H’adieth 2

De categorieën van het geloof.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Verder verhaalde ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem): “Toen wij op een dag bij de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam – Allahs zegeningen en vrede van Allah zijn met hem) zaten, verscheen er een man voor ons met melkwitte kleding en gitzwart haar. Er was geen teken van reizen aan hem af te zien en niemand van ons kende hem. Hij ging voor de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zitten, plaatste zijn knieën tegen zijn knieën, legde zijn handen op zijn dijen en zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘O Moh’ammed! Licht mij in over (de betekenis van) de Islaam?’ De profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) antwoordde (Nederlandstalige interpretatie): ‘De Islaam houdt in dat je getuigt dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah, en dat Moh’ammed de boodschapper is van Allah, (en) dat je het gebed onderhoudt, (en) dat je de zakaah (de verplichte liefdadigheid) uitgeeft en dat je (tijdens de maand) Ramadhaan (Ramadan) vast en de h’adj (bedevaart) naar het Huis (de Ka’bah in Mekkah) verricht, indien je daartoe in staat bent.’ Hierop zei hij: ‘Je hebt juist gesproken.’ Wij waren verbaasd dat hij hem (eerst iets) vroeg en (daarna zijn antwoord) goedkeurde.

Daarna vroeg hij: ‘Bericht mij over (de betekenis van) imaan?’ Hij (de profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) antwoordde: ‘Dat je gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag en dat je gelooft in de voorbeschikking, zowel het goede ervan als het slechte.’ Hij zei: ‘Je hebt juist gesproken.’

Hij vroeg (vervolgens): ‘Bericht mij over (de betekenis van) ih’saan?’ Hij antwoordde: ‘Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet; en als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.’

Hij (de man) vroeg: ‘Bericht mij over het (Laatste) Uur?’ (De profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) antwoordde: ‘Daarover heeft de ondervraagde niet meer kennis dan de ondervrager.’ Toen vroeg hij: ‘Vertel mij (dan) over haar tekenen?’ Hij antwoordde: ‘Dat de slavin haar meesteres zal baren (#1) en dat je behoeftige geitenherders op blote voeten ziet die wedijveren met elkaar in het bouwen van hoge gebouwen (#2).’

<<<(#1) Noot van uwkeuze.net: dit betekent dat er een tijd zal komen dat kinderen ongehoorzaam en opstandig zullen zijn aan hun ouders en in het bijzonder tegenover hun moeders. Zij behandelen hen niet met het respect en de eer die hun moeder eigenlijk toekomt en verdient, maar zij vertonen brutaal gedrag tegen hen en behandelen hen als slaven. (Uit het boek Fath’ oel-Baarie van Ibn H’adjar.)>>>

<<<(#2) Noot van uwkeuze.net: dit betekent dat er een tijd zal komen dat arme mensen rijk worden en heel veel geld gaan uitgeven aan grote en luxe gebouwen. Zij zijn egoïstisch en trots en geven hun geld uit als verkwisters.>>>

Hierna ging hij (de man) weg en ik (‘Oemar) bleef enige tijd zitten. Toen vroeg hij (de profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam): ‘O ‘Oemar! Weet jij wie die ondervrager was?’ Ik antwoordde: ‘Allah en Zijn boodschapper weten het het best.’ Hij zei: ‘Dat was Djibriel (de engel Gabriël – vrede zij met hem). Hij kwam om jullie (over) je geloof te leren.’” (Overgeleverd door Moeslim.)

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Het was de gewoonte van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) om met zijn metgezellen te zitten. Deze gewoonte toont ons het goede en nobele karakter van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam).

2.) Men dient het gezelschap van andere mensen op te zoeken, samen met hen te zitten en zich niet van hen af te zonderen.

3.) Het zich begeven onder de mensen is beter dan het zich van hen afzonderen, zolang men niet voor zijn geloof vreest. Als dit wel het geval is, dan is afzondering beter. Dit is gebaseerd op de volgende uitspraak van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) (Nederlandstalige interpretatie): “Er staat een tijd aan te komen waarin het beste bezit van een (moslim)man schapen en geiten zullen zijn, waarmee hij zich terugtrekt naar bergtoppen en regenachtige plekken (wegens de fitnah van b.v. burgeroorlogen en algemene chaos).” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

4.) Het is mogelijk voor de engelen om in een menselijke gedaante te verschijnen, want Djibriel (vrede zij met hem) verscheen voor de metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) in de gedaante van een man met gitzwart haar en melkwitte kleren. Aan hem was geen teken van reizen af te zien en hij was bij geen van de metgezellen bekend.

