De misleiding van de joden

 Hun invloed in de wereld is groot!

Misleiding joden“Is het voor hen geen teken dat de geleerden van Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël – Jakob) het (de Qor-aan) kennen!?” [Soerat as-Shoe’araa-a (26), aayah 197.]

Hun kennis over het Boek was een teken van de juistheid van de Qor-aan en het feit dat Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) een boodschapper was. Hun geleerden waren vijf: Asad, Oesayd, Ibn Yaamien, Tha’labah en ‘Abdoellaah ibn Salaam. Deze vijf waren de geleerden van de joden; zij werden allemaal moslim. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qoraan.)

“En waarlijk, onder hen is een groep die met hun tongen het Boek verdraaien (als zij het lezen, om onwetenden te misleiden), zodat jullie het beschouwen als behorend tot het Boek terwijl het niet behoort tot het Boek, en zij zeggen: “Het komt van Allah,” terwijl het niet van Allah komt. En zij vertellen over Allah de leugen terwijl zij dat weten.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 78.]

 

De afwijking van de joden met betrekking tot ‘aqiedah (geloofsleer)

Door sheikh Muhammed Salih’ al-Munajjid
Vertaald en aangevuld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

Alle lof is voor Allah.

De fouten van de joden zijn ongetwijfeld ernstiger dan die de christenen maken, hoewel beiden afgeweken zijn en kaafirien (ongelovigen) zijn. De Qor-aan vermeldt een aantal manieren waarop de joden afgedwaald zijn.

 

1.

Onder hen is een groep die beweert dat Allah een zoon heeft, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En de joden zeiden: ‘‘Oezayr (#1) (Ezra) is de zoon van Allah,’ en de christenen zeiden: ‘De Masieh’ [Messias – ‘Iesaa (Jezus)] is de zoon van Allah.’ Dat is wat zij met hun monden uitspreken, lijkend op de uitspraak van degenen die voorheen ongelovig waren. (#2) Moge Allah hen vernietigen (en hen verwijderen uit Zijn Barmhartigheid). Hoe misleid zijn zij!?” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 30.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#1) ‘Oezayr (Ezra) was een rechtschapen man (schriftgeleerde, hervormer) onder Banie Israa-iel (de Israëlieten). Omdat hij de hersteller was van hun Geschriften die verloren waren geraakt tijdens hun gevangenschap in Babylon na de dood van de profeet Salomo (vrede zij met hem), was hij zo belangrijk in de ogen van zijn volk dat de latere traditie hem beschouwde als niet minder dan een tweede Mozes (vrede zij met hem) en zijn kennis van de Thora werd geacht gelijk te zijn aan die van Mozes (vrede zij met hem). Doordat Ezra het Oude Testament herschreef en de wet opnieuw invoerde, wordt hij ook wel ‘de vader van het Jodendom’ genoemd (d.w.z. de specifieke vorm die de joodse religie kreeg na het Babylonische ballingschap). (The New Encyclopedia of Judaism en Encyclopædia Britannica.) ‘Oezayr wordt zeer gerespecteerd in de joodse traditie. Een groep van hen begon echter te overdrijven aangaande hem zoals vele – niet alle – christenen overdreven aangaande Jezus (vrede zij met hem) en zij begonnen ‘Oezayr te aanbidden en noemden hem de zoon van God. Allah de Verhevene specificeert hier niet bepaalde groepen. D.w.z., Hij noemt hier ook de christenen die Jezus (vrede zij met hem) aanbidden als de zoon van God, maar Hij zegt niet specifiek de trinitarische christenen, maar Hij gebruikt de algemene term christenen. Aldus verwijst Hij duidelijk niet naar alle christenen, zoals de unitaristen, die Jezus (vrede zij met hem) een profeet noemen in plaats van zoon van God. Aldus verwijst dit vers naar die joden die Ezra zoon van God noemden (of nog steeds noemen) en niet naar de meerderheid die hem slechts respecteren als een schriftgeleerde.

