht op veiligheid? (Geef dan antwoord,) indien jullie het weten! (#7),’ die geloven en hun geloof niet mengen met onrecht (shirk: polytheïsme, afgoderij) (#8): zij zijn het voor wie er veiligheid is en zij zijn rechtgeleiden.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 81-82.]

<<< (#7) De groep die met bewijs Hem aanbidt in Wiens Hand voordeel en nadeel is (d.w.z. Allah de Almachtige), of de groep die zonder bewijs datgene aanbidt dat niet kan schaden noch baten?>>>

<<< (#8) ‘Abdoellaah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “Toen het volgende vers geopenbaard werd (6:82), zeiden de metgezellen van Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem): ‘Wie is er onder ons die zichzelf geen onrecht aangedaan heeft?’ Vervolgens openbaarde Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): ‘…Waarlijk, shirk (polytheïsme, het toekennen van deelgenoten aan Allah) is zeker een geweldig onrecht’ (Q. 31:13).” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)>>>

Het onrecht genoemd in dit vers verwijst naar polytheïsme.

2.) Intellectueel en moreel verval. Dit komt van mensen die anderen zoals zij zelf aanbidden die noch de bekwaamheid hebben om hen te helpen noch om hen te schaden. Erger nog, zij aanbidden onbezielde voorwerpen die noch horen noch zien.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (joden en christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot heren naast Allah genomen (#9) en ook de Masieh’ (Messias, Jezus), zoon van Maryam (Maria), terwijl zij slechts zijn bevolen om één God (Allah) te aanbidden (#10): er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij. Verheven is Hij boven de deelgenoten die zij (onterecht aan Hem) toekennen.” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 31.]

<<< (#9) Degenen die bepalen wat toegestaan en verboden is zonder zich te beroepen op het Boek van Allah, kennen zich de rang van godheid toe (zie aayah 45:23); en degenen die hun recht om wetten te maken erkennen en deze volgen (door hen te gehoorzamen in dingen welke zij toegestaan of verboden verklaarden volgens hun eigen begeerten, zonder dat het opgedragen is door Allah), hebben hen als heren genomen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

Ah’med, at-Tirmidzie en Ibn Djarier leverden over: “Eens, terwijl de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) het vers (9:31) reciteerde, zei ‘Adiy ibn H’aatim: ‘O boodschapper van Allah! Zij aanbidden hen (d.w.z. de rabbijnen en monniken) niet.’ De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zij doen dat zeker wel. Zij (d.w.z. de rabbijnen en monniken) maakten wettige dingen onwettig en onwettige dingen wettig en zij (d.w.z. de joden en de christenen) volgden hen en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.’” (Tefsier at-Tabarie, vol. 10.)>>>

<<< (#10) Zie de artikelen Slechts één Boodschap! en Eenheid versus drie-eenheid: schaakmat!>>>

En Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Gedenk toen hij (Abraham) tegen zijn vader zei: ‘O mijn vader! Waarom aanbidt u (een afgodsbeeld) wat niet hoort en niet ziet en u niet kan baten!?’” [Soerat Maryam (19), aayah 42.]

Hij, de Verhevene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Als jullie hen smeken (of aanroepen), zij horen jullie aanroep niet; en als zij zouden horen, dan zouden zij het (jullie verzoek) niet kunnen inwilligen. En op de Dag der Opstanding zullen zij het verwerpen dat jullie hen aanbaden (als deelgenoten naast Allah). En niemand brengt jou (O Moh’ammed) op de hoogte zoals Hij, Die de Alwetende is.” [Soerat Faatir (35), aayah 14.]

En ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Maar de smeekbede van de ongelovigen is niets behalve tevergeefs!” [Soerat Ghaafir (40), aayah 50.]

