Dzikr – het gedenken van Allah

Dzikr is rust en leven voor het hart.

Vertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Waarlijk, alle lof is voor Allah. Wij prijzen Hem, zoeken Zijn hulp en vragen Hem om vergeving. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het slechte in onze zielen en het slechte van onze handelingen. Wie Allah leidt, er is niemand die hem kan misleiden; en wie Allah laat dwalen, er is niemand die hem kan leiden. Ik getuig dat er geen God is Die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij heeft geen deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Voorts:

<- Tekst in de afbeelding: “Dus gedenk Mij, dan zal Ik jullie gedenken…” (aayah 2:152)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Zal ik jullie vertellen over de beste van jullie daden, die het meest aangenaam zijn voor jullie Vorst, die jullie het meest in status verheffen en die beter zijn dan jullie schenking van goud en zilver, of het ontmoeten van jullie vijand (tijdens de veldslag) en dat jullie hun nekken slaan en dat zij jullie nekken slaan?” Zij zeiden: “Ja.” Hij zei: “Het gedenken van Allah Ta’aalaa (verheven is Hij) (oftewel dzikr).”

[Overgeleverd door at-Tirmidzie (3373) en Ibn Maadjah (3790); door al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd in Sah’ieh’ at-Tirmidzie.]

Deze verhandeling over dzikr bestaat uit de volgende hoofdstukken:

De voortreffelijkheden van dzikr
Dzikr verrichten wanneer je onrein bent
De beloning van dzikr geven aan anderen (zoals je ouders)
Moet je jouw tong bewegen wanneer je dzikr reciteert?
Gezamenlijk en hardop adzkaar reciteren
Het gebruiken van de masbah’ah (gebedssnoer)
Het heen en weer bewegen tijdens dzikr
Het herhalen van alleen de Naam “Allah”, of het voornaamwoord “Hoewaa (Hij)
Enkele adzkaar
Dzikr na het gebed
Adzkaar voor in de ochtend en in de avond
Een superieure dzikr

 


De voortreffelijkheden van dzikr

Dzikr (ذﻛﺮ – ook geschreven als dhikr, zikr of dikr) is het gedenken van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) door onder andere Hem te prijzen en verheerlijken. Het meervoud van dzikr is adzkaar (أذكار).

Allah Ta’aalaa zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie):

“Degenen die geloven en wier harten tot rust komen door het gedenken van Allah (dzikroellaah). Voorzeker! Door het gedenken van Allah komen de harten tot rust.” [Soerat ar-Ra’d (13), aayah 28.]

Dzikroellaah (het gedenken van Allah) is dat de dienaar zijn Heer gedenkt door Hem te verheerlijken en van Zijn eenheid te getuigen en Zijn Grootheid te prijzen enzovoort. Het kan ook verwijzen naar de Qor-aan die Hij gezonden heeft als vermaning voor de gelovigen. In dat geval is het: door het kennen van de betekenissen van de Qor-aan en zijn regelgevingen zullen de harten rust vinden. (Teysier al-Kariem ar-Rah’maan fie tefsier kalaam al-Mannaan van sheikh ‘Abdoe r-Rah’maan ibn as-Sa’adie.)

Het gedenken van Allah behoort tot de meest nobele daden die een moslim kan verrichten. Dzikr is niet alleen verbaal; we kunnen Allah gedenken in onze harten, met onze lippen en middels onze fysieke daden.

Sheikh ‘Abdoe r-Rah’maan ibn Sa’die (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het begrip dzikroellaah (het gedenken van Allah) omvat alles waarmee iemand Allah nadert, zoals geloof (‘aqiedah), gedachten, daden van het hart, fysieke daden (zoals het gebed), het prijzen van Allah, leren en onderwijzen van nuttige kennis enzovoort. Dit alles is het gedenken van Allah.” (Einde citaat uit ar-Riyaadh an-Nadhrah, p. 245.)

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het gedenken van Allah (dzikr) kan in het hart zijn, met de tong of door middel van iemands fysieke handelingen. Het basisprincipe is het gedenken in het hart, aangezien de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): ‘In het lichaam is een stuk vlees, wanneer het gezond is, zal het hele lichaam gezond zijn; maar als het aangetast is, zal het hele lichaam aangetast zijn. Dit is het hart.’ (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) Wat telt is het gedenken in het hart, want Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): ‘…En gehoorzaam niet degene wiens hart Wij onachtzaam maakten om Ons te gedenken en die zijn begeerten volgt…’ [Soerat al-Kahf (18), aayah 28.]

Het gedenken van Allah met je tong of fysieke daden zonder Hem te gedenken in je hart is een serieuze tekortkoming; het is als een lichaam zonder een ziel. (Zie het artikel Stop niet met dzikr omdat jouw hart er niet bij betrokken is.)

Het gedenken van Allah in je hart betekent het nadenken over de tekenen van Allah, Hem liefhebben, Hem aanbidden, berouw tonen jegens Hem, Hem vrezen, op Hem vertrouwen en andere daden van het hart.

Het gedenken van Allah met je tong betekent het spreken van de woorden die jou dichter bij Allah brengen, vooral het zeggen van laa ilaaha ill-Allaah.

Het gedenken van Allah middels fysieke handelingen betekent elke daad die jou dichter bij Allah brengt, zoals het staan, buigen en knielen tijdens het gebed, deelnemen aan jihad en het betalen van de zakaat. Dit alles is het gedenken van Allah, want als je dit doet, dan gehoorzaam je Allah. Aldus gedenk je Allah wanneer je deze handelingen verricht. Daarom zegt Allah (Nederlandstalige interpretatie): ‘…en onderhoud het gebed (#1). Waarlijk, het gebed weerhoudt van de gruweldaden (immoraliteit) en het verwerpelijke. (#2) En het gedenken van Allah is groter…’ [Soerat al-‘Ankaboet (29), aayah 45.]

Een van de geleerden zei: ‘Dit beduidt dat het gebed dat het gedenken van Allah bevat belangrijker is.’ Dit is een van de twee meningen van de geleerden aangaande dit vers.” (Einde citaat uit Tefsier Soerat al-Baqarah, 2/167, 168.)

(#1) Noot van de vertaler: door de zichtbare vereisten van het gebed (as-salaah) na te komen, zoals de voorwaarden, de pilaren en de vrijwillige handelingen; en zij nemen afstand van zaken die het ongeldig maken alsook zaken die afkeurenswaardig zijn; en zij komen ook die zaken na die tot de onzichtbare vereisten ervan behoren, zoals ootmoed, aanwezigheid van het hart (concentratie) en toewijding. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan van Moh’ammed al-Amien ibn ‘Abdiellaah al-Oeramie al-‘Alawie al-Hararie ash-Shaafi’ie.)

