Gapen en niezen

We doen het allemaal.

Gapen-niezenAllah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, deze Qor-aan (Koran) leidt naar hetgeen wat correcter is en hij brengt goed nieuws voor de gelovigen – degenen die rechtschapen daden verrichten – dat er voor hen een grote beloning is.” [Soerat al-Israa-e (17), aayah 9.]

Samengesteld en vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hun voetstappen volgt tot aan de Laatste Dag. Voorts:

 

Gapen

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Gapen is van de shaytaan (satan) en als iemand van jullie gaapt, laat hem het zo veel mogelijk onderdrukken; want als iemand van jullie (tijdens het gapen) ‘haa’ zegt (d.w.z. geluid maakt tijdens het gapen), dan zal de shaytaan hem uitlachen.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde ook dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Niezen is van Allah en gapen is van de shaytaan. Als iemand van jullie gaapt, laat hem zijn hand voor zijn mond houden. Als hij ‘ah, ah’ zegt (een geluid maakt tijdens het gapen), dan zal de shaytaan in zichzelf lachen.” [Aboe ‘Iesaa heeft gezegd: “Dit is een h’asan sah’ieh’ h’adieth.” (Soenen at-Tirmidzie, nr. 2746; als h’asan (goed) geclassificeerd door al-Albaanie in Sah’ieh’ al-Djaamie’, 4130.)]

Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie gaapt, laat hem zijn mond bedekken zodat de shaytaan (er) niet binnengaat.” (Aboe Daawoed.)

Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde ook dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie de drang voelt om te gapen, laat hem zo veel mogelijk weerstand bieden zodat de shaytaan zijn mond niet binnengaat.” (Imaam Ah’mad.)

Volgens een andere overlevering, overgeleverd door imaam Ah’mad, gaat de shaytaan naar binnen als een persoon gaapt. (Sah’ieh’ al-Djaamie’, 426.)

Er is ook door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaald in een sah’ieh’ h’adieth overgeleverd door al-Boekhaarie, dat Allah de Verhevene houdt van niezen en niet houdt van gapen. De reden waarom Allah de Verhevene niet houdt van gapen is omdat gapen normaal gesproken luiheid en een overvolle maag aanduidt. We dienen het gapen dus zoveel mogelijk te mijden en geen geluid te maken tijdens het gapen zodat de shaytaan ons niet uitlacht. We moeten proberen onze kaken op elkaar te houden en onze hand voor de mond te houden.

Sommigen mensen menen dat ze na het gapen “a’oedzoe biellaahie min as-shaytaan ar-radjiem (ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen de satan, de verworpene)” moeten zeggen. Sheikh Sa’d al-Shoewayrikh heeft hierover gezegd: “Ik ben nooit een verwijzing in de Soennah tegengekomen die dit ondersteunt.”

We kunnen wat hierboven staat als volgt samenvatten:

1.) De shaytaan houdt er van als de mens gaapt, wat een aanduiding is van luiheid en traagheid.

2.) De shaytaan gaat bij de persoon die gaapt naar binnen (als hij zijn mond niet bedekt).

3.) De shaytaan lacht de persoon uit door zijn lelijke verschijning.

4.) We dienen het gapen zo veel mogelijk te onderdrukken.

5.) Als we dan toch moeten gapen, dienen we onze hand voor de mond te houden en geen geluid te maken.

We dienen punt 4 en 5 in praktijk te brengen, vooral tijdens het verrichten van het gebed.

Nu kan men zich afvragen waarom we tijdens de maand Ramadhaan toch moeten gapen, ondanks dat de shayaatien dan vastgeketend worden.

Dat het gapen van de shaytaan is, betekent dat de shaytaan ervan houdt om een persoon te zien die gaapt omdat hij er anders uitziet en daarom lacht hij hem uit. Het betekent niet dat de shaytaan degene is die een persoon laat gapen. Tevens is er gezegd dat het gapen aan shaytaan toegeschreven wordt omdat gapen o.a. komt door de volheid van de maag, wat luiheid veroorzaakt. An-Nawawie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Gapen wordt toegeschreven aan de shaytaan omdat het opwellingen en begeerten bevordert, die voortkomen uit de zwaarheid van het lichaam, buitensporige ontspanning en een overvolle maag (#1). Wat hier dus mee bedoeld wordt, is een waarschuwing tegen de zaken die hiertoe leiden: o.a. het te veel eten.”

