Eenheid versus drie-eenheid: schaakmat!

Waarom sprak Jezus nooit expliciet over de drie-eenheid?

Drie-eenheid“O mensen van het Boek (christenen)! Overdrijf niet in jullie religie en zeg slechts de waarheid over Allah. Waarlijk, al-Masieh’ (de Messias), ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), was een boodschapper van Allah en (geschapen door) Zijn Woord (of Bevel) dat Hij tot Maryam zond en een ziel door Hem geschapen; dus geloof in Allah (als Enige Ware God) en Zijn boodschappers (waaronder Jezus) en zeg niet dat Allah drie is (een drie-eenheid)! Houd op (met deze bewering)! Dat is beter voor jullie. Waarlijk, Allah is één God, Verheven is Hij (boven hetgeen zij Hem valselijk toeschrijven) dat er voor Hem een zoon zou zijn. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en alles wat op aarde is. En Allah is voldoende als Wakiel (Vertrouweling en de Beste Rangschikker van kwesties voor ons).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 171.]

“Werkelijk, degenen die zeiden: ‘Waarlijk, Allah is de derde van de drie (in een drie-eenheid),’ zijn ongelovig geworden. En er is geen god behalve één God! En als zij niet ophouden met hetgeen zij zeggen, zal een pijnlijke kwelling degenen onder hen die ongelovig zijn zeker treffen.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 73.]

 

Door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.

Alle lof is voor Allah, en vrede en zegeningen zijn met de boodschapper en zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgen.

<<< De Nederlandse vertaling van de verzen van de Koran (Arabisch: Qor-aan) en de ah’aadieth (overleveringen) zijn slechts interpretaties van de ware betekenis. Vele uitdrukkingen in de Qor-aan en ah’aadieth kunnen niet letterlijk in de Nederlandse taal vertaald worden, omdat de Nederlandse taal niet beschikt over voldoende en juiste equivalenten. >>>

Deze bespreking van het christelijke concept “drie-eenheid” is geschreven mede naar aanleiding van een discussie die ik eens had met een christen wiens naam ik niet weet. Hij heeft zich nooit netjes voorgesteld en praktiseerde het volgende Bijbelvers niet: “Gedraag jullie wijs tegenover buitenstaanders, benut de tijd optimaal. Laat jullie spraak altijd met vriendelijkheid gepaard gaan, gekruid met zout (stellig), zodat jullie weten hoe jullie eenieder dienen te beantwoorden.” (Kolossenzen 4:5-6.) Stellig was hij wel, vriendelijk zeker niet! Aldus zal ik zijn respectloze opmerkingen achterwege laten en zijn relevante argumenten zo veel mogelijk weergeven met mijn reactie daarop. Ik zal naar hem verwijzen met “Paul”.

Voor de meerderheid van de christenen is de drie-eenheid tegenwoordig een sleutelconcept, maar voor de vroegere volgelingen van Jezus (vrede zij met hem) was het onbekend. The New Catholic Encyclopedia, officieel erkend door de Katholieke Kerk, geeft aan dat het concept van de drie-eenheid in het Christendom geïntroduceerd werd in de vierde eeuw en dat het een product was van drie eeuwen van doctrinaire ontwikkeling. The Oxford Companion to the Bible, die bijdragen bevat van meer dan 260 geleerden en wetenschappers van leidinggevende Bijbelinstituten en universiteiten in Amerika en Europa, geeft aan: “Omdat de drie-eenheid zo’n belangrijk onderdeel is van het latere Christendom, is het zo opvallend dat de term niet voorkomt in het Nieuwe Testament. Evenzo kan het geëvolueerde concept van drie gelijkwaardige partners (deelgenoten) in de Godheid – dat in de latere formuleringen van de geloofsbelijdenis aangetroffen wordt – niet duidelijk (eenduidig, ondubbelzinnig) ontdekt worden binnen de kaders van het canon.” [Bruce Metzger en Michael D. Coogan (eds.), The Oxford Companion to the Bible (Oxford University Press, 1993), p. 782-783.]

John McKenzie, een rooms-katholieke Bijbelgeleerde, geeft op p. 899 van The Dictionary of the Bible aan: “De drie-eenheid van God wordt door de Kerk gedefinieerd als het geloof dat God drie personen is die leven in één aard. Dit geloof als zodanig gedefinieerd werd pas in de 4de en 5de eeuw n.C. bereikt en is daarom niet expliciet noch formeel een Bijbels geloof.”

David Lyle Jeffrey schrijft op p. 785 van de Dictionary of Biblical Tradition in English Literature: “God is volgens de orthodoxe christelijke doctrine één aard in drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Niemand van hen ging de andere voor of schiep de andere, noch staat er een van hen boven de andere qua macht of waardigheid. (#2) In exacte theologische termen, zij zijn één in wezen (of geest), voor eeuwig tezamen bestaand en gelijkwaardig. Het dogma dat zo uitgedrukt wordt, komt echter niet voor in het Geschrift. De orthodoxe doctrine van de drie-eenheid werd geleidelijk ontwikkeld gedurende een periode van drie eeuwen of meer. Het is wellicht niet verrassend dat de gezamenlijke eeuwigheid en gelijkwaardigheid van de drie personen lang een kwestie van theologische onenigheid bleef en dus besproken in de context van ketterij. In 381 n.C. kwamen de bisschoppen wederom bijeen in Constantinopel en legden de orthodoxe doctrine in haar definitieve vorm vast.”

<<< (#1) David Lyle Jeffrey ontving zijn PhD van Princeton in 1968. Hij is momenteel een eminente professor in literatuur en geesteswetenschappen aan de christelijke Baylor Universiteit (Institute for Studies of Religion), Waco, Texas.>>>

<<< (#2) Hoewel Jezus (vrede zij met hem) gezegd zou hebben: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.) Alsook: “En Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Niemand is goed behalve God.” (Markus 10:18.)

Zo werd de ‘status’ van de Heilige Geest als derde persoon van God pas door het Concilie van Constantinopel I in 381 n.C. vastgesteld. Dit toont o.a. aan dat er daarvoor nogal wat meningsverschillen over waren en hoe de officiële leer van Jezus (vrede zij met hem) geleidelijk aan veranderde. Want als Jezus (vrede zij met hem) de drie-eenheid gepredikt had, was dit allemaal al bekend en een vaststaand gegeven.

F.J. Wilken, de Australische Baptist, schreef in Christadelphianism: “In het Oude Testament was de eenheid van God duidelijk bevestigd. Het Joodse credo, dat zelfs tegenwoordig nog in elke synagoge wordt herhaald, was: ‘Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!’ (Deuteronomium 6:4.) Dit was het geloof van de eerste christenen, dus schreef Paulus ‘één God en Vader van allen, Die boven allen is, en door allen, en in allen.’ (Efeziërs 4:6.) Maar geleidelijk aan werd toevoeging of wijziging noodzakelijk geacht.”

Betreffende tekstuele bewijzen voor de drie-eenheid, The Interpreter’s Dictionary of the Bible geeft aan: “De tekst over de drie hemelse getuigen (1 Johannes 5:7) is niet een authentiek deel van het Nieuwe Testament.” (The Interpreter’s Dictionary of the Bible, Vol. 4, p. 711.)

“1 Johannes 5:7-8 (NBG-vertaling 1951) laat zich lezen: ‘(7) Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de heilige Geest; en deze drie zijn één. (8) En drie zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één.’ (#3) Maar dit is een interpolatie (toevoeging tussen haakjes) waarvan vóór de late vierde eeuw elk spoor ontbreekt.” (Ibid., p. 871.)

<<< (#3) In sommige Nederlandse vertalingen ontbreken de haakjes en maakt deze toevoeging gewoon deel uit van de tekst. In andere vertalingen is dit reeds aangepast. 1 Johannes 5:7-8 is in De Nieuwe Bijbelvertaling vertaald als: “(7) Er zijn dus drie getuigen: (8) de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend.” Ook de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift geeft aan: “(7) Want er zijn er drie die getuigenis afleggen, (8) de geest en het water en het bloed, en de drie stemmen overeen.” Maar het kwaad is al geschied en christenen interpreteren nu alles dwangmatig volgens dogma’s – gebaseerd op inmiddels aangepaste teksten – die hen eeuwenlang zijn ingepeperd.>>>

De Eerdmans Bible Dictionary geeft op p. 1020 aan dat geen enkel zuiver Grieks manuscript deze interpolatie bevat.

De Engelse historicus Edward Gibbon erkent ook dat dit een vervalsing was. En terwijl dit feit nu alom geaccepteerd wordt en inmiddels verwijderd is uit de meeste vertalingen van de Bijbel, vergde de acceptatie ervan enige tijd.

In de Qor-aan lezen we: “En (gedenk) wanneer Allah zal zeggen: ‘O ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria)! Heb jij tegen de mensen gezegd: ‘Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah!?’’ Hij zal zeggen: ‘Glorieus bent U! Het is niet aan mij om te zeggen waar ik geen recht op heb…’” [Soerat al-Maaidah (5), aayah 116.]

En God zegt ook: “…En de Messias zei: ‘O Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël – Jakob)! Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer (#4)’…” [Soerat al-Maaidah (5), aayah 72.]

<<< (#4) Zie o.a. Johannes 20:17 verderop in dit artikel.>>>

In de Bijbel lezen we: “(Jezus zei:) Jij dient de Heer, jouw God, te aanbidden, en Hem alleen dien je te dienen (niet mij).” (Matteüs 4:10.)

Toen ik dit vers aan Paul liet lezen, zei hij hierop: “Matteüs 4:9-11 geeft aan: ‘En hij (satan) zei tegen hem (Jezus): ‘Al deze dingen zal ik u geven, indien u neerknielt en mij zult aanbidden.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, satan, want er staat geschreven: ‘Je dient de Heer, jouw God, te aanbidden, en Hem alleen dien je te dienen.’’ Toen verliet de duivel hem; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.’ Moet ik hier nog wat aan toevoegen? Want hoe helder moet het worden opgeschreven voordat mensen het willen begrijpen. Wie oren heeft om te horen die hore. Satan wil Jezus hem laten dienen. Jezus antwoordt dat iedereen alleen God moet dienen. Vervolgens gaat satan weg en komen de engelen om Jezus te dienen waarmee dus nog maar weer eens wordt aangegeven dat Hijzelf God is.”

Ik was blij dat Paul dit aanhaalde, want:

(1) Dr. Von Tishendorf, een van de meest vastberaden verdedigers van de drie-eenheid, gaf toe dat het Nieuwe Testament “in vele passages zulke serieuze wijzigingen qua betekenis had ondergaan, dat het ons in pijnlijke onzekerheid laat betreffende hetgeen de apostels werkelijk geschreven hebben.” (James Bentley, Secrets of Mount Sinai, p. 117. Zie Is de Bijbel Gods Woord? voor meer informatie over de betrouwbaarheid van de Bijbel.)

(2) Het gedeelte “en dienden hem” wordt in sommige vertalingen weergegeven als “en stonden hem bij” of “en verzorgden hem”, wat een hele andere gevoelswaarde geeft dan “en dienden hem”.

(3) Hiermee bracht Paul één van de vele tegenstrijdigheden in de Bijbel onder de aandacht, want Jezus (vrede zij met hem) zei namelijk: “Want ook de zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…” (Marcus 10:45) ‘waarmee dus nog maar weer eens wordt aangegeven dat Hijzelf NIET God is! Hoe helder moet het worden opgeschreven voordat mensen het willen begrijpen. Wie oren heeft om te horen die hore.’ Als de engelen daadwerkelijk Jezus (vrede zij met hem) dienden, wat Matteüs 4:11 in sommige vertalingen – niet alle! – suggereert, begingen zij dus een grove fout door Jezus (vrede zij met hem) te dienen, omdat hij niet gekomen is om zich te laten dienen, maar om te dienen!

Enfin, volgens Johannes 20:17 zei Jezus (vrede zij met hem) tegen Maria Magdalena: “…maar ga naar mijn broeders, en zeg tegen hen: ‘Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, en naar mijn God en jullie God.’” Merk op hoe Jezus (vrede zij met hem) zei “mijn God en jullie God”, wat beduidt dat hij behoort tot Gods schepping en dat hij niet zelf God is of een entiteit gelijk aan God de Almachtige.

En we lezen ook: “En zie, iemand kwam en zei tegen hem: ‘Goede meester, welke goedheid dien ik te doen, zodat ik het eeuwige leven zal hebben?’ En hij (Jezus) zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God (God de Vader); maar indien je het (eeuwige) leven (het Paradijs) wilt binnengaan, houd dan de geboden in acht.’” (Matteüs 19:16-17.)

Jezus (vrede zij met hem) geeft hier exclusiviteit aan God de Vader. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komen alleen God de Vader (Allah) toe, niet hem: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.)

Let op: “houd dan de geboden in acht”, niet: “Dat als je met jouw mond de Heer Jezus belijdt, en gelooft in jouw hart dat God hem uit de dood heeft opgewekt, je gered zult worden.” (Romeinen 10:9.) Dit is dan ook een dwaling geïntroduceerd door Paulus, die aanvankelijk een felle bestrijder van Jezus (vrede zij met hem) en zijn volgelingen was (#5), maar zich vervolgens huichelachtig gedroeg (#6) als een volgeling van Jezus (vrede zij met hem) en loog en bedroog om zo de correcte leer van binnenuit compleet te vernietigen, want hij heeft de leringen van Jezus (vrede zij met hem) op enkele fundamentele punten veranderd, wat hij zelf ook toegaf (#7).

<<< (#5) “Ik (Paulus) dacht werkelijk bij mezelf dat ik vele dingen moest doen om de naam van Jezus van Nazaret tegen te werken, wat ik dus ook deed in Jeruzalem. En vele van de vromen liet ik in de gevangenis opsluiten, na gezag daartoe te hebben ontvangen van de hoofdpriesters; en als zij ter dood veroordeeld werden, gaf ik mijn stem tegen hen. En ik heb hen in elke synagoge vaak bestraft, en hen gedwongen tot godlastering (ongeloof, afgoderij); en ik was zo buitengewoon razend jegens hen, dat ik hen zelfs in vreemde steden vervolgde.” (Handelingen 26:9-11.)>>>

<<< (#6) “Want hoewel ik vrij ben ten opzichte van iedereen, heb ik mijzelf een dienaar gemaakt voor iedereen, opdat ik des te meer (zieltjes) win. En voor de Joden ben ik als een Jood geworden, opdat ik de Joden mag winnen; voor hen die onder de wet zijn (ben ik iemand) als onder de wet, opdat ik hen die onder de wet staan mag winnen; voor hen die zonder wet zijn (ben ik iemand) als zonder wet, opdat ik hen die zonder wet zijn mag winnen.” (I Korintiërs 9:19-21.)>>>

<<< (#7) “Aldus verlaten we de principes van de leer van Christus, laat ons doorgaan tot volmaaktheid; en niet wederom het fundament van berouw van dode werken neerleggen, en van geloof in God.” (Hebreeën 6:1.)>>>

Is Paulus, nu we wat meer over hem weten, werkelijk iemand waarvan we kunnen zeggen dat hij de ‘Heilige Geest’ in zich had, in de zin van dat hij een man van God was die door God geïnspireerd werd om te liegen en bedriegen en zich te gedragen als iemand met meerdere gezichten (#8), of iemand die de ‘Heilige Geest’ in zich had in de zin van dat hij een helper van de satan was die door de satan verleid werd om te liegen en bedriegen en zich te gedragen als iemand met meerdere gezichten (#9)?

