Faatimah en de zeehond

Verhalen voor kinderen die nadenken.

FaatimahFaatimah kwam thuis van school en vroeg aan haar moeder of ze even tv mocht kijken. Haar moeder zei dat ze dat mocht, maar alleen naar een programma waarvan ze iets kon leren. Er was een programma over de natuur aan de gang en Faatimah hield van de natuur en dieren. Dit programma ging over zeehonden. Faatimah ging op de bank zitten en begon geïnteresseerd en aandachtig te kijken.

Maar plotseling had ze het koud. Ze keek rond om haar en zag dat ze nu in de tv was. Naast haar zat de zeehond die ze zojuist in het programma had gezien! Faatimah rilde een beetje van de kou en zei tegen de zeehond: “Hallo! Het is heel erg koud hier. Voel jij dat niet?” “Jij moet hier nieuw zijn,” antwoordde de zeehond. “Het is hier altijd koud. Op zijn warmst is het hier 5 graden onder nul (-5 o C.), zelfs in de lente. Maar dat is goed voor mij, want wij zeehonden houden van de kou. Wij hebben het nooit koud. Weet je hoe dat komt? Het is door onze vacht, deze schitterende jas die Allah ons gegeven heeft! Natuurlijk helpt het vet in onze lichamen ons ook beschermen tegen de kou.”

Faatimah wees naar een veel grotere zeehond die op een afstandje lag en zei: “Is dat jouw moeder daar? Ik denk dat ze naar jou op zoek is. Roep haar en laat haar weten dat je hier bent, alsjeblieft…”

De zeehond vertelde verder: “Wij zeehonden leven in grote kuddes met veel andere zeehonden, en ja, wij lijken erg veel op elkaar. Maar onze moeders verwarren ons nooit met een andere zeehond. Dit is een bekwaamheid die Allah aan ons gegeven heeft. Zodra haar baby is geboren, geeft de moeder hem een zoen om hem te verwelkomen. Door deze zoen herkent ze zijn geur en vergist ze zich nooit met een andere baby. Dit is één van de ontelbare zegeningen die Allah aan ons gegeven heeft. Wij zijn onze Almachtige Heer en Schepper zeer dankbaar omdat Hij onze moeders deze bekwaamheid heeft gegeven om ons te herkennen tussen de vele zeehonden die in de kudde leven. En Allah heeft onze moeders nog een andere grote gunst geschonken. Haar moedermelk waarvaan wij drinken, is de meest voedzame melk die bekend is in de natuur. Alle lof is voor Allah! Daardoor kunnen wij als babyzeehondjes gemakkelijker groeien in deze moeilijke omstandigheden.”

Faatimah wilde de zeehond iets anders vragen: “Ik herinner mij dat ik eens heb gelezen dat jullie de meeste tijd doorbrengen in het koude water en dat jullie zelfs soms slapen in het water. Hoe heb jij zo goed leren zwemmen?”

Haar nieuwe vriendinnetje legde uit: “Allah heeft ons allemaal geschapen volgens de omstandigheden waarin wij leven en ons ervoor geschikt gemaakt. Net zoals Hij de kameel geschapen heeft voor de omstandigheden in de woestijn, heeft Hij ons geschapen voor deze koude omstandigheden in de poolgebieden. Het is door de Wil van Allah dat wij, als we geboren worden, een laag vet onder onze huid hebben wat men babyvet noemt. Onze kleine lichamen blijven door dit vet warm, omdat we onze lichaamswarmte niet snel verliezen. En omdat deze vetlaag lichter is dan water dient het als een soort zwemvest waardoor we blijven drijven als onze moeders ons leren zwemmen. Na twee weken van zwemlessen worden wij hele goede zwemmers en duikers.”

Faatimah merkte op: “Dus Allah schiep een speciaal zwemvest in jullie lichamen zodat jullie kunnen leren zwemmen! Wat prachtig en wonderbaarlijk is dat!” “Dat klopt,” zei de kleine zeehond. “Elk levend wezen dat Allah geschapen heeft, is een bewijs van Zijn bestaan en Zijn Macht over alles.”

Op dat moment werd Faatimah wakker door een warme zoen op haar wang van haar moeder. Het programma op tv was nog steeds aan de gang. Faatimah herinnerde haar droom die ze zojuist had en glimlachte naar de kleine zeehond op het beeldscherm. Nadat het leerzame programma was afgelopen zette Faatimah de tv uit en dacht na over Allah Die ook haar zo perfect geschapen heeft.

“En tot Zijn Tekenen behoort de schepping van de hemelen en de aarde en van de levende wezens…” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 29.]

“…En als jullie de gunsten van Allah op willen sommen, dan kunnen jullie ze niet tellen…” [Soerat Ibraahiem (14), aayah 34.]

Meer verhalen voor kinderen die nadenken.