5.) Het goede gedrag dat een leerling dient te vertonen tegenover zijn onderwijzer. Djibriel (vrede zij met hem) zat voor de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in de hierboven beschreven houding die wijst op correctheid, aandacht en acceptatie voor wat er verteld wordt. Hij plaatste zijn knieën tegen de knieën van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en legde zijn handen op zijn dijen.

6.) Het geoorloofd zijn de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) bij zijn naam te noemen, omdat Djibriel (‘alayhie as-salaam) hem met “O Mohammed!” aansprak. Hieruit valt op te maken dat het bezoek van Djibriel (‘alayhie as-salaam) waarschijnlijk plaats heeft gevonden vóór het verbod van Allah de Verhevene op het aanspreken van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) bij zijn naam (Nederlandstalige interpretatie): “Laat het roepen van de boodschapper (Moh’ammed) te midden van jullie niet zijn als het roepen van elkaar (#3)…” [Soerat an-Noer (24), aayah 63.]

<<<(#3) Noot van uwkeuze.net: ad-Dhahh’aak zei, verhalend van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem): “Zij waren gewoon te zeggen: ‘O Moh’ammed!,’ of ‘O Aboe al-Qaasim (vader van Qaasim)!,’ (of ‘O Ibn ‘Abdoellaah – zoon van ‘Abdoellaah!’), maar Allah verbood hen dit te doen, als een teken van respect tegenover Zijn boodschapper, en zei hen te zeggen: ‘O profeet van Allah!,’ of ‘O boodschapper van Allah!’” Dit was ook de mening van Moedjaahid en Sa’ied ibn Djoebayr… Een tweede mening betreffende de betekenis van dit vers is dat het betekent: denk niet dat als hij smeekbeden verricht tegen anderen, dat dit is als wanneer iemand anders smeekbeden verricht, want zijn smeekbeden zullen verhoord worden; dus pas op dat hij geen smeekbeden tegen jullie verricht waarna jullie vernietigd worden. Ibn Abie H’aatim leverde dit over van Ibn ‘Abbaas, al-H’asan al-Basrie en ‘Atiyyah al-‘Awfie. En Allah weet het best. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Maar waarschijnlijk was het normaal bij de bedoeïenen dat als zij bij de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) kwamen, zij hem bij zijn naam noemden.

7.) Het geoorloofd zijn van het stellen van een vraag over iets wat je al weet, om anderen hiermee iets te leren wat zij nog niet wisten. Djibriel (‘alayhie as-salaam – vrede zij met hem) wist immers het antwoord al, dit blijkt uit de woorden: “Je hebt juist gesproken.”

8.) Degene die aanleiding is (voor een daad), komt hetzelfde oordeel toe als degene die de daad verricht. Dit omdat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Dat is Djibriel, hij kwam om jullie (over) jullie geloof te leren.” Ook al was de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zelf de onderwijzer, maar omdat Djibriel (‘alayhie as-salaam) de aanleiding was, heeft de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) hem als onderwijzer aangemerkt.

<<<Noot van uwkeuze.net: Djarier (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “…de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Degene die aanzet tot een goede gewoonte (of daad) in de Islaam (door het voorbeeld te geven of anderen er van op de hoogte te brengen), en er wordt naar gehandeld na hem, hij zal dezelfde beloning daarvan (deze daad van goedheid) krijgen als de beloning van degenen die dienovereenkomstig handelen, zonder dat er enige mindering van hun beloningen zal zijn. En wie in de Islaam aanzet tot een slechte gewoonte (of daad) en er wordt naar gehandeld na hem, hij zal dezelfde last daarvan (deze zonde) krijgen als de last van degenen die dienovereenkomstig handelen, zonder dat er enige mindering van hun lasten zal zijn.’” (Overgeleverd door Moeslim.) Zie o.a. Da’wah ideeën.>>>

9.) Het bewijs dat de Islaam vijf zuilen kent, want de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “De Islaam houdt in dat je getuigt dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah, en dat Moh’ammed de boodschapper is van Allah, (en) dat je het gebed onderhoudt, (en) dat je de zakaah (de verplichte liefdadigheid) uitgeeft en dat je (tijdens de maand) Ramadhaan (Ramadan) vast en de h’adj (bedevaart) naar het Huis (de Ka’bah in Mekkah) verricht, indien je daartoe in staat bent.”

