De Eigenschappen van Allah & de geloofsleer van Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah

De correcte methodologie met betrekking tot al-Asmaa-e wasSifaat (de Namen en Eigenschappen van Allah).

Sharh’ as-Soennah | les 32 & 33 | punt 42
Sheikh Fawzaan | vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

Waarlijk, alle lof is voor Allah. Wij prijzen Hem, zoeken Zijn hulp en vragen Hem om vergeving. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het slechte in onze zielen en het slechte van onze handelingen. Wie Allah leidt, er is niemand die hem kan misleiden; en wie Allah laat dwalen, er is niemand die hem kan leiden. Ik getuig dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij heeft geen deelgenoten, en ik getuig dat Moh’ammed Zijn dienaar en boodschapper is. Voorts:

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمنِ الرَّحِيمِ

Imam Barbahaarie (rah’imahoellaah – moge Allah hem genadig zijn) zei:

وكل ما سمعت من الآثار شيئا مما لم يبلغه عقلك نحو قول رسول الله صلى الله عليه وسلم قلوب العباد بين إصبعين من أصابع الرحمن عز وجل وقوله إن الله ينزل إلى السماء الدنيا وينزل يوم عرفة وينزل يوم القيامة وإن جهنم لا يزال يطرح فيها حتى يضع عليها قدمه جل ثناؤه وقول الله تعالى للعبد إن مشيت إلي هرولت إليك وقوله خلق الله آدم على صورته وقول رسول الله صلى الله عليه وسلم رأيت ربي في أحسن صورة وأشباه هذه الأحاديث فعليك بالتسليم والتصديق والتفويض والرضا ولا تفسر شيئا من هذه بهواك فإن الإيمان بهذا واجب فمن فسر شيئا من هذا بهواه ورده فهو جهمي

“En wanneer je iets van de overleveringen hoort wat jouw verstand niet volledig kan bevatten, zoals de uitspraak van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): ‘De harten van de dienaren bevinden zich tussen twee vingers van de Vingers van de Meest Barmhartige, de Almachtige en Majesteitelijke’

…en zijn uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah daalt neer tot de laagste hemel en Hij daalt neer op de Dag van ‘Arafah en Hij zal neerdalen op de Dag der Opstanding, en dat er mensen in het Hellevuur geworpen zullen blijven totdat Hij, de Majesteitelijke en Geprezene, Zijn Voet er op zal plaatsen’

…en de Uitspraak van Allah de Meest Verhevene tegen de dienaar (Nederlandstalige interpretatie): ‘Als jij wandelend tot Mij komt, dan zal Ik rennend tot jou komen’

…en zijn uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah schiep Adam naar Zijn evenbeeld’

…en de uitspraak van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) (Nederlandstalige interpretatie): ‘Ik zag mijn Heer in de meest uitmuntende vorm’ en vergelijkbare ah’aadieth, dan is het verplicht voor jou om je te onderwerpen en te geloven en de hoe aan Allah toe te vertrouwen en tevreden te zijn en niet iets hiervan uit te leggen volgens jouw begeerten, omdat imaan (geloof) hierin verplicht is. Dus wie iets hiervan uitlegt volgens zijn begeerten en het verwerpt, dan is hij een jahmie [#1].”

(Lees verder onder de afbeelding. Gebruik onze afbeeldingen voor da’wah door ze op sociale media te verspreiden.)

 

Het is verplicht voor jou om de teksten over de sifaat (صفات – eigenschappen) die bevestigd zijn voor Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) te bevestigen, zonder je er met je verstand in te mengen en zeggen dat het niet past bij Allah. Allah is daarvan gevrijwaard en dit is vergelijken – tashbieh – waar de Moe’attilah zich schuldig aan maken; ontkenners van de Eigenschappen. Of dat je gelooft dat Allah lijkt op Zijn schepping, waar de Moemaththilah zich schuldig aan maken; degenen die de Schepper zien als lijkend op de schepping. Beide groepen bevinden zich op misleiding.