Sommigen proberen gedetailleerd aan te tonen welke groep joden dit precies was. Maar dit kan wellicht niet met zekerheid gezegd worden en dit is ook helemaal niet nodig. Allah de Verhevene zegt hier dat er een groep was die dit zei, en dat is voldoende. Moh’ammed Asad zei in zijn The Message of the Qur’aan bij dit vers: “Men dient rekening te houden met het feit dat bijna alle klassieke uitleggers van de Qor-aan het eens zijn dat alleen de joden van Arabië (of een groep onder hen) – en niet alle joden – beschuldigd worden. Volgens een overlevering op gezag van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) – aangehaald door at-Tabarie in zijn commentaar op dit vers – zeiden sommige joden van al-Medienah eens tegen Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem): ‘Hoe kunnen wij jou volgen terwijl jij onze qiblah (gebedsrichting) verlaten hebt en jij Ezra niet beschouwt als een zoon van God?’”

(#2) Zoals de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen, de Perzen etc. De joden en de christenen raakten zo beïnvloed door hun filosofieën, bijgeloof en ideeën, dat zij ook onjuiste geloofsovertuigingen bedachten. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

<<<Einde toevoeging.>>>

 

2.

Zij zeiden over Allah dat Hij tekortkomingen heeft en zij vermoordden de profeten en boodschappers van Allah (vrede zij met hen allen), zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En de joden zeggen: ‘Allahs Hand (#3) is geboeid [gierig (#4)].’ Hun handen zijn geboeid (#5) en zij zijn vervloekt (verwijderd uit Zijn Barmhartigheid) vanwege hetgeen zij zeiden. Nee! Zijn Handen zijn beide uitgespreid, Hij geeft uit hoe Hij wil…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 64.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#3) We dienen alle Eigenschappen van Allah te bevestigen die Allah de Verhevene aangegeven heeft in Zijn Boek (de Qor-aan) of die genoemd zijn door Zijn boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), zonder deze te ontkennen of te vragen naar de hoedanigheid of de betekenis te veranderen of vergelijkingen te stellen met Zijn schepselen. Allahs Gezicht of Handen etc. zijn overeenkomstig Zijn Wezen en Zijn Verhevenheid. Er is geen gelijkenis tussen de Schepper en Zijn schepselen. Dit is het geloof van de ware gelovigen, en dit was het geloof van alle profeten van Allah de Verhevene zoals Noeh’ (Noah), Ibraahiem (Abraham), Moesaa (Mozes) en ‘Iesaa (Jezus) (vrede zij met hen) tot aan de laatste der profeten, Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). (Zie het artikel Hoe ziet God er uit?)

(#4) De joden bedoelden hiermee dat Allah de verhevene niet langer meer gul was. Toen zij eeuwenlang in de ergste staat van decadentie en verloedering waren geraakt en alle hoop op herstel hadden verloren, verweten zij Allah voor het vrekkig zijn jegens hen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

(#5) Zij zelf waren zo gierig geworden dat zij een spreekwoord werden voor vrekkigheid: zo gierig als een jood.

<<<Einde toevoeging.>>>

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Werkelijk, Allah hoorde de uitspraak van degenen (de joden) die zeiden: ‘Waarlijk, Allah is arm en wij zijn rijk!’ (#6) Wij zullen noteren wat zij zeiden en het doden van de profeten zonder recht (#7) en Wij zullen zeggen (tegen hen): ‘Proef de kwelling van het branden (in de Hel)!’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 181.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#6) Ibn Mardawayh en Ibn Abie H’aatim leverden over dat Sa’ied ibn Djoebayr zei dat Ibn ‘Abbaas zei: “Toen de Uitspraak van Allah ‘Wie is degene die Allah een goede lening leent welke Hij vervolgens vele malen vermenigvuldigt voor hem?’ (Q. 2:245) geopenbaard werd, zeiden de joden: ‘O Moh’ammed! Is jouw Heer arm geworden zodat Hij Zijn dienaren vraagt om Hem een lening te geven?’ Vervolgens zond Allah dit vers neer.” (Tefsier Ibn Kethier.)

Geven van liefdadigheid omwille van Allah de Verhevene wordt vaak metaforisch omschreven als geven of lenen aan Allah. De lasterende joden spotten toen dit vers geopenbaard werd.