(#2) Noot van de vertaler: de beoogde kwaliteit van het gebed wordt door de Koran zelf genoemd in de volgende zin. Wat betreft de recitatie ervan, men dient te weten dat de recitatie die niet verder gaat dan de keel en het hart niet bereikt, kan iemand niet genoeg kracht geven om standvastig in zijn geloof te blijven, om maar te zwijgen over het hem in staat stellen de vallen van ongeloof te ontwijken. Een overlevering zegt over zulke mensen (Nederlandstalige interpretatie): “Zij zullen de Koran reciteren, maar de Koran zal niet voorbij hun kelen gaan; zij zullen het geloof verlaten zoals de pijl de boog verlaat.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, Moeslim en in Moewatta-e.) De recitatie die geen enkel effect heeft op iemands gedrag of manier van denken, zijn moreel en karakter, en hij blijft verrichten wat de Koran verbiedt, is totaal geen recitatie van een gelovige. (Tafheem-ul-Qur’an van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

Allah Ta’aalaa zegt over dzikr (Nederlandstalige interpretatie):

  • “Dus gedenk Mij, dan zal Ik jullie gedenken…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 152.]
  • “O degenen die geloven! Gedenk Allah met veelvuldige gedenkingen.” [Soerat al-Ah’zaab (33), aayah 41.]
  • “Degenen die geloven en wier harten tot rust komen door het gedenken van Allah (dzikroellaah). Voorzeker! Door het gedenken van Allah komen de harten tot rust.” [Soerat ar-Ra’d (13), aayah 28.]
  • “En gedenk jouw Heer in jezelf (#3), nederig en bevreesd en zonder luidruchtigheid in spraak, in de ochtenden en in de avonden, en behoor niet tot de onachtzamen.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 205.]

(#3) Smeekbeden en dzikr dienen niet een vorm te zijn van het te koop lopen met aanbidding (zie het artikel Riyaa-e, te koop lopen met je daden) en dienen op een nederige en respectvolle manier te geschieden. Het is overgeleverd in de Sah’ieh’ayn dat Aboe Moesaa al-Ash’arie zei: “De mensen verhieven hun stemmen tijdens smeekbeden, maar de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘O mensen! Maak het niet moeilijk voor jullie zelf. Waarlijk, jullie roepen niet iemand aan die doof of afwezig is, integendeel, Degene Die jullie aanroepen is Alhorend, dichtbij (bij Zijn dienaren, met Zijn Kennis).’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

  • “…en de mannen die Allah veel gedenken en de vrouwen die Allah veel gedenken (#4): Allah heeft voor hen vergeving voorbereid en een geweldige beloning.” [Soerat al-Ah’zaab (33), aayah 35.]

(#4) Met hun harten en hun tongen en bij alles wat zij doen. Hij zal Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) constant in gedachten hebben en denken aan zijn intenties (zie H’adieth 1 – De daden worden beoordeeld op basis van de intentie). Hij zal voortdurend bismillaah (in de Naam van Allah) zeggen en al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah), in shaa-e Allaah (als Allah het wil), maa shaa-a Allaah (Allah heeft het zo gewild – een expressie van verwondering), soebh’aan Allaah (Glorieus is Allah) etc. en Allah vragen om hulp en Hem bedanken voor elke zegening. Moe’aadz ibn Anas Djoehaanie verhaalde dat iemand aan de profeet van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) vroeg: “Wie van degenen die strijden op de weg van Allah zal de grootste beloning krijgen?” Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) antwoordde (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die Allah het meest gedenkt.” De man vroeg: “Wie van degenen die vasten zal de grootste beloning krijgen?” Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) antwoordde: “Degene die Allah het meest gedenkt.” De man stelde vervolgens dezelfde vraag over degenen die bidden, de betalers van de zakaah en aalmoezen en de verrichters van h’adj, en de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gaf in elk geval hetzelfde antwoord: “Degene die Allah het meest gedenkt.” (Moesnad Ah’mad.)

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei over dzikr (Nederlandstalige interpretatie):

  • ‘Oeqbah ibn ‘Aamier (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Eenieder die plaats neemt in een zitting en de Naam van Allah niet gedenkt, zal het een oorzaak van spijt vinden. Degene die ergens plaats neemt om te slapen en niet de Naam van Allah gedenkt voor het opstaan: Allah zal het hem laten betreuren.” [Overgeleverd door Aboe Daawoed (4/264). Zie al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier (5/342).]
  • “Allah de Verhevene zegt: ‘Ik ben met Mijn dienaar als hij Mij nodig heeft en Ik ben met hem als hij Mij gedenkt. Als hij Mij in zichzelf gedenkt, dan gedenk Ik hem in Mijzelf; als hij Mij in een gemeenschap gedenkt, dan gedenk Ik hem in een gemeenschap die beter is. En als hij zich een handbreedte naar Mij toe wendt, dan wend Ik Mij een armlengte naar hem toe, en als hij zich een armlengte naar Mij toe wendt, dan wend Ik Mij met de wijdte van uitgespreide armen naar hem toe. En als hij naar Mij toe komt lopen, dan kom Ik naar hem toe rennen.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (8/171) en Moeslim (4/2061); deze bewoording is van al-Boekhaarie.]
  • “Degene die zijn Rabb (Heer) gedenkt en degene die zijn Rabb niet gedenkt zijn als de levende en de dode.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie, uit al-‘Asqalaanie, Fat-h’ al-Baarie (11/208). Moeslim leverde het ook over (1/539), met de woorden (Nederlandstalige interpretatie): “Het huis waarin Allah wordt herdacht en het huis waarin Allah niet wordt herdacht zijn als de levende en de dode.”]
  • “Zal ik jullie vertellen over de beste van jullie daden, die het meest aangenaam zijn voor jullie Vorst, die jullie het meest in status verheffen en die beter zijn dan jullie schenking van goud en zilver, of het ontmoeten van jullie vijand (tijdens de veldslag) en dat jullie hun nekken slaan en dat zij jullie nekken slaan?” Zij zeiden: “Ja.” Hij zei: “Het gedenken van Allah Ta’aalaa (verheven is Hij) (oftewel dzikr).” [Overgeleverd door at-Tirmidzie (3373) en Ibn Maadjah (3790); door al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd in Sah’ieh’ at-Tirmidzie.]
  • ‘Abdoellaah ibn Boesr (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat er een man vroeg: “O boodschapper van Allah! De geboden van de Islaam zijn mij te veel geworden, vertel mij over iets waaraan ik mij vast kan klampen.” Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Laat jouw tong onophoudelijk bezig zijn met het gedenken van Allah.” [Overgeleverd door at-Tirmidzie (5/458) en Ibn Maadjah (2/1246). Zie al-Albaanie, Sah’ieh’ at-Tirmidzie (3/139) en Sah’ieh’ Ibn Maadjah (2/317).]
  • “Eenieder die in een gezelschap (van mensen) zit en niet de Naam van Allah in hun gezelschap gedenkt en Allah niet vraagt om Zijn zegeningen op de profeet, zal het een oorzaak van leed vinden. Als Hij wenst zal Hij hen straffen, en als Hij wenst zal Hij hen vergeven.” [Overgeleverd door at-Tirmidzie. Zie al-Albaanie, Sah’ieh’ at-Tirmidzie (3/140).]
  • “Wanneer een groep uit een gezelschap (van mensen) weggaat en Allah niet gedenkt, is alsof ze opstaat van het eten van een kadaver van een ezel en het zou een verlies zijn waar ze spijt van zal krijgen.” [Overgeleverd door Aboe Daawoed (4/264). Zie al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ (5/176).]

De goedmaking na het bijwonen van een bijeenkomst (kaffaaratoe l-madjlies) luidt:

سُبْحـانَكَ اللّهُـمَّ وَبِحَمدِكَ أَشْهَـدُ أَنْ لا إِلهَ إِلاّ أَنْتَ أَسْتَغْفِرُكَ وَأَتوبُ إِلَـيْكَ

Soebh’aanaka llaahoemma wa bieh’amdieka, ash-hadoe allaa iellaaha iellaa ant, astaghfieroeka wa atoeboe ielayk – Glorieus bent U, o Allah, alle lof behoort aan U. Ik getuig dat er geen god is dan U. Ik zoek Uw vergiffenis en toon berouw aan U.” (Aboe Daawoed, Ibn Maadjah en an-Nasaa-ie, zie ook al-Albaanie, Sah’ieh’ at-Tirmidzie 3/153.)

