De voorwaarden voor acceptabele ‘ibaadah (aanbidding)

Handel met ikhlaas (oprechtheid) en volgens de Soennah.

Geaccepteerde aanbiddingDoor Aboe Ayman.

Alle lof komt Allah toe, Die voor ons de religie heeft vervolmaakt en Die voor ons de Islaam als religie heeft gekozen. De vrede en zegeningen van Allah zijn met Moh’ammed, die ons de duidelijke en rechtgeleide weg heeft gewezen waarvan alleen de verlorene afwijkt. Voorts:

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) heeft Zijn schepping geschapen opdat zij Hem aanbidden. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En Ik (Allah) schiep de djinn (#1) en de mensheid enkel om Mij te aanbidden (#2).” (#3) [Soerat ad-Dzaariyaat (51), aayah 56.]

<<<(#1) Noot van uwkeuze.net: zie het artikel De wereld van de djinn.>>>

<<<(#2) Noot van uwkeuze.net: ‘ibaadah (aanbidding) is gebaseerd op drie essentiële zuilen die in feite de drijfveer zijn voor alle handelingen van aanbidding. Deze drie zuilen zijn: liefde, angst en hoop. Een persoon aanbidt Allah de Verhevene dus uit liefde voor Allah wegens Zijn zegeningen en de vrees voor Zijn bestraffing en een oprechte hoop op Zijn beloning (angst weerhoudt iemand ervan om zonden te begaan en hoop laat iemand meer goede daden verrichten). Indien aan één van deze drie voorwaarden niet wordt voldaan, dan is de juiste geest van de aanbidding niet aanwezig. Zie ook het artikel Soorten moslims die misleid zijn.>>>

<<<(#3) Noot van uwkeuze.net: zie het artikel Het doel van de schepping.>>>

Aanbidding zal geaccepteerd worden door Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) wanneer het voldoet aan twee belangrijke voorwaarden: handelen met ikhlaas (oprechtheid) en volgens de Soennah. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Handelen met ikhlaas (oprechtheid)

De aanbidding dient puur en zuiver voor Allah de Verhevene te zijn, zonder deelgenoten naast Hem te nemen. Zoals Allah al-Malik (de Koning) geen deelgenoot heeft in Zijn Koninkrijk (#4), zo heeft Hij ook geen deelgenoot in aanbidding. Allah de Meest Barmhartige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En dat de moskeeën (#5) aan Allah toebehoren, dus roep naast Allah niemand aan.” [Soerat al-Djinn (72), aayah 18.] [Zie de rubriek Monotheïsme (tawh’ied) voor diverse artikelen.]

<<<(#4) Noot van uwkeuze.net: Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Op de Dag der Opstanding zal Allah de aarde grijpen en de hemel oprollen met Zijn Rechterhand en zeggen: ‘Ik ben de Koning! Waar zijn de koningen van de aarde?’’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 9/7382.) Al-Malik (de Koning): Degene Die bepaalt wat toegestaan en verboden is betreffende Zijn gehele schepping; de Bezitter daarvan; Zijn schepping valt onder Zijn heerschappij, onderwerping en bepaling. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)>>>

<<<(#5) Noot van uwkeuze.net: masaadjid (mv. van masdjid) (vertaald als moskeeën) zijn plaatsen die gereed gemaakt zijn voor het verrichten van het gebed en aanbidding… D.w.z.: en Hij heeft aan mij ook geopenbaard dat de masaadjid plaatsen zijn waar het gebed verricht wordt en dat de aanbidding slechts aan Allah alleen toebehoort en dat het niet toegestaan is om deze plaatsen toe te wijzen aan een standbeeld of een taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid – zie het artikel Uitleg van “Ma’anaa at-Taaghoet – de betekenis van taaghoet)… Sa’ied ibn Djoebayr zei: “Dit vers is geopenbaard over de ledematen waarop de soedjoed (neerknieling) verricht wordt, d.w.z. dat deze ledematen voor Allah zijn, dus kniel daarmee niet neer voor anderen naast Hem.” (At-Tefsier al-Waseet lil Qor-aanie l-Kariem van Moh’ammed Sayyied Tantaawie.)>>>

Allah de Verhevene zegt in een ander vers (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (o Moh’ammed): ‘Waarlijk, mijn gebed en mijn offers en mijn leven en mijn overlijden behoren toe aan Allah, Heer van al-‘aalamien [de werelden (#6)]. Hij heeft geen deelgenoot. En daarmee ben ik bevolen en ik ben (van deze gemeenschap) de eerste van de moslims (degenen die zich aan Allah hebben overgegeven).’” [Soerat al-An’aam (6), aayah 162-163.]