<<< (#1) Aboe Karima Miqdad ibn Ma’dikarib (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat hij de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft horen zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “Niemand vult een slechter vat dan zijn maag. Er zijn maar een paar happen nodig voor een persoon om zijn rug recht te houden. Maar als hij zijn maag wenst te vullen, dan moet hij hem in drie delen verdelen en een derde met voedsel vullen, een derde met water en een derde leeg laten om gemakkelijk te kunnen ademhalen.” (Imaam at-Tirmidzie heeft deze overlevering vermeld en gezegd dat ze authentiek is). >>>

Al-Mannaawie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Het wordt aan hem (de shaytaan) toegeschreven omdat hij degene is die oproept om aan de begeertes toe te geven. Wat hier bedoeld wordt, is een waarschuwing tegen de zaken die hiernaar leiden, wat het te veel eten is, waardoor het lichaam te zwaar en te moe aanvoelt om handelingen van aanbidding te verrichten.”

Kortom, er dient geen verwarring te bestaan over het gapen van de mensen in de Ramadhaan, ondanks dat de duivels geketend zijn, want wanneer gezegd wordt dat het gapen van de shaytaan komt, wordt er bedoeld dat hij hiervan houdt. Het feit dat hij ervan houdt, betekent niet dat hij niet geketend is, dit kan namelijk zelfs gebeuren als hij geketend is.

Gebaseerd op de andere mening dat dit gebeurt door de invloed van de shaytaan, direct dan wel indirect, is er gezegd dat de duivels die vastgeketend worden tijdens de maand Ramadhaan de maarids onder de duivels zijn (d.w.z. de sterke duivels), en dat de anderen blijven zoals ze zijn. (Dit verklaart ook waarom je tijdens de maand Ramadhaan toch ezels kunt horen balken en honden kunt horen blaffen in de nacht. In de Soennah is namelijk overgeleverd dat deze dieren deze geluiden maken wanneer zij duivels zien.) Dus het gapen kan worden veroorzaakt door degenen die niet vastgeketend zijn, volgens dit tweede standpunt.

 

Niezen

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Allah houdt van niezen en heeft een afkeer van gapen, dus als iemand van jullie niest en Allah prijst [door al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah) te zeggen], is het verplicht voor elke moslim die hem hoort om tegen hem te zeggen: ‘Yarh’amoek Allaah (moge Allah genade met u hebben).’ Wat het gapen betreft, dit is van de shaytaan, dus als iemand van jullie de drang voelt om te gapen, dient hij het zoveel mogelijk te onderdrukken, want als iemand van jullie gaapt, lacht de shaytaan hem uit.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

Het is ook door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaald dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie niest, laat hem al-h’amdoelillaah zeggen, en laat zijn broeder of metgezel (die hem dit hoort zeggen) zeggen: yarh’amoek Allaah. En als hij tegen hem yarh’amoek Allaah zegt, laat hem zeggen: yahdiekoem Allaahoe wa yoeslieh’oe baalakoem (moge Allah u leiden en uw denken corrigeren).” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Tip: gebruik deze afbeelding voor da'wah.

Tip: gebruik deze afbeelding voor da’wah.

 

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat als de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dacht dat hij moest niezen, hij zijn mond met zijn hand of met kleding bedekte om het geluid te onderdrukken of te verminderen.” (Aboe Daawoed en at-Tirmidzie.)

Niezen brengt de zegening van verlichting voor een persoon doordat een krachtige luchtstoot slijm en ongerechtigheden door de neus en mond naar buiten drijft. Deze krachtige luchtstoot wordt veroorzaakt door een reinigingsreflex die volgt op prikkeling van het slijmvlies van de neus. Als deze stoffen in de mond- of neusholte zouden blijven, dan kunnen zij pijn en ziektes veroorzaken. Daarom leert de Islaam ons om Allah de Verhevene te prijzen voor deze zegening en voor het feit dat het lichaam nog steeds intact is na deze schok die hem deed schudden als een aardbeving, want het niezen veroorzaakt een storende beweging in het lichaam. Er is gezegd (betreffende de oorsprong van het woord “tashmiet” wat hier vertaald is als “het zeggen van yarh’amoek Allaah”, hoewel de oorspronkelijke betekenis is het tegen iemand zeggen zich te verheugen over de ‘tegenspoed’ van iemand anders): dit is tegen hem zeggen om verheugd te zijn dat hij de shaytaan geïrriteerd heeft door Allah de Verhevene te prijzen voor de zegening van het niezen. Als een persoon Allah noemt en prijst, irriteert dit de shaytaan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:

