H’adieth 38

De gunst van vrijwillige daden van aanbidding.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk Allah de Verhevene zei: ‘Wie een waliey (geliefde, helper) van Mij als vijand neemt, dan verklaar Ik hem voorzeker de oorlog. En er is niets waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd. En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) vrijwillige daden van aanbidding, totdat Ik hem liefheb. Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort en zijn zicht waarmee hij ziet en zijn hand waarmee hij toeslaat en de voet waarmee hij loopt. En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven. En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

 

Uitleg

Deze overlevering is een h’adieth qoedsie (heilige overlevering) omdat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) hier overlevert wat Allah Zelf heeft gezegd. En alle overleveringen die de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) overlevert op autoriteit van Allah noemen de geleerden een h’adieth qoedsie. (Zie het artikel Het verschil tussen de Qor-aan en h’adieth qoedsie.)

Een waliey is het tegenovergestelde van een vijand. De awliyaa-e (meervoud van waliey) zijn de godsvruchtige (vrome) gelovigen. Het bewijs hiervoor zijn de volgende Woorden van Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “Voorzeker! Waarlijk, Allahs awliyaa-e (#1) (degenen die in Hem geloven en vroom zijn) zullen niet vrezen (aangaande het Hiernamaals), noch zullen zij treuren (betreffende het leven in deze wereld). Degenen die geloofden en (Allah) vreesden (door zonden te mijden en rechtschapen daden te verrichten).” [Soerat Yoenoes (10), aayah 62-63.]

<<<(#1) Noot uwkeuze.net: de awliyaa-e van Allah zijn degenen die in Hem geloven en taqwaa (godsvrees, vroomheid) hebben. Dus elke vrome godvrezende persoon (moettaqie – meervoud: moettaqien) is een waliey van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij). Ibn Djarier leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Onder de dienaren van Allah zijn er waar de profeten en de martelaren jaloers op zijn.” Er werd gezegd: “Wie zijn zij, O boodschapper van Allah, zodat wij van hen zullen houden?” Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: “Zij zijn mensen die van elkaar houden omwille van Allah zonder enig ander belang zoals geld of verwantschap. Hun gezichten zullen verlicht zijn, op verhogingen van licht. Zij zullen niet vrezen wanneer de mensen zullen vrezen, noch zullen zij treuren wanneer de mensen zullen treuren.” Vervolgens reciteerde hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) (Nederlandstalige interpretatie): “Voorzeker! Waarlijk, Allahs awliyaa-e zullen niet vrezen (aangaande het Hiernamaals), noch zullen zij treuren (betreffende het leven in deze wereld).” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Degenen die zich vijandig opstellen tegenover de awliyaa-e van Allah hebben aan Allah de oorlog verklaard.

Hierna noemt Allah de Verhevene de redenen die ertoe leiden dat een persoon een waliey van Allah de Meest Barmhartige wordt. Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En er is niets waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd.” Dit betekent dat er niets geliefder is bij Allah, waarmee een persoon Hem aanbidt, dan de verplichte daden van aanbidding. Dit omdat men door het verrichten van daden van aanbidding dichter tot Allah de Almachtige komt. Zo is het verrichten van twee verplichte rak’aat geliefder bij Allah dan het verrichten van twee optionele (vrijwillige) rak’aat. Een dirham uitgeven aan zakaah (verplichte liefdadigheid) is geliefder bij Allah dan het uitgeven van een dirham aan sadaqah (vrijwillige liefdadigheid). Het verrichten van de (eerste) verplichte h’addj is geliefder bij Allah dan het verrichten van een vrijwillige h’addj (andere dan de eerste keer). Het vasten van de Ramadhaan is geliefder bij Allah dan het vrijwillig vasten enz. Dit is dan ook reden waarom Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) de verplichte daden van aanbidding verplicht heeft gesteld.

“En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) vrijwillige daden van aanbidding.” De vrijwillige (optionele) daden komen dus na verplichte daden en wanneer deze continue worden verricht, leidt dit ertoe dat Allah – al-Wadoed (de Liefhebbende) – van deze persoon gaat houden.

