Evolutie of schepping?

God bestaat!

Evolutie of scheppingDeel 1 – Evolutie of schepping?
Deel 2 – De kloof
Deel 3 – Wonderen in ons en rondom ons

Vertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Lees ook Wordt evolutie verkeerd begrepen? (Openbaring, wetenschap en zekerheid.)

“Dachten jullie dat Wij jullie doelloos geschapen hebben en dat jullie niet tot Ons terug zullen worden gebracht!?” [Soerat al-Moe-eminoen (23), aayah 115.]

D.w.z.: zomaar en zonder enig doel, om louter te eten en te drinken en om je te vermaken en te genieten met genietingen van het wereldse leven en dat Wij jullie zonder bevelen laten en niets verbieden en jullie niet belonen noch bestraffen!? (Teysier al-Kariem ar-Rah’maan fie Tefsier Kalaam al-Mannaan van sheikh ‘Abdoer-Rah’maan ibn as-Sa’die.)

“Wij hebben jullie geschapen (O mens)! Waarom geloven jullie dan niet!? Hebben jullie (ooit) nagedacht over (het zaad) wat jullie leveren!? Schiepen jullie het of zijn Wij de Scheppers!?” [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 57-59.]

Dit verwijst naar zowel de mannelijke zaadcel als de vrouwelijke eicel (die slechts gezien kunnen worden met een sterke microscoop), en dus, bij implicatie, naar het ontzagwekkende, complexe fenomeen van voortplanting als zodanig. (The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.)

Hoofdstukken:
Van niets tot iets
De Big Bang
Het zoeken naar alternatieven voor de Big Bang theorie
Subtiel evenwicht in de ruimte
De schepping van materie
Na de Big Bang
Ondanks een explosie heerst er toch orde
Onze planeet
Onze verbazingwekkende atmosfeer
Water, een buitengewone substantie
Grond
De maan
Het leven – evolutie of schepping?
De primitieve atmosfeer
Zou zich een “organische soep” kunnen vormen?
Kansberekening en de spontane vorming van eiwitten (proteïnen)
De verpakking: het celmembraan
De opmerkelijke genetische code
Cellen
Eencellige organismen
De dierlijke cel
De verbazingwekkende fotosynthese

 

Inleiding

Kijk eens om u heen vanuit de stoel waarin u zit, u zult opmerken dat alles in de kamer ‘gemaakt’ is: de muren, de stoffering, het plafond, de stoel waar u op zit, dit boek dat u in uw handen heeft, de tafel en het glas dat er op staat en talloze andere dingen. Geen van deze voorwerpen zijn in uw kamer aanwezig uit eigen beweging. Zelfs de simpele lussen in het vloerkleed zijn gemaakt door iemand: zij zijn niet spontaan of per toeval ontstaan.

Lego poppetjeWe weten allemaal dat speelgoed gemaakt wordt in een fabriek. Er zijn niet plotseling en per toeval polymeren ontstaan die vervolgens toevallig  aan elkaar zijn geplakt waardoor plastic is ontstaan, dat door de zon toevallig in een mooie vorm gesmolten is.

Een persoon die op het punt staat een boek te lezen, weet dat dit boek geschreven is door een auteur met een bepaalde bedoeling. Het komt niet in hem op dat dit boek zomaar in eens bestond of per toeval op de boekenplank ligt. Op dezelfde manier zal een persoon die een beeld ziet, niet twijfelen dat dit beeld gemaakt is door een beeldhouwer. Niet alleen kunst, maar zelfs een paar bakstenen op elkaar, laten een persoon overtuigd zijn van het feit dat zij op elkaar zijn gestapeld door iemand met een bepaald plan. Daarom, overal waar orde is, hetzij klein of groot, moet ook een stichter en beschermer van deze orde aanwezig zijn. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

 

Is Mount Rushmore toeval?

Is Mount Rushmore toeval?

De bewering van de evolutietheorie, de unieke methode voor het ontkennen van het bestaan van Allah, van God, verschilt niets van het bovengenoemde. Volgens deze theorie zijn aminozuren per toeval gevormd door anorganische moleculen. Aminozuren vormden op hun beurt per toeval eiwitten en tot slot vormden de eiwitten per toeval levende wezens. Hoe dan ook, de waarschijnlijkheid dat een levend wezen per toeval is gevormd, is kleiner dan de waarschijnlijkheid dat de Eiffeltoren per toeval gevormd is, omdat zelfs de meest simpele menselijke cel nog complexer is dan elk door de mens gebouwd bouwwerk.

Hoe is het dan mogelijk om te denken dat de balans, het evenwicht in de wereld, tot stand is gekomen door toeval? Terwijl de buitengewone harmonie waarneembaar is, zelfs met het blote oog! Het is de meest onredelijke bewering om te zeggen dat het universum, met elk punt dat het bestaan van zijn Schepper bewijst, per toeval tot stand is gekomen van uit zichzelf.

Daarom moet er een eigenaar zijn van de orde en het evenwicht dat overal zichtbaar is, van ons eigen lichaam tot de verste uithoeken van het onvoorstelbaar grote universum (en weet: God is nog veel groter!). Dus, wie is deze Schepper Die alles zo subtiel geordend en gecreëerd heeft?

Hij kan niet zomaar een materieel iets zijn dat aanwezig is in het universum, omdat er een Wil moet zijn dat al bestond vóór het universum, omdat Hij het universum schiep.

De Almachtige Schepper is Degene aan Wie alles zijn bestaan te danken heeft, Wiens bestaan zonder begin en eind is: “Waarlijk, Zijn Bevel – wanneer Hij iets wil – is slechts dat Hij er tegen zegt: ‘Wees!’ – waarna het is. Dus Glorieus is Degene in Wiens Hand (#1) de volledige heerschappij over alle zaken is, en tot Hem worden jullie teruggekeerd.” [Soerat Yaa-e Sien (36), aayah 82-83.]

<<< (#1) We dienen alle Eigenschappen van Allah te bevestigen die Allah de Verhevene aangegeven heeft in Zijn Boek (de Qor-aan) of die genoemd zijn door Zijn boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), zonder deze te ontkennen of te vragen naar de hoedanigheid of de betekenis te veranderen of vergelijkingen te stellen met Zijn schepselen. Allahs Gezicht of Handen etc. zijn overeenkomstig Zijn Wezen en Zijn Verhevenheid. Er is geen gelijkenis tussen de Schepper en Zijn schepselen.>>>

Religie leert ons de identiteit van onze Schepper, Wiens bestaan we kunnen ontdekken met ons verstand en ons vermogen om te redeneren. Door wat Hij aan ons heeft geopenbaard als religie, weten wij dat Hij God is, Degene Die het recht heeft om aanbeden (gehoorzaamd en vereerd) te worden, de Meest Barmhartige en de Meest Genadevolle, Die de hemelen en de aarde gecreëerd heeft uit niets.

Ofschoon de meeste mensen capabel zijn om dit feit te begrijpen, leven zij zonder zich hiervan bewust te zijn. Als zij naar een schilderij van een landschap kijken, vragen zij zich af wie de schilder van dit doek is. Daarna loven zij de kunstenaar voor zijn mooi stukje kunstwerk. Ondanks het feit dat zij talrijke originelen van dat schilderij kunnen zien op het moment dat zij om zich heen kijken, slaan zij geen acht op het bestaan van Allah, Die de Enige Eigenaar is van al deze originele schoonheden. In oprechtheid, er is geen langdurig onderzoek benodigd om het bestaan van God te begrijpen. Zelfs als een persoon vanaf zijn geboorte maar in één kamer zou verblijven, dan nog zou hij ontelbare bewijzen kunnen zien om het bestaan van Allah de Verhevene te bevatten.

Het menselijk lichaam zit zo vol met bewijzen, dat je enkele encyclopedieën nodig hebt om alles te beschrijven. Zelfs een paar minuten je gedachten laten gaan over deze zaken is genoeg om het bestaan van God te begrijpen. De orde en het evenwicht worden beschermd en gehandhaafd door Allah de Almachtige.

Het menselijk lichaam is niet alleen een bron van bewijs. Al het leven in elke vierkante millimeter van de aarde, ongeacht of deze voor de mens waarneembaar is of niet, dient als bewijs om over na te denken. De wereld zit boordevol levende wezens, van eencellige organismen tot planten, van insecten tot zeedieren en van vogels tot mensen. Als u een handjevol aarde zou nemen en er even naar zou kijken, dan zou u ontdekken dat zelfs hierin een verscheidenheid aan leven met verschillende eigenschappen aanwezig is. Hetzelfde geldt voor de lucht die u inademt. Zelfs uw huid bevat vele levende schepseltjes welke namen hebben die onbekend zijn voor velen. In uw ingewanden leven miljoenen bacteriën en eencellige organismen die u helpen bij de vertering van uw voedsel. De dierenpopulatie op aarde is vele malen groter dan de mensenpopulatie. Als we dan ook nog de plantenwereld bekijken, dan zien we dat er geen enkel stukje aarde is zonder leven. Al deze levens, die verspreid zijn over een gebied van miljoenen vierkante kilometers, hebben verschillende lichaamstructuren, verschillende levensstijlen en een verschillende bijdrage aan het ecologisch evenwicht. Het is absurd om te stellen dat alles door toeval bestaat en zonder doel en reden. Geen enkel levend wezen bestaat door eigen toedoen en eigen inspanning. Geen enkele toevallige gebeurtenis kan zo’n zeer complex systeem als gevolg hebben.

“Hij schiep de hemelen en de aarde volgens de waarheid [met een betekenis en een doel (#2)]. Hij laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht. En Hij maakte de zon en de maan ten nutte (voor warmte, licht, noodzakelijke stralingen, tijdberekeningen etc.); elk loopt (in zijn baan) voor een bepaalde termijn (tot aan de Dag der Opstanding). Is Hij niet al-‘Aziez (de Almachtige), al-Ghafoer (de Vergevensgezinde)!?” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 5.]

<<< (#2) Allah de Verhevene schiep dit alles niet voor louter amusement, maar met grote Wijsheid en een rechtvaardig doel: “…zodat Hij degenen die kwaad deden zal vergelden met wat zij deden (d.w.z. hen bestraffen in het Hellevuur) en zodat Hij degenen die goed deden zal belonen met het beste (d.w.z. het Paradijs).” [Soerat an-Nadjm (53), aayah 31.] Zie het 85 pagina’s tellende boek van Dr. Abu Ameenah Bilal Philips, Het doel van de schepping, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. (Verkrijgbaar via www.momtazah.net of www.islamazon.nl.)>>>

Al deze bewijzen leiden ons naar de conclusie dat het universum werkt met een soort van ‘bewustheid’. Wat is dan de bron van deze bewustheid? Zeker niet de levende wezens, noch de levenloze dingen. Zij kunnen noch het evenwicht handhaven of de orde onderhouden. Het bestaan van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) wordt bewezen door ontelbare bewijzen in het universum. Toch ontkennen velen het, ‘met onrechtvaardigheid en arrogantie in hun hart zijn zij ervan overtuigd’, zoals verklaard wordt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Toen Onze duidelijke aayaat (tekenen, wonderen) dan tot hen kwamen, zeiden zij: ‘Dit is duidelijke magie!’ En zij loochenden deze (de tekenen), onterecht en arrogant, hoewel zij zelf (in hun hart) zeker ervan waren. (#3) Zie dan hoe het einde was van de verderfzaaiers.” [Soerat an-Naml (27), aayah 14.]

<<< (#3) Zij wisten in het diepste van hun harten dat het de waarheid was die afkomstig was van Allah de Verhevene, maar zij loochenden deze, waren koppig en arrogant daartegenover. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Dit artikel brengt deze werkelijkheid onder ogen, waar sommige mensen zich van afkeren (omdat het tegenstrijdig is met hun interesses) en ook om het bedrog en de gevoelloze conclusies te onthullen, waarop sommige onware beweringen gebaseerd zijn. Dit is waarom vele diverse onderwerpen aangehaald worden in dit boek. Degenen die dit boek lezen, zullen wederom de onbetwistbare bewijzen van het bestaan van God zien en getuigen zijn dat het bestaan van God alle zaken omvat: de ‘redenering’ weet dat. Zoals Hij deze allesdoordringende orde heeft geschapen, zo ook is Hij Degene Die het onophoudelijk handhaaft en onderhoudt.

 


Van niets tot iets

De vragen over hoe het universum ontstaan is, of het een einde heeft of oneindig is (#4), waar het naar toe gaat en hoe de wetten, de orde en het evenwicht zich handhaven, zijn altijd al onderwerpen van interesse geweest. Wetenschappers en denkers zijn met dit onderwerp oneindig lang bezig geweest en zij hebben enkele theorieën ontwikkeld.

<<< (#4) Voor de mens is het niet voor te stellen dat het universum een einde heeft, een soort dak waarachter niets meer is. Maar ook een oneindig heelal is niet voor te stellen. Bovendien kunnen onze zintuigen misleid worden (door illusies en optisch bedrog). Ondanks dit alles vertrouwen veel mensen toch op hun zintuigen, dus zullen zij bedrogen uitkomen.>>>

Het gangbare idee, tot het begin van de 20ste eeuw, was dat het universum oneindig dimensionaal was, dat het altijd al bestaan heeft en dat het voor altijd zal bestaan. Volgens deze visie, static universe model genaamd, heeft het universum een begin noch een einde.

Deze kijk op het universum legt de grondslag voor de materialistische filosofie en zo ontkennen zij het bestaan van een Schepper, terwijl het beweert dat het universum een constante, stabiele en een niet veranderende verzameling van materie is.

Materialisme is een systeem met een denkwijze dat materie ziet als een absoluut iets en het ontkent het bestaan van al het andere. De wortels van dit systeem liggen in het Oude Griekenland en de steeds toenemende acceptatie begon in de 19de eeuw. Deze denkwijze werd bekend in de vorm van het spitsvondige materialisme van Karl Marx.

