De Schone Namen van Allah

…en de namen van de profeet Mohammed

(Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)

NamenSamengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah. [Bronnen zijn o.a. het boek Asmaa-e Allaah al-H’oesnaa (blz. 6-8), The Alim for Windows (uitgegeven door ISL Software Corporation) en www.islam-qa.info.]

Dit artikel is opgenomen in het gratis e-boek God in de islam, met diverse andere artikelen over Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij). Zie onder aan deze pagina voor meer informatie over dit e-boek en om het te downloaden.

Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt.

“Allah! Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij. Aan Hem alleen behoren de meest Schone Namen (Asmaa-e oel-H’oesnaa).” [Soerat Taa Haa (20), aayah 8.]

Na het hoofdstuk over de Schone Namen van Allah volgt:

Onder aan deze pagina treft u een afbeelding aan met de Schone Namen van Allah.

 

De Schone Namen van Allah (Asmaa-e oel-H’oesnaa)

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En aan Allah behoren de Schone Namen (al-Asmaa-e al-H’oesnaa), dus roep Hem daarmee aan en verlaat degenen die afwijken van Zijn Namen (#1). Zij zullen vergolden worden voor wat zij gewoon waren te doen.” [Soerat al-A’raaf (7), aayah 180.]

<<<(#1) Door deze te ontkennen, of oneerbiedige spraak te uiten jegens deze Namen etc. Zie het artikel Waar is Allah? (een weerlegging van o.a. de Jahmiyyah). Zie ook De Handen van Allah en De Ash’aries.>>>

Hij, de Verhevene, zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Roep Allah aan, of roep ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) aan – hoe jullie Hem ook aanroepen – aan Hem behoren de Schone Namen (al-Asmaa-e oel-H’oesnaa)…” [Soerat al-Israa-e (17), aayah 110.]

Allah (Allaah) is Degene Die aanbeden dient te worden, Degene Die het recht heeft om aanbeden te worden door de gehele schepping, omdat Hij alle Eigenschappen van aanbidding bezit, namelijk Eigenschappen van volmaaktheid. (Sharh’oe asmaa-ie llaahie al-h’oesna fie dhaw-ie l-kietaabie wa s-soennah, p. 162.)

De afgoden werden aalihah (goden) genoemd, omdat de moeshrikien (afgodenaanbidders, polytheïsten) hen aanbaden in plaats van Allah de Verhevene, en zij beweerden dat zij dat verdienden. Enkele geleerden zeggen dat “Allah”, of eigenlijk “Allaah”, afgeleid is van het woord “al-ilaah” (de God). Dit was de mening van Ibn al-Qayyim en andere geleerden. Allah is de Naam van de Enige Ware God en uit deze Naam komen al Zijn andere Namen. In het Aramees, de taal van Jezus (vrede zij met hem), wordt Hij Elah genoemd, in het Hebreeuws Jehovah en christenen noemen Hem de Vader.

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, meer dan 99 Schone Namen. We dienen in al Zijn Namen te geloven, zowel de Namen die bij ons bekend zijn als de Namen die wij niet kennen, omdat dit een onderdeel is van imaan (geloof). Allahs Namen halen verschillende aspecten van Allah naar voren en duiden Zijn Verheven Eigenschappen en Rollen aan.

Al-Boekhaarie (2736) en Moeslim (2677) leveren over van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Allah heeft 99 Namen, honderd min één. Eenieder die ze leert zal het Paradijs binnengaan.” [Het leren betekent de Namen kennen met het hart (er in geloven) en er naar handelen.]

Enkele geleerden [zoals Ibn H’azm (rah’imahoellaah)] hebben deze h’adieth uitgelegd dat de Namen van Allah beperkt zijn tot dit aantal (zie al-Moeh’allaa, 1/51). Maar wat Ibn H’azm heeft gezegd wordt niet ondersteund door de meerderheid van de geleerden. Sommige van hen [zoals an-Nawawie (rah’imahoellaah)] verklaren juist dat er een overeenstemming (idjmaa’) onder de geleerden is dat de Namen van Allah niet beperkt zijn tot dit aantal. Het lijkt erop dat zij de mening van Ibn H’azm vreemd vinden en het beschouwen als iets waar men geen aandacht aan dient te besteden.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Als bewijs voor hun mening dat de Meest Schone Namen van Allah niet beperkt zijn tot 99, gebruiken zij de h’adieth die overgeleverd is door Ah’mad van ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem), die zei: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd: ‘Er is niemand die geteisterd wordt door leed en verdriet, en zegt: ‘Allaahoemma inni ‘abdoeka ibnoe ‘abdika, ibnoe amatik naasiyatie biyadik, maadin fiyya h’oekmoeka, ‘adloen fiyya qadaa’oeka, As’aloeka bikoelli ismin hoewa laka sammayta bihi nafsaka aw anzaltahoe fi kitaabika aw ‘allamtahoe ah’adan min khalqika aw ista’tharta bihi fi ‘ilm il-ghayb ‘indaka an tadj’al al-Qoer-aana rabie’a qalbi wa noer sadri wa djalaa-e h’oezni wa dhahaab rammi [O Allah! Ik ben Uw dienaar, de zoon van Uw dienaar, de zoon van Uw dienares. Mijn lot (#2) is in Uw Handen. Uw oordeel over mij is zeker. Gerechtigheid over mij berust op Uw bevel. Ik vraag U bij elke Naam die aan U toebehoort waarmee U Uzelf genoemd hebt, die U in Uw Boek geopenbaard hebt of die U aan één van Uw schepselen onderwezen hebt of datgene wat U in de kennis van het onwaarneembare gelaten hebt, om de Qor-aan de bron van mijn hart en het licht van mijn borst, de verlosser van mijn verdriet en de bevrijder van mijn wanhoop te laten zijn].’’” Hem werd gevraagd: “O boodschapper van Allah! Moeten wij dit leren?” Hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei: “Natuurlijk, iedereen die het hoort dient het te leren.” [Authentiek (sah’ieh’) gekwalificeerd door al-Albaanie in al-Silsilah as-Sah’ieh’ah, 199.]