[Bron: o.a. het 377 pagina’s tellende boekje Citadel van de moslim, van Saeed bin Ali bin Wahf al-Qahtani, vertaald door Mustapha El Ayadi & Oem Adam, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. Ga naar onze webshop voor meer informatie over dit boekje en om dit boekje te bestellen. Het is een zeer belangrijk boekje dat iedere moslim nodig heeft. Het bevat vele smeekbeden en adzkaar die men in de loop van de dag en avond nodig heeft.]

 


Dzikr verrichten wanneer je onrein bent

Het verrichten van dzikr en doe’aa-e (dua, smeekbede) is onder alle omstandigheden toegestaan, dus ook als je onrein bent, vanwege hetgeen overgeleverd is in de h’adieth van ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden over haar zijn), die zei: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) verrichte dzikr onder alle omstandigheden.” (Overgeleverd door Moeslim, al-H’aydh, 558.) Sommige uitleggers van deze h’adieth zeiden dat deze h’adieth een basisprincipe aangeeft, namelijk het gedenken van Allah Ta’aalaa onder alle omstandigheden, zelfs wanneer iemand in een toestand van kleine of grote onreinheid is. Dzikr in de vorm van tasbieh’ (het zeggen van “Soebh’aan-Allaah – Glorieus is Allah”), tahliel (het zeggen van “laa ilaaha ill-Allaah – er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah”), takbier (het zeggen van “Allaahoe Akbar – Allah is het Grootst”), tah’mied (het zeggen van “al-h’amdoelillaah – alle lof is voor Allah”) en andere vergelijkbare adzkaar is in alle situaties toegestaan volgens de consensus van de moslims. Wat verboden is, is dzikr dat het reciteren van de Qor-aan bevat, een volledige aayah of meer, of men het nu leest vanuit de moes-h’af of reciteert uit het hoofd, omdat het verbod om dit te doen overgeleverd is. Maar het is moestah’abb (aanbevolen) voor de persoon die djoenoeb is (in een toestand van grote onreinheid verkeerd) om zijn geslachtsdeel te wassen en woedhoe-e (wudu) te verrichten wanneer hij wil gaan slapen, want dit is aangegeven in de h’adieth van ‘Oemar (moge Allah tevreden over hem zijn), die zei: “O boodschapper van Allah! Mag iemand van ons gaan slapen als hij djoenoeb is?” Hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Ja, als hij woedhoe-e verricht.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, al-Ghoesl, 280.)

Zie al-Sharh’ al-Moemti’ van Ibn ‘Oethaymien, 1/288; Tawdhieh’ al-Ah’kaam van al-Bassaam, 1/250; Fataawaa Islaamiyyah, 1/232.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


De beloning van dzikr geven aan anderen (zoals je ouders)

Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En dat er niets is voor de mens behalve wat hij nagestreeft heeft (goed of slecht).” [Soerat an-Nadjm (53), aayah 39.]

Al-H’aafidhz Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) zei over deze aayah: “Ash-Shaafa’ie en degenen die hem volgden begrepen van dit vers dat de beloning voor het lezen van de Qor-aan de overledenen niet bereikt, want het is iets dat zij niet gedaan of verdiend hebben. Daarom heeft de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zijn oemmah niet aanbevolen of aangemoedigd om dit te doen, en hij vertelde hen niet middels enige uitspraak of gebaar om dit te doen. Noch is het overgeleverd dat iemand van de sah’aabah (moge Allah tevreden over hen zijn) dit deed. Als het goed zou zijn, dan zouden zij het gedaan hebben vóór ons. Dus de handelingen van aanbidding zijn beperkt tot die daden die vermeld zijn in de teksten, en er is geen ruimte voor analogie of persoonlijke meningen. Met betrekking tot doe’aa-e en liefdadigheid, er is een consensus onder de geleerden dat de beloning daarvoor de overledene bereikt en dat zij vermeld worden in de sharie’ah.” (Einde citaat uit Tefsier Ibn Kethier, 4/258.)

Sheikh Ibn Baaz (moge Allah hem genadig zijn) werd gevraagd over het geven van de beloning voor het lezen van de Qor-aan en liefdadigheid aan iemands moeder, of zij nu levend of dood is. Hij antwoordde: “Met betrekking tot het lezen van de Qor-aan, de geleerden verschilden van mening of de beloning ervoor de overledene zal bereiken. Er zijn twee meningen onder de geleerden, de meest correcte ervan is dat het de overledene niet zal bereiken omdat er geen bewijs is dat daarop neerkomt. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) deed dit niet voor zijn overleden moslimgeliefden, zoals zijn dochters die overleden tijdens zijn leven, en de sah’aabah (moge Allah tevreden over hen zijn) deden dit niet noch keurden zij het goed, zo ver als wij weten. Het is beter voor de gelovige om dit niet te doen en de Qor-aan niet te lezen voor de doden of de levenden, of om te bidden namens hen, of om vrijwillig te vasten namens hen, want hier is geen bewijs voor. Het basisprincipe betreffende handelingen van aanbidding is dat we niets doen behalve dat wat bewezen is dat het voorgeschreven is door Allah of Zijn boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). [Zie het artikel De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding).]

Liefdadigheid komt ten goede aan zowel de levenden als de doden, volgens de consensus onder de moslims. Zo ook komt doe’aa-e ten goede aan zowel de levenden als de doden, volgens de consensus onder de moslims. De levenden vinden ongetwijfeld baat door liefdadigheid dat door hen en door anderen gegeven wordt, en zij vinden baat bij doe’aa-e. Als iemand doe’aa-e voor zijn ouders verricht wanneer zij leven, dan zullen zij baat vinden bij zijn doe’aa-e, en zij vinden ook baat door liefdadigheid die namens hen gegeven wordt wanneer zij nog in leven zijn, alsook van de h’adj die namens hen verricht wordt als zij niet in staat zijn het zelf te verrichten wegens ouderdom of een ongeneeslijke ziekte. Aldus kan iemand zorgen voor voordeel voor hen door dit te doen. Er is overgeleverd dat een vrouw tegen de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei: “O boodschapper van Allah! Het bevel van Allah om h’adj te verrichten is gekomen terwijl mijn vader een oude man is en niet stevig in het zadel kan zitten. Zal ik de h’adj namens hem verrichten?” Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Verricht de h’adj namens hem.” Een andere man kwam bij hem en zei: “O boodschapper van Allah! Mijn vader is een oude man en kan de h’adj niet verrichten of reizen. Zal ik de h’adj en ‘oemrah namens hem verrichten?” Hij zei: “Verricht de h’adj en ‘oemrah namens jouw vader.” Dit geeft aan dat het toegestaan is om de h’adj te verrichten namens iemand die overleden is of namens een levende man of vrouw die niet in staat is het te doen wegens ouderdom. Dus het geven van liefdadigheid, het verrichten van doe’aa-e en h’adj namens iemand die overleden is of iemand die niet in staat is dit te doen, zal ten goede komen aan hem, volgens alle geleerden. Evenzo, men kan vasten namens een overleden persoon, indien hij een verplicht vasten verschuldigd is – hetzij vanwege een eed, een boetedoening of om een Ramadhaan vasten in te halen – wegens de algemene betekenis van de woorden van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Eenieder die overlijdt en een vastendag verschuldigd is, zijn erfgenaam dient het te vasten namens hem.” (Sah’ieh’ – overeengekomen.) En er zijn andere ah’aadieth die hetzelfde zeggen. Maar wie vastendagen van Ramadhaan uitstelt wegens een geldige reden, zoals ziekte of reizen, en overlijdt voordat hij in staat is ze in te halen, men hoeft ze niet te vasten namens hem of de armen te voeden, want hij is verontschuldigd.” (Einde citaat uit Madjmoe’ Fataawaa wa Maqaalaat ash-Shaykh Ibn Baaz, 4/348.)

Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat het geven van de beloning van dzikr aan anderen, zoals ouders, niet correct is volgens de correctere mening van de twee meningen onder de geleerden, of zij nu levend of overleden zijn. Wij adviseren iedereen om veel doe’aa-e te verrichten voor hen en om liefdadigheid namens hen te geven, want alle goedheid ligt in het volgen van de leiding van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en zijn edele metgezellen (moge Allah tevreden over hen zijn).

 


Moet je jouw tong bewegen wanneer je dzikr reciteert?

De adzkaar die gesproken worden met de tong, zoals het reciteren van de Qor-aan, het zeggen van tasbieh’ (het zeggen van “Soebh’aan-Allaah – Glorieus is Allah”), tah’mied (het zeggen van “al-h’amdoelillaah – alle lof is voor Allah”) en tahliel (het zeggen van “laa ilaaha ill-Allaah – er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah”) en de adzkaar die in de ochtend en in de avond (#5) gereciteerd kunnen worden, wanneer men gaat slapen (#6), wanneer men het toilet binnengaat (#7) enzovoort, het is essentieel om de tong te bewegen. Als iemand zijn tong niet beweegt, dan wordt hij beschouwd als iemand die ze (de adzkaar) niet gezegd heeft.

(#5) Zie het artikel Adzkaar voor in de ochtend en in de avond.

(#6) Adzkaar voor als je gaat slapen en wakker wordt:

De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) adviseerde de moslim om te zeggen wanneer hij gaat liggen om te slapen:

باسْمِكَ رَبِّـي وَضَعْـتُ جَنْـبي، وَبِكَ أَرْفَعُـهُ، فَإِن أَمْسَـكْتَ نَفْسِـي فارْحَـمْهَا، وَإِنْ أَرْسَلْتَـهَا فاحْفَظْـهَا بِمَـا تَحْفَـظُ بِهِ عِبَـادَكَ الصَّـالِحِـينَ

Biesmieka rabbie wadha’toe djanbie, wa bieka arfa’oeh, fa-ien amsakta nafsie farh’amhaa, wa ien arsaltaha fah’fadh-ha, biema tah’fadhzoe biehie ‘iebaadaka s-saalieh’ieen – in Uw Naam, mijn Rabb, leg ik mijn zijde neer en in Uw Naam hef ik hem op. Als U mijn ziel neemt, heb dan genade met haar. En als U haar (de ziel) terugzendt, behoed haar dan net zoals U Uw rechtschapen dienaren behoedt. (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

Wanneer de moslim wakker wordt, dient hij te zeggen:

الْحَمْـدُ لِلّهِ الَّذِي أَحْـيَانَا بَعْـدَ مَا أَمَاتَـنَا وَإليْهِ النُّـشُور

Al-h’amdoeliellaah alladzie ah’yaana ba’ada maa amaatana wa ilayhie n-noeshoor – alle lof behoort toe aan Allah Die ons tot leven heeft gebracht nadat Hij ons heeft doen sterven en tot Hem is de terugkeer. (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

(#7) Adzkaar voor als je het toilet binnengaat en verlaat:

Voordat je het toilet binnengaat, dien je te zeggen: [بٍسمِ اللهِ],

 اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوْذُ بِكَ مِنَ الخُبْثِ وَ الْخَبَائِثِ

[Bismiellaah], Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka mina l-khoebthie wa l-khabaa-ieth – [in de Naam van Allah], o Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen onreine satans, mannelijk en vrouwelijk. (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

Nadat je het toilet verlaten hebt, zeg je:

غُفرَانَكَ

Ghoefraanak – vergeef mij (o Allah). (Overgeleverd door al-Boekhaarie, Moeslim, Aboe Daawoed, Ibn Maadjah en at-Tirmidzie.)

 

Ibn Roeshd leverde over in al-Bayaan wa t-Tah’siel (1/490) dat imaam Maalik (moge Allah hem genadig zijn) gevraagd werd over een persoon die reciteert tijdens het bidden, maar niemand kan hem horen, zelfs hijzelf niet, en hij beweegt zijn tong niet. Hij zei: “Dit is niet reciteren, reciteren is dat waarbij de tong beweegt.” (Einde citaat.)

Al-Kasaanie zei in Badaa-ie’ asSanaa-ie’ (4/118): “Recitatie kan alleen verricht worden door de tong te bewegen om de geluiden te zeggen. Zie je dan niet dat als een aanbidder die in staat is te reciteren zijn tong niet beweegt, dat zijn gebed niet acceptabel is? Evenzo, hij zweert dat hij niet een soerah van de Qor-aan reciteert of hij kijkt ernaar en begrijpt het, maar hij beweegt zijn tong niet; dan verbreekt hij zijn eed niet.” (Einde citaat.) Dit wil zeggen, omdat hij het niet gereciteerd heeft, maar hij heeft er louter naar gekeken.

Dit wordt ook aangeduid door het feit dat de geleerden zeiden dat het niet toegestaan is voor iemand die djoenoeb is (in een toestand van grote onreinheid verkeert) om Qor-aan te reciteren met zijn tong, maar zij zeiden dat het voor hem toegestaan is om naar de moes-h’af te kijken en Qor-aan te reciteren in zijn hart, zonder zijn tong te bewegen. Dit geeft aan dat er een verschil is tussen de twee zaken, en dat het niet bewegen van de tong niet telt als lezen of reciteren. (Zie al-Madjmoe’, 1/187-189.)

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) werd gevraagd: is het verplicht om de tong te bewegen wanneer je Qor-aan reciteert tijdens het gebed, of is het voldoende om het in je hart te zeggen?

Hij antwoordde: “Reciteren dient met de tong gedaan te worden. Als iemand het in zijn hart reciteert wanneer hij aan het bidden is, dat is niet voldoende. Hetzelfde geldt voor alle andere adzkaar; het is niet voldoende om ze in je hart te reciteren. Het is essentieel om je tong en lippen te bewegen, want zij zijn woorden die gesproken dienen te worden en dat kan alleen bereikt worden door de tong en lippen te bewegen.” (Einde citaat uit Madjmoe’ Fataawaa Ibn ‘Oethaymien, 13/156.)

Bron: https://islamqa.info/en/70577 (Engels) – https://islamqa.info/ar/70577 (Arabisch).

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Gezamenlijk en hardop adzkaar reciteren

Het basisprincipe aangaande dzikr en daden van aanbidding is dat er geen ruimte is om zaken toe te voegen of weg te laten. Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) dient alleen aanbeden te worden op manieren die Hij voorgeschreven heeft. In kwesties waar bewezen is door de woorden of daden van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) dat een handeling op een specifieke tijd, plaats, manier of een bepaald aantal keren verricht moet worden, dan dienen we Allah Ta’aalaa te aanbidden in overeenstemming met hetgeen voorgeschreven is. [Zie het artikel De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding).]