Zoals we al eerder verklaarden, bereidde het static universe model van de 19de eeuw de grondslag voor van de materialistische filosofie. George Politzer verklaarde in zijn boek Principes Fondamentaux de Philosophie betreffende de basis van dit universummodel: “Het universum is iets dat niet geschapen is,” en hij voegde er aan toe: “Als het dat wel was, dan zou het onmiddellijk gecreëerd zijn door God en tot bestaan zijn gebracht uit niets. Om de schepping te bekennen en te aanvaarden, zal diegene ook moeten bekennen, op de eerste plaats, het bestaan van een moment dat het universum niet bestond en dat iets ontstaan is uit niets. Dit is een stelling die de wetenschap niet kan aanvaarden.” (George Politzer, Principes Fondamentaux de Philosophie, Editions Sociales, Paris, 1954, p. 84.)

Toen Politzer beweerde dat het universum niet gecreëerd is uit het niets, vertrouwde hij op het static universe model uit de 19de eeuw en dacht hij dat hij een wetenschappelijke bewering vaststelde. Hoe dan ook, de ontwikkelde wetenschap en technologie in de 20ste eeuw wierpen de primitieve ideeën omver, zo ook het static universe model dat de grondslag vormde voor de materialisten. Vandaag de dag, in het begin van de 21ste eeuw, hebben moderne natuurkundigen bewezen, aan de hand van vele experimenten, observaties en berekeningen, dat het universum een begin had en dat het uit niets ontstaan is met een grote explosie. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven.)

 

 

Dat het universum een begin heeft, betekent dat het heelal gemaakt is tot iets vanuit niets. Dit betekent dat het universum is geschapen. Als een geschapen voorwerp bestaat (wat eerst nog niet bestond), dan heeft het zeker een Schepper. Iets uit niets is een idee dat onvoorstelbaar is voor het menselijk verstand. (De mens kan zich dit niet voorstellen omdat hij het niet ervaren heeft.) Daarom is iets uit niets iets heel anders dan het samenbrengen van voorwerpen om een nieuw voorwerp te vormen (zoals kunstwerken of technologische uitvinden). Het is een teken van de schepping van Allah de Verhevene, dat alles in één moment zo perfect is gevormd, terwijl de geschapen dingen geen voorgaande voorbeelden hadden en dat er niet eens tijd en ruimte was om ze te scheppen. “Allah is Degene Die de hemelen en de aarde en wat tussen hen beide is schiep in zes dagen. (#5) Vervolgens verhief Hij Zich boven de Troon. Er is voor jullie naast Hem geen waliyy (beschermer, helper), noch een bemiddelaar (op de Dag der Opstanding). Laten jullie je dan niet vermanen!?” [Soerat as-Sadjdah (32), aayah 4.]

<<< (#5) Allah de Verhevene zegt dat Hij het universum, de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten, schiep in zes dagen (en vermoeidheid raakte Hem niet, zie o.a. aayah 50:38), zoals Hij in verschillende verzen aangegeven heeft (zie o.a. aayah 41:9-12). Deze zes dagen zijn: zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag, waarop de volledige schepping verzameld was en (als laatste) Adam (vrede zij met hem) geschapen werd. Er is een meningsverschil over het feit of deze dagen dezelfde dagen waren als onze standaard dagen zoals wij die kennen, of dat elke dag staat voor duizend jaren (zie aayah 22:47), zoals overgeleverd is van Moedjaahid, imaam Ah’med ibn H’anbal en van Ibn ‘Abbaas (een metgezel – moge Allah tevreden zijn met hem), volgens de overlevering van ad-Dhahh’aak van hem. (Tefsier Ibn Kethier.)

Het ontstaan van het universum vanuit het niets, is het grootst mogelijke bewijs dat het is geschapen. Nu deze feiten bekend zijn, veranderen vele zaken. Het helpt mensen het doel en de zin van het leven te begrijpen en men krijgt zicht op hun standpunt en de reden van alles. Daarom probeerden vele wetenschappelijke samenlevingen het feit van de schepping te negeren, welke zij niet volledig konden bevatten. Zelfs niet terwijl het bewijs heel duidelijk voor hen was. Het feit dat alle wetenschappelijke bewijzen het bestaan van een Schepper laten zien, heeft hen genoodzaakt om alternatieven te verzinnen om de mensen te verwarren. Niettemin, het bewijs van de wetenschap zelf, heeft een definitief einde gemaakt aan deze theorieën.

<<< Velen aanbidden wetenschap, maar gaan voorbij aan het feit dat niet alles wat bestaat (direct) meetbaar is en er eens een tijd was dat de meest knappe koppen van die tijd overtuigd waren dat de aarde plat was. Tot aan ± 1920 dachten wetenschappers dat het universum geen begin had en er altijd is geweest, maar geven nu toe dat het universum een begin had. Ook dachten zij dat het universum eeuwig zou blijven bestaan, maar moderne wetenschappelijke bewijzen tonen aan dat het universum stervende is. Nog niet zo heel lang geleden dacht men dat er niets kleiner was dan het atoom, totdat men in staat was het te splitsen en er o.a. elektronen, protonen en neutronen tevoorschijn kwamen, waar men nog later van ontdekte dat deze weer zijn opgebouwd uit quarks. Een ander nadeel van wetenschap is dat onderzoeken soms niet correct worden uitgevoerd of dat onderzoeksdata vervalst zijn wegens wereldse belangen. Ook verschillen wetenschappers soms van mening en zij moeten regelmatig hun meningen bijstellen door nieuwe bevindingen. Ondanks dit alles nemen zij wetenschap toch als hun god! Zijn zij dan zo ongelooflijk arrogant dat zij niet willen toegeven dat er een kleine mogelijkheid is dat zij zich ook vergissen aangaande het vraagstuk of God bestaat!?>>>

 


De Big Bang

Edwin Hubble langs zijn gigantische telescoop.

Edwin Hubble langs zijn gigantische telescoop.

In 1929, in het California Mount Wilson Observatory, deed een Amerikaanse sterrenkundige met de naam Edwin Hubble, één van de grootste ontdekkingen in de geschiedenis van de astronomie. Terwijl hij de sterren observeerde met een gigantische telescoop, ontdekte hij dat het licht van deze sterren verschoof naar het rode gedeelte van het spectrum en dat deze verschuiving groter was naarmate de ster verder van de aarde verwijderd was. Deze ontdekking had een schrikbarend effect op de wetenschappelijke wereld, omdat volgens de algemeen geaccepteerde regels van de natuurkunde, het spectrum van lichtstralen reizend naar het punt van observatie, naar violet neigde, terwijl het spectrum van lichtstralen die van het observatiepunt af bewogen, naar rood neigde. Tijdens Hubble’s observaties, ontdekte hij dat het licht van de sterren naar rood neigden. Dit betekent dat de sterren verder van ons af bewegen.

Spoedig daarna ontdekte Hubble nog iets heel belangrijks: sterren en Melkwegen bewegen niet alleen van ons vandaan, maar ook van elkaar. De enige conclusie die men kan trekken van een universum waarin alles van elkaar vandaan beweegt, is dat het universum constant expandeert, het universum zet uit. Om dit beter te begrijpen, kan men het universum voorstellen als het oppervlak van een ballon die opgeblazen wordt. Net zo als de punten van het ballonoppervlak van elkaar bewegen wanneer je de ballon opblaast, zo ook bewegen de objecten in de ruimte van elkaar af, als de ruimte blijft uitzetten.

Eigenlijk was dit al, een korte periode vóór Hubble, theoretisch ontdekt door Albert Einstein, die wordt beschouwd als de grootste wetenschapper van de eeuw. Einstein concludeerde na berekeningen die hij maakte in theoretische natuurkunde, dat het universum niet stabiel kon zijn. Hij legde deze theorie aan de kant, om niet in conflict te komen met de rest van de wetenschappelijke wereld, waarin het static universe model algemeen accepteerden was. Later zou Einstein toegeven dat deze beslissing, om de theorie voor zichzelf te houden, de grootste fout in zijn carrière was. Vervolgens werd de theorie van Einstein bewezen door Hubble’s waarnemingen en het werd een feit dat het universum expandeert. Maar wat is nu belangrijk aan het feit dat het heelal uitzet voor het bestaan van het heelal? Het uitzetten van het universum impliceert dat als het terug in de tijd kon reizen, dat het universum zou bewijzen dat het van origine ontstaan is uit één enkel punt. De berekeningen laten zien dat dit ‘enkele punt’, dat alle materie van het universum omvatte, een volume van nul had en een oneindige dichtheid.

Het heelal kreeg zijn bestaan door een explosie van dit punt met nul volume. Deze grote explosie, die het begin van het heelal markeert, kreeg de naam Big Bang (de oerknal) en de theorie werd zo genoemd.

Het moet vermeld worden, dat een ‘nul volume’ een theoretische uitdrukking is. Wetenschap kan het begrip ‘niets’, dat buiten het bevattingsvermogen van de mens ligt, definiëren, maar alleen door het uit te drukken als ‘een punt met nul volume’. In oprechtheid, ‘een punt zonder volume’ betekent ‘niets’. Het universum is ‘iets’ geworden uit ‘niets’. Met andere woorden, het is geschapen.

De Big Bang theorie laat ons zien dat in het begin alle objecten in het heelal, één deel waren en toen zijn gescheiden. Dit feit, welke is onthuld door de Big Bang theorie, was al verklaard in de Qor-aan, 14 eeuwen geleden, toen mensen een heel beperkte kennis hadden over het universum: “Weten degenen die ongelovig zijn niet dat de hemelen en de aarde verenigd waren (#6), waarna Wij hen kliefden? (#7) En Wij maakten uit het water elk levend ding. Geloven zij dan niet!?” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 30.]

<<< (#6) Wellicht een zogenaamde singulariteit, een punt met een oneindig klein volume en een oneindige grote dichtheid, waar tijd en ruimte niet bestaan, of iets dat daar op lijkt. Sommige wetenschappers stellen dat met de Big Bang ook de tijd begon en dat tijd vóór de Big Bang niet bestond. Zij gebruiken dit als bewijs dat God het universum niet geschapen heeft, want God had immers geen tijd om iets te scheppen. (Zie het boek The Grand Design van Stephen Hawking en Leonard Mlodinow.) Maar omdat zij God niet kennen, weten zij niet dat God, de Schepper van tijd, geen onderdeel uitmaakt van de schepping en dus geen “tijd” nodig heeft om iets te scheppen.>>>

<<< (#7) Dit verwijst mogelijkerwijs naar de oerknal (de Big Bang) of iets dat daar op lijkt (zie ook aayah 51:47). Robert Jastrow (1925–2008), een Amerikaans astronoom, natuurkundige en kosmoloog, en een toonaangevende wetenschapper bij NASA, zei, hoewel hij geen gelovige was maar een agnosticus [iemand die gelooft dat het onmogelijk is te weten of God bestaat of niet bestaat (dit wordt vaak voorgesteld als een middenweg tussen theïsme en atheïsme)]: “Astronomen ontdekken nu dat zij zichzelf in een hoek gedreven hebben aangezien zij bewezen hebben, door hun eigen methoden, dat de wereld plotsklaps begon door schepping, tot hetgeen je het begin van elke ster, elke planeet, elk levend ding in deze kosmos en op aarde kunt nagaan. En zij vonden dat dit allemaal gebeurde als een resultaat van krachten die zij niet hopen te ontdekken. Dat er wat ik en anderen ‘bovennatuurlijke krachten’ noemen aan het werk zijn, is, denk ik, een wetenschappelijk bewezen feit.” (“A Scientist Caught Between Two Faiths: Interview With Robert Jastrow,” Christianity Today, 6 augustus, 1982.) Hij zei ook: “Denk eens na over de enormiteit van het probleem: wetenschap heeft bewezen dat het universum op een bepaald moment tot bestaan explodeerde. Dit zorgt voor de vraag: welke oorzaak zorgde voor dit effect? Wie of wat plaatste de materie of energie in het universum?” Want toeval kan niet iets uit niets voortbrengen. Hij heeft ook gezegd: “Je kunt het de oerknal noemen, maar je kunt het ook correct het scheppingsmoment noemen.” Robert Jastrow sluit zijn boek God and the Astronomers af met: “Voor de wetenschapper die heilig gelooft in de kracht van de rede, eindigt het verhaal als een boze droom. Hij heeft de bergen der onwetendheid beklommen; hij staat op het punt de hoogste top te bedwingen; terwijl hij zichzelf over het laatste rotsblok heen trekt, wordt hij begroet door een gezelschap theologen die daar al eeuwenlang zit.”>>>

Zoals wordt verklaard in dit vers, is alles, zelfs de ‘hemelen en de aarde’ die nog niet geschapen waren, geschapen met de Big Bang, met de oerknal, vanuit dat ene punt, en gevormd tot het huidige universum, door scheiding van elkaar.

Als we de verklaring van dit vers uit de Qor-aan vergelijken met de Big Bang theorie, dan zien we dat zij volledig overeenkomen met elkaar. Hoe dan ook, de Big Bang werd pas geïntroduceerd als een wetenschappelijke theorie in de 20ste eeuw.

De expansie (uitzetting) van het heelal is één van de meest belangrijke bewijzen dat het heelal is geschapen uit niets. Ofschoon dit feit pas ontdekt werd door de wetenschap in de 20ste eeuw, heeft Allah (Glorieus en Verheven is Hij) ons al geïnformeerd over deze realiteit in de Qor-aan, die 1400 jaar geleden aan de mensheid werd geopenbaard:

“En met Handen (enorme Macht) bouwden Wij de hemel (het universum). En waarlijk, Wij zijn zeker Degenen Die het gestaag doen uitdijen (#8).” [Soerat ad-Dzaariyaat (51), aayah 47.]

