Het belang van het gebed

De eerste praktische zuil van de Islam.

Gebed belangrijkHet gebed heeft een vorm en een geest. Zijn vorm is de aanbidding met het lichaam, zijn geest is de aanbidding met het hart. Het is daardoor een lichamelijke en geestelijke aanbidding. Het hart en het gezicht van hem of haar die het gebed verricht, zal schijnen met goddelijk licht en de ziel zal hoog verheven zijn. Het gebed begint met het verkondigen van de Grootsheid van Allah en het eindigt met de vredesgroet.

Het is de fakkel tussen de slaaf en zijn Meester. De verrichting van het gebed is een van de grootste, zo niet het grootste teken van geloof, de belangrijkste onder de aanbiddingsvormen van de Islaam en de zekerste manier om Allah (Glorieus en Verheven is Hij) te danken voor Zijn onbegrensde gunsten.

Het gebed ontkennen is jezelf afscheiden van Allah de Verhevene. Het is jezelf beroven van de Genade van Allah en je onthouden van Zijn gunsten en van de overvloedige Goedheid en Edelmoedigheid.

Het oprechte gebed is een medicijn voor de ziekten in de harten der mensen en een tegengif voor de corruptie in de ziel. Het is het licht welke de duisternis verdrijft van zonden en kwaad. In een h’adieth verhaald door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zegt de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Kijk, als ieder van jullie een rivier voor de deur van zijn huis had stromen, waarin jullie vijf keer per dag zouden baden, zou er enig vuil bij jullie overblijven?” De metgezellen antwoordden: “Nee, niets van het vuil zou er achterblijven?” De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) antwoordde: “Dit is hetzelfde met de vijf gebeden waarmee Allah onze zonden weg wast.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

 

Eenheid en gelijkheid in het gebed

Gelijkheid en rechtvaardigheid manifesteren zich zeer duidelijk door het gebed, wanneer de gebedsoproeper roept (Nederlandstalige interpretatie): “Kom tot het gebed, kom tot het gebed; kom tot voorspoed, kom tot voorspoed.” Zij, voor wie het gebed een verplichting is en de adzaan (oproep tot het gebed) horen, rijk of arm, jong of oud, leider of onderdaan, zij allen verzamelen zich en stellen zich op in rijen zonder onderscheid of verschillen, en allen zijn dienaren van Allah (Glorieus en Verheven is Hij). Zij ontmoeten elkaar op gemeenschappelijke grond in het huis van Allah, de masdjid (moskee), zich concentrerend op Hem en zich neerbuigend voor hun Schepper. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En (weet) dat de masaadjid (#1) (plaatsen van aanbidding, d.w.z. aanbidding) aan Allah toebehoren: dus roep naast Allah niet één aan.” [Soerat al-Djinn (72), aayah 18.]

<<< (#1) Deze soerah is Mekkieyyah, en masaadjid (mv. van masdjid) dient niet begrepen te worden in de latere technische zin van moskeeën, maar volgens de oorspronkelijke betekenis: enige plaats of aangelegenheid van aanbidding (en dus aanbidding als zodanig). (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.) M.a.w.: bega nergens shirk (afgoderij)! H’asan al-Basrie zei: “De hele aarde is een plaats van aanbidding, en het vers wil dus eigenlijk zeggen: men dient nergens op Gods aarde polytheïsme te begaan.” Hij leidde deze betekenis af van de volgende h’adieth, waarin de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Voor mij is de hele aarde een plaats van aanbidding gemaakt en een middel om reinheid te verkrijgen.” (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Staande achter een imaam (gebedsvoorganger), in de richting van de Ka’bah te Mekkah (de qiblah), in aanbidding van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) Die geen deelgenoten heeft, Zijn straf vrezend en vragend om Zijn Genade. Voorwaar, Zijn goddelijke zegeningen zullen over hen komen en zij zullen gevuld zijn met Zijn Genade. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En veroorzaak geen verderf op aarde nadat het in orde is gemaakt en roep Hem aan, (Zijn bestraffing) vrezend en (Zijn beloning) wensend. Waarlijk, de Barmhartigheid van Allah is dicht bij de weldoeners.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 56.]

