Broeder ‘Abdoel-Maalik LeBlanc

Mijn terugkeer naar Allah.

BekeringsverhalenDe Bijbel leidde me naar de Islaam!

‘Abdoel-Maalik LeBlanc vertelt ons hoe hij de Islaam ontdekte binnen de bladzijden van de Bijbel. (Vertaald vanuit het Engels.)

Tijdens mijn christelijke dagen waren er vele verzen in de Bijbel die mij lieten twijfelen aan de religie die ik volgde (het Christendom). Er was een bepaald vers – namelijk 1 Tessalonicenzen 5:17 waarin staat: “Bid onophoudelijk” – dat enorm in mijn gedachte bleef hangen. Ik vroeg mij vaak af hoe een persoon (een christen) dient te bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden? Zonder enige Bijbelse of goddelijke leiding, was ik van mening dat de enige manier waarop dit mogelijk was, altijd goede daden te verrichten en God altijd met mijn tong en in mijn hart te gedenken.

Maar ik vond dit onmogelijk te doen als menselijk wezen. Maar toen ik in 1987 kennis maakte met de Islaam en meer begon te lezen en leren over deze manier van leven, ontdekte ik dat de Islaam in goddelijke leiding voorzag door zowel God (Allah) als de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), waardoor een persoon kan bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden, alsof het de Wil van God was.

Of een persoon nu wakker wordt, eet, slaapt, zijn kleding aantrekt, aanwezig is bij een vrouw, kijkt naar een vrouw, gaat winkelen, naar het toilet gaat, in de spiegel kijkt, reist, de zieken bezoekt, in een niet-religieuze bijeenkomst zit, een bad neemt, geslachtsgemeenschap heeft met zijn vrouw, gaapt, zijn nagels knipt, niest, de mensen groet, praat, gasten ontvangt in zijn huis, loopt, traint, vecht, diens huis binnen gaat, bidt en vele andere handelingen, de Islaam en de leiding daarin van de Edele Qor-aan en de daden en woorden van de profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (de Soennah) voorzien in manieren waardoor ik 1 Tessalonicenzen 5:17 in praktijk kon brengen.

Bovendien was ik hierdoor in staat om rust in mezelf te vinden en in overgave tegenover de Enige en Ware God – Allah de Verhevene.

Deze goddelijke leiding van de Islaam leerde me enorm over mijn verplichtingen, verantwoordelijkheden en geboorterecht tegenover mijn Schepper (Allah), en meer over de religie van het Christendom als een moslim. Ik voelde (door de Wil van Allah de Verhevene) het noodzakelijk om met jullie te delen hoe de Bijbel me naar de Islaam leidde.

 

Christendom

Gezien het feit dat er in de geschiedenis van de Thora (het Oude Testament) nooit een religie genoemd is naar een profeet (d.w.z. Adamdom, Abrahamdom, Mozesdom etc.), hoop ik uit te leggen dat Jezus (vrede zij met hem) niet de religie van het Christendom predikte, maar een religie die alle lof en aanbidding aan de Ene God toekent.

Een van de vragen die ik mijzelf stelde toen ik een objectieve blik wierp op het Christendom was: waar komt het woord “Christendom” vandaan en was dit woord ook maar één keer genoemd tegen Jezus (vrede zij met hem)? Nou, ik vond het woord “Christendom” niet in de Bijbel, zelfs niet in een Bijbel-woordenboek. Sterker nog, ik vond in de Bijbel nergens dat Jezus (vrede zij met hem) zichzelf een christen noemde! (Zie Islam en Christendom in de Bijbel.)

Het woord “christen” werd voor de eerste keer genoemd door een heiden om degenen die Jezus volgden te omschrijven. (#1) Het is 3 keer genoemd in het Nieuwe Testament, waaronder 1 keer door een heiden en jood in Antiochië (#1) rond het jaar 43 n.C. (Handelingen 11:26, Handelingen 26:28 en 1 Petrus 4:16) lang nadat Jezus (vrede zij met hem) deze aarde verlaten had. Om de woorden van heidenen te accepteren en er enige waarde of associatie met goddelijkheid aan toe te kennen, is tegen de leringen van alle profeten (vrede zij met hen).

<<< (#1) “En de discipelen werden te Antiochië voor het eerst christenen genoemd.” (Handelingen 11:26)>>>

<<< (#2) Antiochië: het huidige Antakya, hoofdstad van de provincie Hatay in Zuid- Turkije tegen de grens met Syrië.>>>

Jezus (vrede zij met hem) voorspelde dat mensen hem tevergeefs zouden aanbidden en zouden geloven in doctrines verzonnen door mensen: “…Maar tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen voorschriften van mensen als doctrines.’” (Matteüs 15:9.)

Dit vers, Matteüs 15:9, wordt verder ondersteund door deze woorden uit de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “En gedenk wanneer Allah zal zeggen (#3): ‘O ‘Iesaa ibn Maryam (Jezus zoon van Maria)! Heb jij tegen de mensen gezegd: ‘Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah!?’’ (#4) Hij zal zeggen: ‘Glorieus bent U! Het is niet aan mij om te zeggen waar ik geen recht op heb. Als ik dat gezegd had, had U dat zeker geweten. U weet wat er in mij is, terwijl ik niet weet wat er in U is. Waarlijk, U bent de Alwetende over al-ghoeyoeb (de verborgen en onwaarneembare zaken). Ik heb tegen hen niets gezegd behalve hetgeen waarmee U mij bevolen hebt (#5): ‘Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer (#6).’ En ik was getuige over hen zo lang ik onder hen was. Toen U mij dan opnam (met lichaam en ziel), was U de Toezichthouder over hen en U bent Getuige over alle zaken.’” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 116-117.]