– het niezen zelf, waar Allah de Verhevene van houdt
– het prijzen van Allah Ta’aala hiervoor
– de smeekbede van de moslim voor genade voor degene die niest
– en zijn smeekbede voor hem om geleid te worden

Dit alles irriteert de shaytaan en maakt hem boos, dus de gelovige dient zich te verheugen over deze irritatie van zijn vijand. Het smeken om genade voor degene die niest wordt tashmiet genoemd, omdat het aantoont dat hij verheugd dient te zijn over de kwelling van zijn vijand. Dit is een goede betekenis waaraan de mensen dienen te denken wanneer zij niezen of yarh’amoek Allaah zeggen tegen degene die niest, en zij dienen de zegening van het niezen voor het lichaam en de geest te waarderen, en te begrijpen waarom Allah de Verhevene hiervan houdt.

 

De geleerde Ibn Moeflih’ al-H’anbalie (moge Allah hem genadig zijn) verhaalde dat imaam Ibn Hoebayrah gezegd heeft: “Ar-Raazie (#2) verhaalde van enkele artsen: niezen is geen teken van het begin van een ziekte, tenzij het vergezeld wordt door slijmvliesontsteking.” Ibn Hoebayrah zei: “Als een persoon niest, is dit een aanwijzing van goede gezondheid, goede vertering en fysieke kracht, dus dient hij Allah te prijzen. Dit is waarom de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ons bevolen heeft om Allah te prijzen.”

<<< (#2) Moh’ammed ibn Zakariyyaa ar-Raazie (850–923 n.C.) was een beroemde islamitische arts in Bagdad. De Europeanen hebben zijn naam verbasterd naar Rhazes. Ar-Raazie was een van de moslimgeleerden die eeuwenlang de dragers van de wetenschappelijke heelkunde waren in de tijd dat de Europeanen zeer onderontwikkeld waren. Nu lopen de Europeanen te pronken met de kennis die zij hebben overgenomen van o.a. de moslimgeleerden uit de Middeleeuwen en geven vele moslims het idee dat de Islaam achteruitgang is in plaats van vooruitgang. Maar deze moslims kennen hun geschiedenis niet goed en dienen deze eens goed te bestuderen zodat zij zich bewust worden van hun sprankelende geschiedenis waar de Europeanen nu op voortborduren. (Zie het artikel Het wonder van de islamitische wetenschappers.) >>>

Het is ook belangrijk om te weten dat een moslim zich over dient te geven aan de teksten (Qor-aan en Soennah) en in overeenstemming daarmee dient te handelen zonder al te hard te proberen precies te begrijpen waarom een tekst iets beveelt of verbiedt. Hij dient te geloven dat Allah Wijs en Alwetend is, Die Zijn dienaren niets voorschrijft tenzij het in hun voordeel is, in dit leven en het volgende. Zo hoort de instelling van een ware moslim te zijn ten opzichte van de geboden en verboden van zijn Schepper. De basisregel voor moslims is het volgen van de bevelen, en als hij wat kennis heeft over de reden achter de bevelen – alle lof is voor Allah.

yarh’amoek Allaah

yarh’amoek Allaah

 

Er zijn verschillende manieren overgeleverd waarop iemand kan reageren op een persoon die niest en vervolgens Allah prijst (dus al-h’amdoelillaah zegt):

Al-Boekhaarie heeft van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) overgeleverd dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie niest, laat hem al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah) zeggen, en laat zijn broeder of metgezel yarh’amoek Allaah (moge Allah genade met u hebben) tegen hem zeggen. Als hij yarh’amoek Allaah zegt, laat dan (degene die nieste) zeggen: yahdiekoem Allaahoe wa yoeslieh’oe baalakoem (moge Allah u leiden en uw denken corrigeren).”

Imaam al-Boekhaarie leverde in al-Adeb al-Moefrad (5033) van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) over dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie niest, laat hem dan al-h’amdoelillaah ‘ala koellie h’aal (alle lof is voor Allah in alle situaties) zeggen, en laat zijn broeder of metgezel yarh’amoek Allaah tegen hem zeggen. Als hij yarh’amoek Allaah zegt, laat dan (degene die nieste) zeggen: yahdiekoem Allaahoe wa yoeslieh’oe baalakoem.” (Door al-Albaanie als sah’ieh’ geclassificeerd in Sah’ieh’ Abie Daawoed.)