(#7) De geschiedenis van de Israëlieten wemelt van de voorbeelden van ontucht en ander verderf, alsook hun vervolging en het doden van hun eigen profeten. Zie o.a. 1 Koningen 19:1-10 en 22:26-27, 2 Kronieken 16:1-10 en 24:20-21, Jeremia 15:10, 18:20-23, 20:1-18 en hoofdstuk 36 t/m 40, en Marcus 6:17-29 [over de onthoofding van Yah’yaa – Johannes (vrede zij met hem)]. Natuurlijk dienen we Jezus (vrede zij met hem) niet te vergeten, die ook slachtoffer was van de kwaadaardige plannen van de priesters en de ouderen van de joden. Omdat hij hen onderhanden nam vanwege hun zonden en hypocrisie en hen adviseerde een rechtschapen leven te leiden, wilden zij hem kruisigen.

Door heel het Oude Testament heen komen we godslasterlijke verzen tegen, waarin de joden tekortkomingen toeschrijven aan Allah. Volgens Genesis 2:2 en Exodus 20:11 rustte Allah de Almachtige van al het werk dat Hij gedaan had, d.w.z. na de schepping van de hemelen en de aarde. De Qor-aan weerlegt deze blasfemie in o.a. aayah 2:255 en 50:38.

Een laatste voorbeeld betreft het volgende: 1 Samuël 15:35 geeft aan: “…En de Here had berouw, dat Hij Saul tot koning over Israël had aangesteld…” Dit is niet alleen in tegenspraak met Numeri 23:19, waar beweerd wordt dat God geen berouw heeft (wat klopt!), maar ook godslastering. Volgens het woordenboek betekent ‘berouw’: “spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan.” Dus God Die alles geschapen heeft en alles regelt, de Almachtige Die alles weet, maakt fouten waar hij spijt van heeft!? Verheven is Hij boven wat ze Hem toeschrijven!!! Maar ook Genesis 6:6 bevat deze godslastering, alsook Genesis 6:7, Exodus 32:14 en Jeremia 15:6, waar verklaard wordt: “…Ik ben het berouwen moe…”

<<<Einde toevoeging.>>>

 

3.

Zij verdraaiden het Woord van Allah, d.w.z. at-Tawraat (de Thora). Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Vervolgens, vanwege hun verbreking van hun verbond, vervloekten Wij hen (verwijderden hen uit Onze Barmhartigheid) en maakten Wij hun harten hard (#8). Zij veranderen de woorden van hun juiste plaatsen…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 13.]

<<<Noot van de vertaler: (#8) Waardoor zij niet langer meer ontvankelijk waren voor de vermaning.>>>

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Wee dan degenen die het Boek schrijven met hun (eigen) handen (volgens hun begeerten) en vervolgens zeggen: ‘Dit komt van Allah,’ om daarmee een geringe beloning (tijdelijk werelds voordeel) te verkrijgen! Wee dan voor hen vanwege wat hun handen geschreven hebben, en wee voor hen vanwege wat zij (daarmee) verdiend hebben!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 79.]

<<<Noot van de vertaler: in het Oude Testament lezen we hierover: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers heeft valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.) Hier wordt nadrukkelijk aangegeven dat de joden knoeiden met het Heilige Schrift!>>>

 

4.

Zij verdienden de vloek van Allah, wegens hetgeen Allah over hen zegt. (Zie ook het artikel Waarom de joden vervloekt werden.) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Vervloekt (verwijderd uit de Barmhartigheid van Allah) zijn degenen van Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël – Jakob), die ongelovig waren bij monde van Daawoed (David) (#9) en ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria) (#10). Dat was omdat zij ongehoorzaam waren (tegenover Allah en de boodschappers) en zij waren gewoon om (de wetten van Allah) te overtreden. Zij waren gewoon om elkaar niet te verbieden wat zij aan moenkar [het verwerpelijke (#11)] deden. Slecht was inderdaad hetgeen zij plachten te doen!” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 78-79.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#9) Zie o.a. Psalmen 9, 10 en 50.

