H’adieth 37

Het vermeerderen van de beloning.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Ibnoe ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) verhaalde dat zijn Heer zei (Nederlandstalige interpretatie): “Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld, en het daarna (voor ons) duidelijk gemaakt. Wie zich dan voorneemt om een goede daad (h’asanah) te verrichten en deze vervolgens niet verricht, Allah – Gezegend en Verheven is Hij – telt dat als een volledig (verrichte) goede daad voor hem. En als hij het zich voorneemt en het vervolgens ook verricht, dan telt Allah voor hem het tien- tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs vele malen meer. Als hij zich voorneemt om een zonde (sayyi-ah) te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledige (verrichtte) goede daad, en als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert dan telt Allah het (slechts) als één zonde.” (In deze bewoordingen overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim in hun authentieke verzamelwerken.)

 

Uitleg

In deze zevenendertigste overlevering, verhaald door Ibnoe ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem), verhaalde de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) dat zijn Heer zei (Nederlandstalige interpretatie): “Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld.” Als een metgezel (sah’aabie) zich op deze manier verwoordt, dat wil zeggen als hij verhaalt dat de boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) de Woorden van zijn Heer verhaalt, dan wordt een dergelijke overlevering door de geleerden een h’adieth qoedsie genoemd. (Zie het artikel Het verschil tussen de Qor-aan en h’adieth qoedsie.)

“Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld.” Oftewel, Hij stelde de handelingen vast en de bijbehorende beloningen. Hij is Degene Die het goede heeft geschapen en het slechte. Toen Hij de pen schiep, zei Hij hiertegen (Nederlandstalige interpretatie): “Schrijf!” Hij (de pen) zei: “O mijn Heer! Wat moet ik schrijven?” Hij (Allah) zei: “Schrijf wat er zal zijn tot de Dag des Oordeels,” waarna hij (de pen) op dat moment schreef wat er zal zijn tot de Dag des Oordeels.

De context van de overlevering maakt duidelijk dat met vastleggen hier de tweede betekenis bedoeld wordt, namelijk het vastleggen van de beloning, vanwege Zijn Uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “En het daarna (voor ons) duidelijk gemaakt.” Oftewel, duidelijk gemaakt aan de hand van gedetailleerde uitleg.

“Wie zich dan voorneemt om een goede daad te verrichten en deze vervolgens niet verricht, Allah telt dat als een volledig (verrichte) goede daad voor hem.” Het woord ‘voornemen’ wil hier zeggen het willen (de intentie hebben om iets te doen); een persoon wil een goede daad verrichten, maar doet dit uiteindelijk niet. Dat Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) het als een volledige goede daad telt, wil zeggen dat er niet zoiets is als een gedeeltelijk goede daad. Ook is het een bewijs dat iemand die een goede daad wil verrichten maar hiertoe niet in staat is, of met een goede daad stopt omdat hij niet meer verder kan nadat hij hiermee is begonnen, hiervoor de volledige beloning bijgeschreven zal krijgen. Dit wordt ook duidelijk uit de volgende aayah (Nederlandstalige interpretatie): “En wie emigreert op de weg van Allah zal op aarde vele toevluchtsoorden en overvloed vinden. En wie zijn huis verlaat als een emigrant naar Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed ﷺ) en vervolgens bereikt de dood hem, zijn beloning staat dan werkelijk vast bij Allah…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 100.]

Hoe zit het dan met iemand die zich voorneemt om diezelfde goede daad te verrichten en hier vervolgens van afziet uit luiheid of een soortgelijke reden? Voor hem geldt deze overlevering ook, dus dat er een volledige goede daad (h’asanah) bijgeschreven wordt, en dit vanwege zijn goede intentie (niyyah).