Moe’attilah: degenen die de Eigenschappen ontkennen. Zij gingen te ver wat betreft tanzieh [het vrijwaarden van Allah, het verklaren van onvergelijkbaarheid – het tegenovergestelde van tashbieh (vergelijken)], zozeer dat zij de Nemen en Eigenschappen ontkenden om zich niet schuldig te maken aan tashbieh (vergelijken) zoals zij beweerden.

Moemaththilah: degenen die Allah vergelijken met de schepping. Zij gingen te ver wat betreft het bevestigen, zozeer dat zij Allah vergeleken met Zijn schepping.

Beide standpunten zijn baatil (valsheid).

En het standpunt van Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah is al-wasat (de midden en legitieme positie); zij bevestigen de Namen en Eigenschappen van Allah, zonder tashbieh (zonder Allah te vergelijken met de schepping), en zij ontkennen voor Hem enige gelijkenis met een geschapen wezen, en zij schrijven Hem geen enkele tekortkoming toe, zonder de Eigenschappen te ontkennen. Dit is de positie van de Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah, in overeenstemming met de Uitspraak van de Meest Verhevene (Nederlandstalige interpretatie):

“…Er is niets gelijk aan Hem…” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 11.]

Dit is een weerlegging van de Moemaththilah, degenen die Allah vergelijken met de schepping, “er is niets gelijk aan Hem.”

[Noot van de vertaler: de Eigenschappen van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) dienen niet op een antropomorfistische manier (menselijke kenmerken toeschrijven aan dat wat niet menselijk is) geïnterpreteerd te worden. Allah Ta’aalaa is Verheven boven het beperkte voorstellingsvermogen van de mens, en Zijn Eigenschappen kunnen niet vergeleken worden met die van Zijn schepping. Zo hebben dieren poten, ogen en haar (en een stoel heeft ook poten). Maar het feit dat zij dit gemeenschappelijk hebben, betekent niet dat hun poten, ogen en haar op elkaar lijken. Dus als het duidelijk is dat er tussen de gemeenschappelijke eigenschappen van schepsels een groot verschil is, dan is het verschil tussen de Schepper en de schepping nog veel duidelijker en groter. Ibn ‘Abd al-Barr (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Ahl as-Soennah zijn het unaniem eens over het bevestigen van en geloven in alle goddelijke Eigenschappen die in de Qor-aan en de Soennah genoemd zijn, en we dienen ze te begrijpen in letterlijke zin (zoals zij lijken te zijn), niet metaforisch (figuurlijk). Maar zij spreken niet over hoe zij zijn. Wat betreft de vernieuwers, Jahmiyyah en Moe’tazilah, alsook de kharidjieten, zij allen ontkennen ze en begrijpen ze niet in letterlijke zin (zoals zij lijken te zijn).” (Einde citaat uit at-Tamhied, 7/145.) – Einde noot.]

“…en Hij (Allah) is as-Samie’ (de Alhorende), al-Basier (de Alziende).” [Soerat as-Shoeraa (42), aayah 11.]

Dit is een weerlegging van de Moe’attilah, degenen die de Eigenschappen ontkennen, en het vers bewijst dat het bevestigen van de Namen en Eigenschappen geen tashbieh (vergelijking) met de schepping vereist, noch tamthiel (dat Allah lijkt op) de schepping, alsook het feit dat men elke Eigenschap die Hij voor Zichzelf bevestigd heeft, of Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), dient te bevestigen. Dus wij bevestigen die Eigenschappen, en dit betekent op geen enkele manier dat we Hem vergeleken hebben met de schepping, of dat we beweerd hebben dat Hij lijkt op de schepping. Dit is de correcte methodologie met betrekking tot de kwestie aangaande al-Asmaa-e wasSifaat (de Namen en Eigenschappen).

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Dus aangaande “de harten van de dienaren bevinden zich tussen twee vingers van de Vingers van de Meest Barmhartige, de Almachtige en Majesteitelijke” [#2] dien je Asaabi’ (de Vingers) te bevestigen voor de Meest Barmhartige, zoals voorkomt in de h’adieth, en je dient niet te zeggen dat zij zijn als de vingers van een geschapen wezen, want dat is tashbieh (Hem vergelijken) met de schepping; wij vrijwaarden Allah daar van. Beter gezegd, wij bevestigen het zoals het past bij de Majesteitelijkheid van Allah, Perfect en Meest Verhevene, in tegenstelling tot de vingers van de geschapen wezens.