10.) De noodzaak de getuigenis uit te spreken met de tong terwijl het hart tevens volledig overtuigd is dat niets of niemand het recht heeft op aanbidding behalve Allah. Dus ook geen profeten, vrome mensen, bomen, stenen of welk schepsel dan ook. Alles wat buiten Allah aanbeden wordt, is vals. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Dat is omdat Allah al-H’aqq is (de Ware) en omdat hetgeen zij (de polytheïsten) naast Hem aanroepen de valsheid (#4) is en omdat Allah al-‘Aliyy (de Allerhoogste), al-Kabier (de Bezitter van Grootheid) is.” [Soerat al-H’adj (22), aayah 62.]

<<<(#4) Noot van uwkeuze.net: al-baatil = de valsheid. Al-Baatil duidt hier op ongeloof en polytheïsme, het aanroepen en aanbidden van anderen naast Allah de Verhevene door hen onterecht een goddelijke status toe te kennen.>>> (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Spinneweb

 

Het geloof is niet compleet, tenzij men daarnaast getuigt dat Moh’ammed (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) de boodschapper is van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke). Zijn gehele naam is Moh’ammed ibnoe ‘Abdoellaah al-Qoerayshie al-Haashimie. Wie meer wil weten over deze edele boodschapper moet de Koran (al-Qor-aan), de Soennah van de profeet en de geschiedenisboeken lezen. [Zie Beknopte biografie van de profeet Mohammed ﷺ en De Soennah (diverse artikelen).]

11.) De boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) heeft de getuigenis dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah en dat Moh’ammed de boodschapper is van Allah samengevoegd in één zuil. Dit omdat de aanbidding niet geaccepteerd wordt, tenzij er aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

a. Ikhlaas (zuivere toewijding aan Allah): dit is wat het eerste deel van de getuigenis inhoudt. [Zie de artikelen in de rubriek Monotheïsme (tawh’ied).]

b. Moetaaba’ah (het volgen van de profeet): dit is wat het tweede deel van de getuigenis (Moh’ammed is de boodschapper van Allah) inhoudt. (Zie het artikel Het volgen van Allahs boodschapper is een verplichting.)

[Zie ook het artikel De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding).]

12.) Iemands geloof wordt pas compleet als men het gebed (as-salaah) onderhoudt. Met het onderhouden van het gebed (iqaamat-as-salaah) wordt bedoeld dat men dit zorgvuldig verricht zoals in de sharie’ah (islamitische wetgeving) wordt voorgeschreven. Wij onderscheiden twee vormen van onderhouden van het gebed, namelijk:

a. Verplicht onderhoud: dit houdt in dat men voldoet aan de minimale vereisten van het gebed.

b. Volledig onderhoud: dit houdt in dat men de zaken die het gebed volledig maken, nakomt, zoals in de Qor-aan, de Soennah van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) en de uitspraken van de geleerden (‘oelamaa-e) is aangegeven.

<<<Noot van uwkeuze.net: iqaamat-as-salaah – onderhoud het gebed – betekent: door de zichtbare vereisten van het gebed (as-salaah) na te komen, zoals de voorwaarden, de pilaren en de vrijwillige handelingen; en zij nemen afstand van zaken die het ongeldig maken alsook zaken die afkeurenswaardig zijn; en zij komen ook die zaken na die tot de onzichtbare vereisten ervan behoren, zoals ootmoed, aanwezigheid van het hart (concentratie) en toewijding. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.) De profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Verricht jullie salaat (gebeden) zoals jullie mij hebben zien bidden.” Zie de rubriek Het gebed voor diverse artikelen, waaronder Beschrijving van het gebed van de profeet ﷺ.>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

13.) Iemands geloof is niet compleet behalve als men de zakaah (de verplichte liefdadigheid) uitgeeft. De zakaah is de verplichte liefdadigheid die over de reine bezittingen wordt betaald aan degenen die daarvoor in aanmerking komen. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, de liefdadigheden (#5) zijn slechts voor de armen (#6) en de  behoeftigen (#7) en degenen die daaraan werken (die az-zakaah innen) en om de harten tot de Islaam te laten neigen (#8) en om slaven (en gevangenen) vrij te kopen en om de schuldenaren te helpen hun schulden af te lossen en om op de weg van Allah uit te geven en om de noodlijdende reiziger te helpen…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 60.]