<<< (#3) In de aanwezigheid van degenen die hem en zijn moeder Maria aanbaden. Dit en het volgende vers zijn een enorme waarschuwing voor de christenen van de hele wereld!>>>

<<< (#4) Dit verwijst naar een andere dwaling van de christenen, die Maria – samen met Jezus (vrede zij met hem) en de Heilige Geest – zijn gaan aanbidden, hoewel de Bijbel geen enkel woord over of hint naar deze doctrine bevat. De christelijke wereld was gedurende de eerste drie eeuwen na Jezus (vrede zij met hem) zich niet bewust van deze geloofsovertuiging. De titel “Moeder van God” werd voor het eerst gebruikt tegen het einde van de derde eeuw door enkele theologen uit Alexandrië. Deze woorden werden met groot enthousiasme ontvangen door het gewone volk, doch de Kerk vertoonde in eerste instantie niet de neiging deze doctrine te accepteren en verklaarde de aanbidding van Maria een verkeerde geloofsovertuiging. Vervolgens, tijdens het eerste Concilie van Efeze in 431 n.Chr., werden de woorden ‘Moeder van God’ officieel in gebruik genomen door de Kerk. (#A) Hierdoor begon ‘Mariolatrie’ (Maria-verering) hals over kop te verspreiden, zowel binnen als buiten de Kerk en zo zeer dat tegen de tijd dat de Qor-aan geopenbaard werd, de verheffing van de ‘Moeder van God’ de verheffing van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest overschaduwde. Beelden van haar werden in kerken geplaatst en ze werd aanbeden, om hulp gesmeekt en aangeroepen in het gebed… Hoewel de Protestanten na de Reformatie (in de 16de eeuw) hun best deden Mariolatrie te bestrijden, houdt de Rooms-katholieke Kerk zich er nu nog steeds hartstochtelijk aan vast. (Uit Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.)

(#A) Tijdens dit Concilie werd de twee-naturenleer bevestigd (niet unaniem!), namelijk dat Jezus (vrede zij met hem) in slechts één persoon volkomen God en volkomen mens zou zijn; de godheid en de mensheid zouden in één persoon verenigd zijn – de persoon van het Woord, Zoon van God. Daarom zou Maria de titel ‘Moeder van God’ of Theotokos (God-baarster – degene die God baarde) toekomen; zij zou de moeder van Jezus de God-Mens zijn en niet de moeder van de mens alleen.>>>

<<< (#5) In de Bijbel lezen we o.a.: “Ik kan uit mijzelf niets doen; zoals ik hoor, oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader (= Islaam), Die mij gestuurd heeft (als profeet).” (Johannes 5:30.) En: “Want ik (Jezus) heb niet uit mezelf gesproken; maar de Vader (God) Die mij gezonden heeft (als een profeet), heeft me opgedragen wat ik moet zeggen en wat ik moet uiten.” (Johannes 12:49.) Alsook: “Jezus antwoordde hen, en zei: ‘Mijn doctrine is niet van mij, maar van Hem Die mij gezonden heeft.’” (Johannes 7:16.)>>>

<<< (#6) Zie o.a. Johannes 20:17, waar Jezus (vrede zij met hem) tegen Maria Magdalena zei: “…maar ga naar mijn broeders (in geloof), en zeg tegen hen: ‘Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, en naar mijn God en jullie God.’” Merk op hoe Jezus (vrede zij met hem) zei “mijn God en jullie God”, wat beduidt dat hij behoort tot de schepping van God en dat hij niet zelf God is of een entiteit gelijk aan God.>>>

Ik vond dat Bijbelverzen zoals Johannes 5:30 (#7), Johannes 12:49 (#8), Johannes 14:28 (#9), Jesaja 42:8 (#10) en Handelingen 2:22 (#11) de bovenstaande verzen uit de Qor-aan steunden. (#12)

<<< (#7) “…Ik (Jezus) kan uit mijzelf niets doen; zoals ik hoor, oordeel ik; en mijn oordeel is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de Wil van de Vader (= Islaam), Die mij gestuurd heeft.”>>>

<<< (#8) “Want ik (Jezus) heb niet uit mezelf gesproken; maar de Vader (God) Die mij gezonden heeft (als een profeet), heeft me opgedragen wat ik moet zeggen en wat ik moet uiten.”>>>

<<< (#9) “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…”>>>

<<< (#10) “Ik (God) ben Jehovah, dat is Mijn Naam; en Mijn Eer zal Ik aan geen ander geven…”>>>

<<< (#11) “…Jezus van Nazaret, een man geautoriseerd door God (= een profeet) door middel van machtige daden en wonderen en tekenen die God door middel van hem onder jullie heeft verricht…”>>>

<<< (#12) Lees ook: “Jezus antwoordde hen, en zei: ‘Mijn doctrine is niet van mij, maar van Hem Die mij gezonden heeft.’” (Johannes 7:16.)>>>

Voordat we het onderwerp “Christendom” beëindigen, moet ik nog één klein maar zeer belangrijk punt vermelden. Als de christenen zoals Christus (willen) zijn, of zoals de naam aangeeft “volgelingen van Christus (Jezus)” zijn, waarom groeten zij elkaar dan niet met de woorden “vrede zij met jullie” (salaamoe ‘alaykoem), zoals Jezus (vrede zij met hem) deed volgens o.a. Johannes 20:20: “…Jezus kwam en stond in hun midden, en zei tot hen: ‘Vrede zij met jullie!’”? Zoals velen zullen weten groet een moslim een andere moslim met salaamoe ‘alaykoem: een groet zoals Christus deed! Dit is slechts één voorbeeld van hoe de moslims Christus (vrede zij met hem) meer volgen dan de christenen.