En wij bevestigen de h’adieth Qoedsie [#3] waarin Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wie wandelend tot Mij komt, Ik zal rennend tot hem komen.” [#4]

Dit betekent dat wie zich haast naar Mijn Tevredenheid en naar gehoorzaamheid jegens Mij, dan zal Ik Mij (nog meer) haasten om zijn zonden te vergeven en hem te voorzien in zijn behoeften (gunsten en barmhartigheid schenken). [#5] Dus de betekenis van harwalah (rennen) is niet de betekenis die algemeen bekend is bij ons, maar het wordt uitgelegd door het laatste gedeelte van de h’adieth, door Zijn Uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “Als hij Mij iets zou vragen, dan zou Ik hem dat zeker geven. En als hij Mijn bescherming zou vragen, dan zou Ik hem zeker bescherming verlenen.” Dus de betekenis van al-harwalah hier is haasten om de behoeften van Zijn dienaar te vervullen (gunsten en barmhartigheid schenken), net zoals de dienaar zich haast om Allah gehoorzaam te zijn. Dus rent de dienaar in werkelijkheid of in betekenis?

Dit bevat dus een weerlegging van diegenen die overhaastig zijn in het bevestigen van al-harwalah (rennen) voor Allah, en dit is het geval bij handelingen die als reactie verricht worden, net zoals Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…dus bespotten zij (de ongelovigen) hen (de gelovigen) – Allah zal hen bespotten…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 79.]

Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…zeggen zij (de hypocrieten): ‘…waarlijk, wij zijn slechts spotters.’ Allah spot met hen…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 14-15.]

Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En zij (de ongelovigen) smeedden een plan en Allah smeedde een plan…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 54.]

Het is dus verplicht om je bewust te zijn van deze geweldige principes, zodat je inzicht kan hebben en bewust kan zijn van de positie van de selef aangaande deze kwestie; degenen die meer kennis hadden dan jij. En iemand dient niet te proberen zichzelf onafhankelijk te maken, met zijn eigen interpretaties en zijn eigen verstand, en dingen voor Allah te bevestigen waar hij geen kennis over heeft, op grond van wat ogenschijnlijk is of op grond van enkele onduidelijke zaken, terwijl er beslissende bewijzen zijn die hen uitleggen en verduidelijken. Het is dus verplicht om hetgeen onduidelijk is te verwijzen naar datgene wat duidelijk is, en alleen diegenen met voldoende kennis zullen geleid worden om dit te doen. Het is dus verplicht voor de student van kennis en de beginner dat hij niet haastig dient te zijn in deze zaken. (Zie het artikel Valkuilen tijdens het zoeken van kennis.) Integendeel, hij dient zich in te houden aangaande hen en hij dient te leren hoe hij ze dient te begrijpen volgens de methodologie van de selef en volgens de duidelijke, correcte manier. De selef (voorgangers) schoten niet te kort in het verduidelijken van de waarheid en in het vastleggen van principes en regelgevingen. Dit vereist echter kennis en begrip.

En vergelijkbaar hieraan is zijn (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) uitspraak (Nederlandstalige interpretatie):

“Onze Heer daalt neer naar de laagste hemel.” [#6]

“En Hij daalt neer tijdens de avond van ‘Arafah.” [#7]

“Hij zal op de Dag der Opstanding komen.”

Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wachten zij op iets anders dan dat Allah tot hen komt met schaduwen van wolken en dat de engelen (tot hen) komen!? En de zaak zou dan besloten zijn. En tot Allah keren alle zaken terug.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 210.]

