De vergeten islamitische beschaving

Een verloren schat!

Islamitische beschavingAlle lof is voor Allah, Heer der werelden, en moge Allahs zegeningen en vrede neerdalen op de laatste der boodschappers, Moh’ammed, alsook op zijn familie, al zijn metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt. Voorts:

Dit artikel is gebaseerd op een samenvatting van “The Little Known Tolerant and Humane Aspects of Muslim Civilisation,” geschreven door Salah Zaimeche BA, MA, PhD, vertaald en bewerkt door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah. Het gaat over de bijdrage van de Islam (Arabisch: al-Islaam) betreffende humane aspecten.

De media spannen zich al lange tijd in om een zeer negatief beeld over de Islaam te creëren. De Islaam wordt van alles en nog wat verweten en beschuldigt van intolerantie, achteruitgang en verderf. Dit artikel zal moslims en niet-moslims bewust maken van het feit dat het juist de Islaam is die zorgt voor tolerantie en een vreedzame co-existentie, en dat de Islaam het enige systeem is dat discriminatie (alsook racisme etc.) en andere misdaden tegenover mens, dier en plant effectief bestrijdt.

Het volgende kwam mij eens ter ore: “De mens is in staat om een man op de maan te zetten, maar de mens is niet in staat om het probleem van discriminatie op te lossen.” Dit artikel zal aantonen dat er al lang een oplossing voor dit probleem en alle andere problemen is. Maar helaas willen de meeste mensen niets van deze oplossing weten. Niet vreemd ook, omdat deze oplossing hun goden verwerpt, namelijk hun begeerten. Allah  de Meest Barmhartige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij (O Moh’ammed) degene gezien die zijn eigen begeerten neemt als zijn god!?…” [Soerat al-Djaathiyah (45), aayah 23.] (Door de eigen begeerten en ideeën te prefereren boven de geboden en verboden van Allah, kent de mens deelgenoten aan Allah de Verhevene toe. Men wordt dan een slaaf van zijn eigen lusten en begeerten, die van nature veranderend van aard zijn. In Tefhiem al-Qor-aan, van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie, staat vermeld dat Aboe Bakr al-Djassas hierover zei: “Hij gehoorzaamt zijn begeerten zoals men zijn God zou moeten gehoorzamen.”)

Bovendien is dit feit door Allah de Verhevene al bekend gemaakt, toen Hij openbaarde (Nederlandstalige interpretatie): “En wanneer er tot hen gezegd wordt: ‘Veroorzaak geen verdorvenheid (#1) op  aarde,’ dan zeggen zij: ‘Wij zijn slechts verbeteraars.’ Welnee! Waarlijk, zij zijn degenen die de verderfzaaiers zijn, maar zij beseffen dit niet.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 11-12.]

<<<(#1) Noot van vertaler: verdorvenheid beduidt ongeloof en daden van ongehoorzaamheid. Aboe Dja’far zei dat ar-Rabi’ ibn Anas zei dat Aboe al-‘Aliyah zei dat Allahs Uitspraak “veroorzaak geen verdorvenheid op aarde” betekent: “Bega geen daden van ongehoorzaamheid op aarde. Hun verdorvenheid is het niet gehoorzamen van Allah, omdat eenieder die Allah niet gehoorzaam is op aarde, of beveelt dat Allah niet gehoorzaamd mag worden, verdorvenheid begaan heeft op aarde. Goedheid zal zowel op aarde als in de hemel verwezenlijkt worden middels gehoorzaamheid (jegens Allah de Meest Verhevene).”>>>

In dit artikel worden bewust ook uitspraken van niet-moslims aangehaald. Want er zijn ook niet-moslims die deze feiten erkennen, en het zijn niet alleen moslims die positief spreken over de Islaam. En alle lof is voor Allah. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Aspecten van verdraagzaamheid en menselijkheid in de moslimbeschaving

De moslims zijn als minderheid in de westerse landen onder ernstige spanning komen te staan, vooral na 11 september 2001. De Italiaanse eerste minister, alsook de (door een blanke Nederlandse niet-moslim) vermoorde Nederlandse rechtse politicus Pim Fortuyn, en anderen die in hun voetstappen volgen, hebben zich bezig gehouden met openlijke schimpredes tegen de Islaam en het bestempeld als een geloof van duisternis, een loochening voor de beschaving en vooruitgang, intolerant en onmenselijk etc. etc.; een taal herinnerend aan de aanval op het geloof in de 19de eeuw, voorafgaande aan, en in het spoor van, de bezetting van de islamitische landen (de periode van kolonisatie). Een bezetting die destijds werd gerechtvaardigd als een ontwikkelingsmissie – zogenaamd voor de bestwil van moslims. De huidige media en talrijke, snel toenemende websites, blijven toevoegen aan de stroom van gelijksoortige minachtende woorden. Sommige schrijvers en websites zijn meer kwaadaardig dan andere.

Op deze manier tonen zij alleen maar hun vooringenomenheid, onwetendheid en haat tegenover de waarheid aan, en de lage positie die zij onder de mensen innemen. Want als we hun normen en waarden vergelijken met die van de Islaam, dan zien we dat de Islaam werkelijk met kop en schouders boven de rest uitsteekt. De publicaties van de spotprenten over onze geliefde profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede met hem zijn), de beste mens die ooit voet heeft gezet op deze aarde, is hier een goed voorbeeld van. Want Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En beledig niet degenen (de afgoden) die zij (de ongelovigen) naast Allah aanroepen…” [Soerat al-An’aam (6), aayah 108.]