<<<(#2) Letterlijk staat er in de Arabische tekst “naasiyatie”, wat een lok haar op het voorhoofd betekent. Maar de betekenis hiervan is echter “het lot”.>>>

Het zinsdeel “…of datgene wat U in de kennis van het onwaarneembare hebt gelaten…” duidt aan dat er Schone Namen van Allah zijn die Hij bij Zich heeft gehouden in de kennis van het Onwaarneembare, en waarover niemand van Zijn schepselen bericht is. Dit duidt aan dat er meer dan 99 Namen zijn.

Shaykh al-Islaam [d.w.z. Ibn Taymiyyah (rah’imahoellaah)] heeft in Madjmoo’ al-Fataawaa (6/374) over deze h’adieth  gezegd: “Dit duidt aan dat Allah de Verhevene meer dan negenennegentig Namen heeft.”

En hij zei (22/482): “Al-Khattaabie zei: ‘Dit duidt aan dat Hij Namen heeft die Hij bij Zich bewaard heeft, en dit duidt aan dat de woorden ‘Allah heeft 99 Namen, honderd min één, eenieder die ze leert zal het Paradijs binnengaan’ betekenen dat er 99 van Zijn Namen iemand het Paradijs binnen laten gaan, en wel eenieder die ze leert. Dit is hetzelfde als men zegt: ‘Ik heb duizend dirhams die ik heb gereserveerd voor liefdadigheid,’ zelfs als zijn vermogen groter is dan dit. In de Qor-aan zegt Allah de Almachtige (Nederlandstalige interpretatie): ‘En aan Allah behoren de Schone Namen, dus roep Hem daarmee aan…’ [soerat al-A’raaf (7), aayah 180].'”

Allah de Almachtige heeft ons bevolen om Hem aan te roepen met Zijn Namen in algemene zin. Hij zei niet dat Hij slechts 99 Namen heeft.

An-Nawawie (rah’imahoellaah) verklaarde in Sharh’ Sah’ieh’ Moeslim dat de geleerden het hier unaniem over eens zijn, en hij zei: “De geleerden zijn het unaniem eens dat deze h’adieth niet betekent dat Allah slechts 99 Namen heeft, of dat Hij geen andere Namen heeft naast deze 99. De h’adieth betekent eerder dat eenieder die ze leert het Paradijs zal binnengaan. Het punt is dat iemand het Paradijs binnen mag gaan als hij ze leert, niet dat het aantal beperkt is tot deze Namen.”

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (rah’imahoellaah) werd gevraagd over deze kwestie en hij zei: “De Namen van Allah zijn niet beperkt tot een bepaald aantal. Het bewijs hiervoor zijn de woorden van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in de sah’ieh’ h’adieth (Nederlandstalige interpretatie): “O Allah! Ik ben Uw dienaar, de zoon van Uw dienaar… …Ik vraag U bij elke Naam die aan U toebehoort waarmee U Uzelf genoemd hebt, die U in Uw Boek geopenbaard hebt of die U aan één van Uw schepselen onderwezen hebt of datgene wat U in de kennis van het onwaarneembare gelaten hebt…”

Wat Allah de Verhevene bij Zich bewaard heeft in de kennis van het onwaarneembare (al-ghayb), kan men niet weten en wat men niet kan weten is onbeperkt.

Met betrekking tot de woorden van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Allah heeft 99 Namen, honderd min één. Eenieder die ze leert zal het Paradijs binnengaan,” dit betekent niet dat Hij geen andere Namen heeft naast deze, het betekent eerder dat eenieder die deze 99 van Zijn Namen leert het Paradijs zal binnengaan. Dit is net zoals de Arabieren zeggen: ‘Ik heb honderd paarden welke ik heb voorbereid voor de djihaad omwille van Allah,’ wat niet betekent dat de spreker slechts honderd paarden heeft, maar deze honderd zijn voorbereid voor dit doel.” (Madjmoo’ Fataawaa Ibn ‘Oethaymien, 1/122.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft verhaald dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Allah heeft negenennegentig Namen, honderd min één; en degene die ze allemaal met zijn hart onthoudt zal het Paradijs binnengaan.” Om iets te laten tellen betekent het te kennen met het hart (er in geloven – en dienovereenkomstig handelen) en niet simpelweg van buiten leren. (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft ook verhaald: “Allah heeft negenennegentig Namen, d.w.z. honderd min één; en eenieder die in hun betekenis gelooft en er naar handelt, zal het Paradijs binnengaan: Allah is witr (één) en houdt van ‘de witr‘ (d.w.z. oneven getallen).” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

De profeet (Allahs zegeningen vrede en zijn met hem) hoorde eens iemand smeekbeden verrichten tot Allah de Verhevene tijdens zijn gebed, maar hij sprak geen smeekbede uit voor de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), waarop hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Deze man haastte zich in zijn gebed.” Toen riep hij hem en zei tegen hem en iemand anders: “Als iemand van jullie smeekbeden verricht, laat hij zijn smeekbede beginnen met het prijzen van de Naam van Allah, dan smeekbeden voor de profeet en dan vragen wat hij wil.” (Al-Boekhaarie en Moeslim.)

