Biografie van Sa’d ibn Abie Waqqaas

Radhyallaahoe ‘anhoe – moge Allah tevreden over hem zijn.

Biografieen klVertaald en bewerkt door Aboe ‘Abdoellah.

Ga naar Biografieën voor meer biografieën.

Zijn naam is Sa’d ibn Maalik ibn Oehayb ibn ‘Abd Manaaf ibn Zohrah ibn Kilaab ibn Moerrah ibn Ka’b ibn Loe-ay. Hij stamt af van Banoe Zoehrah. Zij behoren tot de familie van Aminah ibn Wahb, de moeder van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem – vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en had familiebanden met de ooms van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Zijn stamboom doorkruist die van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) bij Kilaab ibn Moerrah. Hij was kort van lengte en had een donkere huidskleur. Hij had krullende haren en stond vooral bekend om zijn scherpe zienswijze. Zijn bijnaam (koenyaa) was Aboe Is-h’aaq.

Zeer zeker beoordeelt de Islaam de mens niet op basis van zijn uiterlijk of kleur, maar aan de hand van zijn vrees (taqwaa) voor Allah en aan de puurheid van zijn geloofsbelijdenis (ikhlaas). Wij worden beoordeeld aan de hand van onze intenties en daden. Iemand die Allah te allen tijde vreest en gedenkt zal meer goede daden winnen, en zijn slechte daden zullen automatisch verminderen. Waarlijk, de meest geëerde bij Allah is de godvrezende dienaar. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Skelet wp

 

Zijn bekering tot de Islaam

Het vinden van de waarheid is een noodzaak voor ieder weldenkend mens. En wanneer de waarheid gevonden wordt, zal dat leiden naar een succesvol leven, in shaa-a Allaah. De waarheid is waardevoller dan welke schat dan ook op aarde.

Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe – moge Allah tevreden over hem zijn) was één van de eerste moslims die het licht van de waarheid zagen. Zijn snelle acceptatie van de Islaam laat zeer zeker zien dat zijn hart op zoek was naar de verlossing. En toen het eenmaal in aanraking kwam met de woorden van onze geliefde profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) was het een kwestie van tijd voordat hij zich begaf op het pad van verlossing, op het pad dat hem zou leiden naar grote hoogtes in de geschiedenis van de Islaam – en uiteindelijk naar de verlossende woorden van de gezant van Allah de Almachtige.

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) accepteerde de Islaam door de uitnodiging van Aboe Bakr (radhyallaahoe ‘anhoe). Toen Aboe Bakr (radhyallaahoe ‘anhoe) de Islaam accepteerde, maakte hij dit openlijk bekend en riep hij anderen naar Allah op en stelde hij zijn hele leven en rijkdom ten dienste van de Islaam. Hij was een gerespecteerde en geliefde man in zijn gemeenschap en hij was bij iedereen bekend. De mensen van Qoeraysh waren gewend om zich naar hem te wenden wanneer er problemen waren, vanwege zijn kennis en goed gezelschap. Hij sprak met iedereen die hij kende en vertrouwde over de Islaam. ‘Oethmaan, az-Zoebayr, ‘Abdoer-Rah’maan ibn ‘Awf, Sa’d ibn Abie Waqqaas en Talh’ah ibn ‘Oebaydoellaah (radhyallaahoe ‘anhoem – moge Allah tevreden over hen zijn), allen accepteerden de verlossende woorden en de Islaam als hun laatste geloof door Aboe Bakr (radhyallaahoe ‘anhoe).

Eenmaal het licht binnengetreden was er voor Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe) geen houden meer aan. Niets deed er meer aan toe behalve Allah de Meest Barmhartige en zijn geliefde profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Er was voor Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) geen compromis meer in het leven wanneer de grenzen naar de duisternis werden overschreden. Hij was trots op zijn Islaam, werkte hard voor de Islaam en uitte dat op elk mogelijke manier. Een welbekende gebeurtenis die bij velen bekend is, was zijn omgang en zorgzaamheid voor zijn moeder. Deze gebeurtenis laat nogmaals zien hoe diepgeworteld zijn liefde voor de Islaam was. Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe) hield zeer veel van zijn moeder en had alles voor haar over, ook al was zij geen moslimah. Het was omwille van Sa’ds band met zijn moeder, en haar poging om hem weer terug te laten keren naar de duisternis (van polytheïsme) na zijn acceptatie van de Islaam, dat in de Nobele Qor-aan werd geopenbaard (Nederlandstalige interpretatie): “En Wij bevolen de mens goedheid jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg hem in zwakheid op zwakheid en zijn zogen duurde twee jaar. Wees daarom dankbaar jegens Mij en jouw ouders. Tot Mij alleen is de terugkeer. En als zij ernaar streven om jou deelgenoten toe te laten kennen aan Mij, waarover jij geen kennis hebt, gehoorzaam hen dan niet, en vergezel hen beiden met goedheid in deze wereld. En volg de weg van hem die zich berouwvol tot Mij heeft gewend. Vervolgens is tot Mij alleen jullie terugkeer, dan zal Ik jullie berichten over hetgeen jullie gewoon waren te doen.” [Soerat Loeqmaan (31), aayah 14-15.]

Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe) verhaalde: “Ik was gehoorzaam jegens mijn moeder, maar toen ik de Islaam accepteerde zei zij: ‘O Sa’d! Wat is dit voor religie waar jij naartoe bent gegaan? Jij moet deze religie verlaten of ik zal niet eten of drinken totdat ik sterf.’ Ik zei: ‘Doe dit niet moeder. Ik zal deze religie voor niets verlaten.’ Dus er ging een dag voorbij zonder dat zij iets at of dronk en in de ochtend werd zij zwak. Dus toen ik dit zag, zei ik tegen haar: ‘O moeder! Doe wat jij wilt. Ik zweer bij Allah, al had jij honderd zielen en zij  zouden jou één voor één verlaten, dan nog zou ik mijn religie niet verlaten. Dus eet als jij wilt eet, en als jij niet wilt, eet dan niet.’ Toen zij mijn standvastigheid zag, begon zij weer te eten.”

Dit is de zoetheid van het geloof (imaan) en de ware vorm van geloof die we allemaal nodig hebben. Hoe vaak komt het niet voor dat wij direct of indirect gedwongen worden door onze naasten om handelingen (van ongehoorzaamheid jegens Allah) te verrichten en hier ook aan toegeven!? Hoe onrechtvaardig kunnen wij zijn jegens onze Heer, Die ons heeft geschapen om Hem alleen te aanbidden en niemand anders!? Moge Allah ons standvastig maken op Zijn pad! Amien.

In de eerste levensfase van de Islaam werd de aanbidding door de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en zijn metgezellen (radhyallaahoe ‘anhoem) in het geheim gedaan; uit het zicht van de Qoeraysh. Eens waren de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en zijn metgezellen (radhyallaahoe ‘anhoem) onderweg naar Mekkah toen zij door de Qoeraysh opgemerkt werden. Zij begonnen de moslims lastig te vallen totdat het uiteindelijk op een gevecht uitdraaide. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) sloeg een van hen en verwondde hem ernstig. Dit waren de eerste bloeddruppels die vloeiden in naam van de verdediging voor de Islaam.

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was een expert in boogschieten en miste nooit zijn doel. Hij zei: “Ik ben de eerste van de Arabieren die een pijl schoot om ons recht om de Islaam te praktiseren te verdedigen.”

Het ontging onze geliefde profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) niet hoe Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zijn leven ten dienste stelde voor de Islaam. Al zijn bezittingen stelde hij ten dienste van de Islaam. Hij was vriendelijk, hartstochtelijk in de verdediging van de Islaam en een zeer geliefde metgezel. Vaak verrichtte de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) smeekbedes voor hem en uitte hij zijn lotuitingen over hem.

Djaabir zei: “De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) richtte zich tot Sa’d en zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Dit is mijn oom, dus laat een ander mij zijn oom zien.’

‘Aa-ieshah (radhyallaahoe ‘anhaa – moge Allah tevreden over haar zijn) verhaalde dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) op een avond rusteloos was en zei (Nederlandstalige interpretatie): “Was er maar een rechtvaardig iemand van mijn metgezellen die mij vanavond beschermt.” Op dat moment hoorden wij iemand naderen. Hij zei: “Wie is dat?” De onbekende persoon zei: “Sa’d ibn Abie Waqqaas.” De profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: “Wat brengt jou vanavond hier?” Hij antwoordde? “Ik maakte me zorgen om u, dus ben ik gekomen om u te beschermen.” En voor dit verrichtte de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) een smeekbede voor hem.

‘Aa-ieshah, de dochter van Sa’d zei: “De boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zat eens drie nachten lang in de moskee en zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘O Allah! Door deze deur komt iemand binnen die van U houdt en U houdt van hem.’ Vervolgens kwam Sa’d binnen.”