 

Het oordeel over hen die afstand hebben gedaan van het gebed

Allah (Glorieus en Verheven is Hij) heeft het gebed geschonken, maar tevens wettelijk verplicht en heeft het de vuurtoren van de Islaam en tot pilaar van Zijn religie gemaakt. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zegt in een h’adieth (Nederlandstalige interpretatie): “Aan top is de Islaam. De pilaar die haar ondersteund is het gebed en de hoogste plaats in haar is het strijden voor de zaak van Allah.” (Overgeleverd door Ah’mad, at-Tirmidzie en Ibn Maadjah.)

Het gebed is de enige religieuze verplichting die Allah (Glorieus en Verheven is Hij) rechtstreeks aan de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) oplegde. Het werd gegeven in de nacht waarin de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de Mi’raadj (Hemelreis) maakte, vergezeld door de engel Gabriël (vrede zij met hem).

Om zijn uitzonderlijke belangrijkheid en de grote waarde, die Allah aan het gebed hechtte, duidelijk te maken, sprak Allah (Glorieus en Verheven is Hij) rechtstreeks tot de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), zonder enige bemiddeling. Daarin verzocht Hij een harde benadering van degenen die het gebed ontkennen, hen beschouwende als ongelovigen en ver afgedwaald van het rechte pad. Hij die zichzelf van het gebed heeft afgekeerd, heeft zich in feite van de Islaam afgekeerd en ontstemt zijn Heer. Hij verbreekt de geboden van zijn geloof en plaatst zich op de weg naar de totale vernietiging.

Door zo’n gedrag zijn al zijn vroegere goede werken van geen enkele betekenis meer, want zijn gedragingen zijn het tegenovergestelde van wat Allah de Almachtige ons geboden heeft. En hij die ongehoorzaam aan Allah is, is in feite degene die hem ontkent, want wanneer hij gehoor gegeven had aan de uitnodiging van Allah Ta’aalaa, zou hij zich met zekerheid ondergeschikt hebben gemaakt aan de meest goddelijke van alle geboden. Allah de Almachtige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En onderhoud as-salaah (#2) (het gebed) aan de twee eindes van de dag en aan het begin van de nacht. Waarlijk, de goede daden (#3) verwijderen de slechte daden (d.w.z. kleine zonden). Dat is een vermaning voor degenen die zich laten vermanen.” [Soerat Hoed (11), aayah 114.]

<<< (#2) Iqaamat-as-salaah: het onderhouden van as-salaat (de gebeden). Dit betekent: (A) elke moslim, man of vrouw, is verplicht om zijn salaat (gebeden) vijf keer per dag te verrichten op de gespecificeerde tijden; de mannen gezamenlijk in de moskee (indien zij de adzaan – oproep tot het gebed – horen) en de vrouwen thuis (aanbevolen). De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Hetgeen waar Allah het meest van houdt, is wanneer Zijn mensen het gebed op tijd verrichten.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) (B) Dat de salaat (gebeden) verricht worden op de manier zoals de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dat deed, d.w.z. staan (qiyaam), buigen (roekoe’), knielen (soedjoed), zitten (qoe’oed), de juiste en correcte recitaties etc., zoals hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Verricht jullie salaat (gebeden) zoals jullie mij hebben zien bidden.” Zie Beschrijving van het gebed van de profeet.>>>

<<< (#3) In deze context verwijst “goede daden” voornamelijk naar gebeden, maar het omvat alle soorten goede woorden, daden en intenties. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)>>>

En Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Dus richt jouw gezicht (volledig) naar de religie als een h’anief (zuivere monotheïst). Houd je vast aan de natuurlijke aanleg (fitrah) van Allah (#4), waarmee Hij de mens geschapen heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allah. Dat is de rechte religie, maar de meeste mensen weten het niet. Wees berouwvol jegens Hem en vrees Hem (#5) en onderhoud as-salaah (het gebed) en behoor niet tot de polytheïsten (afgodenaanbidders).” [Soerat ar-Roem (30), aayah 30-31.]