Dus als je smeekbedes (doe’aa-e) verricht, roep dan als eerste Allah de Meest Verhevene aan met Zijn Schone Namen die bij ons bekend zijn en prijs Hem. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Roep Allah aan, of roep ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) aan – hoe jullie Hem ook aanroepen – aan Hem behoren de Schone Namen (al-Asmaa-e oel-H’oesna).” [Soerat al-Israa-e (17), aayah 110.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Het kennen van de Schone Namen van Allah is zeer belangrijk om de volgende redenen:

Kennis (‘ilm) over Allah de Verhevene en Zijn Namen en Eigenschappen is de meest edele en beste kennis van alle kennis, omdat het niveau van eer van elke soort kennis afhankelijk is van het onderwerp, en het onderwerp in dit geval is Allah, Verheven en Geprezen is Hij, door Zijn Namen en Eigenschappen en Daden. Je bezig houden met het zoeken naar deze kennis en het nauwkeurig bestuderen, is het streven naar het hoogste doel en het verkrijgen van deze kennis is één van de beste geschenken die een persoon gegeven kan worden. Omdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) het zeer duidelijk uitlegde met veel enthousiasme, discussieerden de sah’aabah (metgezellen – moge Allah tevreden zijn met hen) hier nooit over, wat ze over enkele van de wetten (ah’kaam) wel deden.

Het kennen van God – Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) – zorgt ervoor dat een persoon van Hem houdt en Hem vreest, en zijn vertrouwen in Hem stelt en zijn daden oprecht voor Allah Ta’aalaa verricht. Dit is de essentie van het menselijke geluk. Daarentegen zal een gebrek aan kennis over Allah ervoor zorgen dat men Allah niet volgens Zijn juiste waarde inschat en Hem dus gemakkelijker ontkent of ongehoorzaam is. Dus leer Allah kennen door Zijn Namen en Eigenschappen te bestuderen.

Het kennen van Allah door Zijn Schone Namen laat iemands imaan (geloof) toenemen, zoals sheikh ‘Abdoer-Rah’maan ibn Sa’die (rah’imahoellaah) heeft gezegd: “Het geloven in en het kennen van de Meest Schone Namen van Allah omvat de drie soorten van tawh’ied: Tawh’ied ar-Roeboobiyyah (Eenheid van Allahs Heerschappij), Tawh’ied al-Oeloohiyyah (Eenheid van aanbidding) en Tawh’ied al-Asmaa-e was-Sifaat (Eenheid van Allahs Namen en Eigenschappen). Deze drie soorten van tawh’ied vormen de essentie en vreugde van het geloof (het woord dat hier vertaald is als ‘vreugde’ duidt op vrede en rust, tegengesteld aan stress), en deze kennis is de basis en het doel van geloof. Hoe meer een persoon leert over de Namen en Eigenschappen van Allah, des te meer zijn imaan zal toenemen en des te sterker zijn overtuigingen zullen worden.” (At-Tawdieh wa’l-Bayaan li Shadjarat al-Imaan, door as-Sa’die, blz. 41.) (Voor meer informatie over tawh’ied, zie Monotheïsme in de Islaam.)

Allah de Verhevene schiep Zijn schepsels om Hem te kennen en te aanbidden. Dit is wat er van hen verwacht wordt en wat zij dienen te doen, zoals Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei: “De sleutel van de oproep van de boodschappers, de essentie van hun boodschap, is Allah te kennen door middel van Zijn Namen en Eigenschappen en Daden, omdat dit het fundament is waarop de rest van de boodschap, van het begin tot het eind, gebouwd is.” (As-Sawaa-iq al-Moersalah ‘ala al-Djahmiyyah wal-Moe’attilah, door Ibn al-Qayyim, 1/150-151.)

Dus wanneer een persoon zich bezig houdt met het leren over Allah, dan doet hij hetgeen waarvoor hij geschapen is. Maar als hij deze zaak veronachtzaamt, dan verzuimt hij datgene waarvoor hij geschapen is. De betekenis van geloof is niet slechts het uitspreken van woorden zonder Allah de Verhevene te kennen, omdat waar geloof in Allah betekent dat de dienaar de Heer kent waarin hij gelooft en dat hij inspanningen verricht om over Allah te leren door Zijn Namen en Eigenschappen te bestuderen. Hoe meer hij leert over Allah Ta’aalaa, des te meer zijn geloof zal toenemen.