<<< (#8) “Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” (2 Petrus 1:20-21.)>>>

<<< (#9) De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd: “De satan stroomt door de zoon van Adam (de mens) zoals bloed stroomt.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (1933) en Moeslim (2175).] De satan is het die met zijn influisteringen de mensen probeert te misleiden en uitnodigt naar onjuiste geloofsleerstellingen en zonden.>>>

Er is een artikel op internet dat 100 overeenkomsten aangeeft tussen Jezus (vrede zij met hem) en de zelfaangewezen apostel Paulus, waarmee men wil aantonen dat Paulus dezelfde leer predikte als Jezus (vrede zij met hem). Maar door 100 of 1000 overeenkomsten te noemen, weerleg je nog niet de paar fundamentele wijzigingen die Paulus veroorzaakte in de leer van Jezus (vrede zij met hem), zoals het afschaffen van de wet (ten minste enkele tittels van de wet, zoals de besnijdenis en varkensvlees) en hetgeen hierboven is aangegeven: hoe je het eeuwige leven kunt binnengaan. Daarbij kun je aanvoeren dat Paulus natuurlijk vele overeenkomstige leerstellingen predikte om zo vertrouwen te kweken: hij gedroeg zich immers als een hypocriet!

Een andere christen zei eens tegen mij: “Paulus schrijft in Galaten 1:8: ‘Maar al zouden wij zelf, of een engel uit de hemel, enig evangelie verkondigen aan jullie anders dan wat wij aan jullie reeds verkondigd hebben, vervloekt is hij!’ Dit geeft aan dat Paulus zeker ook een christen is. Welk mens gaat zichzelf vervloeken!?”

Het antwoord is eenvoudig: iemand die geen godsvrees heeft, een ongelovige, een hypocriet! Voor iemand die niet in God gelooft, of slechts zeer zwak of onjuist, is het heel gemakkelijk om zichzelf te vervloeken. Volgens hem bestaat God immers niet en is er geen vervloeking.

In de Qor-aan lezen we: “Zij (de hypocrieten) maakten hun eden een schild (om hun ongeloof te verbergen). Aldus hinderden zij (anderen, door hen te misleiden) van Allahs weg, dus is er voor hen een vernederende kwelling.” [Soerat al-Moedjaadilah (58), aayah 16.]

Een leugenachtige man maakt, door te zweren dat hij waarachtig is, zijn valsheid des te gevaarlijker. In de Qor-aan lezen we ook: “Zeker, jullie (O ware gelovigen) boezemen meer angst in hun borstkassen (harten) in dan Allah. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.” [Soerat al-H’ashr (59), aayah 13.]

Terug naar het onderwerp. Een christen kan aangaande de hierboven aangehaalde Bijbelverzen zeggen: “Je moet de Bijbel dan ook in context lezen om dit concept te kunnen begrijpen.” Oké, daar zijn wij het mee eens. Maar zijn wij het ook eens over wat “in context lezen” betekent? “In context lezen” betekent dat je niet eenduidige verzen, verzen die op meerdere manieren uitgelegd kunnen worden, uitlegt door middel van eenduidige verzen, verzen die heel duidelijk zijn in hun betekenis. “In context lezen” beduidt niet het lezen in overeenstemming met je begeerten en dat je je fantasie de vrije loop moet laten en dat je daarbij eenduidige verzen negeert.

Paul zei: “De context is de totale omgeving waarin iets zijn betekenis krijgt.” Ik geef toe, dit is wijs wat hij zegt. Maar de totale omgeving was tot aan het Nieuwe Testament en zelfs enige tijd daarna: God is 1, niet 3! Er wordt geen woord gerept over een Zoon of een Geest, of dat er in de toekomst iemand voor eenieders zonden geofferd zal worden. (#10) Het was altijd overgave en gehoorzaamheid aan God = Islaam, wat Jezus (vrede zij met hem) ook predikte: “Onderwerp je dus aan God (= Islaam) en weersta de duivel (die oproept tot dwaling)…” (Jakobus 4:7.) En: “Ik kan uit mijzelf niets doen; zoals ik hoor, oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader (= Islaam), Die mij gestuurd heeft.” (Johannes 5:30.)

<<< (#10) “De ziel die zondigt, die zal sterven (bestraft worden): de zoon zal de zonde van de vader niet dragen, noch zal de vader de zonde van de zoon dragen; de rechtvaardigheid van de rechtvaardige zal op hem rusten, en de zondigheid van de zondige zal op hem rusten. Maar als de zondige afstand neemt van (berouw toont voor) al zijn zonden die hij begaan heeft, en al Mijn geboden in acht neemt, en hetgeen doet wat geoorloofd en correct is (zijn leven betert), hij zal werkelijk leven (vergeven worden), hij zal niet sterven (niet bestraft worden). Niets van zijn overtredingen die hij begaan heeft zal herinnerd worden tegen hem (want het is hem vergeven): in de rechtschapenheid welke hij verricht heeft, zal hij leven.” (Ezechiël 18:20-22.) Deze verzen benadrukken ieders persoonlijke verantwoordelijkheid en weerleggen onvoorwaardelijk de christelijke doctrines van “erfzonde” en “het zoenoffer van Christus”. Dit wordt ook herhaaldelijk onderwezen in de Qor-aan, bijvoorbeeld: “En geen zondaar zal andermans zonden dragen (op de Dag der Opstanding). En indien een zwaar belaste persoon (met zonden) een ander zou verzoeken om zijn last te dragen, zal niets daarvan gedragen worden, ook al is dit een verwant…” [Soerat Faatir (35), aayah 18.] En: “Behalve degenen die berouw hebben getoond en (hun daden) hebben verbeterd en (de waarheid die zij verborgen alsnog) openlijk te kennen hebben gegeven; zij zijn dan degenen van wie Ik berouw accepteer. En Ik ben at-Tawwaab (de Berouwaanvaardende), ar-Rah’iem (de Meest Genadevolle).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 160.]>>>

Daarbij komt dat de huidige geschriften niet meer origineel zijn en er vele zaken aan toegevoegd zijn, of vertaald zijn op een manier zoals het niet bedoeld is, volgens de toen geldende gevestigde opvattingen, die werden geregeerd door traditie etc. De huidige Bijbel is dus een onbetrouwbare bron geworden waar we niet meer op kunnen vertrouwen. Daarom moest de Qor-aan wel komen, om de mensen weer de correcte goddelijke leiding duidelijk te maken.

Enfin, een christelijke website geeft o.a. aan: “De grootste moeilijkheid van het christelijke concept van de drie-eenheid is dat er geen enkele manier is om dit adequaat uit te leggen. [Jawel! Jezus (vrede zij met hem) heeft het adequaat uitgelegd, waar we later nog op terug zullen komen.] De drie-eenheid is een concept dat onmogelijk volledig door een mens kan worden begrepen (dus wel!), laat staan uitgelegd. God is oneindig veel groter dan ons en we zouden daarom niet moeten verwachten dat we Hem volledig kunnen begrijpen.”

Het klopt inderdaad dat we God niet volledig kunnen begrijpen, want “er is niets zoals Hem” (Koran 42:11) “en niet één (niemand of niets) is gelijkwaardig (vergelijkbaar) aan Hem” (Koran 112:4). Dit vat het hele argument samen en waarschuwt ons vooral tegen antropomorfisme, de neiging om God voor te stellen volgens ons eigen model, idee en voorstellingsvermogen, een bedrieglijke neiging dat te allen tijden en bij alle mensen binnen kan sluipen.

Enfin, de religie is – in tegenstelling tot wat christenen beweren – eenvoudig en door iedereen te begrijpen. Er hangt immers een eeuwig verblijf in het Paradijs of een eeuwig verblijf in de Hel van af: “Er is geen dwang in de religie. Werkelijk, het rechte pad (van leiding) is duidelijk onderscheiden van het slechte pad (van dwaling)…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

Aldus is de religie ook door minder intelligente mensen goed te begrijpen. In ieder geval, dit is zo in de Islaam. Maar door het innoveren van het concept van de drie-eenheid is de religie dermate ingewikkeld geworden, dat het door niemand begrepen kan worden: de verlossing hangt volgens christenen af van geloof in een concept dat niet te begrijpen valt.

Paul reageerde: “Nee hoor. Het is heel makkelijk: ‘Dat als je met jouw mond de Heer Jezus belijdt, en gelooft in jouw hart dat God hem uit de dood heeft opgewekt, je gered zult worden.’” (Romeinen 10:9.)

Maar Jezus (vrede zij met hem) heeft dit nooit gezegd! Dit is dus volgens het evangelie van Paulus. Maar ik, als moslim, vertrouw meer op Jezus (vrede zij met hem), die voortdurende hamerde op het naleven van de wet en je overgeven aan de Wil van God (= Islaam). Maar de meeste christenen verkiezen het woord van Paulus boven die van Jezus (vrede zij met hem), en aanbidden Paulus daardoor: “Zij (de joden en de christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot hun heren naast Allah genomen…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 31.] Terwijl Allahs boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dit vers (9:31) eens reciteerde, zei ‘Adiy ibn H’aatim: “O Allahs boodschapper! Zij aanbidden hen (d.w.z. de rabbijnen en monniken) niet.” Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “Zij doen dat zeker wel. Zij (d.w.z. de rabbijnen en monniken) maakten wettige dingen als onwettig, en onwettige dingen als wettig (denk o.a. aan Paulus’ visie aangaande de besnijdenis en varkensvlees), en zij (d.w.z. de joden en de christenen) volgden hen; en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.” (Overgeleverd door Ah’mad, at-Tirmidzie en Ibn Djarier.)

Bovendien hebben we in Stierf Jezus aan het kruis? gezien dat Jezus (vrede zij met hem) niet stierf aan het kruis en dat Jezus’ herrijzenis uit de dood zelfs in christelijke kringen discutabel is.

Enfin, het artikel op de christelijke website zegt ook: “De Bijbel onderwijst ons dat de Vader God is, dat Jezus God is, en dat de Heilige Geest God is.” Ze bedoelen hier eigenlijk dat dubbelzinnige verzen in de Bijbel (d.w.z. in het Nieuwe Testament) – origineel of later toegevoegd – zodanig uitgelegd kunnen worden, hierover later meer.

Paul zei: “Als ze later toegevoegd zouden zijn en dus blijkbaar duidelijk wilde maken, volgens moslims, dat het om meerdere goden ging, zouden ze dat dan niet ondubbelzinnig opschrijven?” Nou, 1 Johannes 5:7, zie hierboven, is een voorbeeld waar een ondubbelzinnige formulering is toegevoegd, welke later weer verwijderd en aangepast werd. Zo’n ondubbelzinnige formuleringen zijn te duidelijke vervalsingen om stand te houden!

Het artikel gaat verder: “De Bijbel onderwijst ons ook dat er maar één God is. Hoewel we wel enkele feiten over de relatie tussen de verschillende personen van de drie-eenheid onderling kunnen begrijpen, is deze uiteindelijk niet door het menselijk verstand te bevatten.”

Wij zeggen: wel als je deze dubbelzinnige verzen uitlegt met behulp van ondubbelzinnige verzen, die niet op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Wij verwerpen de drie-eenheid dus niet omdat we het niet begrijpen, we verwerpen dit concept omdat teksten aantonen dat dit concept een onjuist concept is.

Het artikel geeft ook aan: “Je moet begrijpen dat dit op GEEN ENKELE manier suggereert dat er 3 Goden zijn. De drie-eenheid is 1 God die bestaat uit 3 personen.”

Met andere woorden “God is drie”, terwijl op verschillende plaatsen in de Bijbel aangegeven wordt dat God één is: “…Maar God is één…” (Galaten 3:20.) En: “Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!” (Deuteronomium 6:4.) En Jezus (vrede zij met hem) zou gezegd hebben: “En dit is eeuwig leven, dat zij U kennen, de Enige Ware God (= Allaah in het Arabisch), en Jezus Christus, die U gezonden heeft (als profeet).” (Johannes 17:3.)

Na het aanhalen van enkele dubbelzinnige verzen, die op meerdere manieren uitgelegd kunnen worden, geeft het artikel aan dat de woorden “Elohim” en “ons” in deze verzen meervoudsvormen zijn – meer dan twee – en dus aan drie of meer refereren moeten. Zij leggen dit heel kort door de bocht uit als: Vader, Zoon, Heilige Geest.

Dit is misschien mooi en voldoende voor degenen die louter hun begeerten volgen. Zij denken bewijs gevonden te hebben voor hun standpunt en stoppen met hun overpeinzing. Maar degene die verder kijkt, ontdekt iets heel anders.

Een voorbeeld, het artikel geeft aan: “Voor de passages in het Oude Testament is kennis van het Hebreeuws nuttig. In Genesis 1:1 wordt het meervoudig zelfstandig naamwoord ‘Elohim’ gebruikt.”

We moeten toegeven, het artikel zegt nu iets heel verstandigs: kijk naar de tekst in de taal waarin het geopenbaard is. Wij zouden zelfs nog een stapje verder willen gaan en zeggen dat het niet alleen ‘nuttig’ is, maar onontbeerlijk! Een vertaling is slechts een weergave van de betekenissen van het origineel. Je hebt te maken met letterlijke en figuurlijke betekenissen, taalkundige en religieuze betekenissen, idiomatische (taaleigen) uitdrukkingen etc.

Een vertaling kan nooit en te nimmer het origineel vervangen. Dit is ook zo met de Qor-aan. Het is incorrect om zulke vertalingen ‘De Qor-aan’ te noemen, of zelfs ‘Een Vertaling van de Qor-aan,’ want de Qor-aan kan niet vertaald worden. Dergelijke werken dienen ‘Een Vertaling van de Betekenissen van de Qor-aan’ genoemd te worden, of vergelijkbare bewoording, zodat het duidelijk begrepen wordt door het publiek dat het werk in hun handen niet de Qor-aan is.

Terug naar het voorbeeld dat het artikel in kwestie gaf. Als we kijken naar Genesis 1:1, dan lezen we: “In het begin schiep (enkelvoud) God (enkelvoud) de hemelen en de aarde.” Maar Elohim is meervoud, zegt het artikel, dus zou het vertaald moeten worden als: “In het begin schiepen (meervoud) Goden (meervoud) de hemelen en de aarde.”

Ik heb 8 (acht) Nederlandstalige vertalingen bekeken en overal staat “God” en “schiep” in het enkelvoud. Dat wil zeggen dat het allemaal slechte vertalingen zijn, vertaald door vertalers die niet wisten dat ‘Elohim’ een meervoudsvorm is en dus vertaald dient te worden als ‘Goden’, of deze vertalers hebben het vertaald binnen de context. Wat is dan de context?

