H’adieth 4

De voorbeschikking (al-qadar).

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Aboe ‘Abdoer-Rah’maan ‘Abdoellaah ibnoe Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam – Allahs zegeningen en vrede van Allah zijn met hem), en hij is de waarheidsgetrouwe, de geloofwaardige, heeft ons verteld (Nederlandstalige interpretatie): ‘Waarlijk, de schepping van eenieder van jullie vindt plaats in de buik van zijn moeder, dit gedurende veertig dagen in de vorm van een noetfah (mengsel van vocht). Daarna is het net zo lang een ‘alaqah (bloedklonter). Vervolgens is het net zo lang een moedhghah (een vleesklont). Dan wordt er een engel naar hem gestuurd die in hem de ziel blaast en die belast is met de volgende vier zaken; het opschrijven van:

– zijn levensonderhoud
– zijn sterfdag
– zijn daden
– en of hij een ellendeling of gelukzalige zal zijn (in het Hiernamaals).

Bij Allah, buiten Wie er geen god is, iemand van jullie zal werkelijk het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en dit (het Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is; dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, waarna hij deze (uiteindelijk) zal binnentreden. En (zo ook) zal iemand van jullie het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, totdat er tussen hem en deze (de Hel) niet meer dan een armslengte afstand is; dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, waarna hij dit (uiteindelijk) zal binnentreden.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

 

Uitleg

Deze overlevering is de vierde overlevering van imaam an-Nawawie waarin ons verteld wordt hoe de schepping van de mens zich ontwikkelt in de schoot van zijn moeder en hoe zijn sterfdag, levensonderhoud en dergelijke zaken worden bepaald.

‘Abdoellaah ibnoe Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam), en hij is de waarheidsgetrouwe, de geloofwaardige, heeft ons verteld.” Waarheidsgetrouw betreffende datgene wat hij vertelt en hij is geloofwaardig betreffende datgene wat aan hem is geopenbaard. ‘Abdoellaah ibnoe Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) begon met deze inleiding, omdat de zaken die in deze overlevering verteld worden tot het ongeziene (al-ghayb) behoren die slechts middels openbaring bekend kunnen worden gemaakt.

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Er wordt ons verteld hoe de mens zich in de schoot van zijn moeder ontwikkelt. Hierin worden de volgende vier fasen genoemd:

a. De ontwikkeling van de noetfah (mengsel van vocht) voor de duur van veertig dagen.
b. De ontwikkeling van de ‘alaqah (bloedklonter) voor de duur van veertig dagen.
c. De ontwikkeling van de moedhghah (vleesklont) voor de duur van veertig dagen.
d. De laatste ontwikkeling vindt plaats nadat de ziel ingeblazen wordt.

Een embryo ontwikkelt zich dus volgens de hierboven genoemde ontwikkelingsfasen. (Zie De geboorte van een mens in de verhandeling Wonderen in de Koran.)

2.) De eerste vier maanden kan er niet gezegd worden dat het embryo een levend mens is. Op basis daarvan kunnen we zeggen dat als vóór het verstrijken van de vier maanden sprake is van een miskraam, hij niet gewassen wordt noch in een lijkwade (kafan) wordt gehuld en er wordt geen dodengebed (salaat al-djanaazah) voor hem verricht. Dit omdat hier niet gesproken kan worden van een mens.

3.) Na vier maanden wordt in het embryo de ziel ingeblazen. (Zie het artikel De ziel – maak kennis met je ware zelf.) Vanaf dat moment is het embryo een levend mens. Als er na deze periode sprake is van een miskraam, dan wordt het gewassen, in een kafan gehuld en wordt er het dodengebed voor verricht, zoals dit ook het geval zou zijn als de negen maanden voltooid waren.

4.) Er is een engel die over datgene wat zich in de baarmoeders bevindt is aangesteld. Dit op basis van de uitspraak van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) (Nederlandstalige interpretatie): “Dan wordt er een engel naar hem gestuurd…”

5.) De volgende zaken worden voor de mens vastgelegd, terwijl hij zich in de schoot van zijn moeder bevindt: zijn levensonderhoud, zijn daden, zijn sterfdag en of hij ellendig of gelukzalig zal zijn.

6.) Een ander punt dat deze overlevering ons leert is de Wijsheid en Alwetendheid van Allah. Alles bij Hem heeft een vastgesteld tijdstip dat niet vervroegd noch uitgesteld wordt.

7.) Men dient angst en vrees te hebben, want de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) vertelde ons het volgende (Nederlandstalige interpretatie): “Iemand van jullie zal werkelijk het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en dit (het Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is; dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, waarna hij deze (uiteindelijk) zal binnentreden.”

8.) Men dient de hoop niet op te geven, want de mens kan zonden verrichten voor een lange periode, waarna Allah hem alsnog leiding schenkt op zijn oude dag. Maar wat als iemand vraagt: “Welke wijsheid schuilt er achter het feit dat Allah iemand in de steek laat die het soort daden verricht van de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en het Paradijs nog maar (een afstand) van een armslengte is en hem dan datgene overkomt dat voor hem voorbeschikt is en hij het soort daden zal verrichten van de mensen van de Hel en daarin terecht zal komen?”