Kennis over de Namen van Allah is de basis van alle andere kennis, zoals Ibn al-Qayyim (rah’imahoellaah) heeft gezegd: “Kennis over de Meest Schone Namen van Allah is de basis van alle andere kennis, want de doelen van alle andere takken van kennis zijn ofwel geschapen of bevolen door Hem (de verschillende takken van kennis behandelen ofwel voorwerpen die door Hem geschapen zijn, of hebben betrekking op wetten en leiding die door Hem geopenbaard zijn). De reden van de schepping en leiding wordt gevonden in Zijn Meest Schone Namen [omdat Hij de Schepper is (al-Khaaliq)], Hij schept dingen; omdat Hij de Gids naar het Juiste Pad is (ar-Raashid), Hij openbaart leiding, enzovoorts)… Het kennen van de Meest Schone Namen is de basis van alle doelen van kennis, omdat alle kennis afstamt van deze Namen…” (Badaa’i’ al-Fawaa’id, door Ibn al-Qayyim, 1/163.)

Dus leer jouw Heer kennen door Zijn Namen te bestuderen. Weet dat hij al-Barr (de Zorgzame, de Bron van alle Goedheid), al-Waliyy (de Beschermer, de Helper) en al-‘Afoew (de Schenker van Vergiffenis) is. Maar Hij is ook al-Khaafid (de Vernederaar), al-Moentaqim (de Vergelder) en ad-Daarr (de Brenger van Nood).

Allah ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) zegt in Zijn Nobele Koran (Nederlandstalige interpretatie): “Hij is Allah, Degene naast Wie er geen god aanbeden dient te worden, al-Malik (de Koning), al-Qoeddoes (de Allerheiligste), as-Salaam (Degene Die vrij is van alle tekortkomingen), al-Moe-emin (de Schenker van veiligheid), al-Moehaymin (de Getuige over Zijn schepping), al-‘Aziez (de Almachtige), al-Djabbaar (de Onderwerper), al-Moetakabbir (de Majestueuze). Glorieus is Allah (en Verheven) boven al hetgeen zij als deelgenoten toekennen. Hij is Allah, al-Khaaliq (de Schepper), al-Baarie-e (de Voortbrenger), al-Moesawwir (de Vormgever). Aan Hem behoren de meest Schone Namen. Alles wat in de hemelen en de aarde is, verheerlijkt Hem. En Hij is al-‘Aziez (de Almachtige), al-H’akiem (de Alwijze).” [Soerat al-Hashr (59), aayah 23-24.]

Allah is al-Malik (de Koning): Degene Die bepaalt wat toegestaan en verboden is betreffende Zijn gehele schepping; de Bezitter daarvan; Zijn schepping valt onder Zijn heerschappij, onderwerping en bepaling. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.) Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Op de Dag der Opstanding zal Allah de aarde grijpen en de hemel oprollen met Zijn Rechterhand en zeggen: ‘Ik ben de Koning! Waar zijn de koningen van de aarde?’’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 9/7382.)

Al-Aaloesie zei over al-Qoeddoes (de Allerheiligste): “Degene Die het meest zuiver is en zonder gebreken, of Degene Die de volmaaktheid bezit in alle Eigenschappen Die aan Hem voorbehouden zijn, of Degene Die niemand kan omschrijven of verbeelden. (Nahdjoe al-Asmaa-e fie Sharh’ie Asmaa-ie Allaahie al-H’oesnaa van Moh’ammed al-Mah’moed an-Nadjdie.)

Allah is as-Salaam: Hij is vrij van alle gebreken en tekortkomingen vanwege Zijn perfectie in Zijn Wezen, Eigenschappen en Daden. (Tefsier Ibn Kethier.)

Allah is al-Moe-emin (de Schenker van veiligheid): Degene Die aan Zijn dienaren de gunst van veiligheid en rust schenkt en Degene Die Zijn boodschappers heeft bevestigd doordat Hij hen wonderen liet tonen die aanduiden dat zij waarachtig zijn betreffende datgene wat zij van Hem verkondigen. (At-Tefsier al-Waseet lil Qor-aanie l-Kariem van Moh’ammed Sayyied Tantaawie.)

Allah is al-Moehaymin (de Getuige over Zijn schepping): Degene Die op de hoogte is van de onzichtbare dingen en de geheimen, Die alles met Zijn Kennis omvat. Al-Baghawie zei: “De Getuige over Zijn dienaren door hun daden.” (Zie ook Sharh’ Asmaa-oe llaahie fie Dhaw-ie l-Kietaabie wa s-Soennah van Sa’ied ibn ‘Alie ibn Wahf al-Qah’taanie.)

Allah is al-Djabbaar (de Onderwerper): Degene Die iedereen aan Zijn Wil laat onderwerpen, niemand kan Hem dwingen om iets te doen en niemand kan uit Zijn greep ontsnappen. (Tefsier al-Qaasimie.)

Allah is al-Moetakabbir (de Majestueuze): Degene Die de Majesteitelijkheid en Grootsheid bezit en Die vrij is van alle soorten gebreken en onrecht. (Taysier al-Kariem ar-Rah’maan fie Tefsierie Kalaamie al-Mannaan van as-Sa’die.) (Klik op de onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven.)

 

 

Je imaan (geloof) zal door het bestuderen van Zijn Namen enorm toenemen, in shaa-a Allaah. (Zie ook het artikel 10 Manieren om je imaan (geloof) te vermeerderen.) Want, beste broeder en zuster, Allah is al-Moe’izz (de Schenker van Eer), maar ook al-Moedzill (de Onteerder). Allah is al-Moeh’yie (de Schenker van Leven), maar ook al-Moemmit (de Schenker van Dood). Weet, beste broeder en zuster, dat alles wat jij bezit, jij alleen bezit omdat Allah jou dat gegeven heeft, want Hij is al-Wahhaab (de veelvuldige Schenker) en ar-Razzaaq (de voortdurende Schenker van veelvuldige voorzieningen).