<<< (#4) Fitrah is het innoveren van iets zonder dat er een gelijke daaraan voorheen aanwezig was, zoals in de Woorden van de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “Alle lof is voor Allah, Voortbrenger van de hemelen en de aarde.” (Q. 35:1)… Dit vers wordt versterkt door de authentieke h’adieth (Nederlandstalige interpretatie): “Elke geborene wordt geboren volgens de natuurlijke aanleg (fitrah), zijn ouders maken van hem een jood of een christen of een vuuraanbidder.” [Al-Boekhaarie (1359) en Moeslim (2658) van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem).] Indien schepselen overgelaten worden aan hun natuurlijke aanleg, dan zouden zij niemand aanbidden behalve Allah…” (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)>>>

<<< (#5) “Berouwvol zijn” betekent niet in zak en as zitten, of het kruipen in een schaduw van pessimisme. Het betekent het opgeven van ziekte ten gunste van gezondheid, huichelachtigheid ten gunste van de rechte weg, het herstel van onze aard zoals Allah de Verhevene dat geschapen heeft door afstand te nemen van de valsheid geïntroduceerd door de bekoringen van het kwade. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)>>>

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Wanneer jullie je dan veilig voelen, onderhoud dan as-salaah (zoals het hoort – iqaamat-as-salaah). Waarlijk, as-salaah is voor de gelovigen voorgeschreven op vastgestelde tijden.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 103.]

Het niet bidden en ontkennen van de verplichting, wordt gezien als ongeloof en plaatst iemand buiten de Islaam. Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Tussen een persoon en ongeloof staat het gebed.” (Overgeleverd door Ah’mad, Moeslim, Aboe Daawoed, at-Tirmidzie en Ibn Maadjah.)

En Boeraydah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft gezegd: “Ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘De verplichting die ons van hen scheidt is het gebed. Hij die er afstand van doet is een ongelovige geworden.’

En van ‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met zijn met vader en zoon) is de overlevering, dat op een dag, pratend over het gebed, de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Voor degene die het gebed verricht, zal het een licht zijn, een bewijs en een verlossing op de Dag der Opstanding. Voor degene die het niet onderhouden heeft, is er geen licht, geen bewijs, geen verlossing, en op de Dag der Opstanding is hij als Qaaroen, Fir’awn, Haman en Oebayy ibnoe Khalaf.” (Overgeleverd door Ah’mad, at-Tabaraanie en Ibn-H’ibbaan.)

Deze eervolle overleveringen en woorden van bevel vanuit de Heilige Koran geven ons duidelijkheid omtrent de enorme zonde die men begaat wanneer men het gebed opgeeft. Ook duiden zij ons aan welke hun plaats zal zijn in dit leven en in het Hiernamaals. Vanwege deze en andere overleveringen en vanwege de enorme waarde en positie van het gebed in de Islaam, zijn vele metgezellen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) van mening dat degene die afstand doet van het gebed, ongelovig is geworden en vele geleerden stemmen in met hun visie.

Dit is wat Ibn Roeshd zegt in Bidaayat al-Moedjtahid: “Al-H’aafidhz ‘Abd al-‘Adhziem al-Moendzirie zegt: ‘Een groep metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is van mening dat, wie ook zijn gebed opzettelijk opschort totdat de gebedstijd gepasseerd is, tot ongelovige kan worden verklaard.’”

De hierboven vermelde visie is de overtuiging van metgezellen als ‘Oemar ibn al-Khattaab, ‘Abdoellaah ibn Mas’oed, ‘Abdoellaah ibn ‘Abbaas, Moe’aadz ibn Djabal, Djaabier ibn ‘Abdoellaah en Aboe ad-Dardaa-e (moge Allah tevreden met hen zijn).

Onder hen die geen sah’aabah (metgezellen) waren, maar dezelfde overtuiging hebben, zijn: Ah’mad ibn H’anbal, Ish’aaq ibn Raahaweeh, ‘Abdoellaah ibn al-Moebaarak, an-Nakha’ie, al-H’akam ibn Shaybah, Zoehayr ibn H’arb en anderen.”

Weer anderen houden vast aan de visie dat degene die opzettelijk afstand doet van het gebed zonder zijn fundamentele geloof in de Islaam op te geven, niettemin ver afgedwaald is van het pad der waarheid en om geen slecht voorbeeld te zijn voor anderen, moet hij gestraft worden, totdat hij zijn gebeden hervat.

De wet in de Islaam maant zijn volgelingen zeer streng en nauwkeurig aan tot een oprechte naleving van de sharie’ah (islamitische wetgeving) door het constant bezig zijn in de beoefening van het gebed, de belangrijkste zuil in de Islaam en de grootste in omvang onder de religieuze verplichtingen.

