H’adieth 1

De daden worden beoordeeld op basis van de intentie.

40 NawawiehOverzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

Dit werk is ook als voorlezing te beluisteren op ons YouTube-kanaal.

De leider der gelovigen, Aboe H’afs, ‘Oemar ibnoel-Khattaab (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “Voorwaar, de daden worden beoordeeld op basis van de intentie (niyyah) en ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt. Dus als iemand emigreert omwille van Allah en Zijn boodschapper, dan is dat een (ware) emigratie omwille van Allah en Zijn boodschapper. En als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te huwen, dan is zijn emigratie omwille van datgene waarvoor hij is geëmigreerd.”

(Overgeleverd door de twee meest weledele h’adiethgeleerden, imaam al-Boekhaarie en imaam Moeslim, in hun twee authentieke h’adiethboeken, die de meest authentieke h’adiethboeken zijn die ooit zijn samengesteld.) (Zie ook H’adieth 37: Het vermeerderen van de beloning.)

Arabische tekst:

إنَّمَا الأَعْمَالُ بِالنِّياَّتِ وَإنمَّاَ لِكُلِّ امْرِئٍ مَا نَوَى، فَمَنْ كَانَتْ هِجْرَتُهُ إِلَى اللهِ وَرَسُولِهِ فَهِجْرَتُهُ إِلَى اللهِ وَرَسُولِهِ، وَمَنْ كَانَتْ هِجْرَتُهُ لِدُنْياَ يُصِيْبُهَا أَوِ امْرَأَةٍ يَنْكِحُهَا فَهِجْرَتُهُ إِلَى مَا هَاجَرَ إِلَيْه

رَوَاهُ البُخَارِيُّ وَمُسْلِمٌ

 

Uitleg

Deze overlevering is van groot belang als het gaat om de daden van het hart, aangezien de intentie (niyyah) tot dit soort daden behoort. De geleerden (‘oelamaa-e) zeggen over deze overlevering (h’adieth) dat het de helft van de aanbidding is. Het is de maatstaf voor de innerlijke daden. En de volgende overlevering van ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar) wordt beschouwd als de andere helft van de aanbidding (‘ibaadah). Zij verhaalde namelijk dat de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam – Allahs zegeningen en vrede van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal van hem niet geaccepteerd worden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

Deze overlevering is de maatstaf voor de uiterlijke daden. Wij kunnen uit deze uitspraak van de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) opmaken dat elke daad vooraf wordt gegaan door een bepaalde intentie. Dit omdat elk weldenkend mens geen daad kan verrichten zonder intentie. Sommige geleerden zeiden zelfs dat als Allah ons verplicht zou hebben om een daad te verrichten zonder intentie, dit ons vermogen te boven zou gaan.

De bovengenoemde overlevering van ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) kan dienen als antwoord op de uitspraken van degenen die beweren dat zij een bepaalde daad herhaaldelijk verrichten, omdat shaytaan (satan) hen constant influistert dat zij deze daad zonder intentie hebben verricht. Wij kunnen tegen deze mensen zeggen dat het niet mogelijk is om een daad zonder intentie te verrichten. Maak het dus gemakkelijk voor jullie zelf en schenk geen aandacht aan deze influisteringen (wiswaas).

 

Wat leert deze overlevering ons?

1.) Men wordt afgerekend op zijn intentie (niyyah).

2.) Een leraar dient duidelijke voorbeelden te geven om daarmee de zaken te verduidelijken. Zo heeft de profeet (sallallaahoe ‘alayhie wa-sallam) emigratie als voorbeeld genomen. De intentie achter deze daad kan van persoon tot persoon verschillen. Voor de één kan het beloond worden en voor een ander zal de beloning uitblijven.

3.) Deze overlevering is van toepassing op verschillende hoofdstukken van fiqh (jurisprudentie), waaronder daden van aanbidding, onderlinge omgang (van mensen), huwelijken enz.

Zie ook H’adieth 37: Het vermeerderen van de beloning.

 

Overzicht “De veertig ah’aadieth van an-Nawawie”.

 

Relevante artikelen:

Riyaa-e, te koop lopen met je daden

De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding)

 

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)