3.) De achtervolging van onzekerheden en leugens. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Geen twijfel! Waarlijk, aan Allah behoort wie er in de hemelen en wie er op aarde is. En degenen die anderen naast Allah aanroepen, volgen in feite geen (ware) deelgenoten, zij volgen slechts vermoedens en zij verzinnen slechts leugens.” [Soerat Yoenoes (10), aayah 66.]

4.) Inconsistentie in gedrag, gedachten en aanbidding. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En de meesten van hen geloven niet in Allah zonder dat zij deelgenoten aan Hem toekennen.” (#11) [Soerat Yoesoef (12), aayah 106.]

<<< (#11) Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei over dit vers: “Het behoort tot hun geloof, dat wanneer hen gevraagd wordt: ‘Wie schiep de hemelen, wie schiep de aarde, wie schiep de bergen,’ dan zeggen zij: ‘Allah deed dat.’ Toch kennen zij deelgenoten aan Hem toe in aanbidding.” Hetzelfde is gezegd door Moedjaahid, ‘Ataa-e, ‘Ikrimah, as-Sha’bie, Qataadah, ad-Dhahh’aak en ‘Abdoer-Rah’maan ibn Zayd ibn Aslam. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

5.) Verwarring en het onvermogen om onderscheid te maken tussen wat nuttig en wat schadelijk is. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?’ Zeg: ‘Allah.’ Zeg: ‘Hebben jullie dan awliyaa-e (beschermers, helpers) genomen anders dan Hem, die geen macht hebben om voor zichzelf voordeel te brengen of schade te berokkenen?’ Zeg: ‘Is de blinde gelijk aan de ziende (#12)? Of zijn de duisternissen (van onwetendheid) gelijk aan het licht (van de waarheid)? Of kennen zij deelgenoten aan Allah toe die schiepen zoals Hij geschapen heeft waardoor beide scheppingen dan op elkaar leken voor hen?’ Zeg: ‘Allah is de Schepper van alle zaken (#13) en Hij is al-Waah’id (de Unieke, de Ene), al-Qahhaar (de Onderwerper en de Meest Machtige).’” [Soerat ar-Ra’d (13), aayah 16.]

<<< (#12) Zoals de blinde en de ziende niet gelijk zijn aan elkaar, zo kan de polytheïst die onwetend is m.b.t. de Almachtigheid van Allah en Zijn beloning, bestraffing en Macht niet gelijk zijn aan de monotheïst die wel kennis daarover heeft. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)>>>

<<< (#13) Dit feit werd ook door de moeshrikien (polytheïsten) erkend en nooit door hen ontkend. Zien zij de dwaasheid van het aanbidden van afgoden die niets schiepen dan niet in!?>>>

6.) Onbehouwen opportunisme en een neiging om anderen uit te buiten. Dit is de houding die mensen, die goden naast Allah al-Waah’id (de Unieke, de Ene) aanbidden, vertonen in hun relatie met Allah. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Vervolgens, wanneer Hij de tegenspoed van jullie verwijdert, is er een groep van jullie die (wederom) deelgenoten toekent aan hun Heer.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 54.]

Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En wanneer zij aan boord van een schip gaan (en in gevaar zijn), roepen zij Allah aan met oprechtheid in Zijn religie. Wanneer Hij hen redt en aan land brengt, dan kennen zij (wederom) deelgenoten toe (aan Allah).” [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 65.]

En Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En wanneer tegenspoed de mensen treft, roepen zij hun Heer aan, zich berouwvol wendend tot Hem. Vervolgens, wanneer Hij hen van Zijn barmhartigheid laat proeven, kent een groep van hen gelijk deelgenoten toe aan hun Heer.” [Soerat ar-Roem (30), aayah 33.]

Zij aanbidden Allah oprecht wanneer zij geconfronteerd worden met ontberingen, en nadat Allah hen verlichting schenkt van hun ontberingen, dan keren zij weer terug naar andere goden naast Allah.