Hij zegt verder (Nederlandstalige interpretatie): “En als hij het zich voorneemt en het vervolgens ook verricht, dan telt Allah voor hem het tien- tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs vele malen meer.” Als iemand zich een goede daad voorneemt en het ook daadwerkelijk doet met een zuivere intentie voor Allah en op de wijze die de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) ons geleerd heeft, dan telt Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) het tien- tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden – h’asanaat) of zelfs nog vele malen meer. Het aantal maal waarmee deze goede daad wordt vermenigvuldigd, is afhankelijk van hoe goed de daad is uitgevoerd en hoe zuiver de intentie is, en als Allah de Verhevene het wilt, dan vermeerdert Hij het nog meer als gunst voor Zijn dienaar en uit vrijgevigheid. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De gelijkenis van degenen die hun bezittingen uitgeven op de weg van Allah is als de gelijkenis van een graankorrel; het brengt zeven aren voort, in elke aar honderd graankorrels. En Allah vermenigvuldigt voor wie Hij wil. En Allah is Alomvattend (met Zijn Kennis en Macht), Alwetend.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 261.] (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Graan

 

Verder zegt Hij (Nederlandstalige interpretatie): “Als hij zich voorneemt om een zonde te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledig (verrichtte) goede daad en als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert, dan telt Allah het (slechts) als één zonde.” Als iemand zich voorneemt om een zonde (sayyi-ah) te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah de Meest Barmhartige dit als een volledig (verrichtte) goede daad (h’asanah). Dit geldt als hij deze zonde laat voor Allah, zoals in een aantal overleveringen gezegd wordt, waaronder (Nederlandstalige interpretatie): “Omdat hij het laat voor Mijn Beloning.” (Overgeleverd door Moeslim.) Oftewel, omwille van Mij.

Een persoon die een zonde laat, nadat hij deze wilde plegen, behoort tot één van de volgende drie categorieën:

1. Iemand die de zonde probeert te plegen en ernaar streeft om het te doen, maar er niet in slaagt. Voor deze persoon wordt de last van de volledig (verrichte) zonde gerekend.

2. Iemand die zich voorneemt om een zonde te plegen, en zich daarna bedenkt; niet uit angst voor Allah, maar omdat hij zelf een afkeer voor de daad krijgt (om elke andere reden dan de hiervoor genoemde). Voor hem wordt geen zonde noch goede daad gerekend.

3. Iemand die de zonde (sayyi-ah) laat voor Allah uit angst voor Hem. Deze persoon zal, zoals deze overlevering ons leert, een volledige goede daad (h’asanah) bijgeschreven krijgen.

Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “En als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert, dan telt Allah het als één zonde.” En de volgende Woorden van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) getuigen hier ook nog eens van (Nederlandstalige interpretatie): “Wie komt met een goede daad zal dan het tienvoudige ervan als beloning ontvangen; en wie komt met een slechte daad zal slechts het gelijke daarvan als vergelding krijgen en hen zal geen onrecht aangedaan worden.” [Soerat al-An’aam (6), aayah 160.]

Het oordeel wat betreft zonden (oftewel dat het telt als één zonde), geldt zowel in Mekkah als daarbuiten en te allen tijde, behalve in de heilige maanden (al-ashoer oel-h’oeroem). Weliswaar is de zonde in Mekkah ernstiger en gewichtiger in omvang. Hierover zegt Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en (anderen) afhouden van de weg van Allah en van al-Masdjid al-H’araam (de Heilige Moskee, in Mekkah), die Wij voor de mensen, zowel de inwoners als de bezoekers, gelijk maakten: voor hen is er een pijnlijke kwelling. En wie daarin onrechtvaardig streeft naar afwijking (van de waarheid) (#1) zullen Wij van de pijnlijke kwelling laten proeven.” [Soerat al-H’addj (22), aayah 25.]