<<<(#6) Noot van uwkeuze.net: de werelden (al-‘aalamien) zijn alles behalve Allah: de wereld der mensen, de wereld der engelen, de wereld der djinn, de wereld der zielen (zowel vóór als na hun wereldse leven) en alles wat bestaat – bezield en onbezield.>>>

De plek waar oprechtheid zich zetelt, is het hart. Het hart is de plek waar oprechtheid zich bevindt en nergens anders. Wanneer het hart gevuld is met oprechtheid (jegens Allah de Verhevene) en gevuld is met liefde voor Hem alleen, dan wordt dit gevolgd door de rest van de ledematen. Echter wanneer het hart gevuld is met verdorvenheid, dan zal het hart gevuld zijn met riyaa-e (aanbiddingen verrichten met de bedoeling gezien te willen worden door mensen, om faam etc. te verwerven), het graag gezien willen worden door mensen, en het zoeken naar hun lofuitingen en begerig zijn naar wat mensen hebben (hebberigheid). Dit wordt dan op zijn beurt gevolgd door de ledematen om deze laaghartige belangen te bewerkstelligen. Er is geen duidelijkere aanwijzing voor dit dan de uitspraak van de profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) (Nederlandstalige interpretatie): “Is het niet zo dat er zich in het lichaam een vleesklont bevindt en dat wanneer het goed (en zuiver) is, het gehele lichaam goed en zuiver wordt!? En wanneer het bedorven is, het gehele lichaam bedorven wordt!? Is het niet zo dat dit het hart is!?” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Derhalve is ikhlaas (oprechtheid jegens Allah) een vereiste en noodzakelijk bij alles wat Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft voorgeschreven aan daden en uitspraken. De mens komt datgene wat Allah de Verhevene hem verplicht heeft na. Hij (de mens) wordt tot dit aangespoord omdat hij de Wil van Allah nakomt uit vrees voor Zijn straf en verlangt naar Zijn beloning. Al-Ikhlaas is dus de basis voor succes en het behalen van wat je nastreeft, zowel in deze wereld als in het Hiernamaals.

Al-Ikhlaas is in verhouding met daden zoals een fundering voor een gebouw of huis, of de ziel in verhouding met het lichaam. (Zie het artikel De ziel – maak kennis met je ware zelf.) Zoals een huis of een gebouw nooit stevig zal staan zonder fundering en het onmogelijk wordt hiervan profijt te hebben, is het ook zo met daden zonder oprechtheid jegens Allah de Meest Barmhartige. Zoals het leven van het lichaam gekoppeld is aan het leven van de ziel, is het ‘leven’ van daden gekoppeld aan de permanente aanwezigheid van al-ikhlaas indien men profijt wil hebben van de vruchten van de daden. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) heeft dit duidelijk en helder weergegeven in Zijn Boek (Nederlandstalige interpretatie): “Is hij die zijn bouwwerk fundeerde op vrees voor Allah en Diens Tevredenheid beter, of hij die zijn bouwwerk fundeerde op de rand van een klif die op instorten staat, waarna het met hem in het Vuur van de Hel stortte? En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 109.]

Ongelovigen verrichten daden zonder oprechtheid jegens Allah de Verhevene. Aldus hebben deze daden geen enkele waarde. Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En Wij zullen Ons richten tot de (‘goede’) daden die zij (de ongelovigen) verrichtten, waarna Wij er rondzwevende stofdeeltjes (#7) van zullen maken.” [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 23.]