Geen wonder dat hij als een ongelovige betiteld wordt, of als iemand die van de waarheid is afgedwaald. Immers, in de Heilige Koran lezen we dat degene die zijn gebeden opgeeft een zondaar genoemd wordt en gerekend wordt tot de ongehoorzamen die in de Hel worden geworpen. Allah de Almachtige zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Zullen Wij de moslims (#6) (degenen die zich aan Ons hebben onderworpen) dan behandelen gelijk aan de misdadigers (ongelovigen, polytheïsten, zondaren)? Wat is er met jullie? Hoe oordelen jullie?” [Soerat al-Qalam (68), aayah 35-36.]

<<< (#6) Dit is de eerste keer dat de term moeslimien (moslims, degenen die zich aan God onderwerpen) voorkomt in de geschiedenis van de openbaring van de Qor-aan. Men dient voor ogen te houden dat de exclusieve toepassing van deze term voor de volgelingen van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) een na-koranische ontwikkeling vertegenwoordigt en dient dus niet als zodanig begrepen te worden. (The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.) Alle profeten en hun volgelingen waren moslims, want zij gaven zich over aan God.>>>

Inderdaad legt de Qor-aan ons verder uit en beschrijft de zondaar, die de gelovigen ontmoet, zeggend (Nederlandstalige interpretatie): “Ieder persoon is verantwoordelijk voor hetgeen hij verworven heeft (aan goede en slechte daden). Behalve de mensen van de rechterkant (de succesvollen). In Tuinen (het Paradijs) zullen zij vragen. Aan de misdadigers (polytheïsten, zondaren) (#7): ‘Wat bracht jullie in het Hellevuur?’ Zij zullen zeggen: ‘Wij behoorden niet tot de biddenden. Noch voedden wij de armen. En wij hielden ons bezig met bazelen samen met de bazelaars (#8). En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen. Totdat het zekere (de dood) tot ons kwam.’” [Soerat al-Moeddaththir (74), aayah 38-47.]

<<< (#7) De Qor-aan geeft op verschillende plaatsen aan dat de bewoners van het Paradijs en de bewoners van de Hel op de een of andere manier in staat zijn elkaar te zien en om met elkaar te communiceren wanneer zij dit willen, ook al bevinden zij zich op zeer grote afstand van elkaar. Zie bijvoorbeeld aayah 7:44-50 en 37:50-57.>>>

<<< (#8) Die onzin praten, praten over onbeduidende dingen, dingen waar zij geen kennis over hebben, in valsheid, over dingen waar Allah de Verhevene een afkeer van heeft.>>>

Het niet bidden is de weg volgen die leidt naar de Hel, welke niets achterlaat, niets spaart en de mens vernietigt door een enorme hitte, een terechte bestraffing. Maar onze Heer wil niemand pijn doen!

Degene die de pilaar van zijn religie heeft vernietigd en degene die ongehoorzaam is aan de geboden van zijn Heer, degene die de leer van de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) geweld aandoet, hij die te trots is geweest zijn Heer te aanbidden, voor hem is dit oordeel geen buitensporigheid. Door dit een ogenblik in overweging te willen nemen, zal hij zich zeker realiseren dat door het opgeven van het gebed, hij zichzelf buiten de grenzen van de Islaam heeft geplaatst en geen rechten heeft hiertegen te protesteren, tegen dit rechtvaardige oordeel, in het bijzonder na de beschrijvingen in de Nobele Qor-aan en na het lezen van een h’adieth zoals de volgende, verhaald door Ibn`Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hen), waarin de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De Inhoud en de basis van de religie zijn onder te verdelen in drie dingen en op hen is de Islaam gegrondvest. Degene die afstand neemt van één van hen is een ongelovige, wiens bloed wettelijk legaal is te laten vloeien: (1) de shahaadah (geloofsgetuigenis), (2) het onderhouden van het gebed en (3) het vasten in de maand Ramadhaan.”

Het feit dat je met iets verbonden bent, wil nog niet zeggen dat je er enige vooruitgang mee hebt bereikt, wanneer de verbintenis niet wordt ondersteund door daden die als het ware opgelegd zijn of besloten liggen in zo’n verbintenis. Laten we een aantal voorbeelden geven.