<<<Een ander interessant voorbeeld is het bidden. Meerdere verzen, waaronder Matteüs 26:39: “En hij ging een beetje verder, en viel op zijn gezicht, en bad…”, beschrijven de manier van bidden zoals het nu nog steeds in de Islaam gebeurd. Waarom bidden de christenen niet zoals hun grote voorbeeld? De grote profeet Jezus (vrede zij met hem), die door de christenen verheven is tot zoon van God of zelfs tot God, bad met zijn gezicht op de grond, maar de christenen zitten allemaal op banken in de kerk.>>>

 

Verschillende Bijbels

Het is de moeite waard om te vermelden dat de verwijzingen naar Bijbelverzen die ik in mijn verhaal gebruikt heb, niet overeen hoeven te komen met de Bijbel die u gebruikt. Er zijn VELE Bijbels op de markt die door verschillende christelijke groeperingen gebruikt worden en al deze sekten beweren dat hun versie, hoewel anders dan de andere, de juiste en het ware woord van God is. Enkele voorbeelden zijn: The Revised Standard Version 1952 & 1971, New American Standard Bible, The Holy Bible; New International Version, the Living Bible, New World Translation of the Holy Scriptures gebruikt door de Jehovah Getuigen, Roman Catholic Version en de King James Version. Opmerking: ik ontdekte in niet één van deze Bijbels waar het “Nieuwe Testament” zichzelf het “Nieuwe Testament” noemt, en nergens noemt het “Oude Testament” zichzelf “Oude (?) Testament”! Ook het woord “Bijbel” komt nergens voor op de bladzijden van de Bijbel.

Ik wil graag met jullie informatie delen wat aantoont dat de Bijbel helemaal niet het woord van God is! Dit is een zeer uitgebreid onderwerp, maar kort wil ik het volgende hierover zeggen: op 8 september 1957 plaatsten de Jehovah Getuigen in hun Awake magazine deze verassende kop: “50,000 Errors in the Bible”. Als u een Jehovah getuige zou vragen over deze kop, zou hij kunnen antwoorden dat tegenwoordig de meeste van die fouten al verwijderd zijn. Hoe veel zijn er verwijderd, 5000? Zelfs al zouden er nog 50 fouten overgebleven zijn, zou ook maar iemand het lef hebben om deze aan God toe te schrijven?

Laat mij een andere vraag stellen: als een “heilig” boek tegenstrijdige verzen zou bevatten, zou u het dan nog steeds als heilig beschouwen? Waarschijnlijk zou u “natuurlijk niet” zeggen. Laat me nu eens enkele tegenstrijdige verzen met u delen:

Exodus 33:20 geeft aan: “Jij (O Mozes) kunt mijn aangezicht niet zien; want geen mens zal mij zien en leven…”

Terwijl er in Genesis 32:30 verklaard wordt: “En Jakob gaf de plaats de naam Peniël (het Gezicht van God): want, [zei hij], ik heb God gezien, van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is behouden gebleven…”

In Johannes 5:31-32 lezen we: “Als ik (Jezus) getuig van mijzelf, is mijn getuigenis niet waar. Het is een ander die van mij getuigt…”

Vergelijk dit eens met Johannes 8:14: “Jezus antwoordde en zei tegen hen: ‘Ook al getuig ik (Jezus) van mijzelf, mijn getuigenis is waar…”

Een ander voorbeeld is Johannes 3:13, waarin we lezen: “En niemand is opgestegen naar de hemel, behalve hij (Jezus) die uit de hemel neerdaalde…”

Vergelijk maar eens met 2 Koningen 2:11: “…En Elia steeg door een wervelwind op naar de hemel…”

In 1 Johannes 3:9 lezen we: “Eenieder die uit God geboren is, doet geen zonden, want Zijn Zaad blijft in hem…”

Maar 2 Kronieken 6:36 lezen we iets heel anders: “…want er is geen mens die niet zondigt…”

Er zijn nog vele voorbeelden te noemen, voorbeelden die stuk voor stuk aantonen dat er behoorlijk geknoeid is met de huidige Bijbel.

Hoe kunnen de door God “geïnspireerde woorden” de genealogie van Jezus (vrede zij met hem) weergeven (zelfs foutief: zie o.a. Matteüs 1:6-16 en Lucas 3:23-31), terwijl Jezus (vrede zij met hem) geen vader had!?

Kijk eens naar 2 Koningen 19:1-37 en vervolgens naar Jesaja 37:1-38. Waarom zijn de woorden van deze verzen identiek aan elkaar? Toch zijn ze toegeschreven aan verschillende auteurs! De ene onbekend en de andere aan Jesaja, die eeuwen uit elkaar liggen; en toch beweren de christenen dat deze boeken geïnspireerd zijn door God.

Door de beknopte punten die ik hierboven genoemd heb en het feit dat Bijbelgeleerden de menselijke aard en menselijke samenstelling van de Bijbel zelf erkend hebben, moet er in de gedachte van de christen enige acceptatie ontstaan van het feit dat niet elk woord van de Bijbel ook daadwerkelijk Gods Woord is. (Zie o.a. Paulus over de Bijbel: is 100% van de Bijbel geïnspireerd door God?)