De geleerden van de Permanente Commissie zeiden aangaande het gezamenlijk verrichten van dzikr dat het niet bewezen is door de woorden of daden of goedkeuring van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) dat hij samen met anderen doe’aa-e of dzikr verrichtte na het gebed, of na het lezen van de Qor-aan, of na elke les. Deze handeling was ook niet bekend ten tijde van de rechtgeleide khaliefen of van enige sah’aabie (moge Allah tevreden over hen zijn). (Zie o.a. Fataawaa Islaamiyyah, 4/178.)

De geleerden van de Permanente Commissie zeiden ook: “Gezamenlijk dzikr verrichten is een innovatie (bid’ah), want het is iets dat in de religie geïntroduceerd is. De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wie iets in deze zaak introduceert dat er geen deel van uitmaakt, het zal verworpen worden.’ En hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Elke nieuwe verzonnen zaak is een innovatie, en elke innovatie is misleiding.’ Wat voorgeschreven is, is het gedenken van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) zonder het gezamenlijk te reciteren.’ (Fataawaa al-Ladjnah ad-Daa-imah, 24/268.) (Zie het artikel Het verbod op innovaties.)

Degenen die samenkomen om gezamenlijk dzikr te verrichten baseren zich op ah’aadieth zoals:

Een h’adieth overgeleverd door Moeslim (2701) van Moe’aawiyah ibn Abie Soefyaan (moge Allah tevreden over hem zijn), die aangeeft dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) uitkwam bij een kring van zijn metgezellen en zei (Nederlandstalige interpretatie): “Waarom zitten jullie hier?” Zij zeiden: “We zitten om Allah te gedenken en Hem te prijzen omdat Hij ons naar de Islaam geleid heeft en ons daarmee gezegend heeft.” Hij zei: “Bij Allah, zitten jullie alleen wegens deze reden?” Zij zeiden: “Bij Allah, wij zitten alleen wegens deze reden.” Hij zei: “Ik vroeg jullie niet om te zweren omdat ik jullie beschuldig, maar Djibriel (Gabriël – vrede zij met hem) kwam bij mij en vertelde me dat Allah met trots over jullie vertelde aan de engelen.”

Een andere h’adieth, ook overgeleverd door Moeslim (2699), is van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn), die zei: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Geen groep mensen verzameld zich in een van de huizen van Allah, om gezamenlijk het Boek van Allah te reciteren en te bestuderen, of rust zal op hen neerdalen, genade zal hen overschaduwen, engelen zullen hen omgeven en Allah zal hen noemen tegenover degenen die bij Hem zijn.”

Maar er is niets in deze ah’aadieth dat suggereert dat dzikr gezamenlijk gereciteerd moet worden.

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) zei: “De correcte mening aangaande deze kwestie is dat deze twee ah’aadieth verwijzen naar degenen die samen het Boek van Allah bestuderen en reciteren. Met betrekking tot mensen die Allah gedenken, het is algemeen in betekenis en dient begrepen te worden in het licht van andere en specifieke overleveringen die de manier waarop dzikr verricht werd in de tijd van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en zijn metgezellen beschrijven. Het is niet van hen bekend dat zij Allah Ta’aalaa gedachten door gezamenlijk dzikr te verrichten, of dat zij gezamenlijk Qor-aan reciteerden. Het zinsdeel ‘het gezamenlijk studeren’ beduidt dat dit studeren gezamenlijk gedaan werd, de een na de ander. Of iemand van hen leest en nadat hij klaar is leest iemand anders dezelfde tekst enzovoort; of iemand van hen leest een gedeelte waarna iemand anders verder leest van waar de vorige stopte. Dit is de duidelijke betekenis van de h’adieth. Met betrekking tot de andere h’adieth waarin aangegeven wordt dat zij Allah Ta’aalaa gedachten, wij zeggen hetzelfde: het is algemeen in betekenis en dient begrepen te worden in het licht van de teksten die spreken over de specifieke manier waarop dzikr verricht werd in de tijd van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en zijn metgezellen. Het is niet van hen bekend dat zij samen kwamen en gezamenlijk dzikr verrichtten.” (Einde citaat uit Fataawaa Noer ‘ala ad-Darb van Ibn ‘Oethaymien, 19/30.)

Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei over het hardop reciteren van dzikr en doe’aa-e: “Alle lof is voor Allah. Het is beter om zachtjes dzikr en doe’aa-e te verrichten – zoals het zenden van zegeningen op de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) – tenzij er een reden is om dit anders te doen. Op dit bepaalde moment (tussen de fadjr en zonsopkomst) is het vooral te prefereren (om zachtjes te reciteren), omdat Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie): ‘En gedenk jouw Heer in jezelf, nederig en bevreesd en zonder luidruchtigheid in spraak, in de ochtenden en in de avonden…’ [Soerat al-A’raaf (7), aayah 205.] En in de Sah’ieh’ is overgeleverd dat de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei toen hij hoorde dat de sah’aabah (moge Allah tevreden over hen zijn) hun stemmen verhieven tijdens dzikr (Nederlandstalige interpretatie): ‘O mensen, maak het gemakkelijk voor jullie zelf (en demp jullie toon), want jullie roepen niet iemand aan die doof of afwezig is. Integendeel, jullie roepen Iemand aan Die Alhorend en dichtbij is (met Zijn Kennis). Degene Die jullie aanroepen is dichter bij jullie dan de nek van zijn rijdier.’” (Einde citaat uit al-Fataawaa al-Koebra, 4/246.) (Zie noot #3 hierboven.)

Shaykh al-Islaam (moge Allah hem genadig zijn) zei ook: “Niemand dient zijn stem te verheffen tijdens het reciteren op een dergelijke manier dat hij anderen, zoals andere aanbidders, ergert (of stoort).” (Madjmoe’ al-Fataawaa, 23/61.)

 


Het gebruiken van de masbah’ah (gebedssnoer)

Een masbah’ah (ook wel soebh’ah of tasbih genoemd: gebedskralen, gebedssnoer) is een kralenketting die wordt gebruikt voor het reciteren van gebeden of dzikr.

Sommige geleerden zeggen dat het toegestaan is om de masbah’ah te gebruiken, maar tevens zeggen zij dat het beter is om op je vingers te tellen. Anderen zeggen dat het een bid’ah (laakbare innovatie) is.

Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah zei in al-Fataawaa (22/187): “Sommigen van hen pronken wellicht, door hun bidmatjes over hun schouders te plaatsen en hun mesaabih’ (meervoud van masbah’ah) in hun handen te dragen, hen symbolen van religie en gebed makend. Het is bekend door de moetawaatir overleveringen (overleveringen die zo talrijk zijn dat zij niet vervalst kunnen zijn) dat noch de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) noch zijn metgezellen deze als symbolen gebruikten. Zij waren gewoon tasbieh’ te reciteren en te tellen op hun vingers, zoals de h’adieth aangeeft (Nederlandstalige interpretatie): ‘Tel op je vingers, want zij zullen ondervraagd worden en zij zullen in staat gesteld worden te spreken.’ Sommigen van hen telden wellicht hun tasbieh’ met kiezelsteentjes of dadelpitten. Sommige mensen zeggen dat het verrichten van tasbieh’ met de masbah’ah makroeh (afkeurenswaardig) is, en sommigen staan het toe, maar niemand zegt dat de tasbieh’ met de masbah’ah beter is dan tasbieh’ met de vingers.”

