Democratische dilemma’s

 Democratie – moderne afgoderij!

Democratie.1

“Waarlijk, de (enige) religie (manier van leven) bij Allah (die Hij van een persoon accepteert) is de Islaam (overgave aan Zijn Wil)…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 19.]

“En wie een andere religie (manier van leven) dan de Islaam wenst, het zal nooit van hem aanvaard worden en in het Hiernamaals zal hij tot de verliezers behoren.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 85.]

“En wie in tegenstrijd is met de boodschapper (Moh’ammed) – nadat de leiding duidelijk is geworden voor hem – en een andere weg volgt dan de weg van de gelovigen, Wij laten hem volgen wat hij gekozen heeft en Wij zullen hem in de Hel doen branden – en wat een slechte bestemming is dat!” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 115.]

Dit artikel is opgenomen in het gratis e-boek Waarom moslims niet geloven in democratie. Klik hier om dit e-boek (PDF-document – 1,02 mb) te lezen en te downloaden.

 

Door Henry Sturman.

Hoofdstukken:
Deel 1: Hoe democratisch is de democratie?
Deel 2: Critici van de democratie
Deel 3: Democratie – een wolf in schaapskleren

 


Deel 1: Hoe democratisch is de democratie?

Blijkens een artikel in Magazine M van NRC Handelsblad (februari 2001) leidde PvdA-fractieleider Ad Melkert zijn fractie met harde hand. Volgzaamheid, loyaliteit en rust waren het devies. Discussie over belangrijke zaken en afwijkende standpunten werden zoveel mogelijk de kop ingedrukt. De belangrijkste beslissingen werden genomen door Melkert in overleg met minister-president Kok, en de voornaamste functie van de 45 fractieleden was om braaf mee te stemmen met Melkert of met de regering. Wie zich daar niet aan schikte kwam de volgende keer niet op een verkiesbare plaats. Nieuwe Kamerleden werden via een wervingsadvertentie geselecteerd op basis van de eigenschappen aardig, sociaal en een gebrek aan uitgesproken meningen.

In een andere Magazine M (mei 2002) kwam een hele reeks hoogleraren politicologie aan het woord die stelden dat Nederland geen echte democratie is. Enkele van hun uitspraken: “De politiek is in Nederland naar de periferie verdwenen. De democratie als zodanig is er niet meer in te herkennen.” (Ankersmit.) “In Nederland hebben we een absolute regentenstand die niets te maken heeft met democratie in de directe democratische zin van het woord.” (Frissen.) “De democratie zoals wij die kennen heeft zijn langste tijd gehad. De politiek doet alsof het niet zo is, maar de belangrijkste besluiten worden genomen in organen die niet voldoen aan de regels van democratische besluitvorming.” (Hajer.) “De politieke partij is niet meer dan een netwerk van mensen die elkaar kennen en ondersteunen. Van democratie is geen sprake.” (Tromp.) Volgens een peiling van Maurice de Hond denkt 55 procent van de kiezers dat er in Nederland geen sprake is van een echte democratie (bron: De Stem van Nederland, 11 april 2004). Hoe democratisch is Nederland eigenlijk? En is volledige democratie mogelijk?

Hieronder volgen twee voorbeelden van ondemocratische elementen van ons politieke systeem.

Ten eerste is gebruikelijk dat Kamerleden zich bij hun stemgedrag houden aan de binnen hun fractie afgesproken standpunten (fractiediscipline). Ook worden fracties van regeringspartijen geacht met de regering mee te stemmen, zelfs als een meerderheid van een fractie het niet met het regeringsstandpunt eens is. Dat is niet democratisch en bovendien in strijd met artikel 67, lid 3 van de grondwet. Die luidt: “De leden stemmen zonder last.” Het is dus de bedoeling dat Kamerleden naar eer en geweten stemmen, zonder gehinderd te worden door overige verplichtingen. Een land als de Verenigde Staten is in dat opzicht democratischer. Daar is geen regeringscoalitie of fractiediscipline. Daar staat tegenover dat de Verenigde Staten weer ondemocratischer zijn in de zin dat er maar twee partijen in het parlement zitten, zodat er minder verschillende meningen worden vertegenwoordigd.

Ten tweede wordt slechts een klein deel van het overheidsbestuur via verkiezingen benoemd. De minister-president, de ministers, de koningin, de commissaris van de koningin, de burgemeester en ontelbare andere bestuursfuncties worden niet via verkiezingen benoemd. Zelfs gemeenteraads- en Kamerleden worden niet direct door de kiezer geselecteerd, maar door sollicitatiecommissies van de partijen zelf. Ook de topambtenaren op de ministeries, die in feite veel meer bestuurlijke macht hebben dan het parlement, worden niet door de burger aangesteld. Op het Nederlandse stembiljet kun je maar één keuze invullen!

