Gaan kinderen die jong sterven naar het Paradijs of de Hel?

Innaa lillaahie wa inna ilayhie raadji’oen – waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren.

Kinderen overlijdenDeze kwestie is onder te verdelen in twee delen. Ten eerste het lot van de kinderen van de moslims. Ten tweede het lot van de kinderen van de koeffaar (ongelovigen).

 

Het lot van de kinderen van de moslims

Ibn Kethier zei: “Er is geen meningsverschil onder de geleerden met betrekking tot de kinderen van de gelovigen. Al-Qaadhie Aboe Ya’laa ibn al-Farraa-e al-H’anbalie verhaalde dat imaam Ah’med zei: ‘Er is geen meningsverschil over het feit dat zij tot de bewoners van het Paradijs behoren. Dit is wat algemeen bekend is bij de mensen (d.w.z. de meerderheid van de geleerden) en dit is waar we absoluut zeker over zijn, in shaa-a Allaah.’” (Tefsier al-Qor-aan al-‘Adhziem, 3/33.)

Imaam Ah’med zei: “Wie twijfelt er over dat de kinderen van de moslims in het Paradijs zullen zijn?” Hij zei ook: “Er is geen meningsverschil onder hen aangaande deze kwestie.” (H’aashiyat Ibn al-Qayyim ‘ala Soenan Abie Daawoed, 7/83./)

Imaam an-Nawawie zei: “De betrouwbare moslimgeleerden zijn het eens dat elk moslimkind die overlijdt, zal behoren tot de mensen van het Paradijs; want hij was niet verantwoordelijk (d.w.z. dat hij de leeftijd van verantwoording nog niet bereikt had).” (Sharh’ Moeslim, 16/207.)

Al-Qoertoebie zei: “De mening dat zij in het Paradijs zullen zijn is de mening van de meerderheid.” Hij zei ook: “Sommige geleerden keurden een discussie betreffende hen af.” (Al-Tadzkirah, 2/328.)

 

Het lot van de kinderen van de koeffaar (ongelovigen)

De geleerden verschillen van mening betreffende deze kwestie en er zijn enkele meningen.

1.) Dat zij in het Paradijs zullen zijn. Sommigen van hen zeiden dat zij op al-a’raaf (#1) zullen zijn. En de reden waarom er gezegd werd dat zij in het Paradijs zullen zijn, is dat dit de uiteindelijke bestemming is van de mensen op al-a’raaf. Dit is de mening van de meerderheid van de geleerden, zoals verhaald is door Ibn ‘Abd al-Barr in al-Tamhied, 18/96.

<<<(#1) Noot uwkeuze.net: er is over al-a’raaf (de hoogten) gezegd dat dit een muur is tussen het Paradijs en de Hel en dat daarop verhoogde plaatsen zijn. (Zie Tefsier al-Qoertoebie voor details.) Ibn Djarier zei: “Het is de muur die Allah omschreven heeft (zie aayah 57:13).” Ibn Djarier leverde over dat Hoedzayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) gevraagd werd over de mensen op al-a’raaf, en hij zei: “Mensen wiens goede en slechte daden gelijk zijn. Hun slechte daden voorkwamen dat zij gekwalificeerd zijn om het Paradijs binnen te gaan en hun goede daden kwalificeerden hen om gered te worden van het Vuur. Daarom worden zij daar op de muur opgehouden totdat Allah rechtspreekt over hen.” (Zie Tefsier at-Tabariey.)>>>

Hun bewijs (daliel):

De h’adieth (profetische overlevering) van Samoerah (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) de kinderen van de moslims en de kinderen van de moeshrikien (afgodenaanbidders) zag bij Ibraahiem (profeet Abraham – vrede zij met hem). (Overgeleverd door al-Boekhaarie, 6640.)

H’asnaa-e bint Moe’awiyyah, van Banie Soeraym, zei dat haar oom van vaderszijde tegen haar zei: “Ik zei: ‘O boodschapper van Allah! Wie is in het Paradijs?’ Hij ﷺ zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Profeten zijn in het Paradijs, martelaren zijn in het Paradijs (#2), jonge kinderen zijn in het Paradijs en babymeisjes die levend zijn begraven zijn in het Paradijs.’” [Overgeleverd door imaam Ah’mad, 5/409; door al-Albaanie als dha’ief (zwak) geclassificeerd in Dha’ief al-Djaami’, 5997.]