 

De Evangeliën

Als u Lucas 1:1-3 leest (#13), zult u zien, zoals ik ook zag, dat Lucas (die niet één van de 12 discipelen was en Jezus nooit ontmoette) hier zegt dat hij zelf geen ooggetuige was en dat de kennis die hij verzamelde van ooggetuigen was en niet als woorden geïnspireerd door God. Trouwens, waarom begint elk “Evangelie” met de introductie “Het evangelie naar (volgens)…”? Waarom “volgens…”? De reden hiervoor is dat geen één van de vier Evangeliën de naam draagt van de oorspronkelijke bron! Zelfs het interne bewijs van Matteüs 9:9 toont aan dat Matteüs niet de auteur is van het eerste evangelie welke zijn naam draagt: “En toen Jezus vandaar verder ging, zag hij een man, Matteüs genaamd, zittend bij het tolhuis: en hij (Jezus) zei tegen hem (Matteüs): ‘Volg mij (Jezus).’ En hij (Matteüs) stond op en volgde hem (Jezus).”

<<< (#13) “Aangezien velen de taak op zich hebben genomen om een beschrijving op te stellen aangaande die kwesties die volbracht zijn onder ons, zoals zij ze aan ons overgeleverd hebben, degenen die vanaf het begin ooggetuigen waren en dienaren van het woord, leek het ook mij goed, na het verloop van alle dingen nauwkeurig te hebben nagegaan, vanaf de eerste, ordelijk aan u te schrijven, hoogedele Theofilus.”>>>

Men kan zonder enige twijfel zien dat de hij’s en de hem’s in het bovenvermelde vers niet verwijzen naar Jezus (vrede zij met hem) of Matteüs als de auteur, maar een derde persoon schreef wat hij zag of hoorde – een geruchtachtig verslag en geen woorden geïnspireerd door God.

Het is de moeite waard om te vermelden, en wel bekend in de gehele religieuze wereld, dat de keus van de vier huidige “Evangeliën” van het Nieuwe Testament (Matteüs, Markus, Lucas en Johannes) vastgelegd werd tijdens de Concilies van Nicea in 325 n.C. (#14) voor politieke redenen onder bescherming van de heidense keizer Constantijn de Grote, en niet door Jezus (vrede zij met hem). Constantijns gedachten waren niet onderwezen door studie of inspiratie. Hij was een heiden, een tiran en crimineel die zijn zoon Crispus, zijn vrouw Fausta en duizenden onschuldige individuen vermoordde vanwege zijn begeerte naar politieke macht. Constantijn bekrachtigde ook andere beslissingen in de Geloofsbelijdenis van Nicea zoals de beslissing om Christus “de Zoon van God, de enige verwekte van de vader” te noemen.

<<< (#14) Tijdens dit Eerste Concilie van Nicea werd ook het conflict tussen Alexander, bisschop van Alexandrië, en diens presbyter Arius besproken dat ging over de verhouding van de Logos (de Zoon) tot God (de Vader), waarbij Alexander de nadruk legde op het God-zijn van de Zoon, terwijl Arius het geschapen-zijn van de Zoon poneerde. Deze strijd had het Oosten in heftige beroering gebracht, hetgeen de keizer in zijn politiek slecht gelegen kwam. Arius, die zelf zijn opvattingen op het concilie verdedigde, werd met enige aanhangers veroordeeld.>>>

Letterlijk honderden evangeliën en religieuze teksten werden voor de mensen verborgen gehouden. Sommige van die teksten waren geschreven door de discipelen van Jezus (vrede zij met hem) en velen van deze teksten waren ooggetuigenverslagen van de daden van Jezus (vrede zij met hem). De Concilies van Nicea besloot om alle evangeliën geschreven in het Hebreeuws te vernietigen, wat resulteerde in het verbranden van bijna driehonderd verslagen. Als deze teksten niet authentieker waren dan de huidige vier evangeliën, dan waren zij op zijn minst even authentiek. Sommige van hen zijn nog steeds beschikbaar, zoals het Evangelie van Barnabas en de herder van Hermas, welke overeenstemmen met de Qor-aan. Het Evangelie van Barnabas is tot nu toe het enige ooggetuigenverslag van het leven en de missie van Jezus (vrede zij met hem). Zelfs vandaag de dag verwerpen de hele Protestantse wereld, de Jehovah Getuigen, de Zevende Dag Adventisten en andere sekten en kerkgenootschappen de Rooms-katholieke versie van de Bijbel, omdat het zeven “extra” boeken bevat. De Protestanten hebben dapper zeven hele boeken uit hun “Woord van God” verwijderd. Enkele van de verschoppelingen zijn de Boeken van Judith, Tobnias, Baruch en Esther.

Betreffende Jezus’ leringen over het Evangelie (al-Indjiel) noemen de evangelieschrijvers herhaaldelijk dat Jezus (vrede zij met hem) het Evangelie predikte: Matteüs 9:35, Markus 8:35 en Lucas 20:1. Het woord “Evangelie” wordt herhaaldelijk genoemd in de Bijbel. Maar in de Griekse editie van het Nieuwe Testament wordt het woord Evangeline gebruikt i.p.v. het woord Evangelie, wat vertaald wordt als “het goede nieuws”. Mijn vraag was: welk Evangelie predikte Jezus (vrede zij met hem)? Van de 27 boeken van het Nieuwe Testament, kan slechts een klein deel geaccepteerd worden als het woord van Jezus (vrede zij met hem), en van slechts 4 van de 27 boeken is bekend dat zij toegeschreven worden als het Evangelie van Jezus (vrede zij met hem). De overige 23 werden waarschijnlijk geschreven door Paulus en andere personen. Moslims geloven dat Gods goede nieuws aan Jezus (vrede zij met hem) was gegeven, maar zij erkennen de vier huidige Evangeliën niet als de woorden van Jezus (vrede zij met hem).