Daarnaast zijn er allerlei ambtelijke adviescolleges en bestuursorganen die niet of nauwelijks door het parlement gecontroleerd worden, terwijl ze wel een enorme invloed en verregaande beslissingsbevoegdheid hebben. Ook zijn er in Nederland zo’n 3200 quango’s (quasi autonome non-gouvernementele organisaties). Dat zijn zelfstandig geworden overheidsorganisaties die gefinancierd worden door de overheid, maar grotendeels buiten de democratische controle vallen.

Vaak hoor je de klacht dat politici niet voldoende naar de kiezer luisteren. Dat is een vreemde klacht, want het is een onvermijdelijk gevolg van de parlementaire democratie. Sterker nog, het is juist de bedoeling van de parlementaire democratie dat politici niet luisteren naar de kiezer. Als het de bedoeling was dat het beleid van het parlement een precieze afspiegeling was van wat de kiezer wil, dan had men immers geen parlement ingesteld maar directe democratie. Misschien dat directe democratie vroeger vanwege praktische redenen ondoenlijk was. Maar tegenwoordig, met computers en internet, zou het geen enkel probleem zijn om de kiezer wekelijks over alle wetsvoorstellen te laten stemmen. [Toegevoegd door uwkeuze.net: men kan zich afvragen wie dan nog tijd heeft om het brood te bakken, en of de automonteur mee moet beslissen over zaken met betrekking tot het kweken van bloemkolen vice versa!] Ook is het mogelijk om iedere kiezer via internet zelf een wetsvoorstel te laten indienen, mits hij een minimum aantal elektronische ondersteuningen van andere kiezers weet te verzamelen.

De enig mogelijke reden dat we geen directe democratie hebben is dus dat de kiezer niet capabel genoeg wordt geacht om het beste beleid te kiezen. Het is dus juist de bedoeling dat politici, als ze eenmaal gekozen zijn, doen wat ze zelf het beste vinden in plaats van naar de wensen van de kiezer te luisteren, die immers niet capabel genoeg is om te weten welk beleid het beste is. [Toegevoegd door uwkeuze.net: Keith Preston zei: “Democratie is een instelling waarbij het geheel gelijk is aan het schuim der delen.”]

Maar er is een probleem: als mensen te dom zijn om over beleid te beslissen, hoe kan het dan dat ze wel slim genoeg zijn om hun leiders te kiezen? Volgens de econoom en politiek filosoof Murray Rothbard moet je juist veel slimmer zijn om je leiders te kiezen dan om over wetsvoorstellen te stemmen. Als je over een wetsvoorstel stemt, hoef je immers alleen maar te weten welk beleid je goed vindt, maar als je een leider kiest, moet je weten wie het beste in staat is te kiezen wat het beste beleid is. Om dat laatste te weten, moet je én weten wat het beste beleid is én van alles weten over de mening, de persoonlijkheid en de betrouwbaarheid van alle politici. Om een goede leider te kiezen moet je dus veel meer weten dan als je alleen maar een goed beleid hoeft te kiezen.

Het is vreemd om in eerste instantie te zeggen dat je voor democratie bent, en dus het volk capabel genoeg vindt om te regeren, en vervolgens te zeggen dat je dat bij nader inzien toch niet vindt, en dat daarom iedereen verplicht moet worden zijn stem weg te geven aan een vertegenwoordiger.

Volgens Rothbard is het hele concept van een nationale democratie een contradictio in terminis. Want wie zegt dat de democratie moet worden toegepast op bijvoorbeeld het grondgebied van Nederland? Waarom moet niet heel Europa een democratische staat zijn, of de hele wereld? [Toegevoegd door uwkeuze.net: Bertrand Russell zei: “Een fanatiek geloof in de democratie maakt democratische instelling onmogelijk.”] Als democratie het streven is, dan is het volstrekt willekeurig om het alleen op een bepaald gebied toe te passen. Dus is de enige logische conclusie dat het voor de mensheid als geheel moet gelden, en dus zou er een wereldregering moeten zijn.