(#10) Zie o.a. Matteüs 23:33: “Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna (de Hel)?” Zie ook Matteüs 7:21-23.

(#11) Moenkar: alle zaken die de islamitische (goddelijke) wetgeving verwerpt aan verwaarlozing van verplichtingen of schending van verboden. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)

<<<Einde toevoeging.>>>

De leugens die zij over hun profeten verzonnen hebben zijn talrijk, waaronder de volgende:

a.) De joden beweerden dat Allahs profeet Soelaymaan (Salamo – vrede zij met hem) een afvallige was en dat hij afgodsbeelden aanbad, zoals vermeld wordt in 1 Koningen 11:5.

<<<Noot van de vertaler: de Qor-aan (zie o.a. aayah 38:30) stelt, in tegenstelling tot het Oude Testament, Soelaymaan (vrede zij met hem) voor als een rechtschapen koning, niet als een afgodenaanbidder, iemand die “deed wat slecht was in de Ogen van Jehovah.” (1 Koningen 11:6.)>>>

b.) De joden beweerden dat Allahs profeet Loet (Lot – vrede zij met hem) wijn dronk en incest pleegde met zijn twee dochters, zoals vermeld wordt in Genesis 19:30.

c.) De joden beweerden dat Allahs profeet Ya’qoeb (Jakob – vrede zij met hem) diefstal pleegde, zoals vermeld wordt in Genesis 31:12.

d.) De joden beweerden dat Allahs profeet Daawoed (David – vrede zij met hem) overspel pleegde, waarna Soelaymaan (Salamo – vrede zij met hem) geboren werd, zoals vermeld wordt in 2 Samuël 11:4.

e.) De Qor-aan spreekt in aayah 20:87 Allahs profeet Haaroen (Aäron) (vrede zij met hem) vrij van de zonde aangaande het aanstellen van het kalf als een god, in tegenstelling tot de Bijbel die hem volledig verantwoordelijk daarvoor stelt (zie Exodus 32:1-5). (Toegevoegd door de vertaler.)

…enzovoort. Moge Allah hen vervloeken en te schande maken.

<<<Noot van de vertaler: hoewel het vreemd kan lijken dat de joden hun eigen profeten beschuldigden van de meest gruwelijke zonden, zal een kritische studie van hun geschiedenis aantonen dat zij dit deden om hun eigen morele verloedering en schandelijke gedrag te rechtvaardigen. Zij (alsook de hindoes) redeneerden als volgt: “Als zelfs de profeten (of in het geval van hindoes hun goden en rishi’s – visionair denkers of zieners) zichzelf niet konden redden van zulke zonden, hoe kunnen gewone mensen zoals wij dan immuun zijn voor zulke zwakheden?” (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)>>>

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) en Zijn profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) vervloekten hen op talrijke plaatsen in de Qor-aan en de Soennah wegens hun schaamteloze daden. Bijvoorbeeld, Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En zij zeiden: ‘Onze harten zijn omhuld (door begeerten, d.w.z. zij horen noch begrijpen het Woord van Allah, zij zijn niet vatbaar voor bekering).’ Welnee! Allah vervloekte hen (verwijderde hen uit Zijn Barmhartigheid) wegens hun ongeloof. Gering is dan wat zij geloven. En toen er tot hen (de joden) een Boek (deze Qor-aan) kwam van Allah, als bevestiging voor wat bij hen is [at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie)], terwijl zij vroeger (vóór de komst van Moh’ammed) vroegen (aan Allah om hen te helpen met de komst van de beloofde profeet) om een overwinning te behalen op degenen die ongelovig zijn (#12); toen vervolgens dat tot hen kwam wat zij herkenden (de beloofde profeet uit hun heilige geschriften), geloofden zij er niet in (#13); dus de vloek van Allah is op de ongelovigen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 88-89.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#12) Zij waren gewoon te zeggen tegen de polytheïsten: “Een profeet zal gezonden worden vlak voor het einde van deze wereld en wij – samen met hem – zullen jullie elimineren net zoals de volkeren van ‘Aad en Iram werden geëlimineerd.” Ook Moh’ammed ibn Ish’aaq leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De joden waren gewoon om Allah aan te roepen (voor de komst van de beloofde profeet) om d.m.v. hem de overwinning te behalen op de (stammen van) Aws en Khazradj, voordat de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezonden werd.” Toen Allah de Verhevene hem zond van de Arabieren, verwierpen zij hem en ontkenden wat ze over hem zeiden. Vandaar dat, toen Moe’aadz ibn Djabal en Bishr ibn al-Baraa-e ibn Ma’roer, de naaste van Banie Salamah, tegen hen zeiden: “O joden! Vrees Allah en aanvaard de Islaam. Jullie riepen Allah aan voor de komst van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) toen wij nog ongelovigen waren en jullie vertelden ons dat hij zou komen en omschreven hem aan ons,” de jood Salaam ibn Moeshkim van Banie an-Nadheer antwoordde: “Hij bracht niets wat wij herkennen. Hij is niet de profeet waar wij jullie over vertelden.” Allah de Verhevene openbaarde vervolgens deze aayah over hun verklaring. (Tefsier Ibn Kethier.)