Beste moslim en moslimah, weet dat Allah al-Moeta’aali (de Meest Verhevene) alles ziet wat jij doet, want Hij is al-Basier (de Alziende), Hij ziet zelfs een zwarte mier die ‘s nachts op een donkere steen loopt. En jouw Heer en Schepper weet welke woorden er uit jouw mond komen, want Hij is as-Samie’ (de Alhorende). Vrees Allah alleen, want Hij is al-Qaadir (de Machtige) en al-Moeqtadir (de Meest Machtige).

Allah al-Wadoed (de Liefdevolle, jegens de vrome gelovigen) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Hij is al-Awwal (de Eerste) en al-Aakhir (de Laatste) en ad-Dhzaahir (de Hoogste) en al-Baatin (de Meest Nabije) en Hij is Alwetend over alles.” [Soerat al-H’adied (57), aayah 3.]

Allah is al-Awwal (de eerste) en Hij is al-Aakhir (de Laatste). Dit betekent: “Toen er niets was, was Hij er; en wanneer er niets zal zijn, zal Hij er zijn.” Hier kan de vraag ontstaan: hoe komt dit overeen met de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de bewoners van het Paradijs en de Hel zoals dat genoemd is in de Qor-aan, terwijl Allah alleen de Laatste en Eeuwige is? Het antwoord wordt door de Qor-aan zelf gegeven (Nederlandstalige interpretatie): “…Alles is vergankelijk, behalve Zijn Aangezicht (d.w.z. Allah Zelf)…” [Soerat al-Qasas (28), aayah 88.] Met andere woorden, geen schepsel is op eigen vermogen onsterfelijk; als iets bestaat of continu blijft voortbestaan, dan is dat zo omdat Allah de Almachtige het zo houdt, en het kan alleen bestaan als Hij het laat bestaan. (Tafheem-ul-Qur’an, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

Allah is ad-Dhzaahir (de Hoogste). Ibn Djarier zei hierover: “Hij is de hoogste boven alles, niets is hoger dan Hem.” (Djaamie’oe l-Bayaan 27/124.) Az-Zaddjaadj zei: “Ad-Dhzaahir is Degene Die zichtbaar is voor het verstand door Zijn argumenten, de bewijzen van Zijn bestaan en de bewijzen van Zijn uniciteit. Het is ook mogelijk dat ad-Dhzaahir ‘de Machtige’ betekent.” (Naar Nahdjoe al-Asmaa-e fie Sharh’ie Asmaa-ie Allaahie al-H’oesnaa van Moh’ammed al-Mah’moed an-Nadjdie.)

Allah is al-Baatin (de Meest Nabije). Ibn Djarier zei hierover: “Hij is al-Baatin tegenover alles, niets is het dichtst bij iets anders behalve Hij, zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…en Wij zijn dichter bij hem dan zijn halsslagader.” [Soerat Qaaf (50), aayah 16.] (Djaamie’oe l-Bayaan 27/124.) Az-Zaddjaadj zei: “Al-Baatin is de Alwetende over de inhoud van dingen. Men gebruikt het werkwoord batantoe om aan te duiden dat men innerlijk en uiterlijk woorden en daden kent. En Allah is op de hoogte van alle innerlijke en uiterlijke woorden en daden. (Tefsier al-Asmaa-e, blz. 61.) Al-Khattaabie zei: “Al-Baatin is Degene Die buiten het zicht van de schepping is. Niemand kan een idee vormen van Zijn hoedanigheid. De betekenis van al-Baatin kan ook zijn: het niet zichtbaar zijn voor anderen en Zijn Verhevenheid voor de gedachten van de overpeinzers. De Alwetende over zaken die zichtbaar zijn en de Kenner van zaken die onzichtbaar zijn. (Sha-enoe d-doe’aa-e, blz. 88.) Al-H’oelaymie zei: “Al-Baatin is Degene Die niet waargenomen kan worden, maar door Zijn invloeden en daden gekend wordt.” (Al-Minhaadj 1/196.) (Naar Nahdjoe al-Asmaa-e fie Sharh’ie Asmaa-ie Allaahie al-H’oesnaa van Moh’ammed al-Mah’moed an-Nadjdie.)

O beste gelovigen! Wees bewust van het feit dat Allah de Almachtige van alles op de hoogte is, want Hij is al-‘Aaliem (de Alwetende), en geen blad valt van een boom of Allah de Verhevene weet ervan. Allah is al-Awwal (de Eerste), voor Hem was er niets. En Hij is al-Aakhir (de Laatste), na Hem is er niets. Verricht je aanbidding alleen voor Allah, want Hij is al-H’akam (de Rechter) en Hij is al-H’aasieb (de Opsteller van de Rekening), niemand oordeelt behalve Hij. Allah is al-Djaami’a (de Verzamelaar) en tot Hem keren wij allemaal terug.