<<<(#7) Noot van uwkeuze.net: Wij maakten de daden ongeldig en nietig, deze zullen geen enkel voordeel voor hen brengen zoals stofdeeltjes die verspreid zijn, en dit zijn de stofdeeltjes die men ziet in de stralen van de zon. Dit is omdat daden in het Hiernamaals geen voordeel brengen tenzij degene die het verricht voldoet aan: geloof in Allah, toewijding aan Hem en het volgen van Zijn boodschapper Moh’ammed ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem). (At-Tefsieroe al-Moeyassar.)>>>

Aldus is al-ikhlaas het geheim voor het welslagen van de dienaar en voor zijn succes zowel in deze wereld als in het Hiernamaals. Aanbiddingen zijn een bron van het goede voor de zuivere dienaren en een groot verlies voor al-moeraa’oen (mensen die graag pronken en gezien willen worden wanneer zij aanbiddingen verrichten). Mensen staan in gelijke rijen voor het gebed achter de imaam en zij verrichten allemaal tegelijkertijd de roekoe’ (buiging) en de soedjoed (knieling); maar onder hen zijn er van wie het aanvaard wordt vanwege hun oprechtheid, en onder hen zijn er van wie het verworpen wordt vanwege hun riyaa-e. Zo staan mensen ook op het slagveld in één rij voor de djihaad onder het gezag van één legeraanvoerder en vervolgens sneuvelen zij. Er zijn zielen onder hen die gesneuveld zijn die zich begeven in het Paradijs (zie het artikel Zeg niet dat zij dood zijn), en onder hen zijn er die op hun gezichten worden voortgetrokken en in de Hel geworpen worden! De eerste streed zuiver omwille van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) en om het Woord van Allah hoog te houden, terwijl de tweede streed om door mensen geprezen en gezien te worden (of wegens, bijvoorbeeld, nationalistische redenen – zie het artikel Nationalisme, een vreemd concept in de Islaam).

Voordat je de eerst stap zet om goede daden te verrichten, dien je te weten welke weg je moet bewandelen, in welke weg redding zit voor jou als moslim. Maak jezelf niet vermoeid door veel daden te verrichten (zonder ikhlaas), want het kan zijn dat iemand zeer veel daden heeft verricht en er alleen maar vermoeidheid aan overhoudt in deze wereld en een zware straf in het Hiernamaals. (#8) Foedhayl ibn ‘Iyaadh zei: “Daden verrichten omwille van de mensen is shirk (afgoderij), en het nalaten van daden omwille van mensen is riyaa-e; al-ikhlaas is dat Allah je behoedt van beiden.” Sommige van de selef zeiden: “Degene die (goede) daden nalaat uit angst voor het niet hebben van al-ikhlaas heeft als het ware al-ikhlaas en goede daden nagelaten.”

<<<(#8) Noot van uwkeuze.net: dat is wanneer iemand iets doet zonder al-ikhlaas en zonder toenadering tot Allah de Alwetende te zoeken. Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Sommige gezichten worden die Dag vernederd (in het Hellevuur, d.w.z. die van de ongelovigen). Werkend (#A) (in het wereldse leven door anderen naast Allah te aanbidden), vermoeid (in het Hiernamaals met vernedering en schande).” [Soerat al-Ghaashiyah (88), aayah 2-3.]

(#A) Al-H’aafidhz Aboe Bakr al-Boerqaanie verhaalde van Aboe ‘Imraan al-Djawnie dat hij zei: “‘Oemar ibn al-Khattaab (moge Allah tevreden zijn met hem) passeerde het klooster van een monnik en hij zei: ‘O monnik!’ Vervolgens kwam de monnik naar buiten en ‘Oemar keek naar hem en begon te huilen. Er werd tegen hem (‘Oemar – moge Allah tevreden zijn met hem) gezegd: ‘O leider der gelovigen! Waarom huilt u?’ Hij antwoordde: ‘Ik herinnerde de Uitspraak van Allah, de Almachtige, de Majestueuze, in Zijn Boek (“werkend, vermoeid. Zij zullen in een heet Vuur branden”), dus dat is wat mij liet huilen.’” Al-Boekhaarie verhaalde dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei (over “werkend, vermoeid”): “De christenen.”>>>

De geleerde Ibn al-Djawzie zei: “Bij Allah, ik heb mensen gezien die veelvuldig vasten, bidden en aalmoezen geven, en godvrezendheid (taqwaa) voorwenden bij henzelf en hun uiterlijk, terwijl de harten zich van hen afkeren. Hun status bij de mensen is niet wat zij graag wensen. Ik heb ook mensen gezien die vele graden minder gedreven zijn dan de eersten, maar de harten wenden zich haastig tot hen en streven naar het houden van deze personen.”