En evenzo met betrekking tot de komst van Allah, de Meest Verhevene, op de Dag der Opstanding, dit komt voor in een h’adieth van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn). [#8]

“Hij zal op de Dag der Opstanding komen om een oordeel over Zijn dienaren te vellen.” [#9]

Wij bevestigen deze zaken voor Allah volgens hun werkelijkheid (h’aqieqah), zonder de kayfiyyah (hoe) te bepalen. We belasten onszelf dus niet met het proberen te begrijpen van hoe Hij zal neerdalen en hoe Hij zal komen. Dus we houden onszelf niet bezig met de kayfiyyah (hoe). Maar wat betreft de betekenis, dit is ma’qoel (begrepen) en dus, toen imam Maalik (moge Allah hem genadig zijn) gevraagd werd over hoe al-istiwaa-e; hoe het Zich verheffen boven (de troon) is, toen de vragensteller zei: “Ar-Rah’maan (de Meest Barmhartige) verhief Zich boven de troon.” [Nederlandstalige interpretatie van soerat Taa Haa (20), aayah 5.] Toen zei de vragensteller tegen imam Maalik: “Hoe verhief Hij Zich?” Hij vroeg over kayfiyyah (hoe). Imam Maalik (moge Allah hem genadig zijn) zei tegen hem: “Het verheffen is bekend.” Oftewel, met betrekking tot de betekenis ervan. Imam Maalik zei verder: “En hoe is onbekend, en imaan (geloof) daarin is verplicht, en vragen daarover is bid’ah (innovatie).” Dit is de correcte methodologie betreffende dergelijke kwesties. [#10]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

Evenzo, bevestiging van assoerah (een vorm) voor Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke), in zijn (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “Allah schiep Adam naar Zijn evenbeeld.” [#11] [Zie het artikel Allah schiep Adam naar Zijn evenbeeld voor een uitleg van deze h’adieth.]

En in een overlevering (Nederlandstalige interpretatie): “Naar de vorm van de Meest Barmhartige.” [#12]

Dus we bevestigen assoerah (een vorm of beeld) voor Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke), zoals Zijn boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) het ook voor Hem bevestigde in zijn uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “Ik zag mijn Heer in de beste vorm.” [#13]

Oftewel, hij zag Hem in een droom in de beste vorm. Het bevat een bevestiging van assoerah (een vorm of beeld) voor Allah, de Majesteitelijke en Meest Verhevene, zoals dat past bij Zijn Majesteitelijkheid, niet als de vormen van geschapen dingen. Nee, het is de soerah (vorm of beeld) van de Meest Barmhartige, de Majesteitelijke en Meest Verhevene. Dus wij bevestigen deze zaken en we houden ons niet daarmee bezig (om de hoe enzovoort te achterhalen), noch hebben we twijfels daaraan, noch graven we verder daarin.

Zijn uitspraak (van imam Barbahaarie, aan het begin van dit artikel) “we vertrouwen de zaak toe, of we nemen er afstand van,” wat correct is, is om tafwiedh van de kayfiyyah (hoe) te verrichten, niet tafwiedh van de betekenis. [#14]

Zijn uitspraak “leg niets uit volgens jouw begeerten,” integendeel, je dient ze uit te leggen met de correcte betekenis die past bij Allah, de Majesteitelijke en Meest Verhevene. Men dient niet te zeggen dat ze niet uitgelegd mogen worden. Integendeel, zij dienen uitgelegd te worden, en hun betekenis dient verduidelijkt te worden, en tafwiedh (overlaten, toevertrouwen) is alleen met betrekking tot de hoe. Dus men dient an-noezoel (Zijn neerdaling) te bevestigen, maar men dient de kayfiyyah (hoe) uit te sluiten (niet voor te stellen, te beschrijven). Allah, de Majesteitelijke en Meest Verhevene, komt op de Dag der Opstanding om een oordeel te vellen, net zoals Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En jouw Heer komt (om recht te spreken tussen Zijn schepsels)…” [Soerat al-Fadjr (89), aayah 22.]

“Wachten zij op iets anders dan dat Allah tot hen komt met schaduwen van wolken en dat de engelen (tot hen) komen!? En de zaak zou dan besloten zijn. En tot Allah keren alle zaken terug.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 210.]

Hij, de Perfecte, zal komen om recht te spreken tussen Zijn dienaren. Maar het is niet zoals de komst van een geschapen wezen en de komst van iemand van de schepping. Nee, het is een komst die past bij Zijn Majesteitelijkheid en hoe Hij wil, Hij, de Perfecte en Meest Verhevene.