<<< (#8) Inna la-moesi’oen zinspeelt duidelijk op het moderne concept van het “uitdijende universum”. (The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.) Dit is ook gezegd door o.a. sheikh ‘Abdoer-Rah’maan ibn as-Sa’die in zijn Taysier al-Kariem ar-Rah’maan fie Tafsier Kalaam al-Mannaan.>>>

 


Het zoeken naar alternatieven voor de Big Bang theorie

Het is duidelijk dat de Big Bang theorie bewijst dat het universum ‘uit niets geschapen’ is, met andere woorden, dat het geschapen is door God. Om deze reden bleven astronomen die overtuigd waren van de materialistische filosofie, zich verzetten tegen de Big Bang theorie, om zo hun eigen gedachtegang overeind te houden. De reden van deze moeite werd verklaard in de volgende woorden van A.S. Eddington, één van de opmerkelijkste materialistische natuurkundigen: “Filosofisch gezien, is het idee van een abrupt begin van alles, tot aan het huidige evenwicht van de natuur, weerzinwekkend voor mij.” (Recounted in Jaki, S. (1980) Cosmos and Creator, Regnery Gateway, Chicago.)

Sir Fred Hoyle was één van diegenen die werd gestoord door de Big Bang theorie. In het midden van de 20ste eeuw verdedigde Hoyle een theorie, steady-state genaamd. Deze theorie was gelijk aan het constant universe model, dat ontstond aan het eind van de 19de eeuw. De steady-state theorie beweerde dat het heelal zowel oneindig groot is en voor eeuwig in bestaan. Met het enige zichtbare doel, dat van het steunen van de materialistische filosofie, was deze theorie totaal verschillend met de Big Bang theorie, welke de bewering bevat dat het heelal een begin had. Degene die de steady-state theorie verdedigden, waren voor lange tijd tegen de Big Bang. De wetenschap werkte hen echter tegen.

Sommige wetenschappers zochten naar manieren om alternatieven te ontwikkelen. In 1948 kwam George Gamov met een ander idee betreffende de Big Bang. Hij verklaarde dat nadat de vorming van het heelal door een grote explosie, een soort van stralingsoverschot moest zijn ontstaan in het universum, als overblijfsel van deze explosie. Bovendien zou deze straling gelijkmatig verspreid moeten zijn over het heelal. Dit bewijs dat ‘moest bestaan’ werd snel gevonden.

In 1965 ontdekten twee onderzoekers, Arno Penzias en Robert Wilson, deze golven per “toeval”. Deze straling, cosmic background radiation genaamd, bleek niet van een bepaalde bron te komen, maar meer de hele ruimte te doordringen. Dus was het duidelijk dat de hittegolven die gelijkmatig door de gehele ruimte straalden, overblijfselen waren van de beginfases van de oerknal. Penzias en Wilson werden onderscheiden met een Nobelprijs voor hun ontdekking.

In 1989 zond de NASA de Cosmic Background Explorer (COBE) satelliet de ruimte in voor onderzoek naar deze straling. Het duurde slechts 8 minuten voordat de gevoelige scanners van deze satelliet, de metingen van Penzias en Wilson bevestigde. De COBE vond de overblijfselen van de grote explosie die plaats vond in het begin van het universum.

Gedefinieerd als de grootste astronomische ontdekking aller tijden, bewezen deze bevindingen duidelijk de Big Bang theorie. De bevindingen van de COBE 2 satelliet, welke in de ruimte werd gebracht na de COBE satelliet, bevestigde ook de berekeningen, gebaseerd op de Big Bang.

Een ander belangrijk bewijs voor de Big Bang, is de hoeveelheid waterstof en helium in de ruimte. Volgens de laatste berekeningen begreep men dat de waterstof-heliumconcentratie in het heelal op dit moment, in verhouding staat met de theoretische berekeningen van de waterstof-heliumconcentratie, overgebleven direct na de Big Bang. Als het universum geen begin zou hebben en als het universum altijd al bestaan zou hebben, zou het bestanddeel waterstof al compleet zijn opgebruikt en omgezet zijn in helium.

Al deze fascinerende bewijzen zijn de reden dat de Big Bang theorie is aanvaard door de wetenschappelijke gemeenschap. Het Big Bang model is het laatste model dat door de wetenschap is vervaardigd, betreffende de vorming en het begin van het heelal. De steady-state theorie verdedigend, aan de zijde van Fred Hoyle, omschreef Dennis Sciama de laatste positie die men had bereikt, nadat al het bewijs voor de Big Bang bekend was. Sciama verklaarde dat hij deelgenomen had in een verhitte discussie tussen verdedigers van de steady-state theorie en diegenen die deze theorie testten in de hoop het te weerleggen. Hij voegde eraan toe dat hij de steady-state theorie verdedigde, niet omdat hij het als waarheid achtte, maar omdat hij wilde dat het de waarheid was. Fred Hoyle was tegen alle bezwaren die zich als bewijs tegen deze theorie begonnen te ontpoppen. Sciama vervolgde zijn toespraak met het toegeven dat hij in eerste instantie achter Hoyle stond, maar toen de bewijzen zich opstapelden, moest hij toegeven dat het spelletje van de steady-state theorie over was en dat de theorie moest worden verworpen. (Stephen Hawkin, A Brief History of Time: A Reader’s Companion, edited by Gene Stone, 1983, p. 63.)

Professor George Abel, verbonden aan de Universiteit van Californië, verklaarde ook dat recentelijk beschikbaar bewijs laat zien dat het heelal zo’n 13 miljard jaar geleden ontstaan is door de Big-Bang. Hij geeft toe dat hij geen andere keus heeft dan de Big Bang theorie te accepteren.

Met de overwinning van de Big Bang werd het concept van ‘eeuwige materie’, dat de basis vormt van de materialistische filosofie, op de afvalhoop van de geschiedenis gegooid. Wat was er dan vóór de oerknal en wat was die kracht die het heelal tot ‘iets’ bracht met deze grote explosie toen er nog ‘niets’ bestond? Deze vraag duidt zeker (in de woorden van Arthur Eddington; het ‘filosofisch ongunstige’ feit voor de materialisten) op het bestaan van de Schepper. De beroemde atheïstische filosoof Antony Flew gaf het volgende commentaar over deze kwestie: “In het algemeen is toegeven goed voor de ziel. Ik wil daarom beginnen met toegeven dat de atheïst beschaamd moet zijn door de hedendaagse kosmologische overeenstemming over de huidige informatie. Het lijkt erop dat de heelaldeskundigen wetenschappelijke bewijzen leveren voor datgene waarvan St. Thomas beweerde dat het niet filosofisch te bewijzen zou zijn; namelijk dat het universum een begin heeft. Zo lang als het heelal simpelweg wordt gezien als een voorwerp, niet alleen zonder eind maar ook zonder begin, dan is het heel gemakkelijk om te stellen dat het bestaan van het heelal geen reden heeft en dit zou dan het belangrijkste kenmerk zijn. Dit zou dan geaccepteerd worden als de ultieme verklaring. Ofschoon ik geloof dat dit nog steeds correct is, is het zeker niet gemakkelijk, noch comfortabel om in deze positie te blijven in het licht van de Big Bang-theorie.” (Henry Margenau en Roy Abraham Varghese, eds., Cosmos, Bios, Theos, La Salle, IL: Open Court Publishing, 1992, p. 241.)

Andere wetenschappers die zich niet blindelings betitelen als atheïsten, hebben toegegeven aan een rol van een Almachtige Schepper in de schepping van het universum. Zij erkennen dat deze Schepper een “Wezen” moet zijn Die zowel materie als tijd geschapen heeft, maar Zelf onafhankelijk is van beide. De bekende astronoom Hugh Ross heeft dit beschreven: “Als het begin van tijd gelijktijdig is aan het begin van het heelal, zoals de ruimtetheorie zegt, dan moet de ‘reden’ van het heelal een soort van ‘bestaan’ zijn, opererend in een tijdsdimensie die compleet onafhankelijk is en moest het al bestaan voordat de tijdsdimensie van het heelal bestond. Deze conclusie is ontzettend belangrijk om te begrijpen wie God is en wat God is en wat God niet is. Het zegt ons dat God niet het heelal is, noch dat God aanwezig is in het universum.” (Hugh Ross, Ph.D., The Creator and the Cosmos, Navpress, 1995, p. 76.)

Materie en tijd zijn geschapen door de Almachtige Schepper, Die onafhankelijk is van deze begrippen. Deze Schepper is Allah, de Heer van de hemelen en de aarde.

 

“En bij Allah! Wij plaatsten werkelijk sterrenstelsels in de hemel en Wij versierden deze voor de aanschouwers.” [Soerat al-H’idjr (15), aayah 16.]

“En bij Allah! Wij plaatsten werkelijk sterrenstelsels in de hemel en Wij versierden deze voor de aanschouwers.” [Soerat al-H’idjr (15), aayah 16.]


Subtiel evenwicht in de ruimte

Werkelijk, de Big Bang heeft meer problemen veroorzaakt voor de materialisten dan bovengenoemde bekentenissen van de atheïstische filosoof Antony Flew. De Big Bang bewijst niet alleen dat het heelal ontstaan is uit niets, maar ook dat het geschapen is op een hele goede, georganiseerde, systematische en gecontroleerde manier.

De Big Bang vond plaats met een explosie van een ‘punt’ dat alle materie en energie van het hele universum bevatte, dat verspreidde in de ruimte naar alle richtingen met een verschrikkelijke snelheid. Uit deze materie en energie is een groot evenwicht tot stand gekomen dat melkwegen, sterren, de zon, de aarde en alle andere hemellichamen bevat. Bovendien werden er natuurkundige wetten gevormd, die overal in het universum hetzelfde zijn en die niet veranderen. Al deze zaken geven een perfecte orde aan, ontstaan na de Big Bang.

ExplosieExplosies brengen hoe dan ook geen orde. Alle waarneembare explosies richten schade aan, ze breken af, ze vernietigen wat aanwezig is. Bijvoorbeeld de explosies van de atoombom en de waterstofbom, mijngassen, vulkanische explosies, natuurgas explosies, zonexplosies: zij hebben allemaal vernietigende effecten.

Als er aan ons een explosie getoond zou worden die een gedetailleerde orde als resultaat zou hebben – bijvoorbeeld, als een explosie onder de grond een perfect kunststuk zou vormen, of een gigantisch paleis, of imposante huizen – dan zouden we concluderen dat er een ‘bovennatuurlijke’ ontdekking achter deze explosie moet zitten en dat al deze stukjes, die verspreid zijn door de explosie zo gemaakt zijn dat zij op een zeer gecontroleerde manier voortbewegen.

Het citaat van Sir Fred Hoyle, die zijn fout accepteerde na jaren van tegenstand tegen de Big Bang theorie, laat deze situatie heel goed zien: “De Big Bang theorie bevat het feit dat het heelal begon met een enkele explosie. Maar, zoals we hierboven kunnen zien, vernietigt een explosie alleen maar materie, terwijl de oerknal op een mysterieuze manier het tegenovergestelde effect tot gevolg had; het samengaan van materie in de vorm van melkwegstelsels.” (W.R. Bird, The Origin of Species Revisited, Nashville: Thomas Nelson, 1991; originally published by Philosophical Library in 1987, p. 462.)

Terwijl hij verklaarde dat de vorming van orde door de Big Bang tegenstrijdig is, interpreteerde hij zeker de Big Bang met een materialistische bevooroordeelde kijk en nam aan dat het een ‘ongecontroleerde explosie’ was. Hoe dan ook, hij was het die in werkelijkheid tegenstrijdig werd, door het maken van zo’n verklaring, door zo simpel het bestaan van een Schepper af te wijzen. Als er een grote orde zou ontstaan met een explosie, dan zou men van het concept van een ‘ongecontroleerde explosie’ moeten afzien en zou men moeten accepteren dat de explosie buitengewoon gecontroleerd was.

Een ander aspect van deze zeer bijzondere orde, die in het heelal gevormd is door de Big Bang, is de schepping van het ‘bewoonbare universum’. Er zijn ontzettend veel condities voor de vorming van een bewoonbare planeet en ze zijn zo complex, dat het onmogelijk is te denken dat deze per toeval gevormd zijn.

Paul Davies, een beroemde professor in theoretische natuurkunde, berekende hoe ‘fijn-afgestemd’ de uitzetting na de Big Bang was en hij kwam tot een geweldige ontdekking. Volgens Davies: “Als de snelheid van de uitzetting na de Big Bang anders zou zijn geweest, zelfs in de verhouding van één op de miljard x miljard, dan zou er geen bewoonbaar hemellichaam gevormd zijn geweest.

Zorgvuldige metingen plaatsen de snelheid van de expansie heel dichtbij een kritische waarde, die het heelal laat ontsnappen aan zijn eigen zwaartekracht en waardoor het altijd expandeert. Een beetje langzamer en het heelal zou ineenstorten, een beetje sneller en het kosmisch materiaal zou al lang geleden compleet zijn verspreid. Het is interessant om precies te kijken naar hoe subtiel de snelheid van de uitzetting is geregeld, waardoor het precies op de lijn valt tussen twee catastrofes; een beetje langzamer zou een ramp betekenen en ook een beetje sneller zou de ondergang van het heelal tot gevolg hebben. Wanneer in de tijd I S (de tijd dat het patroon van de uitzetting al stabiel vastgesteld was) de uitzettingssnelheid een verschil met de werkelijke snelheid had van meer dan 10-18, dan zou dat voldoende zijn geweest om het subtiele evenwicht te verstoren. De explosieve kracht van het heelal klopt precies met een ongelooflijke nauwkeurigheid ten opzichte van zijn eigen aantrekkingskracht. De Big Bang was niet, klaarblijkelijk, zomaar een oude explosie, maar een explosie met een voortreffelijk geregelde omvang. (W.R. Bird, The Origin of Species Revisited, Nashville: Thomas Nelson, 1991; originally published by Philosophical Library in 1987, pp. 405-406.)