Als God spreekt over Zichzelf in een meervoudsvorm, wil dit niet zeggen dat Hij bestaat uit meerdere personen of iets dergelijks. In de Qor-aan verwijst God regelmatig naar Zichzelf met “Wij” en “Ons”. Maar dit betekent niet – op geen enkele manier – dat er meerdere goden zijn of dat God bestaat uit meerdere entiteiten. De verwijzing naar Allah met “Wij” dient begrepen te worden in de Arabische taal (verwant aan het Hebreeuws, beide zijn Semitische talen) als een literaire stijl, een meervoudsvorm gebruikt voor verheerlijking en respect, duidend op voortreffelijkheid, macht en grootsheid (pluralis excellentiae). Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah schreef in Madjmoe’ al-Fataawa (5/128): “Een dergelijk gebruik in het Arabisch verwijst naar degene die vooraanstaand is en dienaren heeft die hem gehoorzamen; wanneer deze dienaren iets doen op zijn bevel, zegt hij: ‘Wij deden het,’ zoals een koning kan zeggen: ‘Wij veroverden dit land en wij versloegen dit leger,’ enzovoort.” Dit is te vergelijken met het koninklijke meervoud (pluralis majestatis). In correct Nederlands verwijst de koning van Nederland naar zichzelf als “wij” (‘wij hebben besloten’, of ‘wij, Willem-Alexander…, hebben goedgevonden’). Dus telkens wanneer Allah de Verhevene het meervoud gebruikt om naar Zichzelf te verwijzen, is dit op grond van het respect en de eer die Hij verdient, en i.v.m. het grote aantal van Zijn Namen en Eigenschappen, en door het grote aantal van Zijn troepen en engelen.” (Referentie: al-‘Aqiedah al-Tadmoeriyyah van Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah, blz. 109.)

Aangezien Elohim een meervoudvorm is, citeren vele trinitaristen dit als een bewijs voor de basis van de trinitaristische doctrine voor de drie-eenheid. Dit was echter een traditionele positie. Er zijn ook enkele moderne christelijke theologen die dit beschouwen als een exegetische misvatting.

We zullen het advies op de christelijke website opvolgen en naar de Hebreeuwse taal kijken.

Elohim is een grammaticaal enkelvoudig woord voor God in zowel de moderne als klassieke Hebreeuwse taal. Wanneer het gebruikt wordt met werkwoorden in meervoudsvorm, wordt Elohim gewoonlijk meervoudig gebruikt, ‘goden’.” (Glinert Modern Hebrew: An Essential Grammar Routledge.)

“De Hebreeuwse taal heeft verschillende zelfstandige naamwoorden die eindigen op -im (mannelijk meervoud) en -oth (vrouwelijk meervoud), die desondanks werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden in enkelvoudvorm hebben. Sommige van hen zijn alledaagse grammaticale fenomenen. Elohim wordt soms beschouwd als pluralis excellentiae – een meervoudvorm om grootheid of voortreffelijkheid aan te duiden, in plaats van aantal.” (Gesenius’ Hebrew Grammar.)

In Gesenius’ Hebrew Grammar lezen we ook: “In de Hebreeuwse Bijbel is Elohim, wanneer het de God van Israël beduidt, meestal grammaticaal enkelvoudig. Zelfs in Genesis 1:26: ‘God zei (enkelvoudig werkwoord): ‘Laten Wij mensen maken (meervoudig werkwoord)…’’ Elohim (God) is enkelvoudig. Gesenius en andere Hebreeuwse grammatici omschrijven dit traditioneel als de pluralis excellentiae (meervoudvorm van voortreffelijkheid), wat vergelijkbaar is met het (latere) pluralis majestatis (Koninklijk meervoud, of de “Koninklijke wij”).” (Einde citaat.)

Vergelijk het meervoudige Elohim eens met het vergelijkbare gebruik van meervouden als ba’al (meester) en adon (heer).

Het moge duidelijk zijn dat de schrijvers van het artikel in kwestie, die de drie-eenheid verdedigen, verstrikt zijn geraakt in hun eigen web door te stellen dat kennis van het Hebreeuws ‘nuttig’ is. Ze zijn gevallen in de kuil die ze voor een ander groeven!

Aldus wordt het Hebreeuwse elohim in Nederlandse vertalingen van de Bijbel gewoonlijk vertaald als “goden” wanneer er verwezen wordt naar heidense afgoden, en als “God” wanneer het verwijst naar de God van Israël, Die één is, niet drie.

“Ik (enkelvoud) ben (enkelvoud) Jehovah, en er is geen ander; naast Mij (enkelvoud) is er geen god…” (Jesaja 45:5.)

Het Hebreeuwse elohim komt vaak voor in de tekst van het Oude Testament. In sommige gevallen [waaronder Exodus 3:4: “…riep (enkelvoud) Elohim hem vanuit de struik…”] is het een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in Hebreeuwse grammatica, en dus wordt het begrepen als verwijzend naar de enkelvoudige God van Israël (Hij is één, niet drie). In andere gevallen is elohim een gewone meervoudsvorm van het woord Eloah, en verwijst dan naar het polytheïstische concept van meerdere goden (bijvoorbeeld Exodus 20:3: “Jullie dienen geen andere goden naast Mij te hebben”).

Een ander voorbeeld van enkelvoudig gebruik is de betekenis van elohim gebruikt om de geest van de dode profeet Samuel te omschrijven, opgewekt door Saul (met de Toestemming van God) in 1 Samuel 28:13: “…Ik zie een god (of goddelijke gestalte) (enkelvoud) uit de aarde opdoemen…”

Volgens o.a. De Groot en Hulst, p. 90-94, kan men dit woord het beste vertalen als een abstract-meervoudig begrip, bijvoorbeeld: ‘Godheid’. De meervoudsvorm eindigend op -im kan namelijk ook begrepen worden als verwijzend naar abstractie, zoals in de Hebreeuwse woorden chayyim (“leven”) of betulim (“maagdelijkheid”). Als men het op deze manier begrijpt, betekent elohim “goddelijkheid” of “godheid”. Het woord chayyim is evenzo syntactisch (volgens de regels die de structuur van een taal beheersen) enkelvoudig wanneer het gebruikt wordt als een naam, maar anders syntactisch meervoudig.

Kortom, de betekenis van de aanduiding van God als ‘Elohim’ is niet eenduidig (De Groot en Hulst, p. 94) en blijkt dus een Hebreeuwse naam voor God te zijn, een vorm van meervoud verwijzend naar de Grootsheid en Verhevenheid van God. Het beduidt dus geenszins en op geen enkele manier dat God meervoudig is, niet drie (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) en niet meer dan drie!

Een ander punt – waar we hiervoor al even over gesproken hebben – is dat de drie-eenheid een concept is wat pas in het Nieuwe Testament onderwezen wordt, en niet eens door Jezus (vrede zij met hem), want hij bleef hameren op het belang van de wet. Als we omwille van de discussie zouden stellen dat er in het Oude Testament verzen zijn die zinspelen op dit concept (wat dus niet zo is!), kan men zich dus afvragen: waarom werden mensen dan zo lang in het ongewisse gelaten over dit concept en werd het slechts met bedekte termen en niet eenduidige verzen en begrippen aangeduid? Sterker nog, mensen werden dan zelfs op een dwaalspoor gezet door verzen als:

“Want Jehovah, uw God, is een verterend vuur, zelfs een jaloerse God (d.w.z. dat Hij geen andere goden naast Zich duldt).” (Deuteronomium 4:24.)

“Aan jou is getoond, zodat je zou weten dat Jehovah God is; er is geen ander naast Hem.” (Deuteronomium 4:35.)

“Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!” (Deuteronomium 6:4.)

“Ik ben Jehovah, en er is geen ander; naast Mij is er geen god…” (Jesaja 45:5.)

“Opdat zij weten, van waar de zon opkomt tot aan waar zij ondergaat (d.w.z. iedereen), dat er niemand is naast Mij. Ik ben de Heer en er is niemand anders.” (Jesaja 45:6.)

Etc. etc… Deze verzen geven expliciet en eenduidig de eenheid van God aan: zuiver monotheïsme! En zo is het ook altijd begrepen totdat o.a. Paulus het concept van drie-eenheid innoveerde. Moh’ammed Asad schreef in zijn The Message of the Qur’aan bij vers 43:80 van de Koran: “Tot aan vandaag is er nog geen einde aan de eeuwenoude christelijke controversen aangaande de vraag of Jezus (vrede zij met hem) ‘de zoon van God’ was of niet, en dus goddelijk of niet. Deze controversen werden vaak beïnvloed door een onderbewuste neiging van enkele van de vroegere christelijke denkers naar aloude, voornamelijk Mithraïstische (#11), culten en concepten die in het begin fel bestreden werden door unitarische theologen, die dus niet de drie-eenheid beleden. Vanaf 325 n.C. werden tijdens verschillende politiekgemotiveerde concilies (bijeenkomsten van alle bisschoppen) de unitaristische opvattingen veroordeeld als ‘ketters’ en de doctrine van Jezus’ goddelijkheid officieel geformuleerd in de zogenaamde ‘Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel’ als de basis van de christelijke geloofsovertuiging.”

<<< (#11) Het Mithraïsme was een officiële godsdienst in het Romeinse Rijk waarin de afgod Mithras vereerd werd die ook de zoon van God zou zijn. De Romeinen namen het mithraïsme als één van de twee officiële godsdiensten aan tot ca. 300 n.C., toen de opkomst van het Christendom in Rome het Mithraïsme afzwakte (lees: geleidelijk in elkaar overgingen). Volgens sommigen zijn bepaalde kenmerken van de figuur Jezus ontleend aan Mithras. Er zijn opvallende overeenkomsten tussen de twee: zo werd Mithras (net als volgens de traditie, Jezus) op 25 december (#A) geboren van een maagdelijke moeder, was hij de zoon van God, had hij 12 discipelen en een laatste avondmaal, werd hij in een graf in de rotsen gelegd, en herrees hij na drie dagen uit de dood. (S. Achcharya, The Christ Conspiracy: The Greatest Story Ever Sold, Kempton, 1999, p. 119.)

(#A) Onderzoekers die onderzoek hebben gedaan naar de geboortedag van Jezus (vrede zij met hem) zijn het over een ding eens: de datum van Jezus’ geboorte is in ieder geval niet op 25 december, maar eerder ergens in de maand augustus of begin september. Eigenlijk wist men dat al heel vroeg, maar toen speelden er andere (lees: politieke) belangen mee.>>>

Enfin, het christelijke artikel waar we eerder naar verwezen geeft aan dat er een ondergeschiktheid is binnen de drie-eenheid: “De Schriftteksten tonen dat de Heilige Geest ondergeschikt is aan de Vader en de Zoon, en dat de Zoon ondergeschikt is aan de Vader.”

En dit is een van die vele christelijke controversen, want andere bronnen geven aan, zoals aan het begin van dit werk genoemd is, dat “niemand van hen de andere voorging of de andere schiep, noch staat er een van hen boven de andere qua macht of waardigheid. In exacte theologische termen, zij zijn één in wezen (of geest), voor eeuwig tezamen bestaand en gelijkwaardig.” (David Lyle Jeffrey, Dictionary of Biblical Tradition in English Literature, p. 785.)

Zo geeft elke christelijke stroming zijn eigen invulling aan het drie-eenheid concept, allemaal geïnspireerd door “de Heilige Geest”. Zo is er ook een controverse aangaande Jezus (vrede zij met hem): was hij als God op aarde, als mens of God-mens? Bijbelteksten zorgen voor een enorm dilemma hieromtrent.

De Jezus (vrede zij met hem) die op aarde was, kan in feite geen God zijn. Zo was hij onwetend over het Laatste Uur: “Maar van die Dag of dat Uur weet niemand, zelfs niet de engelen in de hemel, noch de zoon, maar de Vader.” (Marcus 13:32.)

Het Oude Testament geeft aan: “Maar zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie, de hemel en de hemel der hemelen kan U niet bevatten…” (1 Koningen 8:27), terwijl Jezus (vrede zij met hem) op aarde leefde.

We lezen in 1 Timoteüs 6:15-16 over God: “…de Koning der koningen, en de Heer der heren; Die alleen onsterfelijkheid heeft…” En volgens christenen stierf Jezus (vrede zij met hem) aan het kruis. Etc., etc. (Zie Stierf Jezus aan het kruis?)

Sommige christenen zeggen daarom dat dit alles zo was omdat Jezus (vrede zij met hem) als mens op aarde was, niet als God. Met andere woorden, God was zo’n 33 jaar lang Zijn goddelijkheid kwijt en geen God! En ondanks alles was God nog steeds God van het hele universum. Dus God was als mens op aarde, terwijl Jezus (vrede zij met hem) opriep tot geloof in en gehoorzaamheid jegens God de Vader die in de hemel is, en hij verrichtte smeekbeden tot God de Vader, en kende kennis over het Laatste Uur toe aan God de Vader…

Dit hele gehocuspocus komt wellicht doordat zij een totaal verkeerd beeld hebben van God. Het kennen van God – Allah – zorgt ervoor dat een persoon van Hem houdt en Hem vreest en zijn vertrouwen in Hem stelt en zijn daden oprecht voor Hem verricht. Dit is de essentie van het menselijke geluk. Daarentegen zal een gebrek aan kennis over God ervoor zorgen dat men God niet volgens Zijn juiste waarde inschat en Hem dus gemakkelijker ontkent of ongehoorzaam is. (Zie o.a. het artikel Hoe ziet God er uit?)

We dienen voornamelijk op te passen voor antropomorfisme, de neiging om God voor te stellen volgens ons eigen voorstellingsvermogen, want God is verheven boven het beperkte voorstellingsvermogen van de mens, en Zijn Eigenschappen kunnen niet vergeleken worden met die van Zijn schepping. God zegt o.a.: “…er is niets zoals Hem…” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 11.] Hij zegt ook: “En niet één (niemand of niets) is gelijkwaardig (vergelijkbaar) aan Hem.” [Soerat al-Ikhlaas (112), aayah 4.]

We dienen dus nooit te proberen God voor te stellen, of in ons hoofd een beeld van Hem te vormen. We kunnen niet eens een gelijkenis geven, of God op een metaforische manier omschrijven.

Maar antropomorfisme is een bedrieglijke neiging dat te allen tijde en bij alle mensen binnen kan sluipen en de Bijbel daadwerkelijk is binnengeslopen. Bijvoorbeeld: “En boven het hemelgewelf dat boven hun hoofden was, was er de gelijkenis van een troon met het uiterlijk van een saffiersteen: en op de gelijkenis van de troon was er bovenop de gelijkenis met het uiterlijk van een mens… Dit was het uiterlijk van de gelijkenis van de glorie van Jehovah (God)…” (Ezechiël 1:26-28.)

En: “En God zei: ‘Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis…’” (Genesis 1:26.)

Zulke verzen zorgen er voor dat christenen niet bang zijn om God af te beelden als een oude man met een baard, een soort Sinterklaas voor volwassenen! Verheven is Allah boven wat ze Hem toeschrijven!