<<<(#5) Noot van uwkeuze.net: sadaqaat (meervoudsvorm van sadaqah) = liefdadigheid omwille van Allah de Meest Barmhartige. Hier betekent het az-zakaah (de verplichte liefdadigheid). Zie het artikel Az-Zakaah.>>>

<<<(#6) Noot van uwkeuze.net: foeqaraa-e (meervoudsvorm van faqier), hier vertaald als armen, zijn degenen die geen bezit noch inkomsten hebben die hen in hun behoeften kunnen voorzien. Een faqier bevindt zich in miserabeler omstandigheden dan een miskien.>>>

<<<(#7) Noot van uwkeuze.net: masaakien (meervoudsvorm van miskien), hier vertaald als behoeftigen, zijn degenen die bezit en inkomsten hebben, maar zij zijn niet in staat om in al hun behoeften te voorzien.>>>

<<<(#8) Noot van uwkeuze.net: al-moe-allafatie qoeloeboehoem is een groep die gemakkelijk beïnvloed kan raken om de Islaam aan te vallen. Het is toegestaan om hen iets van de zakaah te geven om hen tot de Islaam te laten neigen. Al-Moe-allafatie qoeloeboehoem zijn ook mensen die men standvastig in de Islaam wil maken door hen iets van de zakaah te geven. Ook is het toegestaan om zakaah te geven aan mensen om de Islaam te beschermen tegenover hun kwaad of aan mensen die het nodig hebben om verdedigd en gesteund te worden tegen de vijand. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)>>> (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Rijk en arm

 

14.) Het vasten (sawm of siyaam) tijdens de maand Ramadhaan (Ramadan) is een vorm van aanbidding van Allah waarin men zich van zonsopgang tot zonsondergang onthoudt van zaken die het vasten verbreken. Ramadhaan wordt voorafgegaan door de maand Sha’baan en opgevolgd door Shawwaal. (Zie Vasten en de maand Ramadhaan voor diverse artikelen, alsook Islamitische kalender.)

15.) Onder de h’adj verstaan we de verplichte en uitgebreide bedevaart naar Mekkah voor het verrichten van religieuze riten. De bedevaart is slechts verplicht voor hen die hiertoe in staat zijn (wat betreft gezondheid en financieel), zoals ook het geval is met alle overige daden van aanbidding. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Dus vrees Allah zo veel als jullie kunnen…” [Soerat at-Taghaaboen (64), aayah 16.]

Een basisregel waar de islamitische geleerden het over eens zijn, luidt: er is geen verplichting in het geval van onvermogen en geen verbod in geval van noodzaak.

(Ga naar De 5 zuilen van de Islam voor meer informatie over de vijf zuilen.)

16.) De engel Djibriel (vrede zij met hem) bevestigde dat de boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de waarheid sprak. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is immers de meest waarheidsgetrouwe onder alle schepsels.

17.) De scherpzinnigheid en oplettendheid van de metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) doordat zij verbaasd opkeken toen de steller van de vraag zelf het antwoord bevestigde. Terwijl in principe iemand die vragen stelt geen weet heeft van de antwoorden. Deze verbazing bij de metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) verdween echter toen de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Dat is Djibriel, hij kwam jullie (over) je geloof leren.” (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Zuilen en pilaren

 

18.) Imaan (het geloof) omvat de volgende zes zaken:

– Het geloven in Allah
– Het geloven in Zijn engelen
– Het geloven in Zijn Boeken
– Het geloven in Zijn boodschappers
– Het geloven in de Laatste Dag
– Het geloven in de voorbeschikking (het lot, al-qadar), zowel het goede als het slechte daarvan.