Je zou democratie zo kunnen uitleggen dat ieder gebied zich mag afscheiden als een meerderheid in dat gebied daar voor is. Mocht de wereldregering Nederland niet bevallen, dan kan het zich dus afscheiden en weer een onafhankelijk land worden. Maar als Nederland zich van de wereld mag afscheiden als de meerderheid van de Nederlanders dat wil, dan moet ook bijvoorbeeld Friesland zich van Nederland kunnen afscheiden als de meerderheid van de Friezen dat wil. En dan moet ook een stad of een dorp zich mogen afscheiden als de meerderheid van de inwoners dat wil. En ook een wijk, straat, huis of individu.

Maar als zelfs een individu zich mag afscheiden dan is er geen sprake meer van democratie, maar van anarchie. Een (democratische) staat is namelijk een organisatie die zijn heerschappij oplegt aan iedereen binnen een bepaald gebied. Als het lidmaatschap van de staat vrijwillig is, dan is de staat geen staat meer maar een vrijwillige associatie. Kortom: nationale democratie is onmogelijk, want een echte democraat moet ofwel pleiten voor een wereldregering, ofwel voor het recht op afscheiding, hetgeen neerkomt op anarchie.

Volledige democratie is dus niet mogelijk! Je kunt je echter afvragen of het wel wenselijk is om te streven naar meer democratie. Een van de idealen van democratie is dat de burger meer controle heeft over zijn eigen leven. Maar de paradox is dat hoe meer dingen we onder democratische controle hebben gebracht, hoe meer de macht zich geconcentreerd heeft in de handen van enkelen. In de twintigste eeuw is de democratische overheid uitgegroeid van een bescheiden handhaver van de rechtsorde, met een belastingpercentage van 10 procent, tot een brutale allesbemoeier die over de helft van ons inkomen beslist. De overheid beslist over onze gezondheidszorg, ons onderwijs, onze huisvesting en onze sociale zekerheid en beïnvloedt bijna al ons dagelijks gedrag via subsidies, accijnzen, verkeersboetes, verboden, verplichtingen, economische regulering, Postbus 51, enzovoort. Dat alles wordt bestuurd door een onzichtbare superbureaucratie, die onmogelijk democratisch te controleren valt.

 


Deel 2: Critici van de democratie

Volgens politiek analist Fareed Zakaria is het een misverstand te denken dat democratie automatisch leidt tot een aantal zaken die we met democratie associëren, zoals bescherming van individuele rechten, onafhankelijke rechtspraak, vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en vrijheid in het algemeen. Er zijn landen die wel democratisch zijn maar die toch geen liberale rechtsstaat zijn, zoals Rusland. Aan de andere kant was bijvoorbeeld Hong Kong voor de overname door China geen democratie, maar wel een van de meest liberale rechtsstaten ter wereld. Er bestaan dus onvrije democratieën en relatief vrije oligarchieën. In het westen is het ook niet optimaal gesteld met de vrijheid, terwijl we wel democratisch zijn.

Volgens Zakaria wordt de ontevredenheid van de kiezer over de democratie in bijvoorbeeld Californië paradoxaal genoeg veroorzaakt door het toenemen van de democratie. Zo is de kiezer boos over het feit dat de politiek het financieringstekort enorm liet oplopen. Maar dat werd juist veroorzaakt doordat kiezers meestal vóór stemmen als er een referendum is over belastingverlaging, terwijl ze ook vóór stemmen als er een referendum is over het verhogen van de uitgaven voor allerlei ‘mooie’ doelen. Volgens Zakaria kan alleen een gekozen politicus een samenhangend plan maken waarin een zo goed mogelijke afweging wordt gemaakt tussen uitgaven en inkomsten, terwijl de kiezer per referendum alleen maar opportunistisch kan stemmen, met een desastreus resultaat. Omdat er steeds meer mis gaat in de politiek, krijgt de kiezer het gevoel dat politici niet voldoende naar het volk luisteren. Maar de paradox is dat het probleem misschien juist het omgekeerde is: teveel invloed van de kiezer.

De Duits-Amerikaanse econoom Hans-Hermann Hoppe vindt dat de democratie maar het beste helemaal kan worden afgeschaft. Volgens Hoppe is democratie een slecht en verderfelijk systeem dat heeft geleid tot korte-termijn-denken, verkwisting van kapitaal, onverantwoordelijkheid, moreel relativisme, egalitarisme, parasitisme, een enorme achteruitgang van normen en waarden en een enorme beknotting van de individuele vrijheid. Hoppe denkt dat de democratie net als het communisme gedoemd is om in elkaar te storten.