Het eerste Evangelie was die van Markus, welke geschreven werd rond 60-75 n.C. Markus was de zoon van de zus van Barnabas. Matteüs was een tollenaar, een minderwaardige ambtenaar die niet rondreisde met Jezus (vrede zij met hem). Het Evangelie naar Lucas werd pas veel later geschreven, en in feite afkomstig van dezelfde bronnen als die van de Evangeliën van Markus en Matteüs. Lucas was de geneesheer van Paulus en zoals Paulus had hij Jezus (vrede zij met hem) nooit ontmoet. Trouwens, wist u dat de namen Markus en Lucas niet horen tot de 12 aangewezen apostelen van Jezus (vrede zij met hem) zoals genoemd in Matteüs 10:2-4?

“De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broer; Jakobus [de zoon] van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer; Filippus, en Bartolomeüs; Tomas, en Matteüs de tollenaar; Jakobus [de zoon] van Alfeüs, en Taddeüs; Simon de Kanaäniet, en Judas Iskariot, die hem (Jezus) ook verraden heeft.” (Matteüs 10:2-4.)

Het Evangelie van Johannes is van andere bron afkomstig en werd geschreven rond het jaar 100 n.C. Hij (Johannes) dient niet verward te worden met Johannes de Apostel, die onthoofd werd door Agrippa I in het jaar 44 n.C., lang voordat dit evangelie werd geschreven. Toch dient dit geaccepteerd te worden als een betrouwbaar verslag van het leven van Jezus (vrede zij met hem) en het werd opgenomen in de Bijbel.

Christenen, zoals ik eens ook was, zijn trots op de Evangeliën volgens Matteüs, volgens Markus, volgens Lucas en volgens Johannes. Maar, als we er even over na denken, dan is er geen één Evangelie volgens Jezus (vrede zij met hem) zelf!

Volgens het voorwoord van de KJV (King James Version) nieuwe open Bijbel studie editie, was het woord “evangelie” toegevoegd aan de originele titels; volgens Matteüs, volgens Markus, volgens Lucas en volgens Johannes. De toestemming om teksten “volgens…” het Evangelie te noemen, werd niet gegeven door Jezus (vrede zij met hem), noch door enige andere goddelijke leiding. Deze teksten (Matteüs, Markus, Lucas en Johannes) waren nooit het originele Evangelie. Daarom kan Markus 1:1 (“Het begin van het evangelie van Jezus Christus…”) nooit een ware verklaring zijn dat deze tekst het Evangelie van Jezus (vrede zij met hem) is.

We dienen te vermelden dat moslims dienen te geloven in alle goddelijke geschriften in hun originele vorm, alsook in hun profeten, en geen verschil tussen hen moeten maken: de Thora of at-Tawraat (aan Mozes – vrede zij met hem); de Psalmen of az-Zaboer (aan David – vrede zij met hem); het Evangelie of al-Indjiel (aan Jezus – vrede zij met hem); en de Koran of al-Qor-aan (aan Moh’ammed – Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Het is duidelijk in de Qor-aan vermeld (in 3:3) dat Allah de Verhevene de Thora en het Evangelie neergezonden heeft, maar geen van deze geschriften is nog in zijn originele vorm aanwezig, behalve de Qor-aan, welke voor de gehele mensheid is, overal en te allen tijde, neergezonden is.

Naast andere redenen waarom de Qor-aan neergezonden is tot de mensheid, was het, zoals vermeld in 18:4-5, om de christenen te waarschuwen tegen een verschrikkelijke bestraffing indien zij niet zouden stoppen met het zeggen van: “Allah heeft Zich een zoon genomen.”

Moslims geloven oprecht dat alles wat Jezus (vrede zij met hem) predikte van God kwam; het Evangelie (al-Indjiel): het “goede nieuws” en de leiding van God voor Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël, d.w.z. Jakob – vrede zij met hem). Er is op geen één plaats genoemd in de huidige vier evangeliën dat Jezus (vrede zij met hem) een enkel woord van zijn Evangelie schreef, noch is het genoemd dat Jezus (vrede zij met hem) iemand de opdracht gaf om dat te doen. Wat vandaag de dag doorgaat als de vier evangeliën, zijn in feite het werk van een derde partij, namelijk menselijke handen. Allah de Verhevene zegt in Zijn Edele Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Wee dan degenen die het Boek schrijven met hun (eigen) handen (volgens hun begeerten) en vervolgens zeggen: ‘Dit komt van Allah,’ om daarmee een geringe beloning (tijdelijk werelds voordeel) te verkrijgen! Wee dan voor hen vanwege wat hun handen geschreven hebben, en wee voor hen vanwege wat zij (daarmee) verdiend hebben!” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 79.]