19.) Het onderscheid tussen islaam en imaan. Dit geldt alleen als beide termen in één zin worden genoemd. Islaam wordt dan uitgelegd als zijnde de (uiterlijke) daden van de ledematen en imaan als zijnde de (innerlijke) daden van het hart. Als één van deze twee echter afzonderlijk genoemd wordt, dan worden zij beiden bedoeld. Zo wordt met het woord islaam in de volgende verzen (aayaat) zowel islaam als imaan bedoeld (Nederlandstalige interpretatie): “…Vandaag heb Ik jullie religie vervolmaakt voor jullie, Mijn gunsten voor jullie volledig gemaakt en de Islaam voor jullie gekozen als jullie religie…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 3.]

“En wie een andere religie dan de Islaam wenst, het zal nooit van hem aanvaard worden en in het Hiernamaals zal hij tot de verliezers behoren.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 85.]

20.) Het geloven in Allah is de voornaamste zuil van imaan, vandaar dat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) hiermee begon toen hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Dat je gelooft in Allah.” Het geloven in Allah omvat het geloven in Zijn bestaan, Heerschappij, Alleenrecht op aanbidding en Zijn Namen en Eigenschappen. Met het geloven in Allah wordt niet slechts het geloven in Zijn bestaan bedoeld. Men dient daarentegen in alle vier hiervoor genoemde zaken te geloven. (Zie de rubriek God/Allah voor diverse artikelen, waaronder Allaahoe Akbar en Hoe ziet God eruit? en De verwarring aangaande God, alsook De Schone Namen van Allah.)

21.) Het bevestigen van het bestaan van de engelen. Engelen behoren tot de ongeziene wereld. Allah de Almachtige heeft ze op vele wijzen beschreven in de Koran en ook heeft de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) hen in de Soennah beschreven. Het geloven in de engelen houdt in dat wij geloven in de engelen wier namen bekend zijn gemaakt, maar ook in de engelen wier namen niet bekend zijn.

Wij dienen te geloven in hun taken en beschrijvingen zoals deze vermeld staan in de Koran en de Soennah. Zo heeft de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) gezegd dat hij Djibriel (‘alayhie as-salaam) heeft gezien met zeshonderd vleugels waarmee hij de gehele horizon opvulde. Tevens zijn wij verplicht in de engelen te geloven en van hen te houden, omdat zij dienaren van Allah zijn die Zijn bevelen opvolgen. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En degenen die bij Hem zijn (de engelen), zijn niet te hoogmoedig om Hem te aanbidden, noch raken zij vermoeid. Zij (de engelen) verheerlijken Zijn Glorie tijdens de nacht en de dag, zij verzwakken niet.” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 19-20.]

22.) De verplichting om in de Boeken die Allah naar Zijn boodschappers heeft gezonden te geloven. Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Bij Allah! Wij zonden werkelijk Onze boodschappers met de duidelijke bewijzen en Wij zonden met hen het Boek en de balans [der rechtvaardigheid (#9)] neer…” [Soerat al-H’adied (57), aayah 25.]

<<<(#9) Noot van uwkeuze.net: de wetgeving van Allah die, zoals een weegschaal, duidelijk het onderscheid kan maken tussen het goede en het kwade, alsook de waarheid en valsheid, rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, rechtschapenheid en zondigheid. In aayah 42:15 moest de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “…ik ben bevolen om rechtvaardig te oordelen tussen jullie…” Hier wordt gezegd dat met dit Heilige Boek de “balans” gekomen is waarmee rechtvaardigheid bewerkstelligd zal worden. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Wij dienen dus te geloven in alle Boeken die Allah naar Zijn boodschappers (vrede zij met hen allen) heeft gezonden en te bevestigen dat het hier in zijn algemeenheid de waarheid betreft. Zodra we echter in bijzonderheden treden, dan moeten wij concluderen dat de voorgaande Boeken onderhevig geweest zijn aan vervalsingen en wijzigingen, waardoor het onmogelijk is om onderscheid te maken tussen wat waar en wat vals is.

Dit wat betreft het geloven in de Boeken. Wij handelen daarentegen uitsluitend volgens hetgeen is gezonden naar profeet Moh’ammed (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam). De andere Boeken zijn met de komst van de Qor-aan afgeschaft. (Zie Artikelen over de Koran.)