Eerste voorbeeld: veronderstel, je werkt op een kantoor waar een eventuele aanstelling tot de mogelijkheden behoort. Wanneer is het gerechtvaardigd je te betitelen als werknemer en je salaris te ontvangen? Is het geen vereiste je werk te doen? En registreert het hoofd van het kantoor niet de dag waarop je begonnen bent? En is het niet een vereiste je aan de normale kantoortijden te houden en te werken tot aan het eind van de maand om zodoende je salaris te ontvangen? Als je het werk niet verricht wat je is opgedragen of de taak die je is toebedeeld niet tot een einde brengt, als je steeds te laat komt op je werk, denk je dat de directie in alle geduld met je verder zou gaan? Zouden ze je uitbetalen? Natuurlijk Niet! Wanneer de opdracht van je aanstelling reeds was bevestigd, is het erg gemakkelijk de hele zaak te annuleren en je te ontslaan.

Tweede voorbeeld: je bent verbonden aan een instituut of school. Wordt er niet verwacht van je, dat je regelmatig de lessen volgt en je voorbereidt op datgene wat de staf van je vraagt? Als je ongehoorzaam bent aan je leraren en niet luistert naar wat ze te zeggen hebben, als je de regels en de voorschriften van het instituut steeds opnieuw overtreedt, zal het dan langer mogelijk zijn de lessen te blijven volgen? Of word je weggejaagd? Er is geen twijfel: je zult ontslagen worden en je eventuele lidmaatschap van het instituut is van geen enkele waarde meer.

Derde voorbeeld: wanneer je in het leger bent als commandant of als soldaat, wordt er niet van je verlangd een uniform te dragen? Is het niet belangrijk gehoorzaam te zijn en de orders van je superieuren zonder de minste tijd te verliezen uit te voeren? Als je weigert je uniform aan te trekken, of na het aangetrokken te hebben, je niet bereid bent de bevelen van je superieuren op te volgen en je niet inschikkelijk opstelt ten aanzien van de militaire reglementen, maar ze eerder geweld aandoet, falend in elke opdracht welke het lidmaatschap van dit eervolle beroep je oplegt, denk je nog langer te mogen profiteren van de vele voordelen van het leger, of denk je dat men zonder uitstel er toe over zal gaan je te ontslaan en je al je verdere rechten te ontnemen? Ik geloof dat, zoals te verwachten is, men ertoe zal overgaan je te ontslaan met als reden dat je zeer ongeschikt bent voor dit eervolle beroep.

De Islaam opereert precies op dezelfde wijze. Je accepteert Allah de Verhevene als je Heer, Islaam als religie en Moh’ammed als de profeet en boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

Is het niet noodzakelijk om een lid te zijn, om zodoende in staat te zijn de meest belangrijke zuil van Zijn geboden te praktiseren, namelijk de verplichting om het gebed te verrichten? Want het herkenningsteken van een moslim is het gebed, net zoals het uniform het herkenningsteken is van een soldaat.

Is het niet noodzakelijk de geboden in de Heilige Qor-aan te volgen, geopenbaard door Allah de Almachtige, en je bij elk afzonderlijk gebod in de Qor-aan neer te leggen, als je tenminste verbonden wilt zijn met Allah (Glorieus en Verheven is Hij), de Heilige Qor-aan en zijn gemeenschap?

Is het niet een gebod van de hoogste hand je te laten leiden door de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn licht te volgen en hem te gehoorzamen in elk aspect, wetend dat Allah bevolen heeft hem te gehoorzamen en zijn voetstappen te volgen? Allah de Almachtige zegt in de Heilige Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “…En wat de boodschapper (Moh’ammed) jullie geeft, neem dat dan; en wat hij jullie onthoudt, onthoud jullie dan (daarvan). En vrees Allah! Waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.” [Soerat al-H’ashr (59), aayah 7.]

Wanneer je ongehoorzaam bent aan de geboden van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) en aan de instructies van de profeet Mohammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), als je de Qor-aan naast je neerlegt en de steunpilaren van de Islaam één voor één opgeeft, totdat uiteindelijk het gebed zelf vernietigd is, denk je dan werkelijk, nadat je het gebed vernietigd en afgewezen hebt, dat je jezelf nog steeds kan betitelen als moslim? De aanspraak die je maakt op enige relatie met de Islaam, zal deze in werkelijkheid nog van enig voordeel zijn? Is er nog enige sprake van verbondenheid met Allah Ta’aalaa, met de Islaam, of word je ervan ontzet? Zeker is dat je uitgestoten bent en een afscheiding plaatst tussen de Islaam en jezelf. Dit antwoord is in mijn opinie in overeenstemming met de sharie’ah en volstrekt duidelijk en algemeen erkend.