<<<Er is waarlijk reeds gewaarschuwd tegen het knoeien met Gods leringen. In de Bijbel lezen we o.a. in Deuteronomium 12:32: “Wat Ik jullie ook gebied, neem dat in acht: jullie dienen daaraan niets toe te voegen, noch daarvan af te nemen…” En in Deuteronomium 4:2 lezen we: “Jullie dienen niets toe te voegen aan het woord dat Ik jullie gebied, noch dienen jullie daarvan iets af te nemen…” De Joden werden niet voor niets vervloekt (zie o.a. het artikel De misleiding van de joden), want in de Bijbel wordt nadrukkelijk aangegeven dat zij knoeiden met het Heilige Schrift: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers hebben valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.)>>>

 

Jezus als de zoon van God

Is Jezus (vrede zij met hem) de zoon van God? Matteüs 3:17 zou door sommige christenen gebruikt kunnen worden om het goddelijke zoonschap van Jezus (vrede zij met hem) te ondersteunen. Als Matteüs 3:17 (“En zie, een stem uit de hemelen, zeggende: ‘Dit is Mijn geliefde zoon, in wie Ik Mijn welbehagen heb’”) gebruikt wordt om het goddelijke zoonschap te ondersteunen, dan dient er geen ander vers te zijn die het tegenspreekt of een gelijkwaardig goddelijk zoonschap geeft aan een ander persoon in het Oude of Nieuwe Testament. Maar we kunnen vele verwijzingen vinden in het Oude en Nieuwe Testament die vermelden dat andere personen, anders dan Jezus (vrede zij met hem), ook een goddelijk zoonschap hebben tot God. Kijk maar eens naar Exodus 4:22: “…Zo zegt Jehovah: ‘Israël is mijn zoon, mijn eerstgeborene.’” En in 2 Samuel 7:14 en 1 Kronieken 22:10 lezen we: “Ik (Jehovah) zal zijn vader zijn, en hij (Salomo) zal Mijn zoon zijn…” Jeremia 31:9 vertelt ons: “…Want Ik (Jehovah) ben een vader voor Israël, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.” Dit zijn slechts een paar voorbeelden.

Het woord “zoon” moet men niet letterlijk zien, omdat God vele van Zijn uitverkoren dienaren aanspreekt met ‘zoon’ en ‘zonen’. Sommige joden hebben ook beweerd dat Ezra (‘Oezayr) de zoon van God zou zijn. De Griekse woorden in het Nieuwe Testament die gebruikt worden voor “zoon” (pias en paida, welke dienaar of zoon in de zin van dienaar betekenen) zijn in sommige vertalingen van de Bijbel vertaald als zoon als verwijzing naar Jezus (vrede zij met hem) en als dienaar als verwijzing naar anderen.

Bovendien komt de term “Vader” zoals dat gebruikt wordt door Jezus (vrede zij met hem), meer overeen met de term Rabb (Heer), d.w.z. Degene Die onderhoudt en voorziet, zodat in de doctrine van Jezus (vrede zij met hem), God is de “Vader” – Onderhouder en Voorziener – van alle mensen. Het Nieuwe Testament interpreteert “zoon van God” ook als zijnde iets mystiek/symbolisch: “Want allen die geleid worden door de Geest van God, zij zijn zonen van God.” (Romeinen 8:14.) Deze mystieke suggestie wordt verder ondersteund doordat Jezus (vrede zij met hem) de enig verwekte zoon van God genoemd wordt.

In Psalmen 2:7 zegt Jehovah (God) tegen David (vrede zij met hem): “…Jij bent Mijn zoon; vandaag heb Ik jou verwekt.” Betekent dit dat God twee zonen had? Jezus (vrede zij met hem) zei ook dat God niet alleen zijn Vader was, maar ook uw Vader (Matteüs 5:45, 48). Lucas 3:38 zegt: “…[de zoon] van Set, [de zoon] van Adam, [de zoon] van God.”

En wie wordt er bedoeld in Hebreeën 7:3, die “…aan de zoon van God gelijkgesteld…” zou zijn? Het is Melchisedek, koning van Salem, zoals vermeld is in Hebreeën 7:1. Hij (Melchisedek) is meer uniek dan Jezus of Adam (vrede zij met hen)! [“Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, die Abraham ontmoette… heeft geen vader, geen moeder, geen stamboom, heeft geen begin van dagen noch einde van leven…” (Hebreeën 7:1-3.) Dit zijn goddelijke eigenschappen!!!] Waarom geniet hij niet de voorkeur om de zoon van God te zijn? Bovendien had Adam (vrede zij met hem) geen vader en geen moeder, maar hij was de eerste mens die door God geschapen was en in gelijkenis tot God om in de tuinen van Eden en op aarde te bestaan. Geeft dit niet meer recht aan Adam (vrede zij met hem) om zoon van God in de ware betekenis genoemd te worden?

Ik wil graag een duidelijke tegenstrijdigheid met jullie delen tussen Johannes 3:16, Lucas 10:25-28 en Matteüs 19:16-17. In Johannes 3:16 lezen we: “Want God had de wereld dusdanig lief, dat Hij Zijn enige verwekte (#15) zoon gegeven heeft, zodat al wie in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Moslims geloven in Jezus, dus goed nieuws voor de moslims!)

<<< (#15) In De Nieuwe Bijbelvertaling is “verwekt” gewoon weggelaten en staat er “enige Zoon”. In diverse andere vertalingen gebruiken ze “eniggeboren Zoon”.>>>

Laten we nu Lucas 10:25-28 eens lezen: “En zie, een bepaalde wetgeleerde stond op om hem (Jezus) te verzoeken, zeggende: ‘Meester, wat dien ik te doen om eeuwig leven te beërven?’ En hij zei tegen hem: ‘Wat staat in de wet geschreven? Hoe lees jij?’ En hij zei antwoordend: ‘Je dient de Heer jouw God lief te hebben met heel jouw hart, en met heel jouw ziel, en met heel jouw kracht, en met heel jouw verstand; alsook jouw medemens zoals jezelf.’ En hij zei tegen hem: ‘Je hebt juist geantwoord: doe dit, en je zult leven.”