Vervolgens gaat hij (moge Allah hem genadig zijn) verder met het bespreken van de kwestie over het pronken met de masbah’ah, zeggende dat het pronken is met iets dat niet voorgeschreven is door de Islaam, wat erger is dan het pronken met iets dat voorgeschreven is. (Zie het artikel Riyaa-e, te koop lopen met je daden.)

Sheikh Moh’ammed ibn Saalih’ al-‘Oethaymien (al-Liqaa-e al-Maftoeh’, 3/30) werd gevraagd of het gebruiken van de masbah’ah voor tasbieh’ een bid’ah is, en zijn antwoord was: “Het is beter om tasbieh’ te verrichten zonder de masbah’ah, maar het is geen bid’ah, want er is een basis voor, namelijk het feit dat sommige sah’aabah (metgezellen) tasbieh’ verrichtten met kiezelsteentjes. Maar de boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) onderwees ons dat tasbieh’ met de vingers beter is, zoals hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Tel met de vingertoppen, want zij zullen tot spreken gebracht worden (en zeggen wat zij gedaan hebben – zoals alle andere ledematen).’ Tasbieh’ verrichten met de masbah’ah is niet h’araam (verboden) of bid’ah, maar het is beter om het niet te gebruiken, want degene die tasbieh’ verricht met de masbah’ah heeft iets beters gemeden (namelijk tasbieh’ op de vingers). Het gebruik van de masbah’ah kan ook verontreinigd zijn door enig element van pronken, want we zien sommige mensen gebedskralen dragen die duizend kralen bevatten, alsof zij tegen mensen zeggen: ‘Kijk mij, ik verricht duizend tasbieh’ah!’ Ten tweede, degenen die de masbah’ah gebruiken voor tasbieh’ zijn gewoonlijk afwezig en niet geconcentreerd; dus je ziet hen tasbieh’ verrichten met de kraaltjes, maar hun blik dwaalt over de gehele plaats, wat aanduidt dat zij zich niet werkelijk concentreren. Het is beter om tasbieh’ te verrichten met behulp van je vingers, bij voorkeur die van de rechterhand, want de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) was gewoon om zijn tasbieh’ te tellen met behulp van zijn rechterhand. Als iemand zijn tasbieh’ telt met beide handen, daar is niets mis mee, maar het is beter om alleen de rechterhand te gebruiken.” (Einde citaat.)

Sheikh Moh’ammed Naasir ad-Dien al-Albaanie zei in al-Silsilat adh-Dha’iefah (1/110), waar hij de (zwakke – dha’ief) h’adieth “wat een goed geheugensteuntje is de soebh’ah (masbah’ah)” citeert: “Volgens mijn mening is de betekenis van deze h’adieth wegens een aantal redenen ongeldig:

Ten eerste, de soebh’ah (masbah’ah, de gebedssnoer) is een bid’ah en het was niet bekend in de tijd van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Het raakte daarna pas in gebruik; dus hoe kon hij (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zijn metgezellen aangemoedigd hebben iets te doen wat onbekend voor hen was!? Het bewijs voor hetgeen ik gezegd heb is de overlevering overgeleverd door Ibn Wadhaah’ in al-Bid’ wa n-Nahie ‘Anhaa van asSalt ibn Bahraam, die zei: ‘Ibn Mas’oed passeerde een vrouw die een (masbah’ah) had waarmee zij tasbieh’ verrichtte, en hij brak het en wierp het weg. Daarna passeerde hij een man die tasbieh’ verrichtte met kiezelsteentjes, en hij schopte hem waarna hij zei: ‘Denk jij dat je beter bent dan de sah’aabah, maar je volgt ongerechtvaardigde bid’ah! Denk jij dat je meer kennis hebt dan de metgezellen van Moh’ammed (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem)!’” [De isnaad (keten van overleveraars) is sah’ieh’ (authentiek) tot aan asSalt, die behoort tot de betrouwbare (thiqah) volgelingen van de taabi’ien (volgelingen van de sah’aabah).]

Ten tweede, het is in strijd met de leiding van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). ‘Abd-Allaah ibn ‘Amr (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: ‘Ik zag de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) de tasbieh’ tellen op zijn rechterhand.’”

Hij (sheikh al-Albaanie) zei ook (1/117): “Als er maar één slecht iets zou zijn over de masbah’ah, namelijk dat het de plaats inneemt van de Soennah van het tellen op de vingers, hoewel iedereen het eens is dat het tellen op de vingers de voorkeur geniet, dan is dat slecht genoeg. Hoe zeldzaam zie ik mensen hun tasbieh’ tellen op hun vingers!

Bovendien, mensen hebben zo veel verfijnde manieren bedacht waarmee zij deze bid’ah volgen. Aldus zie je de volgelingen van een van de (soefie) tarieqahs (ordes) de masbah’ah dragen om hun nekken! Of sommigen tellen de kralen terwijl zij met jou praten of naar jou luisteren! Of een andere – wiens gelijke ik voor lange tijd niet gezien heb – die op zijn fiets rijdt door de drukke straten, met de masbah’ah in een van zijn handen! Zij tonen de mensen dat zij niet eens een moment afgeleid zijn van het gedenken van Allah, maar in vele gevallen is deze bid’ah een oorzaak van hun onachtzaamheid jegens hetgeen verplicht (waadjib) is. (Hetgeen behoort tot de vallen van de satan, dat je een verplichte handeling veronachtzaamd omwille van een vrijwillige handeling.) Het is vaak gebeurd – bij velen alsook bij mijzelf – dat wanneer ik iemand van deze mensen groet met de salaam, dat zij alleen antwoorden door te zwaaien en niet door de woorden van deze begroeting te zeggen. De slechte resultaten van deze bid’ah zijn talrijk, en niemand zegt het beter dan de poëet:

‘Alle goedheid is in het volgen van hetgeen voorheen gekomen is (de selef),
alle slechtheid is in de innovaties van degenen die later kwamen.’”

En Allah weet het best.

Bron: https://islamqa.info/en/3009 (Engels) – https://islamqa.info/ar/3009 (Arabisch).

 


Het heen en weer bewegen tijdens dzikr

Meerdere geleerden hebben aangegeven dat het bewegen en heen en weer wiegen tijdens het verrichten van dzikr een vorm van innovatie (bid’ah) is en dat dansen tijdens het verrichten van dzikr behoort tot de misleidende soefie innovaties. [Zie de verhandeling De realiteit van soefisme in het licht van de Qor-aan en Soennah en zie het artikel Het verbod op innovaties (bid’ah).]

De geleerden van de Permanente Commissie werden gevraagd: is de dzikr die sommige mensen in Egypte en sommige plattelandsgebieden doen in overeenstemming met de islamitische leer? Bijvoorbeeld, zij staan en wiegen naar rechts en links terwijl zij de Naam van Allah reciteren.

Zij antwoordden: “Wij kennen voor deze handeling geen enkele basis in de religie van Allah; het is eerder een innovatie en het is strijdig met de regels die door Allah zijn voorgeschreven. Degenen die dit doen dienen bekritiseerd (en gecorrigeerd) te worden, vooral als iemand daartoe in staat is, want de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wie in deze zaak van ons iets introduceert dat er geen deel van uitmaakt, het zal verworpen worden.’ (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)” [Einde citaat uit Fataawaa al-Ladjnah ad-Daa-imah (2/521).]