23.) De verplichting om in de boodschappers te geloven (vrede zij met hen allen). Wij geloven dat elke boodschapper die Allah gezonden heeft de waarheid is, met de waarheid is gekomen, waarachtig is in zijn berichtgevingen en betrouwbaar is in zijn bevelen. Wij geloven in het algemeen in alle profeten, zij die niet bij naam zijn genoemd en zij die wel bij naam zijn genoemd. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij zonden werkelijk vóór jou (O Moh’ammed) boodschappers. Van sommigen van hen hebben Wij hun verhaal aan jou verteld en van sommigen van hen hebben Wij hun verhaal niet aan jou verteld…” [Soerat Ghaafir (40), aayah 78.]

De eerste boodschapper was Noeh’ (Noah) en de laatste Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hen). Vijf van hen behoren tot de oeloe al-‘azm (de bezitters van grote vastberadenheid). Zij worden alle vijf door Allah de Verhevene in twee verzen in Zijn Boek aangehaald (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk toen Wij met de profeten een verbond sloten, en met jou (O Moh’ammed), en met Noeh’ (Noah) en Ibraahiem (Abraham) en Moesaa (Mozes) en ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria)…” [Soerat al-Ah’zaab (33), aayah 7.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Hij (Allah) verordende voor jullie de religie welke Hij aan Noeh’ (Noah) opdroeg en hetgeen Wij aan jou geopenbaard hebben (O Moh’ammed) en wat Wij opdroegen aan Ibraahiem (Abraham), Moesaa (Mozes) en ‘Iesaa (Jezus), (zeggende): ‘Onderhoud de religie en raak daarin niet verdeeld!’ (#10)…” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 13.]

<<<(#10) Noot van uwkeuze.net: dit vers beduidt dat Moh’ammed (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) niet een stichter is van een nieuwe religie, noch dat enige andere profeet een stichter was van een aparte religie, maar dat de religie (boodschap, geloofsleer) vanaf het allereerste begin hetzelfde was en dat we er voor dienen te waken dat de oemmah (gemeenschap) van oprechte gelovigen niet in groepen uiteenvalt. Zie o.a. de artikelen één God, één Boodschap, De mensheid was één gemeenschap met één godsdienst (was er religieuze evolutie?) en Hoe om te gaan met meningsverschillen en het bekritiseren van anderen.>>>

24.) Het geloven in de Laatste Dag: ook wel de Dag der Opstanding of de Dag des Oordeels etc. Het wordt de Laatste Dag genoemd omdat het de eindbestemming is van de mensen. Zo kent iedere persoon de volgende vier verblijfplaatsen:

a. De schoot van zijn moeder
b. Dit wereldse leven
c. Al-Barzakh (de tijd – in het graf – tussen het sterven en het opnieuw opgewekt worden)
d. De Laatste Dag

Hierna is er geen andere bestemming dan het Paradijs of het Vuur.

Het geloven in de Laatste Dag omvat volgens Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah: “Alles waarover de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) ons heeft bericht inzake wat er na de dood plaats zal vinden. Hieronder valt de ondervraging in het graf over jouw Heer, godsdienst en profeet, maar ook wat er zich in het graf bevindt aan verrukkingen of bestraffingen.” (Zie o.a. het artikel De dood.)

25.) De verplichting om in de qadar (voorbeschikking) te geloven, zowel het goede als het slechte daarvan. Dit omvat vier zaken:

a. Geloven dat de Kennis van Allah allesomvattend is.

b. Geloven dat Allah alle lotsbeschikkingen tot aan de Dag der Opstanding heeft vastgelegd in al-Lawh’oel-Mah’foedhz (#11).

<<<(#11) Noot van uwkeuze.net: al-Lawh’oel-Mah’foedhz is het Bewaarde/Beschermde Boek, het Boek der Besluiten. Dit is het Boek waar alle Boeken die naar de profeten gezonden zijn aan ontleend zijn. Allah de Verhevene heeft in dit Boek alles genoteerd en Hij houdt dit bij Zich. ‘Abdoellaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Allah schreef de bepaalde maten voor de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep.” (Overgeleverd door Moeslim, Kietaaboel-Qadar, hoofdstuk: dziekroe h’iddjaadjie Aadam wa Moesaa ‘alayhiema as-salaam.)>>>

c. Geloven dat alles wat er in het universum gebeurt, geschiedt met de Wil van Allah.

d. Geloven dat Allah alles en iedereen heeft geschapen. Hij doet de regen vallen en het weidegras groeien. Hij is het Die de daden en eigenschappen van Zijn schepselen heeft geschapen.