De natuurkundige wetten die begonnen te gelden na de Big Bang, veranderden totaal niet. Zelfs niet na 13 miljard jaar. Bovendien kloppen deze wetten volgens berekeningen zo helder, dat zelfs een millimeter verschil van hun huidige waarden, kan resulteren in de vernietiging van de hele structuur en opbouw van het heelal. De bekende natuurkundige Professor Stephen Hawking, verklaart in zijn boek A Brief History of Time, dat het heelal is bepaald volgens berekeningen en evenwicht, zo subtiel afgesteld, dat wij ons dat nauwelijks kunnen voorstellen. Hawking verklaarde met betrekking tot de uitzetting van het heelal: “Waarom begon het ‘groeien’ van het heelal zo dicht tegen de kritische snelheid van uitzetting, die een scheiding maakt van modellen die ineenstorten en modellen die voor altijd blijven expanderen, zo, dat zelfs nu nog, tien duizend miljoen jaar later, het nog steeds expandeert, dicht op diezelfde kritische snelheid? Als de snelheid van expansie, één seconde na de Big Bang, een verschil had gehad, zelfs een fractie van honderd duizend miljoen, dan zou het heelal zijn ineengestort, zelfs voordat het zijn huidige grootte bereikt zou hebben.” (Stephen W. Hawking, A Brief History of Time, Bantam Books, April, 1988, p. 121.)

Paul Davies legt ook het onvermijdelijke resultaat uit, voortkomend uit dit ongelooflijk precieze evenwicht en bedachtzaamheid: “Het is moeilijk je te verzetten tegen de indruk van de huidige structuur van het heelal, dat heel duidelijk erg gevoelig is voor kleine veranderingen in de cijfers, dat het eerder doordacht moet zijn… De klaarblijkelijk wonderbaarlijke overeenstemming van de getalswaarde die de natuur heeft bepaald voor haar fundamentele onveranderlijkheid, moet het meest fascinerend bewijs bevatten voor het hoofdbestanddeel van kosmisch ontwerp.” (Paul Davies, God and the New Physics, New York: Simon & Schuster, 1983, p. 189.) Met betrekking tot hetzelfde onderwerp schreef een Amerikaanse professor in astronomie, George Greenstein, in zijn boek The Symbiotic Universe: “Als we alle bewijzen onderzoeken, komt drangmatig de gedachte in de mens op dat een bovennatuurlijke kracht – of beter gezegd Kracht – betrokken moet zijn.” (Hugh Ross, The Fingerprint of God, 2nd. Ed., Orange, CA: Promise Publishing Co., 1991, pp. 114-115.)

 

Het evenwicht

 


De schepping van materie

Het atoom, de bouwsteen van alle materie, kreeg zijn bestaan na de Big Bang. Deze atomen kwamen toen samen om zo het universum te vormen met sterren, de aarde en de zon. Daarna ‘bewerkstelligden’ dezelfde atomen leven op aarde. Alles wat u om u heen ziet, uw lichaam, de stoel waar u op zit, het boek dat u in uw handen heeft, de lucht die u ziet door het raam, de grond, het beton, het fruit, de planten, alle levende wezens en alles wat u zich maar kunt voorstellen, is tot bestaan gekomen door een verzameling van atomen. Wat is dan het atoom, de bouwsteen van alles? Waarvan is het gemaakt en welke structuur heeft het?

 

Koolstofatoom. De ordening in de structuur van het atoom heerst in het hele universum. Door het atoom met zijn deeltjes wordt materie bij elkaar gehouden en is het stabiel.

Koolstofatoom. De ordening in de structuur van het atoom heerst in het hele universum. Door het atoom met zijn deeltjes wordt materie bij elkaar gehouden en is het stabiel.

Als we de structuur van atomen onderzoeken, dan zien we dat ze allemaal een opmerkelijk ontwerp en orde hebben. Elk atoom heeft een kern waarin zich een bepaald aantal protonen en neutronen bevinden. Daar komt bij dat er elektronen zijn die rond de kern bewegen in een constante baan met een snelheid van zo’n 1000 km per seconde. (A Dorling Kindersley Book, The Science, uitgegeven in de Verenigde Staten door Dorling Kindersley Inc., p. 24.) De elektronen en protonen van een atoom zijn gelijk in aantal, omdat positief geladen protonen en negatief geladen elektronen elkaar altijd in balans houden. Als een van deze aantallen anders zou zijn, dan zou er geen atoom zijn, aangezien zijn elektromagnetisch evenwicht dan verstoord zou zijn. De atomen zijn opgebouwd uit een relatief zware atoomkern, bestaande uit positief geladen protonen en ongeladen neutronen, waaromheen zich een wolk van elektronen (negatief geladen elementaire deeltjes) bevindt. De atoomkern wordt bijeen gehouden door de sterke kernkracht; de elektronen worden in hun baan gehouden door de elektromagnetische kracht. De kern van een atoom, de protonen en neutronen, en de elektronen eromheen, zijn altijd in beweging. Deze wentelen onfeilbaar zowel om zichzelf, als om elkaar in bepaalde snelheden. Deze snelheden zijn altijd verhoudingsgewijs tot elkaar en ze bepalen het bestaan van het atoom. Geen wanorde, ongelijkheid of verandering komt erin voor. Alle materie is opgebouwd uit deze bouwstenen. Het is zeer opmerkelijk dat zo’n hoog ontwikkelde orde en vastgestelde eenheid tot bestaan zijn gekomen, na een grote explosie die plaatsvond in het onbestaande. Als de Big Bang een ongecontroleerde en toevallige explosie zou zijn geweest, dan zou het, hoe dan ook, gevolgd moeten worden door willekeurige gebeurtenissen en alles dat vervolgens gevormd werd, zou hoe dan ook, verspreid worden in een grote chaos.

In feite heeft een vlekkeloze orde de overhand gekregen op elk punt, sinds het begin van het bestaan. Bijvoorbeeld; ofschoon atomen zijn gevormd op verschillende plaatsen en tijden, zijn ze zo georganiseerd, dat het lijkt alsof ze zijn geproduceerd in één enkele fabriek met een bewustzijn van elk soort. Ten eerste vinden elektronen uit zichzelf een kern en beginnen zij eromheen te draaien. Daarna komen atomen samen om materie te vormen en dit alles brengt zinvolle, redelijke voorwerpen met een doel voort. Onduidelijke, nutteloze, abnormale en doelloze dingen komen niet voor. Alles, van de kleinste eenheid tot het grootste element, is zo georganiseerd en heeft veelvuldige doelen. Dit alles zijn zuivere bewijzen voor het bestaan van de Schepper, Die verheven is in kracht, en wijst op het feit dat alles tot bestaan komt hoe Hij het wil en wanneer Hij het wil. In de Qor-aan verwijst Allah (Glorieus en Verheven is Hij) naar Zijn schepping, aldus (Nederlandstalige interpretatie): “En Hij is Degene Die de hemelen en de aarde schiep omwille van de waarheid (met een betekenis en een doel) en de Dag dat Hij zal zeggen: ‘Wees!’ – waarna het is! Zijn Uitspraak is de waarheid…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 73.]

 


Na de Big Bang

Roger Penrose, een natuurkundige die uitgebreid onderzoek heeft verricht naar het ontstaan van het heelal, heeft het feit verklaard dat het heelal in zijn hoedanigheid niet louter berust op toevalligheden, maar dat het laat zien dat het absoluut een doel heeft. Voor sommige mensen ‘is het heelal gewoon daar’ en gaat het gewoon door met gewoon daar te zijn. Wij mensen vinden onszelf daar in het midden van het geheel, gewoon. Deze kijk zal ons waarschijnlijk niet helpen om het heelal te begrijpen. Volgens de kijk van Penrose zijn er vele diepe zaken gaande in het heelal, die we hedendaags nog niet kunnen waarnemen. (Stephen Hawking, A Brief History of Time: A Reader’s Companion, edited by Gene Stone, 1993, p. 142.)

De ideeën van Roger Penrose zijn inderdaad goede stof voor de gedachte. Zoals deze woorden suggereren, koesteren vele mensen foutieve gedachten dat het universum met zijn perfect evenwicht bestaat voor niets, zonder reden, en dat zij daarentegen in dit heelal leven voor een doelloos spel.

Hoe dan ook, het kan in geen geval beschouwd worden als ‘gewoon’ en ‘normaal’, dat een perfecte en wonderbaarlijke orde ontstaan is na de oerknal, welke wordt beschouwd door de wetenschappelijke wereld als oorzaak van de vorming van het universum, aangetoond met vele wetenschappelijke feiten en bewijzen.

Kortom, als we het glorieuze systeem van het heelal onderzoeken, zien we dat het bestaan van het heelal en zijn werking, berust op een extreem subtiel evenwicht en een orde die te complex is om uitgelegd te worden als toevallige gebeurtenissen. Het is duidelijk dat in geen geval het mogelijk is dat dit subtiele evenwicht en deze orde uit zichzelf is ontstaan en per toeval na een grote explosie. De vorming van zo’n orde, na een explosie zoals de Big Bang, kan alleen maar mogelijk zijn als resultaat van een bovennatuurlijke schepping.

“Degene Die zeven hemelen (kosmische systemen) harmonieus (samenhangend, gestapeld) heeft geschapen. Je ziet in de schepping van ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige – Allah) geen ongelijkheid (inconsistentie, wanorde). Kijk dan nog een keer! Zie jij enige scheur (defect)? (#10) Kijk vervolgens nog eens twee keer! Het gezichtsvermogen zal geïmponeerd (#11) tot jou terugkeren en het (gezichtsvermogen) is uitgeput (#12).” [Soerat al-Moelk (67), aayah 3-4.]

<<< (#10) Dit vers beduidt dat het hele universum zo perfect in elkaar zit en dat alles, van het stofdeeltje op de aarde (dat nodig is voor regenvorming) tot aan de enorme sterrenstelsels, zo goed coherent is dat de continuïteit van het systeem van het universum nergens lijkt te breken.>>>

<<< (#11) Letterlijk “verveeld”, omdat men niet in staat is een afwijking/defect in de schepping te zien. In deze context heeft het de gevoelswaarde van onder de indruk, nederig.>>>

<<< (#12) Uitgeput door de inspanningen om de mysteries van het universum te bevatten. De meest nabije hemel bevat nog vele vraagtekens, om over de overige zes hemelen, die zelfs met de meest ingewikkelde telescopen nog niet gezien zijn, nog maar te zwijgen.>>>

Dit niet te evenaren ontwerp en orde in het universum bewijst zeker het bestaan van een Schepper met onbegrensde Kennis, Macht en Wijsheid, Die materie gecreëerd heeft uit het niets en Die alles onophoudelijk controleert en bestuurt. Deze Schepper is God, Allah, de Heer der hemelen, de aarde en alles wat deze bevatten.

Al deze feiten laten ons ook zien hoe de beweringen van de materialistische filosofie, dat simpelweg een dogma is uit de 19de eeuw, ongeldig worden verklaard door de wetenschap van de 20ste eeuw EN een Boek uit de 7de eeuw – de Qor-aan (Koran).

Door het bekend worden van deze grote orde, ontwerp en evenwicht, die aanwezig zijn in het heelal, heeft de moderne wetenschap het bestaan bewezen van een Schepper Die alles heeft gecreëerd en alles beheerst: dat is Allah (Glorieus en Verheven en is Hij). (Hoewel we wetenschap niet nodig hebben om het bestaan van God te beseffen.)

Het materialisme heeft gedurende enkele eeuwen veel invloed gehad op een groot aantal mensen en het heeft zich verborgen gehouden achter het masker van de ‘wetenschap’ (#13). Het materialisme heeft een grote fout gemaakt door alles te veroordelen (ontkennen) wat niet bestond (zichtbaar, tastbaar, meetbaar) behalve materie. Hierdoor heeft het materialisme het bestaan van God, Die alles geschapen en geordend heeft uit het niets, ontkend. Er komt een dag dat materialisme herinnerd zal worden als een primitief en bijgelovig geloof, verstoken van zowel redelijkheid, logica als wetenschap.

<<< (#13) Een afgod hoeft niet per se gemaakt te zijn van steen of hout. Een afgod kan ook in de vorm zijn van een bepaalde waarde, een concept of principe. Door de eigen wil – gebaseerd op begeerten en bevliegingen – te prefereren boven de Wil van Allah, neemt hij zijn eigen wil als een god. Alles wat hij bewondert en als goed ziet volgens zijn eigen begeerten, wordt zijn religie en zijn weg (manier van leven) i.p.v. de weg van Allah. Aboe Hoerayrah (een metgezel – moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Volgens Allah is iemands eigen begeerte de slechtste van alle valse goden die aanbeden en gediend worden in plaats van Allah.” (Overgeleverd door Tabaraanie.) Sayyid Qoetb schreef in zijn tefsier Fie Dhzilalie l-Qor-aan: “Zo wordt er ook overdreven aandacht geschonken aan materialistische waarden en deze worden de voornaamste zorg van de mensen en worden koste wat het kost in stand gehouden. Aldus worden mensen niet meer dan machines, terwijl spirituele en morele waarden verloren raken en met voeten worden getreden. Maar dit geschiedt niet toevalligerwijs! Het geschiedt allemaal volgens een geniepig plan (van satan) die de oude afgoden tracht te vervangen met nieuwe en deze behandelt als de oppermachten die aan het roer zitten van alle waarden en normen. Wanneer materialisme dus transformeert in een afgod waar de mensen eerbied aan bewijzen (hun hele leven wordt hierdoor bepaald, alles wordt gemeten in geld), zullen alle waarden en overwegingen – inclusief moraliteit, familie, eer, vrijheid en veiligheid – opgeofferd worden voor diens belang.”>>>

 


Ondanks een explosie heerst er toch orde

Ons zonnestelsel bevindt zich in een melkwegstelsel. De diameter van ons melkwegstelsel is zo enorm groot, maar toch heerst er orde. U heeft 100.000 jaar nodig om met de snelheid van het licht (300.000 kilometer per seconde) van de ene kant van ons melkwegstelsel naar de andere kant te reizen. Dit betekent: licht legt zo’n 9,5 biljoen (9.500.000.000.000) kilometer af in een jaar. Dit vermenigvuldigt met 100.000, betekent een afstand van bijna een triljoen (1.000.000.000.000.000.000) kilometer. Ons melkwegstelsel maakt deel uit van een cluster van ongeveer 20 sterrenstelsels. Dit is een betrekkelijk klein cluster; er zijn ook clusters die bestaan uit tientallen, misschien wel honderden tot duizenden sterrenstelsels, met miljarden en miljarden sterren. De afstand tussen de sterrenstelsels binnen een cluster kan gemiddeld ongeveer een miljoen lichtjaren bedragen. Maar de afstand van de ene cluster naar de andere kan wel honderdmaal zo groot zijn. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de clusters zelf ook weer zijn gegroepeerd in ‘superclusters’, net als druiventrossen. Wat een kolossale afmetingen en wat een briljante organisatie! (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Wees niet arrogant!