Het openstellen van de macht aan iedereen heeft ertoe geleid dat iedereen zichzelf het eigendom van anderen probeert toe te eigenen. De verzorgingsstaat en de subsidie-industrie kun je zien als een vorm van gelegaliseerde roof. De democratie stelt A en B toe om C te plunderen. Vervolgens kunnen B en C samen A beroven, et cetera. Democratie staat dus gelijk aan kleptocratie. Hoppe’s conclusie: “Dit is geen rechtvaardigheid maar een morele schande, en in plaats van democratie en democraten met respect te behandelen zouden zij met publieke afkeer geconfronteerd moeten worden en geridiculiseerd als morele bedriegers.”

De democratie heeft het korte termijndenken gestimuleerd, omdat politici ook alleen maar vooruit kijken tot de volgende verkiezing. Vandaar ook dat er altijd zo’n groot financieringstekort is. Het feit dat we nu meer betalen aan de opgebouwde staatsschuld uit het verleden dan aan onderwijs, komt omdat de vorige generatie politici ‘cadeautjes’ voor de kiezer op de pof kochten zodat de burger blij was en zij herkozen zouden worden. Politici hebben misschien wel een vooruitziende blik, maar ze zullen er wijselijk geen gebruik van maken.

Onderdanen van een ouderwetse koning zullen zich in het algemeen veel meer verzetten tegen onderdrukking dan de onderdanen van een democratie. Bovendien zal een welwillende monarch nog behoedzaam regeren, terwijl een democratisch politicus arroganter is en denkt dat alles wat hij doet goed is omdat hij het mandaat van de kiezer heeft. Nederlanders begonnen de 80-jarige oorlog nadat Alva een belasting van 10 procent invoerde, hetgeen als een bewijs van tirannie werd gezien. Tegenwoordig is het vaderlandse vrijheidsideaal vervangen door de slavenmoraal van de democratie. Nu is er een overheid die de helft van ons inkomen in beslag neemt, en via duizenden wetten en regels een macht over ons doen en laten heeft waar een Spaanse koning slechts van kon dromen. Maar men accepteert het omdat we in een democratie leven. Democraten onderdrukken elkaar in plaats van dat ze door een koning onderdrukt worden, en daarom ervaren ze het niet als onderdrukking. De stembus is de vuilnisemmer van onze vrijheid.

Wat is de rechtvaardiging voor democratie eigenlijk? Die is er niet. Democratie is net als religie: een kwestie van blind vertrouwen (zie het Engelstalige artikel Democracy – A Religion – pdf, 181 kb, wordt in een nieuw tabblad geopend). De meeste beroemde politieke denkers hadden niets dan verachting voor democratie en dachten dat het alleen maar tot despotisme kon leiden. De weinige bekende politieke filosofen (zoals Rousseau) die (beperkt) voorstander van democratie waren, hebben nooit een serieus argument voor democratie aangedragen. Vrijwel alle verdedigingen van democratie gaan uit van mystieke, en dus verkeerde, ideeën over wat democratie is. [Toegevoegd door uwkeuze.net: Gustave le Bon zei: “De democratie, die zich verbeeldt van redelijke oorsprong te zijn, ontleent in werkelijkheid haar kracht aan elementen van gevoel en mystiek, onafhankelijk van de rede.”] Men geeft doorgaans vage omschrijvingen van democratie zoals “het volk regeert” en “politieke vrijheid”. Men gaat daarbij voorbij aan het wezenlijke kenmerk van democratie, namelijk dat de meerderheid zijn wil mag opleggen aan de minderheid. Daar is geen enkele plausibele rechtvaardiging voor mogelijk. Het idee dat de meerderheid over de minderheid mag beschikken is namelijk in strijd met het algemeen geaccepteerde idee dat ieder mens bepaalde fundamentele rechten heeft. Hoewel men het er niet over eens is wat die rechten precies zijn, is men het er wel over eens dat een individu bepaalde fundamentele rechten heeft. Het idee dat de meerderheid het recht heeft te beslissen wat de minderheid wel of niet mag doen is in strijd met het idee dat het individu rechten heeft.

In een democratie bezit je geen echte rechten. Ieder recht kan immers op elk moment worden ingetrokken als de meerderheid daarvoor kiest. Je bezit alleen privileges die je van de meerderheid krijgt, en geen rechten die door niemand mogen worden aangetast. Je kunt niet tegelijkertijd voor democratie en voor vrijheid zijn. Of je vindt dat elke meerderheid het recht heeft om naar eigen inzicht via wetten, verboden en verplichtingen, te beschikken over het leven en eigendom van elke minderheid, of je vindt dat elk individu het recht heeft om met zijn leven en eigendom te doen wat hij wil.