Ook verrichtte de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) een smeekbede om de pijlen van Sa’d altijd hun doel te laten treffen. Nadien miste Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) nooit meer zijn doel. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) verhaalde dat de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “O Allah! Leidt zijn pijl en verhoor zijn smeekbeden.”

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) beantwoordde de smeekbede van Zijn profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) en vanaf dat moment werden de smeekbeden van Sa’d verhoord. En zo werd Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) welbekend onder de metgezellen (radhyallaahoe ‘anhoem). Hij was zeer bewust van zijn gave en ging hier zeer voorzichtig mee om. Hij vervloekte nooit iemand en in geval van conflicten liet hij het altijd aan Allah over.

‘Aamir ibn Sa’d verhaalde: “Sa’d zag eens een man ‘Alie, Talh’ah en az-Zoebayr beledigen. Hij waarschuwde hem, maar hij bleef maar doorgaan. Sa’d zei vervolgens: ‘Dan zal ik Allah aanroepen.’ De man zei: ‘Jij bedreigt mij alsof jij een profeet bent.’ Sa’d ging weg, verrichtte de kleine wassing (al-woedhoe-e) en bad twee raka’aat. Vervolgens hief hij zijn handen op en zei: ‘O Allah! Als U weet dat die man mensen beledigt die door U allang gezegend zijn met het beste, en als zijn beledigingen U niet zijn welgevallen, maak dan van hem een voorbeeld.’ Even later werkte zich een kameel door de menigte op zoek naar iets. Vervolgens viel de kameel die man aan en viel hij tussen de benen van de kameel. De kameel bleef de man met zijn benen schoppen totdat hij overleed.”

Sommige mensen van Koefah (of Kufa, een stad in het huidige Irak) kwamen bij ‘Oemar ibn al-Khattaab (radhyallaahoe ‘anhoe) klagen over Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) aangaande zijn gebeden die hij niet goed zou verrichtte. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zei hierover: “Wat mij betreft, ik bid met hen het gebed van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Ik verleng de eerste twee raka’aat en verkort de laatste twee raka’aat.” ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) zei: “Dit is wat wij over jou dachten, o Aboe Is-h’aaq.”

‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) liet enkele boodschappers naar Koefah gaan om over Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) navraag te doen. Zij kwamen geen enkele moskee tegen of er werd met lofprijzingen over Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) gesproken. Toen zij bij de moskee van Banie ‘Abs kwamen, spraken zij met Aboe Sa’dah en hij zei tegen hen: “Hij is niet rechtvaardig in zijn oordeel en niet eerlijk in zijn heerschappij.” Op dat moment maakte Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) de volgende smeekbede: “O Allah! Als hij liegt, ontneem hem dan zijn gezichtsvermogen, verleng zijn leven en geef hem beproeving na beproeving.” ‘Abdoe l-Maalik zei: “Ik zag Aboe Sa’dah daarna en men vroeg hem hoe het met hem ging, waarop hij zei: ‘Ik ben oud en ben zwaar beproefd. Ik ben getroffen door de smeekbede van Sa’d.’”

Als dit fenomeen iets bewijst dan is het wel de puurheid van zijn ziel, de eerlijkheid in zijn geloof en de diepte van zijn oprechtheid.

Imaam ad-Dzahabie zei over Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe): “Hij was een van de tien metgezellen die het Paradijs beloofd is en hij was een van de beste metgezellen. Mensen noemden hem ‘de ruiter van de Islaam’, want hij was de eerste die een pijl schoot voor de zaak van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij). Hij was de leider van het leger dat Perzië veroverde en hij was degene wiens smeekbede altijd verhoord werd.”

 

Zijn vroomheid

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was een zeer toegewijde aanbidder en hield zich verre van de geneugten van het leven, door zijn vrees voor Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke). In alle daden die Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) verrichtte, was zijn enige streven het verkrijgen van de Tevredenheid van Allah de Meest Barmhartige. Er zijn vele overleveringen die dit ook verhalen en bevestigen. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Acceptabele aanbidding wpn

 

Toen Sa’ds zoon ‘Aamir zag dat zijn vader zeer veel belang hechtte aan een plaats die door de ansaar werd bewoond, vroeg hij hem: “Vader, ik zie jou op deze plaats van de ansaar dingen doen die jij bij anderen niet doet.” Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zei: “Heb jij hiermee een probleem?” Zijn zoon zei: “Nee, maar deze daad van jou verbaast mij.” Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zei: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) het volgende zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Niemand houdt van de ansaar, behalve de gelovige; en niemand haat hen, behalve de hypocriet.’” (Overgeleverd door at-Tirmidzie.)