Wees niet arrogant!

Als we kijken naar ons eigen zonnestelsel, treffen we een uitstekend georganiseerde rangschikking aan. De zon, die een middelgrote ster is, vormt de ‘kern’ waaromheen de aarde en de andere planeten, met hun manen, nauwkeurige banen beschrijven. Jaar in jaar uit maken ze omwentelingen met een wiskundige zekerheid.

“Hij schiep de hemelen en de aarde volgens de waarheid (met een betekenis en een doel). Hij laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht. En Hij maakte de zon en de maan ten nutte (voor warmte, licht, noodzakelijke stralingen, tijdberekeningen etc.); elk loopt (in zijn baan) voor een bepaalde termijn (tot aan de Dag der Opstanding). Is Hij niet al-‘Aziez (de Almachtige), al-Ghafoer (de Vergevensgezinde)!?” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 5.]

“En de zon: zij beweegt zich snel voort in een voor haar vastgestelde baan, dat is de verordening van al-‘Aziez (de Almachtige), al-‘Aliem (de Alwetende).” [Soerat Yaa-e Sien (36), aayah 38.]

 

Het zonnestelsel.

Het zonnestelsel.

 

Van de planeten staat Mercurius het dichtst bij de zon, vervolgens komen Venus, de Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto.

Ons zonnestelsel is een verzameling van alle objecten die door de zwaartekracht aan de zon zijn gebonden, inclusief de zon zelf. Tot ons zonnestelsel behoren de negen planeten en hun tientallen manen, de vele duizenden planetoïden en de ontelbare kometen en kleinere stof- en gruisdeeltjes die om de zon wentelen. Als grens van het zonnestelsel wordt gewoonlijk een afstand van twee lichtjaar genomen, hetgeen overeenstemt met de afstand waarop de zwaartekracht van andere sterren een rol gaat spelen.

Zowel in de kolossale kosmos als in de minuscule atomen heerst een perfect evenwicht, hoewel onderdelen (sterren en elektronen etc.) met grote snelheden bewegen. Het is ongelooflijk dat er nog steeds zoveel mensen zijn die in de veronderstelling zijn dat dit alles ‘per toeval’ is ontstaan en dat het ‘per toeval’ zo voortduurt.

 


Onze planeet

Onze planeet aarde is werkelijk een wonder, een zeldzaam, prachtig juweel in de ruimte. Niet alleen mooi, maar ook het grootste kosmologische wetenschappelijke raadsel. De aarde, opgesloten in haar eigen blauwe luchtbel, zelf haar zuurstof producerend en ademend, zelf stikstof uit de lucht halend en in haar grond brengend en haar eigen weer makend. Het is een uniek hemellichaam. Vergelijk het met een huis midden in een hele grote woestijn. Plotseling komt u bij dit huis en er is airconditioning, verwarming, sanitair en elektriciteit. De koelkast is vol voedsel, de kelder vol brandstof en andere voorraden. Een evolutionist zou zeggen, dat dit huis ‘per toeval’ in de woestijn terecht is gekomen. Zou u deze persoon geloven, of zou u hem voor gek verklaren!?

 

De aarde, onze planeet.

De aarde, onze planeet.

 

Tot de vele precies gedefinieerde omstandigheden die zo belangrijk zijn voor het leven op aarde, behoort de hoeveelheid licht en warmte die van de zon afkomstig is. De aarde ontvangt slechts een heel klein gedeelte van de energie van de zon. Toch is het precies de juiste hoeveelheid die voor de instandhouding van het leven nodig is. Dit komt doordat de aarde zich op precies de juiste afstand van de zon bevindt, gemiddeld ongeveer 150.000.000 kilometer. Indien de afstand van de aarde tot de zon veel kleiner of groter was, dan zou de temperatuur te hoog of te laag zijn om leven mogelijk te maken. De aarde draait in een jaar eenmaal om de zon, met een snelheid van ongeveer 106.000 kilometer per uur. Dat is precies de juiste snelheid om de aantrekkingskracht van de zon te compenseren en de aarde op de juiste afstand te houden. Indien de snelheid kleiner was, zou de aarde naar de zon toegetrokken worden. Mettertijd zou de aarde een verschroeiende woestenij kunnen worden zoals Mercurius, de planeet die het dichtstbij de zon staat. Overdag is de temperatuur op Mercurius ruim 300o Celsius. Maar indien de snelheid waarmee de aarde haar baan beschrijft groter was, zou ze zich verder van de zon verwijderen en een ijzige woestenij kunnen worden zoals Pluto, de planeet wiens baan het verst van de zon verwijderd is. De temperatuur op Pluto bedraagt ongeveer 180o Celsius onder nul.

De aarde maakt bovendien constant elke 24 uur een volledige omwenteling om haar eigen as. Hierdoor ontstaan regelmatige perioden van licht en duisternis. (Bovendien is de zwaartekracht op aarde niet te groot waardoor we ons niet kunnen voortbewegen, noch is het te licht waardoor we gaan zweven! Is dit allemaal toeval? Toeval op toeval op toeval?)

“…Hij laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht…” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 5.]

Maar stel nu eens dat de aarde slechts eenmaal per jaar om haar as zou draaien. Dit zou betekenen dat de zon dat hele jaar op één kant van de aarde zou schijnen. Die kant zou waarschijnlijk op een oven lijkende woestijn worden, terwijl de kant die van de zon afgekeerd was, waarschijnlijk een ijsvlakte met temperaturen onder nul zou worden. Onder die extreme omstandigheden zouden er maar weinig en misschien wel helemaal geen levensvormen kunnen bestaan! “Zeg (O Moh’ammed): ‘Vertel mij! Als Allah voor jullie de nacht onophoudelijk zou maken tot de Dag der Opstanding, welke god anders dan Allah zou jullie licht kunnen brengen? Luisteren jullie dan niet!?’ Zeg (O Moh’ammed): ‘Vertel mij! Als Allah voor jullie de dag onophoudelijk zou maken tot de Dag der Opstanding, welke god anders dan Allah zou jullie een nacht kunnen brengen waarin jullie rusten? Zien jullie dan niet!?’ En vanwege Zijn Barmhartigheid maakte Hij voor jullie de nacht en de dag, zodat jullie daarin kunnen rusten en Zijn gunst kunnen nastreven en opdat jullie dankbaar zullen zijn.” [Soerat al-Qasas (28), ayaah 71–73.]

 


Onze verbazingwekkende atmosfeer

De atmosfeer, ook wel dampkring genoemd, is het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen. In het lagere deel van de atmosfeer is de samenstelling van de aanwezige gassen in volumepercenten: stikstof N2 78%, zuurstof O2 21%, argon Ar 1%, koolzuur CO2 0.03% en kleinere hoeveelheden andere gassen. Door de aantrekkingskracht van de aarde worden deze gassen vastgehouden, al verdwijnt er geleidelijk ook een hoeveelheid in de interplanetaire ruimte. De dichtheid en de druk van de dampkring nemen geleidelijk af met de hoogte. De atmosfeer is opgebouwd uit een aantal lagen, die elk hun karakteristieke eigenschappen hebben; van onder naar boven zijn dit: de troposfeer (van 0 tot 18 km), waarin het weer bepaald wordt, de stratosfeer (van 18 tot 45 km), die het grootste deel van de ultraviolette straling absorbeert (ozonlaag), de mesosfeer, die geluidsgolven kan terugkaatsen, de ionosfeer, die voor radiogolven van belang is, en de magnetosfeer. Hierboven vindt een geleidelijke overgang naar de interplanetaire ruimte plaats.

De atmosfeer die onze aarde omgeeft, is werkelijk verbazingwekkend. Geen enkele andere planeet in ons zonnestelsel heeft zo’n atmosfeer, ook onze maan niet, waardoor astronauten er ruimtepakken nodig hebben. Maar op aarde zijn geen ruimtepakken nodig, want onze atmosfeer bevat precies de juiste mengverhouding van gassen die absoluut noodzakelijk zijn voor leven. Sommige gassen zijn op zich dodelijk. Maar omdat ze in het gasmengsel van onze atmosfeer in veilige verhoudingen voorkomen, kunnen wij ze inademen zonder er schade van te ondervinden. De lucht die wij inademen, bestaat voor 21% uit zuurstof. Zonder zuurstof zouden mensen en dieren binnen enkele minuten sterven. Maar te veel zuurstof zou ons bestaan ook in gevaar brengen. Waarom? In de eerste plaats wordt zuivere zuurstof giftig indien deze te lang wordt ingeademd. Bovendien is het zo, dat hoe meer zuurstof er is, hoe gemakkelijker dingen kunnen branden. Als er te veel zuurstof in de atmosfeer zou zijn, dan zouden brandbare materialen zeer gemakkelijk vlam vatten. Er zouden gemakkelijk branden uitbreken en ze zouden moeilijk bedwongen kunnen worden. Gelukkig is de zuurstof verdund met andere gassen, vooral stikstof, waaruit de atmosfeer voor 78% bestaat. Maar stikstof is veel meer dan alleen maar een verdunningsmiddel.

Over de gehele wereld komen er tijdens onweersbuien elke dag miljoenen bliksemflitsen voor. Tijdens het enorme ladingstransport in korte tijd treden stromen tot 100.000 ampère op. Deze bliksemflitsen zorgen ervoor dat een deel van de stikstof zich met zuurstof verbindt. De regen brengt deze stikstofverbindingen naar de aarde, en de planten gebruiken ze als voedingstoffen.

“En tot Zijn tekenen behoort dat Hij jullie de bliksem laat zien, om jullie te beangstigen en hoopvol te laten zijn, en dat Hij water uit de hemel neerzendt waarmee Hij daarna de aarde doet leven na haar dood. Waarlijk, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat begrijpt.” [Soerat ar-Roem (30), aayah 24.]

Koolzuurgas of koolstofdioxide vormt minder dan 1% van de atmosfeer. Wat voor nut heeft zo’n kleine hoeveelheid? Zonder koolzuurgas zouden alle planten sterven. Die kleine hoeveelheid hebben de planten nodig om in te ademen, terwijl ze daarvoor in de plaats zuurstof afgeven. Dit proces heet fotosynthese. Dit wonderbaarlijke, zeer ingewikkelde proces is eigenlijk al genoeg bewijs tegen de evolutietheorie. Mensen en dieren ademen zuurstof in en geven koolzuurgas af. Een groter percentage koolzuurgas in de atmosfeer zou schadelijk zijn voor mensen en dieren. Met een kleiner percentage zou de plantenwereld niet in leven blijven. Wat is er toch een wonderbaarlijke en nauwkeurige cyclus voor de planten-, de dieren- en de mensenwereld in het leven geroepen!

“En als jullie de gunsten van Allah zouden willen opsommen, zouden jullie deze niet kunnen tellen…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 18.]

<<< Het is overgeleverd dat de profeet Daawoed (David – vrede zij met hem) gewoon was om te zeggen in zijn smeekbeden (Nederlandstalige interpretatie): “O Heer! Hoe kan ik U naar behoren bedanken, wanneer zelfs mijn dankbetuiging aan U behoort tot Uw gunsten aan mij.” Allah de Verhevene antwoordde hem: “Nu heb je Mij toereikend bedankt, O Daawoed.” D.w.z.: ‘Als je toegeeft dat je nooit in staat bent om de Begunstiger terdege te bedanken.’ (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

De atmosfeer doet meer dan het leven in stand houden. Ze vormt ook een beschermend omhulsel. Op een hoogte van ongeveer 24 kilometer bevindt zich een dunne ozonlaag, die van de zon afkomstige schadelijke ultraviolette straling tegenhoudt. Het zichtbare licht en de infrarode straling bereiken het aardoppervlak wel, de gevaarlijke ultraviolette straling wordt op tientallen kilometers hoogte door de ozonlaag geabsorbeerd. Zonder deze ozonlaag zou het leven op aarde door zulke straling vernietigd kunnen worden. Ook beschermt de atmosfeer de aarde tegen het inslaan van meteoroïden. De meeste meteoroïden bereiken nooit de grond maar verbranden als ze de atmosfeer binnendringen, waarbij ze voor ons “vallende sterren” lijken. Indien dit niet zo was, zouden miljoenen meteoroïden overal op aarde inslaan, met als gevolg een enorme schade aan levens en eigendommen. Kijk maar eens naar de maan met al zijn kraters.

“En Wij maakten de hemel als een beschermend dak. En zij (de ongelovigen) wenden zich af van haar tekenen.” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 32.]

Er is geen twijfel dat het in de 7de eeuw onmogelijk was om enig idee te hebben over de beschermende eigenschappen van de atmosfeer. De uitdrukking “het goed beschermende dak” legt de beschermende middelen rondom de aarde, die pas recentelijk zijn ontdekt met moderne apparatuur, perfect uit. Dus het bovenstaande vers dat verwijst naar de hemel als een goed beschermend dak, geeft aan dat de Qor-aan neergezonden is door een Schepper Die over alles Kennis heeft. Doch de ongelovigen wenden zich van zulke tekenen af!

 

Onze verbazingwekkende atmosfeer.

Onze verbazingwekkende atmosfeer.

Dit is echter niet de enige eigenschap van de atmosfeer. Een temperatuur van –273 graden Celsius (= 0 graden Kelvin) in de ruimte, wat het “absolute nulpunt” wordt genoemd, zal een fataal effect hebben op de mensen, ware het niet dat de temperatuur in de atmosfeer van de aarde constant hoger is.

Naast haar beschermende functie verhindert de atmosfeer ook dat de warmte van de aarde in de koude ruimte verloren gaat. En de aantrekkingskracht van de aarde zorgt ervoor dat de atmosfeer zelf niet verdwijnt. Die aantrekkingskracht is precies sterk genoeg om dit te bewerkstelligen, maar niet zo sterk dat onze bewegingsvrijheid wordt belemmerd.