<<<Waarschuwing!!! Er is een boekje op de markt (geschreven door een soefi) met de titel “De Schone Namen van Allah” dat de Schone Namen van Allah en de betekenis vermeldt, en ook op internet is dit te lezen. Hier staat echter ook bij dat als je een x aantal keren een bepaalde Naam zegt, dat je dan bepaalde dingen kunt verkrijgen. Sheikh ‘Abdoellaah ibn Moenayyi’ heeft hierover gezegd: “Dit is niet toegestaan en als men er in gelooft, dan is dit een bid’ah (innovatie).” (Zie het artikel Het verbod op innovaties – bid’ah.) Het reciteren van de Schone Namen van Allah in een bepaalde combinatie of een bepaald aantal keren wordt niet voorgeschreven door de sharie’ah en het is een bid’ah. Men dient dit dus niet te verrichten!>>>

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Tot slot, Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Hij is Allah, Degene naast Wie er geen god is (dus aanbid alleen Hem), Kenner van het (voor de schepping) onwaarneembare en het waarneembare. Hij is ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige), ar-Rah’iem (de Meest Genadevolle).” [Soerat al-H’ashr (59), aayah 22.]

Allah is ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige): Zijn Barmhartigheid omvat al Zijn Schepsels in het wereldse leven en omvat de gelovigen in het bijzonder in het Hiernamaals. (An-Nahdjoe al-asmaa-e fie sharh’ie asmaa-ie llaahie al-h’oesnaa, p. 78.)

Allah is ar-Rah’iem (de Meest Genadevolle) Die de gelovigen een speciale Genade zal schenken in het Hiernamaals. (An-Nahdjoe al-asmaa-e fie sharh’ie asmaa-ie llaahie al-h’oesnaa, p. 78.)

Aangezien dit de Eigenschappen van Allah de Verhevene zijn, hoe dwaas is het dan om iets of iemand anders dan Hem te aanbidden!?

[Na het hoofdstuk over de namen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) volgt een lijst met de 99 Schone namen van Allah.]

 


De namen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem)

De naam van onze geliefde profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is: Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah ibn ‘Abdoel-Moettalib ibn Haashim ibn ‘Abd Manaaf ibn Qossay ibn Kielaab ibn Moerra ibn Ka’b ibn Loe’ay ibn Ghalib ibn Fahr…, en zijn stamboom loopt door tot de profeet Ismaa’iel (Ismaël – vrede zij met hem), ibn (zoon van) Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem). De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) behoorde tot de Haasjiemmie clan, een tak van de stam Qoeraysh.

Zijn vader is ‘Abdoellaah die op 24 jarige leeftijd trouwde met Aaminah, bintoe (dochter van) Wahb ibn ‘Abd-Manaf. Aaminah, de moeder van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), had gedroomd dat een engel haar vertelde dat de baby die geboren zou worden Ah’med genoemd moest worden. Aldus noemde ze hem Ah’med, terwijl ‘Abdoel-Moettalib zijn kleinzoon Moh’ammed noemde. Volgens een overlevering van Aboel-Fida antwoordde ‘Abdoel-Moettalib op de vraag van de mensen die hem vroegen waarom hij zijn kleinzoon een nieuwe naam had gegeven en hierdoor alle voorgaande namen in zijn familie negeerde: “Dit is omdat ik het verlangen heb dat mijn kleinzoon door iedereen in de wereld geprezen wordt.”

Ah’med is een vorm van het zelfstandig naamwoord van uitstekendheid. Moh’ammed stamt af van de lijdende vorm van het deelwoord mah’moed (wat ook een naam is van de profeet), wat betekent: degene in wie de beste prijzenswaardige eigenschappen zo uitstekend zijn verenigd, dat er geen ruimte over is voor enige toevoeging of verbetering. En inderdaad was Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah de meest perfecte mens die ooit geleefd heeft en die ooit zal leven.

Allah de Verhevene zegt in Zijn Edele Koran (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk toen ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria) zei: ‘O Banie Israa-iel (nakomelingen van Israël – Jakob)! Waarlijk, ik ben de boodschapper van Allah voor jullie, bevestigend van wat vóór mij (kwam) van at-Tawraat (de Thora) en als brenger van goed nieuws aangaande een boodschapper die zal komen na mij, zijn naam is Ah’med.’…” [Soerat as-Saf (61), aayah 6.]

Dit is een zeer belangrijk vers van de Qor-aan, dat onderworpen is geweest aan ernstige kritiek en ook behandeld met de ergste soort van schandalige oneerlijkheid door de tegenstanders van de Islaam. Want het zegt dat de profeet Jezus (vrede zij met hem) het goede nieuws gegeven heeft over de komst van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bij naam. Zie Tefhiem al-Qor-aan van Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie voor de noodzakelijke details om dit vers goed te bestuderen en bespreken. (Om deze informatie te lezen, klik hier – dit wordt in een nieuw tabblad geopend.)