Het hoofdonderwerp van alle politieke filosofen is de vraag wat het meest rechtvaardige politieke beleid is. Is dat het liberalisme, het conservatisme het socialisme of iets anders? [Toegevoegd door uwkeuze.net: wij zeggen dat de fabrikant van een apparaat het beste weet hoe dat apparaat werkt en gebruikt dient te worden, dus het meest rechtvaardige politieke beleid voor mensen dient in handen te zijn van de Schepper van die mensen – God!] Democratie wordt door bijna geen enkele serieuze denker beschouwd als een moreel systeem op zich. Het is hoogstens een middel om een rechtvaardig resultaat te bereiken. Zo zal een echte liberaal een land waar een dictator een liberaal beleid voert rechtvaardiger vinden dan een democratisch land waar de meerderheid het socialisme heeft ingevoerd. En omgekeerd zal een echte socialist een socialistische dictatuur rechtvaardiger vinden dan een liberale democratie.

Stemrecht (democratie) is de moderne variant van brood en spelen. Maak mensen wijs dat vrijheid eruit bestaat een hokje rood te kleuren, en ze laten zich vier jaar als makke schapen reguleren, belasten en beperken.

[Een voorbeeld:] we zullen voor een voetbalwedstrijd graag de beste scheidsrechter willen kiezen, omdat de kans dan het grootste is dat er eerlijk wordt gefloten. Maar als die scheidsrechter dan toch onterecht een doelpunt afkeurt, dan zeggen we niet dat dat terecht is omdat de scheidsrechter dat nou eenmaal besloten heeft. Zo ook is binnen een democratie de rechtvaardigheid van de beslissingen onafhankelijk van het feit dat die beslissingen door de meerderheid gekozen zijn. Het zijn de beslissingen zelf die goed of slecht zijn, en het is niet de methode van beslissen die een beslissing goed maakt.

Met andere woorden: je kan de rechtvaardigheid van een samenleving nooit toetsen aan de hand van hoe democratisch de samenleving is. Er zit geen inherente rechtvaardigheid aan democratie zelf. We kunnen ons er in ieder geval niet van afmaken door te zeggen: het is democratisch besloten, dus is het rechtvaardig. De daden van de democratie moeten op hun eigen merites beoordeeld worden. Ook Hitler is democratisch aan de macht gekomen, maar daaruit volgt niet dat zijn regime rechtvaardig was.

Democratie en vrijheid zijn met elkaar in strijd. Vrijheid betekent dat u over uzelf beslist, terwijl democratie betekent dat de massa over u beslist. Dus: een vrije welvarende samenleving moet het doel zijn, niet zoveel mogelijk democratie.

 


Deel 3: Democratie – een wolf in schaapskleren

Democratie is de moeder aller dooddoeners. Omdat we mogen stemmen, worden we geacht alles te accepteren wat de democratie ons voorschotelt. Als je niet stemt mag je niet klagen, want dan had je maar moeten stemmen. En als je wel stemt mag je ook niet klagen, want je hebt immers mogen stemmen. Doorgaans wordt democratie gelijkgesteld aan idealen als vrijheid, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten, zelfbestuur, het mogen kiezen van je leiders, het delegeren van macht en het verdedigen van de rechten van minderheden. Is dat terecht? Laten we deze zaken een voor een langslopen.

Is democratie gelijk aan vrijheid? Nee. Een democratie hoeft niet per se de vrijheden van burgers te respecteren. Als de meerderheid voor een wet stemt die een bepaalde vrijheid aantast, dan wordt die wet aangenomen. Democratie en vrijheid zijn dus twee verschillende dingen. Democratie is een beslissingsmethode, maar de uitkomst van die beslissingsmethode kan zowel de vrijheid vergroten als verkleinen.

Maar is democratie niet toch gelijk aan vrijheid omdat we er zelf voor kiezen om bepaalde vrijheden in te leveren? Nee, want bijna niemand kiest er vrijwillig voor om zijn vrijheid in te leveren. Als er wordt voorgesteld de belastingen op luxe auto’s te verhogen, dan zijn het doorgaans de mensen zonder luxe auto’s die ervoor stemmen en de mensen met luxe auto’s die ertegen stemmen. Het is dus meestal zo dat mensen niet zelf kiezen hun vrijheid in te leveren, maar dat continu de ene groep mensen de vrijheid van de andere groep aantast om er zelf beter van te worden. En als mensen zelf bepaalde vrijheden willen inleveren, door bijvoorbeeld in een klooster te gaan wonen of vrijwillig belasting over te maken aan de fiscus bij de aankoop van een luxe auto, dan kunnen ze dat gewoon doen. Daar is geen democratie voor nodig. De enige meerwaarde van de democratie is dat die het ook mogelijk maakt om de vrijheid van anderen te beperken. De politicus die van A wil nemen om aan B te geven kan altijd rekenen op de steun van B.