Allah de Almachtige heeft vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde heeft geschapen al datgene voorbeschikt wat er tot aan de Dag der Opstanding zal plaatsvinden. Datgene wat een persoon zal overkomen, kan daarom nooit aan hem voorbijgaan en datgene wat hem niet is overkomen, was niet voor hem bestemd.

Dit waren de zes pilaren van imaan die de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) verduidelijkte. Iemands imaan wordt pas compleet als hij daadwerkelijk in alle zes pilaren gelooft. Moge Allah ons allen doen toebehoren tot degenen die daarin geloven. (Ga naar De 6 pilaren van imaan voor meer informatie over de zes pilaren.)

26.) Ih’saan houdt in dat je jouw Heer vol verlangen en hoop aanbidt alsof je Hem ziet en graag nader tot Hem wilt komen. Dit is het allerhoogste niveau van ih’saan. Als je dit niveau niet weet te bereiken, dan is er nog altijd een tweede niveau: het aanbidden van Allah uit vrees en vluchtend voor Zijn Bestraffing. Vandaar dat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) zei (Nederlandstalige interpretatie): “En als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.”

27.) De kennis over het Uur (de Dag der Opstanding) behoort tot het ongeziene (al-ghayb). Niemand heeft hierover kennis, behalve Allah de Verhevene. Wie het tegendeel beweert, is een leugenaar. De kennis hierover is zelfs niet vrijgegeven aan de beste boodschapper onder de engelen, namelijk Djibriel (‘alayhie as-salaam), en ook niet aan de beste boodschapper onder de mensen, namelijk Mohammed (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam).

<<<Noot van uwkeuze.net: als ‘Iesaa (Jezus – ‘alayhie as-salaam) God was, waarom dan zei Jezus tegen zijn volgelingen: “…Doch van die Dag en van dat Uur (d.w.z. de Dag des Oordeels) weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de zoon niet, maar de Vader alleen…”? (Matteüs 24:36.)

28.) Het Uur kent een aantal tekenen. Hierover zegt Allah de Verhevene (Nederlandstalige interpretatie): “Wachten zij (de hypocrieten en de ongelovigen) dan slechts op het Uur dat plotseling tot hen zal komen!?…” [Soerat Moh’ammed (47), aayah 18.]

De geleerden hebben de tekenen van het Uur in drie categorieën verdeeld:

a. Tekenen die al geweest zijn.

b. Tekenen die nog steeds herhaald worden.

c. Tekenen die zich pas vlak voor de Dag der Opstanding zullen voordoen. Dit zijn de grote tekenen, zoals het neerdalen van ‘Iesaa ibnoe Maryam (Jezus zoon van Maria – vrede zij met hem), het verschijnen van de Dadjaal (de antichrist), Ya’djoedj en Ma’djoedj (de volken van Gog en Magog) en het opkomen van de zon vanuit het westen. (Zie o.a. het artikel Wees gewaarschuwd voor ad-dadjaal – de antichrist!)

In de overlevering (die hier besproken wordt) heeft de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) een tweetal (kleine) tekenen van het Uur genoemd. Zo noemde hij (Nederlandstalige interpretatie): “Dat de slavin haar meesteres zal baren.” Dat wil (onder andere) zeggen dat een slavin een meisje zal baren dat rijk zal worden totdat haar bezittingen gelijk zijn aan die van haar moeder. (Zie #1 hierboven.) Het snel verveelvoudigen van de bezittingen en het verspreiden hiervan onder de mensen wordt nog eens bevestigd door het daarna genoemde teken (Nederlandstalige interpretatie): “En dat je behoeftige geitenherders op blote voeten ziet die wedijveren met elkaar in het bouwen van hoge gebouwen.” (Zie #2 hierboven.)

29.) De goede onderwijsmethode van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem. Hij vroeg de metgezellen (sah’aabah – moge Allah tevreden zijn met hen) of zij de vragensteller kenden of niet, om ze vervolgens te vertellen wie hij was. Dit heeft meer effect dan wanneer de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) dit meteen zou vertellen. Door eerst de vraag te stellen en daarna pas het antwoord te geven zorgde de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) ervoor dat de metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) het antwoord beter zouden begrijpen en deze les hen langer bij zou blijven.

En Allah leidt tot succes.

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.