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was zeer voorzichtig in het overleveren van ah’aadieth van de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). Hij was vol vrees dat hij een fout zou maken, of mensen toe zou voegen aan een (keten van) overlevering, waardoor het een onrechtmatige overlevering zou worden. Eens werd hij over een h’adieth gevraagd en hij bleef voor langere tijd stil en zei uiteindelijk: “Zeker, ik haat het om jou een h’adieth te verhalen en dat jij er honderd andere woorden aan toevoegt.”

Tijdens de burgeroorlog waarin de moslims elkaar bevochten, was het o.a. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) die hier afstand van nam. (Zie het artikel De strijd tussen ‘Alie en Moe’aawiyah.) Zijn zoon ‘Aamir ging naar hem toe en vroeg hem naar voren te treden en plaats te nemen als de nieuwe khalief. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zei tegen hem: “Mijn zoon, in tijden van verwarring wil jij dat ik het leiderschap op mij neem? Bij Allah, ik zal dat niet doen. Als mij een zwaard wordt gegeven en ik kom tegenover een moslim te staan, dan zal ik mij van hem terugtrekken; maar als ik tegenover een ongelovige kom te staan, dan zal ik hem doden.”

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zei: “Tijdens het jaar van de verovering van Mekkah werd ik ziek. Dus de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) kwam mij bezoeken. Ik zei: ‘O boodschapper van Allah! Zeker, ik ben een rijke man en ik heb niemand behalve mijn dochter om mijn rijkdom na te laten. Dus wil ik mijn gehele rijkdom in liefdadigheid weggeven.’ Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Nee.’ Ik zei: ‘Dan alleen de helft.’ Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: ‘Nee.’ Ik zei: ‘Dan een derde.’ Hij (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei: ‘Zelfs een derde is te veel. Waarlijk, jouw erfgenamen rijk achterlaten is beter dan hen arm en bedelend bij de mensen achter te laten.’

 

Zijn kennis

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) had een overvloed aan kennis over de religie van Allah. De metgezellen van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) waren hiervan ook op de hoogte en bevestigden dit ook. Er zijn vele overleveringen die ons hierover vertellen:

‘Abdoer-Rah’maan ibn al-Miswar zei: “Ik vertrok samen met mijn vader, Sa’d en ‘Abdoer-Rah’maan ibn al-Aswad in het jaar van Adharah. Er was een ziekte in Syrië, dus verbleven wij voor vijftig dagen in Sargh. De maand Ramadhaan was begonnen en al-Miswar en ‘Abdoer-Rah’maan begonnen met vasten, behalve Sa’d. Ik zei tegen hem: ‘O Aboe Ish’aaq! Jij bent van de metgezellen van Allah die tijdens Bedr aanwezig waren, maar toch verbreek jij jouw vasten terwijl anderen vasten?’ Hij zei: ‘Ik heb meer kennis dan zij.’”

‘Abdoer-Rah’maan ibn Miswar zei: “Wij waren in een stad genaamd Oman, en Sa’d bad twee raka’aat, dus wij vroegen hem hierover. Hij zei: ‘Wij zijn meer van kennis.’”

‘Abdoellaah ibn ‘Oemar [radhyallaahoe ‘anhoemaa – moge Allah tevreden over hen beide (vader en zoon) zijn] hoorde Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe) zeggen over de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) dat hij over zijn sokken veegde. ‘Abdoellaah ibn ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoemaa) vroeg zijn vader hierover en hij zei: “Ja, als Sa’d dit aan jou verhaalde van de boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem), vraag dan niet naar een andere opinie dan die van hem.”

 

Zijn positie onder de sah’aabah (metgezellen) en de taabi’ien (volgelingen)

De metgezellen (radhyallaahoe ‘anhoem) en de taabi’ien (#1) beschermden met grote zorgvuldigheid zijn status. Want hij was één van degenen waarover de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Sa’d, schiet op hen (op de dag van Oeh’oed)! Moge mijn moeder en mijn vader voor jou opgeofferd worden.”