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zegt in een overlevering (Nederlandstalige interpretatie): “Als de Islaam stukje bij beetje afgebroken wordt, dan houden de mensen zich stevig vast aan het volgende overgebleven stukje. Het eerste wat weggenomen zal worden is heersen en heerschappij. Het laatste zal het gebed zijn.” (Overgeleverd door Ibn H’ibbaan van de h’adieth van Aboe Oemaamah.)

 

De te verwachte Genade van Allah de Verhevene

Door je geloof dat Allah de Meest Genadevolle is, in het vergeven van onze vergissingen, Die ons altijd even Genadevol is, moet men niet suggereren dat de Islaam inconsequent is door de voorbeelden die ik zojuist heb gegeven. De reden is dat Zijn Genade alomvattend is en heel dicht bij staat, speciaal voor hen die geloven in de Almachtige Schepper, ook wanneer hun daden soms verkeerd zijn.

Ik sta achter degene die gelooft dat Allah Vergevensgezind en Genadevol is, Zijn Genade strekt zich uit over de hemelen en de aarde en al datgene wat daarin verblijft. De uitgestrektheid van Zijn Genade raakt niet uitgeput. Daarentegen is een afzonderlijke druppel van de zee van edelmoedigheid voldoende om de gehele mensheid onder te dompelen in een overvloed van zegeningen en weldaden.

Dit is wat ik zeg, maar ook geloof. Overdenk thans met mij voor een moment sommige verzen van de Heilige Qor-aan en overleveringen van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en probeer ze te begrijpen.

Het is mijn overtuiging, en ik denk dat een logisch en gerijpt verstand het zonder meer zal ondersteunen, dat de Genade van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) niet voor iedereen bestemd is, ook al is Zijn Genade van een zodanige grote omvang. Maar wat het allerbelangrijkste is: de sharie’ah accepteert dat ook niet.

Er zijn mensen die kwaad hebben gedaan, waarvoor de bergen zouden verkruimelen, de hemelen zouden splijten en de aarde zou donderen. Zij geloven niet in Allah (Verheven en Glorieus is Hij) en weigeren Zijn zegeningen. Zij behandelden mensen slecht en onrechtvaardig. Zij ontkennen Allah en Zijn boodschapper, ze zijn opstandig jegens Zijn bevelen en bekommeren zich niet om Allahs wetgeving en zij zijn in staat tot alles wat de sharie’ah hen verbiedt. Denk jij dat zij enige aanspraak kunnen maken op de geweldige omvang van de Genade van Allah? Zij zijn er ver van, alleen de oprechten maken er aanspraak op. Allah de Almachtige zegt in de Heilige Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En veroorzaak geen verderf op aarde nadat het in orde is gemaakt en roep Hem aan, (Zijn bestraffing) vrezend en (Zijn beloning) wensend. Waarlijk, de Barmhartigheid van Allah is dicht bij de weldoeners.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 56.]

In één van de heilige overleveringen (h’adieth Qoedsie) herinnert de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ons dat Allah (Glorieus en Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Hoe onbeschaamd is hij die naar het Paradijs streeft zonder er voor te werken. Hoe kan Ik Mijn Genade over hem uitstorten zonder dat hij zich bekommert om Mijn Genade?”

Genade is immers alleen te verkrijgen door middel van goede werken, vroomheid, aalmoezen en door een diepe verering voor Allah de Verhevene. Geloof is alleen bewijsbaar door daden die voortkomen uit geloof. Geloof komt niet simpel door het te wensen, maar door onthechting en standvastigheid in de ziel.

Al-Boekhaarie leverde een h’adieth van Anes (moge Allah tevreden zijn met hem) over, die de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft horen zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “Geloof is niet het wensen ernaar, maar is dat wat is ingeplant in de ziel en zich laat bevestigen door daden. Het wensen alleen misleidt de mens, zodat wanneer zij dit leven verlaten, nog niet een goede daad hebben verricht. Zij zullen zeggen ‘Wij eerbiedigen Allah,’ maar zij liegen. Wanneer zij Allah geëerbiedigd zouden hebben, zouden zij goede daden hebben verricht.”

Ik hoop dat, nadat je dit gelezen hebt, je niet wanhoopt aan de Genade van Allah, voorzeker zij is dichterbij dan je denkt, gereed om te worden ontvangen. (Zie o.a. het artikel Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah.) Keer tot Allah de Verhevene in berouw en wees een van de gelovigen, die zich onderwerpt, die de Vergeving en de Genade en de gunst van Allah ontvangt, waarnaar de ziel verlangt.

