H’adieth 27

Goedheid is het goede gedrag.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

An-Nawwaas ibnoe Sam’aan (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Goedheid is het goede gedrag en de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en waar jij niet van houdt dat anderen ervan op de hoogte komen.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Waabisah ibnoe Ma’bad (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “Ik kwam bij de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) waarop hij mij vroeg (Nederlandstalige interpretatie): “Ben je gekomen om te vragen over goedheid?” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Raadpleeg je hart. Goedheid is datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen en de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en wat in je borst stokt, zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.” [Dit is een goede overlevering die wij overgeleverd hebben gekregen in de twee Moesnads van de a-immah (imams) Ah’mad ibnoe H’anbal en ad-Daarimie met een goede keten van overleveraars.]

 

Uitleg

An-Nawwaas ibnoe Sam’aan (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Goedheid is het goede gedrag.”

Goedheid is een woord dat duidt op goedertierenheid en goed gedrag. Dat wil zeggen, de mens is ruimdenkend, ruimhartig, heeft een geruststellend hart en goede omgangsvormen. De profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft gezegd dat goedheid het goede gedrag is. En als de mens goed gedrag toont tegenover Allah de Verhevene en Diens dienaren, zal men steeds meer van het goede verkrijgen, zijn borst zal verruimd worden voor de Islam, zijn hart zal gerustgesteld worden middels het geloof (al-imaan) en hij zal op een goede manier met de mensen omgaan. (Zie het artikel De belangrijkheid van akhlaaq – goed gedrag.)

Wat betreft de zonde, de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft dit verduidelijkt, zeggende (Nederlandstalige interpretatie): “(Het) is datgene wat onrust in jezelf opwekt.” Hij sprak hier an-Nawwaas ibnoe Sam’aan (moge Allah tevreden zijn met hem) aan terwijl deze een vrome metgezel (sah’aabie) van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) was bij wie geen onrust en twijfels aanwezig waren. Niets bij hem bracht onrust of het was een zonde, daarom heeft hij gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en waar jij niet van houdt dat anderen ervan op de hoogte komen.”

Wat betreft de zwaar zondigen, de zonden wekken bij hen helemaal geen onrust op, noch hebben zij er een afkeer van als mensen hiervan op de hoogte komen (en zij begaan de zonden in het openbaar). Erger nog, een aantal van hen loopt zelfs daarmee te koop en vertelt aan anderen wat zij aan verdorvenheden en zonden begaan.

Het gesprek was daarentegen met een rechtschapen man, die in zichzelf onrust en ongemak ervoer en er niet van hield dat mensen ervan op de hoogte zouden komen als hij maar slechts op het punt stond om te zondigen. Deze uitspraak die de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft gedaan, slaat op de edelmoedige en rechtschapen mensen. Waabisah ibnoe Ma’bad (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft in een soortgelijke overlevering gezegd: “Ik kwam bij de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) waarop hij mij vroeg (Nederlandstalige interpretatie): “Ben je gekomen om te vragen over de goedheid?” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Raadpleeg je hart.”

Dat wil zeggen: vraag het niemand, maar vraag het jouw hart en verzoek het om jou een uitspraak (fatwaa) te doen. Goedheid is dan ook datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen. Wanneer jij in jouw ziel en hart een geruststellend gevoel krijgt over iets, dan is datgene rechtschapen. Verricht dit dan ook!

“En de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt.” Wanneer jij dus het gevoel krijgt dat iets in jouw ziel onrust en ongemak veroorzaakt en het in jouw borst stokt, dan is dat een zonde.

“Zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.” Dit wil zeggen, ook al hebben de mensen voor jou een uitspraak gedaan over iets dat zij niet als zonde beschouwen en blijven zij dit keer op keer doen. Het komt trouwens vaak voor, dat men twijfelt aan iets en dit tot onrust leidt. Vervolgens hoort men van anderen woorden als: “Dat is toegestaan en daar is niets op tegen,” maar dit verruimt zijn borst niet en brengt hem geen gemoedsrust. Hierover zegt men dat dit soort zaken zonden zijn. Mijd dit dan ook!

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) De deugd van het goede gedrag, aangezien de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei dat het goede gedrag staat voor rechtschapenheid.

2.) De wijze waarop je de zonde kunt detecteren, dit zorgt namelijk voor onrust in jezelf en in je hart.

3.) De gelovige houdt er niet van dat mensen achter zijn fouten komen, in tegenstelling tot de onachtzame die zich daar niet druk om maakt. Bovendien interesseert het hem niet als mensen achter zijn fouten komen.

4.) De scherpzinnigheid van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam), want toen Waabisah (moge Allah tevreden zijn met hem) bij hem aankwam, vroeg hij hem (Nederlandstalige interpretatie): “Ben je gekomen om te vragen over goedheid?”

5.) Het overlaten van een wetsoordeel over iets aan een gerustgesteld hart dat een afkeer heeft van het kwaad en dat van het goede houdt. Dit op basis van de uitspraak van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) (Nederlandstalige interpretatie): “Goedheid is datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen.”

6.) Het is wenselijk dat iemand kijkt naar wat er in zichzelf schuilt, zonder dat mensen hem van een religieuze uitspraak voorzien. Het is mogelijk dat mensen die geen kennis hebben hem een goedkeurende uitspraak doen over bepaalde zaken, terwijl hij daaraan twijfelt en hij er een afkeer van heeft. Zo iemand moet niet terugvallen op de uitspraken van mensen, maar hij moet terugvallen op datgene wat in zichzelf schuilt.

7.) Wanneer de mogelijkheid bestaat voor een idjtihaad (het zich inspannen om tot een islamitisch juridische uitspraak te komen), dan mag men in dit geval niet overstappen op taqlied (het blindelings volgen), dit op basis van de volgende uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “Zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.”

<<<Noot uwkeuze.net: an-Noe’man ibn Bashier verhaalde: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zowel toegestane als verboden dingen zijn duidelijk, maar wat er tussen is, zijn twijfelachtige dingen en de meeste mensen hebben er geen kennis van. Dus eenieder die zichzelf redt van deze twijfelachtige dingen (en dus de veilige kant kiest), redt zijn religie en zijn eer. En eenieder die toegeeft aan deze twijfelachtige dingen is als een herder die (zijn dieren) laat grazen dicht bij de h’ima (privé weidegrond) van iemand anders en op elk moment het risico loopt om er binnen te gaan. (O mensen!) Pas op! Elke koning heeft een h’ima en de h’ima van Allah op aarde zijn Zijn verboden dingen. Pas op! Er is een stuk vlees in het lichaam dat als het goed is, dan wordt het hele lichaam goed, maar als het bedorven raakt, dan raakt het hele lichaam bedorven, en dat is het hart.’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)>>>

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.