De joden herkenden hem wel degelijk! Het meest authentieke bewijs is dat van Safiyyah (moge Allah tevreden zijn met haar) (een van de vrouwen van de profeet Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), die een dochter was van een geleerde jood en het nichtje van een andere. Zij zei: “Toen de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) naar al-Medienah migreerde, gingen mijn vader en mijn oom om hem te zien. Toen zij weer thuiskwamen, hoorde ik met mijn eigen oren het volgende gesprek tussen hen. Oom: “Is hij werkelijk de zelfde profeet over wie er profetieën in onze boeken voorkomen?” Vader: “Bij God, hij is de zelfde.” Oom: “Ben je er zeker van?” Vader: “Ja.” Oom: “Wat is dan jouw voornemen?” Vader: “Ik zal hem bestrijden zo lang ik leef en zal zijn missie niet laten slagen.” (Ibn Hishaam, Vol. II, p. 165, Cairo Editie, 1936). (Uit Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

(#13) Racistische arrogantie liet de joden afkerig zijn tegenover het verwelkomen van de waarheid toen het kwam d.m.v. een profeet niet van hun eigen ras. In het Oude Testament (Deuteronomium 18:18) lezen we dat Allah de Verhevene tegen Moesaa (Mozes) (vrede zij met hem) heeft gezegd dat er een profeet zal komen vanuit het midden van hun broederen. Niet van onder henzelf, maar van onder hun broederen. Het volk van Mozes waren Joden. De christenen zeggen dat Deuteronomium 18:18 verwijst naar de komst van Jezus (vrede zij met hem), maar hij was een Jood (de stam, niet de religie), dus hij was één van hen. Dus Jezus (vrede zij met hem) wordt niet bedoeld in het betreffende vers. De aangekondigde profeet in Deuteronomium 18:18 komt niet van onder de Joden, maar van onder de broederen van de Joden. Wie zijn dan de broederen van de Joden? De joden halen hun blinde racisme uit hun Bijbel, waar hen wordt verteld dat hun vader Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem) twee vrouwen had; Sarah (Sara) en Hadjar (Hagar). Zij (de joden) zeggen dat zij de kinderen zijn van Ibraahiem (vrede zij met hem) en zijn wettige vrouw Sarah, en dat hun Arabische broeders afstammen van Hadjar (Hagar), een “slavin”, en dat om die reden de Arabieren een minderwaardig ras zijn. In Genesis 16:1-15 lezen we o.a. dat Abrahams vrouw Sara hem geen kinderen baarde. Zij had een Egyptische slavin, Hagar, die zij hem tot vrouw gaf. Hagar bracht een zoon ter wereld die Abraham Ismaël noemde. De Arabieren stammen af van Ismaa’iel (Ismaël – vrede zij met hem) en de Joden van Ish’aaq (Isaak – vrede zij met hem), de zoon van Sara die zij op latere leeftijd baarde (zie Genesis 21:3). Vervolgens zou Sara tegen Ibraahiem (Abraham) (vrede zij met hem) gezegd hebben (volgens Genesis 21:10): “Verstoot deze slavin en haar zoon, want de zoon van deze slavin zal geen erfgenaam zijn met mijn zoon, met Isaak.” En in Genesis 21:12 is te lezen: “En God zei tegen Abraham: ‘Laat het niet smartelijk voor jou zijn met betrekking tot de jongen (Ismaël), alsook met betrekking tot jouw slavin. Alles wat Sara tegen jou zegt, luister naar haar stem (doe dat). Want (alleen) door middel van Isaak (d.w.z. de Joden) zal van jouw nageslacht gesproken worden.” Dus hoe konden de joden een profeet accepteren die niet van hen kwam, het superieure ras dat afstamt van Ish’aaq (vrede zij met hem), geboren uit de vrije vrouw Sara, maar van de minderwaardige Arabieren die afstammen van Ismaa’iel (vrede zij met hem), geboren uit de slavin Hadjar?