Dit is een goed voorbeeld van de hoge normen en waarden van de Islaam, waarden en normen die vele media, journalisten, schrijvers, tv-programmamakers, politici etc. lang niet halen. Zij bewijzen alleen maar hun zieligheid en laagheid en tonen aan dat zij hun verantwoordelijkheid niet kennen en dat zij de werkelijke reden achter “terrorisme” zijn. Want ijzer breekt niet, behalve als je het maar vaak genoeg buigt. Deze hele situatie is dan ook een tolerantietest, een test die sommige moslims helaas niet tot een goed einde brengen en daarmee de vijanden van de Islaam een stok geven om de andere moslims nog harder mee te slaan.

De anti-islamitische gevoelens worden zelfs nog aangewakkerd door politici van ongekende laagheid, en dit zijn niet alleen de rechtse politici, maar ook anderen die oproepen tot haat, geweld en anti-islamitische reacties, waarvan de consequenties niet te overzien zijn betreffende de controle van beschaafde gemeenschappen. (Zie o.a. het artikel De anti-Islam film van ‘illusionist’ Wilders.)

Natuurlijk denken vele mensen dat deze propaganda rechtvaardig is en dat de moslims een slecht einde verdienen, aangezien er te vaak gedacht wordt dat de Islaam over het algemeen een religie van achteruitgang is en een intolerant geloof. Dit is de houding van de meerderheid van de tegenwoordige media en dit is het beeld wat de academische lectuur schetst betreffende Islaam en moslims, waarbij ze de mildere stemmen, van onder andere prins Charles, die altijd geprobeerd heeft objectief te blijven betreffende zijn mening over zowel de Islaam als moslims, worden overschreeuwd. Toch zijn de moslims, hoewel ze worden afgeschilderd als volgelingen van een geloof van duisternis, achteruitgang en intolerantie, in feite de volgelingen van een wezenlijk rechtvaardig geloof. Alleen is dit helaas aan vele moslims tegenwoordig niet te zien, en zijn zij dus gedeeltelijk schuldig aan dit negatieve beeld.

Dit artikel is een bescheiden poging om aan te tonen dat het volgen van de Islaam juist zorgt voor tolerantie en wederzijds respect en dat al het andere daarin faalt, want ‘het Westen’ schreeuwt wel dat zij pleiten voor tolerantie, vrijheid van meningsuiting etc., maar de werkelijkheid is juist anders.

Een mooi voorbeeld hiervan is dat een Iraanse krant een competitie uitschreef waarin zij mensen opriepen om de leukste spotprent over de holocaust te maken, als antwoord op de spotprenten over de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Amerika uitte hier kritiek op; dus dit is dan hun vrijheid van meningsuiting!? Nergens in de wereld geldt een volledige vrijheid van meningsuiting, alleen verschillen de onderwerpen en de grenzen tot hoe ver iemand kan gaan.

Lees ook onze artikelen “De Islam … de religie van onderontwikkeling” en Onterecht vergeten: de ‘kritische’ blik op de Nederlandse media.

 

 

De mythe over de Islaam als een religie van het zwaard

In de Koran (Arabisch: al-Qor-aan) zegt God (Nederlandstalige interpretatie): “…en die woede bedwingen (#2) en mensen vergeven; en Allah houdt van de weldoeners.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 134.]

<<<(#2) Noot van vertaler: Aboe Hoerayrah (een metgezel – moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘De sterke is niet degene die de mensen overmant door zijn kracht, maar de sterke is degene die zichzelf controleert terwijl hij boos is.’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 8/6114.) Zie het artikel Word niet boos! op deze website.)>>>

De Islaam en agressie en geweld door het gebruik van het zwaard worden bijna altijd afgeschilderd als co-existent. Maar geschiedenis onthult het omgekeerde. Vanaf de vroegere periode van de Islaam en tijdens de hele periode van het khalifaat, hebben de moslims over het algemeen het Soennah-beleid van tolerantie gevolgd, tegenover iedereen, vooral degenen die verslagen werden. De intocht van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in Mekkah (de verovering van Mekkah dat zonder bloedvergieten plaatsvond) werd gevolgd, zoals Scott zegt: “…met een edelmoedigheid ongeëvenaard in de annalen van oorlog, er werd een algemene amnestie afgekondigd en slechts vier personen, wier misdaden als onvergeeflijk werden gezien, kregen de doodstraf.”

Davenport verhaalt hoe de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in de vroegere periode van de Islaam een boodschapper naar de gouverneur van Bossa, vlakbij Damascus, stuurde die gevangen genomen en vermoord werd door de christelijke leider. Drieduizend moslims werden prompt uitgerust voor vergelding. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) maande hen aan om hun dapperheid omwille van Allah de Verhevene te laten zien. Maar op datzelfde moment verbood hij hen om hun oorlogsbuit van de gewone mensen te verzamelen, maar van de openbare schatkisten van de veroverde staat: “Bij het wreken van dit onrecht,” zei hij, “val de onschuldige burgers die in hun huizen blijven niet lastig; spaar het zwakkere geslacht, de zuigeling aan de borst, en diegenen die niet deelnemen aan de strijd. Weerhoud jullie van het vernielen van de woningen van de inwoners die geen weerstand bieden en vernietig de middelen voor levensonderhoud niet; respecteer hun fruitbomen, beschadig de palmbomen niet, zo nuttig voor Syrië door zijn schaduw en zo zalig door zijn gebladerte.” [De profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie).]

