H’adieth 8

De onschendbaarheid van de moslim.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Ibnoe ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Ik heb opdracht gekregen om de mensen (#1) te bestrijden totdat zij getuigen dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en dat Moh’ammed de boodschapper is van Allah, het gebed onderhouden en de zakaah (de verplichte liefdadigheid) afstaan. Als zij dat doen, zijn zij onschendbaar voor mij geworden wat betreft hun bloed en hun bezittingen. Behalve (als zij) het recht van de Islaam (overschrijden). En hun berechting berust bij Allah de Verhevene.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

<<< (#1) Deze overlevering refereert naar het bestrijden van de polytheïstische Arabieren op het Arabische schiereiland, zoals al-Khattaabie, Ibnoe Daqieq al-‘Ied e.a. hebben gezegd.>>>

 

Uitleg

“Ik kreeg de opdracht” wil zeggen dat Allah de opdracht gaf. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) noemde hier niet Degene van Wie hij de opdracht heeft gekregen omdat het vanzelfsprekend is dat Allah de Verhevene Degene is Die verbiedt en beveelt.

“Om de mensen te bestrijden tot zij getuigen dat…” – hier laat de boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zich in algemene termen uit. Maar degenen die bestreden dienen te worden, worden door Allah de Verhevene nader gespecificeerd in het volgende vers waarin Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Bevecht degenen die niet geloven in Allah, noch in de Laatste Dag, die behoren tot degenen aan wie het Boek gegeven is (joden en christenen) en die niet verbieden wat verboden is door Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed) en die de ware religie (de Islaam) niet aanhangen, totdat zij gewillig al-djizyah (#2) geven terwijl zij onderdanig zijn (#3).” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 29.]

<<< (#2) Toevoeging uwkeuze.net: djizyah is een soort belasting die betaald dient te worden door niet-moslims die leven in een islamitische staat en die hun eigen religie willen behouden (Ahloe ad-Dziemmah – Mensen van Bescherming). Het is een jaarlijks bedrag waarvan de hoogte afhankelijk is van de rijkdom van de betaler. Aangezien niet-moslims vrijgesteld zijn van militaire dienst en belasting die opgelegd is aan moslims, dienen zij deze belasting te betalen als compensatie. Het garandeert hen veiligheid en bescherming. Al-Qarafie, een klassieke Maalikiegeleerde, zei in zijn boek al-Faroeq: “Het is de verantwoordelijkheid van de moslims ten opzichte van Ahloe ad-Dziemmah, om te zorgen voor hun zwakkeren, de armen in hun behoeften te voorzien, de hongerigen te voeden, hen van kleding te voorzien, hen beleefd aan te spreken en zelfs hun kwaad te tolereren al is het van een buur, ook al hebben de moslims de overhand. De moslims dienen hen ook oprecht te adviseren aangaande hun kwesties en te beschermen tegen iedereen die hen of hun familie wil schaden, hun bezittingen afnemen, of die hun rechten schenden.” Sheikh ‘Atiyyah Moh’ammed Saalim zei eens tijdens een dars (les): “Toen ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) khalief was, zag hij eens een oude man van onder de koeffaar (ongelovigen) bedelen. ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg hem waarom hij bedelde. De man zei: ‘Omdat ik djizyah moet betalen, heb ik niet genoeg geld om te overleven.’ Toen ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) dit hoorde, schafte hij de djizyah voor deze oude man af en gaf hem een maandelijkse uitkering uit de schatkist van de staat.” Dit verhaal, dat de barmhartigheid van de Islaam aantoont, is ook vermeld in Kitaab al-Kharadj van Aboe Yoesoef, een student van Aboe H’aniefah.>>>

<<< (#3) Toevoeging uwkeuze.net: dit is het doel van djihaad tegen de joden en de christenen en het is niet om hen te dwingen moslim te worden of om de islamitische manier van leven aan te nemen (zie het artikel Jihad in de Islam). Zij dienen gedwongen te worden de djizyah te betalen om zo hun onafhankelijkheid en bestuur in het land te beëindigen, zodat zij anderen hun verkeerde manieren niet langer meer kunnen opleggen aangezien dit onvermijdelijk leidt naar chaos en wanorde. Als joden en christenen in een islamitische staat ervoor kiezen om hun eigen religie te behouden en zij instemmen er te leven als Ahloe ad-Dziemmah door djizyah te betalen, dient een islamitische staat hen te beschermen en te tolereren dat zij het leven leiden dat zij willen. (Zie Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Wie de zakaah weigert te betalen, dient bestreden te worden, zoals Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) degenen heeft bestreden die geen zakaah betaalden.

2.) Als men de Islaam uiterlijk belijdt, dan wordt het innerlijk aan Allah de Alwetende overgelaten. Vandaar dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Als zij dat doen, zijn zij onschendbaar voor mij geworden wat betreft hun bloed en hun bezittingen. Behalve (als zij) het recht van de Islaam (overschrijden). En hun berechting berust bij Allah de Verhevene.”

3.) De bevestiging van het feit dat de mens berecht zal worden voor zijn daden. Als deze goed zijn, zal het hem goed vergaan. Zijn deze slecht, dan zal het hem slecht vergaan. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Dus wie (in deze wereld) iets goeds doet gelijk aan het gewicht van een stofdeeltje, zal het zien (in het Hiernamaals). En wie (in deze wereld) iets slechts doet gelijk aan het gewicht van een stofdeeltje, zal het zien (in het Hiernamaals).” [Soerat az-Zalzalah (99), aayah 7-8.]

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.