Geen wonder dat men Allah niet volgens Zijn juiste waarde inschat en Hem dus gemakkelijk ontkent of ongehoorzaam is. Kijk eens naar het ‘beeld’ dat geschetst wordt in de Islaam. In vers 255 van soerat al-Baqarah lezen we o.a.: “…Zijn Koersie strekt zich uit over de hemelen en de aarde…” De Koersie (letterlijk een voetbank of stoel) genoemd in dit vers dient onderscheiden te worden van de ‘Arsh (Troon) genoemd in verzen 7:54, 10:3, 21:22, 85:15 en elders. Aboe Dzarr (een metgezel – moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zeggen: ‘De Koersie vergeleken met de ‘Arsh is niets dan als een ring gegooid in de woestijn.’” Als de Koersie zich uitstrekt over het volledige universum, en in verhouding tot de ‘Arsh is het slechts een ring in de woestijn, hoeveel groter is dan de ‘Arsh, het grootste object dat Allah de Verhevene geschapen heeft!? Waarlijk, Allah, de Schepper van zowel de Koersie als de ‘Arsh, is nog groter: Allah is de Grootste (Allaahoe Akbar)!

Zal een zodanige grote Macht, Die zelfs de hemel der hemelen niet kan bevatten, als mens op de aarde kunnen verschijnen? Nee, nee en nog eens nee! Oké, God is Almachtig, maar sommige ‘dingen’ bestaan gewoon niet.

Sommige atheïsten stellen, indien God Almachtig is, dat Hij ook andere goden zoals Zichzelf kan scheppen. Dit argument is een van de oudste argumenten van polytheïsten, en de geleerden hebben hier een welbekend antwoord op, wat samengevat kan worden in de volgende twee punten:

1.) Deze kwestie is onmogelijk, omdat als het een god zou zijn, het onmogelijk zou zijn om hem te scheppen, want God heeft geen begin noch een einde. Het aannemen dat hij een god is en tegelijkertijd geschapen, is onmogelijk. Als hij geschapen is, is hij niet zoals God (Die niet geschapen is), maar slechts een van Zijn dienaren.

2.) Het is onmogelijk dat er naast Allah een andere god bestaat. Als er meerdere goden (in de volledige betekenis van het woord: volmaakte wezens die almachtig zijn) zouden zijn, zouden zij in staat zijn elkaar en elkaars schepping te vernietigen en tegelijkertijd zichzelf en de eigen schepping te beschermen, en dit is onverenigbaar en elkaar wederkerig uitsluitend. Als je dit probeert te verklaren door te stellen dat elke god exclusieve controle heeft over zichzelf en hetgeen hij schiep en niet over andere goden en hetgeen zij schiepen, brengt dat een beperking in o.a. hun macht en heerschappij met zich mee, en Allah de Almachtige – de Enige Ware God – heeft geen enkele beperking.

Hetzelfde geldt voor het scheppen van een object dat zo zwaar is dat Allah de Verhevene het niet kan optillen, bijvoorbeeld. Dit is onmogelijk, omdat Allah Degene is Die het schept, en Hij is in staat om het te vernietigen wanneer Hij dat wil. Dus hoe kan het dan zijn dat Hij het niet kan tillen!?

De atheïst belastert slechts de algemene betekenis van de Woorden van Allah de Verhevene: “…Waarlijk, Allah is over alle zaken Almachtig.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 20.] Dus, zegt hij, als Hij macht heeft over alle zaken, waarom heeft Hij dan niet de macht om dit te doen?

Het antwoord is: omdat het onmogelijk is! Niet in de zin van dat Allah de Verhevene een beperking heeft, maar het is niets! Het feit dat God Almachtig is, sluit automatisch uit dat Hij iets niet kan. Als Hij iets zou kunnen scheppen wat Hij niet kan tillen, zou dat een beperking beduiden, en dat kan dus niet. Dat wat onmogelijk is, bestaat niet, omdat het niet kan bestaan, dus is het niets, ook al kan de fantasie het zich inbeelden. Het is bekend dat de fantasie het onmogelijke kan veronderstellen en inbeelden en dat de fantasie twee tegengestelden tegelijkertijd kan inbeelden.

Het vers geeft aan dat Allah Macht heeft over alle “dingen”, maar dit omvat niet dingen die inherent onmogelijk zijn, omdat dit geen dingen zijn. Zij bestaan niet en kunnen niet bestaan.

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei in Shifa’ al-‘Aliel (p. 374): “Omdat hetgeen wat onmogelijk is geen ‘ding’ is, heeft Zijn Macht er dus geen betrekking op. Allah heeft Macht over alle dingen, en geen denkbaar ding gaat Zijn Macht te boven.”

Paul schreef: “De drie-eenheid is een concept dat je probeert te weerleggen door het proberen te begrijpen. Maar daarmee probeer je te weten wat God weet. God bepaalt wat wij nodig hebben en wat wij van Hem moeten weten. Wij zijn maar nietig vergeleken met Hem. Jullie moeite om Zijn Wezen te begrijpen is niet meer dan eenzelfde poging die Adam en Eva deden om van de Boom des Levens te eten, kennende het goed en het kwaad. Dat was enkel bekend bij God maar nu hebben we ons daar schuldig aan gemaakt.”

Nee! Nou worden ons zaken verweten die wij niet doen. Wij proberen Gods Wezen niet te begrijpen. Zie hierboven het stukje over antropomorfisme. Wij willen enkel het valse concept van de drie-eenheid weerleggen, want hiermee zijn trinitarische christenen vervallen in shirk – polytheïsme – en aanbidden jullie o.a. de mens Jezus (vrede zij met hem) naast God (als de Zoon), alsook de engel Gabriël (vrede zij met hem) of de satan (als “de Heilige Geest”) en Paulus etc.

En waarom verwijst Paul mij dan naar christelijke websites waar ze de drie-eenheid proberen uit te leggen aan christenen, met schema’s en voorbeelden van eieren (schaal, eiwit en eigeel) en water (damp, vloeistof en ijs)? Waarom verwijst hij mij naar websites die zich schuldig maken aan “proberen te weten wat God weet” en die “dezelfde poging doen die Adam en Eva deden om van de Boom des Levens te eten”? Als wij kritische vragen stellen over de drie-eenheid worden ons deze dingen verweten, maar het is oké om christenen dit incorrecte concept te onderwijzen!

Maar laten we ook eens kijken wat Jezus (vrede zij met hem) over zichzelf zegt. Hij zegt o.a.: “En Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Niemand is goed behalve God.” (Markus 10:18.)

Als Jezus (vrede zij met hem) zichzelf als “niet goed” beschouwt, hoe dan kan iemand die beweert Jezus te volgen hem op hetzelfde niveau plaatsen als God de Almachtige? Een ander belangrijk punt is dat hij zegt “behalve God”. Jezus (vrede zij met hem) geeft hier exclusiviteit aan God de Almachtige, toen hij zei “behalve”. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komt alleen God toe, niet hem: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.)

“…Ik ben slechts gezonden…” (Matteüs 15:24.)

“Waarlijk, waarlijk, ik zeg tegen jullie, een dienaar is niet meer (groter, belangrijker) dan zijn heer; noch is iemand die gezonden is meer (groter, belangrijker) dan degene die hem zendt.” (Johannes 13:16.)

Johannes 13:16 in combinatie met Johannes 14:28 en Matteüs 15:24 geeft dus ondubbelzinnig aan dat Jezus (vrede zij met hem) slechts een dienaar en gezant (profeet, boodschapper) is, niet meer dan dat.

“Want ook de zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…” (Marcus 10:45.)

En Matteüs 23:9-10 geeft aan: “En noem geen mens op aarde jullie vader: want één is jullie Vader, Hij Die in de hemel is (God). Noch mogen jullie meesters (leraar, profeet) genoemd worden: want één is jullie meester, de Christus.”

Jezus (vrede zij met hem) zei over zichzelf – in niet mis te verstane woorden – dat hij een profeet was: “Maar Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet is niet zonder eer, behalve in zijn eigen stad, en onder zijn eigen verwanten, en in zijn eigen huis.’” (Marcus 6:4.) En mensen erkenden hem als een profeet van God: “En de menigte zei: ‘Dit is Jezus de profeet uit Nazaret in Galiea.’” (Matteüs 21:11.)

Jezus (vrede zij met hem) zou ook gezegd hebben: “Ik kan uit mijzelf niets doen (ikzelf heb geen macht); zoals ik hoor, oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader (= Islaam), Die mij gestuurd heeft.” (Johannes 5:30.)

En: “Want ieder die de Wil van mijn Vader Die in de hemel is doet (= moslim), is mijn broeder (in het geloof) en zuster en moeder.” (Matteüs 12:50.)

We zouden nog veel meer verzen kunnen aanhalen, maar willen dit deel afsluiten met: “…ga naar mijn broeders, en zeg tegen hen: ‘Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, en naar mijn God en jullie God.’” (Johannes 20:17.)

Zijn dit woorden van God, of van een God, of zijn dit woorden van een profeet of boodschapper van God?

Paul schreef:

– “Jezus noemde zich nadrukkelijk ‘de Zoon’ (van de Vader)…” Ja, zoals hij ook andere mensen zoon van de Vader noemde.

– “…en ook vaak ‘de Mensenzoon’ (NBG-vertaling: ‘Zoon des Mensen’) Hij zei dat hij door ‘de Vader’ gezonden was en dat hij alleen dat zei en deed ‘wat hij de Vader had zien doen’ Matteüs 11:27…” Ja, dat deed elke profeet en boodschapper d.m.v. openbaring en inspiratie.

– “…daarmee gaf hij ten eerste letterlijk aan dat hij bij God vandaan naar de mensen was gekomen…” Letterlijk of figuurlijk, want hij sprak vaak in gelijkenissen: “En met veel van zulk soort gelijkenissen sprak hij het woord tot hen, voor zover zij het konden horen (begrijpen).” (Marcus 4:33.)

– “…ten tweede dat hij God de Vader goed kende…” Natuurlijk, hij deed dienst als profeet en boodschapper voor de mensheid; elke profeet en boodschapper kent God goed d.m.v. openbaring en inspiratie.

– “…en ten derde dat hij zijn missie niet op eigen initiatief was begonnen…” Ja, zoals geldt voor elke profeet en boodschapper.

– “…maar dat hij gehoorzaam de taak uitvoerde die de Vader hem gegeven had…” Ja, zoals geldt voor elke profeet en boodschapper.

– “…Ook zegt Jezus van zichzelf dat hij er was ‘van voordat Abraham er was’ (Joh. 8:58).” Letterlijk of figuurlijk, want Abraham (vrede zij met hem) en andere profeten kunnen ook d.m.v. inspiratie op de hoogte gesteld zijn van zijn komst waardoor hij er “figuurlijk” was. Als deze tekst al oorspronkelijk van God komt! Zo werd de komst van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ook al aangekondigd in o.a. Deuteronomium 18:18, zodat men toen al op de hoogte was van zijn komst en hij “figuurlijk” al onder hen was.

Paul schreef ook: “In het laatste Bijbelboek, de Openbaring, wordt een verschijning van Jezus beschreven, waarin hij zegt: ‘Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde’. De vier evangeliën geven onder meer parabels weer, waarin Jezus nog veel meer ‘Ik ben’-functies op zichzelf betrekt, zoals: ‘Ik ben de ware wijnstok’; ‘Ik ben de deur’; ‘Ik ben de goede herder’; ‘Ik ben het licht voor de wereld’; ‘Ik ben het brood dat leven geeft’. Deze claims liet hij overigens nooit op zichzelf staan, maar hij koppelde er steevast een belofte aan vast. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Zijn missie vatte hij verder samen met de uitspraak: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij.’”

Natuurlijk, hier heb ik niets op aan te merken: de verloren schapen van Israël – en alleen de verloren schapen van Israël (#12) – moesten weer rechtgeleid worden omdat zij van het rechte pad waren afgeweken. Dus Jezus (vrede zij met hem) leidde hen als profeet van God weer naar het rechte pad. Degenen die hem niet volgden, bleven dwalen. Hij was destijds het voorbeeld – het licht – om te volgen, hij verkondigde destijds de boodschap/waarheid van God. Jammer dat o.a. Paulus deze boodschap/waarheid totaal vernietigd heeft, waardoor de mensen wederom dwaalden en in duisternis verkeerden, en er dus een nieuwe boodschapper – een nieuw licht – moest komen om de mensen wederom te leiden naar de waarheid, naar de juiste weg, naar de Vader.

<<< (#12) “…Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis (volk) van Israël.” (Matteüs 15:24.)>>>

Imaam Ah’mad leverde over dat Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat een man eens zei: “O Moh’ammed! Jij bent onze heer en de zoon van onze heer, onze meest rechtschapen persoon en de zoon van onze meest rechtschapen persoon…” Allahs boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “O mensen! Zeg wat je moet zeggen, maar sta de satan niet toe om jullie beet te nemen (te misleiden). Ik ben Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah, Allahs dienaar en boodschapper. Bij Allah! Ik houd er niet van dat jullie mij verheffen boven de positie die Allah mij geschonken heeft.”

Paul reageerde hierop: “Anas ibn Maalik dat is die man die alles kon vertellen over het haar van Mohammed. Dat is toch niet serieus te nemen.” En moeten we deze opmerking van hem wel serieus nemen dan? Wat maakt dat nou uit of iemand alles kan vertellen over het haar van zijn geliefde profeet (als deze info al authentiek is)!? Ik kan ook alles vertellen over het haar van mijn vrouw, en van mijn vader en moeder, omdat ik hen zeer goed ken. Maakt dit mij onbetrouwbaar? Natuurlijk niet. Dit toont slechts Paul’s vooringenomenheid aan, meer niet.

Moslims zijn in staat geweest om het Woord van God nauwkeurig gescheiden te houden van de woorden en daden van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), ook wel Soennah genoemd, wat bestaat uit talrijke ah’aadieth (overleveringen) die worden onderverdeeld in verschillende categorieën. Door het toepassen van strenge regels is het bekend welke overleveringen authentiek (sah’ieh’) zijn, welke zwak (dha’ief) en zelfs welke verzonnen (mawdoe’) zijn, met verschillende categorieën daar tussen. De Bijbel toont aan dat christenen daar gruwelijk in gefaald hebben en dat zij alles op één grote hoop hebben gegooid!

Ook voerden de moslims Asmaa-oer-Ridjaal [tak van wetenschap over de goede en slechte eigenschappen van de overleveraars van de h’adieth (overlevering)] als wetenschap in, om de betrouwbaarheid van de overleveringen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) te waarborgen. De krachtige, stevige en onwrikbare principes die de moslims toepasten voor onderzoek en gedetailleerde studie zijn zo weergaloos, dat de wereld deze in haar gehele bestaan nimmer eerder heeft gekend. Het is verbazingwekkend hoe moslims alles tot in detail hebben vastgelegd en zelfs de ketens en eigenschappen van overleveraars hebben genoteerd. Het is zelfs bekend wie wat zei en wie bekend staat als betrouwbaar of twijfelachtig en over wie bekend is dat hij gelogen heeft of zich regelmatig vergiste.