Zijn uitspraak “je dient niets hiervan uit te leggen bie hawaaka (volgens jouw begeerten),” dit betekent dat je ze niet moet uitleggen zonder kennis (‘ilm), maar wat verplicht is voor jou is ze uit te leggen volgens de bewijzen, en hetgeen niet duidelijk is te verwijzen naar datgene wat wel duidelijk is, dan is daar niets mis mee. Maar wat betreft degene die een beginner is, of een onwetend persoon (zonder kennis), zo iemand dient zich niet bezig te houden met deze zeer belangrijke zaken, want dit is een vergissing en iets zeer gevaarlijks. Ik zie vele jeugdigen die net doen alsof ze veel kennis bezitten en die zich brutaal bezig houden met zaken van ‘aqiedah (geloofsleer). Zij beginnen zaken daaruit af te leiden en over hen te spreken en zij vertonen haatgevoelens jegens elkaar op grond van deze zaken en zij verbreken banden met elkaar wanneer zij het met elkaar oneens zijn.

Dus, o broeders, Allah belast ons niet met dergelijke zaken. Op jullie rust de plicht om de methodologie van de selef te volgen en te zeggen wat zij zeiden. De boeken over ‘aqiedah zijn nauwkeurig geschreven – en alle lof is voor Allah – en gedrukt en gecorrigeerd en bestudeerd en zorgzaam nagekeken. Dus introduceer geen zaken van jezelf en interpretaties van jezelf. Voor jullie is het voldoende om onze voorgangers te volgen.

Zijn uitspraak imaan (geloof) hebben hierin is verplicht,” oftewel imaan in de Namen van Allah en Zijn Eigenschappen en Zijn Handelingen is verplicht. Het is verplicht voor de dienaar, en tot imaan (geloof) in Allah behoort imaan in Zijn Namen en Eigenschappen zoals die passen bij Zijn Majesteitelijkheid, Hij, de Perfecte en Meest Verhevene. Dus degene die zich mengt in de zaken van de Namen en Eigenschappen, hetzij met ta’tiel (ontkenning) of met tamthiel (het vergelijken van de Schepper met de schepping) of met tafwiedh (onwetendheid over de betekenis verkondigend) of door een eigen uitleg te geven, een dergelijke persoon gelooft niet in Allah met zuiver en volledig imaan (geloof). Nee, zijn imaan is gebrekkig.

Zijn uitspraak “dus wie iets hiervan uitlegt volgens zijn begeerten en het verwerpt, dan is hij een jahmie,” de Jahmiyyah ontkennen de Namen en Eigenschappen, omdat zij ze uitleggen volgens hetgeen past bij een geschapen wezen. Er is geen twijfel dat Allah vrij is van datgene dat past bij geschapen wezens. Aanvankelijk vergeleken zij Hem en vervolgens ontkenden zij (de Eigenschappen van Allah) vanwege hun tamthiel (het vergelijken van de Schepper met de schepping), aangezien niets van deze teksten duidelijk was voor hen, behalve dat wat lijkt op geschapen wezens.

Daardoor ontkenden zij ze. Hadden zij maar gezegd dat deze teksten waarlijk Eigenschappen en Namen van Allah bevatten en dat zij zijn zoals ze passen bij Hem, dat zij niet zijn zoals de namen van geschapen wezens noch als de eigenschappen van geschapen wezens. Hadden zij deze methodologie maar gevolgd, dan zouden zij veilig geweest zijn. Maar zij werden gekweld vanwege hun begrip en hun begeerten.

En de Jahmiyyah is een toeschrijving aan al-Jahm ibn Safwaan at-Tirmidzie of as-Samar Qandie, een bekende afgeweken persoon, toegeschreven aan de stad Tirmidz, of het gebied Samar Qand. Hij was de eerste die zei dat de Qor-aan geschapen was en dat de Namen en Eigenschappen ontkent moeten worden en dat imaan (geloof) alleen maar bewustzijn in het hart is, naast meerdere uitspraken van misleiding en ongeloof. Dus eenieder die dit gelooft, hij wordt aan hem toegeschreven. Men kan dan zeggen dat een dergelijke persoon een jahmie is, als toeschrijving aan al-Jahm.