<<<Einde toevoeging.>>>

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Onder de joden zijn er sommigen die woorden (opzettelijk, volgens hun begeerten) van hun juiste plaatsen veranderen (en ze incorrect uitleggen) en zij zeggen: ‘Wij horen (O Moh’ammed) en wij gehoorzamen niet,’ en: ‘Hoor (O Moh’ammed), moge jij niet horen (wat wij zeggen),’ en: ‘Raa’inaa (#14)’ met een verdraaiing van hun tongen en als bespotting van de religie (de Islaam). En als zij maar (respectvol) gezegd hadden: ‘Wij horen en gehoorzamen,’ en: ‘Luister en kijk naar ons,’ dat zou zeker beter voor hen geweest zijn en correcter, maar Allah vervloekte hen (verwijderde hen uit Zijn Barmhartigheid) vanwege hun ongeloof, aldus geloven zij niet, behalve enkelen. O degenen aan wie het Boek gegeven is (joden en christenen)! Geloof in hetgeen Wij neergezonden hebben (aan Moh’ammed), als bevestiging voor hetgeen reeds bij jullie is, voordat Wij gezichten uitwissen waarna Wij ze omdraaien (#15), of (voordat) Wij hen vervloeken zoals Wij de metgezellen van de sabbat vervloekten [d.w.z. degenen die de heiligheid ervan schonden (#16)]. En het Bevel van Allah wordt (altijd) volbracht.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 46-47.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#14) Raa’inaa betekent in het Arabisch “sla acht op ons” of “luister naar ons”, terwijl dit in het Hebreeuws een belediging betekent (in de zin van ‘krankzinnig’ of iets van gelijke strekking), en de joden zeiden dit tegen de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) met kwade bedoelingen.

(#15) Het uitwissen van gezichten kan zowel fysiek als figuurlijk bedoeld worden. Bij de fysieke betekenis is er sprake van een bestraffing van Allah de Almachtige waardoor de gezichten volledig uitgewist worden; de ogen, de lippen en de wenkbrauwen verdwijnen. De figuurlijke betekenis impliceert het negeren van de waarheid, het prefereren van de verkeerde weg en het afkeren van het duidelijke pad naar de paden van misleiding. Deze mensen lopen als het ware achteruit. (Zie Tefsier Ibn Kethier.) De mensen van het Boek (joden en christenen) ontvingen reeds openbaringen van Allah de Verhevene over o.a. tawh’ied (de eenheid van God) en de komst van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

(#16) De sabbat werd regelmatig op grote schaal geschonden: zie b.v. Jeremia 17:21-27 en Ezechiël 20:12-24.

<<<Einde toevoeging.>>>

Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Vervolgens, vanwege hun verbreking van hun verbond, vervloekten Wij hen (verwijderden hen uit Onze Barmhartigheid) en maakten Wij hun harten hard. Zij veranderen de woorden van hun juiste plaatsen en vergaten een deel van hetgeen waarmee zij vermaand werden (#17) en je zult bedrieglijkheid (en complotten) van hen blijven waarnemen behalve enkelen van hen…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 13.]