D.m.v. deze wetenschap blijkt dat de metgezel Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) een betrouwbaar persoon was, wiens overleveringen ook ondersteund worden door andere overleveraars. En dan komt Paul even vertellen dat zijn overleveringen niet serieus genomen kunnen worden! Dit toont aan hoe serieus hij met religieuze teksten omgaat. De Bijbel leest hij, ondanks alle tegenstrijdigheden, het synoptisch vraagstuk, Paulus’ bekentenissen en leugens etc. etc. en zonder de strenge regels die moslims toepasten om hun religieuze teksten te toetsen, van kaft tot kaft als het Woord van God!

Het is algemeen bekend, aangaande het Nieuwe testament, dat de nog bewaard gebleven handschriften niet, zoals het merendeel van de geschriften die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, uit de 1ste eeuw stammen, maar op zijn vroegst uit de 2de eeuw, een tijdsbestek waarin al veel veranderingen hebben kunnen plaatsvinden. Overleveraars en schrijvers zijn niet bekend, of men weet niet of het betrouwbare mensen waren die b.v. praktiseerden wat zij predikten, zich vaak vergisten of wat dan ook.

Paulus gaf toe zich te gedragen als een huichelaar: “Want hoewel ik vrij ben ten opzichte van iedereen, heb ik mijzelf een dienaar gemaakt voor iedereen, opdat ik des te meer (zieltjes) win. En voor de Joden ben ik als een Jood geworden, opdat ik de Joden mag winnen; voor hen die onder de wet zijn (ben ik iemand) als onder de wet, opdat ik hen die onder de wet staan mag winnen; voor hen die zonder wet zijn (ben ik iemand) als zonder wet, opdat ik hen die zonder wet zijn mag winnen.” (I Korintiërs 9:19-21.)

Vandaar dat je teksten kunt vinden zoals: “Maar voordat geloof kwam, werden wij onder de wet gehouden, opgesloten tot aan het geloof dat later geopenbaard zou worden. De wet was dus onze schoolmeester om ons tot Christus te brengen, opdat wij door geloof gerechtvaardigd mogen worden. Maar nadat dat geloof gekomen is, zijn wij niet langer meer onder een schoolmeester (wet)…” (Galaten 3:23-25.) Voor mensen zonder wet.

En: “Verklaren wij dan door het geloof de wet nietig? God verhoede: nee, wij bevestigen de wet juist.” (Romeinen 3:31.) Voor mensen onder de wet.

Hocus pocus, wat is het nu? Dient men de wet nu wel na te leven of niet? Je kunt er alle kanten mee op en dat is nou net waar de evangelisten etc. gebruik van maken. Het is één grote vage warboel waar je zowel zwart als wit mee kunt bewijzen. Discussiëren met evangelisten is dus eigenlijk ook niet te doen!

Enfin, in de Islaam zijn echter de ketens van overleveraars bekend die een uitspraak of handeling terugvoeren naar de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

De “oorspronkelijke” Griekse tekst van het Nieuwe Testament (wat ook maar louter een vertaling is) is dus niet gegeven (om over de originele uitspraken van Jezus (vrede zij met hem) in het Aramees maar te zwijgen!), maar moet uit de overlevering gereconstrueerd worden. Zonder de wetenschap over h’adieth en asmaa-oer-ridjaal (zoals de moslims dat hebben ontwikkeld, zie hierboven) is het dus zeer moeilijk, eigenlijk onmogelijk om de authenticiteit van teksten vast te stellen.

Als er vijf teksten zijn, waarvan er vier overeenkomen en één afwijkt, gaan christenen er vanuit dat die ene afwijkende onjuist is en die vier overeenkomende correct. Maar men gaat dan voorbij aan het feit dat (1) de vier schrijvers van die vier overeenkomstige teksten misschien overeengekomen zijn om het te veranderen (wegens haat, begeerten, lokale opvattingen of wat dan ook), (2) dat zij die gecorrumpeerde tekst wellicht van elkaar hebben overgeschreven, m.a.w., drie teksten zijn op één onjuiste tekst gebaseerd waardoor je vier overeenkomstige teksten hebt en één afwijkende, (3) dat het misschien maar één schrijver was die vier gecorrumpeerde kopieën schreef, en (4) dat die ene afwijkende tekst wellicht toch de correcte tekst is. Als je dan redeneert dat de vier teksten juist zijn omdat ze overeenkomen, maak je dus een enorme fout en wordt juist de correcte tekst verworpen omdat vier incorrecte teksten iets anders zeggen.

Enfin, terug naar het christelijke artikel over de drie-eenheid, dat ook voorbeelden geeft om de drie-eenheid enigszins te verduidelijken – wat dus eigenlijk niet mag! – zoals het voorbeeld van het ei (de schaal, het eigeel en eiwit) en het water (ijs, water en damp). Maar wij moslims houden het liever bij de woorden van Jezus (vrede zij met hem) zelf. Want als de drie-eenheid werkelijk waarheid zou zijn, zou Jezus (vrede zij met hem) het zeker genoemd hebben en verduidelijkt. Echter, hij heeft duidelijk aangegeven dat hem geen eer toekomt (waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God), hij niet gediend moet worden (want ook de zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen) en dat God één is, niet drie: “…Welk gebod is het eerste van alle? Jezus antwoordde: ‘Het eerste is, hoor, O Israël; de Heer, onze God, de Heer is één…’ …En de schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Naar waarheid, meester, hebt u gezegd dat Hij één is; en er is geen ander behalve Hij.” (Marcus 12:28-29, 32.)

Dit is veelzeggend! Want Jezus (vrede zij met hem), de onderwijzer par excellence, had hier alle twijfel weg kunnen nemen door te zeggen dat de Heer (God) drie is. Maar hij deed dit niet, hij zei: “de Heer is één.”

Waarom zou hij – die Paul en andere christenen “het licht voor de wereld” noemen – de mensheid in het duister laten over zijn ware identiteit? Christenen doen zo veel moeite om het concept van de drie-eenheid enigszins te verduidelijken – wat dus eigenlijk niet mag! – terwijl “de Zoon” zelf zegt: “onze God, de Heer is één”! Let op, hij zegt “onze God”, niet “jullie God”, omdat het ook zijn God is – dus geeft hij aan dat hij ook behoort tot de schepping – die hij gehoorzamen en aanbidden moet!

Paul schreef: “De Schrift verbiedt het aanbidden van engelen (Openbaring 19:10) en het aanbidden van mensen (Handelingen 10:25-26). Er waren echter veel mensen van wie Jezus de aanbidding aanvaardde (Matteüs 2:11; 8:2; 9:18; 14:33; 15:25; 28:9,17; Johannes 9:38; Lukas 24:52; …).”

Hiermee wil hij aantonen dat Jezus (vrede zij met hem) indirect toegeeft God te zijn en het verdient om aanbeden te worden, door hun aanbidding te accepteren en niet af te keuren. Oké, laten we eens kijken naar deze voorbeelden:

– Matteüs 2:11: “En zij gingen het huis binnen en zagen het jonge kind met Maria, zijn moeder; en zij wierpen zich neer en bewezen hem eer…” Ten eerste: Jezus (vrede zij met hem) was nog maar een baby, dus had hij geen keus. Ten tweede: zij deden dit om hem eer te bewijzen, niet om te aanbidden, zoals: “Eer uw vader en moeder.” (Diverse verzen.)

– Matteüs 8:2: “En zie, er kwam een leproos naar hem toe en knielde zich voor hem neer…” Knielde hij zich neer om hem te aanbidden, of om hem eer te bewijzen?

– Johannes 9:38: “En hij zei: ‘Heer, ik geloof.’ En hij knielde zich voor hem (Jezus) neer.” Knielde hij zich neer voor Jezus (vrede zij met hem) om hem te aanbidden, of om eer te bewijzen, uit respect?

Het vers dat daarna komt, Johannes 9:39, is ook zeer interessant: “En Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om te oordelen…’” Dit is een van die duidelijke tegenstrijdigheden in de Bijbel. Het is in overeenstemming met: “Want ook zal de Vader geen mens beoordelen, maar hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon gegeven.” (Johannes 5:22.) Maar Johannes 3:17 zegt iets anders: “Want God zond zijn Zoon niet naar de wereld om de wereld te beoordelen (want dit is een taak van God), maar dat de wereld gered zal worden door middel van hem (die als een profeet de wereld uitnodigde naar het rechte pad).” Ook Johannes 12:47 beweert iets anders: “En als iemand mijn woorden hoort, en ze niet in acht neemt, zal ik niet over hem oordelen: want ik ben niet gekomen om over de wereld te oordelen (want dit is een taak van God), maar om de wereld te redden (indien men mijn boodschap accepteert).”

– Lucas 24:52: “En zij bewezen hem eer, en keerden terug naar Jeruzalem in grote vreugde.” Eer bewijzen of een hulde brengen (zoals het in De Nieuwe Bijbelvertaling vertaald is) is het geven van waardering of eer. Belangrijk is ook het vers dat daarna komt: “en waren voortdurend in de tempel, God prijzend.” (Lucas 24:53.) Zij gaven blijk van waardering jegens Jezus (vrede zij met hem) en verheerlijkten en dankten God.

Voor al deze voorbeelden die Paul aanhaalde, geldt:

(1) Zijn deze teksten authentiek of niet? Is de vertaling correct of niet?

(2) Wat is de betekenis van “je neerknielen” en je “neerwerpen”?

“En de twee engelen kwamen ‘s avonds in Sodom aan; en Lot zat in de stadspoort van Sodom: en Lot zag hen en stond op om hen te ontmoeten; en hij boog zich voor hen met zijn gezicht naar de grond. En hij zei: ‘Zie nu, mijn heren…” (Genesis 19:1.) Lot (vrede zij met hem), een profeet van God, boog zich neer voor de engelen (en noemde de engelen zelfs ‘heren’).

“En Jozef liet hen (zijn zoontjes) tussen zijn (Israëls – Jakobs) knieën weggaan; en hij boog zichzelf met zijn gezicht naar de aarde.” (Genesis 48:12.) Hier boog Jozef (Yoesoef – vrede zij met hem) neer voor zijn vader Israël (Jakob – vrede zij met hem). Dit zijn twee profeten van God.

“En Mozes ging om zijn schoonvader te ontmoeten, en maakte een buiging en kuste hem…” (Exodus 18:7.) Zelfs Mozes (vrede zij met hem) boog zich neer, voor zijn schoonvader.

Er zijn nog vele voorbeelden, maar het moge duidelijk zijn dat het “neerbuigen” of “neerknielen” in deze context geen aanbidding is, maar louter het betonen van eer en respect. Want als het neerknielen of buigen voor Jezus (vrede zij met hem) betekent dat hij God is, dan zijn de engelen, Israël (Jakob), de schoonvader van Mozes en velen anderen ook God.

Ook de titel ‘heer’ is niet exclusief voor God en het beduidt ook niet dat Jezus (vrede zij met hem) goddelijk is. We zagen dit in Genesis 19:1 hierboven, alsook in: “Hij zag in een duidelijk visioen, omstreeks het negende uur van de dag, een engel van God komende tot hem en zeggende tot hem: ‘Cornelius!’ En hij, zijn ogen op hem gericht en bang, zei: ‘Wat is er heer?’…” (Handelingen 10:3-4.)

En in, bijvoorbeeld, Johannes 20:11-15 lezen we: “Maar Maria stond buiten het graf, huilend: terwijl zij dan huilde, boog zij voorover en keek in het graf; en zij zag twee engelen in het wit zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had. En zij zeiden tegen haar: ‘Vrouw, waarom huil je?’ Zij zei tegen hen: ‘Omdat ze mijn Heer (Grieks: kurion) weggehaald hebben, en ik weet niet waar zij hem neergelegd hebben.’ Nadat zij dit gezegd had, draaide zij zich om en zag Jezus staan, maar wist niet dat het Jezus was. Jezus zei tegen haar: ‘Vrouw, waarom huil je? Wie zoek je?’ Zij, in de veronderstelling dat het de tuinman was, zei tegen hem: ‘Heer (Grieks: kurie) (#13), als u hem weggedragen hebt, vertel me waar u hem neergelegd hebt, en ik zal hem wegnemen.’…”

<<< (#13) In de Griekse tekst wordt hetzelfde woord “kurie” gebruikt voor zowel Jezus (vrede zij met hem) als de ‘tuinman’. Wellicht dat kurie een gewone aanspreektitel was in die tijd, niet duidend op goddelijkheid of iets dergelijks. Volgens de Greek Interlinear Bible dienen de Griekse woorden “kurion” (mijn heer) en “kurie” (heer) beide in het Engels vertaald te worden als “master” of “lord” (heer). In diverse Engelse vertalingen vertalen ze het als “lord” (heer) als het betrekking heeft op Jezus (vrede zij met hem), maar als “sir” (meneer, mijnheer) als het betrekking heeft op de tuinman, om toch enig onderscheid te maken tussen Jezus (vrede zij met hem) en de ‘tuinman’. In De Nieuwe Bijbelvertaling hebben ze het, wellicht om enig misverstand te voorkomen, gewoon weggelaten.>>>

En over de titel “zoon van God” kunnen we het volgende zeggen: “Gezegend zijn de vredestichters: want zij zullen zonen van God genoemd worden.” (Matteüs 5:9.)

En: “Want allen die geleid worden door de Geest van God, zij zijn zonen van God.” (Romeinen 8:14.)

Dus figuurlijk, niet letterlijk!

Dit geldt zelfs voor de titel “god”! Het meest herhaalde vers van de christelijke Bijbel om ‘aan te tonen’ dat Jezus (vrede zij met hem) God is, is Johannes 1:1: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Ah’med Deedat zei hierover:

Neem alsjeblieft notitie van het feit dat dit niet de woorden van Jezus (vrede zij met hem) zijn; het zijn de woorden van Johannes (of wie ze dan ook opgeschreven heeft). Het is door elke christelijke Bijbelgeleerde bevestigd dat het oorspronkelijk de woorden zijn van een andere Jood, nl. Philus van Alexandrië, die deze woorden had geschreven voordat Johannes en Jezus (vrede zij met hem) zelfs waren geboren. En Philus beweerde niet dat hij deze woorden door “goddelijke inspiratie” had verkregen. Het maakt niet uit welke mystieke betekenis Philus rond deze woorden had gevlochten (waarop onze Johannes plagiaat heeft gepleegd), we zullen ze aannemen voor wat ze waard zijn.

Maar Grieks is geen Hebreeuws! Aangezien de manuscripten van de 27 Boeken van het Nieuwe Testament in het Grieks zijn, heeft een christelijke sekte zijn eigen versie vervaardigd, en zelfs de naam van deze selectie van 27 Boeken veranderd in “Christelijke Griekse geschriften!” Ik vroeg de eerwaarde of hij Grieks kende. “Ja,” zei hij, hij had 5 jaar Grieks gestudeerd voor zijn kwalificatie. Ik vroeg hem wat het Griekse woord voor “GOD” was, zo als het de eerste keer opduikt in het vers: “…en het Woord was bij God”? Hij bleef staren, maar gaf geen antwoord.