Daarin ligt de weg die leidt naar voorspoed en geluk voor dit leven en het Hiernamaals. Haast je naar berouw; de deur van berouw is altijd open voor hen die er binnen wil gaan. Kom dichter tot Allah Ta’aalaa en Hij komt dichter tot jou, niemand kan je grotere hulp geven.

Verricht je religieuze verplichtingen en sta voor Allah (Glorieus en Verheven is Hij) in nederigheid en overgave. Allah de Meest Barmhartige zal je zonden en vergissingen vergeven en je toegang verlenen tot Zijn Genade. Hij is Degene Die jou paleizen en mooie Tuinen schenkt. Haast je naar het werkelijke gebed dat je afhoudt van kwaad en dat wat verboden is en dat jou dichter tot jouw Heer brengt. Dit alles is niet mogelijk, tenzij het gebed nederig en oprecht is.

Lees de volgende aayaat in de Edele Qor-aan en overpeins hoe belangrijk het is om te bidden: 2:110 – 2:238-239 – 14:40 – 19:59 – 20:14 – 23:1-2 – 23:9-11 – 29:45 – 75:30-32 – 77:48-49 – 87:14-15.

“Heb jij (#9) degene gezien die het Oordeel loochent? Dat is dan degene die de wees hardvochtig afwijst. (#10) Noch spoort hij (zichzelf of anderen) aan tot het voeden van de armen. (#11) Wee dan degenen die het gebed verrichten. Degenen die aangaande hun salaat (gebeden) onachtzaam zijn. (#12) Degenen die goede daden verrichten om gezien te worden. (#13) En de makkelijke hulp niet verlenen. (#14) [Soerat al-Maa’oen (107).]

<<< (#9) In eerste instantie is dit gericht aan de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), maar bij uitbreiding ook aan elk verstandig en nadenkend mens.>>>

<<< (#10) De wees zijn rechten niet geeft, hem niet helpt en slecht behandelt. Sahl ibn Sa’d (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Ik en degene die een wees onderhoudt, zullen in het Paradijs zijn zoals dit,” en hij bracht zijn wijsvinger en middelvinger samen. (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 8/6005.)>>>

<<< (#11) Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die zorgt voor een weduwe of een behoeftig persoon is als een moedjaahid (strijder) omwille van Allah, of zoals degene die de hele nacht bidt en de hele dag vast.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 7/5353.)>>>

<<< (#12) Dit verwijst naar degenen die hun gebeden na de voorgeschreven tijden verrichten, naar degenen die het gebed en haar pilaren over het algemeen veronachtzamen, en naar degenen die bidden als anderen hen zien, maar niet wanneer zij alleen zijn.>>>

<<< (#13) Imaam Ah’med leverde over dat Mah’moed ibn Labied zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Wat ik het meeste vrees voor jullie is de kleine shirk (afgoderij).” Zij zeiden: “Wat is de kleine shirk, O boodschapper van Allah?” Hij zei: Ar-Riyaa-e (te koop lopen met je daden, indruk proberen te maken op mensen etc.). Allah zal zeggen op de Dag der Opstanding, wanneer de mensen beloond of bestraft worden voor hun daden: ‘Ga naar degene tegenover wie je indruk wilde maken in de wereld en zie of je enige beloning bij hem vindt.’”>>>

<<< (#14) Zij lenen niet eens dat waar anderen baat bij hebben, zoals servies, gereedschap e.d., ook al blijft het voorwerp intact en ook al wordt het aan hen teruggegeven. Deze mensen zijn zelfs nog gieriger met betrekking tot het geven van de zakaah en andere soorten van liefdadigheid waardoor iemand dichter bij Allah de Verhevene komt. Al-Mas’oedie leverde over van Salamah ibn Koehayl die overleverde van Aboe al-‘Oebaydin dat hij vroeg aan Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) over al-maa’oen en hij zei: “Het is wat de mensen geven aan elkaar, zoals een bijl, een pot, een emmer en soortgelijke dingen.” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

“‘Wat bracht jullie in het Hellevuur?’ Zij zullen zeggen: ‘Wij behoorden niet tot de biddenden.’” [Soerat al-Moeddaththir (74), aayah 42-43.]

Relevante artikelen:

Het gebed (diverse artikelen)