De eerste vier khaliefen na de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) volgden precies deze voorschriften. “Wees rechtvaardig,” was de afkondiging van Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) [632-634], “wees moedig; sterf liever dan je over te geven; wees genadig; dood geen oude mensen, noch vrouwen, noch kinderen (oftewel degenen die niet deelnemen aan de strijd). Vernietig geen fruitbomen, graan of vee. Houd je woord, zelfs tegenover jullie vijanden.” [Khalief Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie).]

Onder khalief ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) [634-644] werd Syrië veroverd door de moslims. Op een dag, waarschijnlijk in het begin van september 635, zoals Glubb verhaalt, stroomden de moslims bij het krieken van de dag Damascus binnen. De Byzantijnse gouverneur gaf zich over op voorwaarden dat alle niet-moslims een belasting dienden te betalen [djizyah (#3)] van slechts één dinar… Deze voorwaarden kunnen gezien worden als een buitengewoon genereuze daad. Steden die in Europa door de christenen werden veroverd, konden er van uit gaan dat zij geplunderd werden, zelfs in de tijden van de Napoleontische oorlogen.

<<<(#3) Noot van vertaler: djizyah is een soort belasting die betaald dient te worden door niet-moslims die leven in een islamitische staat en die hun eigen religie willen behouden (Ahloe ad-Dziemmah – Mensen van Bescherming). Aangezien niet-moslims vrijgesteld zijn van militaire dienst en belasting die opgelegd is aan moslims, dienen zij deze belasting te betalen als compensatie. Het garandeert hen veiligheid en bescherming. Al-Qarafie, een klassieke Maalikiegeleerde, zei in zijn boek al-Faroeq: “Het is de verantwoordelijkheid van de moslims ten opzichte van Ahloe ad-Dziemmah, om te zorgen voor hun zwakkeren, de armen in hun behoeften te voorzien, de hongerigen te voeden, hen van kleding te voorzien, hen beleefd aan te spreken en zelfs hun kwaad te tolereren al is het van een buur, ook al hebben de moslims de overhand. De moslims dienen hen ook oprecht te adviseren aangaande hun kwesties en te beschermen tegen iedereen die hen of hun familie wil schaden, hun bezittingen afnemen, of die hun rechten schenden.” Sheikh ‘Atiyyah Moh’ammed Saalim zei eens tijdens een dars (les): “Toen ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) khalief was, zag hij eens een oude man van onder de koeffaar (ongelovigen) bedelen. ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg hem waarom hij bedelde. De man zei: ‘Omdat ik djizyah moet betalen, heb ik niet genoeg geld om te overleven.’ Toen ‘Oemar dit hoorde, schafte hij de djizyah voor deze oude man af en gaf hem een maandelijkse uitkering uit de schatkist van de staat.” Dit verhaal, dat de barmhartigheid van de Islaam aantoont, is ook vermeld in Kitaab al-Kharadj van Aboe Yoesoef, een student van Aboe H’aniefah.>>>

De moslims hadden zelf deze verschrikkelijke ervaring toen hun steden en dorpen ingenomen werden door de kruisvaarders met veel voorbeelden van slachtpartijen onder de moslims die totaal geen genade ontvingen. Aldus, in 1098, tijdens de eerste kruistocht (die begon in 1096), toen de kruisvaarders Ma’arrat an-Noeman innamen, duurde de slachtpartij drie dagen voort waarbij de Franken meer dan 100.000 mensen doodden.

 

 

Nu volgt een citaat van Robert de Monnik, volgend op de inname van Ma’arrat: “Onze mannen,” zei de vrome en liefdadige kroniekschrijver (dit zijn de woorden van Lebon), “liepen over de wegen, pleinen en over de daken, en genoten van de afslachting zoals een leeuwin die haar jongen van haar liet wegnemen. Zij hakten in stukken en doodden kinderen, de jongeren en de ouderen, belast door het gewicht van de jaren. Zij deden dit in groepen… Onze mannen grepen iedereen die in hun handen vielen. Zij sneden buiken open en namen gouden munten. O walgelijke hebzucht naar goud! Beken van bloed stroomden over de wegen van de stad; en overal lagen lijken. O verblinde volken en voorbeschikt om te sterven; niemand van die massa accepteerde het christelijke geloof. Uiteindelijk bracht Bohemund (één van de legerleiders) iedereen naar buiten die hij eerst uitgenodigd had om zich op te sluiten in de toren van die plaats. Hij beval dat alle oude vrouwen gedood moesten worden, en ook de oude mannen, wier leeftijd hen nutteloos maakte; vervolgens beval hij dat de rest naar Antiochië (het tegenwoordige Turkse Antakya, op de grens met Syrië) gebracht moest worden om als slaven verkocht te worden. Deze afslachting van de Turken vond plaats op 12 december, op zondag, maar op deze dag kon al het werk niet voltooid worden, dus de volgende dag doodden onze mannen de rest.” (Robert de Monnik.)

Radulph van Caen zei: “In Maarra kookten onze troepen volwassen heidenen in potten; zij spietsten kinderen op spitten en verslonden hen gegrild.” Om zulk lot te vermijden, sprongen vele moslims in bronnen hun dood tegemoet, aldus een christelijke schrijver.