Betekent democratie vrijheid van meningsuiting? Nee, want een democratie kan ook de vrijheid van meningsuiting net zo ver beperken als ze wil. In Nederland is er ook geen volledige vrijheid van meningsuiting. Zo zijn discriminerende meningen over minderheden, smaad, laster, sommige beledigingen, het aanzetten tot haat, het beledigen van ons eigen of een bevriend staatshoofd en het ontkennen van de holocaust verboden. Hans Janmaat ging twee maanden de cel in omdat hij zich uitsprak tegen de multiculturele samenleving, een standpunt dat nu gemeengoed is. In een democratie kan het blijkbaar gevaarlijk zijn om meningen te hebben waar de meerderheid het niet mee eens is. [Toegevoegd door uwkeuze.net: dit kan naar verloop van tijd veranderen, als de mening van de meerderheid maar verandert!]

Gelijke rechten? Ook niet. In een democratie krijgt de meerderheid altijd zijn zin. Er is dus een ongelijkheid in rechten: de meerderheid heeft meer rechten dan de minderheid. Het mag dan zo zijn dat die meerderheid steeds wisselt – de ene keer hoor je bij de meerderheid en de andere keer hoor je bij de minderheid – maar per beslissing is er een ongelijkheid in rechten.

Duizenden democratisch gekozen wetten en regelingen zijn op soortgelijke manier gebaseerd op ongelijke rechten. Dat geldt voor alle subsidies, maar ook voor allerlei andere regelingen en uitkeringen waarbij bepaalde groepen speciale privileges krijgen. Het feit dat het aantal vestigingsvergunningen voor notarissen beperkt wordt is zo’n privilege. De gevestigde notaris heeft meer rechten dan de startende notaris: de gevestigde notaris heeft het recht om een notariskantoor te houden terwijl een startende notaris dat recht niet heeft.

Hoewel democratie in principe elke meerderheid meer rechten geeft dan de minderheid, zijn toch de meeste privileges voor minderheden. Dat zal ondermeer komen omdat minderheden er vaak hard voor lobbyen om speciale privileges te krijgen. Maar of het nu de minderheid of de meerderheid is die meer rechten heeft, de uitkomst van de democratie is blijkbaar dat niet iedereen dezelfde rechten heeft.

Zelfbestuur? Een individu kan zichzelf regeren, maar een volk kan zichzelf onmogelijk regeren. De wil van het volk bestaat niet. Alleen individuen kunnen dingen kiezen. De enige manier dat een volk zichzelf zou kunnen besturen is als alle 16 miljoen Nederlanders toevallig bij elke beslissing precies hetzelfde willen. Dat is niet het geval. Dus is het in de praktijk zo dat het steeds de meerderheid is die het land bestuurt. Op dit moment [d.w.z. toen dit artikel geschreven werd] besturen het CDA, de VVD en D66 met 78 Kamerzetels het land. Die drie partijen vertegenwoordigen 52 procent van de kiezers, 42 procent van de stemgerechtigden en 30 procent van de bevolking. Je kunt dus hoogstens zeggen dat 30 procent van het volk zichzelf regeert, terwijl 70 procent van het volk zichzelf niet regeert. Of dat 52 procent van de kiezers zichzelf mag regeren en 48 procent van de kiezers zichzelf niet mag regeren.

Maar het regeerakkoord is een compromis tussen het programma van drie verschillende partijen. Dat compromis vertegenwoordigt geen enkele partij en geen enkele kiezer. Dus in feite regeert 0 procent van het volk zichzelf. Bovendien wordt je gedwongen een package deal te accepteren. Ook de partij die het beste met jouw wensen overeenstemt, zal nog veel standpunten hebben waar je het niet mee eens bent. Dus zelfs als een partij 51 procent van de zetels zou halen en in haar eentje zou kunnen regeren, dan nog zou 0 procent van het volk zichzelf regeren.