Moh’ammed Asad zei in zijn The Message of the Qur’aan: deze voorspelling wordt ondersteund door verschillende verwijzingen in het evangelie van Johannes naar de parakletos (normaliter vertaald als “trooster”) die zou komen na Jezus (vrede zij met hem). Dit predicaat is vrijwel zeker een verbastering van periklytos (“de veel geprijsde”, “de lovenswaardige”), een exacte Griekse vertaling van de Aramese term of naam mawh’amana. (Men dient voor ogen te houden dat het Aramees de gangbare taal was in Palestina ten tijde van, en een paar eeuwen na, Jezus (vrede zij met hem), en het was dus ongetwijfeld de taal waarin de originele – nu verloren – teksten van het Evangelie waren geschreven.) Gezien de fonetische nabijheid van periklytos en parakletos (het Aramese alfabet is net zoals dat van sommige andere Semitische talen, waaronder Arabisch en Hebreeuws, een consonantenalfabet: het bestaat alleen uit medeklinkers), is het heel gemakkelijk voor te stellen hoe de vertaler – of, meer waarschijnlijk, een latere klerk (kopiist) – deze twee termen verwarde. Het is significant dat zowel het Aramese mawh’amana en het Griekse periklytos dezelfde betekenis hebben als de twee namen van de laatste profeet, Moh’ammed en Ah’med. Deze twee namen zijn ontleend aan het werkwoord h’amida (“hij loofde”) en het zelfstandig naamwoord h’amd (“lof”). (Einde citaat.)

Dit is in de originele tekst dus een voorspelling van de komst van onze profeet Moh’ammed/Ah’med (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bij naam! Ook al lezen we parakletos (trooster, bepleiter), het is perfect van toepassing op de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

Maar de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft meerdere namen. Djoebayr ibn Moet’im heeft gezegd: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zeggen (Nederlandstalige interpretatie): “Ik heb verschillende namen: ik ben Moh’ammed en ik ben Ah’mad, en ik ben al-Maah’iy (de uitwisser) door wie Allah koefr (ongeloof) laat verdwijnen, en ik ben al-H’aashir (de verzamelaar) aan wiens voeten (d.w.z. achter wie) de mensen verzameld zullen worden (op de Dag der Opstanding), en ik ben al-‘Aaqib (d.w.z. de laatste, er zal geen profeet meer na mij komen).” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

Een andere naam van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is al-Moestafa. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wie wendt zich af van de religie van Ibraahiem (Abraham) (d.w.z. het islamitisch monotheïsme) behalve hij die zichzelf voor de gek houdt? En waarlijk, Wij hebben hem uitverkoren in deze wereld; en waarlijk, in het Hiernamaals zal hij tot de rechtschapenen (vromen, oprechten) behoren.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 130.]

Astafeynah betekent uitverkoren, gekozen vanwege zuiverheid, gekozen en gereinigd. Het is dezelfde oorsprong waar Moestafa van afstamt. Al-Moestafa betekent dus “de uitverkorene”.

Onze geliefde profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) was vóór zijn aanstelling als profeet al een bekendheid in heel Arabië. Door zijn activiteiten in de handel kreeg zijn deugdzaamheid, oprechtheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid, niet alleen in Mekkah, maar door heel Arabië een zodanig grote bekendheid, dat men hem as-Saadiq (de Eerlijke) en al-Amien (de Betrouwbare) noemde.

Ook werd de profeet (Allahs vrede en zegeningen zijn met hem) Aboe Qaasim (vader van Qaasim) genoemd, in verband met zijn eerste zoon Qaasim (moge Allah tevreden zijn met hem).

Zijn namen zijn dus: Moh’ammed, Ah’med, al-Maah’iy, al-H’aashir, al-‘Aaqib, Mah’moed, al-Moestafa, Aboe Qaasim, as-Saadiq en al-Amien (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

 

 


Lijst met de 99 Schone Namen van Allah

al-Asmaa-e oel-H’oesnaa

 

De Schone Namen van Allah (Asmaa-e oel-H'oesnaa).

De Schone Namen van Allah (Asmaa-e oel-H’oesnaa).

 

Houd in gedachten dat de betekenissen van Allahs Schone Namen omvangrijk zijn en dat een vertaling met één woord niet de volledige betekenis weergeeft maar louter bij benadering.