En wat er gebeurde in Ma’arrat, gebeurde ook in alle andere steden en dorpen die door de kruisvaarders werden ingenomen. En toch, ook al werden de moslims in grote aantallen afgeslacht, vonden zij reserves aan ongeëvenaarde menselijkheid door niet hetzelfde te doen toen de moslims later de christelijke steden veroverden. Dit vanwege het onderricht van de Koran en de Soennah. Khalid Baig schreef in zijn artikel Wat onderwijst de islam over rechtvaardigheid?: “Rechtvaardigheid vereist vergelding/straf en de islam acht ‘oog om oog’ noodzakelijk. Maar dit betekent niet een onschuldig oog voor een (on)schuldig oog, maar het betekent het oog van de dader voor het oog van het slachtoffer (een onderscheid waar terroristen geen rekening mee houden).” Finucane vertelt hoe in 1221 de verslagen christenen bezocht werden door hun (moslim) vijanden, die hen voedsel brachten om hen te redden van verhongering. Zulke verhalen over samenwerking tussen moslims en christenen, merkt Finucane ook op, werden in Europa gewoonlijk met onbegrip ontvangen.

 

Tolerantie betreffende verschillen

Met de woorden van Daniel: “Het begrip tolerantie in het Christendom werd ontleend aan de handelingen van de moslims.” En Davenport zegt het als volgt: “Zoals er niets is dat een Osmaan zijn religie laat opgeven, zo ook probeert hij nooit het geloof van een ander te verstoren… Voor de moslimgeleerden (van het geloof) behoort het bekeren van de zielen aan God.” [Zie het artikel De vier soorten van leiding (hidaayah).]

Tijdens de vooruitgang van de moslims, waren er bijna geen voorbeelden van gedwongen bekeringen, in tegenstelling tot gevallen toen de christenen de overhand hadden, ook niet in gebieden als Noord Afrika, wat vaak beschouwd wordt als een gebied waar de mensen met behulp van het zwaard bekeerd zijn. Dit kan ook niet, want dit gaat tegen de leringen van de Islaam in. Allah de Meest Barmhartige zegt namelijk (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen dwang in de religie. (#4) Werkelijk, het rechte pad (van leiding) is duidelijk onderscheiden van het slechte pad (van dwaling)…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

<<<(#4) Noot van vertaler: oftewel, dwing niemand om moslim te worden, want de Islaam is eenvoudig en duidelijk en zijn tekenen zijn eenvoudig en duidelijk. Aldus is er geen behoefte om iemand te dwingen om de Islaam te aanvaarden. Integendeel, eenieder die Allah leidt naar de Islaam, wiens hart Hij er voor opent en wiens verstand Hij er voor verlicht, zal de Islaam omarmen met overtuiging. Eenieder van wie Allah diens hart verblindt en diens gehoor en gezichtsvermogen verzegelt, zal geen voordeel halen uit het gedwongen worden om de Islaam te accepteren. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Forster maakt duidelijk dat de Islaam in Noord Afrika floreerde zonder het vertrouwen op ‘politieke dominantie’ en dat de volgelingen niet ‘geboeid’ werden door beperkingen van een moslimregering. Evenzo erkende Voltaire, hoewel hij geen vriend van de Islaam is, nog steeds dat “het niet door de kracht van wapens was dat de Islaam zich vestigde op de helft van onze hemisfeer (helft van de aardbol), maar in plaats daarvan gebeurde het door enthousiasme en overtuiging.”

Glubb vindt dat in religieuze tolerantie: “…de moslims van de zevende eeuw zich onthielden van vervolging, en joden en christenen toestonden om hun eigen wetten uit te voeren en om hun eigen rechters te kiezen. Zo’n duizend jaar later werden er in Europa nog steeds mensen gemarteld en levend verbrand vanwege hun geloof. En over het algemeen continueerden de Osmanen het beleid van religieuze tolerantie dat zij geërfd hadden van de Arabieren.” (Glubb.)

 

 

Hier kunnen de westerse regeringen wijze lessen uit trekken, maar dit hoge niveau van tolerantie en deze hoge waarden en normen zullen zij nooit bereiken zonder de Islaam in hun harten. Stelt u zich eens voor, een islamitische rechtbank in Nederland waar moslims volgens de islamitische wet worden behandeld. Voor veel Nederlanders is dit ondenkbaar, maar de moslims pasten dit toe en stonden niet-moslims toe om volgens hun religie recht te spreken onder de volgelingen van dat geloof.

Araya Goubet merkt ook op hoe “religieuze tolerantie en islamitische inspiratie toestond dat christenen, moslims en joden op een harmonieuze en vreedzame manier samenleefden tot het einde van de vijftiende eeuw (in o.a. Andalusië – islamitisch Spanje). De dominantie van christelijke geestelijken leidde tot een geleidelijke buitensluiting, onderwerping en verbanning van de andere religieuze groepen, beginnend in 1492, maar met het hoogtepunt in 1567, toen Philip II een verordening bekent maakte waardoor het voor Morisco’s [gekerstende (ex)moslims] verboden werd om moslimnamen en de Arabische taal te gebruiken. De Morisco’s werden uiteindelijk in 1609 verdreven. Ten slotte kan de geschiedenis van de mensen van het Iberische schiereiland (Portugal en Spanje) samengevat worden als “levend in saamhorigheid tot het uiteenvallen in het begin van de vijftiende eeuw.”

 

Islamitische beschaving en etniciteit

Met betrekking tot het islamitische standpunt tegenover etniciteit, kunnen we gerust stellen dat er geen andere religie is die een gelijkwaardig gevoel van broederschap vertoont, ongeacht de afkomst van de volgelingen. De moslim die het geloof belijdt, verplicht zich om andere moslims een gelijke behandeling te geven. Dit is een gevolg van het Qor-aanische gebod dat vroomheid en naleving de enige criteria zijn om een persoon te beoordelen. Ethische verschillen tussen mensen werden duidelijk bepaald in termen van hun daden, ongeacht hun oorspronkelijke culturen. Het is belangrijk om te vermelden dat de eerste persoon die aangewezen werd om de adzaan (oproep tot het gebed) te verrichten, een donker gekleurd persoon (en een slaaf) was. Bovendien riep de Islaam op tot het vrijlaten van slaven en gaf te kennen dat de hele schepping met rechtvaardigheid en zorg behandeld moest worden.

In de Islaam werd er gedurende veertien eeuwen geen enkele persoon gestigmatiseerd vanwege zijn huidskleur. De nakomelingen van een niet-blanke moeder en een blanke vader werden volledige gelijkwaardigheid toegekend en werden niet uitgesloten voor hoge functies. Van 946 tot 968 werd Egypte geregeerd door Kafur, een neger die in slavernij geboren was. Of we nu kijken naar de tiende eeuw of naar tegenwoordig, volgens Levi Provencal is er geen gebrek aan gekleurde mensen in de rangen van aristocratie of de handelsklasse: dit is altijd een essentieel kenmerk geweest van het islamitische wereldbeeld.

Het is significant dat door de eeuwen heen de acceptatie van de Islaam, het betalen van de zakaat (verplichte liefdadigheid), het verrichten van de gebeden en de h’adj (bedevaart naar Mekkah) en het nakomen van de verplichtingen tijdens de Ramadhaan, toegepast werden zonder voorbehoud betreffende de afkomst of omstandigheden van de deelnemers. Malcolm X blijkt dit tijdens zijn h’adj een van de grootste kenmerken te vinden, toen hij zei: “…de kleurenblindheid van de religieuze gemeenschap van de moslimwereld en de kleurenblindheid van de islamitische menselijke gemeenschap: deze twee invloeden hebben beide een grote impact gehad en een toenemende overtuiging tegen mijn vorige manier van denken.” (Malcolm X.)

Malcolm X (1925–1965) was als kind getuige van het in brand steken van zijn ouderlijke woning door leden van de christelijke racistische sekte van de Ku Klux Klan (zie het artikel De Ku Klux Klan: christelijke extremisten). Sindsdien koesterde hij een felle haat tegen de blanken. In 1952 trad hij toe tot de Nation of Islam, ook wel bekend als de Black Muslims, een religieuze en politieke sekte, die de suprematie van de negers predikte. De leer en riten van die sekte beïnvloedden hem zodanig, dat hij zijn vroegere levenswijze opgaf en welhaast een asceet werd. Malcolm X leidde de Black Muslims tot 1963, toen hij zijn functie moest neerleggen in verband met zijn negatieve uitlatingen over de vermoorde president Kennedy. Daarna brak hij met de Black Muslims en stichtte de Organisatie voor Afro-Amerikaanse Eenheid. De h’adj naar Mekkah deed zijn haat jegens de blanken omslaan in verzoening.

In Mekkah was “geen apartheid en er waren geen liberalen”; onverschilligheid tegenover kleur was spontaan en voor Malcolm X was dit klaarblijkelijk een enorme ervaring: “Ik deelde ware broederliefde met blanke moslims die nooit aandacht schonken aan het ras of aan de huidskleur van een andere moslim.” (Zie ook het artikel Nationalisme, een vreemd concept in de Islaam.)

 

 

Politieke, economische en culturele participatie voor iedereen

Scott merkt op hoe zelfs in de vroegere fasen, toen de eerste schok van verovering was gepasseerd, “de overweldigende angst veroorzaakt door de (moslim) veroveraars afgenomen was. Zij bleken zeer anders te zijn dan de vleesgeworden demonen zoals de vervormde verbeelding hen had afgeschilderd. Zij bleken genadig, genereus en humaan te zijn.” Mensen onder het moslimrijk, merkt Scott op, werden de gelegenheid gegeven om deel te nemen aan de voordelen van de beschaving die vanaf praktisch het begin werd ingeluid door hun bestuurders. Inderdaad, tijdens het gehele islamitische bestuur, of het nu onder de Arabieren was of onder de Turken (Osmanen), haalden alle minderheden voordelen uit de vrede en gelijkwaardigheid betreffende mogelijkheden die zelfs in geen enig tegenwoordig westers land geëvenaard kunnen worden.

Van Ess merkt op dat er in de islamitische wereld geen opgedrongen getto’s waren. Leden van dezelfde religieuze gemeenschap leefden vaak in dezelfde wijk vanwege familiaire solidariteit; maar zij werden niet opzettelijk en principieel apart gehouden van de moslims. In Córdoba (Spanje) waren achthonderd openbare scholen die gelijk bezocht werden door moslims, christenen en joden. De deuren van onderwijsinstellingen stonden open voor studenten van elke nationaliteit, en de moslims van Andalusië, voegt Scott toe, ontvingen kennis op hetzelfde moment en onder dezelfde condities als de leergierige pelgrims uit Klein Azië en Egypte, maar ook uit Duitsland, Frankrijk en Engeland.