 


Water, een buitengewone substantie

WatermoleculenWater is een verbinding met de formule H2O. Het is een kleurloze vloeistof en het vormt een onmisbaar element voor alle levende organismen als ‘bouwstof’ en als transport- en oplosmiddel in bloed en celprotoplasma voor allerlei noodzakelijke stoffen. Met kooldioxide vormt water de grondstof voor de fotosynthese. Het watergehalte van levende organismen varieert van 98% (kwallen, sommige waterplanten) tot 5% (in droge zaden). De mens bestaat voor ca. 60% uit water.

“En Hij is Degene Die de mens schiep van water, waarna Hij hem verwanten gaf door afstamming en huwelijk. En jouw Heer is Almachtig.” [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 54.]

De aarde bevat enorme hoeveelheden water, een stof met eigenschappen die essentieel zijn voor het leven. Water is overvloediger aanwezig dan enige andere substantie. Een van zijn vele gunstige eigenschappen is dat het in gasvorm (waterdamp) voorkomt, maar ook in vloeibare vorm (water) en in vaste vorm (ijs), dit alles binnen het temperatuurbereik van de aarde. Ook moeten duizenden grondstoffen die mensen, dieren en planten nodig hebben, getransporteerd worden in een vloeistof, zoals bloed of de sapstroom bij planten. Water is hier de meest ideale vloeistof voor, omdat er meer vaste stoffen in oplossen dan in enige andere vloeistof. Zonder water zou het voedingsproces geen voortgang kunnen hebben, aangezien levende organismen van water afhankelijk zijn om de stoffen waarmee ze zich voeden, op te lossen.

WaterWater gedraagt zich ook buitengewoon in de manier waarop het bevriest. Naarmate het water in meren en zeeën afkoelt, wordt het zwaarder en zinkt. Dit veroorzaakt dat het lichtere, warmere water naar de oppervlakte stijgt. Maar als het water het vriespunt nadert, wordt het proces omgekeerd! Het koudere water wordt nu lichter en stijgt. Wanneer het tot ijs bevriest, drijft het. Het ijs werkt als een isolerende laag en voorkomt dat het diepere water eronder bevriest, en zo wordt het in het water aanwezige leven beschermd. Als deze unieke eigenschap niet bestond, zou er elke winter steeds meer ijs naar de bodem zinken, waar de zonnestralen het de daaropvolgende zomer niet zouden doen smelten. Al gauw zou een groot deel van het water in rivieren, meren en zelfs oceanen massief ijs worden.

Eveneens buitengewoon is de wijze waarop gebieden die ver van rivieren, meren en zeeën liggen, levensonderhoudend water krijgen. Door de hitte van de zon worden elke seconde miljarden liters water in waterdamp veranderd. Deze waterdamp, die lichter is dan lucht, stijgt op en vormt wolken. Door winden en luchtstromingen worden deze wolken verplaatst en, onder de juiste omstandigheden, komt het vocht als regen naar beneden. Maar regendruppels groeien slechts tot een bepaalde grootte. Wat als dit niet zo was en de regendruppels gigantische afmetingen aannamen? Dat zou een ramp zijn! In plaats daarvan vallen de regendruppels gewoonlijk in de juiste grootte naar beneden, meestal zonder ook maar een grassprietje of de teerste bloem te beschadigen. Ja, water getuigt van een meesterlijk zorgzaam ontwerp!

 


Grond

De grond van de planeet Aarde is indrukwekkend. De samenstelling ervan getuigt in alle opzichten van wijsheid. Grond, of aarde, bezit eigenschappen die essentieel zijn voor plantengroei. Planten gebruiken de voedingsstoffen en het water in de grond om daarvan met koolzuurgas uit de lucht en onder inwerking van licht voedsel te produceren, fotosynthese:

6CO2 + 6H2O –> C6H12O6 + 6O2

 

Fotosynthese.

Fotosynthese.

 

Grond bevat chemische elementen die noodzakelijk zijn om menselijk en dierlijk leven in stand te houden. Maar de plantengroei moet deze elementen eerst omzetten in een vorm die door het lichaam kan worden opgenomen. Tot dit proces wordt bijgedragen door hele kleine levende organismen. In slechts één theelepel grond zijn er vele miljoenen van te vinden! Ze hebben talrijke verschillende vormen en elk is aan het werk om dode bladeren, gras en ander afval weer in een bruikbare vorm om te zetten, of om grond losser te maken, zodat lucht en water erin kunnen doordringen. Bepaalde bacteriën zetten stikstof om in verbindingen die planten voor de groei nodig hebben. De bovengrond wordt verbeterd doordat gravende wormen en insecten voortdurend deeltjes van de ondergrond aan de oppervlakte brengen.

 

“Hebben jullie nagedacht over wat jullie (aan gewassen) bebouwen? Laten jullie het groeien of zijn Wij Degenen Die het laten groeien?” [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 63-64.]

“Hebben jullie nagedacht over wat jullie (aan gewassen) bebouwen? Laten jullie het groeien of zijn Wij Degenen Die het laten groeien?” [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 63-64.]

Ibn Djarier leverde over dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft: “Zeg niet zara’toe (ik liet het groeien), maar zeg h’arathtoe (ik zaaide/bebouwde het).”

 


De maan

De maan staat op een gemiddelde afstand van 384.400 km van de aarde; de omlooptijd bedraagt 27,321661 dagen. Deze periode is gelijk aan de rotatieperiode van de maan, zodat de maan altijd dezelfde kant naar de aarde toekeert. De maanbaan is een ellips (baanexcentriciteit 0,0549); de afstand tot de aarde varieert tussen 356.410 en 406.697 km. Door deze ellipsvormige baan rond de aarde houdt de maan de aarde stabiel. Zonder de maan zou de aarde behoorlijk schommelen en zou leven op aarde waarschijnlijk niet mogelijk zijn.

“En Hij maakte dienstbaar voor jullie de nacht (om te rusten, ontspannen) en de dag (om te werken, reizen etc.), en de zon (middels zijn licht, warmte, energie, aantrekkingskracht etc.) en de maan (voor tijdsberekeningen, oriëntatie, stabiliteit van de aarde etc.), en de sterren zijn ten nutte gemaakt (voor oriëntatie, versiering etc.) met Zijn bevel. Waarlijk, daarin zijn aayaat (bewijzen, tekenen, lessen) voor een volk dat begrijpt.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 12.]

Werkelijk, de maan is inderdaad dienstbaar. Is “puur toeval” een ontwerper? Is “puur toeval” in staat al die ingewikkelde structuren voort te brengen waarmee het leven zich aan ons vertoont? Is “puur toeval” de oorzaak van deze talrijke zeer complexe voorwaarden die het leven nodig heeft om te bestaan? In werkelijkheid zijn er veel meer factoren en de genoemde factoren zijn veel ingewikkelder dan hier beschreven.

In het begin was er niets, toen was er materie met een onvoorstelbaar evenwicht, de aarde kreeg zijn bestaan met alle voorwaarden voor leven.

 

Het maanoppervlak.

Maanoppervlak.

 


Het leven – evolutie of schepping?

Het antwoord op de vraag waar het leven vandaan komt, blijkt onbegrijpelijk ingewikkeld te zijn. “Het probleem van de biologie is een eenvoudig begin te vinden”, zeggen de astronomen Fred Hoyle en Chandra Wickramasinghe. Fossiele overblijfselen van oude levensvormen, die men in de gesteenten heeft ontdekt, onthullen geen eenvoudig begin; de evolutietheorie mist dus een deugdelijk fundament. En hoe meer inlichtingen men verkrijgt, hoe moeilijker het wordt om uit te leggen hoe microscopische levensvormen, die zo ongelofelijk ingewikkeld zijn, door toeval konden ontstaan.

De voornaamste fasen in de ontwikkeling die tot het ontstaan van leven zou hebben geleid, zijn volgens de evolutietheorie: (1) de aanwezigheid van de juiste primitieve atmosfeer, (2) een concentratie in de oceanen van een organische soep van eenvoudige moleculen, die noodzakelijk zijn voor het leven, (3) hieruit ontstaan eiwitten en nucleotiden (ingewikkelde chemische verbindingen) die (4) zich groeperen en een membraan krijgen en daarna (5) een genetische code ontwikkelen en kopieën van zichzelf beginnen te maken. Zijn deze stappen in overeenstemming met de beschikbare feiten?

 


(1) De primitieve atmosfeer

CondensorIn 1953 liet de Amerikaanse scheikundige Stanley Miller een elektrische ontlading plaatsvinden in een atmosfeer van waterstof, methaan, ammoniak en waterdamp. Hierdoor vormden zich enkele van de vele bestaande aminozuren die de bouwstenen van eiwitten zijn. Hij verkreeg echter slechts 4 van de 20 noodzakelijke aminozuren, onder omstandigheden die aannemelijk mochten heten. Miller nam aan dat de primitieve atmosfeer van de aarde overeenkwam met het gasmengsel in zijn reactiekolf. Waarom? Omdat, zoals hij en een medewerker later zeiden, de synthese van biologisch interessante verbindingen alleen plaatsvindt onder reducerende omstandigheden (waarbij geen vrije zuurstof in de atmosfeer aanwezig is). Toch veronderstellen andere evolutionisten dat er wel zuurstof aanwezig was. Het dilemma dat hierdoor voor de evolutie ontstaat, wordt door Hitchings (Amerikaans biochemicus en farmacoloog die in 1988 de Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie kreeg) als volgt onder woorden gebracht: “Met zuurstof in de lucht zou het eerste aminozuur nooit ontstaan zijn; zonder zuurstof zou het door kosmische stralen vernietigd zijn.” De kwestie is dat elke poging om de samenstelling van de primitieve atmosfeer van de aarde vast te stellen, slechts op gissingen en veronderstellingen gebaseerd kan zijn. Niemand kan met zekerheid zeggen hoe de atmosfeer samengesteld was. Hedendaagse wetenschappers vermoeden dat de primitieve atmosfeer bestond uit voornamelijk kooldioxide en stikstof, in plaats van de door Miller veronderstelde samenstelling van waterstof, methaan en ammoniak. Met de huidige kennis over de primitieve atmosfeer geeft zelfs Miller toe dat zijn experiment niet leidt tot enige conclusie met betrekking tot de verklaring over het ontstaan van leven. Toch wordt dit experiment (en andere theorieën) in het onderwijs gebruikt en verkondigt als “waarheid” en “feiten”!? Niet alleen het experiment van Miller, maar alle evolutionistische pogingen slagen er niet in een antwoord te geven. Al het onderzoek dat is gedaan laat zien dat het toevallig ontstaan van het leven onmogelijk is en bevestigt dus dat het leven geschapen is.

 


(2) Zou zich een ”organische soep” kunnen vormen?

Hoe groot is de waarschijnlijkheid dat de aminozuren, die zich naar men denkt in de atmosfeer hebben gevormd, naar beneden gekomen zijn en in de oceanen een “organische soep” zouden doen ontstaan? Zéér klein! Dezelfde energie die de eenvoudige verbindingen in de atmosfeer zou doen uiteenvallen, zou elk ingewikkeld aminozuur dat zich vormde zelfs nog sneller ontbinden.

<<< (#14) Aminozuren: reeks koolstofverbindingen met algemene formule RCHNH2COOH, met R als een koolstofketen. Zeer belangrijk als bouwsteen van eiwitten. In de natuur komt een groot aantal aminozuren voor, waarvan een twintigtal in grote hoeveelheden. Het eenvoudigste aminozuur is glycine, H2CNH2COOH.>>>

Miller heeft trouwens in dat experiment waarbij hij in een “atmosfeer” een elektrische ontlading liet plaatsvinden, de vier aminozuren die hij daardoor verkreeg, slechts kunnen behouden door ze uit het gebied van de ontlading weg te halen. Had hij ze daar gelaten, dan zouden ze door de ontlading ontbonden zijn.

 

Enkele aminozuren.

Enkele aminozuren.

 

Indien men echter aanneemt dat aminozuren op de één of andere wijze de oceanen hebben bereikt en tegen de vernietigende ultraviolette straling in de atmosfeer werden beschermd, wat dan? Hitchings legde uit: “Onder het wateroppervlak zou er niet voldoende energie zijn om verdere chemische reacties te activeren; water remt altijd de groei van meer ingewikkelde moleculen.” Wanneer aminozuren zich dus eenmaal in het water bevinden, moeten ze daaruit komen willen ze grotere moleculen vormen en evolueren in de richting van eiwitten (#15) die bruikbaar zijn voor het formeren van leven. Maar zodra ze uit het water komen, bevinden ze zich weer in de vernietigende ultraviolette straling! “Met andere woorden”, zegt Hitchings, “de theoretische kansen om zelfs maar door dit eerste en betrekkelijk gemakkelijke stadium (het verkrijgen van aminozuren) in de evolutie van het leven heen te komen, zijn ongelooflijk klein.”