Aboe Daawoed (5031) en at-Tirmidzie (2740) leveren over dat Saalim ibn ‘Oebayd (moge Allah tevreden zijn met hem) gezegd heeft: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Als iemand van jullie niest, laat hem dan al-h’amdoelillaah Rabb il-‘Aalamien (alle lof is voor Allah, de Heer der werelden) zeggen, en laat degene die hem beantwoordt zeggen: yarh’amoek Allaah, en laat hem dan yaghfir Allaahoe lana wa lakoem (moge Allah ons en u vergeven) zeggen.’” [Als dha’ief geclassificeerd door al-Albaanie in Dha’ief Abie Daawoed. Maar hij classificeerde het als sah’ieh’ in Sah’ieh’ al-Adeb al-Moefrad (715) met een mawqoef isnaad die eindigde bij ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem).]

Er is overgeleverd dat Aboe H’amzah heeft gezegd: “Ik hoorde Ibn ‘Abbaas zeggen, toen iemand yarh’amoek Allaah tegen hem zei: “‘Aafaana Allaah wa iyyaakoem min an-Naar, yarh’amoekoem Allaah (moge Allah ons en u redden van het Vuur; moge Allah genade met u hebben).” (Door al-Albaanie als sah’ieh’ geclassificeerd in Sah’ieh’ al-Adeb al-Moefrad, 955.)

Maalik leverde over in al-Moewatta-e (1800) van Naafi’ dat als ‘Abd-Allaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) nieste en er yarh’amoek Allaah tegen hem gezegd werd, dat hij dan zei: “Yarh’amoena Allaahoe wa iyyaakoem wa yaghfir lana wa lakoem (moge Allah genade hebben met ons en u, moge Hij ons en u vergeven).”

An-Nawawie zei in Sharh’ Moesliem: “Al-Qaadhie heeft gezegd: ‘De geleerden verschilden van mening wat betreft hoe iemand Allah dient te prijzen of antwoorden, en er bestaan verschillende overleveringen betreffende deze kwestie. Er is gezegd dat hij al-h’amdoelillaah dient te zeggen, of al-h’amdoelillaahie Rabb il-‘aalamien, of al-h’amdoelillaahie ‘ala koellie h’aal.’ Ibn Djarier heeft gezegd: ‘Hij heeft de keus tussen deze drie. Dit is de juiste mening, hoewel zij het eens waren over het feit dat hij bevolen is om Allah de Verhevene te prijzen.’”

Hij zei: “En zij verschilden ook van mening over hoe degene die niest dient te antwoorden op degene die yarh’amoek Allaah zegt. Er is gezegd dat hij moet zeggen: yahdiekoem Allaahoe wa yoeslieh’oe baalakoem, of dat hij moet zeggen: yaghfir Allaahoe lana wa lakoem.” Maalik en as-Shaafi’ie zeiden: “Hij heeft de keus uit deze twee mogelijkheden. Dit is de juiste mening, en de h’adieth die ze noemden zijn sah’ieh’.” Einde citaat.

Als iemand niest en vervolgens Allah Ta’aala niet prijst, dan verdient hij het niet dat men yarh’amoek Allaah tegen hem zegt en dit is zelfs makroeh (afkeurenswaardig, afgeraden). Het is overgeleverd in de twee Sah’ieh’s, van al-Boekhaarie en Moeslim, dat Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “Twee mannen niesten in de aanwezigheid van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Hij zei yarh’amoek Allaah tegen één van hen maar niet tegen de ander. Degene waartegen hij het niet zei, zei: ‘Die-en-die nieste en u zei yarh’amoek Allaah tegen hem, en ik nieste ook maar u zei het niet tegen mij.’ Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Hij zei al-h’amdoelillaah en jij niet.’

Aboe Moesaa al-Ash’aarie (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie niest en vervolgens Allah prijst, zeg dan yarh’amoek Allaah tegen hem, maar als hij Allah niet prijst, zeg het dan niet.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Als een niet-moslim niest en Allah de Verhevene prijst, dan dienen we als volgt te handelen: Aboe Moesaa (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd dat de joden opzettelijk niesten in de aanwezigheid van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zodat hij zou reageren met: “Yarh’amoek Allaah (moge Allah genade met u hebben); maar hij zei: Yahdiekoem Allaahoe wa yoeslieh’oe baalakoem (moge Allah u leiden en uw denken corrigeren).” (Aboe Daawoed en at-Tirmidzie.)