7.) Afgoderij en andere vormen van polytheïsme geven satan een mogelijkheid om macht over de polytheïst te hebben. Dientengevolge komt een groot deel van het gedrag en houding van de polytheïst voort uit satans influisteringen en suggesties.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wanneer jullie dan de Qor-aan (Koran) reciteren, zoek dan toevlucht bij Allah tegen de satan (de duivel), de verworpene (de vervloekte). (#14) Waarlijk, hij heeft geen macht over degenen die geloven en die op hun Heer vertrouwen. Waarlijk, zijn macht is slechts over degenen die hem volgen en gehoorzamen en degenen die deelgenoten aan Hem (Allah) toekennen.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 98-100.]

<<< (#14) De smeekbede tegen de afleidingen, influisteringen, twijfels etc. van de shaytaan (satan) tijdens het reciteren van de Qor-aan is: a’oedzoe biellaahie mienas-shaytaanier-radjiem [ik zoek toevlucht bij Allah tegen de satan, de verworpene (de vervloekte)]. Dit betekent niet dat je deze woorden louter in het Arabisch uitspreekt. Het betekent dat je een oprecht verlangen dient te hebben en je uiterste best doet om je te beschermen tegen de slechte ingevingen van satan wanneer je de Qor-aan leest. Je zou je best moeten doen om alles wat de Qor-aan bevat te zien in de juiste context en niet toestaan dat je het mengt met zelf verzonnen theorieën of ideeën (gebaseerd op begeerten) die gaan tegen hetgeen Allah de Alwetende in feite bedoelt. Men dient te beseffen dat het meest boosaardige doel van satan is dat de lezer geen leiding van de Qor-aan verwerft. Daarom zal de satan zijn uiterste best doen om de lezer op een dwaalspoor te brengen en hem te verhinderen dat hij er leiding van verwerft door hem naar onjuiste denkwijzen te leiden. De lezer dient dus goed op zijn hoede te zijn en de bescherming van Allah te zoeken tegen de satan zodat hij niet in staat is hem te beroven van de voordelen van deze bron van leiding. Want degene die faalt leiding te verwerven van deze bron, zal nooit ergens anders leiding kunnen vinden. Daarnaast zal degene die misleiding van dit Boek zoekt zo verstrikt zijn in zijn misleiding, dat hij nooit uit deze vicieuze cirkel kan geraken. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En zo stelden Wij voor elke profeet een vijand aan, satans (duivels) van onder de mensen en de djinn; zij inspireren elkaar met verfraaide woorden als een misleiding (#15)…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 112.]

<<< (#15) De satans onder de mensen en de djinn zijn altijd actief en misleiden anderen door gebruik te maken van zeer mooie woorden en plausibele excuses en bezwaren. Daarom is het opdoen van kennis zo belangrijk om niet in de vallen van de satans te trappen. Imaam Ah’mad heeft gezegd: “De mensen hebben meer behoefte aan kennis dan dat zij behoefte hebben aan eten en drinken! Want zij hebben maar twee of drie keer per dag behoefte aan water, maar zij hebben op elk moment behoefte aan kennis!” (Siyar an-Noebala, 2/256.) Zie Kennis is licht.>>>

8.) Een bekrompen en materialistische kijk op de wereld. Hoe meer zegeningen hij ervaart, des te meer onbekommerd en arrogant de polytheïst wordt en des te meer achteloos hij wordt jegens zijn Heer. Hij raakt meer en meer ondergedompeld in de aanbidding van zijn andere goden.