<<< (#15) Eiwitten (proteïnen): macromoleculen met een biologische functie, opgebouwd uit aminozuren. Men onderscheidt eiwitten naar bouw en functie. Belangrijkste functies: bouwsteen van cellen, reactieversneller (enzymen), transportmiddel (via het tijdelijk binden van stoffen), antistof (vooral globuline) en handhaving van de colloïd-osmotische druk (m.n. albumine). Ieder organisme bouwt uit de aminozuren die ontstaan bij de vertering van met het voedsel opgenomen eiwitten, eigen eiwitten op. De tertiaire eiwitstructuur is voor iedere eiwit specifiek en maakt dat het functies kan vervullen die geen enkel ander eiwit kan.>>>

Hoewel men alom beweert dat leven spontaan in de oceanen is ontstaan, zijn watermassa’s gewoon niet bevorderlijk voor de noodzakelijke chemische reacties. De chemicus Richard Dickerson legt uit: “Het is derhalve moeilijk te begrijpen hoe polymerisatie (een proces waarbij kleinere moleculen zich onderling verbinden tot grotere moleculen) heeft kunnen plaatsvinden in het waterige milieu van de primitieve oceaan, aangezien de aanwezigheid van water depolymerisatie (de ontleding van grote moleculen in eenvoudigere) bevordert in plaats van polymerisatie.” Biochemicus George Wald (die in 1967 de Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie toegekend kreeg) is het hiermee eens en hij zegt: “Het spontaan uiteenvallen is veel waarschijnlijker en vindt dus ook veel sneller plaats dan een spontane vorming.” Dit betekent dat er geen organische soep gevormd zou worden! Wald beschouwt dit als “het lastigste probleem waar wij (evolutionisten) tegenover staan.” Er is echter nog een lastig probleem waarmee de evolutietheorie wordt geconfronteerd. Er zijn meer dan 100 aminozuren, maar er zijn er slechts 20 nodig voor de eiwitten in levende organismen. Bovendien komen ze in twee vormen voor: sommige moleculen zijn “rechtse” moleculen en andere “linkse”. Indien ze door toeval tot bestaan zouden zijn gekomen, zoals in een theoretische ‘organische soep’, is het zeer waarschijnlijk dat de helft rechts en de helft links zou zijn. En er is geen reden bekend waarom één van de twee vormen in levende organismen de voorkeur zou genieten. Toch zijn de 20 aminozuren waaruit de eiwitten zijn opgebouwd die in levende organismen voorkomen, allemaal linkse moleculen!

 


(3) Kansberekening en de spontane vorming van eiwitten (proteïnen)

Hoe groot is de kans dat de juiste aminozuren bij elkaar komen om een eiwitmolecule te vormen? De eiwitten die nodig zijn voor leven hebben zeer ingewikkelde moleculen, bestaande uit aminozuren die zijn gerangschikt in een specifieke volgorde en in bepaalde hoeveelheden en structuren. Deze moleculen vormen de bouwstenen van een levende cel. Het simpelste eiwit bestaat uit 50 aminozuren, maar er zijn ook enkele proteïnen die zijn opgebouwd uit duizenden aminozuren. Het cruciale punt is dat de afwezigheid, toevoeging of verplaatsing van één enkel aminozuur in de structuur van een eiwit, dit eiwit totaal nutteloos maakt. Elk aminozuur moet in de juiste hoeveelheid, op de juiste plaats en de juiste volgorde aanwezig zijn.

Het feit dat de functionele structuur van eiwitten absoluut niet per toeval kan zijn ontstaan, kunnen we aantonen door een door iedereen te begrijpen berekening. Een gemiddeld eiwitmolecuul bestaat uit 288 aminozuren die te verdelen zijn in 12 verschillende soorten aminozuren. Deze kunnen gerangschikt worden op 10 tot de macht 300 verschillende manieren. (Dit is een astronomisch groot getal, een 1 gevolgd door 300 nullen.) Van al deze mogelijkheden vormt er slechts één mogelijkheid het gewenste eiwitmolecuul. De overige mogelijkheden vormen nutteloze aminozuurketens of zelfs potentiële schadelijke stoffen voor levende wezens. Met andere woorden, de kans op vorming van slechts één eiwitmolecuul is 1 op de 10 tot de macht 300. De mogelijkheid dat deze “1” ontstaat is praktisch onmogelijk. (In de wiskunde wordt een mogelijkheid kleiner dan 1 op 10 tot de macht 50 gezien als “onmogelijk”.) Bovendien is een eiwitmolecuul bestaande uit 288 aminozuren betrekkelijk eenvoudig vergeleken met de gigantische eiwitmoleculen bestaande uit duizenden aminozuren. Als we dan de kans gaan berekenen van het ontstaan van deze grote moleculen, zien we dat zelfs het woord “onmogelijk” onvoldoende is. Het getal 10 tot de macht 300 is haast niet voor te stellen. Maar om u een beetje een idee te geven; het totaal aantal elektronen (stabiel elementair deeltje) in het gehele universum is geschat op zo’n 10 tot de macht 79.

Als we dan een stap verder zetten richting het ontstaan van leven, zien we dat één proteïne op zichzelf niets betekent. Eén van de kleinste bacteriën ooit ontdekt, de Mycoplasma Hominis H39, bestaat uit 600 “typen” eiwitten. In dit geval zouden we de kans moeten berekenen voor elk van deze 600 eiwitten. Het resultaat ruïneert het begrip “onmogelijk”.

Een cel bestaat niet alleen maar uit eiwitten, maar bevat ook nog nucleïnezuur, vitaminen, koolhydraten, vetten en vele andere chemische stoffen, zoals elektrolyten.

<<< Nucleïnezuur (kernzuur): macromoleculair bestanddeel van celkernen, bestaande uit een groot aantal aaneengeschakelde nucleotiden (polynucleotide), die elk weer zijn opgebouwd uit een suiker- en een fosforzuurmolecule en een stikstofbase. Twee grondvormen: DNA (suiker: desoxyribose) en RNA (suiker: ribose), waarvan DNA vooral in chromosomen als drager van de erfelijke informatie voorkomt en RNA ook buiten de celkern voor het overdragen van de erfelijke informatie.>>>

<<< Elektrolyt: verbindingen die bij oplossen of smelten (gedeeltelijk) in ionen worden gesplitst. Hiertoe behoren vooral de zouten.>>>

Robert Shapiro, een professor scheikunde aan de New York Universiteit en een DNA-expert, berekende de mogelijkheid van toevallige vorming van de 2000 typen proteïnen die men gevonden had in één enkele bacterie. (Er zijn 200.000 verschillende typen eiwitten in een menselijke cel!) Het getal dat men vond was 1 op de 10 tot de macht 40.000. (Dit is een ongelooflijk getal, een 1 met 40.000 nullen.)

Sommige eiwitten zijn bouwstoffen en andere dienen als enzymen. Deze laatste versnellen de noodzakelijke chemische reacties in de cel. Zonder die hulp zou de cel sterven. Niet slechts een paar, maar 2000 eiwitten die als enzymen dienst doen, zijn nodig voor de activiteit van de cel. Hoe groot is de kans dat al deze eiwitten toevallig verkregen worden? Een kans van 1 op 10 tot de macht 40.000! “Een waanzinnig kleine waarschijnlijkheid”, verzekert Hoyle, “die zich zelfs niet zou voordoen als het hele universum uit organische soep zou bestaan.” Hij voegt eraan toe: “Als men behoort tot degenen die, door algemeen heersende opvattingen of wetenschappelijke opleiding bevooroordeeld, stellig menen dat het leven (spontaan) op de aarde is ontstaan, dan is dit simpele rekensommetje voldoende om die gedachte totaal van de baan te vegen.”

Nog een berekening: er zijn drie basisvoorwaarden voor de vorming van een nuttig eiwit;

1. Dat alle aminozuren in de eiwitketen van de juiste soort en op de juiste plaats zijn.
2. Dat alle aminozuren in de eiwitketen ‘linkse’ aminozuren zijn.
3. Dat al deze aminozuren verbonden zijn met elkaar door het vormen van peptide verbindingen.

Om een eiwit te vormen moeten deze drie voorwaarden tegelijkertijd aanwezig zijn. De mogelijkheid dat een eiwit per toeval ontstaat, is gelijk aan de vermenigvuldiging van de mogelijkheid van de realisatie van elk van deze voorwaarden. Bijvoorbeeld de kans dat een gemiddeld eiwit van 500 aminozuren ontstaat, is als volgt:

-1- De kans dat de aminozuren in de juiste volgorde zijn: er zijn 20 soorten aminozuren die gebruikt worden bij de vorming van eiwitten. De kans dat elk aminozuur correct wordt gekozen uit deze 20 soorten = 1:20

De kans dat al deze 500 aminozuren correct worden gekozen = 1:20 tot de macht 500 = 1:10 tot de macht 650 = 1 op de 10 tot de macht 650.

-2- De kans dat de aminozuren ‘links’ zijn: ze zijn óf links óf rechts. De kans dat slechts één aminozuur links is = 1:2.

De kans dat alle 500 aminozuren tegelijkertijd links zijn = 1:2 tot de macht 500 = 1:10 tot de macht 150 = 1 op de 10 tot de macht 150.

-3- De kans dat de aminozuren worden gebonden door een peptide verbinding: aminozuren kunnen aan elkaar gebonden worden door verschillende chemische verbindingen. Maar om een bruikbaar eiwit te vormen, moeten alle aminozuren in de keten gebonden worden met een speciale chemische verbinding; de peptide verbinding. Het is berekend dat de kans dat een aminozuur wordt gebonden met een andere verbinding dan de peptide verbinding 50% is. Volgens dit gegeven: de kans dat 2 aminozuren worden gebonden door een peptide verbinding = 1:2.

De kans dat alle 500 aminozuren zo worden gebonden = 1:2 tot de macht 499 = 1:10 tot de macht 150 = 1 op de 10 tot de macht 150.

De totale kans is dan:

1:10 tot de macht 650 x 1:10 tot de macht 150 x 1:10 tot de macht 150 = 1:10 tot de macht 950 = 1 op de 10 tot de macht 950.

De kans dat een gemiddeld proteïnemolecuul, bestaande uit 500 aminozuren die allemaal precies in de juiste hoeveelheden én op de juiste plaats én allemaal linkse moleculen zijn én dat ze allemaal worden gebonden door een peptide verbinding is “1” op de 10 tot de macht 950. We kunnen dit getal schrijven door 950 nullen achter de 1 te zetten!!

Om u een idee te geven:
– een miljoen is 1.000.000 = 10 tot de macht 6
– een miljard is duizend miljoen = 10 tot de macht 9
– een biljoen is duizend miljard = 10 tot de macht 12
– een triljoen is miljoen maal biljoen = 10 tot de macht 18.

Zelfs deze gigantische getallen komen niet eens in de buurt van het getal 10 tot de macht 950.

 


(4) De verpakking: het celmembraan

De kansen zijn in werkelijkheid nog veel geringer dan deze “waanzinnig kleine” waarschijnlijkheid. Er moet een membraan zijn dat de cel omsluit. Maar dit membraan is uiterst ingewikkeld en bestaat uit eiwit-, vet- en suikermoleculen. De evolutionist Leslie Orgel (een Brits scheikundige) schrijft in dit verband: “De thans bestaande celmembranen bevatten kanalen en pompen die specifieke controles uitoefenen op de toevoer en afvoer van voedingsstoffen, afvalproducten, metaalionen enz. Bij deze gespecialiseerde kanalen zijn zeer specifieke eiwitten betrokken, moleculen die er in het begin van de evolutie van het leven nog niet konden zijn.” Celmembranen zijn dunne semi-permeabele (halfdoorlatende) “vliesjes” (dikte 8-10 nm) die de celinhoud (cytoplasma) omgeven. Ze bestaan uit fosfolipiden die een dubbellaag vormen en eiwitten. Het celmembraan handhaaft het verschil in samenstelling tussen celinhoud en buitenmilieu.

 

Celmembraan.

Celmembraan.

 


(5) De opmerkelijke genetische code

Veel moeilijker te verkrijgen dan alles wat hierboven is genoemd, zijn de nucleotiden: RNA en DNA, die de genetische code vormen voor alle levensvormen. Bij het DNA zijn vijf histonen (#16) betrokken (histonen hebben naar men meent te maken met het regelen van de activiteit van de genen). De kans dat zelfs maar de eenvoudigste van deze histonen wordt gevormd, is volgens zeggen 1 op de 200 tot de macht 100, alweer een gigantisch getal, groter dan het totaal van alle atomen in alle sterren en sterrenstelsels die door de grootste astronomische telescopen te zien zijn.

<<< (#16) Histonen (histoproteïnen): groep globulaire eiwitten. Histonen komen voor in de kernen van alle planten- en diercellen, gebonden aan het DNA. Hun functie is nog onduidelijk, maar vermoed wordt dat zij belangrijk zijn bij de overdracht van de chromosoominformatie als regulator in de RNA-synthese.>>>

 

DNA replicatie.

DNA replicatie.

 

Toch vormt de oorsprong van de volledige genetische code een vereiste voor de reproductie van de cel, een nog grotere moeilijkheid voor de evolutietheorie. In verband met eiwitten en DNA steekt het oude vraagstuk ‘de kip of het ei’ de kop op. Hitchings zegt: “Eiwitten zijn voor hun vorming afhankelijk van DNA. Maar er kan geen DNA worden gevormd zonder dat er eerst eiwitten zijn.” Dit levert de paradox op die Dickerson ter sprake brengt: “Wat was er het eerst, eiwitten of het DNA?” Hij beweert: “Het antwoord moet zijn dat ze zich tegelijkertijd hebben ontwikkeld.” In feite zegt hij dat ‘de kip’ en ‘het ei’ tegelijkertijd geëvolueerd zijn, zonder dat de een uit de ander is voortgekomen. Vindt u dit redelijk? Een wetenschappelijk schrijver vat het als volgt samen: “De oorsprong van de genetische code vormt een enorm kip-en-eiprobleem, waarvoor men in de verste verte nog geen oplossing heeft.”

<<< Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah laat de zaden en de pitten splijten. Hij brengt het levende tevoorschijn uit het dode en Hij brengt het dode tevoorschijn uit het levende. Dat is Allah! Hoe kunnen jullie dan afgewend worden?” [Soerat al-An’aam (6), aayah 95.] Aldus schept Hij de plant uit het zaad, en het zaad uit de plant; Hij schept het ei uit de kip, en de kip uit het ei; Hij schept de mens uit het sperma, en het sperma uit de mens… enzovoort. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Dickerson maakte ook deze interessante opmerking: “De evolutie van de genetische machinerie is de stap waarvoor geen laboratoriummodellen bestaan; men kan derhalve eindeloos speculeren, zonder door lastige feiten gehinderd te worden.” Maar is het wel echt wetenschappelijk te schuiven? Leslie Orgel noemt het bestaan van de genetische code “het meest frustrerende aspect van het probleem inzake de oorsprong van het leven.” En Francis Crick (een Brits biochemicus die in 1962 de Nobelprijs voor geneeskunde ontving) concludeerde dat “ondanks het feit dat de genetische code bijna universeel is, het ervoor vereiste mechanisme veel te ingewikkeld is om in één klap te kunnen zijn ontstaan.”