<<<(#1) Noot uwkeuze.net: as-Shawkaanie heeft gezegd: “Er is een meningsverschil over de betekenis van onrechtvaardigheid. Een van de meningen is dat het polytheïsme is. Een andere mening is dat het polytheïsme en moord is. Een andere mening is dat het het jagen op dieren en het omhakken van bomen is. Weer een andere mening is dat het het vals zweren is. Volgens een andere mening beduidt dit zonden in het algemeen. Er is gezegd dat het betekent dat Allah zelfs bestraft bij het hebben van een intentie om een zonde te begaan op die plaats en hiervoor hebben Ibn Mas’oed, ‘Ibn ‘Oemar, ad-Dh’ahh’aak, Ibn Zayd en anderen gekozen. Zij zeiden: “Als iemand de intentie heeft gehad om een man te vermoorden die in Aden (Jemen) verblijft, dan zal Allah hem bestraffen.” (Feth’ al-Qadier.)>>>

De geleerden zeggen: “De goede daden (h’asanaat) en de zonden (sayyie-aat) worden vermeerderd tijdens deugdzame perioden (zoals Ramadhaan) en op deugdzame plekken (zoals Mekkah). Maar de goede daden worden verveelvoudigd in aantal, en de zonden worden vermeerderd in de hoedanigheid (d.w.z. de zonde telt zwaarder) en niet in aantal, vanwege het vers (Nederlandstalige interpretatie): “…en wie komt met een slechte daad zal slechts het gelijke daarvan als vergelding krijgen…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 160.]

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Deze overlevering van ‘Abdoellaah ibnoe ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem), van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), waarin hij de Woorden van zijn Heer verhaalt, leert ons ten eerste dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) de Woorden van zijn Heer overleverde, en dat een dergelijke overlevering een h’adieth qoedsie genoemd wordt door de geleerden (‘oelamaa-e).

2.) Dat Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) voor de goede daden een beloning heeft vastgesteld en voor de zonden een beloning heeft vastgesteld. Dit toont ons Zijn Perfectie in Zijn Rechtvaardigheid en Zijn Oordeel over zaken.

3.) Dat Zijn Barmhartigheid en Zijn Genade (veel) groter is dan Zijn Woede en Zijn Toorn, aangezien Hij voor een (verrichtte) goede daad een veelvoud daarvan tegenover stelt, terwijl Hij een zonde met iets soortgelijks (in zwaarte en hevigheid) beloont.

4.) Het verschil tussen het voornemen (de intentie – niyyah) een goede daad te verrichten en het voornemen een zonde te verrichten. Als iemand zich namelijk voorneemt om een goede daad te verrichten en het uiteindelijk niet doet, dan wordt er een volledige goede daad bijgeschreven. Dit is als hij het laat zonder reden, dan wordt er voor hem de volledige beloning gerekend van het hebben van een goede intentie. Als hij het echter laat vanwege een goede reden dan wordt de volledige beloning van het hebben van een goede intentie en het uitvoeren van die daad bijgeschreven, vanwege de overlevering (Nederlandstalige interpretatie): “Voor degene die ziek is of op reis, wordt opgeschreven (aan goede daden) wat hij zou doen als hij gezond en niet reizende was.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) (Zie o.a. H’adieth 1: De daden worden beoordeeld op basis van de intentie.)

Wat betreft iemand die het voornemen heeft om een zonde te plegen maar het laat omwille van Allah, die krijgt een volledige goede daad bijgeschreven. Als hij de zonde laat omdat hij hem niet meer wil plegen om elke andere reden, dan wordt er geen goede daad noch een zonde bijgeschreven. Als hij echter de zonde laat uit onmacht, dan wordt hem dezelfde last als iemand die de zonde pleegt aangerekend wat betreft de intentie. Dus hem wordt het hebben van een slechte intentie aangerekend, tenzij hij daadwerkelijk aan de slag is gegaan met die intentie, dus is begonnen met de zonde maar er vervolgens niet in slaagt om die te plegen (te voltooien), deze persoon wordt de volledig (gepleegde) zonde aangerekend, vanwege de woorden van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) (Nederlandstalige interpretatie): “Als twee moslims elkaar treffen met hun zwaarden (om elkaar te bevechten), dan zullen de doder en de gedode in het Vuur (belanden).” Zij (de metgezellen) zeiden: “O, boodschapper van Allah! Dat is de doder (dat is duidelijk), maar hoezo de gedode (ook)?” Hij zei: “Omdat hij zo gedreven was om zijn vriend te doden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

 

Relevante artikelen:

De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding)