De uitwerking en doelen van de h’adj

Reinig je intentie!

Hadj1Door sheikh dr. Yah’ya ibn Ibraahiem al-Yah’ya. Vertaald door Umm Sulaym bint Muhammad.

Alle lof is voor Allah. We vragen Allah de Verhevene om degenen die de h’adj verrichten te zegenen met vergeving van de zonden, en voor degenen die nog geen h’adj hebben verricht, vragen wij Hem dat Hij hen geeft waar zij op hopen en hen te redden waarvoor zij vrezen.

De doelen en redenen van de h’adj zijn buitengewoon en verheven. Hier volgt een samenvatting van enkelen van hen:

1.) Een gevoel van verbondenheid met de profeten (vrede zij met hen), van onze vader Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem) – die het Huis bouwde – tot onze profeet Moh’ammad, de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) en zijn respect voor de heiligheid van Mekkah. Wanneer de pelgrim de heilige plaatsen bezoekt en de rituelen verricht, herinnert hij zich de bezoeken van deze pure profeten naar deze heilige plaats.

Moeslim (241) heeft overgeleverd dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “We reisden met de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) tussen Mekkah en al-Medienah en we kwamen langs een vallei. Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Welke vallei is dit?’ Zij zeiden: ‘De vallei van al-Azraq.’ Hij zei: ‘Het is alsof ik Moesaa de boodschapper van Allah kan zien (die) zijn vingers in zijn oren stopt, Allah smeekt, de talbiyyah [het zeggen van labbayk, Allaahoema labbayk (ik ben hier in Uw dienst, O Allah, ik ben hier in Uw dienst)] reciteert en deze vallei doorkruist.’ Toen reisden we verder totdat we bij een bergpas aankwamen. Hij zei: ‘Welke bergpas is dit?’ Zij zeiden: ‘Harshaa of Lift.’ Hij zei: ‘Het is alsof ik Yoenoes op een rode kameel zie en een wollen mantel draagt. De teugels van zijn kameel zijn gemaakt van de draden van de dadelboom en hij doorkruist deze vallei en reciteert de talbiyyah.’

2.) De witheid en zuiverheid van de kleding van de pelgrims is een teken van innerlijke puurheid, properheid van het hart en de puurheid van de boodschap en de methode. Dit betekent het aan de kant zetten van alle versieringen en het tentoonspreiden van nederigheid. Evenzo is het een herinnering aan de dood wanneer de overledene wordt gewikkeld in gelijksoortige kleding (kefen). Dus het is alsof hij zich voorbereid om Allah de Verhevene te ontmoeten.

3.) Het aannemen van de toestand van ih’raam (#1) bij een miqaat (#2) is een fysieke uiting van aanbidding en overgave aan Allah Ta’aala; en van overgave ten opzichte van Zijn geboden en wetten. Niemand betreedt het (zonder de ih’raam te betreden), omdat het een gebod is van Allah de Verhevene en een wet die Hij heeft voorgeschreven. Dit bevestigt de eenheid van de oemmah en het volgt een enkel systeem zonder verschillen of uitzonderingen met betrekking tot de begrenzingen van de mawaaqiet.

<<< (#1) Ih’raam: een toestand waarin het voor iemand verboden is om bepaalde daden te verrichten die op andere tijden wel toegestaan zijn. De verplichtingen van ‘oemrah en h’adj worden verricht in zo’n toestand. Wanneer een persoon in deze staat treedt, is het mentaal en hoorbaar uiten van de intentie om in ih’raam te treden het eerste wat men dient te doen met als doel het verrichten van h’adj of ‘oemrah (dit is de enige intentie die hoorbaar geuit wordt). In ih’raam draagt een man slechts twee doeken zonder stiksel, namelijk izaar, gedragen om zijn middel wat zijn onderlichaam bedekt, en ridaa-e, gedragen om het bovenste gedeelte van zijn lichaam. Zaken zoals geslachtsgemeenschap, het gebruik van parfum, jagen, het knippen van haren en nagels etc. zijn in ih’raam verboden.>>>

<<< (#2) Miqaat (meervoudsvorm = mawaaqiet): een van de verschillende plaatsen gespecificeerd door de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) voor de mensen waar zij in de staat van ih’raam kunnen treden, op hun weg naar Mekkah wanneer zij de intentie hebben om h’adj of ‘oemrah te verrichten.>>>

4.) H’adj is een teken van tawh’ied vanaf het moment dat de pelgrim de ih’raam aanneemt. Djaabir ibn ‘Abdoellaah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei toen hij de h’adj van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) beschreef: “Toen begon hij met het zeggen van de woorden van tawh’ied:

 

لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ لَبَّيْكَ، لَبَّيْكَ لاَ شَرِيكَ لَكَ لَبَّيْكَ، إِنَّ الْحَمْدَ والنِّعْمَةَ، لَكَ والمُلْكَ، لا شَرِيكَ لَكَ

 

Labbayka Allaahoemma labbayk, labbayka laa sharieka laka labbayk. Inna al-h’amda wal-ni’mata laka wal-moelk, laa sharieka lak (hier ben ik, O Allah, hier ben ik. Hier ben ik, U heeft geen deelgenoot, hier ben ik. Voorwaar, alle prijzingen en zegeningen zijn aan U, en alle heerschappij, U heeft geen deelgenoot).” (Overgeleverd door Moeslim, 2137.)

5.) Wanneer alle mensen bij elkaar komen op één plaats in ‘Arafah en elders, is dit een herinnering aan het Hiernamaals. Er is geen verschil tussen hen en allen van hen zijn gelijk op deze plaats en niemand is beter dan iemand anders.

<<< ‘Arafaat: een bekende plaats op zo’n 25 km ten zuidoosten van Mekkah, belangrijk voor de h’adj. Hier komen alle pelgrims samen op Yawm al-‘Arafah (de dag van ‘Arafah): de negende dag van de maand Dzoe l-H’iddjah, waarop de rituelen van de h’adj (bedevaart) verricht worden. >>>

6.) H’adj is een teken van eenheid, omdat de h’adj ervoor zorgt dat alle mensen hetzelfde zijn in hun kleding, daden, rituelen, qiblah en de plaatsen die zij bezoeken. Dus niemand is beter dan de ander; koning of slaaf, rijk of arm, allemaal zijn ze hetzelfde.

Dus de mensen zijn gelijk in de zin van hun rechten en plichten. Zij zijn gelijk op deze heilige plek, en verschillen in huidskleur en afkomst doen er niet toe; niemand heeft het recht om onderscheid tussen hen te maken.

Eenheid van gevoelens, eenheid van rituelen, eenheid in doel, eenheid in daden, eenheid in woorden. “Mensen komen van Adam, en Adam werd geschapen uit zand. Geen Arabier is superieur ten opzichte van een niet-Arabier. En geen blanke man is superieur ten opzichte van een zwarte man, behalve in vroomheid (taqwaa).”

Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis): “Voorwaar, degenen die niet geloven en van de weg van Allah en de Masdjid al-H’araam (de gewijde moskee in Mekkah) afhouden, die Wij voor alle mensen gemaakt hebben, zowel de inwoner van daar als degene van buiten: en wie wenst daar het slechte te doen door onrechtpleging, hem zullen Wij een pijnlijke bestraffing doen proeven.” [Soerat al-H’adj (22), aayah 25.]

7.) Het traint de pelgrims om tevreden te zijn met bescheiden kleding en behuizing, wanneer zij twee kledingstukken dragen zodat zij weten dat het voldoende voor hen is. En hun behuizing geeft hen net genoeg ruimte om te slapen.

8.) Het afschrikken van de kaafirien (ongelovigen) en de volgelingen van dwaling, met deze enorme samenkomst van moslims. Ook al zijn zij verspreid en verschillend, het simpele feit dat zij samen zijn gekomen – ondanks die verschillen – op een bepaalde tijd, op een bepaalde plaats, duidt op hun kracht zich te verenigen op andere tijden en andere plaatsen.

9.) Het laten zien van het belang dat moslims samenkomen en harmonie vestigen. Want we zien meestal elke persoon alleen reizen, terwijl we tijdens de h’adj mensen zien komen in groepen.

10.) Het uit betrouwbare bronnen te weten komen hoe de situatie van moslims elders in de wereld is, omdat men rechtstreeks van zijn broeder kan horen wat de situatie is van de moslimbroeders in het land waar hij vandaan komt.

11.) Het uitwisselen van nuttige zaken en ervaringen onder de moslims in het algemeen.

12.) Het ontmoeten van geleerden en rechters van alle landen en het bestuderen van de omstandigheden en de zaken die de moslims nodig hebben. En het belang van het samenwerken met hen.

13.) Het bereiken van ware overgave aan Allah de Verhevene bij het staan op de heilige plaatsen wanneer de pelgrim al-Masjdid al-H’araam verlaat, want de beste plaats is het staan op ‘Arafah.

14.) Vergeving van zondes, omdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die h’adj verricht en geen obscene woorden uit of geen enkele zonde verricht, zal terugkeren en schoongewassen zijn van de zonden, zoals de dag dat zijn moeder hem baarde.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

15.) Het openen van de deuren van hoop voor degenen die zondigen, en het onderwijzen van hen op deze heilige plaatsen om hun zonde op te geven, zodat zij veel van hun slechte gewoontes zullen opgeven tijdens de periode van h’adj en haar rituelen (en hopelijk ook daarna).

16.) Het laten zien dat de Islaam een religie is van organisatie, omdat tijdens de h’adj de rituelen en tijd georganiseerd zijn; elke daad wordt gedaan op de plaats en tijd van bepaling.

17.) Het aanleren van jezelf om uit te geven aan liefdadigheid en het vermijden van gierigheid. De pelgrim besteedt een groot bedrag omwille van de h’adj – voor reiskosten, onderweg en op de heilige plaatsen zelf.

18.) Het verhogen van vroomheid en het hart groot te maken voor de Symbolen van Allah Ta’aala. Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis): “Het voorgaande (de genoemde voorschriften) is wat Wij jullie bevolen hebben. En wie de rituelen van Allah hoogacht (door ze na te leven), dat komt dan waarlijk doordat de harten vrezen.” [Soerat al-H’adj (22), aayah 32.]

19.) Het trainen van de rijken om hun onderscheidende kleding en behuizing op te geven en hen gelijk te stellen aan de armen in kleding en de rituelen van tawaaf (de ommegang om de Ka’bah, het 7 x lopen rond de Ka’bah), sa’y (het zeven keer lopen tussen de heuvels as-Safaa en al-Marwah in Mekkah tijdens het verrichten van de h’adj en ‘oemrah) en het stenigen van de djamaraat. Dit leert hen om nederig te zijn en zich de lage waarde van dit wereldse leven te realiseren.

<<< Djamrah (meervoud: djimaar): een stenen pilaar met een muur er omheen. Er zijn drie djimaar in Mina, vlakbij Mekkah. Een van de rituelen van de h’adj is het gooien van kiezels naar deze djamrah (als symbolische steniging van de duivel) op de vier dagen van ‘ied al-adh’a.>>>

20.) De pelgrim is standvastig in het aanbidden en gedenken van Allah de Verhevene tijdens de dagen van h’adj – zich van de ene heilige plaats begevend naar de andere, van de ene daad naar de andere. Dit is een manier van intensieve oefening in de aanbidding en het gedenken van Allah de Verhevene.

21.) Jezelf trainen om vriendelijk tegen mensen te zijn – dus de pelgrim dient als gids voor degene die is verdwaald, onderwijst degenen die onwetend zijn, helpt de armen en ondersteunt de invaliden en zwakkeren.

22.) Het ontwikkelen van goede eigenschappen, zoals verdraagzaamheid en het overzien van irritatie door mensen, omdat de pelgrim hoe dan ook zal worden blootgesteld aan mensenmassa’s en woordenwisselingen. Allah Ta’aala zegt (Nederlandstalige interpretatie): “De h’adj (bedevaart) is (in) de bekende maanden (#3). Wie zich dan oplegt de h’adj in hen te verrichten (door de ih’raam aan te nemen), (dient) dan geen rafath (geslachtsgemeenschap en alles wat ernaar kan leiden) te hebben, noch zonden te begaan (#4), noch een twist aan te gaan tijdens de h’adj…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 197.]

<<< (#3) As-Shaafi’ie leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) becommentarieerde: “Niemand dient de ih’raam voor h’adj aan te nemen vóór de maanden van de h’adj, want Allah zegt: ‘De h’adj (bedevaart) is (in) de bekende maanden.’” De maanden waarin de pelgrim zich tot de h’adj kan verplichten (de staat van ih’raam kan aannemen) zijn Shawwaal, Dzoel-Qie’dah en (de eerste negen dagen van) Dzoel-H’idjah.>>>

<<< (#4) Hoewel alle soorten zonden altijd verboden zijn, worden zij ernstiger tijdens de h’adj. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

23.) Het trainen van jezelf om geduldig te zijn en om te gaan met moeilijkheden zoals hitte, lange afstanden, afgescheiden van je familie zijn, heen en terug gaan tussen de heilige plaatsen en de menigtes die zich daartussen bevinden.

24.) Het leren om gebruikelijke gewoonten en de zaken op te geven waar iemand gewend aan is, omdat de pelgrim zijn hoofd moet ontbloten, zijn gebruikelijke kleren moet opgeven, zijn huis en het eten en drinken waar hij gewend aan was moet achterlaten.

25.) Wanneer de pelgrim de sa’y verricht tussen as-Safaa en al-Marwah, herinnert hij zich dat degene die Allah de Verhevene gehoorzaam is en zijn vertrouwen in Hem stelt en zich tot Hem wendt, Hij hem nooit in de steek zal laten. Het is eerder zo dat Hij zijn positie zal verhogen waar hij zich in bevindt. Toen Haadjar, de moeder van Ismaa’iel (vrede zij met hem), tegen haar man Ibraahiem (vrede zij met hem) zei: “Heeft Allah jou geboden om dit te doen?,” zei hij: “Ja.” Zij zei: “Dan zal Hij ons niet in de steek laten.” Dus Allah de Verhevene verhoogde haar status die zij had en de mensen – inclusief de profeten – begonnen tussen de twee heuvels te rennen zoals zij had gedaan. (Zie het artikel Zamzam en de Ka’bah – over het ontstaan van Zamzam en de bouw van de Ka’bah.)