Het mogen kiezen van je leiders? Ook dat is niet het geval. Stel dat u op D66 heeft gestemd bij de laatste verkiezingen, omdat u graag door D66 geleid wilt worden. De uitkomst is dat u geleid wordt door een compromis tussen CDA, de VVD en D66 en dus niet door D66 alleen, hetgeen was waar u voor koos. En als u bijvoorbeeld op de LPF heeft gestemd dan krijgt u helemaal niet wat u gekozen heeft. Democratie zou betekenen dat we onze eigen leiders mogen kiezen, als mensen die op de VVD hebben gestemd door de VVD worden geregeerd, mensen die op het CDA hebben gestemd door het CDA worden geregeerd, enzovoort. En je zou natuurlijk ook het recht moeten hebben jezelf als leider van jezelf te kiezen. In feite bestaan er in een democratie dan ook helemaal geen kiezers. Een keuze impliceert dat je mag kiezen wat je krijgt. Niet dat je een voorkeur mag uitspreken en vervolgens iets heel anders krijgt.

Delegeren we onze macht aan de politici? Heeft u ooit een contract getekend waarmee u de overheid volledige bevoegdheid geeft over uw leven zolang u eens in de vier jaar uw voorkeur mag uitspreken? Een contract waarin staat dat u een hoeveelheid diensten van de overheid krijgt, waarvan de aard en kwaliteit volledig vrij door de overheid zelf bepaald mag worden? Dat u in ruil daarvoor een hoeveelheid belastingen betaalt die de overheid vrij mag bepalen en veranderen? En dat de overheid naar eigen inzicht dingen aan u mag verbieden voor uw eigen bestwil? Dat de overheid de voorwaarden en details van het contract op elk moment eenzijdig mag veranderen? En tot slot, dat u nooit meer mag opzeggen en uw leven lang blijft gelden zo lang u in Nederland woont? Indien het antwoord op al deze vragen ja is, dan klopt het dat democratie betekent dat u uw macht delegeert aan de politici. Zo nee, dan is het helaas zo dat de politici over u regeren zonder uw toestemming.

Tot slot: het verdedigen van de rechten van minderheden? Dat is wel het laatste waar democratie voor staat. De rechten van een minderheid zijn onder een democratie alleen veilig als de meerderheid daarvoor kiest. Maar de rechten van een minderheid lopen juist dan het grootste risico als er een meerderheid is die die rechten wil gaan aantasten. Precies in dat geval zal de meerderheid er voor stemmen om de rechten van de minderheid niet te respecteren.

Minderheden zijn dus vogelvrij in de democratie, en dat is goed te merken. Een paar voorbeelden. Alcohol is legaal omdat de meerderheid van de mensen drinkt, maar xtc is illegaal omdat de meerderheid xtc-gebruik afkeurt. Nu er minder mensen roken dan vroeger ziet de meerderheid zijn kans schoon om een rookvrije samenleving te creëren. Vandaar dat roken steeds zwaarder wordt belast en in steeds meer situaties verboden is. Mensen die hun kinderen thuis onderwijs willen geven komen in problemen met de leerplichtwet, omdat de meerderheid beter weet wat goed voor hun kinderen is. Mensen die liever zelf willen sparen voor hun pensioen moeten toch AOW-premie betalen. De democratie duldt geen tegenspraak.

Conclusie: Democratie betekent niets meer en niets minder dan de dictatuur van de meerderheid. En dat staat ook in de grondwet. Artikel 67, lid 2 luidt: “Besluiten [in de Eerste en Tweede Kamer] worden genomen bij meerderheid van stemmen.” Alle andere democratische idealen zijn mooie idealen, maar ze hebben niets met democratie te maken. Sterker nog: ze zijn in strijd met democratie, omdat de democratie al die idealen aantast. Wie streeft naar vrijheid, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten, zelfbestuur, het mogen kiezen van je leiders, het delegeren van macht en het verdedigen van de rechten van minderheden moet geen democraat zijn. Het idee dat al die zaken iets met democratie te maken hebben is Orwelliaanse Newspeak. Democratie is twee wolven en een schaap die erover stemmen wat ze vanavond gaan eten.

[Toegevoegd door uwkeuze.net: DEN HAAG (ANP) – De motie van wantrouwen van de Groep Wilders tegen minister Piet Hein Donner van Justitie heeft donderdag geen enkele steun gekregen. Tweede Kamerlid Geert Wilders wilde dat de bewindsman af zou treden, omdat Donner zich volgens hem niet ondubbelzinnig uitspreekt tegen de invoering van de islamitische wetgeving (sharia). “Ik had gehoopt dat de minister zou zeggen dat hij nooit en te nimmer de sharia in Nederland wilde,” aldus Geert Wilders in het spoeddebat over de kwestie. De bewindsman had gezegd dat als twee derde van de Nederlanders de sharia zou willen invoeren, dat volgens hem mogelijk moet zijn. – Wilders vond in dit geval dat de minderheid zijn zin moet krijgen en niet de meerderheid!]