Op het gebied van wetenschap en onderwijs stonden de deuren open voor alle geleerden, of zij nu Chinees, Indisch, Afrikaans, Europees, moslim, christen of jood waren, en zij ontwikkelden zich allemaal gelijkwaardig. Enkele van de vroegere en meest prominente wetenschappers aan het islamitische Abbasidische hof, zoals Ish’aaq ibn Hoenayn en Hoenayn ibn Ish’aaq, waren nestoriaanse christenen. Thabit ibn Qoerrah, de astronoom, was een Sabaeër (Midden-Jemen). De Bakhishtu familie, die in de negende eeuw de meest prominente posities in het hof bekleedden, waren christenen. Maar ook de joden hadden hun meest glorieuze periode van hun beschaving onder de islamitische regeringen. Als men bladert door de honderden pagina’s tellende introductie van Sartons History of Science, raakt men verwonderd door de vele namen van joodse geleerden die tijdens de islamitische beschaving aan allerlei onderwerpen werkten. Sommigen waren niet alleen geleerden, maar bekleedden zelfs enkele van de belangrijkste vertrouwensposities in de islamitische jurisdicties. Maimonides, een bekende joodse arts, was de arts van sultan Salah’ oed-Dien Ayyoebie en diens hofhouding. Hasdai ibn Shaprut, opgevolgd door zijn zonen, bekleedde enkele prominente posities in islamitisch Spanje. Veel gezanten die door de moslims naar de christenen werden gestuurd, waren joden; een groot deel van de handel was in handen van de joden. (Zie het artikel Het wonder van de islamitische wetenschappers.)

Zelfs toen het islamitische land bedreigd werd door zowel de kruisvaarders en later door de Mongolen (midden van de 13de eeuw), dermate dat een groot deel van de bevolking afgeslacht was (800.000 doden in alleen Bagdad in 1258), overleefden minderheden, of het nu joden of christenen waren (zelfs als zij bondgenoten waren van de kruisvaarders), onder het islamitische bestuur tot op de dag van vandaag met al hun macht, privileges en rijkdom intact. Alleen dit feit toont al overduidelijk aan dat het huidige stereotype beeld van de Islaam als de religie van intolerantie niets te maken heeft met de werkelijkheid van de Islaam.

De onbevooroordeelde zoeker naar kennis en degene die de geschiedenis eerlijk bestudeert zal zeker de ware aard van de Islaam zien en beseffen dat de islamitische beschaving het hoogtepunt van alle beschavingen was, een beeld dat verborgen zal blijven voor degene die zich beperkt tot een krantje en het journaal, en die zich beperkt tot en met een vergrootglas zoekt naar individuele misstanden. De moslims vielen het geloof of de gewoonten van anderen niet aan. Verschillen in geloof is iets waar een moslim mee kon en kan leven.

 

 

Een humane beschaving voor alle levende wezens

In de Qor-aan, in o.a. aayah 190-193 van soerat al-Baqarah (2), wordt de islamitische positie met betrekking tot het gebruik van geweld duidelijk verklaart: niemand kan de acceptabele grenzen overschrijden, want Allah de Verhevene houdt niet van enig soort agressie, lichamelijk of verbaal. Allah de Almachtige zegt namelijk in de genoemde verzen (Nederlandstalige interpretatie): “En bestrijd – op de weg van Allah – degenen die jullie bestrijden en overtreed niet (#5) (houd de regels aangaande djihaad in acht). Waarlijk, Allah houdt niet van de overtreders. (#6) En dood hen (degenen die jullie bevechten) waar jullie hen ook vinden en verdrijf hen van waar zij jullie hebben verdreven. En al-fitnah [vervolging en onderdrukking (#7)] is erger dan het doden. (#8) En bestrijd hen niet bij al-Masdjid al-H’araam (de Heilige Moskee in Mekkah) totdat zij jullie daar (eerst) bestrijden. Als zij jullie dan bestrijden, dood hen dan. Zo is de vergelding van de ongelovigen. Als zij dan ophouden, Allah is dan Vergevensgezind, Barmhartig. En bestrijd hen totdat er geen fitnah (vervolging en onderdrukking) meer is en de religie voor Allah is (d.w.z. dat de weg van Allah in plaats daarvan is ingesteld). (#9) Als zij dan ophouden (en geen politieke dominantie meer hebben waardoor zij hun vervolging en onderdrukking moeten staken), dan is er geen vergelding (maar algemene amnestie) behalve voor de onrechtplegers (die extreem wreed en tiranniek zijn geweest).”

<<<(#5) Noot van vertaler: al-H’asan al-Basrie gaf aan dat overtreding inhoudt: het verminken van de doden, diefstal (van de oorlogsbuit), het doden van vrouwen, kinderen en oude mensen die niet deelnemen aan de strijd, het doden van priesters en monniken, het verbranden (vernietigen) van bomen en doden van dieren (vee) zonder noodzaak.” Dit is ook de mening van Ibn ‘Abbaas, ‘Oemar ibn ‘Abdoel-‘Aziez, Moeqaatil ibn H’ayyaan en anderen. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

<<<(#6) Noot van vertaler: het is een algemene klacht van sommige niet-moslims dat de Islaam niet miljoenen aanhangers zou hebben wereldwijd, als het niet verspreid zou zijn door middel van geweld. Echter, in tegenstelling tot verspreiding door het zwaard, was het de inherente macht van waarheid, verstand en logica die verantwoordelijk was voor de snelle verspreiding van de Islaam. Een goed antwoord op de misvatting dat de Islaam door het zwaard werd verspreid is dat van de beroemde historicus De Lacy O’Leary in het boek Islam at the Cross Roads (p. 8): “De geschiedenis maakt duidelijk dat de legende van fanatieke moslims die massaal over de wereld trokken en de Islam opdrongen met de punt van hun zwaard aan veroverde rassen, één van de meest bizarre en absurde mythes is die historici vaak hebben herhaald.” Prof. Norman Daniels, PhD, een Amerikaanse filosoof, ethicus en bio-ethicus op Harvard, schreef op p. 267 van zijn boek Islam and the West: “Het gebruik van bedrieglijk bewijs om de Islam aan te vallen was vrijwel algemeen…” Vandaag de dag is de snelst groeiende religie in Amerika de Islaam; de snelst groeiende religie in Europa is de Islaam. Welk zwaard dwingt mensen in het Westen de Islaam te accepteren in zulke grote getale? Islaam, agressie en geweld door het gebruik van het zwaard worden bijna altijd afgeschilderd als co-ëxistent. Maar geschiedenis onthult het omgekeerde: het was het zwaard van het verstand! Zie Vraag 5 – hoe kan de Islaam de religie van vrede genoemd worden terwijl het door het zwaard verspreid werd?>>>

