De voortreffelijke positie van buren in de Islam

9 Overleveringen over de omgang met buren.

Buren klVertaald door broeder Abdoelkareem.

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt in Zijn Nobele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En aanbid Allah en ken geen enkele deelgenoot toe aan Hem. En wees goed voor de ouders en voor de familieleden en de wezen en de armen en de verwante buur en de niet-verwante buur…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 36.]

Allah de Verhevene draagt ons op om goed om te gaan met buren. De voortreffelijke positie van buren blijkt o.a. uit de volgende negen ah’aadieth (profetische overleveringen).

1). Verbod op het schaden van een buur.

De profeet (Allahs zegeningen en vrede zij met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “(Ik zweer) bij Allah, hij is geen gelovige! (Ik zweer) bij Allah, hij is geen gelovige! (Ik zweer) bij Allah, hij is geen gelovige!” Er werd aan hem gevraagd: “Wie (gelooft er niet), O boodschapper van Allah?” Waarop hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “Degene wiens buur zich niet veilig voelt jegens zijn kwaad.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

2.) Aanbeveling om een buur goed te behandelen.

De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Djibriel (Gabriël – vrede zij met hem) bleef mij aanraden om mijn buur goed te behandelen, (in zodanige mate) dat ik dacht dat hij mij zou vertellen om hem een van mijn erfgenamen te maken.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, 6014.)

3.) Zorgen voor/bekommeren om buren.

Aboe Dzarr (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) beval mij het volgende (Nederlandstalige interpretatie): ‘O Aboe Dzarr! Wanneer je bouillon maakt, voeg hier dan veel water aan toe en geef een deel daarvan aan jouw buren.’” (Sah’ieh’ Moeslim.)

<<<Sheikh Ibn Baaz (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Wat betreft de ongelovige die niet in oorlog verkeerd met ons, zoals degene die bescherming van de moslims geniet of iemand die onder moslimbestuur leeft, hem mag vlees van de oedh’iyyah gegeven worden, alsook andere soorten liefdadigheid.” [Einde citaat van Madjmoo’ Fataawaa Ibn Baaz (18/48).>>>

4.) Samenwerken met jouw buren.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Niemand zou zijn buur ervan moeten weerhouden om een houten pin in zijn muur te monteren.” Aboe Hoerayrah zei (tegen zijn gezelschap): “Waarom zijn jullie daar zo afkerig van? (Ik zweer) bij Allah, ik zal het jullie zeker verhalen.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

<<<Men dient wel eerst om toestemming te vragen en het werk netjes te doen. Allah de Verhevene verbiedt agressie jegens het bezit van anderen en het onwettig in beslag nemen. Hij schrijft voor dat wat kapot gemaakt is vervangen moet worden, ook al is het per ongeluk.>>>

5.) Eet jezelf niet vol terwijl jouw buur honger heeft.

De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Hij is geen gelovige, wie zich zelf vol eet terwijl zijn buur naast hem honger krijgt.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

6.) Minacht nooit het geschenk van jouw buur.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde in de Sah’ieh’ dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gewend was te zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “O moslimahs! Niemand dient het geschenk van zijn buur te minachten, al zijn het (slechts) de klauwen van een schaap.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, 6017.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Soennah 009

 

7.) Het schaden van een buur kan leiden naar het Hellevuur.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “Een man vroeg: ‘O boodschapper van Allah! Er is een vrouw die (vrijwillig) bidt, liefdadigheid uitgeeft en vaak vast, maar ze berokkend haar buren kwaad door haar spraak (door hen te beledigen).’ Hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zij zal naar de Hel gaan (als ze er geen berouw voor toont).’ De man zei: ‘O boodschapper van Allah! Er is een (andere) vrouw die er bekend om staat dat ze weinig (vrijwillig) vast en bidt, maar ze geeft liefdadigheid van de gedroogde yoghurt die ze maakt en ze berokkend haar buren geen kwaad.’ Hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: ‘Zij zal naar het Paradijs gaan.’” (Overgeleverd door Ah’med, vol. 4, p. 166; Ibn H’ibbaan, h’adieth nr. 2054.)

8.) Tolerant zijn in de omgang met buren.