Voor meer informatie over het bewegen tijdens dzikr en een weerlegging van “bewijzen” die soefie’s gebruiken, zie onder andere:

  • https://islamqa.info/en/143924Is there any proven hadeeth to suggest that the Sahaabah danced, that is quoted as evidence for dancing in dhikr circles? (Engels)
  • https://islamqa.info/ar/143924هل ثبت حديث أن الصحابة رقصوا ويستدل بذلك على الرقص في حلَق الذِّكر؟ (Arabisch)

 


Het herhalen van alleen de Naam “Allah”, of het voornaamwoord “Hoewaa (Hij)”

Er is geen twijfel dat het herhalen van de Naam “Allah” op zichzelf, of – erger nog – het voornaamwoord “Hoewaa (Hij)” een soefie bid’ah is. Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei:

“De Naam van Allah op zichzelf, hetzij als een zelfstandig naamwoord (“Allah”) of een voornaamwoord (“Hoewa”) is niet een complete uitdrukking of zinvolle zin. Het heeft geen implicaties met betrekking tot iemaan (geloof) of koefr (ongeloof), geboden of verboden. Dit is niet genoemd door iemand van de selef (de eerste generaties) van deze oemmah, en het is niet voorgeschreven door de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Het zorgt niet voor enige kennis in het hart, noch brengt het enig voordeel ervoor teweeg. Het enige wat het doet is een onduidelijk idee geven dat niet door enige ontkenning of bevestiging wordt bepaald. Tenzij er enige voorafgaande kennis is in iemands gedachten, of hij is in een toestand waarbij hij ervan kan profiteren, zal hij er geen enkel voordeel uit kunnen halen. De islam schrijft adzkaar voor die op zichzelf voordeel voor het hart teweegbrengen, zonder enige behoefte aan iets anders…

Het noemen van het voornaamwoord op zichzelf is nog verder verwijderd van de Soennah en een ergere vorm van bid’ah, welke dichter bij de misleiding van de satan is. Als iemand ‘Yaa Hoewa, yaa Hoewaa (o Hij, o Hij)’ zegt, of ‘Hoewa, Hoewa (Hij, Hij)’ enzovoort, het voornaamwoord verwijst naar niets behalve hetgeen zijn hart inbeeldt, en harten kunnen geleid of misleid zijn.

Sommige sheikhs gebruiken de volgende aayah als bewijs voor het zeggen van ‘Allah’ (de Naam op zichzelf) (Nederlandstalige interpretatie): ‘…Zeg: ‘Allah.’…’ [Soerat al-An’aam (6), aayah 91.] Zij denken dat Allah Ta’aalaa Zijn profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) opdroeg Zijn Naam op zichzelf te zeggen, maar dit is een fout volgens de consensus van de geleerden. Want de betekenis van het zinsdeel ‘…Zeg: ‘Allah.’…’ is dat het Allah is Die het Boek neergezonden heeft tot Moesaa (Mozes – vrede zij met hem). Dit is als antwoord op de vraag (Nederlandstalige interpretatie): ‘…Zeg (o Mohammed): ‘Wie zond het Boek (de Thora) dan neer waarmee Mozes kwam als een licht en een leiding voor de mensen, waarvan jullie (o joden) losse bladen maakten!? Jullie tonen een gedeelte en jullie verbergen veel daarvan. En jullie werd onderwezen wat jullie niet wisten, jullie noch jullie vaders.’ Zeg: ‘Allah (zond het neer).’…’ [soerat al-An’aam (6), aayah 91], oftewel, Allah is Degene Die het Boek geopenbaard heeft aan Moesaa (vrede zij met hem). Dit is een weerlegging van de meningen van degenen die zeiden (Nederlandstalige interpretatie): ‘…‘Allah zond niets neer tot een mens (middels openbaring).’…’ [Soerat al-An’aam (6), aayah 91.] Allah zegt: ‘Wie zond het Boek dan neer dat Moesaa bracht?’ Vervolgens zegt Hij: ‘Zeg: Allah zond het neer, laat deze leugenaars vervolgens spelen in hun nutteloze discussies.’

Allah beval niemand om Zijn Naam op zichzelf te noemen, en het is voor de moslims niet voorgeschreven om Zijn Naam op zichzelf te zeggen (als dzikr). Zijn Naam op zichzelf zeggen versterkt het geloof niet, noch legt het iets over de religie uit, volgens de consensus van de geleerden van de islam; het is in geen enkele handeling van aanbidding opgelegd, noch in enig geval waar Allah hen toespreekt.” (Einde citaat uit Madjmoe’ al-Fataawaa, 10/226-229.)

En hij (moge Allah hem genadig zijn) zei ook: “Het herhalen van de Naam van Allah, zoals het zeggen van ‘Allaah, Allaah,’ of het voornaamwoord, zoals ‘Hoewa, Hoewa,’ is niet voorgeschreven in de Qor-aan noch de Soennah. Het is niet overgeleverd dat iemand van de selef van deze oemmah of iemand van de rechtschapen geleerden die als voorbeeld genomen worden dit gedaan heeft. Het wordt alleen gezegd door misleide mensen van de latere generaties.

Misschien dat zij een sheikh volgen die geen controle had over zichzelf aangaande dit punt, zoals ash-Shoeblie die, zoals overgeleverd is, zei: ‘Allaah, Allaah.’ Er werd tegen hem gezegd: ‘Waarom zeg je niet laa ilaaha ill-Allaah?’ Hij zei: ‘Ik ben bang dat ik sterf tussen de ontkenning (het zeggen van laa ilaaha – er is geen god) en de bevestiging (ill-Allaah – behalve Allah)!’

Dit is een van de fouten begaan door ash-Shoeblie, die vergeven kan worden wegens de oprechtheid van zijn geloof en de kracht van zijn emoties die hem overmanden. Soms werd hij gek en naar een gesticht gebracht, en hij scheerde zijn baard eraf. Er zijn andere gevallen van deze soort zoals zijn geval, die niet als voorbeeld genomen dienen te worden, ook al kan hij verontschuldigd of beloond worden er voor. Als iemand laa ilaaha ill-Allaah zegt en hij overlijdt voordat hij het kan voltooien, dan zal hem dit helemaal niet schaden. Want daden worden beoordeeld volgens de intenties, en wat hij wilde doen zal voor hem opgeschreven worden.” (Einde citaat uit Madjmoe’ al-Fataawaa, 10/556-558.)

Eenieder de de Qor-aan en Soennah zijn referentiepunten maakt aangaande zijn aanbidding zal niet falen het goede te onderscheiden van het foutieve. [Zie het artikel De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding).]

We vragen Allah om ons terug te brengen naar Zijn religie. En Allah weet het best.

Bron: https://islamqa.info/en/9389 (Engels) – https://islamqa.info/ar/9389 (Arabisch).

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Enkele adzkaar

Nu volgen enkele voorbeelden van adzkaar die heel gemakkelijk zijn voor een moslim om te zeggen, tijdens het wandelen in de natuur, de afwas, het strijken, koken, autorijden, boodschappen doen enzovoort enzovoort.

1.)

Onze geliefde profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Er zijn vier woorden die het meest geliefd zijn bij Allah de Verhevene: Soebh’aan-Allaah, al-h’amdoelillaah, laa ilaaha ill-Allaah en Allaahoe Akbar; het maakt niet uit met welke je begint.” (Overgeleverd door Moeslim.)