Het antwoord hierop is als volgt: “De wijsheid hiervan is dat het voor ons wellicht lijkt dat deze persoon goede daden verricht, maar in werkelijkheid slechte en verdorven intenties heeft. (Zie H’adieth 1.) Uiteindelijk krijgen deze verdorven intenties de overhand en zal zijn leven een slechte afloop kennen. Moge Allah ons hiervoor behoeden. Vandaar dat met de volgende woorden ‘totdat er tussen hem en dit (het Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is’ niet gedoeld wordt op de toenadering van het Paradijs door de mens middels zijn daden, maar op het naderen van zijn sterfdag.

[Toevoeging uwkeuze.net:]

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Wij hebben alles met een voorbeschikking geschapen.” [Soerat al-Qamar (54), aayah 49.]

De schepping van Allah is niet lukraak, maar met goddelijke voorbeschikking van alle dingen vóór hun schepping, zoals dat geschreven staat in het Boek der Besluiten – al-Lawh’oel-Mah’foedhz.

Al-Qadar (of al-qadaa-e) is het lot, de lotsbestemming, de goddelijke voorbeschikking. Niets gebeurt tegen de Wil van Allah de Almachtige, maar vele dingen kunnen gebeuren tegen Zijn goedkeuring.

De boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft ons verboden om ons te veel te verdiepen in het lot. Imaam Ah’med leverde over van ‘Amr ibn Shoe’ayb van zijn vader van zijn opa, dat hij zei: “De boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) kwam op een dag naar buiten terwijl de mensen aan het praten waren over al-qadar. Hij (de opa van ‘Amr ibn Shoe’ayb) zei: ‘Het was net of er uit woede een granaatappel in zijn gezicht uiteen was gespat.’ Hij (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei tegen hen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wat is er met jullie, dat jullie het Boek van Allah tegen het Boek van Allah gooien? Hierdoor zijn degenen vóór jullie vernietigd.’” (Zie al-Fath’ ar-Rabbaaniey, boek 1, blz. 142; Soenan Ibn Maadjah, boek 1, blz. 33.)

Er kwam een man naar ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) om hem te vragen over al-qadar en hij antwoordde: “Een duistere weg die je niet moet bewandelen.” De man zei: “Vertel me iets over al-qadar?” ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Een diepe zee, betreed deze niet.” De man zei: “Vertel me iets over al-qadar.” ‘Aliy (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Het is een geheim wat aan Allah toebehoort, belast jezelf niet hiermee.” (Taysier al-‘Aziez al-H’amied, blz. 620; al-‘Aqaa-ied al-Islaamiyyah van Sayyied Saabiq, blz. 99; as-Sharie’ah van al-Aadjoeriey, blz. 212.)

Imaam Ah’med leverde over dat ‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) zei dat de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Alles is vooraf bepaald, zelfs luiheid en intelligentie.” (Moeslim leverde deze h’adieth over d.m.v. een keten van overleveraars via imaam Maalik.)

Er is ook een authentieke h’adieth waarin de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Zoek de hulp van Allah en zwicht niet voor zwakheid. En wanneer een kwelling jou treft, zeg dan: ‘Allah heeft dit verordend en Hij doet wat Hij wil (qadar Allaahoe wa maa shaafaa-aal).’ Zeg niet: ‘Als ik dit of dat maar had gedaan, dan zou dit of dat mij niet overkomen zijn,’ want ‘als’ opent de deur wagenwijd voor het werk van as-shaytaan (de satan).”

Imaam Ah’med leverde over dat ‘Oebaadah ibn al-Walied ibn ‘Oebaadah zei dat zijn vader tegen hem zei: “Ik ging naar ‘Oebaadah toen hij ziek was en ik dacht dat hij zou sterven, dus zei ik: ‘O mijn vader! Adviseer ons en probeer dit op de beste manier te doen.’ Hij zei: ‘Help me om te zitten.’ Nadat hij geholpen was, zei hij: ‘O mijn zoon! Weet dat jij het genot van geloof niet zult proeven of ware kennis over Allah zult verwerven totdat jij gelooft in al-qadar, de goede en de niet zo goede dingen daarvan.’ Ik vroeg: ‘O mijn vader! Hoe kan ik al-qadar kennen (of er in geloven), de goede en de niet zo goede dingen daarvan.’ Hij zei: ‘Als je weet dat wat jou gemist heeft nooit tot jou had kunnen komen, en dat wat jou overkomen is jou nooit had kunnen missen. O mijn zoon! Ik hoorde de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Het eerste dat Allah schiep was de Pen. Onmiddellijk daarna beval Hij: ‘Noteer!,’ en de Pen noteerde alles dat zal gebeuren tot aan de Dag der Opstanding.’ O mijn zoon! Als je sterft zonder dit geloof, zul je het Hellevuur binnengaan.’

En Allah weet het het best.

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

 

Relevante artikelen:

Geloof in het lot