<<<(#1) Taabi’ien: de meervoudsvorm van taabi’ie – de generatie na de sah’aabah (radhyallaahoe ‘anhoem), die de sah’aabah (metgezellen van de profeet – salallaahoe ‘alayhie wa sellem) gezien of vergezeld hebben.>>>

Hij behoorde tot degenen wier smeekbeden verhoord werden en hij was één van de eerste zeven mensen die in de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) geloofde en hij was één van de tien metgezellen die het Paradijs beloofd werd. Hij was één van degene waar de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) tevreden over was toen hij stierf. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

10 al-Djennah wp

 

‘Oemars vertrouwen

‘Oemar ibn al-Khattaab (radhyallaahoe ‘anhoe) had een zeer groot vertrouwen in Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) en hij trok zijn oordeel nooit in twijfel. Om deze positie bij ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) te verkrijgen, moest die persoon wel uitzonderlijke kwaliteiten bezitten. ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) koos alleen personen die capabel en betrouwbaar waren. Hij koos Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) voor het gouverneurschap van Koefah (in het huidige Irak), de stad die Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) stichtte nadat hij de Perziërs had verslagen. Het werd later de hoofdstad van de islamitische staat Irak. ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) koos hem voor die positie, alsook ‘Oethmaan (radhyallaahoe ‘anhoe) nadat hij khalief werd.

Onder het leiderschap van ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) werd Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) ook gekozen als bevelhebber van het leger tijdens de vele veldslagen die de moslims met grote overtuiging wonnen. ‘Oemar (radhyallaahoe ‘anhoe) was overtuigd toen hij Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) als bevelhebber aanstelde over de veldslagen tegen de Perziërs. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) boekte overwinningen die tot op de dag van vandaag door militaire analisten worden besproken en de vernuftigheid waarmee Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) zijn vijanden versloeg.  De overwinningen die hij boekte staan bekend als de overwinningen der overwinningen. Hij was waarlijk een heer in aanbidding en een meester in oorlogvoering. Hij was niet alleen een bevelhebber, maar ook nog eens een machtige strijder zonder angst. Ibn Mas’oed (radhyallaahoe ‘anhoe) zei: “Ik zag Sa’d strijden als een moedige strijder op de dag van Bedr.”

‘Oemars vertrouwen in zijn kennis en begrip was zo groot dat hij tegen zijn zoon zei: “Ja, als Sa’d aan jou van de profeet overlevert, vraag dan niet naar een andere opinie dan die van hem.”

En de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wie jij ook uitkiest, hij zal na mij de khalief zijn.”

Dus vraag ik jullie, is er een groter vertrouwen dan iemand verantwoordelijk te maken betreffende de leiding van de islamitische staat en de levens van de mensen toevertrouwd krijgen?

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was een moedige en een onbevreesde strijder. Hij was al moedig van karakter in zijn jeugd, lang voordat hij wist dat hij een glansrijke hoofdrol zou spelen in de islamitische geschiedenis, alsook ook een steun voor het geloof die aan de horizon verscheen. (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Biografieen wp

 

Hij nam deel aan de veldslagen van Bedr, Oeh’oed en al-Khandaq. Hij beschermde de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) tijdens de veldslagen. Hij heeft gezegd: “Ik was de eerste die een pijl schoot voor de verdediging van de Islaam. Bij Allah, wij vochten zij aan zij met de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) tijdens de veldslagen en wij hadden niets te eten behalve drie bladeren.”

Tijdens de dag van Oeh’oed, toen de boogschutters de bevelen van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) negeerden en hun posities verlieten en van de berg neerdaalden, zagen de vijanden een mogelijkheid om de moslims vanaf de flanken aan te vallen en konden zo veel moslims doden en verwonden, zelfs de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem). De rangen van de moslims waren gebroken en de grond onder hen begon zelfs te schudden. Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was één van de weinigen die bij de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) bleef om hem met zijn leven te beschermen. Hij schoot met zijn boog en miste geen enkel doel en de boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) moedigde hem aan (Nederlandstalige interpretatie): “Sa’d, schiet hen! Moge mijn vader en mijn moeder voor jou opgeofferd worden.”

 

Zijn dood

Sa’d ibn Abie Waqqaas (radhyallaahoe ‘anhoe) overleed in zijn huis in al-‘Aqieq, één van de buitenwijken van al-Medienah. Hij werd door de mensen van al-Medienah op de schouders gedragen en begraven in al-Baqie’ [de begraafplaats van de mensen van al-Medienah; veel van de metgezellen van de profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) zijn er begraven]. Marwan ibn al-Hakam, die de leiding over al-Medienah had, bad voor hem en leidde het djaanazah-gebed.

Sa’d (radhyallaahoe ‘anhoe) was de laatste van al-‘ashr al-moebasharien (de tien metgezellen aan wie het Paradijs verzekert was) die overleed. En er werd ook gezegd dat hij de laatste van de moehaadjirien (degenen die de hidjrah van Mekkah naar al-Medienah maakten) was die stierf. Moge Allah tevreden over hem zijn.

 

Ga naar Biografieën voor meer biografieën.