<<<(#2) Noot uwkeuze.net: zie het artikel Zeg niet dat zij dood zijn.>>>

2.) Dat zij bij hun ouders in de Hel zullen zijn. Al-Qaadhie Aboe Ya’laa schreef deze mening toe aan Ah’med! Maar Shaykh al-Islaam (d.w.z. Ibn Taymiyah) wees er op dat dit een grote fout was. Zie H’aashiyat Ibn al-Qayyim ‘ala Soenan Abie Daawoed, 7/87.

Hun bewijs (daliel):

Salamah ibn Qays al-Ashdja’ie zei: “Mijn broer en ik gingen naar de profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en zeiden dat onze moeder overleden was tijdens de djaahiliyyah (#3) en dat zij altijd haar gasten eerde en de familiebanden onderhield; maar dat zij tijdens de djaahiliyyah een zusje van ons – die de leeftijd van pubertijd nog niet bereikt had – levend had begraven. Hij ﷺ zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Degene die werd begraven en degene die haar begraven heeft zijn in de Hel, tenzij de Islaam degene die het kind begraven heeft bereikte en zij moslim werd.’” [De h’adieth werd door Ibn Kethier als h’asan (goed) geclassificeerd in al-Tefsier, 3/33; en voor hem door Ibn ‘Abd al-Barr in al-Tamhied, 18/120.]

Er zijn andere ah’aadieth, maar die zijn dha’ief (zwak).

<<<(#3) Noot uwkeuze.net: de term djaahiliyyah verwijst o.a. naar de periode van morele onwetendheid van een volk of beschaving, de periode tussen het verdwijnen van het profetisch onderricht en de komst van een andere; en – in het bijzonder – naar de periode van het Arabische heidendom vóór de komst van de profeet Moh’ammed ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). De term beschrijft, los van deze historische gevoelswaarden, de toestand van morele onwetendheid of onachtzaamheid in algemene zin, ongeacht de tijd of maatschappelijke omgeving.>>>

3.) Geen mening geven over deze kwestie. Dit is de mening van H’ammaad ibn Zayd, H’ammaad ibn Salamah, Ibn al-Moebaarak en Ish’aaq ibn Raahawayh.

Hun bewijs (daliel):

Volgens Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) werd de profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gevraagd over de kinderen van de moeshrikien (afgodenaanbidders), waarop hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Allah weet het beste wat zij gedaan zouden hebben.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (1383) en Moeslim (2660).]

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde een vergelijkbare h’adieth. [Overgeleverd door al-Boekhaarie (1384) en Moeslim (2659).]

4.) Sommige geleerden zeggen dat zij (de kinderen van de moeshrikien) de dienaren van de mensen van het Paradijs zullen zijn.

Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyah zei: “Er is geen basis voor deze mening.” (Madjmoo’ al-Fataawaa, 4/279.)

Ik zeg: er is een h’adieth hierover, overgeleverd door at-Tabaraanie en al-Bazzaar, maar deze werd door de a-immah (imams) als dha’ief (zwak) geclassificeerd – waaronder al-Haafidhz Ibn H’adjar in al-Fath’, 3/246.

5.) Dat zij in het Hiernamaals getest zullen worden: wie Allah gehoorzaamt zal het Paradijs binnengaan, en wie Hem ongehoorzaam is zal de Hel binnengaan. Dit is de mening van de meerderheid van Ahloes-Soennah wal-Djamaa’ah, zoals overgeleverd is door Aboe l-H’asan al-Ash’arie; en dit is de mening van al-Bayhaqie en vele andere onderzoekers. Dit is ook de mening waar Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyah de voorkeur aan gaf. Hij zei dat de teksten van imaam Ah’med dit beduiden en dat dit de mening is die als meest correct beschouwd werd door al-H’aafidhz Ibn Kethier. Hij zei: “Deze mening brengt alle verslagen in overeenstemming, en alle overleveringen die hierboven geciteerd zijn ondersteunen elkaar.” (At-Tefsier, 3/31.)

Hun bewijs (daliel):

Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Vier (categorieën mensen) zullen op de Dag der Opstanding naar voren komen: het kind, de krankzinnige, degene die overleed tijdens de fetrah (de periode tussen twee profeten – degene die de boodschap van de Islaam nooit bereikt heeft) en de zeer oude man (en vrouw). Zij zullen allemaal ter verdediging van zichzelf spreken (excuses geven). Daarop zal de Heer – moge Hij geprezen en verheven worden – tegen een nek van de Hel zeggen: ‘Kom naar voren!’ Vervolgens zal Hij tegen hen (de vier) zeggen: ‘Ik zond boodschappers naar Mijn dienaren, (mensen) van onder hen zelf. Nu ben Ik de Boodschapper van Mijzelf voor jullie. Ga dit (het Vuur) binnen.’ Degenen die voorbestemd zijn te behoren tot de verdoemden zullen zeggen: ‘O Heer! Hoe kunnen wij dit binnengaan terwijl we proberen er van te ontsnappen!?’ En degenen die voorbeschikt zijn te behoren tot de gezegenden zullen zich haasten en het binnengaan. En Allah zal zeggen: ‘Jullie zouden meer gehoorzaam geweest zijn jegens Mijn boodschappers.’ Aldus zullen zij (die zich zullen haasten) het Paradijs binnengaan en zij (die weigeren) de Hel binnengaan.’” (Overgeleverd door Aboe Ya’laa, 4224. Er zijn ondersteunende overleveringen die genoemd zijn door Ibn Kethier in at-Tefsier, 3/29-31.)

Ibn al-Qayyim zei: “Dit is de meest redelijke mening, die alle verslagen in overeenstemming brengt en alle ah’aadieth in harmonie. Aldus zullen sommigen van hen in het Paradijs zijn, zoals in de h’adieth van Samoerah, en sommigen van hen zullen in de Hel zijn, zoals in de h’adieth van ‘Aa-ieshah. Het antwoord van de profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) geeft dit aan, zoals hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah weet het beste wat zij gedaan zouden hebben, want Hij heeft hen geschapen.’ Het is bekend dat Allah niemand straft op basis van wat Hij weet, tenzij hetgeen Hij weet daadwerkelijk plaatsvindt.

De woorden ‘Allah weet het beste wat zij gedaan zouden hebben’ geven aan dat Allah weet wat zij gedaan zouden hebben indien zij geleefd hadden. Degenen die Hem gehoorzamen op het moment van de test zijn degenen die Hem gehoorzaamd zouden hebben indien zij in deze wereld geleefd hadden; en degenen die Hem niet gehoorzamen op dat moment zijn degenen die Hem ongehoorzaam zouden zijn indien zij in deze wereld geleefd hadden. Dit geeft aan dat Hij Kennis heeft over wat niet gebeurt, alsook over hoe het geweest zou zijn als het wel was gebeurd. En Allah weet het best.” (H’aashiyat Ibn al-Qayyim ‘ala Soenan Abie Daawoed, 7/87.)

De ah’aadieth die hierboven aangehaald zijn die aangeven dat zij ofwel in het Paradijs of in de Hel zullen zijn, zijn niet in tegenspraak met hetgeen waarvan wij geloven dat het correct is. Ibn Kethier zei: “De ah’aadieth die gaan over dat zij getest zullen worden zijn specifieker. Eenieder van wie Allah weet dat hij Hem zal gehoorzamen, Hij zal diens ziel in al-barzakh (#4) plaatsen samen met Ibraahiem (vrede zij met hem) en de kinderen van de moslims die overleden in een toestand van al-fitrah (zie het artikel al-Fitrah – de natuurlijke aanleg); en eenieder van wie Hij weet dat hij Hem niet zal gehoorzamen, zijn zaak rust bij Allah, en op de Dag der Opstanding zal hij in de Hel zijn, zoals aangegeven wordt in de ah’aadieth over de test en zoals overgeleverd is door al-Ash’arie van de geleerden van de Soennah.” (At-Tefsier, 3/33.)

<<<(#4) Noot uwkeuze.net: al-barzakh is een afscheiding tussen hen en hun terugkeer op aarde, en dit is het graf. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.) Dit is de periode tussen de dood en de wederopstanding, d.w.z. wat tussen het wereldse leven en het Hiernamaals is.>>>

De woorden ‘Allah weet het beste wat zij gedaan zouden hebben’ betekenen niet dat de profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) geen mening gaf.

Ibn al-Qayyim zei: “Het bewijs dat gebruikt wordt door deze groep behoeft meer onderzoek. Het antwoord van de profeet ﷺ betekent niet dat hij geen mening wilde geven; hij schreef de kennis over wat zij gedaan zouden hebben als zij geleefd hadden toe aan Allah. Dit was het antwoord op de vraag over hoe zij bij hun vaders kunnen zijn terwijl zij geen daden in hun verslagen hebben – wat een gedeelte is van de h’adieth. De profeet ﷺ schreef de kennis over wat zij gedaan zouden hebben toe aan Allah; hij zei niet: ‘Allah weet het beste waar zij zullen zijn.’ Dit bewijs ondersteunt de mening van deze groep niet.” (H’aashiyat Ibn al-Qayyim ‘ala Soenan Abie Daawoed, 7/85.)

En Allah weet het best.