Dus zei ik: “Het woord is ton theon (??? ????) [hier stond oorspronkelijk hotheos, maar ik meen dat dit ton theon moet zijn], wat letterlijk “de god” betekent. Aangezien de Europeaan (inclusief de Noord-Amerikaan) een systeem heeft ontwikkeld van het gebruiken van hoofdletters om een eigennaam mee te beginnen en kleine letters voor gewone zelfstandige naamwoorden, zouden we het moeten accepteren dat hij een hoofdletter “G” aan God geeft; in andere woorden is ton theon weergegeven als “de god”, wat op zijn beurt weer is weergegeven als “God”. “Vertel me nu eens wat het Griekse woord voor God is in de tweede keer dat het verschijnt in uw citaat, “en het Woord was God”? De eerwaarde bleef nog steeds stil. Het was niet dat hij geen Grieks kende, of dat hij had gelogen, maar hij wist meer dan dat: het spel was over. Ik zei hem dat dit het woord theos (????) was, wat “een god” betekent. Volgens jullie eigen systeem van vertalen had je dit woord God voor de tweede keer met een kleine “g” moeten spellen, dus: “god” en niet “God” met een hoofdletter “G”. Met andere woorden: theos (????) moet weergegeven worden als “een god”. Zowel “god” als “een god” zijn correct. Ik vertelde de eerwaarde: “Maar in 2 Korintiërs 4:4 hebben jullie op oneerlijke wijze jullie systeem omgeschakeld door een kleine “g” te gebruiken bij het spellen van “GOD”, namelijk: ‘In wie de god van deze wereld (d.w.z. satan) het verstand van de ongelovigen verblind heeft…’

Het Griekse woord voor “de god” in 2 Korintiërs 4:4 is theos (????), hetzelfde als in Johannes 1:1. (#14) Waarom zijn jullie niet consequent gebleven in jullie vertalingen? Als Paulus was geïnspireerd (?) om theos (????) te schrijven, de titel “God” voor de duivel, waarom misgun je hem dan die hoofdletter “G”? En in het Oude Testament (Exodus 7:1) sprak de Heer tot Mozes (vrede zij met hem): “En Jehovah zei tegen Mozes: ‘Zie, Ik maakte jou als een god voor Farao; en Aäron, jouw broer, zal jouw profeet zijn.’” (#15) (#16) Waarom gebruiken jullie een kleine “g” voor god wanneer jullie verwijzen naar Mozes (vrede zij met hem), in plaats van een hoofdletter “G”, zoals jullie doen voor een gewoon woord; “Woord” in: “en het Woord was God”!?

<<< (#14) Vergelijk maar eens de Griekse tekst van Johannes 1:1 – …??? ? ????? ?? ???? ??? ???? (ton theon), ??? ???? (theos) ?? ? ????? – met die van 2 Korintiërs 4:4 – ?? ??? ? ???? (theos) ??? ??????…>>>

<<< (#15) In de Griekse vertaling (Septuagint) staat dit als volgt: ??? ????? ?????? ???? ?????? ????? ???? ?????? ?? ???? (theon) ????? ??? ????? ? ??????? ??? ????? ??? ????????.>>>

<<< (#16) In sommige Bijbels, zoals die van het Nederlands Bijbelgenootschap, hebben ze deze “fout” in Exodus 7:1 (zie boven) reeds ontdekt, en proberen te verdoezelen door van “god” “God” te maken. Andere Bijbels, zoals Het Boek van Living Bibles Holland, proberen de lezer op een ander dwaalspoor te zetten door de tekst te veranderen in: “Ik heb u aangewezen als mijn vertegenwoordiger bij Farao, en Aäron zal uw woordvoerder zijn.” Leg voor de proef eens 10 verschillende Bijbels naast elkaar, en zoek de verschillen!>>>

“Waarom doen jullie dit? Waarom nemen jullie het niet zo nauw met het Woord van God?,” vroeg ik de dominee. “Ik heb het niet gedaan,” antwoordde hij. “Dat weet ik wel,” zei ik, “maar ik praat over de onvervreemdbare belangen van het Christendom, die vastbesloten zijn Christus te vergoddelijken door hoofdletters hier te gebruiken en kleine letters daar, om de onbezonnen massa van het volk te misleiden, die denken dat elke letter, elke komma en punt, en de hoofdletters en kleine letters gedicteerd zijn door God.”

Jezus (vrede zij met hem) zei na zijn arrestatie: “…‘Staat er in jullie wet niet geschreven: ‘Ik zei: ‘Jullie zijn goden’ (zie Psalmen 82:6)?’ Als hij hen (de profeten), tot wie het Woord van God kwam, goden genoemd heeft – en de Schrift kan niet gebroken worden, zeggen jullie over hem (ik – Jezus), die de Vader geheiligd heeft en in de wereld gezonden heeft: ‘Jij spreekt godslasterlijk,’ omdat ik zei: ‘Ik ben Gods zoon?’” (Johannes 10:31-36.) De christenen en de joden zijn het er beiden over eens dat deze uitspraak ernstig is. Voor de één is het een excuus voor goede “verlossing”, en voor de ander een excuus om hem aan de kant te vegen. Laat de arme Jezus (vrede zij met hem) sterven tussen die twee (zoals de Islaam het ons leert). (Einde citaat. Zie Jezus in de Islam.)

Paul haalde verschillende verzen aan om aan te tonen dat Jezus (vrede zij met hem) God is, waaronder:

“…Ik ben het licht van de wereld: hij die mij volgt, zal niet lopen in de duisternis…” (Johannes 8:12.) Ja, dat geldt voor elke profeet in zijn tijd!

“Jezus zei tegen hem: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven: niemand komt tot de Vader behalve door middel van mij.’” (Johannes 14:6.) Ja, dat geldt voor elke profeet in zijn tijd!

Paul haalde ook “zoon, jouw zonden zijn vergeven” (Marcus 2:5) aan en zei daarover: “Dit was in de ogen van de Joden godslastering want alleen God kan zonden vergeven. Jezus’ aanspraak om zonden te kunnen vergeven is inderdaad een verbazingwekkende gedachte.”

Ten eerste, we dienen ons altijd af te vragen of zo’n tekst behoort tot de originele tekst of niet (zie Is de Bijbel Gods Woord?). Ten tweede, in de Islaam zijn er vele overleveringen over het feit dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) goed nieuws aan sommigen van zijn metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) gaf dat hun zonden vergeven zouden worden. Hij heeft zelfs aangegeven dat bepaalde metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) het Paradijs zouden binnengaan. Maar dit betekent geenszins dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) uit eigen beweging deze zonden vergaf, of dat de beslissing wie het Paradijs binnengaat bij hem ligt, maar door inspiratie van God sprak hij deze woorden uit. Dit geldt uiteraard ook voor Jezus (vrede zij met hem), die als profeet niet uit eigen begeerte sprak, maar hetgeen God hem opdroeg en inspireerde, wat Jezus (vrede zij met hem) zelf ook aangaf: “…zoals ik hoor (d.m.v. inspiratie of openbaring), oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader, Die mij gestuurd heeft.” (Johannes 5:30.)

Paul zei ook: “Op de vraag die aan Jezus gesteld werd: ‘Ben jij de Christus, de Zoon…’” – letterlijk of figuurlijk, want een profeet van God, tot wie God spreekt, wordt zoon van God genoemd – “‘…van de Gezegende?’, antwoordde Hij: ‘Ik ben het,…’” (Marcus 14.)

Maar Jezus (vrede zij met hem) heeft ook gezegd: “Als ik (Jezus) getuig van mijzelf, is mijn getuigenis niet waar. Het is een ander die van mij getuigt…” (Johannes 5:31-32.) [Betekent dit dat Jezus (vrede zij met hem) liegt!?]

Dit zijn dus allemaal dubbelzinnige verzen, voor meer uitleg vatbaar. In de Islaam kennen we ook het principe van eenduidige verzen en niet eenduidige verzen (zoals gelijkenissen). God zegt in de Qor-aan: “Hij (Allah) is Degene Die tot jou (O Moh’ammed) het Boek (de Qor-aan) neergezonden heeft. Een deel ervan zijn verzen die moeh’kamaat (precies, eenduidig) zijn, zij zijn de basis van het Boek, en anderen zijn moetashaabihaat (niet eenduidig). Wat betreft degenen die in hun harten een afwijking (van de waarheid) hebben (d.w.z. misleid zijn), zij volgen dan wat niet eenduidig ervan is (de moetashaabihaat), al-fitnah (misleiding) wensend en zijn interpretatie wensend (d.w.z. het veranderen zodat het in overeenstemming is met hun begeerten)…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 7.]

De moeh’kamaat verzen vormen de basis van de Qor-aan en hier dient naar verwezen te worden voor uitleg. De moeh’kamaat zijn duidelijke, door iedereen te begrijpen verzen. Ze kunnen niet veranderd of op meerdere manieren uitgelegd worden.

De moetashaabihaat verzen zijn mogelijk voor meer uitleg vatbaar. Moh’ammad ibn Ish’aaq ibn Yasar zei: “Zij kunnen (maar dienen niet) veranderd worden, en dit is een test van Allah voor de dienaren (alle mensen), net zoals Hij ze test met de toegestane en verboden zaken. Dus deze verzen dienen niet veranderd te worden om een onjuiste betekenis aan te duiden of om de waarheid te verdraaien (volgens de begeerte).”

Dus degenen die verwijzen naar de moeh’kamaat verzen om de moetashaabihaat verzen te begrijpen, hebben de correcte leiding verworven.

Ibn Kethier zei in zijn Tefsier (uitleg, exegese) over “…Wat betreft degenen die in hun harten een afwijking (van de waarheid) hebben (d.w.z. misleid zijn), zij volgen dan wat niet eenduidig ervan is (de moetashaabihaat), al-fitnah (misleiding) wensend…”: “D.w.z. dat zij hun volgelingen proberen te misleiden door te doen alsof zij hun innovatie bewijzen door zich te verlaten op de Qor-aan – de moetashaabihaat daarvan – maar dit is bewijs tegen en niet voor hen. Bijvoorbeeld, christenen kunnen beweren dat “Jezus goddelijk is” omdat de Qor-aan aangeeft dat hij roeh’oellaah (een door Allah geschapen ziel) is en Zijn Woord (“Wees”), welke Hij schonk aan Maryam (Maria), terwijl zij halsstarrig Allahs andere Uitspraken negeren: “Hij (Jezus) is slechts een dienaar. Wij schonken Onze gunst aan hem (d.w.z. het profeetschap)…” [soerat az-Zoekhroef (43), aayah 59] en: “Waarlijk, de gelijkenis (van het scheppen) van ‘Iesaa (Jezus) bij Allah is zoals de gelijkenis (van het scheppen) van Aadam (Adam). Hij schiep hem van aarde, vervolgens zei Hij tot hem: ‘Wees!’ – waarna hij was.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 59.] Er zijn andere verzen die duidelijk verklaren dat Jezus (vrede zij met hem) slechts een van Allahs schepsels is en dat hij de dienaar en boodschapper van Allah de Verhevene is, zoals er ook andere boodschappers waren.”

Dus nogmaals: waarom zou hij – het licht van de wereld – de mensheid in het ongewisse laten over zijn ware identiteit?

Maar Jezus (vrede zij met hem) laat ons niet in het ongewisse. Hij zegt met duidelijke woorden: “…zodat zij allen ÉÉN zullen zijn; exact zoals U, Vader, in mij (bent), en ik in U, dat zij ook in ons zullen zijn (figuurlijk, niet letterlijk): dat de wereld zal geloven dat U mij gezonden hebt [als een profeet (#17)]. En de heerlijkheid (leiding, boodschap, waarheid) die U mij gegeven hebt (d.m.v. openbaring, inspiratie), heb ik aan hen gegeven; zodat zij ÉÉN zullen zijn (door deze leiding gezamenlijk te volgen, als geloofsgenoten), exact zoals wij ÉÉN zijn (figuurlijk, niet letterlijk); ik in hen, en U in mij, zodat zij volmaakt tot ÉÉN zullen zijn; zodat de wereld zal weten dat U mij gezonden hebt, en hen liefheeft (omdat zij gelovigen zijn en U gehoorzamen), exact zoals U mij liefheeft (omdat ik een gelovige ben en U gehoorzaam, niet omdat ik letterlijk Uw zoon ben).” (Johannes 17:21-23.)

<<< (#17) “Maar Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet is niet zonder eer, behalve in zijn eigen stad, en onder zijn eigen verwanten, en in zijn eigen huis.’” (Marcus 6:4.) “En de menigte zei: ‘Dit is Jezus de profeet uit Nazaret in Galiea.’” (Matteüs 21:11.)>>>

Zulke teksten zouden zo voor elke profeet en boodschapper van God kunnen gelden.

Enfin, er is geen evangelist of Bijbeldeskundige die de drie-eenheid kan uitleggen, en zelfs het proberen te begrijpen is een zonde. Maar Jezus (vrede zij met hem) legt hier de drie-eenheid perfect en adequaat uit: het is figuurlijk, niet letterlijk! Zoals één gezin bestaat uit één vader en één moeder en één kind: met z’n drieën samen één: een drie-eenheid! En iedereen die dit snappen kan: één in doel, één in streven, één gemeenschap van gelovigen. Nu is het ook duidelijk waarom het een zonde is om de drie-eenheid te willen snappen: je zou eens achter deze waarheid kunnen komen! De listen van satan zijn sluw.

Dus de drie-eenheid is figuurlijk, niet letterlijk. Andere verzen die dit verduidelijken zijn o.a.:

– Filippenzen 2:2: “…door eensgezind te zijn, met dezelfde liefde, één in streven, één in geest…”

– 1 Korintiërs 6:16-17: “Of weten jullie niet dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees zijn. Maar wie zich hecht aan de Heer, is één geest (met Hem).”

– Handelingen 4:32: “En de menigte van hen die geloofden was één van hart en ziel…”

– Marcus 10:7: “en die twee (een man en zijn vrouw) zullen tot één vlees zijn: zodat zij niet langer meer twee zijn, maar één vlees…”

– Efeziërs 4:4-6: “(Er is) één lichaam (gemeenschap) en één geest (streven), exact zoals u geroepen bent in één hoop van uw roeping (doel); één Heer (Allah), één geloof [Islaam (#18)], één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen is en door allen en in allen.”

<<< (#18) “Onderwerp je dus aan God (= Islaam) en weersta de duivel (die oproept tot dwaling)…” (Jakobus 4:7.)>>>

– Johannes 14:20: “Die dag zullen jullie weten dat ik in mijn Vader ben en jullie in mij en ik in jullie.”

Als Jezus (vrede zij met hem) werkelijk God zou zijn, of deel uit zou maken van een goddelijke drie-eenheid, waarom heeft hij dan geen kennis over het Laatste Uur? “Maar van die Dag of dat Uur weet niemand, zelfs niet de engelen in de hemel, noch de zoon, maar de Vader.” (Marcus 13:32.)

In Matteüs 12:31-32 lezen we: “Elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon (Jezus) zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”

Als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest werkelijk één zouden zijn, maakt het niet uit wie je beledigt! Want als je de een beledigt, beledig je automatisch ook de ander!

