H’adieth 18

Het vrezen van Allah.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Aboe Dzarr Djoendoeb ibnoe Djoenaadah en Aboe ‘Abdoer-Rah’maan Moe’aadz ibnoe Djabal (moge Allah tevreden zijn met hen beide) verhaalden dat de boodschapper van Allah (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Vrees Allah waar je ook bent en laat een goede daad een slechte daad opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist en ga met de mensen om op een goede wijze.” (Overgeleverd door at-Tirmidzie, die zei dat het een goede overlevering is en in sommige versies staat dat het een goede authentieke overlevering is.)

 

Uitleg

Het Arabische woord taqwaa hebben wij vertaald met ‘vrees’, maar de werkelijke betekenis is: het opwerpen van een bescherming tegen de bestraffing van Allah – dit gebeurt door het opvolgen van de bevelen van Allah en het mijden van Zijn verboden. Allah de Verhevene dient overal gevreesd te worden. Je dient Hem dus zowel te vrezen op plaatsen waar anderen aanwezig zijn als wanneer je alleen bent. Allah ziet jou immers overal en altijd, dus vrees hem dan ook overal en altijd. En laat een goede daad een slechte daad opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist. Een voorbeeld hiervan is het vragen van vergeving na het begaan van een zonde, berouw behoort namelijk ook tot de goede daden.

Wanneer de goede daad de slechte daad opvolgt, dan wist zij deze (de slechte daad) uit. Dit wordt nogmaals bevestigd met de volgende Woorden van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) (Nederlandstalige interpretatie): “…Waarlijk, de goede daden verwijderen de slechte daden (d.w.z. kleine zonden)…” [Soerat Hoed (11), aayah 114.]

“En ga met de mensen om op een goede wijze” beduidt dat men op een goede manier met mensen dient om te gaan. Zowel door hen goed te behandelen als door hen op een goede wijze aan te spreken. Tenslotte behoeft iedere persoon een andere manier van omgang. (Zie o.a. het artikel De belangrijkheid van akhlaaq – goed gedrag.)

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) De mate waarin de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) aandacht had voor het aansporen van zijn gemeenschap tot het goede, hieronder valt het vrezen van Allah, waar je jezelf dan ook bevindt.

2.) Het feit dat wanneer een slechte daad wordt opgevolgd door een goede daad deze slechte daad volledig uitgewist wordt. Dit is slechts het geval wanneer deze goede daad tawbah (berouw) is, want tawbah wist al het voorgaande uit. (Zie het artikel De boetedoening voor zonden is berouw.) Heeft een persoon een goede daad verricht anders dan tawbah, dan wordt de goede daad afgewogen tegen de slechte daad; en als de goede daad meer weegt dan de slechte daad, dan zal de slechte daad verdwijnen. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En Wij zullen de rechtvaardige weegschalen (#1) opstellen voor de Dag der Opstanding, dan zal niemand iets van onrecht aangedaan worden. En al zou hetgeen gewogen wordt het gewicht hebben van een mosterdzaadje (#2), dan zouden Wij het laten voorkomen (#3). En voldoende zijn Wij als rekenaars.” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 47.]

<<< (#1) Noot uwkeuze.net: het is voor ons moeilijk om de exacte aard van de “weegschaal” te begrijpen. Maar het is duidelijk dat de “weegschaal” alle morele daden van de mens zeer accuraat zal wegen en zal helpen oordelen of iemand rechtschapen of verdorven is en in welke mate. In de Qor-aan is dit woord gebruikt om de mensheid te laten begrijpen dat elke daad, goed of slecht, gewogen zal worden en beoordeeld in overeenstemming met diens eigen waarde. (Uit Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<< (#2) Noot uwkeuze.net: het mosterdzaadje staat voor iets kleins en onbeduidends, iets (aan onrecht of zonde) waar mensen gemakkelijk aan voorbij zullen gaan. Maar Allah de Alwetende niet! (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)

<<< (#3) Noot uwkeuze.net: zo zegt Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) o.a. in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En de boeken (ieders verslag) zullen geplaatst worden (in de rechterhand van een gelovige en in de linkerhand van een ongelovige), waarna je de misdadigers (polytheïsten en zondaren) angstig zult zien vanwege hetgeen daarin is (genoteerd). En zij zullen zeggen: ‘Wee ons! Wat voor boek is dit, dat niets kleins noch groots weglaat, of het heeft het opgesomd!?’ En zij zullen hetgeen zij deden (zowel het goede als slechte) aanwezig vinden. En jouw Heer zal niemand onrecht aandoen.” [Soerat al-Kahf (18), aayah 49.]>>>

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

 

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)