<<<Noot van de vertaler: (#17) De joden werden in de Tawraat (Thora) opgedragen om de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) te volgen wanneer hij zou komen als een boodschapper van Allah voor de gehele mensheid.>>>

Allah Ta’aalaa zegt eveneens (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Zal ik jullie informeren met wat slechter is dan dat, als een vergelding bij Allah? Wie door Allah vervloekt wordt (verwijderd uit Zijn Barmhartigheid) en op wie Hij woedend is en van wie Hij sommigen tot apen en varkens maakte (#18) en die de taaghoet (#19) aanbidden, zij zijn in de slechtste positie en het verst afgedwaald van het rechte pad.’” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 60.]

<<<Noot van de vertaler:>>>

(#18) Dit wil dus zeggen dat niet alle joden gezien worden als apen en varkens. Zie het artikel Varkens, apen en ezels?. De bestraffing voor het verbreken van de sabbat was de dood: “Dus jullie dienen de sabbat in acht te nemen; want het is heilig voor jullie: eenieder die hem schendt, dient zeker gedood te worden…” (Exodus 31:14.)

(#19) Taaghoet: alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid. At-Taaghoet duidt op alles waarmee de mens zijn grenzen overschrijdt. De leiders van ongeloof en de uitnodigers tot ongeloof zijn tawaaghit (meervoudsvorm van taaghoet) en de satan is een taaghoet. (Zie Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)

<<<Einde toevoeging.>>>

In de Qor-aan lezen we ook (Nederlandstalige interpretatie): “En de joden zeggen: ‘Allahs Hand is geboeid (gierig).’ Hun handen zijn geboeid en zij zijn vervloekt (verwijderd uit Zijn Barmhartigheid) vanwege hetgeen zij zeiden. Nee! Zijn Handen zijn beide uitgespreid, Hij geeft uit hoe Hij wil. En hetgeen tot jou is neergezonden van jouw Heer (de Qor-aan) zal zeker bij velen van hen tirannie en ongeloof vermeerderen (vanwege hun haat, afgunst en arrogantie). En Wij hebben vijandschap en haat tussen hen teweeggebracht tot aan de Dag der Opstanding. Iedere keer dat zij een vuur ontsteken dat tot oorlog leidt (een complot smeden tegen jou, O Moh’ammed), dooft Allah het (en zal het tegen henzelf keren). En zij streven (altijd) naar verdorvenheid op aarde. En Allah houdt niet van de verderfzaaiers.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 64.]

En de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Moge Allah de joden vervloeken (verwijderen uit Zijn Barmhartigheid), want zij hebben de graven van hun profeten genomen als plaatsen van aanbidding.”

“Moge Allah de joden vervloeken: vet was verboden voor hen, maar zij smolten het om en verkochten het.”

Deze twee ah’adieth zijn overgeleverd in Sah’ieh’ al-Boekhaarie.

 

5.

<<<Toegevoegd door de vertaler. >>>

Een ander frappant punt is het feit dat de joden zo materialistisch werden tijdens de periode van hun degeneratie dat zij geen ander idee hadden over een beloning van God dan het welzijn en de voorspoed in deze wereld. Daardoor verdraaiden zij alle beloftes van Allah aangaande het Hiernamaals en pasten hen toe op het land van Palestina (destijds Kanaän) – het “Beloofde Land”, een land dat ‘overvloeit van honing en melk’. Vergelijk Deuteronomium 6:3 uit het Oude Testament maar eens met aayah 47:15 van de Qor-aan.

Deuteronomium 6:3: “Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u met een lang leven gezegend worden. Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.”

Aayah 47:15 (Nederlandstalige interpretatie): “Het voorbeeld [dat ons enigszins een beeld geeft (#20)] van het Paradijs dat aan al-moettaqoen (de vromen) beloofd is, (is dat) daarin rivieren zijn van water zonder stagnering (bederf), en rivieren van melk wier smaak niet verandert, en rivieren van wijn (waarvan men niet dronken wordt en) verrukkelijk voor de drinkers, en rivieren van gezuiverde honing…” [Soerat Moh’ammed (47), aayah 15.]