Moetarrif heeft gezegd: “Ik hoorde dat jij (hij bedoelde daarmee Aboe Dzarr – moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah houdt van drie en haat drie (personen).’” Aboe Dzarr zei: “Ik denk niet dat ik leugens zal vertellen over de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).” Moetarrif zei: “Wie zijn dan deze drie (personen) van wie Allah houdt?” Aboe Dzarr zei [de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) citerend]: “Een man die vecht omwille van Allah met volharding en hopend op beloning van Hem en die vecht tot hij gedood wordt. Je komt dit tegen in het Boek van Allah.” Toen citeerde hij (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah houdt van degenen die strijden op Zijn weg (of hiertoe bereid zijn), in gelederen alsof zij een (stevig) gearrangeerd (gecementeerd) bouwwerk zijn.” [Soerat al-Saff (61), aayah 4.] Moetarrif vroeg: “Wie dan?” Hij zei: “Een man die een slechte buur heeft die hem lastigvalt en stoort, maar hij verdraagt dit met geduld en verdraagzaamheid totdat Allah deze kwestie beëindigt, hetzij tijdens zijn leven of doordat een van hen komt te sterven.” [Overgeleverd met een sah’ieh’ isnaad (betrouwbare keten van overleveraars) door Ah’med en at-Tabaraanie. Zie Madjma’ al-Zawaa-id, 8/171.]

9.) Respecteer en help je buren, ook al zijn het niet-moslims.

Als een moslim een ongelovige buur heeft die hem om hulp vraagt, dient hij hem dan te helpen? Sheikh Ibn ‘Oethmaymien (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Dat hangt af van wat de gewoonte is; als het de gewoonte is van buren om elkaar te helpen, zoals wanneer een buur naar de markt (of winkel) gaat en zijn buur zegt tegen hem: ‘Neem voor mij dit en dit mee’ – fruit of eten en dergelijke (#1), dan is daar niets mis mee om dat voor zijn kaafir buur te doen, want dat behoort tot het respecteren van je buur en de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Eenieder die gelooft in Allah en de Laatste Dag, laat hem zijn buur respecteren.’ Maar als dat niet gebruikelijk is, dan dient hij te kijken wat het beste is.” [Al-Idjaabaat ‘ala As-ilat al-Djaaliyaat (1/15, 16).]

<<< (#1) Dit moeten wel toegestane dingen zijn; een moslim kan een niet-moslim niet helpen in diens ongehoorzaamheid jegens Allah de Verhevene. Zo is over alcohol o.a. overgeleverd dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘…Allah vervloekte alcohol, degene die het drinkt, degene die het inschenkt, degene die het verkoopt, degene die het koopt, degene die het perst (produceert), degene voor wie het geperst wordt, degene die het draagt en degene naar wie het gedragen wordt en degene die de prijs daarvan opstrijkt.’” [Verhaald door Ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met vader en zoon), door sheikh al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd in Sah’ieh’ Abie Daawoed, 2/700.]>>>

(Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Buren wp

 

Over het bezoeken van buren (zowel moslims als niet-moslims) kunnen we het volgende zeggen:

Als de bezoeken zijn om advies te geven (en om niet-moslims uit te nodigen naar de Islaam), of om samen te werken in rechtschapenheid en vroomheid, dan is dit iets goeds en opgelegd in de Islaam. Maar als de bezoeken voor wereldse doeleinden zijn zoals louter vrijetijdsbesteding en loze kletspraat en dergelijke, dan dient men voorzichtigheid in acht te nemen, vooral bij niet-moslims, en zulke bezoeken te mijden. Voor je het weet maak je je schuldig aan roddelen of tijdverspilling, of wordt je moraal of religieuze toewijding geschaad. Maar als de bezoeken zijn omwille van da’wah, om hen tot Allah op te roepen, het goede aan te moedigen en te waarschuwen tegen het slechte, dan is het iets noodzakelijks. Zie o.a. Madjmoo’ Fataawaa wa Maqaalaat Moetanawwi’ah van sheikh ‘Abd al-‘Aziez ibn ‘Abd-Allaah ibn Baaz (moge Allah hem genadig zijn), vol. 4, p. 378.

 

Relevante artikelen:

De belangrijkheid van akhlaaq – goed gedrag