2.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

‘(Er zijn) twee woorden die zeer gemakkelijk zijn voor de tong om te zeggen, maar zeer zwaar op de weegschaal en zeer geliefd bij de Meest Barmhartige (Allah): Soebh’aan-Allaahie wa bih’amdihie, Soebh’aan-Allaah al-‘Adhziem (Glorieus is Allah en alle lof komt Hem toe, Glorieus is Allah, de Geweldige).’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

3.)

Aboe Moesaa (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zei tegen mij (Nederlandstalige interpretatie):

‘Zal ik jou vertellen over een schat onder de schatten van het Paradijs?’ Ik zei: ‘Zeker, o boodschapper van Allah!’ Hij zei:

لاَ حَولَ وَلاَ قُوَّةَ إِلاَّ بِاللهِ

Laa h’awla wa laa qoewawatta illaa billaah (er is geen macht en geen kracht behalve bij Allah).’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

4.)

Degene die zegt:

سُبْحَانَ اللهِ العَظِيم وَبِحَمْدِهِ

Soebh’aana Allaahie al-‘Adhziem wa bieh’amdieh (geprezen is Allah de Almachtige en alle lof is voor Hem),” voor hem zal er een dadelboom gepland worden in het Paradijs. (At-Tirmidzie 5/511, al-H’aakim (bevestigd door adz-Dzahabie) 1/501. Zie ook al-Albaanie, Sah’ieh’ al-Djaami’ as-Saghier 5/531 en Sah’ieh’ at-Tirmidzie 3/160.)

5.)

Reciteer het volgende honderd keer (of meer) in het Arabisch gedurende de dag:

أَسْتَغْفِرُ اللهَ وَ أَتُوبُ إِلَيْه

Astaghfieroe llaaha wa atoeboe ielayh – Ik zoek de vergiffenis van Allah en keer me in berouw tot Hem. [Al-Boekhaarie, Fat-h’ al-Baarie 11/101, Moeslim 4/2075.]

 


Dzikr na het gebed

1.)

Zeg na de tesliem, na het beëindigen van het gebed:

أَسْـتَغْفِرُ الله (ثَلاثاً). اللّهُـمَّ أَنْـتَ السَّلامُ وَمِـنْكَ السَّلامُ، تَبارَكْتَ يَا ذَا الجَـلالِ وَالإِكْـرَامَ

Astaghfiroe llaah (drie keer). Allaahoemma Anta s-salaamoe wa mienka s-salaamoe, tabaarakta yaa Dza l-djalaalie wa l-iekraam.

Allah vergeef mij (drie keer). O Allah, U bent Vrede en van U komt vrede. Gezegend bent U, o Bezitter van majesteit en adel. (Overgeleverd door Moeslim 1/414.)

2.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie):

“Wie meteen na as-salaat (het gebed) 33 keer de woorden Soebh’aan-Allaah (Glorieus is Allah) zegt, en 33 keer al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah) zegt, en 33 keer de woorden Allaahoe Akbar (Allah is het Grootst) zegt, en om het honderdtal vol te maken zegt laa ilaaha ill-Allaah wah’dahoe laa sharieka lah, lahoe l-moelk, wa lahoe l-h’amd, wa Hoewa ‘alaa koelie shay-in qadier (er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, de Enige, Hij heeft geen deelgenoten, aan Hem behoort het Koninkrijk, en alle lof is voor Hem, en Hij is over alle zaken Almachtig), al zijn fouten zullen vergeven worden, al zijn zij als het schuim van de zee.” (Overgeleverd door Moeslim)

3.)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Degene die Aayatoe l-Koersie na het einde van elk verplicht gebed reciteert, hij is onder de bescherming van Allah totdat het volgende gebed begint.” (Overgeleverd door at-Tabaraanie.)

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft ook gezegd (Nederlandstalige interpretatie):

“Degene die dit (Aayatoe l-Koersie) reciteert na elk verplicht gebed: de dood zal hem nog als enige weerhouden van het betreden van al-Djennah (het Paradijs).” (Overgeleverd door at-Tabaraanie, Ibn as-Soennie, Ibn H’ibbaan en anderen.)

Zie het artikel Aayatoe l-Koersie voor meer informatie over de belangrijkste aayah in het Boek van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij).

Voor meer adzkaar na het gebed, of andere situaties, zie het 377 pagina’s tellende boekje Citadel van de moslim, van Saeed bin Ali bin Wahf al-Qahtani, vertaald door Mustapha El Ayadi & Oem Adam, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. Ga naar onze webshop voor meer informatie over dit boekje en om dit boekje te bestellen. Het is een zeer belangrijk boekje dat iedere moslim nodig heeft. Het bevat vele smeekbeden en adzkaar die men in de loop van de dag en avond nodig heeft.

 


Adzkaar voor in de ochtend en in de avond

Zie ons uitgebreide artikel Adzkaar voor in de ochtend en in de avond.

 


Een superieure dzikr

Er is overgeleverd dat Aboe Oemaamah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) zag mij mijn lippen bewegen en hij zei tegen mij (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wat ben je aan het zeggen, o Aboe Oemaamah?’ Ik zei: ‘Ik ben Allah aan het gedenken (dzikr aan het verrichten), o boodschapper van Allah.’ Hij zei: ‘Zal ik jou iets vertellen dat beter of groter is dan jouw dzikr ’s nachts en overdag, of overdag en ’s nachts? Je dient te zeggen:

سبحان الله عدد ما خلق ، سبحان الله ملء ما خلق ، سبحان الله عدد ما في الأرض والسماء ، سبحان الله ملء ما في السماء والأرض ، سبحان الله ملء ما خلق ، سبحان الله عدد ما أحصى كتابه ، وسبحان الله ملء كل شيء

Soebh’aan Allaah ‘adad maa khalaqa, soebh’aan Allaah mil-a maa khalaqa, soebh’aan Allaah ‘adad maa fie l-ardh wa s-samaa-e, soebh’aan Allaah mil-a maa fie s-samaa-e wa l-ardh, soebh’aan Allaah mil-a maa khalaqa, soebh’aan Allaah ‘adad maa ah’saa kitaaboehoe, soebh’aan Allaah mil-a koellie shay-in

Eer aan Allah (gelijk aan) het aantal van wat Hij geschapen heeft, eer aan Allah (gelijk aan) hetgeen wat Hij geschapen heeft vult, eer aan Allah (gelijk aan) het aantal van wat in de aarde en de hemel is, eer aan Allah (gelijk aan) hetgeen wat in de hemel en de aarde is vult, eer aan Allah (gelijk aan) hetgeen wat Hij geschapen heeft vult, eer aan Allah (gelijk aan) het aantal van wat geschreven is in Zijn Boek, eer aan Allah (gelijk aan) hetgeen wat alle dingen vult…

…en zeg al-h’amdoelillaah (alle lof is voor Allah) op een vergelijkbare manier.’

Zie het artikel Een superieure dzikr voor meer informatie over deze dzikr.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

En tot Allah keren wij allemaal terug.

 

Relevante artikelen:

Stop niet met dzikr omdat jouw hart er niet bij betrokken is

Adzkaar voor in de ochtend en in de avond

Een superieure dzikr

Als je wilt dat… (diverse adzkaar en hun beloningen)

Aayatoe l-Koersie

De zegeningen van aayah 2:285-286

Doe’aa-e (smeekbede)

Waarom onze smeekbeden niet verhoord worden

Waarom smeekbeden niet meteen beantwoord worden