26.) Het leren om nooit te wanhopen aan de Genade van Allah, hoe groot iemands zorgen en leed ook zijn (zie het artikel Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah). Want de uitweg is in Allahs Hand. De moeder van Ismaa’iel (vrede zij met hem) dacht dat haar zoon op het punt stond om te overlijden en ze begon te rennen van de ene heuvel naar de andere, zoekend naar een oplossing. En de oplossing kwam van een bron die ze zich nooit had kunnen inbeelden toen een engel naar beneden kwam en naar de grond uithaalde waar het water van Zamzam uitkwam met haar genezing voor ziekten voor het hart en lichaam.

27.) De pelgrim gedenkt wanneer hij deze rituelen verricht, dat hij de gast is van de meest Genadevolle. De samenkomst van h’adj is geen uitnodiging van een organisatie, een koning of een president, maar het is een uitnodiging van de Heer der werelden (#5) Die het een gelegenheid voor de moslims heeft gemaakt om elkaar te ontmoeten op een niveau van gelijkheid waar niemand superieur is ten opzichte van een ander. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En verkondig de h’adj (bedevaart) onder de mensen. Zij zullen te voet tot jou komen en op elke magere kameel (door de vermoeiende reis). Zij zullen van elke verafgelegen bergpas komen.” [Soerat al-H’adj (22), aayah 27.]

<<< (#5) De werelden (al-‘aalamien) zijn alles behalve Allah de Verhevene: de wereld der mensen, de wereld der engelen, de wereld der djinn, de wereld der zielen (zowel vóór als na hun wereldse leven) en alles wat bestaat – bezield en onbezield.>>>

An-Nasaa-ie (2578) heeft overgeleverd dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Er zijn drie gasten van Allah: de strijder omwille van Allah, de pelgrim die de h’adj verricht en de pelgrim die de ‘oemrah verricht.’” [Sah’ieh’ (authentiek) verklaard door al-Albaanie in Sah’ieh’ an-Nasaa-ie, 2464.)

28.) Het versterken van de banden tussen de gelovigen, zoals wordt weergegeven in de woorden van de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Jullie bloed, jullie eer en jullie rijkdom zijn net zo heilig als deze dag van jullie (d.w.z. Yawm al-‘Arafah), van deze maand van jullie (d.w.z. Ramadhaan), van dit land van jullie (d.w.z. Mekkah).” [Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim (3180).]

29.) De periode van h’adj wordt onderscheiden door de complete scheiding van de mensen van shirk en koefr voor wie het verboden is om bij een onderdeel van de h’adj aanwezig te zijn. Het is verboden voor hen om de H’aram op enig tijdstip te betreden, wat hun doel ook is. Allah de Almachtige zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Waarlijk, de polytheïsten (afgodenaanbidders) zijn onrein (#6). Dus laat hen na dit jaar al-Masdjid al-H’araam (de Heilige Moskee in Mekkah) niet naderen (#7)…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 28.]

<<< (#6) De polytheïsten zijn spiritueel onrein omdat zij een bedorven geloof aanhangen. Zij kennen deelgenoten toe aan Allah de Verhevene, die geen voordeel brengen noch schade berokkenen. Zij aanbidden afgodsbeelden en geloven in mythes en legenden. Zij eten het kadaver en het bloed en staan het gokken en overspel toe. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ war-Rayh’aan fie rawaabie ‘oeloemiel-Qor-aan van Moh’ammed al-Amien ibn ‘Abdiellaah al-Oeramiy al-‘Alawiey al-Harariy as-Shaafi’ie.)>>>

<<< (#7) Dit was in het jaar 9 H.>>>

Al-Boekhaarie heeft overgeleverd dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Aboe Bakr zond mij als een aankondiger op die h’adj (waar de profeet – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem – Aboe Bakr uitkoos om die te leiden in 9 H.), om op de Dag van het Offer (de tiende dag van Dzoel al-H’ieddjah) in Mina (zo’n 8 km buiten Mekkah) aan te kondigen dat geen enkele moeshrik (polytheïst) nog h’adj kon verrichten en niemand meer in staat zou zijn om naakt rond het Huis te gaan (wat de heidenen vroeger deden).”

En Allah weet het best. Moge Allah de Verhevene Zijn zegeningen en vrede sturen naar onze profeet Moh’ammed en zijn familie en metgezellen.

Relevante artikelen:

H’adj & ‘Oemrah (diverse artikelen en foto’s aangaande de grote en kleine bedevaart)