En in Johannes 10:33-37 lezen we: “De Joden antwoordden hem: ‘Voor een goed werk stenigen wij jou niet, maar voor godslastering; en omdat jij, als mens zijnde, jezelf tot God maakt.’ Jezus antwoordde hen: ‘Staat er in jullie wet niet geschreven: ‘Ik zei: ‘Jullie zijn goden’ (zie Psalmen 82:6)?’ Als Hij (= de Almachtige God) hen (de profeten), tot wie het Woord van God kwam, goden genoemd heeft – en de Schrift kan niet gebroken worden (in andere woorden: jullie kunnen mij niet tegenspreken!), zeggen jullie over hem (ik – Jezus), die de Vader geheiligd heeft (geëerd heeft met het profeetschap) en in de wereld gezonden heeft (als profeet): ‘Jij spreekt godslasterlijk,’ omdat ik zei: ‘Ik ben God’s zoon (d.w.z. ik ben God’s profeet)?’”

Wederom een duidelijke verwijzing naar de figuurlijke aard van de titel “zoon van God”. Wederom rept Jezus (vrede zij met hem) geen woord over de drie-eenheid, dat hij God is en deel uitmaakt van één God die bestaat uit drie Goden. Het is niet moeilijk, het is zelfs heel gemakkelijk! [Zie ‘De zonen van God’ en ‘Jullie zijn goden’ in “Jezus in de Islam”.]

“En toen ‘Iesaa (Jezus) kwam met de duidelijke bewijzen, zei hij: ‘Werkelijk, ik kom tot jullie met al-h’ikmah (de wijsheid – het profeetschap) en om voor jullie een deel (de religieuze kwesties) te verduidelijken waarover jullie van mening verschillen. Dus vrees Allah en gehoorzaam mij. Waarlijk, Allah, Hij is mijn Heer en jullie Heer, dus aanbid Hem (alleen). Dit (alleen) is een recht pad (dat tot Hem en Zijn Paradijs leidt).’ Nadien verschilden de groepen onder hen van mening (over o.a. de aard van Jezus). Dus wee degenen die onrecht begaan (door aan Jezus dingen toe te schrijven die niet waar zijn) wegens de kwelling (die hen te wachten staat) van een pijnlijke Dag (de Dag der Opstanding).” [Soerat az-Zoekhroef (43), aayah 63-65.]

Paul zei: “In het Oude Testament zijn reeds de essentiële en fundamentele onderdelen voor de leer van de drie-eenheid neergelegd. Wat nog een raadsel was voor de Joden van het Oude Testament, werd in volle glorie onthuld in het Nieuwe Testament.”

Voordat we hier op in gaan, willen we nog even stilstaan bij de betrouwbaarheid van de Bijbel, waarin te lezen is: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers hebben valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.) Hier wordt nadrukkelijk aangegeven dat de Joden mensen waren die knoeiden met het Heilige Schrift, de goddelijke Openbaring!

Men knoeide niet alleen met het Heilige Schrift, ook is niet alles bewaard gebleven. Bijvoorbeeld, in Numeri 21:14 wordt verwezen naar “het Boek van de Oorlogen van Jehovah” dat verloren is geraakt.

Waarom onderwees, gedurende enkele duizenden jaren, niet één profeet van God de drie-eenheid als de “centrale doctrine” van het geloof? Waarom onderwezen zij voortdurend het belang van het volgen van de wet, terwijl dat niet zal zorgen voor verlossing? Waarom legde men altijd de nadruk op God is één, als dit in feite niet zo was?

F.J. Wilken, de Australische Baptist, schreef in Christadelphianism: “In het Oude Testament was de eenheid van God duidelijk bevestigd. Het Joodse credo, dat zelfs tegenwoordig nog in elke synagoge wordt herhaald, was: ‘Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!’ (Deuteronomium 6:4.) Dit was het geloof van de eerste christenen, dus schreef Paulus ‘één God en Vader van allen, Die boven allen is, en door allen, en in allen.’ (Efeziërs 4:6.) Maar geleidelijk aan werd toevoeging of wijziging noodzakelijk geacht.” (Einde citaat.)

En waarom heeft Jezus (vrede zij met hem), als de Grote Onderwijzer, zijn bekwaamheid niet gebruikt om de drie-eenheid te verduidelijken aan zijn volgelingen? Want zelfs onder de christenen is er grote onenigheid over dit concept, wat er ook voor zorgde dat men elkaar als ketters verklaarden en vervolgden! David Lyle Jeffrey schrijft op p. 785 van de Dictionary of Biblical Tradition in English Literature: “Het is wellicht niet verrassend dat de gezamenlijke eeuwigheid en gelijkwaardigheid van de drie personen lang een kwestie van theologische onenigheid bleef en dus besproken in de context van ketterij. In 381 n.C. kwamen de bisschoppen wederom bijeen in Constantinopel en legden de orthodoxe doctrine in haar definitieve vorm vast.”

Er zijn aanhangers van het unitarisme, die de leer van de goddelijke drie-eenheid of triniteit verwerpt en dus Jezus (vrede zij met hem) niet ziet als God. In het arianisme wordt het dogma van de drie-eenheid ook niet geaccepteerd en wordt zowel Jezus (vrede zij met hem) als de Heilige Geest (in de Islaam de aartsengel Gabriël – vrede zij met hem) gezien als scheppingen van God de Vader. Onder de aanhangers van de drie-eenheid zijn er ook diverse meningsverschillen; was Jezus (vrede zij met hem) afzonderlijk God en Mens, of constant van één Godmenselijke aard. Dit zorgt dan ook weer voor andere meningsverschillen over bijvoorbeeld Maria: was zij de moeder van Jezus de mens, of de moeder van Jezus de Godmens? Etc. etc.

Jezus (vrede zij met hem) had de kans om alle onduidelijkheid over het ‘feit’ dat hij de echte Zoon (met hoofdletter) van God is en dat hij zelf ook echt God (met hoofdletter) is, hetgeen de meeste christenen hem toedichten, weg te nemen en om dit voor eens en altijd duidelijk te maken. Maar hij deed dit niet: “De Joden antwoordden hem: ‘Voor een goed werk stenigen wij jou niet, maar voor godslastering; en omdat jij, als mens zijnde, jezelf tot God maakt.’ Jezus antwoordde hen: ‘Staat er in jullie wet niet geschreven: ‘Ik zei: ‘Jullie zijn goden’ (zie Psalmen 82:6)?’ Als Hij hen (de profeten), tot wie het Woord van God kwam, goden (met kleine letter = profeten) genoemd heeft – en de Schrift kan niet gebroken worden, zeggen jullie over hem (ik – Jezus), die de Vader geheiligd heeft en in de wereld gezonden heeft: ‘Jij spreekt godslasterlijk,’ omdat ik zei: ‘Ik ben Gods zoon?’” (Johannes 10:31-36.)

Jezus (vrede zij met hem) verwijst hier naar de titel “god” en “zoon van God”, een figuurlijke omschrijvende term, die algemeen werd gebruikt onder de Joden. Waarom zou hij om de hete brei heen draaien als hij de echte Zoon (met hoofdletter) van God was (zoals de meeste christenen het ‘begrijpen’) en zelf ook God (met hoofdletter)? Nee, Jezus (vrede zij met hem) was geen leugenaar, maar geeft gewoon heel expliciet aan dat hij een profeet was, dus “god” (met kleine letter), of “zoon (met kleine letter) van God”, zoals elke rechtgeaarde persoon die de Wil en het Plan van God volgde, een “zoon van God” genoemd werd?

De profeten vóór Jezus (vrede zij met hen allen) hebben hun volgelingen opgeroepen te geloven in zaken die zij niet konden zien. Dus het was ook mogelijk om hen het toekomstige zoenoffer van Jezus (vrede zij met hem) te onderwijzen als een fundamenteel geloofsprincipe om verlossing te verwerven. Maar zij deden dit niet!

Paul verwees mij naar een artikel waarin men tracht aan te tonen dat de essentiële en fundamentele onderdelen voor de leer van de drie-eenheid reeds in het Oude Testament neergelegd zijn. Er stond o.a.: “Als het Mozes’ bedoeling was geweest om de absolute eenheid van God te onderwijzen, dan had hij de voorkeur moeten geven aan het woord ‘yachid’ boven ‘echad’.”

Als ik bezwaar maak op de pornografische teksten in het Oude Testament (zie bijvoorbeeld Ezechiël 16:7-36 en Ezechiël 23) en stel dat deze niet bij de Verhevenheid van God passen, verwijt men mij dat ik als mens niet kan/mag bepalen welke woorden God mag/moet gebruiken. Maar om het geïnnoveerde concept van de drie-eenheid te verdedigen, mag een christen wel bepalen welke woorden God in de monden van zijn profeten had moeten leggen om iets duidelijk te maken. Waarom God bepaalde woorden kiest, is volgens Zijn Wijsheid die wij niet altijd kunnen doorgronden.

Waarom koos God het woord ‘echad’ (verwijzend naar een samengestelde eenheid) i.p.v. ‘yachid’ (een absolute eenheid)?

1.) Wellicht als een verwijzing naar Zijn Verhevenheid, het Koninklijke meervoud (pluralis majestatis), of pluralis excellentiae (meervoudvorm van voortreffelijkheid) (of pluralis virium of virtutum), vergelijkbaar met het meervoudige ‘elohim’, wat we hierboven reeds behandeld hebben.

2.) Wellicht beduidt echad in b.v. “Jehovah, onze God, Jehovah is één (echad)” dat of je Hem nou God noemt of Jehovah (of de Almachtige of de Alwetende etc.), Hij is Een en Dezelfde. “Zeg (O Moh’ammed): ‘Roep Allah aan, of roep ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) aan – hoe (met welke Naam) jullie Hem ook aanroepen (het is om het even), want voor Hem zijn de Schone Namen (al-Asmaa-e oel-H’oesnaa)…’” [Soerat al-Israa-e (17), aayah 110.]

3.) Misschien was de grammatica in die tijd en op die locatie – dialect als je wilt – net iets anders dan later of onder een ander volk het geval was.

4.) Misschien zijn deze grammaticale structuren van een dermate hoog niveau – het zijn immers Gods Woorden – dat wij het niet kunnen begrijpen, of de juiste uitleg is door de tijd heen verloren geraakt, waardoor we nooit zullen begrijpen waarom God dit woord koos i.p.v. het ander. Zo is in de Qor-aan, bijvoorbeeld, God de Enige Die over toekomstige gebeurtenissen spreekt in de verledentijd vorm, omdat Hij al weet wat er gaat gebeuren. Hij heeft in feite al gezien wat er allemaal gebeurd en kan daarom de verledentijd vorm gebruiken voor zaken die nog moeten plaatsvinden.

Hoe dan ook, door de totale boodschap in acht te nemen – de context, de totale omgeving waarin iets zijn betekenis krijgt – worden we constant opgeroepen te geloven in één God – en één is één, niet drie – naast Hem is er geen ander: zo werd het duizenden jaren begrepen door de Joden en ook door de eerste christenen. En we dienen ons aan Zijn Wet te houden, m.a.w.: onze wil aan Zijn Wil te onderwerpen = Islaam.

Daarbij komt ook dat als je dit feit als bewijs neemt dat God een samengestelde eenheid is, bewijzen de verzen waarin Hij over Zichzelf spreekt in de eerste persoon enkelvoud met werkwoorden in het enkelvoud – wat veel vaker voorkomt – dat Hij een enkelvoudige eenheid is.

Het artikel in kwestie gaf ook aan: “Ten eerste is er de drievoudige verwijzing naar God: “Hoor, Israël: de HERE, onze God; de HERE is één!” (#19) En dit is de logica die zij volgen? Zij tellen “HERE” gewoon dubbel. Dus eigenlijk zijn het er maar twee!

<<< (#19) Een andere vertaling van dit vers luidt: “Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!” (Deuteronomium 6:4.) Jehovah is een Naam van God.>>>

In Johannes 10:30 lezen we: “Ik en de Vader zijn één.” Hier tel ik er ook maar twee! Wauw, een twee-eenheid! Ik zal vast meer “bewijzen” vinden voor deze nieuwe theorie over de twee-eenheid. Maar als zuivere monotheïst die gelooft dat één één is en niet twee of drie of vier, zal ik mijn tijd hier niet aan verkwisten.

Dit is best interessant, want waarom zegt Jezus (vrede zij met hem) hier: “Ik en de Vader zijn één”? Als we hier dezelfde redenering toepassen die christenen hanteren aangaande ‘yachid-echad’, kunnen we zeggen: als het Jezus’ bedoeling was geweest om de letterlijke drie-eenheid van God te onderwijzen, dan had hij moeten zeggen: “Ik en de Vader en de Heilige Geest zijn één!” Want wat hij hier zegt klopt niet als er een drie-eenheid is, want de Zoon en de Vader vormen slechts 2/3de van één. Het is – wederom – figuurlijk. Hier komen we dadelijk nog op terug.

En als we bij “…Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis (volk) van Israël” (Matteüs 15:24) dezelfde redenering toepassen die christenen hanteren aangaande ‘yachid-echad’, kunnen we zeggen: als Jezus (vrede zij met hem) er werkelijk was voor de hele wereld, dan had hij moeten zeggen: “ik ben gezonden naar de hele wereld,” niet slechts tot de verloren schapen van het huis Israëls. Nu betekent het dat hij er niet was voor degenen van buiten de kring van Israëlieten.

Een ander voorbeeld waarmee men probeert aan te tonen dat het Oude Testament zinspeelt op de drie-eenheid is: “Door het woord van Jehovah zijn de hemelen gemaakt, en alle heerscharen (engelen) van hen (de hemelen) door de adem van Zijn Mond.” (Psalmen 33:6.)

Men zegt dan dat deze psalm als volgt te ontleden is: “Door het woord (= de Zoon) van Jehovah (= de Vader) zijn de hemelen gemaakt, en alle heerscharen (engelen) van hen (de hemelen) door de adem van Zijn Mond (= de Heilige Geest).”

Deze psalm kan echter ook als volgt geïnterpreteerd worden: “Door het woord (= bevel, zoals in de Qor-aan: ‘Wees’ – en het is!) van Jehovah (= God – Allah) zijn de hemelen gemaakt, en alle heerscharen (engelen) van hen (de hemelen) door de adem van Zijn Mond (= levensadem, verwijzend naar zielen die God schept).”

Welke interpretatie vindt u het meest plausibel? De christelijke of de islamitische?

Het artikel noemt meerdere voorbeelden, maar die kunnen bijna allemaal op eenzelfde manier weerlegd worden.