<<<(#7) Noot van vertaler: “Vervolging en onderdrukking van mening door geweld, dwang of bedreiging” is de correcte vertaling van het Arabische woord fitnah zoals dat in dit vers gebruikt is. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<<(#8) Noot van vertaler: hoewel bloedvergieten iets slechts is, het onderdrukken en teisteren van anderen omdat zij vasthouden aan hun eigen geloof en principes en hen dwingen om deze op te geven en te vervangen door die van de onderdrukkers is veel erger! (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

<<<(#9) Noot van vertaler: d.w.z. dat de religie van Allah domineert over de andere religies, zodat de ware gelovigen niets meer te vrezen hebben van de polytheïsten en ongelovigen die slechts hun begeerten volgen en daardoor onrecht plegen. (Zie o.a. Tefsier Ibn Kethier, alsook Tefhiem al-Qor-aan van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Het verhaal over de Turkse/Algerijnse zeerovers die terreur verspreidden over de zeeën en langs de Europese kust, was een politieke list die gebruikt werd om de verovering van Algerije door de Fransen in 1830 te rechtvaardigen. Earle en Bono, en vooral Fisher, hebben deze legende ontmaskerd. Inderdaad, piraterij werd voornamelijk beoefend door Europeanen; en er waren in Algerije haast geen piraten over in de achttiende eeuw, zoals Valensi en Braudel hebben aangetoond. Pelgrimverhalen uit de veertiende eeuw van o.a. de Ier Simon of Semeon, tonen aan dat men de verhalen over christelijke slaven die als dieren voor de kar werden gespannen niet dienden te geloven.

 

 

De Islaam wordt over het algemeen gezien als een bron van wreedheden, maar de geschiedenis en de ware geloofsleer (die men kan vinden in de Qor-aan en de Soennah) tonen het omgekeerde aan. Thevenot merkt op dat één van de leringen van de Islaam (namelijk de zakaat) duidelijk opgemerkt werd onder de Turken (Osmanen), want zij waren liefdadig en bereid om de armen te helpen, of zij nu Turken, christenen of joden waren. Sommige Turken gaven hun rijkdom al weg tijdens hun leven, anderen lieten na hun overlijden grote bedragen achter voor het bouwen van ziekenhuizen, bruggen, karavaansera’s (huisvesting voor reizigers) en aquaducten. Degenen die niet over deze middelen beschikten, besteedden hun tijd aan het onderhouden van de wegen en het vullen van waterreservoirs. Tournefort levert ondersteunend bewijs dat naast de individuele aalmoezen, er geen volk zo veel schonk aan fondsen dan de Turken. De rijken bezochten gevangenissen om degenen die gevangen zaten in verband met schulden vrij te laten. Tournefort zag dat vele families, van wie de bezittingen vernietigd werden door brand, herstelden door liefdadigheid. Hij zag mensen die getroffen mensen bezochten in hun huizen: de zieken, zelfs als zij leden aan de pest, werden geholpen door buren en door de fondsen van religieuze instellingen.

Thevenot merkte op dat de Turken hun liefdadigheid niet beperkten tot alleen mensen, maar ook dieren genoten van hun goede gedrag. Op marktdagen kochten sommige mensen vogels die zij vrij lieten. Hij zag mensen die grote hoeveelheden geld besteedden voor voedsel voor honden en katten. (Zie het artikel Dierenrechten in de Islam.)

 

 

Het islamitische geloof als een bron van menselijkheid

Van deze bovenstaande voorbeelden kan men concluderen dat de islamitische gemeenschap dit negatieve beeld, zoals het al zo lang wordt afgeschilderd, absoluut niet verdient. De moslims zijn natuurlijk geen supermensen. Velen onder hen begaan verschrikkelijke daden tegenover anderen, hun eigen mensen en zelfs tegen zichzelf. De goedheid van moslims als een eenheid heeft niets te maken met het feit dat moslims als individuen beter zijn dan anderen. Verre van dat; zij zijn net zo goed en net zo slecht als alle anderen. Het verschil is het geloof zelf, de wetten en regels, en de veranderingen die het teweegbrengt bij individuen en gemeenschappen, vooral wanneer dit geloof en de fundamentele wet daarvan, de sharie’ah (waar vaak zeer negatief over gesproken wordt), wordt uitgevoerd. (Zie het artikel De islamitische sharia.) Natuurlijk is het heel erg gemakkelijk om te vitten op een individueel geval van strikte naleving van de sharie’ah en de algemene positieve impact te negeren. Het is inderdaad de sharie’ah die staat op de bescherming van anderen, inclusief christenen, joden en anderen die in een islamitische staat leven; dus dient men de sharie’ah niet te veroordelen aan de hand van de grillen van een bestuurder of individuen. Inderdaad, geen één moslim die door zijn geloof de sharie’ah toepast, heeft het recht of een excuus om iemand van een andere religie kwaad aan te doen die hem geen kwaad aangedaan heeft, of niet probeert hem kwaad aan te doen.