Een echte democraat ben je dan niet meer. Je wijst immers het principe af dat de meerderheid een bron is van legitimiteit. Je vindt hoogstens dat de meerderheid het beste kan beslissen over zaken waarvan jij vindt dat het niet duidelijk is dat er fundamentele rechten worden aangetast, zoals of de vuilnis op maandag of op dinsdag moet worden opgehaald.

De paradox is dat hoewel velen van ons denken dat we denken dat democratie heilig is, we dat niet echt denken. Anders zouden we bij elke beslissing van de overheid waar we het niet mee eens zijn wel denken: jammer, het heeft niet mijn voorkeur, maar het is een rechtvaardige beslissing want “we” hebben er zelf voor gekozen. We vinden het heel normaal dat mensen protesteren tegen overheidsbeleid dat ze oneerlijk vinden. En we vinden het ook heel normaal om over politiek te praten in termen van wat rechtvaardig is. Als we echt in democratie zouden geloven zouden we niet de moeite nemen onze mening te rechtvaardigen met normen en waarden anders dan de democratische norm dat het rechtvaardig is dat de meerderheid zijn zin krijgt. Een echte democraat zou moeten vinden dat de meerderheid het recht heeft om de minderheid uit te moorden. Gelukkig zijn we geen echte democraten.

Winston Churchill zei ooit: “Democratie is een slecht systeem, maar ik ken geen betere.” Het mag misschien waar zijn dat democratie tot onderdrukking kan leiden, maar is het niet zo dat het enige alternatief voor democratie dictatuur is? Nee. Dictatuur is geen alternatief voor democratie, want democratie is al een vorm van dictatuur. De relevante keuze is die tussen wel of geen dictatuur. Tussen vrijheid en onvrijheid. Als we kiezen voor dictatuur, dan kunnen we kiezen voor de dictatuur van de enkeling (dictator), de dictatuur van de minderheid (oligarchie) of de dictatuur van de meerderheid (democratie). Maar of het nou een enkeling, een minderheid of een meerderheid is die over ons regeert, het blijft een feit dat anderen over ons regeren.

Het beste alternatief voor de dictatuur van de meerderheid is dus vrijheid. Vrijheid is een simpel idee dat neerkomt op de Gulden Regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Dat is ongeveer de filosofie van het klassiek-liberalisme. [Toegevoegd door uwkeuze.net: dit werkt alleen als iedereen eerlijk is, en dat is bij verre na niet! De Gulden Regel – een leefregel, een moreel appèl – wordt in de een of andere vorm aangetroffen in vrijwel elke godsdienst en cultuur, en is het uitgangspunt van veel humanistische stromingen en levensfilosofieën – “ga met anderen om, zoals je wilt dat anderen met jou omgaan.” Bij de Indianen luidt het als volgt: “Grote Geest, geef dat ik mijn buurman niet beoordeel voor ik een mijl in zijn mocassins (soort schoenen) heb gelopen.” In de Griekse filosofie: “Doe niet aan anderen wat uzelf niet wenst te ondergaan.” (Isocrates) Voorbeelden van uitspraken van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Allah heeft geen genade met degene die geen genade heeft met anderen.” En: “Niemand van jullie gelooft werkelijk totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst.”]

Toen in 1848 de parlementaire democratie in Nederland werd ingevoerd, werd het niet als doel gezien, maar als een middel om de vrijheid van het individu te beschermen tegen het willekeurige gezag van de koning. Maar gaandeweg is de democratie een eigen leven gaan leiden, is democratie een doel op zich geworden, en is men vergeten dat het oorspronkelijke doel het bereiken van individuele vrijheid was. Daarom is de demo(n)cratie verworden tot een continue machtsstrijd, waarbij iedereen zijn eigen belang nastreeft ten koste van alle anderen, met als resultaat dat iedereen slechter af is.

Literatuur: Gerard van Westerloo: De Melkert-Methode (NRC Magazine M, februari 2001), Gerard van Westerloo: De Illusie van Democratie (NRC Magazine M, mei 2002), Murray Rothbard: Power & Market, Robert Michels: Political Parties – A Sociological Study of the Oligarchical Tendencies of Modern Democracy, Friedrich Hayek: The Road to Serfdom, Fareed Zakaria: The Future of Freedom- Illiberal Democracy at Home and Abroad, Hans-Hermann Hoppe: Democracy – The God That Failed, Robert Nozick: Anarchy, State and Utopia.

Overzicht van artikelen over democratie.