Als een persoon moet niezen tijdens het gebed, dient hij toch Allah Ta’aala te prijzen door al-h’amdoelillaah te zeggen. Als iemand, die zelf niet aan het bidden is, hem hoort, dan dient hij yarh’amoek Allaah te zeggen, maar degene die nieste hoort niet te antwoorden. (Van Fataawa al-Imaam an-Nawawie, blz. 50.)

Maar wat dienen we te doen tijdens de khoetbah (preek) op vrijdag? Tijdens de khoetbah op vrijdag mag er niet gesproken worden. Dit wordt bewezen door o.a. de volgende h’adieth:

Het is overgeleverd dat Aboe Dardaa-e (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zat op de minbar (preekstoel) en sprak tot de mensen en hij reciteerde een vers. Oebayy ibn Ka’b zat naast me, dus ik zei tegen hem: ‘O Oebayy! Wanneer is dit vers geopenbaard?’ Maar hij weigerde tegen mij te spreken, dus vroeg ik hem weer en hij weigerde te spreken, totdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (van de minbar) afkwam. Toen zei Oebayy tegen mij: ‘Jij hebt niets verworven van jouw djoemoe’ah (vrijdaggebed) behalve loze kletspraat.’ Toen de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (het gebed) beëindigd had, ging ik naar hem toe en vertelde hem (wat er gebeurd was). Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Oebayy had gelijk; als je jouw imaam hoort spreken, blijf dan stil en luister aandachtig totdat hij klaar is.’” [Overgeleverd door Ah’mad, 20780; Ibn Maadjah, 1111; als sah’ieh’ geclassificeerd door al-Boesayrie en al-Albaanie in Tamaam al-Minnah, blz. 338.]

Dit toont aan dat het verplicht is om stil te blijven en aandachtig te luisteren tijdens de preek van het vrijdaggebed. Er kan een uitzondering gemaakt worden als iemand iets belangrijks tegen de imaam wil zeggen of andersom; of als er een noodzaak is; bijvoorbeeld als de khatieb (degene die de khoetbah geeft) een fout maakt in het reciteren van een vers waardoor de betekenis verandert, of om te zorgen dat een blinde man niet valt, of dat de imaam aan de verantwoordelijke persoon voor de geluidsapparatuur vraagt wat er aan de hand is als er zich een probleem met de luidsprekers voordoet etc.

Maar wat betreft het zeggen van yarh’amoek Allaah tegen degene die niest of het teruggroeten met de salaam terwijl de imaam de khoetbah aan het geven is: de geleerden verschillen hierover van mening. Sommige geleerden geven toestemming om met de salaam terug te groeten en het zeggen van yarh’amoek Allaah tegen degene die niest terwijl de imaam de khoetbah aan het geven is. Dit is de mening van Ah’med en Ish’aaq. Maar sommige geleerden van onder de taabi’ien (volgelingen) en anderen beschouwen het als makroeh (afkeurenswaardig). Dit is de mening van as-Shaafi’ie.

In Fataawa al-Ladjnah ad-Daa-imah (8/242) staat: “Het is niet toegestaan om yarh’amoek Allaah te zeggen tegen degene die niest of om met de salaam terug te groeten terwijl de imaam de khoetbah aan het geven is, volgens de juiste mening, want beide brengen spraak met zich mee, wat niet is toegestaan als de imaam de vrijdagpreek aan het geven is, vanwege de algemene betekenis van de h’adieth.”

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Het is h’araam (verboden) om tijdens de khoetbah op vrijdag de salaam te geven, dus het is niet toegestaan voor degene die de moskee binnenkomt, terwijl de imaam de khoetbah aan het geven is, om de salaam te geven, en het is ook h’araam om de begroeting te beantwoorden.” (Fataawa Ibn ‘Oethaymien, 16/100.)

Dit geldt ook voor het zeggen van yarh’amoek Allaah tegen degene die niest, terwijl de imaam de khoetbah aan het geven is. Men dient hem dan niet te beantwoorden.

En Allah weet het beste.