[Toevoeging van de vertaler: sheikh Ibn Baaz (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het is niet toegestaan om de goddelijke Eigenschappen verkeerd te interpreteren, of ze te begrijpen op een andere manier dan de klaarblijkelijke betekenis op een manier die passend is voor Allah, of te zeggen dat kennis over wat bedoeld wordt alleen aan Allah toebehoort. Dit alles valt eerder onder de geloofsovertuigingen van de vernieuwers. Wat betreft Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa’ah, zij interpreteren de aayaat (Koranverzen) en ah’aadieth (profetische overleveringen) die spreken over de goddelijke Eigenschappen niet verkeerd, en zij begrijpen ze niet op een andere manier dan de klaarblijkelijke betekenis, en zij zeggen niet dat kennis over wat bedoeld wordt alleen aan Allah toebehoort. Nee, zij geloven dat elke betekenis (van deze Eigenschappen) welke aangeduid kan worden waar is op een manier zoals dat past bij Allah, moge Hij verheven worden, zonder Hem te vergelijken met Zijn schepping.” (Einde citaat uit Madjmoe’ Fataawaa Ibn Baaz, 2/106-107.)]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

(Zie onder de noten een overzicht van relevante artikelen.)

Noten:

[#1] De Jahmiyyah zijn de volgelingen van Jahm ibn Safan (overleden in 128 H./745 n.C.). Zij ontkennen onder andere dat Allah Ta’aalaa (verheven is Hij) boven Zijn ‘arsh (troon) is en zij beweren dat Hij overal is. Zij leggen de nadruk op redeneren om religieuze waarheden vast te stellen en zij plaatsen redeneren boven de goddelijke openbaringen. (Zie het artikel Waar is Allah?)

[#2] Gedeelte van een h’adieth overgeleverd door Moeslim (2654), verhaald door ‘Abdoellaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden over hem zijn).

[#3] Een h’adieth Qoedsie is een h’adieth waarin de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) een Uitspraak van Allah de Verhevene verhaald. Het is een Heilige overlevering van Allah de Verhevene die niet in de Qor-aan staat. Zie het artikel Het verschil tussen de Qor-aan en h’adieth Qoedsie.

[#4] Overgeleverd door al-Boekhaarie (7405) en Moeslim (2675), verhaald door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn).

[#5] Noot van de vertaler: dat wil zeggen, als de dienaar er naar streeft om dichter tot Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) te komen door middel van gehoorzaamheid, dan zal Allah Ta’aalaa Zijn dienaar in verhouding meer belonen. (Zie Sharh’ Sah’ieh’ Moeslim van an-Nawawie.) Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalde: “De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), verhalend over zijn Heer, zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah liet (de aangewezen engelen over jullie) de goede daden en de slechte daden opschrijven en Hij verduidelijkte hoe. Als iemand van plan is om een goede daad te verrichten en hij doet het niet (iets verhindert hem), dan zal Allah voor hem een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag bij Hem); en als hij van plan is om een goede daad te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah schrijven voor hem (in zijn verslag) bij Hem (de beloning gelijk aan) tien tot zevenhonderd keer, tot vele keren meer; en als iemand van plan is om een slechte daad te verrichten en hij doet het niet (hij ziet er zelf van af), dan zal Allah een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag) bij Hem, en als hij van plan is om het (een slechte daad) te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah één slechte daad opschrijven (in zijn verslag).’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)

[#6] Overgeleverd door al-Boekhaarie (6321) en Moeslim (758), verhaald door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn).

[#7] Overgeleverd door Moeslim (1348), verhaald door ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden over haar zijn), dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen dag waarop Allah meer dienaren redt van het Vuur dan de dag van ‘Arafah. En Hij komt waarlijk dichterbij, waarna Hij trots over hen spreekt tegen de engelen en zegt: ‘Wat willen deze mensen!’”

[#8] Overgeleverd door al-Boekhaarie (806) en Moeslim (182), een lange h’adieth die de woorden bevat (Nederlandstalige interpretatie): “En Allah zal tot hen komen, Hij, de Almachtige en Majesteitelijke.”