“Totdat Ik hem liefheb.” Dit kan op twee manieren uitgelegd worden. Ten eerste: het zoeken van toenadering tot Allah leidt ertoe dat Allah de Verhevene van de persoon gaat houden. Ten tweede: het zoeken van toenadering tot Allah, door het verrichten van optionele daden, leidt ertoe dat Allah van de persoon gaat houden. In beide gevallen is er sprake van een en dezelfde doelstelling.

“Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort.” Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zal de persoon trefzeker maken in alles wat hij hoort en hij zal slechts naar datgene luisteren wat goed voor hem is (en niet bewust naar verboden zaken luisteren). De betekenis hier is beslist niet dat Allah het gehoor is van een persoon. Hetzelfde geldt voor het zicht. Allah de Verhevene zal hem tevens trefzeker maken in alles wat hij ziet, waardoor hij slechts naar de goede zaken kijkt (en niet bewust naar verboden zaken kijkt).

“En zijn hand waarmee hij toeslaat.” Allah de Verhevene zal hem tevens trefzeker maken in zijn werk en alles waarbij hij zijn handen gebruikt. Hij zal slechts werken aan datgene wat goed is (en geen verboden of tijd verspillende handelingen verrichten).

“En de voet waarmee hij loopt.” Ook zal Allah Ta’aalaa hem trefzeker maken in zijn wandel. Hij zal slechts naar datgene gaan wat goed is.

“En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven.” Alles wat deze persoon aan Allah vraagt zal verhoord worden en hem zal datgene gegeven worden waarnaar hij vraagt (hetzij in dit leven of iets beters in het Hiernamaals).

“En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.” Naast het feit dat deze persoon gegeven wordt waarnaar hij vraagt, zal hem ook bescherming geboden worden tegen datgene waarvoor hij zijn toevlucht tot Allah zoekt.

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Allah de Verhevene heeft awliyaa-e [geliefden, helpers (door het volgen van Zijn voorschriften)]. Dit wordt nog eens benadrukt door Allahs Woorden (Nederlandstalige interpretatie): “Voorzeker! Waarlijk, Allahs awliyaa-e (degenen die in Hem geloven en vroom zijn) zullen niet vrezen (aangaande het Hiernamaals), noch zullen zij treuren (betreffende het leven in deze wereld). Degenen die geloofden en (Allah) vreesden (door zonden te mijden en rechtschapen daden te verrichten).” [Soerat Yoenoes (10), aayah 62-63.]

2.) De grootsheid van de awliyaa-e van Allah. Het is zelfs zo dat degenen die zich vijandig tegen hen opstellen, aan Allah de oorlog verklaren.

3.) Het zich vijandig opstellen tegen één van de awliyaa-e van Allah behoort tot de grootste zonden, omdat Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) het plegen ervan aanmerkt als een oorlogsverklaring aan Hem.

4.) De verplichte daden van aanbidding zijn geliefder bij Allah dan de aanbevolen daden van aanbidding.

5.) De daden van aanbidding kunnen in twee categorieën verdeeld worden:

a. Faraa-idh (verplichte daden van aanbidding)

b. Nawaafil (aanbevolen daden van aanbidding)

<<<Noot uwkeuze.net: faraa-idh is het meervoud van fardh en nawaafil is het meervoud van nafilah. Er zijn vijf islamitische wetoordelen, namelijk:

i.) Waadjib (waadjibaat) of fardh (faraa-idh): verplicht, bijvoorbeeld het gebed, zakaat, h’adj etc. Degene die het verricht wordt beloond, degene die het nalaat wordt bestraft.

ii.) H’araam (h’oeroemaat): verboden, bijvoorbeeld alcohol, gokken etc. Degene die het verricht wordt bestraft, degene die het nalaat wordt beloond.

iii.) Mandoeb of moestahaab (moestahabaat), soennah (soennan) of nafilah (nawaafil): aanbevolen of vrijwillig, bijvoorbeeld het nachtgebed, extra vasten (op b.v. maandag en donderdag) etc. Degene die het verricht wordt beloond, degene die het nalaat wordt niet bestraft en niet beloond.

iv.) Makroeh (makroehaat): afgeraden of afkeurenswaardig, bijvoorbeeld het binnentreden van de moskee met de linkervoet eerst, of met je rechtervoet als eerste een toilet betreden etc. Degene die het nalaat wordt beloond, degene die het verricht wordt niet bestraft en niet beloond.