Beste moslimbroeder/zuster: streef niet de lofprijzingen na van iemand die niets voor jou kan betekenen, en wees niet angstig voor afkeuring en veroordeling van iemand die je toch niet kan schaden met zijn kritiek (#9), en weet dat de schepping niemand meer kan eren dan wat Allah in hun harten heeft gezet van eerbetoon. Op het gezag van Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon) is overgeleverd dat de profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “De harten van de kinderen van Adam zijn als het ware als één hart. Allah verandert zoals Hij wil.” (Sah’ieh’ al-Djaami’.)

<<<(#9) Noot van uwkeuze.net: in het artikel H’ayaa-e – Verlegenheid, schaamte… wordt aangegeven dat er twee vormen van h’ayaa-e zijn: goed en slecht… De goede h’ayaa-e is je schamen (tegenover Allah) om een zonde te begaan, of om iets te doen wat Allah de Alwetende en Zijn boodschapper ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) verboden hebben, en de slechte h’ayaa-e is je schamen (tegenover mensen) om iets te doen wat Allah de Alwijze en Zijn boodschapper ﷺ verplicht hebben.>>> (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

De moslim behoort zijn uiterste best te doen zijn intentie (niyyah) te zuiveren, en dat is dat al zijn handelingen en uitspraken puur en zuiver voor het Aangezicht van Allah dienen te zijn en het nastreven van Zijn Tevredenheid, zonder een graantje van riyaa-e, het gehoord willen worden, persoonlijk profijt of belang nastreven. (Zie De daden worden beoordeeld op basis van de intentie, de eerste h’adieth van De veertig ah’aadieth van an-Nawawie.) Wanneer (goede) daden gepaard gaan met zuivere oprechtheid (ikhlaas), dan zullen deze groeien en bloeien en het wordt door Allah de Verhevene gezegend. Zonder dit zijn daden niet gezegend, zwak en vruchteloos en het wordt geretourneerd naar degene die deze daden verrichtte (zonder enig voordeel). Het is alleen vermoeidheid zonder enig profijt en beloning. En Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) is vrij van dat er met Hem personen worden vereenzelvigd. “…En wie Allah vernedert, niemand kan hem eren…” [Nederlandstalige interpretatie van soerat al-H’adj (22), aayah 18.]

 

Handelen volgens de Soennah

De aanbidding (al-‘ibaadah) dient in overeenstemming te zijn met de wetgeving waarmee profeet Moh’ammed ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) gekomen is. Het is niet genoeg voor de acceptatie van een aanbidding wanneer iemand zegt: “Ik verricht deze daad (van aanbidding), ook al is het niet volgens de weg van de profeet, want mijn bedoeling is goed…”

Het bewijs hiervoor is het volgende: toen het bericht de profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) bereikte dat er een man zijn offerdier vóór het ‘ied-gebed had geslacht, zei de profeet ﷺ tegen hem (Nederlandstalige interpretatie): “Jouw schaap is alleen maar voor het vlees…” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.) Dit wil zeggen: het slachtdier is niet volgens de Soennah geofferd, want het is Soennah (verplicht) om te offeren pas na het ‘ied-gebed. Het slachten vóór het ‘ied-gebed is een handeling die gebeurt op de niet daarvoor aangeduid tijdstip, dus wordt het niet als offer gezien. Dus een handeling is onacceptabel wanneer de handeling niet in overeenstemming is met de islamitische wetgeving, ondanks dat deze gepaard gaat met een goede intentie.