1. Allaah (God in al Zijn Majesteit, de Enige Ware God Die alleen het recht heeft om aanbeden te worden)
2. ar-Rah’maan [de Meest Barmhartige (jegens al Zijn schepsels)]
3. ar-Rah’iem [de Meest Genadevolle (jegens Zijn gehoorzame dienaren)]
4. al-Malik (de Koning, de Absolute Heerser)
5. al-Qoeddoes (de Allerheiligste)
6. as-Salaam (Degene Die vrij is van alle tekortkomingen)
7. al-Moe-emin (de Schenker van veiligheid)
8. al-Moehaymin (de Getuige over Zijn schepping)
9. al-‘Aziez (de Almachtige)
10. al-Djabbaar (de Onderwerper)
11. al-Moetakabbir (de Majestueuze)
12. al-Khaaliq (de Schepper)
13. al-Baarie-e (de Voortbrenger)
14. al-Moesawwir (de Vormgever)
15. al-Ghaffaar (de Meest Vergevensgezinde)
16. al-Qahhaar (de Onderwerper, de Meest Machtige)
17. al-Wahhaab (de veelvuldige Schenker)
18. ar-Razzaaq (de voortdurende Schenker van veelvuldige voorzieningen)
19. al-Fataah’ (de Opener)
20. al-‘Aalim (de Alwetende)
21. al-Qaabidh (de Samentrekker)
22. al-Baasidhz (de Verruimer)
23. al-Khaafidh (de Vernederaar)
24. ar-Raafi’a (de Verheffer)
25. al-Moe’izz (de Schenker van Eer)
26. al-Moezill (de Onteerder)
27. as-Samie’ (de Alhorende)
28. al-Basier (de Alziende)
29. al-H’akem (de Rechter)
30. al-‘Adl (de Rechtvaardige)
31. al-Latief (de Subtiele)
32. al-Khabier (Alwetend omtrent subtiele zaken)
33. al-H’aliem (de Verdraagzame)
34. al-‘Adhziem (de Bezitter van Grootheid)
35. al-Ghafoer (de Meest Vergevingsgezinde)
36. as-Shakoer (het Meest bereid om te waarderen)
37. al-‘Aliyy (de Allerhoogste)
38. al-Kabier (de Bezitter van Grootheid)
39. al-H’aafidhz (de Beschermer)
40. al-Moeqiet (de Onderhouder)
41. al-H’aasieb (de Opsteller van de Rekening)
42. al-Djaliel (de Sublieme)
43. al-Kariem (de Vrijgevige)
44. ar-Raqieb (de Waakzame)
45. al-Moedjieb (de Verhoorder)
46. al-Waasi’a (de Alomvattende)
47. al-H’akiem (de Wijze)
48. al-Wadoed (de Liefdevolle, jegens de vrome gelovigen)
49. al-Madjied (de Glorieuze)
50. al-Baa’ith (de Opwekker van de doden)
51. as-Shahied (de Getuige)
52. al-H’aqq (de Waarheid, de Ware)
53. al-Wakiel (de Vertrouweling en de Beste Rangschikker van kwesties voor ons)
54. al-Qawwiy (de Sterke)
55. al-Matien (de Standvastige)
56. al-Waliyy (de Beschermer, de Helper)
57. al-H’amied (de Prijzenswaardige)
58. al-Moeh’sie (de Optekenaar)
59. al-Moebdi’a (de Voortbrenger)
60. al-Moe’ied (de Hersteller)
61. al-Moeh’yie (de Levengevende)
62. al-Moemmiet (de Levenontnemer)
63. al-H’ayy (de Eeuwig Levende – zonder begin, zonder eind)
64. al-Qayyoem (de Zelfbestaande – alles en iedereen is afhankelijk van Hem, terwijl Hij niets of niemand nodig heeft)
65. al-Waadjid (de Vinder)
66. al-Maadjid (de Nobele)
67. al-Waah’id (de Unieke, de Ene)
68. as-Samad (de Onafhankelijke – Hij is van niets of niemand afhankelijk – van Wie al het geschapene afhankelijk is, de Heer Wiens controle volkomen is)
69. al-Qaadir (de Machtige)
70. al-Moeqtadir (de Meest Machtige)
71. al-Moeqaddim (Degene Die Bevordert)
72. al-Moe’akhkhir (de Vertrager)
73. al-Awwal (de Eerste)
74. al-Aakhir (de Laatste)
75. ad-Dhzaahir (de Hoogste)
76. al-Baatin (de Meest Nabije)
77. al-Waaliy (de Legeerder)
78. al-Moeta’aalie (de Meest Verhevene)
79. al-Barr (de Zorgzame, de Bron van alle Goedheid)
80. at-Tawwaab (de Berouwaanvaardende)
81. al-Moentaqim (de Vergelder)
82. al-‘Afoew (de Schenker van Vergiffenis)
83. ar-Ra-oef (de Milde)
84. Maalikoe-l-Moelk (de Bezitter van Soevereiniteit)
85. Dzoe al-Djalaalie wa al-Ikraam (de Heer van Glorie en Eer)
86. al-Moeqsidhz (de Billijke)
87. al-Djaami’a (de Verzamelaar)
88. al-Ghaniy (de Zelftoerijkende)
89. al-Moeghnie (de Verrijker)
90. al-Maani’ah (de Verhinderaar)
91. ad-Dhaar (de Brenger van Nood)
92. an-Naafi’a (de Begunstiger)
93. an-Noer (het Licht)
94. al-Haadie (de Gids)
95. al-Badie’a (de Blijvende)
96. al-Baaqie (Eeuwige)
97. al-Waarith (de Erfgenaam)
98. ar-Rashied (de Gids naar het Juiste Pad)
99. as-Saboer (de Geduldige)

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Gratis e-boeken 

Klik hier om het gratis e-boek God in de islam (pdf, 105 blz., A5, 2,6 mb) te lezen en te downloaden. Dit e-boek is een bundeling van de artikelen: “Hoe ziet God er uit?” – “Allaahoe Akbar” – “Hoe de Eigenschappen van Allah begrepen dienen te worden” – “De Schone Namen van Allah” – “God in de islam” – “De liefde van Allah” – “Waarom vrezen moslims God? De God van de christenen is een liefdevolle God Die van de mensen houdt”.

Klik hier voor het gratis e-boek Waar is Allah? (pdf, 45 blz., A5, 571 kb), een weerlegging van o.a. de Jahmiyyah die zeggen dat Allah Ta’aalaa overal is. Het bevat de hoofdstukken: 1.) Bewijs uit de Qor-aan – 2.) Bewijs uit de Soennah
3.) Terminologie – 4.) De term ‘plaats’ – 5.) De mening van de selef – 6.) De mening van de vier vermaarde imams –
7.) Het gezonde verstand – 8.) Discussie met de Jahmiyyah

 

Relevante artikelen:

Waar is Allah? (een weerlegging van o.a. de Jahmiyyah)

De Grootheid van Allah

Hoe ziet God er uit?

Wat God niet is

De Handen van Allah

De Ash’aries

Allaahoe Akbar

God/Allah (diverse artikelen)