[#9] Hij, de Meest Verhevene, zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En jouw Heer komt (om recht te spreken tussen Zijn schepsels) en de engelen komen rij na rij.” [Soerat al-Fadjr (89), aayah 22.]

[#10] Extra toelichting: sheikh Saalih’ as-Soehaymie noemde in zijn uitleg een aantal Eigenschappen en hij paste bij elk hetzelfde principe toe. Bijvoorbeeld, hij zei betreffende de Hand van Allah: “De betekenis van hand is bekend, de hoe is onbekend, imaan (geloof) erin is verplicht en vragen naar de hoe is een innovatie.”

[#11] Overgeleverd door al-Boekhaarie (6227) en Moeslim (2841), verhaald door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn).

[#12] Overgeleverd door atTabaraanie in al-Moe’djam al-Kabier, en door al-Haarith ibn ‘Abie Oesaamah in zijn Moesnad, en door Ibn Khoezaymah in Kitaab at-Tawh’ied van een h’adieth van ‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden over hen beide zijn), en het is door imam Ah’med en Ish’aaq ibn Raahaweyh als authentiek geclassificeerd, zoals vermeld is in Miezaan al-I’tidaal van imam adhz–Dhzahabie.

Extra toelichting: sommige geleerden, zoals Ibn Khoezaymah en anderen, verklaarden deze bewoording als zwak, en zo ook verklaarde sheikh al-Albaanie deze bewoording als zwak in adh–Dha’iefah, h’adieth nummer 1176, wegens vier zwakheden in de keten van overlevering. Ibn Khoezaymah bracht zelf drie zwakheden naar voren, en sheikh al-Albaanie noemde ook de vierde zwakheid. En Allah weet het het best.

[#13] Overgeleverd door imam Ah’med in zijn Moesnad, en het zou volume 5, pagina 243 moeten zijn, en door at-Tirmidzie in zijn Soenan van een h’adieth van Moe’aadz (moge Allah tevreden over hem zijn). Het is door at-Tirmidzie authentiek verklaard en hij zei dat al-Boekhaarie het ook authentiek verklaard heeft, en het is ook door sheikh al-Albaanie als sah’ieh’ (authentiek) geclassificeerd.

[#14] Extra toelichting: de positie van de mensen van de Soennah met betrekking tot de Eigenschappen van Allah de Meest Verhevene is dat we zeggen, zoals imam Maalik gezegd heeft; wat betreft de betekenis van de Eigenschappen, wij bevestigen de betekenis, maar wat betreft hoe de Eigenschappen zijn, dat weten we niet, dus dit is iets wat we aan Allah toevertrouwen en we nemen afstand van het graven in hoe het is: wij weten het niet, we laten dat over aan onze Heer. Allaahoe a’lem (Allah weet het het best). Terwijl de Moefawwidah, de afgedwaalde groep, tafwiedh van de betekenis verrichten, oftewel, zij zeggen dat zij niet weten wat de betekenis is.

Ithaafoel-Qaarie bit-Ta’lieqaat ‘alaa Sharh’is-Soennah
(Een Geschenk Aan De Lezer Als Commentaar Op Sharh’ as-Soennah)
door sheikh Saalih’ ibn Fawzaan al-Fawzaan (moge Allah hem beschermen)
vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah

 

Relevante artikelen:

Kennis over Allah is de basis van alle andere kennis

De 99 Namen van Allah سبحانه وتعالى (sheikh Moh’ammed ibn Saalih’ al-‘Oethaymien, Aboe Talh’ah Daawoed Burbank)

Hoe Allahs Namen en Eigenschappen geïnterpreteerd moeten worden

Samenvatting van de fundamentele principes van de mensen van de Soennah en de Djamaa’ah aangaande de geloofsleer

Verplichte kennis voor elke moslim – de religieuze aspecten die elke moslim en moslimah behoren te weten

Allah schiep Adam naar Zijn evenbeeld (de betekenis van deze h’adieth)

Waar is Allah?

De Handen van Allah

Hoe zit God er uit?

Wat God niet is

God/Allah (diverse artikelen)