Nog even terug naar Deuteronomium 6:4. Volgens christenen zou: “Hoor, O Israël: Jehovah, onze God, Jehovah is één!,” en andere verzen, zinspelen op de drie-eenheid. Dit is echter onjuist, want Numeri 12:8 geeft aan: “Met hem (Mozes) zal Ik van mond tot mond spreken, duidelijk en niet in duistere/verborgen woorden (niet in raadselen)…” D.w.z. dat de ‘aqiedah (geloofsleer) altijd duidelijk en eenduidig is geweest. God heeft ons niet in het ongewisse gelaten aangaande de juiste geloofsleerstellingen, Hij heeft er ook niet duizenden jaren slechts op gezinspeeld, en Hij heeft ook niet duizenden jaren lang mensen op een verkeerd been gezet. Hij heeft er ook niet met dubbelzinnige termen (in raadselen) over gesproken: er hangt immers een eeuwig verblijf in het Paradijs of de Hel van af.

“Ik heb niet heimelijk gesproken, in een donkere plaats van de aarde; Ik zei niet tegen het nakroost van Jakob (Israël): zoek mij tevergeefs: Ik, Jehovah, spreek wat rechtschapen is, Ik verkondig dingen die recht (eerlijk, eenduidig, waarachtig, feitelijk) zijn.” (Jesaja 45:19.)

Nee! De boodschap was altijd hetzelfde. De kern van de boodschap is een besef dat God bestaat en dat Hij geen deelgenoten heeft (zuiver monotheïsme) en de persoonlijke verantwoordelijkheid van ieder mens tegenover Hem: “De ziel die zondigt, die zal sterven (bestraft worden): de zoon zal de zonde van de vader niet dragen, noch zal de vader de zonde van de zoon dragen; de rechtvaardigheid van de rechtvaardige zal op hem rusten, en de zondigheid van de zondige zal op hem rusten. (#20) Maar als de zondige afstand neemt van (berouw toont voor) al zijn zonden die hij begaan heeft, en al Mijn geboden in acht neemt, en doet wat geoorloofd en correct is (zijn leven betert), hij zal werkelijk leven (vergeven worden), hij zal niet sterven (niet bestraft worden). Niets van zijn overtredingen die hij begaan heeft zal herinnerd worden tegen hem (want het is hem vergeven): in de rechtschapenheid welke hij verricht heeft, zal hij leven (in het Paradijs).” (Ezechiël 18:20-22.)

<<< (#20) Dit benadrukt ieders persoonlijke verantwoordelijkheid en weerlegt onvoorwaardelijk de christelijke doctrines van “erfzonde” en “het zoenoffer van Christus”. Dit wordt ook herhaaldelijk onderwezen in de Qor-aan, bijvoorbeeld: “En geen zondaar zal andermans zonden dragen (op de Dag der Opstanding). En indien een zwaar belaste persoon (met zonden) een ander zou verzoeken om zijn last te dragen, zal niets daarvan gedragen worden, ook al is dit een verwant…” [Soerat Faatir (35), aayah 18.]>>>

Vandaar dat er voortdurend gehamerd werd – ook door Jezus (vrede zij met hem) – om de wet na te leven. De religie/boodschap waar alle profeten en boodschappers mee kwamen was altijd Islaam (overgave aan God). Alle profeten riepen de mensen op tot tawh’ied (de eenheid van God) en verwierpen shirk (polytheïsme, afgoderij).

“Waarlijk, dit – jullie religie – is één religie (de geloofsleer was, is en blijft altijd hetzelfde: islamitisch monotheïsme), en Ik ben jullie Heer, dus aanbid Mij (alleen)! En zij (de volkeren waar de profeten naar toe gezonden waren) verbraken onderling hun kwestie (van religieuze eenheid); (toch) zal iedereen tot Ons terugkeren (op de Dag der Opstanding).” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 92-93.]

Gods boodschap was en blijft altijd één, en Zijn boodschappers gingen hier ook zodanig mee om. Het waren de kleingeestige mensen (die alleen keken naar hun eigen begeerten) die verdeeld raakten en zich afsplitsten van de universele boodschap en broederschap, en botsende groepen en sekten werden. Op de Dag der Opstanding zal hetgeen waarover zij van mening verschilden voor iedereen duidelijk worden.

“En Wij zonden tot jou (O Moh’ammed) het Boek (deze Qor-aan) met de waarheid neer, ter bevestiging van het Boek (#21) dat er voor kwam en mohaymin (#22) er over (de oude Geschriften). Oordeel dan tussen hen met hetgeen Allah neergezonden heeft en volg hun begeerten niet, terwijl je afwijkt van de waarheid die tot jou kwam. Voor eenieder onder jullie maakten Wij een wet en een duidelijk pad (#23) (methode, manier van leven). En als Allah gewild had, had Hij jullie één gemeenschap (met dezelfde wet en godsdienstige overtuiging) gemaakt, maar Hij deed dit niet om jullie te testen in wat Hij jullie gegeven heeft; dus wedijver aangaande goede daden. Tot Allah is gezamenlijk jullie terugkeer (op de Dag der Opstanding), dan zal Hij jullie informeren aangaande hetgeen waarover jullie van mening verschillen.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 48.]

<<< (#21) Het gebruik van het enkelvoudige al-Kitaab (het Boek) in plaats van de meervoudsvorm is heel significant. Het toont aan dat de Qor-aan en alle Boeken die Allah de Verhevene ervoor geopenbaard heeft, in verschillende talen en in verschillende tijdperken, in feite één en hetzelfde Boek zijn met één en Dezelfde Auteur en met één en hetzelfde doel: zij delen één en dezelfde kennis en leringen mee aan de mensheid met het enige verschil dat zij in verschillende talen geformuleerd zijn en gevarieerde methoden gebruiken om te passen bij de verschillende geadresseerden. Door het feit dat deze Boeken elkaar steunen en niet weerleggen, bevestigen en niet tegenspreken, toont aan dat zij allemaal verschillende versies zijn van één het hetzelfde Boek (al-Kitaab). (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<< (#22) Het Arabische woord mohaymin is veelomvattend. Het betekent degene die waarborgt, waakt, getuigt, in stand houdt en bevestigt. De Qor-aan waarborgt “het Boek,” want het heeft de leerstellingen van alle vorige Boeken bekrachtigd. Het waakt over hen in de zin dat het hun ware leerstellingen niet verloren laat gaan. Het steunt deze Boeken en houdt hen in stand in de zin dat het het Woord van God dat in hen intact gebleven is bevestigt. Het is een getuige omdat het bewijs levert voor het ware Woord van God die deze Boeken (nog) bevatten en helpt het te scheiden van de interpretaties en commentaren van mensen die ermee gemengd zijn geraakt: wat door de Qor-aan bevestigd wordt, is het Woord van God; en wat ermee in tegenspraak is, komt van mensen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.) De Qor-aan heeft de voorgaande boeken afgeschaft.>>>

<<< (#23) In tegenstelling tot de ‘aqiedah (geloofsleer) kan de sharie’ah (wetgeving) waarmee de verschillende profeten kwamen enigszins afwijken (zie ook 5:48). Allah de Verhevene voorzag de mensheid vanaf het begin der tijden van een reeks wetten die hen zou besturen in hun wederzijdse aangelegenheden, en hen instrueren betreffende alles wat voordelig voor hen is, en waarschuwen voor alles wat schadelijk is voor hen. Deze wetcode varieerde van tijd tot tijd en van plaats tot plaats, want elke groep mensen had hun eigen specifieke problemen en typische situaties waar op ingespeeld moest worden. Bijvoorbeeld: Israël (Jakob – vrede zij met hem) verbood voor zichzelf het vlees en de melk van kamelen, maar voor ons is het niet meer toegestaan om iets te verbieden wat Allah de Verhevene toegestaan heeft. In de tijd van Israël (vrede zij met hem) was het toegestaan om met twee zussen tegelijkertijd getrouwd te zijn, daarna werd dit afgeschaft. Allah de Verhevene stond Adam (vrede zij met hem) toe om zijn dochters te laten trouwen met zijn zonen, maar dit werd later verboden. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

The Oxford Companion to the Bible, die bijdragen bevat van meer dan 260 geleerden en wetenschappers van leidinggevende Bijbelinstituten en universiteiten in Amerika en Europa, geeft aan: “Omdat de drie-eenheid zo’n belangrijk onderdeel is van het latere Christendom, is het zo opvallend dat de term niet voorkomt in het Nieuwe Testament. Evenzo kan het geëvolueerde concept van drie gelijkwaardige partners (deelgenoten) in de Godheid – dat in de latere formuleringen van de geloofsbelijdenis aangetroffen wordt – niet duidelijk (eenduidig, ondubbelzinnig) ontdekt worden binnen de kaders van het canon.” [Bruce Metzger en Michael D. Coogan (eds.), The Oxford Companion to the Bible (Oxford University Press, 1993), p. 782-783.]

John McKenzie geeft in The Dictionary of the Bible aan: “De drie-eenheid van God wordt door de Kerk gedefinieerd als het geloof dat God drie personen is die leven in één aard. Dit geloof als zodanig gedefinieerd werd pas in de 4de en 5de eeuw n.C. bereikt en is daarom niet expliciet noch formeel een Bijbels geloof.” (John McKenzie, The Dictionary of the Bible, p. 899.)

De drie-eenheid is dus een innovatie die velen mensen misleidt heeft, die velen in de val van satan heeft laten lopen om shirk (polytheïsme, afgoderij) te begaan. Vandaar dat er een nieuwe profeet moest komen om het zuivere monotheïsme weer te vestigen op aarde: Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

“O mensen van het Boek (christenen)! Overdrijf niet in jullie religie (#24) en zeg slechts de waarheid over Allah. Waarlijk, al-Masieh’ (de Messias), ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria), was een boodschapper van Allah en (geschapen door) Zijn Woord [of Bevel (#25)] dat Hij tot Maryam zond en een ziel door Hem geschapen (#26); dus geloof in Allah (als Enige Ware God) en Zijn boodschappers (waaronder Jezus) en zeg niet dat Allah drie is (een drie-eenheid)! Houd op (met deze bewering)! Dat is beter voor jullie. Waarlijk, Allah is één God, Verheven is Hij (boven hetgeen zij Hem valselijk toeschrijven) dat er voor Hem een zoon zou zijn. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en alles wat op aarde is. En Allah is voldoende als Wakiel (Vertrouweling en de Beste Rangschikker van kwesties voor ons).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 171.]

<<< (#24) De christenen overdreven aangaande Jezus (vrede zij met hem) totdat zij hem verhieven boven het niveau dat Allah de Verhevene hem gegeven had. Zij verhieven hem van de positie van profeet naar het zijn van een god, die zij aanbaden zoals zij Allah aanbaden. Zij overdreven zelfs nog meer met betrekking tot degenen waarvan zij beweerden dat zij zijn volgelingen waren (waaronder Paulus), bewerend dat zij feilloos waren; aldus volgden zij elk woord dat zij zeiden, hetzij juist of vals, leiding of misleiding, waarheid of leugens. Dit is waarom Allah de Verhevene zegt: “Zij (de joden en de christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot hun heren naast Allah genomen…” (Q. 9:31), door hen te gehoorzamen in dingen die zij toegestaan of verboden verklaarden volgens hun eigen begeerten zonder dat het opgedragen is door Allah. Imaam Ah’med leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft: “Prijs mij niet overmatig zoals de christenen overdreven aangaande Jezus, zoon van Maria. Waarlijk, ik ben slechts een dienaar, dus zeg: Allahs dienaar en Zijn boodschapper.” Imaam Ah’med leverde over dat Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat een man eens zei: “O Moh’ammed! Jij bent onze heer en de zoon van onze heer, onze meest rechtschapen persoon en de zoon van onze meest rechtschapen persoon…” De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “O mensen! Zeg wat je moet zeggen, maar sta de satan niet toe om jullie te misleiden. Ik ben Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah, de dienaar en boodschapper van Allah. Bij Allah! Ik houd er niet van dat jullie mij verheffen boven de positie die Allah mij geschonken heeft.” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

<<< (#25) Allah de Almachtige schiep Jezus (vrede zij met hem) met het Woord (Bevel) “koen (wees)” en een door Hem geschapen ziel dat Hij met de engel Gabriël (vrede zij met hem) zond naar Maria. Gabriël (vrede zij met hem) blies het leven van Jezus (vrede zij met hem) in Maria met de Toestemming van Allah, en Jezus (vrede zij met hem) kwam als gevolg tot bestaan. Dit is waarom Jezus (vrede zij met hem) een woord en een roeh’ (een door Allah geschapen ziel) genoemd wordt, omdat hij geen vader had die hem verwekte. Integendeel, hij kwam tot bestaan door het Woord (Bevel) dat Allah de Verhevene uitte: “Wees!” – waarna hij was, door de ziel die Allah de Verhevene zond met de engel Gabriël (vrede zij met hem). (Tefsier Ibn Kethier.)

Hoewel er in het allereerste begin tegen de christenen verteld werd dat Jezus (vrede zij met hem) geboren is zonder een vader door het Bevel van God, werden zij zo misleid door de filosofie van (de jood) Philo (#A) van Alexandrië (20 v.Chr. – 50 n.Chr.), dat zij kalimah (bevel of woord – logos) verkeerd zijn gaan begrijpen… Vervolgens verlieten zij zich op de Logos Doctrine wat hen misleidde naar het onjuiste geloof in de goddelijke aard van Jezus (vrede zij met hem). Dit is hoe zij zijn gaan geloven dat God Zichzelf geopenbaard heeft, of Zijn eeuwige Eigenschap van Spraak in de vorm van de persoon Jezus (vrede zij met hem). (Naar Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

(#A) Philo veronderstelde dat de Bijbel naast een letterlijke betekenis ook een allegorische (symbolische) betekenis had, waarvan de laatste de belangrijkste was. In een allegorie worden abstracte begrippen voorgesteld als personen (Jaloezie, Dood, Deugd, Woord enz.). In de middeleeuwen was de allegorie voornamelijk didactisch (onderwijzend) van aard: men kon zich de begrippen als personen voorstellen en ze aldus beter begrijpen.>>>

<<< (#26) Wat de Qor-aan ons hier (en in aayah 2:253) onderwijst, werd ook exact hetzelfde onderwezen aan de christenen. Maar ook hier overdreven zij: zij zagen “een ziel van God” aan voor “de ziel van God” en verdraaide de betekenis van de Heilige Geest (zie aayah 2:253) in “de Geest van God Zelf”, welke Jezus (vrede zij met hem) binnen was gegaan. Aldus werd er een derde god – de Heilige Geest – gecreëerd, samen met God en Jezus… De verdraaiing van “een ziel van God” naar “de ziel van God” (Heilige Geest) geschiedde ondanks het feit dat volgens het Evangelie ‘naar’ Matteüs: “De engel van de Heer sprak in een droom tot hem (Jozef), zeggende: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang om Maria, jouw vrouw, bij jou te nemen: want hetgeen dat in haar verwekt is, is verwekt door de Heilige Geest.’” (Matteüs 1:20.) De engel zei niet: “…hetgeen dat in haar verwekt is, is de Heilige Geest.” En als Jezus (vrede zij met hem) – de Zoon – één zou zijn met de Heilige Geest (en God – de Vader), zou dat wel zo moeten zijn. (Naar Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

En tot Allah keren wij allemaal terug.

 

Relevante artikelen:

Één God, één boodschap

God in de Islam

Islam en Christendom in de Bijbel

Jezus in de Islam

Christendom (diverse artikelen)