<<<(#20) We kunnen ons het Paradijs feitelijk niet voorstellen, omdat het iets is dat geen oog ooit heeft gezien, geen oor ooit heeft gehoord en geen hart ooit heeft voorgesteld (zie aayah 32:17).>>>

Deze veranderingen waren mogelijk doordat zij knoeiden met hun Geschriften (zie Jeremia 8:8-9 hierboven). Aldus is de Thora in de huidige vorm niet meer het pure Woord van Allah de Verhevene en is het onmogelijk om het Woord van God te onderscheiden van de Joodse tradities, hun racistische vooroordelen, hun bijgeloof, ambities etc., wat allemaal vermengd is geraakt met Gods Woord.

In de Qor-aan lezen we over hun materialistische aard (Nederlandstalige interpretatie): “En je zult hen (de joden) zeker bevinden als de meest hebzuchtige mensen aangaande (het wereldse) leven, en (zelfs meer) dan degenen die shirk begaan (deelgenoten aan Allah toekennen, polytheïsten). Eenieder van hen wenst dat hij duizend jaar lang in leven gehouden zou worden, maar dat zal hem niet redden van de (terechte) kwelling. En Allah is Alziend aangaande wat zij doen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 96.]

Joden hebben dan ook nooit een bindende geloofsleer ontwikkeld en benadrukken vooral praktijken en tradities.

<<<Einde toevoeging.>>>

 

Tot slot

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) omschreef hen zorgvuldig toen hij zei:

De joden zijn het volk op wie Gods Toorn rust. Het zijn de mensen van leugens en laster, verraad, samenzwering en bedrog, rente en steekpenningen en de moordenaars van profeten. Zij hebben de meest slechte harten van alle volken en het slechtste gedrag. Zij zijn het verst verwijderd van Gods Barmhartigheid en het dichtst bij Gods Woede. Hun weg is vijandigheid en het aanwakkeren van haat. Zij vertegenwoordigen de kern van tovenarij, leugens en bedrog. Zij achten het verwerpen van de profeten die zij niet mochten niet als onjuist. Met betrekking tot een gelovige, zij respecteren de banden niet, noch die van verwantschap, noch die van een verdrag [bijvoorbeeld soerat at-Tawbah (9), aayah 10 (Nederlandstalige interpretatie): “Zij slaan met betrekking tot een gelovige geen acht op enig verwantschap, noch een verdrag! En zij zijn het die de overtreders zijn.”] Zij respecteren de rechten van degenen die het met hen eens zijn niet, noch tonen zij enige genegenheid jegens hen, noch tonen zij enige rechtvaardigheid of eerlijkheid jegens degenen die met hen samenwerken. Er is geen veiligheid voor degenen die met hen omgaan en er is geen oprechtheid tegenover degenen die van hun diensten gebruik maken. De meest kwaadaardige van hen is de meest intelligente onder hen, en de slimste van hen is degene die het meest bedriegt. Degene die iets goeds heeft in zijn hart – wat niet vaak aangetroffen wordt bij hen – is in feite geen echte jood. Zij zijn de meest chagrijnige der mensen, met de meest mistroostige huizen en de vieste pleinen. Zij hebben zeer slechte manieren – hun begroeting is een verwensing en het ontmoeten van hen is slecht nieuws. Hun motto is boosheid en zij zijn gevuld met haat.” (Hidaayat al-Hayaaraa, p. 8.)

Dit zijn slechts enkele druppels van een vloed aan informatie. Eenieder die deze kwestie onderzoekt zal veel over hun schandelijke daden ontdekken, alsook de vormen die hun koefr (ongeloof) en afwijking aannemen.

We vragen Allah om hen te onderdrukken, te vernederen en te verslaan, en om de moslims over hen te laten zegevieren, hoe eerder hoe beter. Moge Allah onze profeet Moh’ammed zegenen.

En Allah weet het best.

Islam Q&A – Sheikh Muhammed Salih’ al-Munajjid

 

Relevante artikelen:

Waarom de joden vervloekt werden
Jodendom (diverse artikelen)