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) omschrijft zo’n persoon in de Qor-aan, zeggende (Nederlandstalige interpretatie): “En hij had opbrengst (in overvloed), waarna hij tegen zijn metgezel zei, terwijl hij met hem (opschepperig) discussieerde: ‘Ik ben jou meerdere betreffende bezit en machtiger in helpers (familie en bedienden).’ En hij ging zijn tuin binnen terwijl hij onrechtvaardig was tegenover zichzelf (door zijn arrogantie, ondankbaarheid en ongeloof). Hij zei: ‘Ik denk dat dit nooit zal vergaan. En ik denk dat het Uur nooit zal plaatsvinden. En zelfs als ik tot mijn Heer teruggebracht zou worden, zou ik zeker in ruil daarvoor (de tuin) iets beters vinden (want als ik niet geliefd zou zijn bij Hem, zou Hij mij dit allemaal niet gegeven hebben).’” [Soerat al-Kahf (18), aayah 34-36.]

Zulke mensen zijn hebzuchtig naar het wereldse leven. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En je zult hen (de joden) zeker bevinden als de meest hebzuchtige mensen aangaande (het wereldse) leven, en (zelfs meer) dan degenen die shirk begaan (deelgenoten aan Allah toekennen, polytheïsten). Eenieder van hen wenst dat hij duizend jaar lang in leven gehouden zou worden, maar dat zal hem niet redden van de (terechte) kwelling. En Allah is Alziend aangaande wat zij doen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 96.]

9.) Besluiteloosheid, complexiteit en onsamenhangendheid betreffende gedachten. Een polytheïst vindt zijn leven altijd omringd door onzekerheid wegens de talrijke bezigheden van aanbidding die hij heeft. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Allah geeft een vergelijking: een man (slaaf) behorend aan meerdere meesters die onderling ruziën (zoals degenen die anderen naast Allah aanbidden), en een man (slaaf) volledig behorend aan slechts één meester (zoals degenen die Allah Alleen aanbidden). Zijn deze twee gelijk aan elkaar? Al-H’amdoelillaah (alle lof is voor Allah)! Maar de meeste van hen weten niet.” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 29.]

10.) Depressie, frustratie en wanhoop betreffende Allahs Genade. Vele afgodenaanbidders plegen zelfmoord. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wie Allah dan wil leiden, diens borst verruimt Hij voor de Islaam (Hij maakt het gemakkelijk voor hem); en wie Hij wil misleiden, diens borst maakt Hij bekrompen, beklemd (niet in staat om leiding te accepteren), alsof hij hoog opstijgt in de hemel (waar de lucht ijl is). Aldus plaatst Allah de bestraffing op degenen die niet geloven.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 125.]

<<<Een benauwd leven door stress en zorgen om het wereldse en het tot het uiterste gaan om meer van het wereldse te verkrijgen en de angst voor de vermindering ervan. Vrekkigheid overmeestert zijn gedachten en gierigheid is diep geworteld in zijn aard; in tegenstelling tot de gelovige die streeft naar het verkrijgen van het Hiernamaals. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qoraan.)

Uit gegevens van o.a. de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) blijkt dat b.v. het aantal zelfmoorden en psychische ziekten het hoogst is in seculiere landen. Zo plegen in Nederland jaarlijks 13,1 mannen per 100.000 zelfmoord, en in Egypte is dat 0,1 man per 100.000. (Bron: http://www.who.int/mental_health/media/neth.pdf en http://www.who.int/mental_health/media/egypt.pdf).]>>>

En Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En wie wanhoopt er aan de Barmhartigheid van zijn Heer behalve de dwalenden!?” [Soerat al-H’idjr (15), aayah 56.]

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de kwaadaardige effecten van polytheïsme op de mensen die zich er mee bezig houden. Er zijn er nog heel veel meer. Veel erger dan dit alles echter zijn de gevolgen van afgoderij op een persoon in het Hiernamaals. Een persoon die sterft op polytheïsme zal nooit vergeven worden. Hij zal eeuwig in de Hel verblijven. Elk voordeel en profijt dat een persoon verwezenlijkt door Allah de Verhevene alleen te aanbidden, wordt evenaart door een vergelijkbaar deel aan onheil en lijden voor de polytheïst.

En tot Allah keren wij allemaal terug.

Artikelen over tawh’ied.