Deze verzen vertellen ons dat het erven van eeuwig leven voor iedereen is die slechts gelooft in de Ene Ware God en die alleen Hem aanbidt (zonder deelgenoten aan Hem toe te kennen). Lucas 10:25-28 komt overeen met Matteüs 19:16-17, waarin staat: “En zie, iemand kwam en zei tegen hem: ‘Goede meester, welke goedheid dien ik te doen, zodat ik het eeuwige leven zal hebben?’ En hij (Jezus) zei tegen hem: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed, behalve één, dat is God (#16); maar indien je het (eeuwige) leven (het Paradijs) wilt binnengaan, houd dan de geboden in acht.’” (Matteüs 19:16-17.)

<<< (#16) Jezus (vrede zij met hem) geeft hier exclusiviteit aan God de Vader. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komen alleen God de Vader (Allah) toe, niet hem: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.)>>>

Er is geen gebod dat zegt dat je Jezus moet aanbidden, maar er zijn geboden die ons vertellen om alleen God te aanbidden!

In Lucas 4:41 (#17) weigert Jezus (vrede zij met hem) de Zoon van God genoemd te worden door demonen. Denkt u dat Jezus (vrede zij met hem) de demonen zal berispen, of iemand anders, voor deze zaak, voor het zeggen van de waarheid? Zonder twijfel NEE! Jezus (vrede zij met hem) berispte de demonen omdat zij iets onjuist zeiden door hem de Zoon van God te noemen. Als de demonen wisten dat Jezus (vrede zij met hem) de Christus was, en Jezus (vrede zij met hem) zou hen de mond snoeren als zij hem de Christus noemde, dan zou dat een tegenstrijdigheid zijn in de missie van Jezus (vrede zij met hem).

<<< (#17) “En ook gingen er bij velen boze geesten uit, roepende en zeggende: ‘Jij bent de Zoon van God.’ En hij (Jezus) berispte hen, en stond hen niet toe te spreken, omdat zij wisten dat hij de Christus was.”>>>

Bovendien bevestigen verzen zoals Johannes 3:2, Johannes 6:14, Johannes 7:40, Matteüs 21:11, Lucas 7:16 en 24:19, dat Jezus (vrede zij met hem) de titel van prediker en profeet accepteerde en hij noemde zichzelf meestal de zoon des mensen. Het meest overtuigende vers dat zegt dat Jezus (vrede zij met hem) de zoon (dienaar) is des mensen, is Markus 14:62 (#18) waar Jezus (vrede zij met hem) de Dag des Oordeels noemt. Jezus (vrede zij met hem) zei duidelijk dat we de zoon des mensen zouden zien, en niet de zoon van God, zittend aan de rechterhand der Macht, en komend met wolken van de hemel.

<<< (#18) “…en jullie zullen de zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der Macht, en komend met de wolken des hemels.” (Markus 14:62.)>>>

De daad van verwekken is een lichamelijke daad en zo’n daad gaat tegen Gods Aard in. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Het is niet passend voor (de Majesteitelijkheid van) Allah dat Hij een zoon neemt, Glorieus is Hij (en Verheven boven alles wat ze Hem valselijk toeschrijven). Wanneer Hij een kwestie besloten heeft, dan zegt Hij er slechts tegen: ‘Wees!’ – waarna het is.” [Soerat Maryam (19), aayah 35.]

De leringen over Jezus als de Zoon van God werden niet door Jezus (vrede zij met hem) gepredikt, noch door hem geaccepteerd, maar zij werden onderwezen door Paulus zoals ondersteund wordt door Handelingen 9:20: “En onmiddellijk predikte hij Christus in de synagogen, dat hij de Zoon van God is.”

Beweerde Jezus (vrede zij met hem) ooit God te zijn? Of zei hij: “Hier ben ik, jullie God, aanbid mij”? Het antwoord is NEE. Er is geen enkele ondubbelzinnige verklaring in de Bijbel waardoor Jezus (vrede zij met hem) zelf verklaart: “Ik ben God, aanbid mij daarom.” Feitelijk zijn alle meer dan tweeduizend verzen van de zendbrieven van Paulus zijn eigen verzinsels, inclusief Romeinen 9:5 waarin staat, afhankelijk van de Bijbel die u leest: “…Christus, die boven alles is…” [Dit is in tegenspraak met o.a. Johannes 14:28: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…”]

Christenen dienen te weten dat Paulus zijn eigen evangelie vertelt, niet Jezus (vrede zij met hem), in zijn zendbrief naar de Romeinen wanneer hij zegt in Romeinen 2:16: “Op de Dag wanneer, volgens mijn evangelie, God de geheimen der mensen zal beoordelen door Jezus Christus.”

In feite dienen de zendbrieven van Paulus aan de Romeinen als de basis van het huidige Christendom. Aldus zullen de inspanningen van de christenen in dit leven verloren gaan, terwijl zij denken dat zij het goede verrichten en het goede zullen krijgen door hun werken terwijl zij deelgenoten aan God toeschrijven, zoals verklaard wordt in de Qor-aan (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Zullen wij jullie vertellen over de grootste verliezers betreffende (hun) daden? Degenen wier inspanningen in het wereldse leven verloren zijn geraakt terwijl zij dachten dat zij goed deden. (#19) Zij zijn degenen die ongelovig zijn in de aayaat (bewijzen, tekenen, verzen) van hun Heer en de ontmoeting met Hem (in het Hiernamaals).’ Dus zullen hun daden verloren gaan en kennen Wij aan hen op de Dag der Opstanding geen waarde toe. Dat zal hun vergelding zijn – de Hel! – vanwege hun ongeloof, en zij namen Mijn aayaat (bewijzen, tekenen, verzen) en Mijn boodschappers als bespotting.” [Soerat al-Kahf (18), aayah 103-106.] (#20)