Evolutionisten bewijzen keer op keer dat ze er alles aan doen om hun gelijk te halen, zonder met werkelijke feiten te komen. Ze volgen slechts vermoedens, verzinsels en vage ideeën (zie vers 6:116 hierboven). De voorgaande informatie toont aan dat het leven onmogelijk per toeval tot stand is gekomen. Daarom hebben de evolutionisten een eigen theorie bedacht, die luidt: “Dat een geleidelijk proces de natuurlijke selectie in staat moet hebben gesteld haar werk stap voor stap te doen.” Maar wanneer er geen genetische code is om een begin te maken met de reproductie, valt er voor de natuurlijke selectie niets te selecteren…

 


Cellen

De cel, een ommuurde stad; krachtcentrales wekken energie voor de cel op, fabrieken produceren enzymen en hormonen die noodzakelijk zijn voor het leven, er zijn complexe transport-systemen en pijpleidingen die grondstoffen en andere producten transporteren van de ene plaats naar de andere, binnen en buiten de cel. Schildwachten bij de slagbomen controleren de export- en importmarkt en speuren de buitenwereld af naar tekenen van gevaar. Gedisciplineerde biologische legers staan klaar om indringers te lijf te gaan. Er zijn ontwikkelde laboratoria en raffinaderijen voor het afbreken van externe grondstoffen in bruikbare deeltjes. Een gecentraliseerd genetisch bestuur handhaaft de orde in de vorm van een soort databank waarin alle nodige informatie over alle processen en te produceren stoffen aanwezig is.

 

Dwarsdoorsnede van een cel.

Dwarsdoorsnede van een cel.

 

Cellen zijn de kleinste functionele eenheden van leven; ze kunnen zichzelf in stand houden, ze kunnen zichzelf vermenigvuldigen en cellen kunnen alle levensprocessen zelfstandig verrichten. Ze bestaan uit verschillende onderdelen die ieder op zich zeer ingewikkeld zijn en elk onderdeel heeft een specifieke taak. Er vinden chemische en biologische processen plaats om de cel in stand te houden. Het is niet zomaar een beetje eiwit bij elkaar, het is zeer complex. Deze complexe structuur van een levende cel was nog niet bekend in de tijd van Darwin, die het ontstaan van leven toeschrijft aan toevalligheden. De technologie van de 20ste eeuw is doorgedrongen tot in de kleinste deeltjes van het leven en heeft onthuld dat de cel het meest complexe systeem is dat de mensheid ooit onder ogen heeft gehad. De evolutietheorie beweert dat dit systeem, uiteraard, per toeval is ontstaan.

Het celmembraan

Hierboven hebben we al gezien hoe complex het celmembraan is. We willen nog even bij de complexiteit van de celmembraan stilstaan, omdat het niet zomaar een ‘vliesje’ is dat de cel omsluit, maar het voert specifieke controles uit op de toevoer en afvoer van voedingsstoffen, afvalstoffen, metaalionen enz. De onderstaande tekeningen laten de complexiteit van het celmembraan enigszins zien.

 

Het Celmembraan.

Het Celmembraan.

 

De tekeningen geven schematisch verschillende vormen van toevoer en afvoer weer. De bovenste afbeelding geeft een schematische voorstelling van geleide diffusie (passief transport). De onderste afbeelding toont een K+/Na+ ionenpomp (actief transport). De eerste levende cel had deze eigenschappen nodig om te overleven, want anders was het niet in staat geweest om voedsel op te nemen en afvalproducten te verwijderen etc. Kunt u zich voorstellen dat dit complexe ‘vliesje’ per toeval ineens daar was?

 


Eencellige organismen

Laten we eens naar de kleinste levensvormen kijken: eencellige organismen. Een bioloog merkte op dat eencellige dieren in staat zijn “voedsel te vangen, het te verteren, afvalstoffen uit te scheiden, zich te verplaatsen, huizen te bouwen, zich met seksuele activiteiten bezig te houden”, en dat ze “zonder weefsels, zonder organen, zonder hart en zonder verstand werkelijk alles hebben wat wij bezitten.”
Eencellige planten en dieren zijn er in diversen soorten, zoals bacteriën, diatomeeën, blauwwieren, algen en andere eencellige organismen (b.v. sporediertjes, wortelpotigen etc.).

Bacteriën

Dit is een veelvormige groep van microscopisch kleine organismen, eencellig en zonder duidelijk afgegrensde kern. De celwand bestaat van binnen naar buiten uit een cytoplasmamembraan, een steunlaag en een kapsel van slijm. Eén of meer zweepharen zorgen voor beweeglijkheid. De indeling van bacteriën op systematische kenmerken is erg ingewikkeld en op veel punten nog steeds onduidelijk. De vermeerdering van bacteriën verloopt via celdeling. Daarbij vormt zich een dikke scheidingswand die het celmateriaal in tweeën deelt. Daarna valt de oorspronkelijke cel in twee dochtercellen uiteen. Het erfelijk materiaal bevindt zich vaak in ringvormige DNA-moleculen, plasmiden genaamd.

 

Een bacterie.

Een bacterie.

 

Diatomeeën

Diatomeeën zijn eencellige organismen die silicium en zuurstof uit zeewater halen en glas maken waarmee ze kleine ‘pillendoosjes’ bouwen die hun groene chlorofyl bevatten. Ze worden door een geleerde om zowel hun belangrijkheid als hun schoonheid geprezen: “Deze groene blaadjes, opgesloten in juwelendoosjes, zijn de weidegronden die 90% van het voedsel leveren voor alles wat in de zee leeft.”

De voedingswaarde van diatomeeën is voor een groot deel gelegen in de olie die ze maken en die olie helpt ze tevens om net onder het wateroppervlak te dobberen, waar ze hun chlorofyl in het zonlicht kunnen koesteren.

Algen (wieren)

Dit zijn lagere planten die voorkomen in de zee, in zoet water en op vochtige plaatsen op het land. Dankzij de aanwezigheid van chlorofyl of andere fotosynthetisch actieve pigmenten in de cellen, zijn de meeste soorten in staat tot fotosynthese.

Met name de eencellige soorten die deel uitmaken van het plantaardig plankton zijn essentieel voor de zuurstofproductie op aarde. Blauwwieren bijvoorbeeld, zijn eencellige organismen die veel verwantschap met bacteriën vertonen en die zich in 2 miljard jaar vrijwel niet hebben ontwikkeld. Enkele andere eencellige organismen zijn: trilhaardiertjes, zweephaardiertjes en protozoa (zie afbeelding hieronder).

 

Protozoa.

Protozoa.

 


De dierlijke cel

Diverse elementen zijn verpakt in een omhulsel van slechts 0,0025 cm middellijn. De complexiteit laat een meesterlijk ontwerp zien, onmogelijk om aan toeval toe te schrijven.

 

Dierlijke cel: 1. Nucleus, kern. 2. Nucleolus: de plaats waar ribosomen worden gevormd. 3. RER: ruwe endoplasmatisch reticulum 4. SER: gladde e.r. 5. Golgi-apparaat: een groep afgeplatte membraanzakjes die door de cel geproduceerde eiwitten verpakken en distribueren. 6. Transportblaasje. 7. Secreetblaasje. 8. Lysosoom: intracellulaire verteringsprocessen. 9. Mitochondrium: productiecentra van ATP, de moleculen die als energiebron voor de cel fungeren. 10. Polysoom: groep ribosomen met één mRNA molecuul. 11. Insluitsel. 12. Centriolen: deze zijn in de buurt van de kern gelegen en zijn belangrijk bij de celdeling. 13. Microtubili (fibrillen): holle draden die een onderdeel vormen van het celskelet. 14. Microfilamenten (fibrillen): draadachtige structuur, spelen een rol bij bewegingsprocessen van de cel als geheel of onderdelen van de cel. 15. Cytosol: hierin vinden vele stofwisselingsprocessen plaats. 16. Desmosoom: schijfvormige structuren aan weerszijden van de celmembranen die de verbinding vormen tussen twee naburige cellen in o.a. dierlijk epitheelweefsel. 17. Celmembraan: het omhulsel dat controleert wat de cel in- en uitgaat. 18. Intercellulaire ruimte (intercellulaire holten). 19. Microvilli: uitsteeksels van de celmembraan die vaak voorkomen waar cellen grenzen aan een vrije ruimte zoals het darmkanaal. Veelal staan de microvilli heel dicht op elkaar en zijn ze van dezelfde grootte. Ze zorgen voor een enorme oppervlaktevergroting van cellen die stoffen afscheiden of opnemen.

Dierlijke cel: 1. Nucleus, kern. 2. Nucleolus: de plaats waar ribosomen worden gevormd. 3. RER: ruwe endoplasmatisch reticulum 4. SER: gladde e.r. 5. Golgi-apparaat: een groep afgeplatte membraanzakjes die door de cel geproduceerde eiwitten verpakken en distribueren. 6. Transportblaasje. 7. Secreetblaasje. 8. Lysosoom: intracellulaire verteringsprocessen. 9. Mitochondrium: productiecentra van ATP, de moleculen die als energiebron voor de cel fungeren. 10. Polysoom: groep ribosomen met één mRNA molecuul. 11. Insluitsel. 12. Centriolen: deze zijn in de buurt van de kern gelegen en zijn belangrijk bij de celdeling. 13. Microtubili (fibrillen): holle draden die een onderdeel vormen van het celskelet. 14. Microfilamenten (fibrillen): draadachtige structuur, spelen een rol bij bewegingsprocessen van de cel als geheel of onderdelen van de cel. 15. Cytosol: hierin vinden vele stofwisselingsprocessen plaats. 16. Desmosoom: schijfvormige structuren aan weerszijden van de celmembranen die de verbinding vormen tussen twee naburige cellen in o.a. dierlijk epitheelweefsel. 17. Celmembraan: het omhulsel dat controleert wat de cel in- en uitgaat. 18. Intercellulaire ruimte (intercellulaire holten). 19. Microvilli: uitsteeksels van de celmembraan die vaak voorkomen waar cellen grenzen aan een vrije ruimte zoals het darmkanaal. Veelal staan de microvilli heel dicht op elkaar en zijn ze van dezelfde grootte. Ze zorgen voor een enorme oppervlaktevergroting van cellen die stoffen afscheiden of opnemen.

 

DNA 1– Endoplasmatisch Reticulum [membranensysteem dat zorgt voor opslag of transport van eiwitten, geproduceerd door erlangs gerangschikte ribosomen (sommige ribosomen bewegen vrij door de cel)].

– Ribosomen (structuurtjes die aminozuren tot eiwitten aaneenrijgen, eiwitsynthese).

– Kern (omgeven door een omhulsel dat uit een dubbel membraan bestaat. De kern is het controlecentrum dat de activiteiten van de cel regelt).

– Chromosomen (deze bevatten het DNA van de cel, de genetische blauwdruk).

Zijn uw 100.000.000.000.000 zeer complexe cellen door toeval ontstaan?

Bent u toeval?

 


De verbazingwekkende fotosynthese

Nu doemt er nog een hindernis voor de evolutietheorie op. Op een bepaald moment in het verloop van de evolutie moest de primitieve cel iets uitvinden, namelijk de fotosynthese. Groene bladeren gebruiken energie (licht) van de zon, koolzuurgas (CO2) uit de lucht en water (H20) uit de grond om suikers (C6H12O6) te maken, waarbij ze zuurstof (O2) afgeven.

 

Fotosynthese.

Fotosynthese.

 

Fotosynthese vindt plaats in cellichaampjes die chloroplasten heten, die zo klein zijn dat er 400.000 in de punt aan het eind van deze zin kunnen. Dit proces, waarbij kooldioxide wordt omgezet in organische stof (suikers) onder invloed van licht en met afgifte van zuurstof, wordt door geleerden nog niet volledig begrepen. “Bij fotosynthese zijn ongeveer zeventig afzonderlijke chemische reacties betrokken”, zei een bioloog, “het is werkelijk een wonderbaarlijk proces.” De fotosynthese is de essentiële schakel voor bijna al het leven op aarde en kan beschouwd worden als het ten nutte maken van zonne-energie voor levensprocessen. Dieren betrekken hun energie indirect uit de fotosynthese door het eten van planten.

Toch meent men dat een kleine eenvoudige cel er bij toeval een begin mee heeft gemaakt. Dit proces van de fotosynthese veranderde een atmosfeer die geen vrije zuurstof bevatte, in een atmosfeer waarin een op de vijf moleculen een zuurstofmolecule is. Als gevolg daarvan konden dieren zuurstof inademen en leven, en kon er zich een ozonlaag vormen om al het leven tegen de schadelijke uitwerking van ultraviolette straling, afkomstig van de zon, te beschermen. Zou dit opmerkelijke proces aan puur toeval toegeschreven kunnen worden? Is het zomaar door toeval ontstaan? Vindt u dat echt geloofwaardig? Of is er intelligentie bij betrokken?

Sommige evolutionisten voelen zich gedwongen terug te krabbelen wanneer zij worden geconfronteerd met de gigantische onwaarschijnlijkheid dat een levende cel door toeval ontstaat. Zo complex, zo ontzettend veel van elkaar afhankelijke processen (vele kippen en vele eieren!)… Zonder het één kan het ander niet functioneren. Het moet dus tegelijkertijd en in één moment zijn ontstaan. Dit bewijst de schepping van onze Schepper, Glorieus en Verheven is Hij.

SteenAls we ergens een steen vinden met de vorm zoals op de foto hiernaast, zal er geen twijfel bestaan over het feit dat deze steen een ontwerper heeft. Iemand heeft deze steen zo bewerkt, dat het de vorm heeft zoals op de foto. Het is ongelooflijk dat er toch nog zoveel mensen zijn die geloven dat het leven, wat absoluut niet te vergelijken is met die steen, wel per toeval is ontstaan.

Deel 1 – Evolutie of schepping?
Deel 2 – De kloof
Deel 3 – Wonderen in ons en rondom ons

 

Lees ook Wordt evolutie verkeerd begrepen? (Openbaring, wetenschap en zekerheid.)