v.) Moebaah’ of h’alaal: toegestaan, bijvoorbeeld scheiden, eten, reizen etc. Degene die het verricht wordt niet beloond, degene die het nalaat wordt niet bestraft. Bijvoorbeeld eten: wat jou in leven houdt is waadjib, de rest is moebaah’. Bijvoorbeeld slapen: slapen is normaal gesproken gewoon toegestaan, je wordt hier niet voor beloond of bestraft, maar als je vroeg gaat slapen omdat je het nachtgebed wilt bidden, dan wordt deze slaap een vorm van aanbidding (‘ibaadah) en wordt je ervoor beloond, in shaa-e Allaah. Bijvoorbeeld lachen: normaal is dit moebaah’, maar als je lacht naar een broeder (voor de broeders) of naar een zuster (voor de zusters) met de intentie om broeder-/zusterschap te kweken of te versterken, dan is het sadaqah (liefdadigheid), een goede daad (al-mandoeb, h’asanah) waar je voor beloont zult worden, in shaa-e Allaah. (Zie het artikel Introductie tot de kennis van oesoel al-fiqh.)>>>

6.) Het toekennen van de eigenschap van mah’abbah (genegenheid, liefde) aan Allah. Als Allah van iemand houdt, dan zal Hij goed voor hem zijn, hem belonen en hem dichter tot Zich brengen.

<<<Noot uwkeuze.net: al-Wadoed is een van de Namen van Allah, hetgeen betekent: de Liefdevolle (jegens al-moettaqien – de vrome gelovigen). Zie o.a. het artikel De liefde van Allah.>>>

7.) De daden van aanbidding verschillen in niveau.

8.) Deze overlevering (h’adieth) is tevens een bewijs voor de overtuiging van Ahl oes-Soennah wa al-Djamaa’ah betreffende imaan (geloof), namelijk dat deze toeneemt en afneemt. Dit omdat de daden tot de imaan behoren. Als Allah de Verhevene meer houdt van bepaalde daden dan andere, dan kunnen wij hieruit opmaken dat de imaan toeneemt en afneemt, afhankelijk van de daden die worden verricht.

9.) Als Allah de Meest Barmhartige van een persoon houdt, dan maakt Hij hem trefzeker betreffende zijn gehoor, zijn zicht, zijn hand en zijn voet (de gelovige gebruikt ze voor het goede en niet voor het slechte). Dit allemaal als beloning van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij).

10.) Als een persoon dichter tot Allah komt met het verrichten van goede daden, dan vergroot dit zijn kans dat Allah zijn smeekbede (doe’aa-e) verhoort en hem bescherming biedt als hij zijn toevlucht tot Hem zoekt. (Zie het artikel Smeekbeden – doe’aa-e.)

[Noot uwkeuze.net: een ander voordeel van vrijwillige daden is dat het enige tekortkoming in iemands verplichte daden goed maakt, want niemand is vrij van gebreken of zonden die een negatief effect hebben op zijn/haar verplichte daden. Op de Dag der Opstanding zullen enkele van zijn/haar vrijwillige daden genomen worden om de tekortkomingen in zijn/haar verplichte daden goed te maken. De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): As-salaah (het gebed) zal het eerste ding zijn waar mensen voor ter verantwoording worden geroepen op de Dag der Opstanding. Onze Heer, moge Hij verheerlijkt en verheven worden, zal tegen Zijn engelen zeggen – hoewel Hij het het beste weet: ‘Kijk naar de salaah van Mijn dienaar, of het compleet of incompleet is.’ Als het perfect is, zal het genoteerd worden als perfect; en als er een gebrek is, dan zal Hij zeggen: ‘Kijk en zie of Mijn dienaar enige vrijwillige (naafil) gebeden verricht heeft.’ Als hij enige vrijwillige gebeden verricht heeft, dan zal Hij (Allah) zeggen: ‘Vervolledig de verplichte daden van Mijn dienaar van zijn vrijwillige daden.’ Vervolgens zullen al zijn daden op een vergelijkbare manier behandeld worden.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed.)]

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.