Islam Q&A
Sheikh Muhammed Salih Al-Munajjid

 

Het verliezen van een kind is ongetwijfeld een van de grootste calamiteiten die een mens kan overkomen. Eenieder die het verdraagt met geduld en de beslissing van Allah accepteert zal in het Hiernamaals een grote beloning ontvangen.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie):

“En voorzeker, Wij zullen jullie beproeven met iets van angst, honger, vermindering van bezittingen, zielen (levens van familie, vrienden, geliefden) en vruchten (oogst). Maar verkondig goed nieuws aan de geduldigen. Degenen die, als zij door een tegenslag getroffen worden, zeggen: ‘Waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren.’ Zij zijn het op wie zegeningen (en vergeving) van hun Heer zijn, en (zij ontvangen) Zijn Barmhartigheid, en zij zijn het die de rechtgeleiden zijn.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 155-157.]

“…En Allah houdt van de geduldigen.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 146.]

“…Waarlijk, slechts de geduldigen zullen hun beloning volledig ontvangen zonder berekening.” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 10.]

En er zijn vele vergelijkbare aayaat (verzen). Er zijn ook vele ah’aadieth, waaronder:

De profeet ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wonderbaarlijk is de zaak van de gelovige, in al zijn zaken zit iets goeds. En dit geldt voor niemand anders dan voor een gelovige. Wanneer hij getroffen wordt door iets wat plezierig is, is hij dankbaar en dat is goed voor hem; en wanneer hij getroffen wordt door tegenspoed, is hij geduldig en dat is goed voor hem.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Er zijn ook ah’aadieth die specifiek spreken over het verliezen van een kind, bijvoorbeeld:

At-Tirmidzie (942) leverde over dat Aboe Sinaan zei: “Ik had mijn zoon Sinaan begraven en Aboe Talh’ah al-Khoelaanie zat bij de begraafplaats. Toen ik weg wilde gaan, nam hij mijn hand en zei: ‘Zal ik jou goed nieuws geven, O Aboe Sinaan?’ Ik zei: ‘Ja.’ Hij zei: ‘Ad-Dhahh’aak ibn ‘Abd al-Rah’maan ibn ‘Arzab verhaalde aan mij van Aboe Moesaa al-Ash’arie dat de boodschapper van Allah ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wanneer iemands kind overlijdt, dan zegt Allah tegen Zijn engelen: ‘Jullie hebben (de ziel van) het kind van Mijn dienaar genomen.’ Zij zeggen: ‘Ja.’ Hij zegt: ‘Jullie hebben zijn oogappel genomen.’ Zij zeggen: ‘Ja.’ Hij zegt: ‘Wat zei Mijn dienaar?’ (En Hij weet dit op voorhand.) Zij zeggen: ‘Hij prees U en zei: ‘Innaa lillaahie wa inna ilayhie raadji’oen (waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren).’’ Allah zegt: ‘Bouw voor Mijn dienaar een huis in het Paradijs en noem dit het huis van lof.’’” [Door al-Albaanie als h’asan (goed) geclassificeerd in al-Silsilah al-Sah’ieh’ah, 1408.]

Onze geliefde profeet ﷺ onderwees ons een doe’aa-e (smeekbede) die we kunnen zeggen ten tijde van een calamiteit of tragedie, waarin veel goeds en een grote beloning zit.

Moeslim leverde over in zijn Sah’ieh’ (1525, of 2/632) dat Oemm Salamah zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah ﷺ (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Er is geen moslim die getroffen wordt door een calamiteit en dan zegt wat Allah opgedragen heeft:

إِنّا للهِ وَإِنَا إِلَـيْهِ راجِعُـونَ، اللَّهُـمَّ اْجُـرْنِي فِي مُصِـيبَتِي، وَأَخْلِـفْ لِي خَيْـراً مِنْـهَا’

iennaa liellaahie wa iennaa ielayhie raadji’oen. Allaahoemma e-djoernie fie moesieebatie wa akhlief lie khayran mienha (waarlijk, wij behoren aan Allah, en waarlijk, wij zullen tot Hem terugkeren. O Allah, beloon mij vanwege deze tragedie die mij is overkomen en breng me naar iets beters),’ of Allah zal hem compenseren met iets dat beter is.’…”

Moge Allah alle gelovigen die te maken hebben met verlies zegenen met geduld en moge Hij hen compenseren met iets dat beter is.

 

Relevante artikelen:

De dood

Vaarwel mijn geliefde

De ziel – maak kennis met je ware zelf

Vraag 41. Waarom lijden onschuldige kinderen aan ziektes etc.?

 

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)