<<< (#19) D.w.z. degenen die trots zijn op hun daden in dit leven en die nu ontdekken dat hun werken totaal niet baten. Hun verlies is groter omdat zij misplaatst vertrouwen hadden in hun eigen daden of in de hulp van valse “beschermers”. Voor de acceptatie van rechtschapen daden is het noodzakelijk dat de volgende twee basisvoorwaarden aanwezig zijn: (1) ikhlaas – oprechtheid, de intentie moet zijn dat men deze daden volledig omwille van Allah de Verhevene verricht en niet om op te vallen of enig werelds gewin te verwerven in de vorm van geld of eer etc.; (2) een dergelijke daad dient verricht te worden in overeenstemming met de Soennah van Allahs boodschapper, Moh’ammed ibn ‘Abdoellaah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), de laatste der profeten en boodschappers. ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand iets innoveert wat niet aanwezig is in onze religie (de Islaam), dan zal dat ding (die daad) verworpen worden.” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie, 3/2697.)>>>

<<< (#20) Maar ook in de Bijbel worden zij gewaarschuwd, Jezus (vrede zij met hem) zegt in Marcus 7:6-9 + 13: “…‘Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij. Maar tevergeefs eren zij mij, omdat zij leringen van mensen [als hun] doctrines leren. Jullie verlaten het gebod van God, en houden vast aan de traditie van mensen.’ En hij zei tegen hen: ‘Jullie verwerpen wel mooi het gebod van God, om jullie traditie in stand te houden… …het Woord van God nietig makend door jullie traditie…” Deze kwestie is zeer serieus. In de Bijbel lezen we o.a. in Matteüs 7:21-23: “Niet iedereen die Heer, Heer, tegen mij zegt, zal het hemelse Koninkrijk (het Paradijs) binnengaan; slechts hij die handelt naar de Wil van mijn Vader Die in de hemel is. (#A) Velen zullen die Dag (de Dag der Opstanding) tegen mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivels verjaagd? En in uw naam vele wonderbaarlijke daden verricht?’ En dan zal ik tot hen betuigen: ‘Ik heb jullie nooit gekend: ga weg van mij, jullie die zondig handelen (of: werkers der wetteloosheid)!’”

(#A) Het handelen naar de Wil van God = Islaam!>>>

Inderdaad, het is zo vreemd en ironisch, wetend dat geen van de zendbrieven van Paulus aan de Romeinen, meer dan 430 verzen, ooit geformuleerd zijn door Jezus (vrede zij met hem). Paulus had directe verwijzingen moeten maken naar de oorspronkelijke leringen van Jezus (vrede zij met hem), als zijn aanspraak op het apostelschap door goddelijke inspiratie inderdaad waar was. Maar in plaats daarvan zijn grote delen van zijn Bijbelse citaten in zijn zendbrieven (met name die in de zendbrieven aan de Romeinen) genomen uit het Oude Testament – Genesis, Exodus, Leviticus, Deuteronomium, 2 Samuël, 1 Koningen, Psalmen, Spreuken, Jesaja, Ezechiël en Hosea. Zijn zendbrieven waren, inderdaad, een product van langdradige inspanningen, maar dat maakt Paulus nog niet veel beter dan iemand van de andere mannen die de Bijbel schreven, noch maakt dit hem een profeet.

Andere praktijken die door toedoen van Paulus werden aangenomen, omvatten: de Romeinse zon-dag als de christelijke sabbat; de traditionele geboortedag van de zonnegod als de geboortedag van Jezus (vrede zij met hem); het symbool van de zonnegod (het kruis van licht) als het symbool van de christenen; en, het tot één geheel verenigen van alle ceremonies welke verricht werden op de verjaardag van de zonnegod.

Aangezien ik tot een einde kom betreffende de positie van Christus, wil ik graag mijn christelijke lezers vragen om te buigen en oprecht tot God te bidden en Hem te vragen om Zijn vloek over u, uw vrouw, uw zonen en uw dochters te laten komen indien wat u gelooft over Christus (Christus is God, Zoon van God of deel van de drie-eenheid van God) onjuist is. Evenzo heb ik geleerd dat als je een moslim vraagt om oprecht tot God te bidden en Zijn vloek op zichzelf, zijn vrouw, zijn zonen en zijn dochters te vragen indien wat hij zegt over Christus (profeet, boodschapper van God, een woord van God) onjuist is, dat de moslims dan standvastig zijn in hun geloof, wetend dat Christus niet God is, noch de Zoon van God en noch een deel van de drie-eenheid van God. Deze oefening om God te vragen om uzelf en uw familie te vervloeken lijkt wat wreed, maar het zal twee dingen aantonen: (1) het zal u laten inzien dat u op het verkeerde pad bent; en (2) het zal u op het rechte pad plaatsen, inshaa-a Allaah (als God dat wil).

Alle lof is voor Allah, Die mij dit op tijd heeft laten inzien en kennis heeft laten maken met de Islaam, een religie zonder al dit soort tegenstrijdigheden maar dat juist antwoorden geeft en in een mooie manier van leven voorziet waardoor een persoon kan bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden, zoals in 1 Tessalonicenzen 5:17 staat: “…bidt onophoudelijk …”

‘Abdoel-Maalik LeBlanc

 

Relevante artikelen:

Andere bekeringsverhalen

Artikelen over de Islam

Artikelen over het Christendom