Wat dit feit nog meer verduidelijkt, is dat ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem), een metgezel van de profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem), naar een groep mensen ging die een kring hadden gevormd in de moskee, en ieder van hen had een bepaald aantal steentjes in zijn hand. Onder hen was er een man die tegen de andere aanwezigen zei: “Doe de tesbieh’ honderd maal, doe de tahliel honderd maal, doe de tekbier honderd maal.” (Tesbieh’ is het zeggen van Soebh’aan Allaah, tahliel is het zeggen van laa illaaha ill-Allaah, tekbier is het zeggen van Allaahoe Akbar.) Ze deden dit ook. ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) stond voor hen en zei: “Wat zijn jullie aan het doen!?” Ze antwoordden: “O Aboe ‘Abdoer-Rah’maan! Steentjes waarmee wij de tekbier, tahliel en tesbieh’ tellen!” ‘Abdoellaah zei: “Ga in plaats daarvan jullie zonden tellen! Ik geef jullie garantie dat er niets van jullie goede daden (volgens de Soennah) verloren gaat! Wee jullie, o natie van Moh’ammed! Hoe snel zullen jullie ten onder gaan (door het verlaten van de Soennah)! De metgezellen van jullie profeet zijn nog onder jullie, de kleding van jullie profeet is nog niet eens vergaan (dat betekent dat het niet lang geleden was dat de profeet ﷺ overleden was), zijn keukengerei is nog steeds niet stuk gegaan. Bij Hem, in Wiens Handen mijn ziel ligt, of jullie bewandelen een weg die beter is als de religie van Moh’ammed, of jullie hebben een deur geopend naar dwaling!” Ze zeiden: “O Aboe ‘Abdoer-Rah’maan! Wij wilden alleen maar het goede…” Hij antwoordde hen: “Hoeveel zijn er die het goede willen, maar die het nooit bereiken.” (Deze overlevering is sah’ieh’ – authentiek.)

<<<Noot van uwkeuze.net: ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar) verhaalde dat de profeet ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal van hem niet geaccepteerd worden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)>>>

Imaam Maalik ibn Enes zei: “De laatsten van deze natie zullen nooit welslagen en succesvol zijn, behalve wanneer zij de weg bewandelen waarmee de eerste generatie welslaagde en succes heeft behaald.” (Zie het boek al-I’tisaam van imaam as-Shaatibie.)

 

Conclusie

Zodoende is het noodzakelijk dat bij elke (goede) daad die je verricht een zuivere intentie voor Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) aanwezig dient te zijn, en dat deze daad ook volgens de Soennah (weg, manieren) van de boodschapper van Allah – Moh’ammed ﷺ (sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem) – dient te zijn in alle opzichten. Wanneer een van deze voorwaarden ontbreekt, dat bijvoorbeeld de zuivere intentie voor Allah de Verhevene ontbreekt, of het volgen van de profeet ﷺ, of allebei, dan zal de handeling niet aanvaard worden en teruggestuurd worden en het wordt niet aanvaard door Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij).

Wij vragen Allah oprechtheid in zowel onze uitspraken als handelingen, en het volgen van hem die niet uit begeerte sprak (d.w.z. Moh’ammed ﷺ – sallallaahoe ‘alayhie wa-sellem).

 

Relevante artikelen:

Riyaa-e, te koop lopen met je daden

De zeven vernietigende zonden

Soorten moslims die misleid zijn

Voor moslims die succes willen

Vijanden in het hart: khoeshoo’ en laghw (khoeshoo’ en laghw in het tijdperk van sociale media en de smartphone)

Het volgen van Allahs boodschapper is een verplichting

De Soennah (diverse artikelen)

De Soennah Serie (diverse motiverende afbeeldingen met betrekking op de Soennah)

Het verbod op innovaties (bid’ah)

De principes van tazkiyah – het reinigen van de ziel

Het behouden van de geloofsleer (‘aqiedah) en het ontstaan van sekten

Algemene principes van Ahloes-Soennah wal-Djamaa’ah (moedjmal oesool Ahloes-Soennah wal-Djamaa’ah fil-‘aqiedah – samenvatting van de fundamentele principes van de mensen van de Soennah en de Djamaa’ah aangaande de geloofsleer)

 

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)