Bovendien is het de Islaam, het geloof alleen, dat de mensen in positieve zin veranderd heeft, zoals we in dit artikel hebben aangetoond door slechts enkele voorbeelden. Natuurlijk zijn er nog veel meer voorbeelden en aayaat (verzen) uit de Qor-aan en ah’aadieth (overleveringen) van onze geliefde profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) aan te halen. Enkele voorbeelden zijn:

Allah de Meest Barmhartige zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En verminder niets van de zaken die aan de mensen toebehoren (door te bedriegen) en veroorzaak geen onheil op aarde als verderfzaaiers.” [Soerat as-Shoe’araa-e (26), aayah 183.]

En Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…en doe goed zoals Allah goed is geweest voor jou, en streef niet naar verderf op aarde. Waarlijk, Allah houdt niet van de verderfzaaiers!” [Soerat al-Qasas (28), aayah 77.]

Allah de Almachtige zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En de goede daad en de slechte daad zijn niet gelijk. Beantwoord (het slechte) met dat wat beter is (#10), dan zal degene waarmee jij in vijandschap verkeert, een loyale vriend worden.” [Soerat Foessilat (41), aayah 34.]

<<<(#10) Noot van vertaler: door boosheid te beantwoorden met geduld en slechte behandeling met vergeving. Als je dit doet dan zal degene met wie jij in vijandschap verkeerd een loyale vriend worden. (Zaad al-Masier fie ‘ielmie t-Tefsier van Ibn al-Djawziey.) ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “Er is geen betere bestraffing voor degene die Allah ongehoorzaam is wat de omgang met jou betreft, dan jouw gehoorzaamheid jegens Allah door hem goed te behandelen.” (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

 

 

Toen de Abessinische (Ethiopische) koning de uit Mekkah gevluchte moslims vroeg over hun nieuwe religie, antwoordde Dja’far, de neef van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem): “O koning! Wij waren mensen die verzonken waren in onwetendheid. Wij aanbaden afgodsbeelden, we aten gestorven dieren en we pleegden walgelijke handelingen. We verbraken familiebanden, we behandelden onze buren slecht en onze sterken verzwolgen de zwakken. We leefden zo, totdat Allah de Almachtige een profeet onder ons deed opstaan wiens nobele geboorte en afkomst, oprechtheid, eerlijkheid en zuiverheid bij ons allen bekend waren. Hij nodigde ons uit om kennis te maken met de Eenheid van Allah en om Hem te aanbidden. Hij beval ons om de waarheid te spreken, om onze beloftes na te komen en om aardig en vriendelijk te zijn voor onze familieleden en buren. Hij verbood ons elke ondeugd, bloedvergieten, schaamteloosheid, leugens en bedrog. Hij vroeg ons om de eigendommen van onze wezen niet in beslag te nemen en kuise vrouwen niet te belasteren. Hij beval ons om te bidden. Wij erkenden de boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en geloofden in hem. Dit is de reden dat onze mensen van ons vervreemden en ons vervolgden. Omdat zij ons martelden en kwelden met hun tirannie, vluchtten wij naar uw land. Wij zij hier gekomen, O koning, naar uw land om uw bescherming te zoeken en wij hopen dat wij niet onrechtvaardig behandeld zullen worden.”

Smith uitte het volgende commentaar hierover: “De Donkere Middeleeuwen van Europa zouden twee keer, nee drie keer zo donker geweest zijn; want alleen de Arabieren gaven door hun kunsten en wetenschappen, door hun landbouw, hun filosofie en hun deugdzaamheden, licht te midden van de universele duisternis van onwetendheid en misdaad… En het waren dezelfde veranderingen die de Islaam voor anderen teweegbracht. Telkens wanneer een volk in contact kwam met de Islaam, had het succes,” erkent Forster die “de weldadige morele invloed van de Islaam op zijn ‘negroïde bekeerlingen’ prees.” (Smith.)

 

Tot besluit

We kunnen nog duizenden voorbeelden, verzen uit de Qor-aan of overleveringen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) aanhalen om aan te tonen dat de Islaam de oplossing is voor alle problemen en de weg naar een paradijs op aarde en het echte Paradijs in het Hiernamaals. Als degenen die de aanval op de Islaam leiden echt geloven dat alles beter is zonder de ‘duisternis van de Islaam’, zoals zij dat stellen, dan kunnen zij er zeker van zijn dat zonder de Islaam monsters zullen heersen.

Tot zo ver deze korte verhandeling over de bijdragen van moslims aan een vreedzame, tolerante en beschaafde wereld zonder discriminatie en racisme etc.

Alle lof is voor Allah en tot Hem keren wij allemaal terug.

 

 

Relevante artikelen:

Religieuze tolerantie in de Islam

Wat onderwijst de Islam over rechtvaardigheid?

De rechtvaardigheid van de Islam

Mijn religie is vriendelijkheid

Dierenrechten in de Islam

“De Islam … de religie van onderontwikkeling”

Moet de islam gemoderniseerd worden?

De anti-Islam film van ‘illusionist’ Wilders

Kent u deze man?

Het wonder van de islamitische wetenschappers

Islamofobie

Jihad in de Islam

De ideologische aanval

Submission

De Ku Klux Klan: christelijke extremisten

Vraag 5. Hoe kan de Islaam de religie van vrede genoemd worden terwijl het door het zwaard verspreid werd?

Stop terrorisme (diverse artikelen)

Media (diverse artikelen)

De klok en de klepel (diverse artikelen)